Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS Logo

TidBITS#921, 31 maart 2008

Donders! Mac OS X is het eerste slachtoffer in de Pwn2Own-kraakwedstrijd; Rich Mogull legt uit hoe een beveiligingsdeskundige $10.000 en een MacBook Air verdiende door binnen twee minuten een tot nu toe onbekend lek in Safari te misbruiken. Het leed wordt enigzins verzacht door het nieuws dat Apple als winnaar uit de bus komt in een recent gehouden onderzoek naar wereldmerken. Verder geeft Tonya deze week haar eerste indrukken van Amazons Kindle e-boeklezer, en legt Adam uit hoe hij de snelheid van zijn totale netwerkverkeer heeft verdubbeld door over te schakelen op gigabit ethernet, met aanwijzingen hoe je dat zelf ook kunt doen. We kijken in detail naar nieuwe versies van Carbon Copy Cloner (3.1), het nieuwe Outspring Mail e-mailprogramma, Aperture 2.1, en het online fotobewerkingsprogramma Photoshop Express. De TidBITS Volglijst schenkt kort aandacht aan SOHO Organizer 7.0, SOHO Notes 7.0, MailTags 2.2, Moneydance 2008, Freeway 5, alsmede een aantal zeer specifieke (maar mogelijk essentiële) updates van Apple.
 
Artikelen
 

**************************************************************************

TidBITS-NL zoekt vrijwilligers.

Vind je het nuttig dat er een Nederlandse vertaling van TidBITS is?
Lijkt het je leuk om teksten uit het Engels te vertalen?
Kun je een paar uurtjes per week missen?

De huidige vertaalploeg is juist groot genoeg om de tekst in porties van plezierige omvang over alle vrijwilligers te verdelen, maar als er een keertje iemand uitvalt wegens ziekte of drukdrukdruk hebben we een probleem. Dus een of twee man/vrouw erbij zou welkom zijn.

Kijk eens op de pagina hieronder wat het werk inhoudt, en laat het ons weten als het je aanspreekt.

<./tidbits-nl/over-vertalen.html>

**************************************************************************


De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!!

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


Apple voert ranglijst wereldwijde merken aan

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: MSH]

Over hoogvliegers gesproken. Eerst zet Fortune Magazine Apple bovenaan in zijn bedrijven-enquête (zie "Apple aan de top van Fortune's meest bewonderde bedrijven", 05-03-2008), en nu heeft Apple de meeste eerste plaatsen veroverd in een opinie-onderzoek over merken onder bijna 2.000 professionele marketingmensen, gepubliceerd door het merkenbedrijf Interbrand. Apple kwam als eerste uit de bus bij vrijwel alle positieve vragen, waaronder: "Zonder welk merk kun je niet leven?" en "Welk merk zou 100 jaar geleden de grootste invloed hebben gehad op het verloop van de geschiedenis?" Eén van de ondervraagden zei: "Apple is het enige merk dat ik kan bedenken dat ik echt niet zou kunnen vervangen, in werk of in vrijetijdsbesteding. Voor elk ander merk waar ik op gesteld ben, is er wel een ander waarop ik zou kunnen overstappen mocht het verdwijnen. Maar niet voor Apple."

Ook veroverde Apple de hoogste plaats in meer persoonlijk gerichte vragen, waaronder: "Naast welk merk zou je het liefst willen zitten bij een diner?" en "Welk merk inspireert je het meest?" en, het veelzeggendst: "Als je jezelf zou moeten beschrijven als zijnde een merk, welk merk zou je dan willen zijn?" We kunnen niet allemaal Apple zijn, maar veel beantwoorders denken graag van zichzelf dat ze als Apple zijn: "Omdat ik graag dingen van een andere kant benader, zou ik kiezen voor 'think different.'"

Apple vergezellend bij de merken die hoog scoorden bij de positieve vragen waren Google, Nike, Coca-Cola en Starbucks. Niet alle vragen waren echter positief, en Apple werd tweede na Microsoft bij "Met welk merk zou in debat willen gaan?" Vele Apple-liefhebbers hebben zeker wel eens moeite met sommige acties van Apple, maar zulke gevoelens zijn nuttig omdat ze tonen dat mensen belangstelling hebben. Ik zou bezorgder zijn als ik op Microsofts marketing-afdeling zou werken, want het grootste softwarebedrijf ter wereld werd eerste bij: "Als je een willekeurig merk zou mogen omvormen, welk merk zou dat dan zijn?" Oei. De commentaren waren ook bot, van het genre: "Microsoft is van vernieuwend en ondernemend afgezakt naar log en volgzaam. Maar het merk omvormen is maar een stap; wat echt nodig is, is een grote verandering in hoe het bedrijf denkt."

(Ik heb het eerder gezegd en ik zeg het nogmaals. De plaats waar Microsoft zou kunnen experimenteren met het omvormen van het merk op een nuttige en interessante manier is de Macintosh Business Unit. Die zou voordeel kunnen behalen uit onafhankelijkheid van het algemene Microsoft Windows-merk, gezien het feit dat veel Macgebruikers Windows zien als de concurrent.)

Enigzins verontrustend was dat het meestgegeven antwoord op de vraag "Welk merk, denk je, gaat echt voor 'groen'?" een overweldigend "Geen" was, met Toyota, BP, The Body Shop en Honda op de volgende vier plaatsen. Bedrijven mogen de klanten misschien naar de mond praten, maar ze brengen die milieubewuste uitspraken onvoldoende in de praktijk om ervoor te zorgen dat die geassocieerd worden met hun merk.

