Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS#737/12 juli 2004

Overweeg je een AirPort Express aan te schaffen om draadgebonden en draadloze netwerken op elkaar aan te sluiten? Bij het uitkomen van zijn e-boek "Take Control of Your Airport Network", onderzoekt Glenn Fleishmann de beperking van die ene ethernetpoort op de Express. Over netwerken gesproken, een blikseminslag leidt ertoe dat Adam zijn ervaringen met het inbouwen van een Ethernetkaart in een Power Mac op schrift stelt, en Matt Neuburg vraagt zich af hoe hij ooit het Web heeft kunnen gebruiken zonder Webstractor.

Onderwerpen:

Copyright 2004 TidBITS: Reuse governed by Creative Commons license
<http://www.tidbits.com/terms/> Contact: <editors@tidbits.com>


-> Denk je dat TidBITS interessant is voor <-
-> je vrienden, kennissen, collega's? Geef <-
-> hen de tip zich ook GRATIS te abonneren <-
-> of stuur deze aflevering naar hen door! <-


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:


De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de USA.

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


MailBITS/12 juli 2004

[vertaling: EV]

iTunes Music Store verkoopt honderd miljoenste liedje -- Apples iTunes Music Store heeft het honderd miljoenste liedje verkocht op zondag 11 juli 2004 aan de 20-jarige Kevin Britten uit Hays in Kansas waarmee hij een 17 inch PowerBook, een 40 GB iPod, een cadeaubon ter waarde van 10,000 liedjes uit de iTunes Music Store en de mogelijkheid om zijn eigen lijst van beroemde artiesten samen te stellen in de iTunes Music Store heeft gewonnen. Apple heeft ook 20 GB iPods cadeau gegeven aan de kopers van ieder honderdduizendste liedje tussen de 95 en 100 miljoen verkochte songs. De namen van 22 winnaars (en de nummers die ze hebben gekocht) staan op de website van Apple. De verkoop van het honderd miljoenste lied is een opmerkelijke mijlpaal voor Apple die nu beweert dat het 70 procent van de legale downloads van albums en singles beheert. Voor nu ziet de toekomst van de iTunes Music Store er rooskleurig uit: hoewel het niet altijd de optimistische verkoop-voorspellingen van Steve Jobs heeft gehaald heeft het een jaar na de lancering nog geen serieuze competitie. [GD]

<http://www.apple.com/itunes/100million/>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbser=1240>

digital.forest viert 10-jarig bestaan -- Felicitaties voor Chuck Goolsbee, Chris Kilbourn, Bill Dickson en onze andere vrienden bij digital.forest die het 10-jarig bestaan van hun bedrijf voor webhosting en server co-locatie vieren. Vele andere hosting-bedrijven hebben we in die tijd zien komen en gaan, maar het getuigt van de service van digital.forest dat we erg blij zijn sinds we onze servers in januari 2000 daarheen hebben verplaatst. Ze hebben de afgelopen jaren uitstekend werk verricht met het babysitten van onze verouderde PowerMac 7100 en 7600 en in het helpen opzetten van de glimmende Xserve waarop Web Crossing draait. Gelukkige verjaardag, luitjes! [ACE]

<http://www.forest.net/>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=05757>

DealBITS-verloting: disclabel winnaars -- Felicitaties aan Al Guild van mac.com, Michael J Amato van comcast.net en Miguel Angel Vazquez van macmail.com wier inzendingen willekeurig zijn getrokken in de DealBITS-verloting van afgelopen week en die een exemplaar van SmileOnMyMac's disclabel 2.1 zullen ontvangen. Wanhoop niet als we jouw inzending niet hebben getrokken daar SmileOnMyMac een speciale korting van $5 op disclabel aanbiedt, alleen voor TidBITS-lezers, waardoor de prijs wordt verlaagd van $29,95 naar $24,95. De korting is geldig tot 22 juli 2004 via de tweede link hieronder. Dank aan de 617 mensen die meededen en blijf uitkijken naar de volgende DealBITS-verlotingen! [ACE]

<http://www.smileonmymac.com/disclabel/>
<http://www.smileonmymac.com/disclabel/dealbits.html>
<http://www.tidbits.com/dealbits/smileonmymac2.html>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=07727>


Ethernet aan een Power Mac toevoegen

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: MB]

Waarom zou je een PCI Ethernetkaart toevoegen aan een Power Mac? Hoewel je je voordeel kunt doen met wat handige multi-homing mogelijkheden met verschillende Ethernetkaarten, was het in mijn geval veel eenvoudiger: een blikseminslag nabij ons huis grilde de Ethernetkaart van mijn Power Mac G4!

Ik zag echt de bliksem inslaan in een boom aan de andere kant van onze oprit, of beter, ik hoorde tegelijkertijd de donderslag en zag een stuk schors van de boom afgeslagen worden. Al onze onderbrekingsvrije stroomvoorzieningen piepten tegelijkertijd, maar alles leek het te blijven doen. Toen ik echter op onderzoek uitging bleek mijn netwerk compleet de kluts kwijt te zijn, en ik moest de stroom uit- en aanzetten voor ieder apparaat op het netwerk om het weer draaiende te krijgen.

Slechts een Mac overleefde het niet zonder kleerscheuren: mijn dual 1GHz Power Mac G4. Hij startte goed op, maar het Netwerk voorkeurenpaneel bleef maar aangeven dat de kabel niet aan de ingebouwde Ethernetkaart was aangesloten. Rommelen met de kabel en met de 10/100Base-T switch maakte geen verschil - het kleine Ethernet chipzieltje was duidelijk in de ether opgegaan. Ik deed de AirPort-kaart aan en zette mijn dag voort op 11 Mbps.

Het duurde echter niet lang voordat ik merkte dat ik verslaafd was geworden aan de 100Mbps snelheid van 100Base-T Ethernet, en het werken met bestanden op onze vergelijkbaar uitgeruste server was nu onplezierig. Back-ups maken duurden ook eeuwig, en ik besloot dat ik een nieuwe PCI Ethernetkaart moest kopen.

Dubbelzinnig onderzoek -- Hoewel Small Dog verschillende PCI Ethernetkaarten aanbood voor alleszins redelijke prijzen, wees snel onderzoek uit dat ze drivers nodig hadden om goed te kunnen werken. Door een opmerking op een lijst van slimme Mac-vrienden nam ik aan dat sommige PCI Ethernetkaarten dezelfde chipset als Apple gebruikten en dus geen extra drivers nodig hadden. Normaal zou ik geen probleem maken van drivers, maar ik wilde niet genoodzaakt worden de overstap naar Mac OS X 10.4 Tiger ergens volgend jaar uit te stellen alleen omdat mijn Ethernet drivers nog geen upgrade gehad hadden.

Mijn vrienden moedigden mij aan om naar kaarten te zoeken met de DEC 21140 chipset, aangezien Apples ingebouwde Ethernet drivers die direct ondersteunen, en wat onderzoek met Google wees uit dat een Linksys Ethernetkaart deze chipset gebruikte. Jammer genoeg ontdekte ik nadat ik de betreffende kaart had gekocht, dat versie 4.1 van de kaart misschien de DEC chipset gebruikte, maar dat versie 5.1 iets compleet anders gebruikte. Mijn Power Mac merkte niet eens op dat ik de Linksys kaart erin stopte. Toen daagde het eindelijk dat het onmogelijk was om precies uit te vinden welke chipset een bepaald kaart had zonder de fysieke kaart echt te zien.

Ik was ook een pagina tegengekomen op de Accelerate Your Mac site die liet doorschemeren dat een Intel Pro/100 Ethernetkaart ook werkt zonder drivers. Het bericht was minuscuul, dus was ik huiverig om de Intel kaart te proberen, maar ik besloot dat dat het verstandiger was te gokken dat de Intel kaart zou werken dan te gokken op een andere kaart die de DEC chipset zou gebruiken. Vanzelfsprekend zei Intel op de productpagina niets over compatibiliteit met de Mac.

<http://www.xlr8yourmac.com/OSX/os_x_network_cards.html>
<http://www.intel.com/network/connectivity/products/pro100m_adapter.htm>

Een snelle prijsvergelijking op NexTag resulteerde in een aantal verkopers, en hoewel ook geen enkele van hen compatibiliteit met de Mac claimde, nam ik de sprong en bestelde bij Page Computer, aangezien ik al eerder met succes producten bij hen had gekocht.

<http://www.nextag.com/buyer/outpdir.jsp?search=intel+pro+100+m>

Om een lang verhaal kort te maken -- De kaart kwam een paar dagen later, ik pakte hem uit, zette mijn Power Mac G4 uit, installeerde de kaart, en herstartte de Mac. Toen ik het Netwerk voorkeurenpaneel opende, vertoonde het een venster om me te vertellen dat het een nieuwe netwerkuitgang had gevonden. Ik configureerde de nieuwe uitgang met de bijbehorende TCP/IP parameters en hij heeft het sindsdien vlekkeloos gedaan.

Moraal van het verhaal: als je een PCI Ethernetkaart voor een Power Mac nodig hebt en je wil niet rotzooien met drivers, dan is de Intel Pro/100 M kaart misschien je beste mogelijkheid. Tenzij Intel beslist om hun chipset op zo'n manier te veranderen dat de drivers van Apple hem niet langer herkennen. Verzeker je er daarom van dat je alles wat je koopt kunt retourneren.


AirPort Express en bungelende kabels

door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>
[vertaling: MSH, LmR, GH]

Apples nieuwe AirPort Express Basisstation combineert muziek-streaming, delen van printers via USB, en draadloos netwerken- maar met slechts een enkele Ethernetpoort. Dit klinkt niet direct als een probleem: je plugt eenvoudig een AirPort Express Basisstation in een breedband-modem en dan ben je on line, niet waar?

<http://www.apple.com/airport/>

Ja, maar alleen als je je breedbandverbinding nooit hoeft te delen met computers die via Ethernet met je lokale netwerk verbonden zijn. Omdat AirPort Express maar een enkele Ethernetpoort heeft, kan hij niet gelijktijdig fungeren als gateway voor je DSL of kabelmodem en ook die verbinding delen met aangesloten computers.

Je hebt verschillende mogelijkheden als je het AirPort Express Basisstation als je enige Wi-Fi gateway wilt gebruiken en je bekabelde machines op hetzelfde netwerk wilt gebruiken. Gelukkig zijn deze alternatieven niet nodig als je een AirPort Express aan een AirPort Extreme netwerk toevoegt (je hebt dan al een breedband gateway in huis en deze verzorgt het delen van je verbinding) of als je verbinding maakt met alleen AirPort of AirPort Extreme (toch raad ik je aan mijn nieuwste e-boek te bekijken,"Take Control of Your AirPort Network").

<http://www.tidbits.com/takecontrol/AirPort.html>

De terugkeer van Graphite? Apples laatste model basisstation met maar één Ethernetpoort was het oorspronkelijke graphite-kleurige AirPort basisstation dat in 1999 op de markt kwam. Toentertijd werd AirPort gezien als een betaalbare manier om je bestaande kabelnetwerk uit te breiden met een Wi-Fi laag. Niet veel mensen hadden thuis breedband-internet (en dan vaak met maar één voor AirPort geschikte computer) dus het delen van een verbinding had niet zo'n hoge prioriteit bij Apple, hoewel het basisstation wel een functie bevatte voor het delen van een netwerk.

Toen draadloze netwerken populairder werden en meer huizen meer dan een computer kregen, verving Apple het graphite-kleurige station door een snow-model dat twee Ethernetpoorten had: een Wide Area Network (WAN) Ethernetpoort om te verbinden met het breedbandnetwerk van je ISP en een Local Area Network (LAN) poort om het bekabelde gedeelte van je netwerk te bereiken. Later kreeg het AirPort Extreme basisstation ook deze twee afzonderlijke poorten.

De WAN poort maakt verbinding met je ISP, door gebruik te maken van PPP over Ethernet (PPPoE) of een Dynamic Host Configuration Protocol (DHCP) client om een adres te verkrijgen van de netwerkserver van je provider. De LAN poort kan privé "nep" netwerkadressen leveren, door gebruik te maken van Network Address Translation (NAT); hierdoor kun je een dynamisch adres van je provider delen met lokale computers in je netwerk. (Draadloze gateways van andere makers werken hetzelfde maar voegen vaak een 3- of 4-poorten grote Ethernet LAN switch toe aan de WAN poort.)

Door de WAN en de LAN te splitsen was het voor Apple mogelijk verschillende functies te bieden op de poorten en zo eigenlijk twee verschillende netwerken te maken waarbij het basisstation als router tussen die twee dienst deed. Deze aanpak voorkomt "backwash" waarbij privé-netwerkadressen via de WAN poort naar buiten lekken en mogelijk het toewijzen van dynamische adressen aan andere klanten van de provider kan verstoren. De graphite versie had hier wel last van maar de snow modellen voorkomen dit door de twee netwerksegmenten te scheiden.

Maar hier ligt het probleem: voor zover ik kan zien zonder er daadwerkelijk een in handen gehad te hebben, kan de enkelvoudige Ethernetpoort van het AirPort Express basisstation alleen of een WAN dan wel een LAN poort zijn en niet allebei tegelijk.Dat betekent dat je het niet kunt gebruiken als een gateway voor bekabelde machines. Het graphite basisstation kon deze backwash veroorzaken (en deed dit ook) hetgeen een van de redenen was het te vervangen. AirPort Express zal bijna zeker deze fout niet herhalen.

Je denkt misschien dat je het probleem kunt oplossen door Internetdeling te gebruiken onder Mac OS X en zo het inkomende netwerk te delen met andere bekabelde machines. Als je dit echter doet heb je kans dat je breedband-account wordt stopgezet omdat het netwerk van je provider vervuilt met dynamische adressen-backwash.

Vervuiling van de wateren van je provider -- Veel providers, met name kabelmodem providers, koppelen jouw breedbandverbinding direct aan hun eigen lokale netwerk: jouw Ethernet-netwerk is slecht een uitbreiding van hun grotere geheel. Dit is behoorlijk knullig om diverse redenen maar het is wel algemeen gebruik. (Providers zouden bijvoorbeeld kunnen filteren zodat al het LAN-verkeer niet terug kan lekken en sommigen filteren inderdaad Windows bestandsdeling.)

Dit is de reden dat je, als je probeert om een verbinding te delen via ingebouwd Ethernet met behulp van Internetdeling een dialoogvenster krijgt met de waarschuwing dat je wellicht een grote fout begaat. Backwash van Internetdeling zou andere computers in verwarring kunnen brengen die op hetzelfde segment zitten als waarop jij door je provider bent ingedeeld.

Backwash ontstaat zo: Internetdeling combineert NAT met DHCP om privé-IP adressen te leveren als computers op het netwerk daarom vragen; deze privé-IP adressen werken alleen op het locale netwerk en kunnen niet direct bereikt worden vanuit de rest van internet. Het zijn voor het grootste gedeelte eenrichtingsadressen voor het vragen om informatie, niet om data uit te geven.

Als je een Mac en je breedbandmodem in een Ethernet-switch zou prikken en dan Internetdeling aan zou zetten zodat het de verbinding van het ingebouwde Ethernet zou delen met computers via ingebouwd ethernet dan zou Internetdeling gewoon zijn privé-adressen uitdelen aan computers van andere gebruikers op het netwerk van je provider. Dit verstuurt al hun verkeer over jouw netwerk of zorgt ervoor dat zij helemaal geen verbinding kunnen maken. Hoe het ook zij, je provider kan dan jouw verbinding opheffen vanwege je technische nalatigheid en in het beste geval krijg je een boos telefoontje.

En daarom is AirPort Express niet ontworpen om verbindingen te delen met bekabelde machines. Als je bekabelde en draadloze netwerken wilt verbinden zonder de prijs van een AirPort Extreme basisstation (met zijn twee Ethernetpoorten) lijkt deze beperking je te dwarsbomen maar er zijn manieren om het toch voor elkaar te krijgen.

Kabels maken draadloos beter -- De truc bij netwerken met een AirPort Express is het gebruik van een bekabelde breedband gateway of een tweede netwerkkaart in een Power Mac om je eigen WAN/LAN splitsing te maken. In beide gevallen wil je je AirPort Express Basisstation het adres laten krijgen via DHCP en de optie om IP-adressen te distribueren uitzetten (met het AirPort-hulpprogramma). Het AirPort Express Basisstation creëert niet z'n eigen netwerk voor draadloze computers, het maakt het alleen mogelijk voor draadloze computers om netwerken te gebruiken via je ethernet LAN. Als een computer zich draadloos meldt bij het AirPort Extreme Basisstation, krijgt die zijn adres van de bekabelde gateway (of van de Mac met twee netwerkkaarten) toegekend.

Een kabel-gateway biedt eigenlijk dezelfde mogelijkheden als een AirPort Extreme Basisstation zonder de Wi-Fi component. Ze kosten tussen de $30 en $50. Ik ben erg blij met de Linksys BEFSR41, voorzien van zelfschakelende ethernetpoorten (waardoor je niet op zoek hoeft naar de juiste kabel) en met een eenvoudig installatieproces. Hij kost ongeveer $50, een ethernet-switch met 4 poorten kost al $20 tot $30. Dus het is een mooie combinatie voor een goede prijs.

<http://www.amazon.com/exec/obidos/ASIN/B00004SB92/thewirelessne-20>

Safari was niet zo gelukkig met de web-interface van het configuratie-scherm, maar Opera 7.5 voor Mac werkte er perfect mee, en kon zelfs de firmware updaten - iets dat met Mac browsers soms onmogelijk te bereiken is vanwege de eenzijdige gerichtheid van de fabrikanten op Windows.

<http://www.opera.com/>

Plug het AirPort Express Basisstation in een van de vier 10/100 Mbps Ethernet LAN poorten van de Linksys BEFSR41 en stel de Linksys gateway in op verbinden met je breedbandmodem via de WAN-poort. Zet de DHCP service aan, en je bent klaar voor de start: je maakt lokale adressen voor alle bekabelde en draadloze machines.

Met $180 ($130 voor de AirPort Express en $50 voor de Linksys router), is deze combinatie in bepaalde opzichten eigenlijk beter dan het AirPort Extreme Basisstation van $200: je krijgt een volledige 4-poorts Ethernet-switch met betere rapportage- en configuratie-opties in de Linksys voor netwerkspelletjes, en toegangsbeheer voor machines achter de passieve NAT firewall.

De andere optie is het plaatsen van een tweede netwerkkaart in een Power Mac. (Zie het artikel van Adam elders, voor de ideale, goedkope en compatibele netwerkkaart die daarvoor gebruikt kan worden.)

Na het toevoegen van de netwerkkaart en herstarten, stel je één netwerkinterface in als je WAN-netwerk, en gebruik je Netwerk-voorkeuren om deze naar je ISP te laten verbinden via je breedbandmodem. Verbind de andere netwerkpoort met je LAN via een ethernet-switch of -hub, waar je ook je AirPort Express Basisstation aansluit. Noem deze twee configuraties in je Netwerk voorkeuren WAN Ethernet en LAN Ethernet zodat je ze kunt onderscheiden. Specificeer uiteindelijk in je Internetdeling-instellingen dat je je WAN Ethernetverbinding wilt delen met je LAN Ethernetverbinding.

Koken met één poort -- Dit lijkt een heleboel werk, maar als je je zinnen hebt gezet op het beginnen van een AirPort netwerk met het AirPort Express Basisstation, hoop ik dat ik je een heleboel frustratie en verwarring heb bespaard. Als je voor de benadering kiest die ik hierboven geschetst heb, wordt je breedbandverbinding niet geblokkeerd, en je kunt precies het netwerk maken dat je wenst.

Ik heb over dit scenario en vele andere geschreven in mijn nieuwe e-boek, "Take Control of Your AirPort Network", dat vorige week vrijdag gepubliceerd is. Ik bespreek de keuze van een geschikt basisstation, met alternatieven voor AirPort; het oplossen van algemene configuratieproblemen; wat je nodig hebt voor uitbreiding van de dekking; het opzetten van je eigen dynamische adressering, met veel meer opties dan besproken in dit artikel; en wat je kunt doen aan beveiliging van je netwerk en je gegevens. In de bijlagen loop ik door het gebruik van het AirPort-hulpprogramma, het vinden van niet-Apple kaarten voor oude en nieuwe Macs, en het gebruik van AirPort Express. Het boek kost $5, inclusief gratis updates net als bij de andere Take Control boeken. Ik zal de bespreking van de AirPort Express uitbreiden als ik de kans heb gehad om er een tijdje mee te werken.

<http://www.tidbits.com/takecontrol/AirPort.html>


De schitterende eenvoud van Webstractor

door Matt Neuburg <matt@tidbits.com>
[vertaling: RAW, TK, SL]

Soms is een nieuw idee zo eenvoudig dat je niet kunt geloven dat er niet iemand eerder aan heeft gedacht. Soms is een simpel idee zo ingenieus dat het magisch is. Wanneer een applicatie een dergelijk nieuw idee belichaamt, realiseer je je misschien niet meteen wat het doet: het gaat buiten de gebruikelijke paden. Dus probeer je eerst het te zien als iets dat het niet is, zoals een kind dat probeert om een vierkant blok in een rond gat te proppen.

Webstractor van Softchaos is zo'n programma. Het is niet groot, niet ingewikkeld, het geeft niet een bijzonder krachtige of revolutionaire indruk; maar het is ook anders dan alles wat je ooit eerder bent tegengekomen. Het is klein, eenvoudig, nieuw en gewoonweg briljant. Wanneer je doorkrijgt wat het doet, ben je even verbijsterd, alsof iemand water in je gezicht gooit. Dat moment gaat voorbij (het water verdampt, de zon is warm, het is een stralende dag) en je gaat weer terug naar je gewone oude leventje alsof er niets gebeurd is, behalve dat het niet helemaal hetzelfde oude leventje is, want nu gebruik je Webstractor. Maar het voelt aan als hetzelfde leventje, omdat je Webstractor automatisch gebruikt, zonder erbij na te denken, alsof het altijd al deel van je leven uitmaakte.

Dat is wat ik de hele tijd over Webstractor probeer te vertellen. Het is een oude vriend - eentje die je nog nooit eerder hebt ontmoet.

<http://www.softchaos.com/products/webstractor.html>

Januskop -- Wat doet Webstractor? Nou, allereerst is het een document-gebaseerde applicatie die kan websurfen. Een Webstractor-document begint als een verzameling webpagina's die je hebt bezocht met Webstractor als je browser. Het venster is verdeeld in twee secties: de bovenste helft is een lijst van de webpagina's die in dit document verzameld zijn. Als je op zo'n vermelding klikt, wordt die webpagina getoond in de onderste helft van het venster.

Nu zeg je misschien: Nou en? Andere programma's die ik heb besproken in TidBITS, zoals NoteTaker en DEVONThink, kunnen als webbrowsers gebruikt worden. Maar Webstractor gaat niet alleen over webbrowsen: het slaat alle webpagina's die het weergeeft op, compleet met plaatjes en andere secundaire informatie zoals frames en gekoppelde CSS- en JavaScriptpagina's. Dit betekent dat de gehele webpagina nu in je Webstractor-document zit opgeslagen en later weer bekeken kan worden zonder dat je een internetverbinding nodig hebt. Een webpagina die in een Webstractor-document zit is als een "webarchief" in Internet Explorer: het bevat de hele pagina, geschikt voor off line lezen. En vergeet niet dat in Webstractor deze archieven niet achteraf gemaakt moeten worden met Bewaar Als; iedere pagina die je bekijkt met Webstractor wordt automatisch in je document opgeslagen.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=07584>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=07575>

Maar er is meer. Het blijkt dat een Webstractor-document twee gezichten heeft. De verzameling webpagina's is één gezicht, Browse-modus genaamd. Het andere gezicht, dat Edit-modus heet, is een lineair verhaal dat je maakt door sommige of alle webpagina's aan elkaar te rijgen, al of niet in bewerkte vorm. Als ik zeg "in bewerkte vorm", dan bedoel ik dat je de inhoud van een webpagina, zoals die in Edit-modus wordt weergegeven, kunt veranderen (dezelfde pagina leeft in Browse-modus ongewijzigd door). De belangrijkste bewerkingen die je kunt uitvoeren op een pagina zijn dingen als het selecteren van een stuk tekst en een uitsnede maken, zodat de rest van het document wordt verwijderd, een stuk tekst markeren (d.w.z. een knalgele achtergrond geven), lettertype, grootte of kleur van tekst veranderen, en natuurlijk tekst toevoegen en verwijderen.

Ik zeg "natuurlijk" alsof deze mogelijkheden vanzelfsprekend zijn, maar in feite zijn ze gewoonweg fantastisch. Het is deze transformatie van een webpagina in een bewerkbaar voorwerp dat zo eenvoudig, magisch en geniaal is aan Webstractor. De eerste keer dat je het ziet, kun je je niet voorstellen hoe het mogelijk is.

Bekijk bijvoorbeeld maar eens de thuispagina van TidBITS. Die heeft een ingewikkelde opmaak. Er zit een koptekst boven met een plaatje en een paar invulvelden, dan een ingewikkelde vierkoloms tabel, dan een reeks tweekoloms tabellen, en tot slot een voettekst. Toch kan Webstractor deze webpagina omzetten in iets bewerkbaars. Dit bewerkbare ding ziet eruit als de originele pagina, maar achter de schermen is het opgedeeld is een reeks afzonderlijk bewerkbare "tekstframes". Het kopplaatje is een tekstframe, de invulvelden zijn een tekstframe, de eerste drie kolommen van de eerste tabel zijn tekstframes en van de vierde kolom (de Take Control-advertentie) is bijna iedere regel een afzonderlijke tekstframe. Verder is elke kolom van de tweekoloms tabellen een tekstframe, en de voettekst bestaat uit vijf tekstframes (de vier koppelingen en de copyright-tekst).

<http://www.tidbits.com/>

De reden voor deze aanpak is dat een dergelijke webpagina, met tabellen en afbeeldingen, te ingewikkeld is om weer te geven in een eenvoudig op rtf-gebaseerd tekstverwerkingsvenster zoals TextEdit. Elk tekstframe waar de pagina achter de schermen in verdeeld is, is wel eenvoudig genoeg. Elk tekstframe van de bewerkbare pagina is immers een afzonderlijk rtf-stuk, met de tekstframes in een bepaalde lay-out zodat alles er zoals de oorspronkelijke webpagina uitziet. Nu kun je dus een stuk tekst in een tekstframe bewerken, en wanneer je klaar bent, wordt de pagina opnieuw in de lay-out weergegeven. Je kunt ook hele tekstframes verwijderen, zodat alleen nog het deel van de pagina dat je interesseert overblijft. In dat geval kun je het resterende frame herformatteren zodat het de volledige breedte van de pagina inneemt (terwijl het eerst één kolom van een tabel met meerdere kolommen was).

De bedoeling van dit aspect van Webstractor is dat je niet alleen je webpagina's kunt opslaan en wijzigen, maar de gewijzigde pagina's ook tot één enkel document kunt samenvoegen. Je krijgt dan wat ik eerder al één verhaal noemde, zoals een tekstverwerkingsdocument van verscheidene pagina's. De inhoud van het verhaal komt van de oorspronkelijke webpagina's, door jou in een bepaalde volgorde gezet en bewerkt. Je kunt ook nieuw eigen materiaal invoegen, dat dan met geen webpagina overeenstemt (d.w.z. je voegt niet eerder bestaande inhoud in). In het uiteindelijke verhaal zie je mogelijk niet eens een verschil met de oorspronkelijke webpagina's; een "pagina" in het verhaal is een papieren pagina, geen webpagina, en je kunt de gaten tussen de webpagina's dichten zodat het materiaal een naadloos geheel wordt.

Waarom en waarvoor? -- Je vraagt nu vast: "OK, maar waarom zou ik dat willen doen? Waar zou ik Webstractor voor willen gebruiken?" Dit is een vraag die je beter niet stelt - je kunt er niet echt een verklaring voor vinden. Je zult je eigen bedoelingen, je eigen gedrag niet kunnen voorspellen. Probeer het gewoon even. Laat je gaan. Webstractor is zo gemakkelijk en natuurlijk, dat je het onmiddellijk automatisch zult gebruiken voor welk doel zich ook aandient.

Ik leer bijvoorbeeld tegenwoordig Microsoft Word 2004. Wanneer ik merk dat op een webstek problemen of eigenschappen van deze versie van Word worden besproken die ik mogelijk later ook nodig zal hebben, dan navigeer ik erheen in mijn Webstractor-document gewijd aan Word 2004. Voor een webstek zoals MacFixIt wil ik niet de volledige webpagina, maar alleen het deel over Word, en dus verwijder ik de rest in de Edit-modus. In de Browse-modus is dit Webstractor-document een verzameling webpagina's, maar in de Edit-modus is het een ingedikte reeks feiten over Word 2004 die ik later kan raadplegen.

<http://www.macfixit.com/>

In andere gevallen zul je de Edit-modus misschien helemaal niet gebruiken. Je kunt wat webpagina's vergaren om een Webstractor-document te vormen, alleen al omdat een reeks opgeslagen webpagina's veel sneller en gemakkelijk te lezen is dan een hoop url's waar je in je browser naar moet navigeren - en bovendien hoef je ook niet on line te gaan. Dat is precies wat ik het weekend vóór het TidBITS-artikel over het url-beveiligingsprobleem heb gedaan. Ik heb het internet afgeschuimd op zoek naar informatie, met Webstractor als mijn browser. Webstractor houdt elke bezochte pagina bij. Uiteindelijk had ik tientallen webpagina's in mijn Webstractor-document, waarvan er maar enkele bruikbaar waren, dus de andere verwijderde ik. Op maandag schreef ik mijn artikel, waarbij ik de opgeslagen webpagina's af en toe raadpleegde; daarna gooide ik het document weg omdat het nu geen nut meer had.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=07680>

Het is ook moeilijk om de verleiding te weerstaan om geïmporteerde webpagina's gewoon voor de gein te bewerken, om je eigen persoonlijke versie van iemands webpagina te "hacken". Gelukkig kun je het resultaat niet in html exporteren - het blijft in je Webstractor-document zitten. Maar je kunt het wel afdrukken of exporteren als pdf, of er natuurlijk een schermkopie van maken...

<http://www.tidbits.com/matt/downloads/NotMicrosoft.tiff>

De pdf-exportoptie is ook het vermelden waard, aangezien dit een eenvoudige manier is om een Webstractor-document met iemand anders te delen, zoals bijvoorbeeld een redacteur die de sites die je voor een artikel hebt bezocht, ook wil nakijken. En als die redacteur die sites wilde controleren op updates, kun je hem/haar het oorspronkelijke Webstractor-document sturen voor de live update-mogelijkheid.

Toeters en bellen -- Dit artikel kan Webstractor niet volledig beschrijven, maar eerlijk gezegd valt er niet veel meer te vertellen dan ik al gedaan heb. Er zijn nog maar een paar punten die ik moet noemen.

Als je een webpagina opnieuw ophaalt in Webstractor, en die pagina is op het web gewijzigd, dan wordt de nieuwe versie opgeslagen als een apart onderdeel (verschillende versies van dezelfde pagina worden netjes hiërarchisch weergegeven, met de datum en tijd bovenin het Browse-modus venster). Dit betekent dat je Webstractor kunt gebruiken om een webpagina in opeenvolgende stadia te bewaren, zoals ik hierboven in het voorbeeld met MacFixIt deed.

De Links Inspector is een hulpvenster waarin je alle links in de huidige webpagina ziet, verdeeld over een aantal nuttige rubrieken. Natuurlijk kun je iedere link hiervandaan volgen, zodat de betreffende pagina aan je document wordt toegevoegd.

Er is een eenvoudige maar nuttige zoekmogelijkheid, die ongeveer net zo werkt als in Preview: een lade gaat open, je typt een woord in een zoekveld, gevolgd door Return, en alle treffers verschijnen, met een beetje context, in een tabel. Je klikt op een ingang in die tabel om bij de vindplaats in het document te komen. Je kunt dezelfde lade gebruiken om zoek-en-vervang opdrachten te geven in het Edit-modus deel van je document.

De handleiding is een Help Viewer-document. Het is tamelijk oppervlakkig en onvolledig (zo is er een compleet menu waarvan de bedoeling nergens wordt uitgelegd). En waarom, waarom toch, vinden makers van on line hulpteksten het niet nodig om fatsoenlijke navigatielinks te maken tussen verschillende pagina's?

<http://www.macdevcenter.com/pub/a/mac/2004/03/30/online_help.html>

Conclusie -- Er is maar weinig dat je kan tegenstaan in Webstractor. Weliswaar wil het nog wel eens de "spinning pizza of death" vertonen, maar het programma is op zo'n moment niet echt dood - het is alleen bezig met een tijdrovende klus, en ik weet zeker dat dit in toekomstige versies sneller zal gaan, of afgescheiden zal worden naar een thread. De prijs (ongeveer $80, afhankelijk van de wisselkoers tussen dollar en pond) lijkt nogal hoog - hij is hoger dan die van DEVONthink of NoteTaker - maar dat is een afweging die je voor jezelf moet maken, en dat is niet moeilijk, want er is een demo beschikbaar voor download (weet dat Webstractor alleen draait onder Mac OS X 10.3 of later).

<http://www.softchaos.com/downloads/>

Misschien zul je Webstractor alleen maar gebruiken om gewoon Safari's onvermogen te compenseren om Internet Explorer-achtige webarchieven te maken; misschien zul je het gebruiken om delen van webpagina's te verzamelen als grote voorraad notities voor een of ander onderzoeksproject. In ieder geval zul je vinden dat het eenvoudig in gebruik is, leuk, intuïtief, en verrekte slim.


Recente onderwerpen in TidBITS Talk/12 juli 2004

door TidBITS Staff <editors@tidbits.com>
[vertaling: MSH]

[De discussies waarnaar verwezen wordt zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]

Ik zal TidBITS Talk blijven beheren terwijl ik deze week op de Macworld Expo in Boston ben. Maar mijn tjokvolle agenda, samen met twee dagen reizen, in treinen die niet uitgerust zijn met Wi-Fi (zie de bijdrage van redacteur Glenn Fleishmans New York Times artikel over draadloze internettoegang voor forensen), zullen waarschijnlijk leiden tot sporadische berichten.

<http://www.nytimes.com/2004/07/08/technology/circuits/08wifi.html>

De tweede URL onder iedere discussiebeschrijving verwijst naar onze Web Crossing server, die veel sneller is, maar nog niet het door ons gewenste ontwerp voert.

<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/>

Postini-like anti-spam services -- Na onze bekendmaking dat we Postini zouden testen schreven ons meerdere mensen om te wijzen op alternatieve anti-spamdiensten. (3 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2269>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/136>

Postini experiences -- Ervaringen van lezers met Postini's spamfilterdienst lijken over het algemeen positief. (2 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2273>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/137>

Rating a Mac conference -- Instemming van lezers over wat een conferentie tot een succes maakt. (6 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2267>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/133>

Mac OS 8.6 and 10.3.4 co-existing -- Kunnen Mac OS 8.6 en Mac OS X 10.3.4 samen aanwezig zijn zonder al te veel ellende? (Ja, maar...) (5 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2266>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/132>

Original AirPort Card withdrawn -- Mike Millard merkt op dat Apple zijn originele AirPort-kaart ten gunste van AirPort Extreme heeft ingetrokken, maar nu rijst de vraag wat te doen met oudere Macs die AirPort Extreme niet kunnen gebruiken. (2 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2268>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/134>

Apple Delays iMacs Until Sep-04 -- Zal Apples misstap betreffende de uitgave van de nieuwe iMac prijsverlagingen veroorzaken van andere modellen? (2 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2270>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/135>


Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en Websites mogen artikels overnemen of een HTML link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We garanderen de precisie van de artikels niet. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering