Previous Issue | Search TidBITS | TidBITS Home Page | Next Issue

TidBITS Logo

TidBITS#869, 5 maart 2007

Gedraagt je muis zich niet zoals je zou verwachten? Waarschijnlijk ligt dat niet aan de muis zelf, maar aan Mac OS X's acceleratiecurve, Apple veranderde die van Mac OS 9 naar Mac OS X - Parrish Knight legt uit wat er gaande is en hoe je je muis traint om je muisbewegingen beter te volgen. Ook vertelt Adam deze week over enkele verrassende bevindingen in internet-onderzoek en hij bekijkt Picnik, een website die bijna alle beeldbewerkingseigenschappen van iPod aanbiedt; Glen McAllister vindt lokale concerten met iConcertCal; en Glenn Fleishman viert de stopzetting van de rechtszaak tegen veiligheidsonderzoeker Randal Schwartz. Ook zien we de verschijning van Parallels Desktop Build 3186 (feitelijk versie 2.0), een veiligheidsupdate voor QuickTime, de beschikbaarheid van video- en audiobestanden van de sessies op Macworld Expo, en een nieuwe schatting van het aantal gebruikers van Mac OS X (22 miljoen!).

Artikelen

 

This issue of TidBITS sponsored in part by:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!!

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


Verhuizing van ExtraBITS naar TidBITS Publishing System

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: MSH]

Mensen die onze nieuwtjes lezen in ExtraBITS hebben deze week misschien enige veranderingen gemerkt. Als onderdeel van de grote revisie van onze ruggesteun, die we het 'TidBITS Publishing System' noemen, kunnen we nu artikelen in onze database beschikbaar maken op onze thuispagina (en in zoekopdrachten) voordat ze in een TidBITS-nummer verschijnen. In het verse verleden deden we dat door artikelen te plaatsen op een aparte blog die niet verbonden was met onze doorzoekbare artikelendatabase. Maar voordat we het nummer met deze artikelen publiceerden, verschenen ze niet in de zoekfunctie, en nadat we ze publiceerden, stonden ze twee keer op onze thuispagina (eenmaal in het nummer, eenmaal in ExtraBITS). Het was functioneel, maar niet elegant.

We werken ook aan een belangrijk herontwerp van onze website, maar totdat die klaar is, zullen titels van artikelen die nog niet verschenen zijn in een TidBITS-nummer nog verschijnen op onze thuispagina onder ExtraBITS. Ook heb ik de ExtraBITS RSS-feed verplaatst naar onze algemene RSS-feed, die nu de artikelen toont zoals ze in de loop van de week verschijnen, in plaats van pas nadat ze verschenen zijn. Als je regelmatig de ExtraBITS-webpagina controleert of deze artikelen ontvangt via e-mail, zal dit het laatste bericht zijn, en later zal ik het terugsturen naar de TidBITS-thuispagina.


QuickTime 7.1.5 repareert Panther, Tiger, XP, Vista Exploits

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>
[vertaling: MSH]

Apple heeft een update voor QuickTime uitgegeven voor Mac OS X 10.3.9 en later, Windows XP, en Windows Vista. QuickTime 7.1.5 repareert veel fouten, naast een fout die een kwaadaardig bestand in staat zou kunnen stellen een programma dat QuickTime toepast te laten 'crashen' of arbitraire code uit te voeren - wat vaak betekent dat er een mogelijkheid voor een aanvaller bestaat om controle over een computer te bemachtigen of tenminste 'malware' te installeren.

Veel bestandstypes zijn betrokken: 3GP-video's, MIDI-bestanden, oorspronkelijke QuickTime-films, afbeeldingen in het aloude PICT-bestandsformaat, en QTIF-bestanden. Apple's opmerkingen wijzen er op dat een gebruiker alleen maar een kwaadaardig bestand hoeft te openen, dat betekent dat websites gebruikt zouden kunnen worden om aanvallen te doen door QuickTime-documenten in het juiste formaat te wikkelen.

Er zijn geen meldingen van deze fout geweest. Een eerdere QuickTime-tekortkoming in verband met gebruik van JavaScript werd toegepast in MySpace. Apple beweert een tijdelijke correctie te hebben verschaft voor MySpace, maar het is niet duidelijk of die reparatie in QuickTime 7.1.5 zit


Parallels Desktop 2.0 is uit

  door Joe Kissell <joe@tidbits.com>
[vertaling: JG]

Parallels heeft de officiële update van Parallels Desktop uitgebracht, de virtualisatiesoftware die begon met publieke bètatesten begin december 2006. Het is verwarrend dat het bedrijf geen normale versienummers gebruikt, (zoals deze "2.0", in conventionele termen), maar de nu verkrijgbare Build 3186 is de eerste versie na Build 3036 drie maanden geleden, die het bedrijf als een volledige, niet-bèta-uitgave beschouwt. (Parallels zet het bouwnummer op de downloadpagina.)

Parallels heeft geen grote nieuwe eigenschappen toegevoegd sinds we de vorige keer schreven over de bètaversie (zie "Parallels Desktop verhoogt de inzet", 2006-12-04), maar het bedrijf heeft de eigenschappen die toen toegevoegd waren verbeterd en gerepareerd. Een van de nieuwe eigenschappen die ik toen problematisch noemde, was ondersteuning voor het draaien van een exemplaar van Windows geïnstalleerd op een Boot Camp-partitie rechtstreeks binnen Parallels; heen en weer schakelen tussen de twee manieren van het draaien van Windows leidde eerder tot herhaalde verzoeken om Windows opnieuw te activeren. Nu zou het verzoek tot opnieuw activeren op z'n hoogst een keer plaats moeten vinden.

Een van de talloze andere nieuwe eigenschappen is 'Coherence', een modus waarbij vensters van Windows-applicaties zich mengen tussen die van Mac-applicaties, en zelfs individuele iconen in het Dock krijgen; 'Transporter', een gereedschap voor het verhuizen van een bestaande installatie van Windows op een PC naar Parallels; USB 2.0-ondersteuning; een eenvoudig te gebruiken Installation Assistant; en het mogelijkheid bestanden en mappen tussen Windows en Mac OS X te kopiëren via drag-and-drop. Grafische prestatie is verbeterd, maar Parallels biedt nog geen 3D grafische ondersteuning aan, wat betekent dat voor nu gebruikers nog steeds Boot Camp moeten gebruiken om grafisch intensieve spelletjes te spelen, of de bètaversie van Fusion moeten gebruiken, de virtualisatiesoftware van VMware, die 3D-ondersteuning heeft.

De nieuwe versie van Parallels Desktop is een gratis update voor geregistreerde gebruikers, te verkrijgen via het Check for Updates-commando in het Helpmenu van de applicatie of door het met de hand te downloaden. De installer is 58 MB en kan functioneren als een 15-dagen gratis proefversie voor mensen die het programma nog niet gekocht hebben. Parallels Desktop is $80, maar lezers van "Take Control of Running Windows on a Mac" ontvangen een korting van $10. De huidige versie van dat boek bevat de nieuwe eigenschappen in Parallels al, omdat het uitgegeven is nadat het bètatesten begonnen was.


Nieuwe interviews met Adam en Joe

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: JG]

Luister naar de nieuwste podcast-gesprekken met TidBITS-redacteurs! Op Macworld Expo sprak Adam over de aankondigingen van de show met gastheer Harris Fogel van Mac Edition Radio, en meer recent sprak Joe met Gene Steinberg van Tech Night Owl Live (hij zit in het derde deel van de 01-Mar-07 show).


22 miljoen Mac OS X-gebruikers

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>
[vertaling: JG]

Wij vragen ons vaak af met hoeveel we precies zijn. Hoewel Apple zo nu en dan het aantal actieve Mac OS X-gebruikers meldt, is het een tijdje geleden sinds de laatste update. Acht maanden geleden in augustus 2006 op de Worldwide Developers Conference van Apple, zei Steve Jobs dat er 19 miljoen actieve Mac OS X-gebruikers waren. Keith Bachman, een analist bij Bank of America Securities, noemt nu een groter aantal in een AppleInsider artikel: 22 miljoen gebruikers van alle versies van Mac OS X. Bank of America Securities schat een toename van 6 miljoen Mac-gebruikers sinds de uitgave van Mac OS X 10.4 Tiger in juni 2005. Het is ook hoogst waarschijnlijk dat er ongetelde miljoenen gebruikers zijn die nog steeds Mac OS 9 en eerder gebruiken.


Macworld Expo-sessies verkrijgbaar

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>
[vertaling: JG]

Op Macworld Expo in januari gaf ik een lezing genaamd "Graduate from iMovie to Final Cut Pro" als onderdeel van de Gebruikersconferentie. Ik dacht dat het vrij goed ging, vooral omdat spreken in het openbaar mij niet echt ligt (maar ik werk er aan).

Toen ik wilde vertrekken vroeg iemand mij of de presentatie online verkrijgbaar zou zijn (en sorry, ik heb je naam niet onthouden en ik hoop dus dat je dit leest). Mijn plan was om mijn Keynote-bestand te exporteren als film, het in GarageBand te zetten en de sessie opnieuw te doen als 'voice-over', die je dan zou kunnen downloaden. Jammer genoeg heb ik de tijd nog niet gehad om dat te doen, maar het hoeft niet meer.

De mensen van IDG zijn een nieuwe service begonnen genaamd Macworld Encore, waar je individuele sessies kunt downloaden als iPod-compatibele QuickTime video- of audiobestanden. De sessies zijn niet gratis, maar ze zijn vrij redelijk: de Gebruikersconferentiesessies (inclusief de mijne) kosten elk $5; de gehele dag durende Power Tools-conferenties kosten $30; Mac IT-sessies kosten $7 per stuk; Market Symposiums kosten $15; en de Hands-on Mac Labs kosten $10. (Een DVD-ROM die alles bevat is verkrijgbaar voor $300.)

Mijn sessie bevat de audio (en het lijkt erop dat ze de feedback waar we meteen in het begin mee te kampen hadden, hebben verwijderd) plus alles wat op het scherm vertoond werd.

Als je aanwezig was bij een van de betaalde conferenties en het was niet mogelijk om aanwezig te zijn bij een sessie waar je geïnteresseerd in was, is dit een goedkope manier om die te verkrijgen; en als je geheel niet in staat was de Macworld Expo te bezoeken zijn een paar individuele downloads veel goedkoper dan een reis naar San Francisco.


DealBITS-winnaars: docXConverter Premium van Panergy

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: RAW]

De felicitaties zijn voor Paul Schreiber van paulschreiber.com and Derrick Yamaura van axionet.com. Hun inzendingen werden willekeurig getrokken in de DealBITS-verloting van vorige week en zij ontvingen een exemplaar van docXConverter Premium van Panergy ter waarde van $29,95. Alle deelnemers krijgen 20 procent korting op docXConverter. Met dank aan de 488 mensen die deelnamen aan deze DealBITS-verloting en we hopen dat jullie in de toekomst ook blijven deelnemen!


Beveiligingshacker weer tot leven gebracht

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>
[vertaling: RAW]

Randal Schwartz was nieuwsgieriger dan goed voor hem was. Als consultant bij Intel in Oregon begin jaren 90, prikte en viste hij een beetje te veel, vooral om te laten zien hoe slecht gekozen en dus hoe zwak veel accountwachtwoorden waren in de groepen waar hij voor werkte. Schwartz is het best bekend als expert in de programmeertaal Perl, die uitgebreid gebruikt wordt in webprogramma's, naast het later gearriveerde PHP. (Grote stukken van TidBITS worden trouwens aangedreven door Perl.)

Veel systeemadministrateuren zien het bepalen van de sterkte van wachtwoorden als een van de vele testen die moeten verzekeren dat een netwerk en de daaraan gekoppelde computers bestand zijn tegen infiltratie en verzwakking. Maar onenigheid over de manier waarop Schwarz zijn wachtwoord-kraaktesten draaide en de toestemming die hij daarvoor had, leidde ertoe dat hij door Intel werd ontslagen, aangeklaagd voor een computermisdaad onder de wetten van Oregon en veroordeeld voor drie misdrijven. Hij moest ook een genoegdoening betalen aan Intel en een grote berg juridische kosten, honderdenduizenden dollars in totaal.

Deze veroordelingen zijn nu ongedaan gemaakt, en dat wil ik graag doorvertellen. Op 1 februari 2007 beval een gerechtshof dat vanwege "de omstandigheden en het gedrag van de beklaagde sinds de veroordeling" en zijn vervulling van alle provisies die van hem gevraagd werden, zijn veroordeling en arrestatie uit de boeken geschrapt zullen worden. Zoals het vonnis het formuleert: "de beklaagde... zal beschouwd worden als niet voorheen berecht of gearresteerd".

De veroordeling was een karikatuur van rechtvaardigheid, en ik ben er niet zeker van dat deze stand zou hebben gehouden in het Hooggerechtshof van Oregon of nog hogere instanties. De rechter merkte in een deel van de rechtszaak op dat de wet het veranderen van de achtergrondkleur van een computerscherm als een misdrijf leek te beschouwen. (Een beroep in 2001 resulteerde in een gemengd resultaat). En ik geloof niet dat er sindsdien nog iemand in Oregon is vervolgd op zelfs maar vagelijk dezelfde manier.

De PDF van de uitwissingsuitspraak staat op de Friends of Randal Schwartz site, die uitgebreide archieven heeft van publieke uitspraken over de zaak door de betrokkenen, die het aardig duidelijk maken dat Intel de zaak stuurde en dat Schwartz gedeeltelijk werd veroordeeld op basis van een conversatie met de politie die plaatsvond terwijl zijn huis werd doorzocht.

Schwartz heeft nooit beweerd dat hij zich slim heeft gedragen in de zaak. De politie las hem zijn rechten voor tijdens de bijna-overval op zijn huis en hij sprak zonder dat er een advocaat aanwezig was. Hem was meermalen gevraagd om geen kraaksoftware te draaien en om software waarmee hij voor verschillende doeleinden toegang op afstand kon krijgen uit te zetten. En hij wachtte zo lang met het rapporteren van de zwakke plekken die hij vond, dat het leek alsof hij iets verborgen hield.

Maar ik houd al een tijdje vol dat de vervolging eigenlijk een farce was. Schwartz had geen criminele bedoelingen en de "genoegdoening" die hij aan Intel betaalde was voor het repareren van problemen die al bestonden voordat hij ze aantoonde. Intel zou trouwens flinke schade geleden hebben als criminele hackers toegang hadden gekregen tot hun systemen; ze hadden eerder een bonus moeten betalen aan Schwartz in plaats te proberen om hem in de nor te krijgen.

Schwartz heeft nooit in de gevangenis gezeten. De rechter in zijn zaak was hem opvallend goed gezind, maar had zich toch te houden aan de bestaande wetten. Maar Schwartz was, tot een paar weken geleden, een misdadiger, en dat is een zwaar kruis om te dragen in de wereld na 9/11. De mogelijkheid voor Schwartz, een internationaal erkende expert in een programmeertaal, om te werken op bepaalde overheids- en bedrijfscontracten was beperkt en reizen buiten de Verenigde Staten was behoorlijk moeilijk.

Ik ontmoette Schwartz op de eerste Mac Mania cruise van Geek Cruises, een fantastische week, doorgebracht met veel Mac-schrijvers die ik al lang kende of wilde ontmoeten, en een uitstekende groep deelnemers. Schwartz is met iedere Geek Cruise meegeweest, het is nu een soort roeping voor hem geworden, iets dat ik per toeval bevestigd zag tijdens de Macworld Expo door algemeen directeur en "Kapitein" Neil Baumon, die de conferentiereeks organiseert.

Op de laatste dag van de cruise, tijdens het wachten op het teken om te ontschepen, zat Schwartz in de lounge waar we draadloos toegang hadden tot een trage internetverbinding aan mensen uit te leggen dat ze hun wachtwoorden zonder encryptie over het draadloze netwerk aan het versturen waren: hij gaf ze een stukje van hun wachtwoord om het te bewijzen. Het was een verrassende alarmbel voor de aanwezigen en een ironische herinnering aan wat uiteindelijk tot zijn problemen had geleid.

Een paar jaar geleden vroeg Schwartz me of ik, met een aantal andere mensen, een brief wilde schrijven aan de toen aftredende gouverneur van Oregon met een verzoek om gratie. Daarin beschreef ik het consequent eerlijke gedrag van Schwartz, de bereidwilligheid om zijn tijd te besteden aan anderen en het feit dat hij zich keurig had gehouden aan de eisen die hem waren gesteld bij zijn veroordeling. De gouverneur weigerde gratie te geven, maar zoals ik toentertijd schreef, had Schwartz aantoonbaar nooit de bedoeling gehad om schade te veroorzaken, alleen om de veiligheid te verbeteren, en hij had alleen fouten gemaakt door het overtreden van bedrijfsregels. Er was bovendien nooit enig bewijs (helaas was dat ook niet nodig voor het recht in Oregon) dat Schwartz informatie had bemachtigd die hij niet zou mogen hebben.

Ik ben dolblij dat Schwartz nu geen veroordeling meer heeft. Ik schreef dit artikel deels om het nieuws te verspreiden, deels om te laten zien hoe gemakkelijk het kan zijn om te worden aangeklaagd en veroordeeld voor een computermisdrijf voor handelingen die tijdens uitvoering niet problematisch lijken, en deels om deze samenvatting bij Google gearchiveerd te krijgen, zodat Schwartz zijn naam eerder met de afwezigheid van een veroordeling dan met de aanwezigheid ervan geassocieerd wordt.


Lessen over internet-enquêtes

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: RAW, DPF]

We hebben de resultaten van onze lezersenquête binnen zien rollen, met tot zover meer dan 2800 inzendingen. Je kunt nog steeds deelnemen, maar ik kan al aardig voorspellen hoe je zult stemmen, gebaseerd op de huidige antwoorden. Eigenlijk zijn de percentages van sommige antwoorden stabiel gebleven sinds de eerste paar uren van de enquête.

Dit feit (dat niet veel gegevens nodig zijn om nauwkeurige conclusies te kunnen trekken) gaat in tegen het sterk aanwezige geloof bij veel enquêteprofessionals dat een groot aantal antwoorden nodig is. Een van de belangrijkste criteria om een federale financiële ondersteuning te krijgen, is dat een voorgestelde enquête een hoog percentage inzendingen voorspelt. Peilers die in de media snelle peilingen uitvoeren melden zelden het percentage antwoorden, omdat het zo laag is. Maar volgens Dr. Jon Krosnick van Stanford University blijkt dat geloof niet te kloppen, en dat is iets waar onderzoekers zich maar net bewust van beginnen te worden.

Dr. Krosnick gaf vorige week een lezing in een serie georganiseerd door het Enquête-onderzoeksinstituut van Cornell University, en hoewel Tonya en ik ons enigszins misplaatst voelden in een zaal vol wetenschappers, waren we blij verrast toen het verhaal van Dr. Krosnick onderhoudend en toegankelijk bleek, zelfs voor degenen die geen officiële opleiding in enquêteren of statistiek hadden gevolgd. Al je erg geïnteresseerd bent in het onderwerp, kun je naar de lezing luisteren (26,6 MB MP3). Voor alle anderen leek het me goed om een snel overzicht te geven van de niet voor de hand liggende conclusies die Dr. Kosnick trok en nog een paar andere feiten die interessant zijn voor iedereen die wel eens gevraagd is om een enquête in te vullen, persoonlijk, via de telefoon of op het internet.

  1. Telefonische enquêtes zijn geen goede vervanging voor interviews die persoonlijk worden afgenomen. Ze zijn gemeengoed geworden door hun lage kosten: tussen de $1,50 en $6,00 per minuut per beantwoorder, vergeleken met tot 1.000 dollar voor een uur durend interview, als je het inhuren en trainen van de interviewers, reistijd, enzovoort meerekent. Maar naar een aantal maatstaven, blijken telefonische enquêtes aanzienlijk minder nauwkeurig te zijn dan rechtstreekse interviews.
  2. En terwijl telefonische enquêtes al niet fantastisch zijn, hebben per post opgestuurde, papieren vragenlijsten nog meer last van onnauwkeurigheid. Het idee is dat mensen te snel door vragenlijsten heenhollen, waardoor ze minder nauwkeurig worden (in een vergelijking van telefoon versus vragenlijst waarin piloten gevraagd werd over gevaarlijke ervaringen, gaven de piloten die de papieren enquête invulden aan dat hun antwoorden minder nauwkeurig waren dan degenen die via de telefoon waren ondervraagd, en ze herinnerden zich minder gevaarlijke incidenten). De aantrekkingskracht van papieren enquêtes is dat ze goedkoop zijn, maar het blijkt dat als de "Dillman-methode" van het versturen van herinneringen en meerdere kopieën wordt gebruikt, het verschil in kosten met telefonische enquêtes minimaal wordt.
  3. De derde les is al duidelijk - een lage reactiegraad is niet zo'n groot probleem als ik voorheen dacht. Dat is een goede zaak, omdat Dr. Krosnick opmerkte dat de reacties op telefoononderzoek drastisch in aantal afnemen; hij heeft een bepaald continu doorlopend onderzoek waarbij de reactie zo'n half procent per maand daalt.
  4. Computer-gebaseerde onderzoeken blijken veel accurater te zijn dan telefoononderzoeken, misschien omdat mensen onbewust computers humaner vinden dan een vreemdeling aan de telefoon. Bovendien bieden computer-gebaseerde onderzoeken de mogelijkheid om na te denken over de vraag zonder dat dat een onaangenaam moment van stilte met zich mee brengt. Er zijn ook mensen die denken dat antwoorden eerlijker zijn wanneer er niet direct met een ander persoon gesproken wordt. De les is dat internet-onderzoeken al zeer winstgevend zijn, en ze zullen alleen nog maar meer de rol overnemen van telefoon- en andere onderzoeken.
  5. Het probleem met de meeste internet-onderzoeken is dat ze zelden representatief zijn. Veel bedrijven die zich bezig houden met internet-onderzoek zoeken hun respondenten op een dusdanige manier dat ze niet echt willekeurig zijn. Schijnbaar is er maar een internet-onderzoeksbedrijf dat echt representatief onderzoek doet - een bedrijf met de naam Knowledge Networks. In een test met een aantal vergelijkbare bedrijven, waarvan één bekend telefoon-onderzoeksbedrijf, bleken de resultaten van Knowledge Networks veel beter te zijn. Veel andere bedrijven steunen op mensen die geld willen verdienen met deelname, en zoals met veel andere zaken op internet is het eenvoudig voor deze mensen om bijvoorbeeld de voorkeur te geven aan lucratievere onderzoeken. Helaas zijn goed uitgevoerde internet-onderzoeken ongeveer even duur als telefoon-onderzoeken, hoewel het er op lijkt dat de kosten omlaag gaan.

De conclusie van een beginner -- Wij vonden de presentatie van Dr. Krosnick fascinerend, en hoewel we geen tijd hadden om met hem te praten na de vraag-en-antwoord-sessie, konden we wel wat conclusies trekken over de internet-onderzoeken die we vaak zien.

Allereerst is er geen discussie over mogelijk dat willekeurigheid ideaal is, maar het verschil is niet groot. Wanneer je een vraag hebt waarbij de antwoorden relatief ver uit elkaar liggen (zoals de leeftijd van TidBITS-abonnees), kun je daar bruikbare conclusies uit trekken zonder dat je je er zorgen over hoeft te maken dat een zelfgekozen selectie erg scheef zal zijn. Onderscheid maken tussen antwoorden die slechts tienden van procenten uit elkaar liggen zal echter niet mogelijk zijn.

Ten tweede maakt het weinig verschil wanneer het antwoordratio niet al te hoog is. We hebben dan misschien een antwoordratio van minder dat 10 procent in het onderzoek, maar de gewonnen accuraatheid door een groter aantal respondenten is de moeite nauwelijks waard. Hoe smal je onderzoeksgrootte mag zijn is niet helemaal duidelijk, maar enkele getallen zijn niet het grootste probleem.

Als laatste zijn stemonderzoeken op internet anders dan politieke stemonderzoeken. De toekomst wordt niet voorspeld, en er wordt ook weinig invloed uitgeoefend op mogelijk stemgedrag. Ik kan niet goed onder woorden brengen waarom dit onderscheid belangrijk is, maar het heeft te maken met het doel van het onderzoek. Wanneer ik onderzoek welk percentage TidBITS-lezers regelmatig computerspellen speelt (28 procent) kan ik die informatie gebruiken om te bepalen wat voor soort artikelen ik ga schrijven, maar de vraag of ik wel of niet een artikel ga schrijven over spelletjes heeft geen invloed op de keuze van mijn lezers om te stoppen met spelen of er juist mee te beginnen. Vergelijk dat met onderzoeken die vragen naar het stemgedrag; het is mogelijk dat jouw stemgedrag anderen beïnvloedt.

In dat laatste punt ligt volgens mij het antwoord op de teruglopende respondentenaantallen besloten. Onderzoeken kunnen hinderlijk zijn, of slecht getimed, maar het is over het algemeen een niet al te grote opgave om ze af te ronden, want ze kunnen gezien worden als een manier om de wereld je mening te laten weten. Het is dezelfde reden waarom ik klantenkaarten gebruik bij supermarkten: ik weet dat ze mijn aankopen bijhouden, en ik wil dat ze weten dat ik vooral biologisch voedsel koop. Dus: de volgende keer dat je mening gevraagd wordt, zie het als een manier om mee te tellen, en misschien de wereld iets meer te duwen in de richting die jij wilt.


iConcertCal: Concertgezelschap

  door Glen McAllister <glen.mcallister@gmail.com>
[vertaling: DPF]

Tot voor kort was ik geen regelmatige bezoeker van de Mac OS X Downloads page van Apple, maar ik kom er nu vaker. Reden: een slimme iTunes plug-in met de naam iConcertCal die ik daar vond. Dit programma genereert een gepersonaliseerde kalender van concerten gebaseerd op artiesten in je iTunes bibliotheek en de plaats waar je woont.

Na het installeren van de plug-in en het opnieuw starten van iTunes verschijnt iConcertCal als een alternatief voor de normale iTunes visuele effecten. Kies Weergave > Visuele effecten > iConcertCal, en activeer Visuele effecten door te kiezen voor Weergave > Visuele effecten tonen (of druk op Commando-T). Klop je stad en land in, en een straal in mijlen waarbinnen je wilt zoeken (het is niet meteen duidelijk dat je in die velden kunt typen, maar het kan).

Zodra iConcertCal je locatie weet genereert de plug-in - in iTunes zelf - een iCal-achtige concertkalender van optredens bij jou in de buurt. Wat echt handig is dat het alleen concerten laat zien van artiesten die in je iTunes bibliotheek zitten. De kalender is gebaseerd op informatie van sites als JamBase en wordt wekelijks bijgewerkt. Wanneer je op een concertlink klikt in de lijst van komende concerten of in de kalender zelf kom je op de site van JamBase terecht. Wanneer je op Commando-T klikt kom je weer terecht in de normale weergave van iTunes.

Wanneer je geïnteresseerd bent in concerten van artiesten waarvan je de muziek nog niet hebt kun je iConcertCal instrueren om verder te zoeken door deze artiesten in te kloppen in een tekstbestand met de naam "iConcertCalOtherBands.txt" in ~/Library/iTunes/iConcertCal (één artiest per regel). Het is echter logischer dat je muziek hebt van artiesten die je niet live hoeft te zien - daarom is het handig om een afspeellijst te maken voor artiesten die je wel live wilt zien met de naam "iConcertCal".

iConcertCal kan natuurlijk niet beter zijn dat de site waar de gegevens vandaan komen, en die is helaas niet altijd goed. JamBase was niet in staat om een concert te tonen waar ik heen wil - The National in de London Astoria op 22 mei 2007, en dit is niet echt een klein concertje. Je kunt echter op JamBase artiesten en concerten toevoegen, en wanneer de webmaster van de site ze accepteert, zullen ze ook binnen iConcertCal getoond worden. Zo kun je een goed programma nog veel beter maken.

[Toen ik het artikel van Glen redigeerde, heb ik gekeken hoe goed het toevoegen van een artiest op JamBase werkte, en ik moet zeggen dat dat vrij goed gaat. Dus ik hoop dat JamBase gaat beginnen met het brengen van gegevens over mijn huidige favoriete jazzgroep, Dave's True Story uit New York City. -Adam]

iConcertCal is een universal binary die Mac OS X 10.3 of later vereist, samen met de laatste versie van iTunes (dat wordt tenminste aangemoedigd). Er is ook een Windows-versie. Je kunt de installer van 340K downloaden van de Mac OS X Downloadspagina, of de eigen pagina van het product. Het is gratis, maar je kunt via PayPal donaties geven aan de maker (op de iConcertCal-site). Ik heb dat al gedaan!

[Glen McAllister is 'busker' (straatmuzikant) met licentie bij de London Underground, en freelance IT consultant.]


Picnik dupliceert iPhoto op het web

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: TK]

Om een indruk te krijgen van wat tegenwoordig allemaal kan in een webapplicatie, moet je Picnik eens uitproberen. Picnik is een online fotosite die - bijna precies - dezelfde set bewerkingsmogelijkheden biedt als iPhoto van Apple, en enkele van de deelmogelijkheden van iPhoto. In zijn tabblad Edit biedt Picnik gereedschap voor automatische correctie, roteren, bijsnijden, afmetingen veranderen, belichting aanpassen, kleuren bijregelen, beelden scherper maken, en verwijderen van het rode-ogeneffect. Er is ook een tabblad 'Creative Tools' met speciale effecten zoals een foto in zwart/wit of sepia omzetten, kleuren benadrukken, beeld verzachten, en een mat- of vignet-effect toepassen. De bedieningen zijn voor de hand liggend en gebruiksvriendelijk, en Picnik biedt daarbij ook nog eens onbeperkte herstelmogelijkheden. Je bent niet eens beperkt tot het browservenster; klik op de Picnik-naam in de bovenste linkerhelft van het venster om Picnik het volledige scherm te laten innemen.

Je kunt foto's importeren van je account bij de online fotodeelsite Flickr, van je computer, van om het even welke website, van Yahoo of Flickr-zoekopdrachten, en zelfs van een webcam. En wanneer je klaar bent met bewerken, kun je je foto's bewaren op Flickr, naar iemand verzenden via e-mail, bewaren op je Mac, e-mailen naar een website (nuttig om te delen met Ceiva-beeldframes; zie "Ceiva en de Mac", 2005-02-14, voor meer informatie hierover), of de foto afdrukken op je eigen printer. Ik zie nog geen opties om afdrukken te bestellen bij een winkel, maar misschien gaan zij ervan uit dat je dat voorlopig doet via Flickr en hun afdrukpartner QOOP.

(Om Picnik aan de praat te krijgen met een iSight-camera, Control-klik of rechtsklik je in het Picnik-venster, kies je Settings, klik dan op de kleine videocamera aan de rechterkant van de onderste pictogrammen, waarna je USB Video Class Video voor een interne iSight-camera of IIDC FireWire Video voor een externe iSights in het pop-upmenu kunt kiezen; soms lukt dit pas na enkele pogingen.)

Het leukste aan Picnik? De schattige berichtjes, zoals "Hemel aan het schilderen" of "Boterhammen aan het smeren", die verschijnen wanneer een opdracht lang duurt. Goed idee.

Picnik presteert heel goed en voor mij deed Picnik het heel goed binnen OmniWeb. Het heeft OmniWeb wel één keer doen crashen, maar het is ten slotte nog een bèta. Picnik beveelt Mac OS X op een Mac met minstens een 1 GHz-processor aan; een relatief recente webbrowser en Adobe Flash 9 zijn ook vereist.

In de bètafase is Picnik gratis, en zij beloven dat de basisbewerkingsmogelijkheden gratis zullen blijven. Er komt dan wel een betaalde premium-versie met geavanceerde bewerkingen, meer gereedschappen, en extra eigenschappen. Ik vermoed dat de meeste Mac-gebruikers voorlopig iPhoto gemakkelijker en krachtiger zullen vinden dan Picnik, aangezien iPhoto een volledige en in Mac OS X geïntegreerde applicatie is. Maar de nauwe integratie van Picnik met Flickr kan het wel eens interessanter maken voor wie veel werkt met Flickr, en het is mogelijk dat Picnik veel sneller dan iPhoto kan evolueren omdat het een webapplicatie is - Apple brengt ongeveer één update per jaar uit van iPhoto.


Muisacceleratieprobleem van Mac OS X

  door Parrish S. Knight <psknight@verizon.net>
[vertaling: TK, LmR]

Hoe fantastisch Mac OS X ook mag zijn, het heeft ook een ernstig nadeel dat onmiddellijk nadelige gevolgen kan hebben op de bruikbaarheid van de computer: de manier waarop het de beweging van de muis omzet in beweging van de aanwijzer. Voor veel gebruikers voelt de beweging van de muis onnatuurlijk aan door de vreemde manier waarop Mac OS X die beweging omzet. In vaktermen wordt dit de "muisacceleratiecurve" genoemd. Wat is een muisacceleratiecurve, en op welke manier is de implementatie ervan problematische onder Mac OS X?

Speedy Gonzales -- Muisbewegingen kunnen niet één-op-één worden omgezet in een aanwijzerbeweging. Als we dat wel zouden doen, zou je de muis 43 cm over je tafel moeten verplaatsen om de aanwijzer over de diagonaal van 17-inch beeldscherm te laten bewegen. Dat zou bijzonder onpraktisch zijn omdat je dan veel plaats zou moeten hebben voor de muis, en je arm zou heel snel vermoeid raken. (Of anders zou je de muis voortdurend moeten opnemen en weer neerzetten, wat je ook niet lang zou volhouden, al zou het mogelijk wel leuk zijn om te observeren.)

Kun je compenseren door de verhouding zodanig te veranderen dat de aanwijzer bijvoorbeeld 3 cm beweegt voor elke cm die de muis beweegt? Dan ruil je het ene probleem gewoon voor het andere. Bij de meeste beeldschermen bijvoorbeeld, zelfs bij de lagere resoluties, zit er doorgaans ongeveer 6,4 mm tussen de middelpunten van de knoppen om een venster te sluiten en minimaliseren bovenaan een standaardvenster (bij hogere resoluties wordt dat zelfs nog minder). Met een muisaanwijzer/muis-verhouding van 3:1 zou je je muis dan 3,2 mm moeten bewegen, niet meer en niet minder, om van het middelpunt van de sluitknop naar het midden van de minimaliseerknop te gaan. Dat is ongeveer de dikte van drie kredietkaarten. Zo precies een muis verplaatsen is moeilijk voor de meeste mensen, en als je dit regelmatig moest doen, zou de computer moeilijk te gebruiken zijn. Een eenvoudige "X:1" acceleratieverhouding kan dus niet omdat als X te klein is, je nog altijd veel plaats nodig hebt om de muis in te bewegen, terwijl als X te groot is, je de aanwijzer niet meer nauwkeurig kunt verplaatsen.

De oplossing is dat het besturingssysteem beide concepten gebruikt: een grotere X:1-verhouding voor snelle muisbewegingen zodat de gebruiker de aanwijzer snel over het scherm kan laten bewegen met een beperkte verplaatsing van muis, en een kleine X:1-verhouding voor trage muisbewegingen zodat de gebruiker de aanwijzer nauwkeurig kan verplaatsen zonder daarom de muis met even veel nauwkeurigheid te moeten bewegen.

Deze oplossing biedt het beste van beide werelden voor de gebruikers. Wanneer een gebruiker de muis heel traag verplaatst - bijvoorbeeld bij detailwerk zoals het retoucheren van een foto - kan de verhouding muis-aanwijzer 1:1 zijn (of zelfs kleiner dan 1:1), en zijn nauwkeurige bewegingen mogelijk. Andersom, als de gebruiker de muis dan sneller beweegt, om naar de andere kant van het scherm te springen, verandert de X:1-verhouding op dynamische wijze, en wordt ze groter naarmate de gebruiker de muis sneller beweegt, tot het andere uiteinde van de X:1-verhouding is bereikt, wat wel 9:1 of 10:1 kan zijn. Ten slotte, naarmate de gebruiker de muis instinctief langzamer begint te verplaatsen omdat de aanwijzer bij het doel komt, keert het besturingssysteem het proces om, en vergroot de verhouding opnieuw zodat de gebruiker de aanwijzer precies op de gewenste plek kan brengen. (De wiskunde hiervoor is aan de ingewikkelde kant. Je zult je muis nooit meer op dezelfde manier bekijken.) Het hele proces maakt het mogelijk voor de gebruiker om met een kleine muisbeweging de aanwijzer te verplaatsen van de linkerbovenhoek van de foto die hij retoucheert naar de linkeronderkant van het scherm naar een pictogram in de rechterbovenkant van het scherm.

Als je een X-as en een Y-as op millimeterpapier tekent - herinner je je nog de lessen algebra op school? - met X voor de snelheid van de aanwijzer en Y voor de snelheid van de muis, en dan de omzetverhouding op die grafiek overbrengt, krijg je een kromme, die eerst snel naar boven gaat, dan vlak wordt naarmate X groter wordt. Deze lijn wordt de "muisacceleratiecurve" genoemd.

Haarspeldbochten -- Wat scheelt er nu aan de muisacceleratiecurve van Mac OS X? In eenvoudige bewoordingen: de vorm is verkeerd. Voor een natuurlijke muisbeweging (ten minste voor de meeste mensen), moet de curve eerst niet te snel te stijgen, en geleidelijk afvlakken naarmate X groter wordt. De curve van Mac OS X gaat van in het begin echter al te snel omhoog, blijft te lang te snel omhoog gaan, en vlakt dan te plots af. In de praktijk betekent dit dat vaak, wanneer een gebruiker met de muis de aanwijzer van punt A naar punt B wil verplaatsen, de aanwijzer eerder traag lijkt te bewegen. De gebruiker probeert dan die traagheid te compenseren door de muis sneller te bewegen, waardoor de aanwijzer plots over het scherm vliegt en punt B voorbijschiet. Een comfortabele en nuttige curve heeft eigenlijk de vorm van een curve, maar die curve van Mac OS X is eigenlijk eerder een klif.

Dit is niet altijd al zo geweest. Onder Mac OS 9 en vroeger was de curve anders en hadden we een natuurlijker muisgedrag. Op een bepaald moment, om een of andere reden, heeft Apple dan blijkbaar beslist om iets te verbeteren dat al goed was en zij hebben de curve veranderd. Zij hebben deze verandering niet aangekondigd, en voor zover ik weet, wordt het ook niet vermeld in hun technische documentatie. (Microsoft daarentegen legt de werking van de muisacceleratiecurve van Windows XP uit op een door iedereen toegankelijke website.) Dat is de reden waarom de meeste mensen niet op de hoogte zijn van de verandering en zich afvragen "waarom de muis vreemd aanvoelt" omdat zij de esoterische details van de muisacceleratiecurve niet begrijpen. (En wie kan hen dat kwalijk nemen? Het is immers geen eenvoudige rekenkunde!)

Ik was zelf lange tijd ook zo iemand, en experimenteerde met verschillende muizen en allerlei muismatten en andere oppervlakken, terwijl ik probeerde uit te vissen hoe ik de muis weer "goed kon krijgen". Het heeft mij maanden 'googelen' gekost op allerlei zoektermen voordat ik eindelijk informatie vond over acceleratiecurves en las dat Apple die in alle stilte had veranderd. Ik had het geluk dat ik kon bogen op jaren ervaring met het Classic Mac OS zodat ik wist dat er iets was dat verbeterd moest worden. Iemand die de laatste jaren nog maar pas met de Mac is gaan werken, heeft dit voordeel niet.

De onnatuurlijke beweging van de nieuwe curve levert problemen op voor veel gebruikers. Gebruiker "Sludge" op de website MacSlash bijvoorbeeld, klaagt "Ik kan niet geloven hoe slecht een muis voelt onder OS X in vergelijking met XP en Linux/XFree86". Scott Moschella van PlasticBugs.com zegt "[Door] de muisacceleratie...voelt de beweging van de muis onder OS X aan alsof je door modder gaat", als verwijzing naar hoe de onderkant van de curve te lang te steil blijft.

Natuurlijk horen wij deze klacht niet van alle gebruikers. Sommigen zeggen dat zij het nieuwe gedrag van de aanwijzer verkiezen, en sommigen beweren zelfs geen verschil te zien. Voor wie problemen heeft met de nieuwe curve, is het wel heel problematisch - vaak op meer manieren dan alleen de moeilijkheid om de aanwijzer naar het gewenste punt te verplaatsen.

Wanneer een muisbeweging onnatuurlijk aanvoelt, zal de gebruiker dit misschien onbewust compenseren met zijn hand- en polsspieren. In het beste geval is dat oncomfortabel, en in het slechtste geval kan het pijnlijk zijn. Ik krijg zelf al na enkele ogenblikken krampen in mijn polsen. Na 'n minuut of 20 doet bijna mijn hele voorarm pijn, en kan ik de muis niet meer gebruiken.

Wanneer dit lang aanhoudt, kunnen gebruikers die met dit probleem met de muis af te rekenen hebben, permanent letsel oplopen dat bekend staat als RSI (repetitive stress injury). Ikzelf heb RSI. Een anonieme gebruiker op MacSlash gaat tekeer over "de RSI-producerende onvoorspelbare gekheid van de muisacceleratiecurve van de Mac". En op LifeHacker.com klaagt gebruiker "PhotoHobo" "Eén van mijn grootste problemen met OS X is de afschuwelijke muisacceleratie. Ik strijd voortdurend tegen RSI en vind dit onduldbaar". Zoekopdrachten op het web leveren verschillende andere gebruikers op met gelijkaardige meningen en problemen.

Je curve herijken -- Dus het is een echt probleem - ten minste voor sommigen onder ons - maar kan er ook echt wat aan worden gedaan? Er is geen manier in Mac OS X om de acceleratiecurve aan te passen. Soms beweren goedbedoelende gebruikers dat je de aanwijzersnelheid-instelling in het Toetsenbord en muis-paneel in de Systeemvoorkeuren moet aanpassen maar dat is geen goede oplossing. Het probleem is niet per se snelheid maar de acceleratiecurve. Het veranderen van de snelheid van de aanwijzer verandert niet de vorm van de curve. Het maakt de hele curve alleen kleiner of groter, een beetje alsof je met een telelens of een groothoeklens een foto neemt van dezelfde klip vanaf hetzelfde punt.

Er zit dus een omissie in de instellingen van Mac OS X. Gelukkig hebben diverse softwaremakers geprobeerd deze omissie op te vullen en de meesten hebben dat zeer bewonderenswaardig gedaan. Zo leveren diverse muisfabrikanten zoals bijvoorbeeld Kensington hun eigen muisaansturingsprogramma's en -software die kan worden ingesteld om de muisacceleratiecurve van Mac OS X te vervangen. Het enige nadeel is dat deze software meestal hardware-specifiek is.

Voor hen die al muizen hebben en geen zin hebben die te vervangen, zijn er andere oplossingen met elk weer eigen voordelen. MouseFix (freeware) is een simpel programma dat een aantal van de waarden in het muisaansturingsprogramma van Mac OS X aanpast in een poging de curve natuurlijker te maken. Dit kan echter ingewikkeld te installeren zijn voor de niet-technische gebruiker en de voorinstellingen zijn niet aan te passen.

USB Overdrive ($20) is shareware zonder proefperiode en het biedt een uitgebreide hoeveelheid mogelijkheden om zowel het muisgedrag aan te passen als het gedrag van andere USB-apparaten. Je kunt het ook zo instellen dat de muis zich bij verschillende programma's verschillend gedraagt. Het grootste nadeel is dat - zoals de naam al aangeeft - het alleen USB-apparatuur ondersteunt. Als je een Bluetooth-muis gebruikt heb je pech. (De maker, Alessandro Levi Montalcini, zegt wel dat Bluetooth-ondersteuning onderweg is maar niet wanneer het er zal zijn.)

SteerMouse ($20) is ook shareware en biedt ook een keur aan aanpassingsmogelijkheden voor het gedrag van de muis en, in tegenstelling tot USB Overdrive, ondersteunt SteerMouse wel Bluetooth-muizen. Het nadeel bij dit programma is echter dat het is ontworpen met Apple's Mighty Mouse in gedachte - het werkt wel met andere muizen maar de ondersteuning kan slechts gedeeltelijk zijn. Verder is de proefperiode maar 15 dagen, hetgeen niet genoeg kan zijn om alle facetten van de software uit te proberen. Het vinden van de comfortabelste instelling kan immers enige tijd duren. Ik heb vanwege dit laatste uiteindelijk gekozen voor USB Overdrive en niet voor SteerMouse. SteerMouse verviel voordat ik mijn comfortabele instelling had gevonden terwijl USB Overdrive, die geen vervaldatum heeft, me voldoende tijd gaf dit wel uit te zoeken.

Hopelijk realiseert Apple zich dat het veranderen van de acceleratiecurve een fout was en dat ze terug moeten naar de vorige. Of nog beter, misschien kunnen ze een instellingsmogelijkheid in Toetsenbord en muis opnemen zodat de gebruiker zowel de acceleratiecurve kan aanpassen als de snelheid. Hoe waarschijnlijk dit is, kan niemand zeggen maar ondertussen kunnen we onze handen, polsen en onze geestelijke gezondheid redden door te begrijpen wat het probleem is en deze verhelpen met oplossingen van buitenaf.

Mac OS X is, zoals we allen weten, de Ferrari onder de besturingssystemen. Helaas heeft de stuurinrichting een ontwerpfout maar met een beetje mechanische moeite kunnen we dit aanpassen terwijl we wachten tot de monteurs het probleem onderkennen en oplossen.

[Parrish S. Knight is een systeembeheerder voor een IT-adviesbureau in DC. Zijn interesses zijn onder andere politiek, film, fantasy en science fiction. Buiten dat hij het probleem publiceert van de muizen onder Mac OS X, behandelt hij ook onderwerpen als autisme en burgerrechten.]


Recente onderwerpen in TidBITS Talk, 5 maart 2007

  door TidBITS Staff <editors@tidbits.com>

Safari RSS problem -- Hier is een tip als Safari's RSS-feeds niet regelmatig bijgewerkt worden. (3 berichten)

Encrypted e-mail question -- Een vraag leidt tot een goeie samenvatting van hoe versleutelde e-mail werkt. (8 berichten)

Frequent Tech Questions (Was: How much to quote?) -- Technische vragen komen vaak voor maar er wordt verwacht dat mensen eerst zelf proberen een antwoord te vinden. Wat doe je echter als een antwoord moeilijk vindbaar is? Lezers bespreken verschillende informatiebronnen. (11 berichten)

Unofficial Daylight Saving Time Workaround for Entourage X -- Microsoft Office X wordt niet bijgewerkt voor de verandering in zomer- en wintertijddata dit jaar. Hier is echter een oplossing voor Entourage X-gebruikers. (1 bericht)

iPhone "Hello" -- Apple's eerste televisiespotje voor de iPhone (die niet eens het woord "iPhone" bevat) werd uitgezonden tijdens de Oscars. Was het succesvol? (3 berichten)


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse, en grondige besprekingen voor de Macintosh- en internet-gemeenschappen. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2007 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Previous Issue | Search TidBITS | TidBITS Home Page | Next Issue