Voor meer informatie over merkpositionering en het belang ervan, vooral in verband met Apple, kun je onze driedelige serie "De merkbekendheid van Apple 1, 2, 3" teruglezen, geschreven in 2002 door Simon Spence, toen hoofd onderzoek en informatietechnologie bij merkenadviesbureau Alexander Dunlop Ltd. De artikelen zijn, niet verrassend, soms wat gedateerd, maar ze geven nog steeds een goed overzicht over wat merkbepaling voor Apple betekent.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Carbon Copy Cloner 3.1 uitgebracht

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: RH]

Bombich Software heeft Carbon Copy Cloner 3.1 (CCC) uitgebracht, een belangrijke update van de populaire software voor het dupliceren van schijven en het maken van back-ups. CCC 3.1 werkt met rsync 3.0 voor 'grotere betrouwbaarheid' bij het maken van back-ups met de CCC back-up methode Copy Selected Items, verbetert de toch al solide tekst in de interface waarin wordt uitgelegd wat CCC zal doen bij elke gekozen actie, voegt controles toe om na te gaan of een back-upvolume kan dienen als opstartschijf (dit werkt helaas niet met kopieën die via een netwerk zijn gemaakt) en nog veel meer. Ook is er een reeks fouten verbeterd: bij een back-up naar een andere Mac met een pad dat een spatie bevat wordt de juiste locatie gebruikt, onzichtbare vlaggen in Leopard worden bewaard bij gebruik van Copy Everything, geplande taken in Leopard worden nu betrouwbaar uitgevoerd na een herstart, en het is nu mogelijk om CCC's Authentication Credentials-pakket te installeren vanaf meerdere Macs op éézelfde doelmachine (voordien moest je met de identificatiegegevens handmatig aanpassen om deze organisatie werkend te krijgen).

Voor diegenen die Carbon Copy Cloner nooit gebruikt hebben: het is een volledig programma voor het klonen, synchroniseren en back-ups maken van schijven, met mogelijkheden om te plannen en te archiveren. Ik ben begonnen met experimenteren met Carbon Copy Cloner om opstartende duplicaten van mijn belangrijkste werkmachines te maken over het netwerk naar inwendige schijven in mijn Power Mac G4-server. (Dit naast de back-ups van mijn Leopard Macs met Time Machine en back-ups met Retrospect van thuismappen op Macs die onder Tiger of Panther draaien, en dat allemaal op dezelfde Power Mac G4.) De mogelijkheid om opstartkopieën over een netwerk te maken is niet doorsnee; dat kan verder alleen met Retrospect van EMC (het uitstekende SuperDuper kan een back-up maken over een netwerk, maar die kan niet opstarten.) De duplicaten van Carbon Copy Cloner over een netwerk werken veel sneller dan die van de huidige versie van Retrospect.

[Zie afbeelding]

Carbon Copy Cloner 3.1 vereist Mac OS X 10.4.8 of hoger en werkt goed met Mac OS X 10.5.2. Het programma is onbeperkte shareware, hetgeen betekent dat alle functies beschikbaar zijn of je nu wel of niet betaald hebt en dat registratie nooit vereist is, maar Bombich Software stelt donaties op prijs als Carbon Copy Cloner zijn waarde voor jou bewezen heeft. Het is een download van 2,1 MB.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Apple eerste slachtoffer in kraakwedstrijd

  door Rich Mogull <rich@tidbits.com>
[vertaling: HV]

Op donderdag 27 maart was het een MacBook Air die als eerste ten onder ging in de Pwn2Own-kraakwedstrijd, die dit jaar voor de tweede keer werd gehouden tijdens het CanSecWest-congres. Beveiligingsexpert Charlie Miller had maar twee minuten nodig om de prijs van $10.000 (plus de MacBook Air in kwestie) in de wacht te slepen, door een nog onbekend lek in Safari, dat hij had gevonden, te exploiteren. Miller tekende wel meteen een geheimhoudingsovereenkomst met TippingPoint, de sponsor van de wedstrijd, die het lek vervolgens direct aan Apple meldde. Totdat Apple het lek gedicht heeft worden er geen verdere details verstrekt.

Vorig jaar waren er slechts twee Macs te kraken op Pwn2Own, maar dit jaar hadden de organisatoren het breder aangepakt door naast Max OS X 10.5 Leopard ook Microsoft Windows Vista en Ubuntu Linux aan potentiële krakers bloot te stellen. De regels van de wedstrijd zijn eenvoudig: als een deelnemer een van de laptops, die van alle beveiligingsupdates zijn voorzien, kan 'pwn'-en (waarbij 'pwn' krakerstaal is voor het volledig overnemen van een machine), wint hij de betreffende machine plus een geldbedrag. Het bedrag wordt elke dag lager, omdat per dag de regels minder strikt worden. Op de eerste dag moesten de systemen op afstand via een netwerkanval gekraakt worden, wat $20.000 kon opleveren, maar op deze eerste dag waren er geen winnaars. Op de tweede dag, toen de MacBook Air gekraakt werd, was het geoorloofd om aanvallen via e-mail of een webbrowser uit te voeren; daarbij wordt de browser naar een kwaadaardige website gestuurd (dit wordt ook wel een 'client-kant' aanval genoemd). Op de derde en laatste dag hadden de organisatoren een aantal doorsnee programma's op de machines geïnstalleerd waar krakers gebruik van mogen maken, maar tegelijkertijd werd de prijs verlaagd tot $5.000. Aan het einde van de wedstrijd had alleen het Linux-systeem de aanvallen heelhuids doorstaan.

Hoewel we dit soort wedstrijden met een korreltje zout moeten nemen, moeten de bevindingen toch niet zonder meer terzijde worden geschoven. Charlie Miller had slechts twee minuten nodig om de MacBook Air te kraken, dus het is overduidelijk dat hij de hele kraak al kant en klaar in zijn binnenzak had zitten toen hij die dag binnenkwam. Dat is heel wat anders dan ter plekke een lek zoeken en misbruiken. Toch is het verontrustend dat de Mac het eerste slachtoffer van een aanval werd, omdat de regels van het spel zelf niet een bepaald platform voortrekken.

De Windows Vista laptop wist het tot de laatste dag uit te houden, en viel tenslotte ten prooi aan een lek in de Adobe Flash-speler. Dit lijkt er op te wijzen dat de nieuwe beveiligingsmaatregelen tegen misbruik van Vista werken, en het systeem veiliger maken dan Windows XP was en veiliger dan het geweest zou zijn zonder deze aanpassingen. Hoewel Apple Mac OS X Leopard vergelijkbare eigenschappen, zoals 'library randomization' [bibliotheekverhusseling - nvdv] heeft meegegeven, blijkt uit gesprekken met beveiligingsdeskundigen dat deze eigenschappen nog niet volledig geïmplementeerd zijn, en daarom maar weinig extra beveiliging bieden.

Als Mac-gebruiker en professioneel beveiligingsdeskundige kom ik veel in aanraking met onderzoekers op dit gebied. De meesten gaan er nog steeds van uit dat Mac-gebruikers minder te vrezen hebben dan gebruikers van Microsoft Windows, maar dat OS X zijn voorsprong op het gebied van beveiliging van consumentenbesturingssystemen inmiddels wel kwijt is. En dat kon ook moeilijk anders. Windows staat bloot aan zo veel aanvallen dat Microsoft geen andere keus had dan de veiligheid van het systeem ingrijpend te verbeteren, op straffe van het verlies van veel klanten, vooral bedrijven. (Aan de andere kant kan ik ook uit ervaring meedelen dat Windows Vista veel ernstige problemen met bruikbaarheid heeft, en de meeste daarvan hebben niets met de nieuwe beveiligingseigenschappen te maken.) Omdat Macs nog steeds veel minder vaak het lijdend voorwerp van een aanval zijn, ondervindt Apple lang diezelfde druk niet. De onderzoekers met wie ik samenwerk, en die veelal zelf met Macs werken, noemen vaak Safari en QuickTime als de programma's die bijzonder moeilijk te beveiligen zijn, en ze waren dan ook niet verbaasd over de resultaten van de wedstrijd.

Wat betekent dit nou voor de doorsnee Macgebruiker? Niet veel, tenminste nog niet. We zijn vandaag niet veiliger, of minder veilig, dan de dag vóór de wedstrijd, en het is niet verstandig om op grond van een dergelijke stunt belangrijke beveiligingsbeslissingen te nemen. Ik zie ook nog geen aanleiding om mijn recente advies aan te passen en jullie allemaal naar de dichtstbijzijnde computerwinkel te sturen om antivirus-software te kopen (zie "Moeten Macgebruikers antivirus-software gebruiken?", 18-03-2008); we kunnen echter niet rustig op onze lauweren rusten. Pas als beveiliging voor ons een prioriteit is, zal het dat ook voor Apple zijn. Leopard biedt alle mogelijkheden voor een zeer veilig systeem. We moeten Apple dus onder druk zetten om hun werk af te maken, het systeem volledig te implementeren, en er voor te zorgen dat het aanzienlijk lastiger wordt voor ons favoriete platform om de wedstrijd van volgend jaar te verliezen.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Outspring Mail belooft intelligent archiveersysteem

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: SL]

Terwijl veel mensen die lange tijd Eudora hebben gebruikt het lot van Eudora blijven betreuren, hebben de ontwikkelaars van QuickMail, een andere e-mailclient die zich ooit liet voorstaan op een groot aantal gebruikers, een compleet nieuw programma uitgebracht onder de naam Outspring Mail.

Het uiterlijk van Outspring Mail is een interface die bestaat uit drie panelen. Het programma biedt alle basisfuncties, inclusief ondersteuning voor POP, IMAP, SMTP en SSL. Maar hier begint het pas. Outspring Mail is als eerste programma gebaseerd op nieuwe inzichten over wat een e-mailclient zou moeten doen, sinds Gmail van Google verscheen. Outspring Mail observeert de handelingen van de gebruiker en leert daarvan. Op basis daarvan doet het een voorstel naar welke postbus een bericht moet en het biedt zelfs aan om een eerder antwoord te gebruiken voor een vraag die vaak gesteld wordt. Outspring-baas Jeff Baudin zei: "Als ik regelmatig een e-mail beantwoord van de strekking 'Hoe kom ik bij jouw kantoor?', zou mijn e-mailprogramma dan niet zo slim moeten zijn om te weten wat ik eerder heb geantwoord op een vergelijkbaar bericht? En zou het dan niet moeten voorstellen om een van die antwoorden te gebruiken voor het huidige bericht?"

[Zie afbeelding]

Outspring Mail geeft ook als eerste een mogelijkheid om het behandelen van berichten gedurende een door de gebruiker gekozen tijdsduur uit te stellen. Outspring Mail plaatst het bericht dan in een speciale map, en wanneer de tijd voorbij is, plaatst hij hem weer in de Inkomende postbus, met de waarschuwing dat het uitgestelde bericht terug is geplaatst. Dit kan nuttig zijn om je Inkomende postbus schoon te houden, al is het ook goed mogelijk dat al die berichten die zich anders opstapelen in de Inkomende postbus nu herhaaldelijk en eindeloos uitgesteld gaan worden.

Voor mensen die de meeste van hun afspraken regelen via e-mail kunnen de datumherkenners in Outspring Mail nuttig zijn. Ze zoeken naar absolute data (zoals 15-4-08) en relatieve data (zoals "aanstaande woensdag") en zetten de tekst om naar koppelingen die de gebruiker bij de betreffende datum in iCal brengen.

Andere nuttige of unieke mogelijkheden zijn: een interface met tabs, vergelijkbare berichten vinden, antwoordsjablonen (vergelijkbaar met de stationery van Eudora), voorvertoning van een bericht met een intelligente samenvatting, afbeeldingen draaien en de afmetingen veranderen, slimme postbussen, ingebouwde spamfilters, berichten met HTML-opmaak weergeven, Spotlight-zoeken, integratie met Adresboek, Growl-notificatie bij nieuw ontvangen berichten, citaten kleuren, en meer.

Toen ik het programma begon te gebruiken voelde Outspring Mail een beetje onafgewerkt aan, met één crash en een foutendialoog die er uitzag alsof niet alle debugcode was verwijderd. Het programma voerde de basishandelingen redelijk vlot uit, en waar de snelheid wat minder was (op een MacBook van de eerste generatie), kan dat volgens een waarschuwing bij de voorkeuren komen doordat de analyse voor het automatisch archiveren de snelheid van het programma omlaag haalt.

Outspring adverteert het programma als "machine-eigen voor Intel" en "compatibel met Leopard", maar noemt geen specifieke systeemvereisten. Het kan e-mail importeren vanuit Apple Mail en QuickMail, maar geen andere gangbare Macintosh-programma's. Outspring Mail kost $95, upgrades vanaf QuickMail $59. Een demoversie die 10 dagen werkt is beschikbaar als download van 7,1 MB.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Aperture 2.1 ondersteunt insteekmodules om foto's te bewerken

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>
[vertaling: SL]

Apple begaf zich de afgelopen week een heel eind op het terrein van Adobe met het uitbrengen van Aperture 2.1, een gratis upgrade voor eigenaars van versie 2.0 van het fotobeheerprogramma. Niet alleen zijn er fouten hersteld, maar Aperture 2.1 heeft nu ook een insteekmodule-architectuur waardoor ontwikkelaars gereedschappen kunnen maken om afbeeldingen te bewerken. Eén insteekmodule wordt met de update meegeleverd: Dodge & Burn. Daarmee kun je gebieden van een afbeelding selectief lichter of donkerder maken, in plaats van dat met de hele afbeelding te doen.

Een dergelijk niveau van precisie bij bewerkingen is één reden waarom fotografen Adobe Photoshop gebruiken voor het fijne bijwerken van hun afbeeldingen. De mogelijkheid om aanpassingen selectief te doen kan sommige mensen over de streep trekken om hun Adobe-verslaving op te geven. Maar de kans is groter dat deze verandering ervoor zorgt dat mensen die nog niet investeerden in Photoshop, hun fotobewerkingen met Aperture zullen blijven doen.

Insteekmodules verschijnen onder het submenu Edit With van het menu Images. Als je een insteekmodule kiest, wordt de afbeelding die je hebt geselecteerd in een nieuw venster geladen, en daar kun je penseelgroottes en effectstijlen kiezen. Behalve de helderheid veranderen kan de meegeleverde insteekmodule delen van de afbeelding een ander verzadigingsniveau geven, scherper of vager maken, er contrast in aanbrengen of verbleken. Wanneer je de O-toets indrukt, wordt de aanpassing als een nieuwe laag getoond. Dat is handig als je wilt zien waar het effect is toegepast. Als je de veranderingen bewaart wordt een nieuwe versie van die afbeelding gemaakt.

[Zie afbeelding]

Om Aperture-eigenaars te verleiden noemde Apple in het persbericht een aantal ontwikkelaars die werken aan Aperture-insteekmodules. Het zijn allemaal bedrijven met producten die worden gebruikt door fotografen, zoals Noise Ninja, Viveza, Power Stroke, Dfx, dpMatte en insteekmodules van Image Trends. (Charles Maurer schreef over Noise Ninja in "Foto's bewerken voor de perfectionist", 07-09-2007.)

Aperture 2.1 is beschikbaar via Software-update of als een download van 48,1 MB.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Photoshop Express bied gratis online foto's bewerken

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>
[vertaling: JO, TK]

Adobe heeft Photoshop Express aangekondigd, een nieuwe webdienst die het mogelijk maakt foto's te uploaden, te delen en - belangrijker - te bewerken, zonder dat je daartoe een speciaal programma als iPhoto of Adobes eigen Photoshop Elements hoeft te draaien. Het gaat om de gratis bètaversie, die op dit moment 2 GB opslag op het Web biedt. De dienst vereist wel Flash 9. Je kunt het programma uitproberen door op de homepage van het programma de "Testversie"-knop aan te klikken.

De aantrekkelijkheid van Photoshop Express als een soort "Photoshop op internet" springt onmiddellijk in het oog: de kans om te kunnen meedelen in de lange traditie van beeldbewerkingsprogramma's aan de bron waarvan Adobe staat. Maar toen ik vorige week een voorproefje van het programma zag, was mijn eerste gedachte: "Dit heeft meer weg van een heel goede online versie van iPhoto". Het programma heeft een eenvoudige interface en een paar simpele manieren om afbeeldingen te uploaden, te organiseren in foto-albums, en te delen met anderen. (Ik heb een paar verzamelingen gepubliceerd.)

Zoals je kunt verwachten bij technologie die op Photoshop gebaseerd is, komt het programma juist tot zijn recht bij het aanbrengen van veranderingen in je foto's. De mogelijkheid om niveaus en krommen aan te passen ontbreekt in deze consumentgerichte benadering. Een aanpassing op, bijvoorbeeld, belichting doe je door in een rijtje miniaturen met variërende gradaties van belichting die miniatuur aan te klikken die je het mooist vindt. (En daarbij zijn er enkele instellingen, zoals Witbalans, die ook nog een schuifbalk hebben, zodat je nog wat meer controle hebt.) Een afbeelding bewerken vernietigt eerdere versies niet, en je kunt eenvoudig terugkeren naar een eerder resultaat, en een gedane bewerking wel of niet toepassen.

[Zie afbeelding]

Sommige bewerkingen die je kunt toepassen zijn bijzonder slim, zoals de mogelijkheid om één kleur eruit te laten springen door de rest van het plaatje zwart-wit te maken. En ik ben onder de indruk van de manier waarop het programma de functie Retoucheren uitvoert: je kunt een verstoring in het beeld veel preciezer wegwerken dan alleen maar door het aanbrengen van kleine plaatselijke herstellingen.

[Zie afbeelding]

Photoshop Express is geen concurrentie voor een gevestigde dienst als Flickr waar je bij het delen van foto's ook nog een netwerk opbouwt. Photoshop Express mist ook nog de mogelijkheid om foto's te etiketteren (waardoor je ze later makkelijker terugvindt) of te hernoemen, al kun je wel een titel toevoegen en aanpassen. Dit begrijpt Adobe goed, en het programma bevat daarom de mogelijkheid foto's met die andere diensten uit te wisselen. Ondersteunde diensten zijn op dit moment Facebook, Photobucket, en Picasa. Een woordvoerder van Adobe vertelde dat het bedrijf een overeenkomst met Yahoo heeft getekend, zodat toegang tot Flickr binnenkort mogelijk is.

Photoshop Express is ook niet de eerste plaats waar je online foto's kunt bewerken, maar heeft wel het voordeel dat het afgeleid is van Photoshop. Het programma Picnik, waar Adam vorig jaar over schreef ("Picnik dupliceert iPhoto op het web", 07-09-2007), biedt vergelijkbare mogelijkheden, en werkt ook samen met veel andere online diensten. Als je in Flickr de knop "Bewerk Foto" boven een foto indrukt, wordt deze in Picnik geopend.

Photoshop Express heeft wel een paar nadelen, zoals het feit dat het er voorlopig alleen voor gebruikers in de Verenigde Staten is. Omdat het meeste renderen op de servers van Adobe gebeurt, leunt het programma zwaar op je netwerktoegang. Bij het werken met Photoshop Express op de ene computer, merkte ik dat mijn internetverbinding op andere computers op mijn netwerk trager werd. De dienst is ook helemaal in Flash ontworpen, waar ik nooit een grote fan van geweest ben. Het slurpt processorkracht, en ik vind Flash eerlijk gezegd gewoon vervelend. Maar dan moet ik ook zeggen dat Photoshop Express me eraan herinnert dat Flash niet gelijk hoeft te staan met ergerlijke advertentie-banners of zogenaamd geinige online ansichtkaartjes.

Adobe heeft meegedeeld dat dit programma speciaal op de consumentenmarkt gericht is. Nieuwe versies zullen waarschijnlijk verbeteringen brengen: meer opslagcapaciteit (tegen betaling, vermoed ik), een manier om snel afdrukken te kunnen bestellen, ondersteuning voor Photoshop Express in andere Adobe-programma's, en waarschijnlijk nog meer mogelijkheden om te etiketteren en foto's te delen.

Meteen met zijn lancering raakte Photoshop Express verzeild in een juridisch dilemma. De gebruiksvoorwaarden (die waar je meestal mee instemt zonder ze te lezen) stellen, dat degene die foto's uploadt en beschikbaar stelt met het doel deze te delen met anderen, aan Adobe "het volledige, eeuwige, onherroepelijke en volledig verhandelbare recht gunt om dit materiaal (geheel of gedeeltelijk), zonder afdracht van royalties, te gebruiken, te verspreiden, hieruit winst of andere inkomsten te verwerven, te bewerken of aan te passen, te reproduceren, te publiceren, publiekelijk te vertonen - zelfstandig of als onderdeel van ander materiaal, in enige vorm of medium (nu bekend of nog te ontwikkelen)". Met andere woorden: Adobe kan met je plaatjes doen wat het wil.

Later die dag kwam het antwoord van Adobe in de vorm van een belofte om de taal te veranderen, in deze woorden: "Wij hebben kennis genomen van uw zorg over de gebruiksvoorwaarden van Photoshop Express Bèta. Wij hebben deze voorwaarden opnieuw bekeken in het licht van uw opmerkingen, en erkennen dat op dit moment acties gesuggereerd worden die wij nooit zouden nemen ten opzichte van dit materiaal. Om deze redenen hebben wij ons juridische team de opdracht gegeven om met hoge prioriteit herziene gebruiksvoorwaarden op de site te plaatsen, die beter aansluiten bij Photoshop Express-gebruikers. Wij zullen u ervan op de hoogte stellen zo gauw deze nieuwe voorwaarden beschikbaar zijn".

Photoshop Express is geen volwaardig alternatief voor iPhoto of Photoshop Elements, maar biedt wel veel zo goed als onmiddellijke voldoening. Als je snel iets wilt uploaden en enkele kleine correcties wilt maken (en aangezien het volledig web-based is kun je dit vanop om het even welke computer), is dit een heel gemakkelijke oplossing. Het is ook een eenvoudige manier voor niet-technisch onderlegde vrienden en verwanten om hun foto's beschikbaar te maken.

(Exoneratieclausule: Ik werk momenteel aan "The Photoshop Express Pocket Guide" voor Peachpit Press. Het eerste hoofdstuk is nu beschikbaar als gratis download; de volgende hoofdstukken worden online gepost onder het programma voor abonnees van Safari Books Online Rough Cuts van Peachpit.)

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Geen kinderachtige indruk van My Kindle

  door Tonya Engst <tonya@tidbits.com>
[vertaling: DPF]

Ik bestelde ongeveer een maand geleden een Kindle, en het kwam gisteren eindelijk aan. De Kindle, de nieuwe e-boeklezer van Amazon.com, zal de literaire wereld vermoedelijk niet op zijn grondvesten doen schudden, maar ik heb er toch een gekocht omdat ik als uitgever van elektronische boeken wel wil weten wat er op de markt is. Hij zou kunnen helpen om de enorme stapels boeken in ons leven te verminderen, en hij komt misschien van pas als ik boeken wil lezen tijdens de reizen die ik maak.

Mijn eerste indrukken zijn positief. Het was eenvoudig om de eerste stappen in het gebruik van het apparaat te nemen, en om de basale mogelijkheden te begrijpen. Het gebruik van sommige elektronische apparaten kost me moeite; wekkerradio's in het bijzonder vind ik lastig, en de besturing van de iPod bracht me in eerste instantie tot tranen. Het betekent dus wel iets als ik een apparaat zonder hulp aan de praat krijg.

Het betekent echter niet dan de Kindle zonder tekortkomingen is:

Aan de ene kant heeft de Kindle een eigenaardige mengeling van mogelijkheden en interface-elementen, en aan de andere kant is het een charmant apparaat omdat hij zo eenvoudig in het gebruik is. Op dit moment heb ik hetzelfde met het apparaat als met mijn Roomba robotstofzuiger (zie "Roomba: een Robot-onderkruipsel", 11-07-2005). Ondanks het feit dat het de Roomba tijd kost om de kamer schoon te maken en ik regelmatig klantenservice moet bellen om een onderdeel te vervangen of de ROM te laten upgraden vind ik het nog steeds prachtig om wat het apparaat goed kan, en wegen de voordelen op tegen de nadelen.

In het begin kon de Kindle het EVDO-netwerk van Sprint niet vinden. Dit netwerk is nodig voor de afleverservice Whispernet in mijn huis. Maar nadat het een keer buiten is geweest, waar het het signaal op kon pikken, is de verbinding eigenlijk niet meer weg geweest. De volgende stap is dat ik materiaal aan moet schaffen uit de Kindle Store van Amazon. De Kindle werd geleverd met een voorgeïnstalleerde gebruikershandleiding, een woordenboek en een aardig bericht van Jeff Bezos, maar ik ben klaar voor wat afwisseling.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Schakel je netwerk over op Gigabit Ethernet

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: PAB, TK, KvH]

Ik heb een hekel aan het wachten op netwerktaken, of het nou het kopiëren van grote bestanden betreft, het opslaan van een groot Word-document, of het kijken naar een eeuwigdurende back-up. Het echte probleem is dat als ik noodgedwongen naar een voortgangsbalk kijk, ik vaak besluit naar iets anders over te stappen, wat er weer toe leidt dat ik de weg kwijtraak met wat ik aan het doen ben. Ik wil echt niet terug naar de Systeem 6-dagen voor de MultiFinder, maar er zijn tijden dat ik denk dat multitasken in Mac OS X me minder productief maakt.

Een manier om het aantal keren te verminderen dat ik tussen taken heen en weer aan het springen ben, is te snijden in het het aantal onnodige wachtbeurten. Vorige week richtte ik mij op het versnellen van de prestaties van mijn Ethernet-netwerk, een poging die zowel gemakkelijk als goedkoop bleek en een die ik iedereen kan aanraden om te proberen die gefrustreerd is door netwerksnelheden.

(Een snelle uitleg: hoewel we het hebben over netwerk-"snelheid", is dat een misleidende term. Het vergroten van de prestaties van een netwerk is meer iets als het vergroten van de diameter van een waterslang. Als je een zwembad gaat vullen, zal een brandweerslang die klus veel sneller voor elkaar hebben dan als je een veel dunnere tuinslang gebruikt op dezelfde afstand van de waterkraan. Dat is wat we doen als we ons verplaatsen van een "langzamer"- naar een "sneller"-netwerk - we maken de netwerkpijpen groter, zodat ze meer gegevens in dezelfde tijd kunnen vervoeren. Idealiter zouden we het altijd moeten hebben over het vergroten van de netwerk-"bandbreedte" of "doorvoer", maar deze termen komen niet altijd zo goed over bij gewone gebruikers.)

Op weg naar Gigabit -- Apple heeft de doorvoer van hun netwerkondersteuning in Macs regelmatig vergroot, beginnende met 230,4 kilobits per seconde (Kb/s) via LocalTalk. Daarna kwam 10 megabits per seconde (Mb/s) Ethernet, gevolgd door 100 Mb/s Ethernet (ook wel eens "fast Ethernet" genaamd) en nu 1000 Mb/s Ethernet, wat vaak "Gigabit Ethernet" genoemd wordt. 10 Gb/s Ethernet wordt gebruikt in sommige bedrijfsnetwerken en er zijn ontwikkelingen onderweg naar 40 Gb/s en 100 Gb/s Ethernet. Deze snellere smaken worden vooral gebruikt om gigabit Ethernet-netwerken aan elkaar te knopen zonder de algehele prestaties te hinderen.

(Terminologie te over in dit veld. 10, 100 en 1000 Mb/s Ethernet worden soms ook 10Base-T, 100Base-T en 1000Base-T genoemd, wat refereert aan onderliggende bekabelingsstandaarden. De T staat voor "twisted pair", wat refereert aan het gebruik van simpele koperbedrading, met regelmatige intervallen gedraaid om signaalverstoring te reduceren. Er zijn ook andere vormen van bekabeling, waarbij 10Base-2 refereert aan 10 Mb/s Ethernet via coaxiale kabels en er zijn ook een aantal 1000Base-X-standaarden die gigabit Ethernet dragen over glasvezelkabels.)

Als Apple de nieuwste soort Ethernet ondersteunt, is er meestal een vertragingstijd voordat de meeste gebruikers volgen. Hoewel Apple de Ethernet-controllers voldoende goedkoop kan inkopen om ze in de Macs te installeren, duurt het meestal een tijdje voordat andere apparaatfabrikanten de chips goedkoop genoeg kunnen inkopen om ze in te bouwen in switches, routers en andere netwerkapparaten voor prijzen die de meeste mensen zich kunnen veroorloven. En natuurlijk, als iemand een perfect functionerend 100 Mb/s-netwerk heeft, duurt het een aantal jaren van kopen van nieuwe Macs en andere netwerk-hardware voordat er voldoende apparaten op dat netwerk in staat zijn tot gigabit Ethernet. (Om helemaal duidelijk te zijn: je hebt op zijn minst twee computers op een netwerk nodig die gigabit Ethernet aankunnen voordat het de moeite en kosten waard is om je switches te upgraden!)

Toen we nog in Seattle woonden, hadden we een 10Base-2 Ethernet-netwerk, met vier plekken, verbonden door lange coaxiale kabels. Dit was toen logisch omdat 10Base-2 doorgelust ("daisy-chain") kan worden, waarbij elke computer verbonden kon worden met de volgende. (Zie "Bouw een Eenvoudig Ethernet Netwerk", 14-09-1998.) Op plekken waar we ook 10Base-T nodig hadden, voegden we een hub toe voor de omschakeling tussen de twee bedradingsstandaarden.

Toen we verhuisden naar Ithaca, bedraadde ik ons nieuwe huis met "twisted pair"-bedrading en gebruikte ik 100 Mb/s Ethernet-switches van Linksys om de drie verschillende delen van ons netwerk te verbinden (onze server-/wasruimte, mijn kantoor en het kantoor van Tonya). Dit werkte prima voor een aantal jaar, maar de laatste tijd had ik te maken met netwerkproblemen die het gemakkelijkst op te lossen waren door een of meer van de drie Ethernet-switches uit en aan te zetten. Verder realiseerde ik me dat drie van onze vier primaire Macs interne ondersteuning hadden voor gigabit Ethernet. Het was tijd geworden voor gigabit.

(Nog een andere opmerking. Hubs herzenden alle binnenkomende gegevens naar alle aansluitingen, wat minder efficiënt is dan wat switches doen, namelijk een toegewezen pad maken tussen twee aansluitingen en daarmee onnodige gegevens van de rest van het netwerk afschermen. Toen ik begon met het aanleggen van Ethernet-netwerken, kostten switches veel meer dan hubs, maar die prijsverschillen zijn al heel wat jaren geleden verdwenen door de vooruitgang in processors. Het is zelfs onduidelijk of hubs nog wel bestaan voor de moderne smaken van Ethernet. Als je er een tegen het lijf loopt, loop dan vooral door.)

Switchen -- De eerste stap was nieuwe gigabit Ethernet-switches te kopen om de aftakelende 100 Mbps Linksys-switches te vervangen. Ik koos voor de korte winkelpijn op Amazon.com, waar ik de gebruikersscores en besprekingen van switches uit dezelfde prijsklasse van D-Link, Netgear en andere fabrikanten kon vergelijken. Wanneer je die besprekingen leest, moet je goed letten op de punten die relevant lijken voor het door jou bedoelde gebruik. Uiteindelijk kocht ik drie identieke 5-poort gigabit Ethernet-switches van D-Link, de DGS-2205. Die kostten toen slechts $34,99, met daarbovenop nog kortingen van $10.

(Hoeveel poorten moet je switch tellen? Dat hangt af van het aantal apparaten die je op een bepaalde plaats wilt aansluiten. Vijf poorten volstaat gewoonlijk wel voor de meeste thuisnetwerken en kleine kantoren omdat je waarschijnlijk toch maar enkele apparaten bij elkaar zult hebben staan. Om meerdere plaatsen te verbinden, leg je één Ethernet-kabel naar de volgende switch. Algemeen gesproken verbind je beter goedkope switches op verschillende plaatsen met een enkele kabel dan meerdere kabels over grote afstanden naar één switch. Voor plaatsen met veel apparaten kun je switches met 8, 12 en 24 poorten kopen.)

Een klein pluspunt van deze specifike D-Link-switches, vooral dan omdat ze altijd ingeschakeld zijn, is dat ze minder stroom verbruiken omdat inactieve poorten niet onder stroom staan, voorzien in verschillende stroomvereisten voor verschillende Ethernet-kabellengtes, en de netadapters efficiënter zijn. In mijn tests gebruikt elke switch constant ongeveer 2,1 W, wat neerkomt op een kost van ongeveer 24 cent per maand. Dat is ongeveer 2/3 van het stroomverbruik van de oudere switches van Linksys. Sommige oudere goedkope gigabit-switches werden heel warm en waren zelfs voorzien van koelventilatoren.

De installatie van de gigabit Ethernet-switches verliep heel gemakkelijk: het volstond om de Ethernet-kabels van de oude Linksys-switches over te schakelen en de netadapters in het stopcontact te steken. Op twee van de D-Link-switches brandden de statuslichtjes groen om aan te geven dat de communicatie tussen mijn Power Mac G5 en MacBook, en met de MacBook Pro van Tonya, nu met gigabit-snelheid verliep.

De lichtjes op een van de D-Link-switches waren echter niet groen, maar oranje, wat erop wees dat de communicatie op die poorten tegen slechts 100 Mbps verliep. Bij twee van die drie lichtjes was dat normaal, aangezien de Power Mac G4 die onze interne server is, uitgerust is met een Intel Pro/100 Ethernet-kaart die alleen 100Base-T ondersteunt (zie "Ethernet aan een Power Mac toevoegen", 12-07-2004), en ons 802.11g-capable AirPort Extreme Base Station ook beperkt is tot 100Base-T.

Maar het derde oranje lichtje baarde me wel zorgen, omdat het te maken had met de kabel die verbonden was met een van de andere switches, en dat had moeten groen zijn voor een 1000Base-T-verbinding. Eerst was ik bang dat het probleem te wijten was aan de Ethernet-kabel voor buitenshuis gebruik die ik met veel moeite had uitgezocht en geïnstalleerd om mijn netwerk van de ene kant naar andere kant van het huis uit te breiden, maar door enkele kabels te verwisselen ontdekte ik snel dat het probleem lag bij een goedkope patchkabel die niet voldoende geleiders bevatte voor 1000Base-T. Nadat ik die kabel had vervangen door een betere, werd dat derde lichtje ook groen.

(Tijd voor nog een onderbreking. Zoals je net hebt gelezen, zijn niet alle twisted pair Ethernet-kabels gelijk. Heel oude kabels uit de vroege jaren '90 zijn misschien Category 3, doorgaans Cat3 genoemd, wat alleen geschikt is voor 10Base-T. Dit werd vervangen door Cat5-kabel, wat geschikt is voor snelheden tot 100Base-T en mogelijk ook werkt met gigabit Ethernet. Voor gigabit Ethernet gebruik je echter het beste Cat5e-, wat Cat5 heeft vervangen, of Cat6-kabels, en netwerkexperts hebben me gezegd dat Cat6 het beste is voor topsnelheden over grote kabellengtes. Hopelijk staat het type van de kabels die je al hebt op de kabel zelf aangegeven. Als je problemen vermoedt, schaf dan gewoon nieuwe Cat6-kabels aan. De maximale kabellengte is 100 meter, en korter is beter. Als je je huis of kantoor opnieuw inricht, installeer je het beste wachtleidingen met een touw erin zodat je later de kabel kunt doortrekken, samen met een ander touw. TidBITS-redacteur Rich Mogull heeft dat gedaan - om later te ontdekken dat een of andere aannemer het touw uit de helft van de leidingen had getrokken! Chuck Goolsbee van webhostingbedrijf digital.forest beveelt hier fish tape voor aan.)

Voor het volgende deel van het project is wat meer onderzoek nodig. Ik had een gigabit PCI-Ethernetkaart nodig voor de Power Mac G4, die kon werken met de ingebouwde drivers van Mac OS X Leopard. (Probeer waar mogelijk, Ethernetkaarten die hun eigen drivers nodig hebben te vermijden, want die worden misschien niet gelijktijdig met Mac OS X vernieuwd.) De laatste keer dat ik een Ethernet-kaart kocht voor de Power Mac G4 was een aantal jaren geleden. De website Accelerate Your Mac had toentertijd een handige pagina met meningen van lezers over PCI Ethernet-kaarten. Die pagina is er nog steeds en is juist nu uitermate handig. Ik kwam daar de TRENDnet TEG-PCITXR-kaart tegen, die met de ingebouwde Ethernet-drivers van Apple werkt. Tot mijn verbazing is deze kaart wijd en zijd verkrijgbaar voor minder dan $20. Ik heb de mijne voor $15,99 bij Newegg gekocht.

Ik heb de kaart in mijn Power Mac G4 geïnstalleerd en met het Netwerk-voorkeurenpaneel geconfigureerd, en het groene lampje dat bij de D-Link switch hoort, geeft aan dat mijn server nu met gigabit-snelheden werkt.

Nu blijft alleen het AirPort Extreme basisstation nog over, maar dat zorgt alleen maar voor draadloze verbindingen in huis en met de kabelmodem voor mijn internetverbinding, die met maximaal 4 Mbps downloadt en 750 Kbps uploadt. Upgraden naar een nieuw 802.11n AirPort Extreme Base station die ook gigabit Ethernet ondersteunt, of een vergelijkbare Time Capsule, heeft dus geen of weinig zin.

(Nog een laatste aantekening. Er is een probleem met de snelheid dat soms voorkomt bij gigabit Ethernet-netwerken en dat is wanneer je basisstation NAT gebruikt voor verbinding van het lokale netwerk (LAN) met het brede netwerk (WAN). Deze situatie komt vrijwel nooit voor want de meeste mensen hebben een relatief langzame breedband internetaansluiting op de WAN-poort. Maar als je internetverbinding snel is, bijvoorbeeld via een 30Mbps glasvezelkabel die hier en daar beschikbaar is, of als het basisstation niet direct met je breedband kabel- of DSL-modem verbonden is, dan kan de snelheid minder zijn. Dat komt omdat de meeste basisstations een relatief zwakke processor aan boord hebben, die NAT niet kan bijhouden wanneer die elk pakketje dat tussen het LAN en het WAN heen en weer gaat, bekijkt en herschrijft. Een van onze redacteuren, Glenn Fleishman, is erachter gekomen dat op een aantal wifi-basisstations (ook van Apple) die NAT draaien, het LAN/WAN-verkeer tot tussen 30 en 70 Mbps afgeknepen wordt, zelfs op netwerken die 980 Mbps tussen LAN gigabit-poorten aankunnen. Een goede oplossing is om slechts één apparaat de NAT-gateway te laten zijn, bij voorkeur een die direct verbonden is met de breedbandmodem. Als je nog betere prestaties wilt, kun je beter een computer gebruiken met twee Ethernet-adapters en IPNetRouterX van Sustainable Networks.)

De laatste loodjes -- Om je een indruk te geven welk verschil de overgang van 100 Mbps Ethernet naar 1000 Mbps Ethernet maakt, heb ik een bestand van 1,07 GB heen en weer gestuurd tussen mijn twee machines, zowel voor als na de upgrade. Ik heb de gewone bestandsdeling (Apple Filing Protocol, AFP) gebruikt en heb de tijd die nodig was voor het kopiëren, gemeten met de stopwatch van een iPod touch.

Via het 100 Mbps Ethernet duurde het tussen de 106 en 113 seconden om het bestand van 1,07 GB te kopiëren, oftewel 81 tot 87 Mbps. Dat is heel netjes als je weet dat er altijd wat extra netwerkactiviteit nodig is waardoor je de maximale bandbreedte van de verbinding niet haalt.

Ik deed dezelfde test met het gigabit Ethernet. Het kopiëren duurde nu tussen de 43 en 48 seconden, of 199 tot 213 Mbps. Dat is een goed stuk sneller, maar bij lange na niet de theoretisch haalbare 1000 Mbps. Nieuwsgierig geworden heb ik verdere testen gedaan.

De Link Rate test in IPNetMonitorX van Sustainable Softworks kwam met een schatting van meer dan 800 Mbps. Dit is veel dichter bij de theoretische limiet, maar werd bepaald door een berekening, in plaats van door het daadwerkelijk versturen van grote hoeveelheden gegevens. Testen uitgevoerd met FTP vanuit de commandoregel lieten resultaten zien die min of meer gelijk zijn aan die met AFP, waaruit weer blijkt dat AFP niet echt veel langzamer is dan de ingebouwde FTP-server en -client van Apple. Heel interessant was dat het eenvoudig dupliceren van een bestand in de Finder ongeveer even lang duurde als het versturen over het netwerk met mijn Power Mac G5 (en ongeveer tweemaal zo lang met de MacBook, wat ik niet kan verklaren) wat aangeeft dat ik waarschijnlijk ook tegen limieten van de harde schijf en het bestandssysteem aanloop.

Dus voor minder dan $125 kon ik de effectieve snelheid van mijn netwerk met een factor 2,5 verbeteren voor wat betreft het kopiëren van grote bestanden. Het zou mooi geweest zijn als ik een versnelling met een factor 10 had, maar voor zo'n prestatieverbetering zijn snellere harde schijven en netwerkprotocollen nodig.

Weet ook dat deze netwerkvernieuwing mijn internetervaring waarschijnlijk niet zal beïnvloeden, omdat die beperkt wordt door mijn internetverbinding en de servers waarmee ik verbinding maak. Alleen het vergroten van de lokale bandbreedte maakt geen of weinig verschil voor de internetprestatie.

Maar goed, ik ben blij met de halvering van de tijd die nodig is om grote hoeveelheden gegevens door mijn netwerk te pompen, want back-ups moeten vlugger gaan, het kopiëren van grote videobestanden niet meer zo tergend langzaam, schermdeling moet nu gladder lopen, en het werken met enorme Word-documenten op de server moet minder traag zijn. Dat is allemaal heel mooi en de kleine uitgave waard.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


TidBITS Volglijst: belangrijke software-updates, 31 maart 2008

  van de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>
[vertaling: LmR]

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Recente onderwerpen in TidBITS Talk, 31 maart 2008

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>
[vertaling: DPF]

[De discussies waarnaar verwezen wordt zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]

Vista Woes Redux -- De nieuwste online reclamecampagne van Apple heeft een aardige benadering: de Mac- en pc-karakters reageren op de banner advertentie aan de bovenkant van de pagina. (6 berichten)

Browser standards -- Lezers becommentariëren de pogingen van Microsoft om Internet Explorer 8 niet-standaard tags te laten gebruiken (en webontwikkelaars deze tags te laten gebruiken) in een poging om gebruikers voor Explorer te winnen. (2 berichten)

Have naughty posters invaded TidBITS? Een online filter blokkeert een aflevering van TidBITS Talk, maar welk woord was de oorzaak? (8 berichten)

devices not syncing calendar (etc) data reliably, any ideas? Is het synchroniseren van gegevens over het algemeen onbetrouwbaar, of is er een specifiek probleem? (4 berichten)

Un-junking TidBITS digests -- Thunderbird merkt berichten uit de digest van TidBITS Talk foutief aan als reclame, dus de vraag is hoe je aan kunt geven dat deze berichten in orde zijn? (6 berichten)

Software for Slideshow Presentations -- Een lezer is op zoek naar iets eenvoudigs dat een presentatie af kan spelen zonder dat de gebruiker daar invloed op heeft. (4 berichten)

Does Carbon Copy Cloner do a Smart Update when cloning? De laatste update voor CCC maakt zichtbaar wat er gebeurt tijdens een update, in het bijzonder wanneer je 'incremental' back-ups maakt. (4 berichten)

Fusion 1.1 & Time Machine -- Om te voorkomen dat een back-upschijf meteen vol raakt zorgt Fusion 1.1 er automatisch voor dat de schijfbestanden voor virtuele machines uitgesloten worden van back-ups met Time Machine. (2 berichten)

Updated Paste Plain Text AppleScript for Word 2008 -- Een lezer heeft vragen over het script van Joe Kissell waarmee je ongeformatteerde tekst kunt plakken in Microsoft Word 2008. (1 bericht)

AirPort Update Extends Time Capsule, Adds AirDisk Support -- De onverwachte mogelijkheid om met Time Machine back-ups te maken naar een schijf die aan een AirPort Extreme basisstation gekoppeld is lijkt voor een van onze lezers niet te werken. (2 berichten)

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse, en grondige besprekingen voor de Macintosh- en internet-gemeenschappen. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2008 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering