Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS Logo

TidBITS#908, 17 december 2007

Ben jij al dikke vriendjes met een Chumby? (En ja, je mag je afvragen of we ze nog allemaal op een rijtje hebben.) Kevin van Haaren beschouwt het pluchen rekentuigje en laat zien wat je er mee kan doen. Matt Neuburg vertelt ons waarom je de Default Folder X 4 update moet hebben op je Mac, en hoe Quay de stacks van Leopard eindelijk bruikbaar maakt. Joe Kissell vindt uit hoe je met NTFS for Mac de Windows- en Mac-partities kan integreren, en Adam maakt zich zorgen over Googles Knol, dat zich afficheert als een concurrent voor Wikipedia. Op het gebied van de beveiliging is er de QuickTime 7.3.1 update van Apple, met als doel het repareren van het RTSP-beveiligingslek. En tenslotte zijn er de onlangs verschenen of vernieuwde Take Control e-boeken over de iPhone, digitale tv, het draaien van Windows op een Mac, en over Mac OS X-jargon (en je krijgt op al deze e-boeken 20% korting op 18 december 2007, in het kader van de MacSanta-actie). Een vrolijk en veilig kerstfeest, en nieuwjaar toegewenst - ons zie je pas op 7 januari 2008 terug!
 
Artikelen
 

Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!!

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


TidBITS vakantiepauze 2007

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: GS]

Het lijkt er op dat elk jaar eindigt met een waanzinnige sprint om zo veel mogelijk klaar te krijgen voor de inzet van de vakantie, maar dit jaar ging dat voor Tonya en mij wel echt tot het uiterste. Naast het opnieuw opzetten van de TidBITS-webstek in augustus publiceerden we vanaf begin september 23 nieuwe of bijgewerkte e-boeken, en daarnaast slaagde ik er op een of andere manier in de tijd te vinden om in november ook nog "iPhoto '08: Visual QuickStart Guide" te schrijven. Van wat er vóór augustus gebeurde kan ik me niets meer herinneren.

We hadden niet eens een fractie van dit alles van de grond gekregen zonder de geweldig kundige hulp van Jeff, Glenn, Joe, Matt, en Mark; de vele auteurs en redacteuren van Take Control-boeken; de alles-begrijpende technici bij digital.forest, onze Internet-gastheer. We zijn ook dank verschuldigd aan de deskundige auteurs die in de loop van het jaar artikelen bijdroegen, onze altruïstische vrijwillige vertalers, onze sponsor-bedrijven, alle mensen die ervoor zorgden dat TidBITS Talk levendig bleef, en eenieder die tijd vrijmaakt om te lezen wat we schrijven. Hartelijk dank aan iedereen, en mogen al jullie wensen voor het nieuwe jaar in vervulling gaan.

Hoewel het ritme ongetwijfeld wat kalmer zal worden, gaan we door met het plaatsen van artikelen op de TidBITS-webstek, en gemodereerde boodschappen op TidBITS Talk. Het volgende e-mailnummer van TidBITS verschijnt op 7 januari 2008, en de week daarop zitten we in San Francisco voor de jaarlijkse opwinding van Macworld Expo.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


QuickTime 7.3.1 repareert RTSP-gebrek

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>
[vertaling: MSH]

Bij Apple verscheen QuickTime 7.3.1, een veiligheidsopwaardering voor herstel van een potentieel ernstig misbruik (zie "Dek je in tegen het RTSP-gebrek in QuickTime", 07-09-2007). Anders dan bij veel recente beveiligingszaken op de Mac, bestond er daadwerkelijk kwaadaardige code die misbruik maakte van het QuickTime RTSP (Real Time Streaming Protocol)-gebrek: een speciaal opgezette webpagina kon kwaadaardige software op jouw computer installeren. Volgens het veiligheids-vrijgavebericht van Apple herstelt QuickTime 7.3.1 de tekortkoming in RTSP alsmede lacunes in de Flash mediahandler van QuickTime.

Apple beveelt de opwaardering aan voor alle gebruikers. Hij is te verkrijgen via Software Update en in solitaire vorm voor Leopard (52,6 MB), Tiger (48,7 MB), Panther (50,9 MB), en Microsoft Windows XP en Vista (20,3 MB).

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


DivX Pro tijdelijk gratis

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: PAB]

Gedurende een niet nader gespecificeerde tijd geeft DivX gratis serienummers weg voor hun DivX Pro-software, waarmee je DivX-gecodeerde video's op de Mac kan creëren (een Windows-versie is ook beschikbaar). DivX is een gecomprimeerd, digitale media-bestandsformaat voor video, net zoals MP3 en AAC gecomprimeerde digitale media-bestandsformaten zijn voor geluid. Lees er alles over op Wikipedia als je geïnteresseerd bent in de vunzige details.

DivX Pro for Mac, normaal verkocht voor $ 19,99, is een bundel van vier programma's, DivX Player (voor het afspelen van DivX-video's op de Mac), DivX Web Player (voor het uitbreiden van de afspeelfunctionaliteit naar het web), DivX Pro Codec (nodig voor het coderen van video in het DivX-formaat) en DivX Converter (het programma dat werkt met de codec om DivX-video's te creëren).

Ook als je nooit video's maakt, is er niets op tegen om de gratis versie van DivX Pro te downloaden, maar je kunt de onderdelen die je nodig hebt om DivX-video's alleen af te spelen altijd al gratis krijgen. De DivX for Mac-bundel bevat de DivX Player, DivX Web Player en de DivX Community Codec, wat, denk ik, alleen DivX-video kan decoderen, want coderen kan alleen met de DivX Pro Codec.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Take Control-nieuws: bespaar met MacSanta-kortingen

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: SL]

Op dinsdag 18 december 2007 kun je 20 procent besparen op alle Take Control e-boeken, in het kader van de MacSanta-actie, die een maand duurt. Je hoeft alleen maar de couponcode MACSANTA07 in te vullen in ons winkelwagentje als je op die dag iets bestelt, en dan krijg je je korting. Als je de kans mist om te bestellen op de dag van 20 procent korting kun je met couponcode MACSANTA07TEN nog altijd 10 procent besparen op alle bestellingen tot en met 31 december 2007. (En als je er toch bent, bekijk dan ook alle andere producten die tegen korting te koop zijn!)

Merk op dat we couponcodes meestal opnemen in onze URL's, om het makkelijker voor je te maken. In dit geval was dat niet mogelijk. Daarom zul je een van de bovenstaande couponcodes moeten kopiëren, inplakken in het veld Coupon Code in de rechterbovenhoek van ons op eSellerate gebaseerde winkelwagentje, en op de knop Enter Coupon moeten klikken om het op je subtotaal toe te passen.

En vergeet niet dat je makkelijk op het allerlaatste moment een van onze e-boeken cadeau kunt geven. Plaats gewoon je bestelling, download de pdf, en stuur die naar de ontvanger als een gewone e-mailbijlage. Vergeet niet uit te leggen dat een klik op de koppeling Check for Updates ervoor zorgt dat de lezer informatie over updates krijgt.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Take Control-nieuws: beheers je iPhone met de adviezen van Ted Landau

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: GS]

De iPhone werd zopas door Time Magazine uitgeroepen tot "Uitvinding van het jaar", en je kunt zeker verlekkerd zijn op al die snoezige functies die in dat glanzende pakje gepropt werden. Maar als je meer de touwtjes in handen wil nemen bij belangrijke functies zoals het syncen naar je computer, Mail-accounts installeren en een verbinding opzetten met draadloze netwerken, dan vind je uitleg hierover in het nieuwe "Take Control of Your iPhone", van Ted Landau, een goeroe in het oplossen van computerproblemen, die je vertelt wat er onder de motorkap gebeurt zodat je je iPhone efficienter en met minder moeite kunt gebruiken.

Heb je vragen over hoe je je iPhone moet activeren, over de nuances van het aanraakscherm en het virtuele toetsenbord, of hoe de instellingen aan te passen aan je programma's, dan vind je de antwoorden in dit boek. Waar het echter echt in uitblinkt, vooral in vergelijking met andere iPhone-publicaties, is het behandelen van hoe je problemen moet oplossen. Of je nu lijdt aan gevoel voor syncen, je e-mail niet krijgt, moeite hebt om je batterij geladen te krijgen, of een dode iPhone moet laten verrijzen, je zult hoe dan ook profiteren van de jarenlange ervaring van Ted met het schrijven van bestsellers met probleemoplossingen. Dit e-boek is helemaal bij de tijd en neemt je bij de hand bij tientallen procedures waarbij problemen stap voor stap worden opgelost, en onderweg krijg je nog allerhande tips om je iPhone op een slimme manier te gebruiken. Voor wie uit is op avontuur behandelt Ted ook het hacken van een iPhone en hoe je een gehackte iPhone moet updaten (of niet moet updaten).

Tot en met het einde van december geldt een kenningsmakingsreductie voor dit e-boek van 195 bladzijden: slechts $10 in plaats van $15. Bestel je exemplaar vandaag!

(Degenen die de voorvertoningsversie hebben van het e-boek "Take Control of Troubleshooting Your iPhone" kunnen aan de volledige versie "Take Control of Your iPhone" komen door te klikken op Check for Updates in de PDF van de voorvertoning.)

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Take Control-nieuws: drie aanvullingen van e-boeken om te lezen tijdens de feestdagen

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: MSH]

Of je nu tijdens de vakantie de komende weken meer neigt naar het uitvissen hoe een nieuwe digitale tv te kopen of te installeren, het leren van enkele nieuwe technische termen, of het spelen van het nieuwste hippe Windows-spelletje op je Mac via Boot Camp, wij hebben een vers opgewaardeerd e-boek voor je. Nog beter, al deze opwaarderingen zijn gratis voor bezitters van de recentste versie. Fijne vakantie!

Heb je een eerdere versie van enig bovengenoemd boek, open dan je PDF en klik op de eerste pagina Check for Updates voor toegang tot je opwaardering. Opwaarderingen van eerdere versies van ieder e-boek zijn gratis. Lezers met de eerste editie van "Take Control of Digital TV" en "Take Control of Running Windows on a Mac" krijgen prijsvermindering bij opwaarderen.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Quay maakt gehakt van stacks

  door Matt Neuburg <matt@tidbits.com>
[vertaling: HV]

Voor diegenen onder ons die zich storen aan al die oppervlakkige flauwekul van Leopard gebeuren er op het moment fijne dingen. Drie van de Leopard-eigenschappen waar ik me over opwond in "Zes dingen die ik in Leopard haat" (26-10-2007), zijn inmiddels al gesneuveld middels klassieke gebruikersinventiviteit.

En zo gebruik je Quay (overigens is de naam Quay ['kade' - nvdv] overduidelijk een woordspeling op 'Dock'). Allereerst sleep je alle mappen uit het Dock, zodat ze verdwijnen in het bekende rookwolkje. Die mappen waren de Leopardstacks, en die wilden we nou juist kwijt. Start vervolgens Quay op. Elke map die je in het Dock zou willen zien sleep je niet naar het Dock, maar op het venster van Quay. Quay genereert vervolgens een icoon (dat je geheel naar eigen inzicht kunt bewerken), en dàt icoon sleep je vanuit het venster van Quay naar het Dock. Als alle gewenste mappen zo in het Dock geplaatst zijn kun je Quay afsluiten.

Als je dan bij een willekeurige Dock-map die je met Quay hebt gecreëerd op het icoon klikt, verschijnt er een hiërarchisch menu van de inhoud van die map. Dit menu is beter dan de oude hiërarchische Dock-menu's: van elke map kan het menu individueel gesorteerd worden op naam, datum, of bestandstype, en de menu-items kunnen kleine, grote, of helemaal geen iconen hebben - verder kan zo'n menu optioneel ook onzichtbare bestanden en/of de inhoud van een pakket tonen. Om deze opties te wijzigen moet je een map activeren met Optie-klik. Om de map te openen klik je er gewoon dubbel op. Je wilt echter een map niet activeren met Ctrl-klik, of je muis er langere tijd op vastgeklikt houden, want in dat geval krijg je weer gewoon het standaard Dock-menu te zien, in plaats van het menu van Quay.

En dat brengt me bij een uitleg over hoe Quay werkt. Ik weet het niet zeker, maar ik vermoed dat de objecten die je vanuit Quay in het Dock zet helemaal geen mappen zijn, maar documenten. (Daarom ook wonen ze op de juiste plek, namelijk aan de rechterkant van het Dock, waar documenten en mappen thuis horen.) De originele documenten die bij de Dock-iconen horen worden door Quay achter de schermen gecreëerd, en verborgen in een pakket, zodat je ze niet per ongeluk kunt verwijderen of wijzigen. Als je éénmaal op een dergelijk 'map'-icoon klikt gebeurt er wat er altijd gebeurt als je één keer op een document in het Dock klikt - het document wordt geopend in het bijbehorende programma. Het betreffende programma is niet Quay zelf, maar een verborgen achtergrondproces dat zich ook in het pakket van Quay bevindt. Dit achtergrondproces reageert op het openen van een van zijn documenten door het genoemde hiërarchische menu te produceren voor de map waar het document bij hoort. (Daarom hoeft Quay zelf niet actief te zijn om de Quay-mappen te activeren.) Als je twee keer klikt op de 'map' interpreteert het achtergrondproces dit als een poging om het bestand tweemaal te openen, en vertaalt het dit in een verzoek om de bijbehorende map te openen.

Quay is niet volmaakt: je kunt bijvoorbeeld geen Command-klik op een map in het Dock uitvoeren om zodoende de map in een Finder-venster te tonen, en soms kun je er zelfs niet twee keer op klikken om de map zelf te openen, omdat na de eerste klik het hiërarchische menu verschijnt. Als dit maar groot genoeg is blokkeert dit het Dock, zodat je tweede klik nooit bij het document in het Dock aankomt. De dubbele-klik routine is om nog een andere reden onbetrouwbaar: soms toont het de bijbehorende map, en soms opent het deze map. Kort gezegd, de dubbele-klik routine is niet betrouwbaar, en ik denk dat het zinvoller zou zijn om in het hiërarchische menu zelf een optie op te nemen om de bijbehorende map te tonen of te openen. Bovendien kun je geen object naar een Quay-map in het Dock slepen om het object naar de betreffende map te verplaatsen of te kopiëren, omdat het 'ding' in het Dock nu eenmaal geen map is maar een document, en er geen toepassing is die van de sleephandeling verwittigd wordt. Tenslotte meldt de handleiding nog dat "Quay in verwarring gebracht kan worden als er zich meerdere instanties van het programma op je harde schijf bevinden". Dat is niet erg geruststellend, omdat, met Time Machine actief, het onvermijdelijk is dat er meer dan één exemplaar van Quay aanwezig zal zijn (de handleiding vertelt je wel hoe je dit moet voorkomen).

Dat niettegestaande is de aanpak van Quay ontegenzeggelijk elegant, eenvoudig, en zeer prettig in het gebruik, en het is natuurlijk nog maar een 1.0-versie. Ik kan je dan ook volmondig aanbevelen om het eens uit te proberen. Quay kost 7 euro. Je kunt een demo downloaden, maar zolang je niet registreert werkt het hiërarchische pop-upmenu maar voor slechts één van je Dock-'mappen'.

Het wachten is nu nog op iemand die een oplossing bedenkt voor die miniatuur-icoontjes en priegeltekst in de zijbalk van Finder-vensters!

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Default Folder X temt Open-/Bewaardialogen van Leopard

  door Matt Neuburg <matt@tidbits.com>
[vertaling: PAB, SL]

St. Clair Software van Jon Gotow heeft onlangs versie 4 van Default Folder X uitgebracht en om uit te kunnen leggen wat dat voor mij betekent, wil ik jullie herinneren aan een aantal thema's waar ik al vele jaren op hamer.

Ten eerste: waarom lijken de Open- en Bewaardialogen niet méér op de Finder? De Finder is er voor het bladeren en navigeren door je bestandshiërarchie en zo ook de Open- en Bewaardialogen. De Finder is goed voor het openen van bestanden en zo ook de Open-dialogen. Waarom zijn het dan toch zo totaal verschillende werelden? Waarom sluiten ze niet op elkaar aan? Waarom is gebeurt het nog steeds zo vaak dat je een bestand opslaat, het Bewaar-venster sluit en dan bedenkt: "Oh, verdorie, in welke map heb ik dat nou net gestopt?" Om het kort te houden, als je een document vanuit een programma wilt openen of opslaan, waarom zit je dan eigenlijk niet, op de een of andere manier, in de Finder?

Dit is een vraag die ik lang geleden ook al eens gesteld heb (zie "Apple's gemene geheimpje", 15-10-2001), toen Findervensters en Open- en Bewaardialogen totaal niet op elkaar leken. Tegenwoordig doet Apple moeite om de verschillen tussen de twee weg te poetsen, want de Open- en Bewaardialogen hebben het volgende erbij gekregen: de kracht van Spotlight (zie "Spotlight slaat terug: in Leopard werkt het geweldig", 01-11-2007), de Finder-navigatiekolom (en, in Leopard, de mogelijkheid om deze aan te passen), weergaves die lijken op de weergaves van de Finder (inclusief in Leopard, de symboolweergave), de mogelijkheid om het Toon info-venster op te roepen (door, uh, over te schakelen naar de Finder) enzovoorts. Maar de Open- en Bewaardialogen ontberen vele Finder-kenmerken en het blijft een feit dat dit twee gescheiden werelden zijn. Ze werken verschillend en ze zijn niet direct op elkaar aangesloten, hoewel je beide tegelijkertijd kunt gebruiken. Hoe vaak heb je tegen je computer geschreeuwd wanneer die je een Open-dialoog presenteerde: "Daar is-ie, voor je snufferd, sukkel! Wat ik wil openen staat daar in een Finder-venster, achter je! Kun je dat niet zien?" Nee helaas, dat kan hij niet. Het klopt dat je tegenwoordig vanuit de Finder een object naar een Open- of Bewaardialoog kunt slepen om die te helpen bij het te weten komen in welke map het moet kijken. Maar met de vele vensters die je meestal open hebt liggen, is het geschuif ermee om die kleine handeling te verrichten even lastig als het oplossen van een Sokoban-puzzel.

Ten tweede, wat is er van Boomerang geworden? Onze eerste bespreking daarvan stond in TidBITS in "Boomerang Makes Good" (01-10-1990). Voor lezers die na die tijd zijn geboren (en ik vrees dat we die zo onderhand daadwerkelijk hebben): Boomerang was een briljante hack die Open- en Bewaardialogen hielp onthouden waar je je spullen had geopend en bewaard, zodat je daarheen terug kon gaan. Het is opgekocht en twee keer gemuteerd (zie "Zie een aflevering van de ACTION Files", 15-06-1998, van Jerry Kindall, voor een geweldige beschrijving van de prehistorie van dit onderwerp), maar het was essentieel voor mijn Mac-gebruik sinds, gompie, Systeem 6. Geleidelijk, in de loop der jaren, is Apple gaan beseffen dat de functionaliteit van Boomerang misschien wel Iets Goeds is, en heeft het een deel ervan ingebouwd in het systeem. Maar het werkt niet echt erg goed (om het vriendelijk te zeggen). Zeker, een Open- of Bewaardialoog heeft in het venstermenu een Recente Mappen-sectie, maar zal ik je eens wat vertellen? Ik weet nooit waar ter wereld het die lijst vandaan haalt. In de meeste gevallen zie ik geen verband met de plaatsen waar ik recent iets heb geopened of bewaard in dit programma, en het is meestal een armzalige twee tot vijf onderdelen lang. Denkt Apple dat we een stelletje kleuters zijn die maar op twee tot vijf plaatsen documenten openen?

Dit alles brengt me op Default Folder X. Ik zie dat we over dit gereedschap schrijven sinds 1991 (toen het nog DFaultD heette - wow, dat was ik helemaal vergeten: zie "DFaultD 2.22", 18-11-1991), en je kunt zijn geschiedenis helemaal volgen tot en met 2005 ("Default Folder X 2.0.2 nu verkrijgbaar", 05-09-2005), en dan zit je bij Tiger. Nu is het tijd voor Leopard.

Default Folder X (een Systeemvoorkeurenpaneel waar een programma in zit opgeborgen) kan een heleboel doen en heeft heel veel keuzemogelijkheden. Bijna iedere beschrijving is daardoor ontoereikend of verwarrend. Laat ik ermee volstaan te zeggen dat het heel erg zijn best doet om de kloof te overbruggen tussen Open- en Bewaardialogen en de Finder, en daar ook nog een paar heerlijke extra navigatiemogelijkheden aan toevoegt. Als een Open- of Bewaardialoog verschijnt, dan merkt Default Folder X dit en zet het er een balk met vijf iconen naast. Elk icoon roept een menu op:

[Zie afbeelding]

Ik moet ook nog de "Boomerang"-functie van Default Folder X onderstrepen, want voor mij is die de volle prijs waard. Als een Open-dialoog verschijnt, begint hij niet alleen in de map die je het laatst bekeek, hij selecteert ook het bestand dat je als laatste hebt geopend. Dit is enorm belangrijk, niet alleen omdat dit hoogstwaarschijnlijk het bestand is dat je opnieuw wilt openen, maar ook omdat je, als je een reeks bestanden aan het verwerken bent, zo in een oogopslag ziet welk bestand als volgende aan de beurt is. Ik gebruik Open-dialogen op deze manier, zoals ik al zei, sinds Systeem 6, en ik kan nauwelijks buiten deze eigenschap.

Sommige mensen houden misschien niet van de nieuwe, zwart-witte, halfdoorschijnende vensters van Default Folder X, die de transparante vensterstijl van Leopard nabootsen. Maar ik vind ze, samen met de nieuwe Leopard-animaties als je een menu oproept, het neusje van de zalm. (Dat is een uitdrukking van grote waardering.) Ondanks de duizelingwekkende lijst keuzemogelijkheden in het voorkeurenpaneel voelt de Leopard-versie van Default Folder X opgeruimd en handig, simpel en krachtig aan. Niettemin weet ik zeker dat ik Default Folder X en zijn waarde ontoereikend beschreven heb, dus bekijk alsjeblieft zelf de website van St. Clair (het beste is om eenvoudigweg de hele handleiding te lezen), en download en probeer dit onmisbare gereedschap. Het is een plezier om het zo mooi te zien werken onder Leopard; ik denk dat jullie het daar wel mee eens zullen zijn. Default Folder X kost $34,95, en je kunt een gratis testversie downloaden die 30 dagen werkt.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Meer NTFS-opties voor Mac

  door Joe Kissell <joe@tidbits.com>
[vertaling: TK]

Een van de ronduit vervelende dingen aan werken met Boot Camp, vooral als je je Windows-volume in NTFS hebt geformatteerd (wat verplicht is voor Vista), is dat het zo moeilijk is om bestanden uit te wisselen tussen je Mac-partitie en je Windows-partitie. Onder Windows is je Mac-partitie volledig onzichtbaar, en onder Mac OS X kun je je Windows-partitie wel zien, maar je kunt de bestanden op de partitie alleen veranderen als deze laatste in FAT32 geformatteerd is. Bij een NTFS-partitie blijft de toegang beperkt tot alleen-lezen.

Dit betekent dat je je in allerlei bochten moet wringen om bestanden van het ene besturingssysteem in het andere besturingssysteem te gebruiken. Eén manier is via een tussenvolume dat zichtbaar is voor zowel Mac OS X als Windows, zoals bijvoorbeeld een externe harde schijf, een optische schijf of een server. Als Parallels Desktop of VMware Fusion geïnstalleerd is, kun je een van beide gebruiken om van in Mac OS X toegang te krijgen tot je Boot Camp-partitie (of om het even welk ander NTFS-volume), al is dit wel een omweg. Een andere optie is MacDrive te installeren onder Windows. Hiermee krijg je naadloos toegang tot je Mac-partities, maar je Windows-volume blijft nog altijd onzichtbaar onder Mac OS X.

Bijna een jaar geleden (zie het artikel "MacFUSE brengt explosie aan mogelijkheden voor Mac-bestandssystemen", 29-01-2007, van Chris Pepper) bracht Google MacFuse uit, een systeem waarmee ontwikkelaars plug-ins kunnen maken voor toegang tot andere bestandssystemen onder Mac OS X. Eén van deze plug-ins, NTFS-3G, biedt toegang voor lezen en schrijven tot NTFS-volumes, waaronder ook die van Boot Camp. Aangezien beide vereiste componenten gratis zijn, worden zij door veel mensen gebruikt om gemakkelijker toegang te krijgen tot hun NTFS-volumes. De combinatie van MacFUSE en NTFS-3G werkt dan wel redelijk goed als je behoeften niet te groot zijn, maar het heeft al wel kritiek gekregen voor problemen zoals een te lage overdrachtsnelheid, gebrek aan documentatie en problemen om ondersteuning te krijgen.

Nu is echter een interessante nieuwe optie opgedoken die een oplossing voor deze problemen belooft en meer nog. Installeer NTFS for Mac OS X van Paragon Software, en je Mac kan naar om het even welk NTFS-volume schrijven, ook je Boot Camp-partitie, met respectabele snelheden en volledig transparant. Eigenlijk - en ik had niet gedacht dat ik dit ooit zou zeggen - is het misschien wel een beetje te transparant.

Uit het zicht -- NTFS for Mac OS X 6.0 (de eerste release voor de Mac, ongeacht het versienummer) is een low-level stuurprogramma dat onzichtbaar op de achtergrond werkt. Wanneer het geïnstalleerd is, worden je NTFS-partities lezen & schrijven in plaats van alleen-lezen - en dat is het zo ongeveer. Er valt niets te configureren. Het werkt geruisloos, en in normale omstandigheden zul je het nooit opmerken - het enige dat opvalt is dat je naar je NTFS-volumes kunt schrijven.

Of misschien zullen je toch nog enkele andere dingen opvallen. Onder Leopard kan Schijfhulppprogramma voortaan NTFS-volumes repareren en nieuwe of bestaande volumes formatteren als NTFS (NTFS-3G kan dit laatste ook). Of, indien je verkiest, kun je deze taken ook uitvoeren met bijgeleverde opdrachtregel-utilities (onder Tiger zijn alleen de opdrachtregel-utilities beschikbaar). Deze integratie is in alle geval ook zo naadloos als maar kan.

Eén van de interessante implicaties van het kunnen schrijven naar een NTFS-volume is dat je, als je wilt, een back-up van je Boot Camp-volume kunt maken met je favoriete Mac-backupprogramma (en dus niet meer via Windows). Strikt genomen zou je dit altijd kunnen doen, maar nu kun je bestanden vanaf back-up ook terugzetten, wat deze back-ups uiteraard wel nuttiger maakt!

Slechts één probleem -- Normaal zou ik zeggen dat een software nooit te transparant kan zijn. Apple had tenslotte volledige ondersteuning voor NTFS maar rechtstreeks in Mac OS X moeten inbouwen, zoals zij hebben gedaan voor FAT32. Je zou kunnen zeggen dat met NTFS for Mac OS X je Mac nu werkt zoals hij het altijd al had moeten doen. En toch, in de weken waarin ik met NTFS for Mac OS X heb gewerkt, heb ik mezelf toch het een en het ander afgevraagd. Wanneer zich een willekeurig probleem voordeed, was de eerste gedachte bij mij altijd "Kan dit nieuwe stuurprogramma de oorzaak zijn?" Op mijn computer staat natuurlijk allerlei andere software van derden zonder expliciete gebruikersinterface, maar om de een of andere reden vond ik het bijzonder vervelend dat NTFS for Mac OS X geen aan/uit-schakelaar heeft, dat er geen gemakkelijke manier bestaat om het versienummer na te kijken, en geen auto-update mechanisme dat me waarschuwt wanneer er een nieuwe versie beschikbaar is. De enige manier om te weten te komen of het wel degelijk de oorzaak van een probleem is, is het stuurprogramma te verwijderen en te kijken of het probleem opgelost is.

Toen ik een keer precies dit deed, zag ik dat NTFS for Mac OS X inderdaad de oorzaak van een van mijn problemen was. Vorige week downloadde ik de FileMaker Pro 9.0v3 update, en toen ik de updater startte, scande hij al mijn volumes op het bureaublad op een oud exemplaar van FileMaker Pro. Toen hij aan mijn Boot Camp-volume begon, crashte de updater - en dit gedurende meerdere uren, tot ik geforceerd stopte. Ik probeerde het dan nog enkele keren, maar de updater bleef telkens op dezelfde plaats hangen. Ik verwijderde NTFS for Mac OS X en het probleem was opgelost - de updater vloog door het hele scanproces. (Paragon zegt dat zij dit probleem onderzoeken.) Aangezien er geen gebruikersinterface is, zou een gebruiker het bestaan van NTFS for Mac OS X wel eens gemakkelijk kunnen vergeten of er overheen kijken, waardoor dergelijke conflicten wel eens moeilijker op te lossen kunnen zijn. Ik zou een gelukkiger gebruiker van NTFS for Mac OS X zijn met iets in de zin van een eenvoudig voorkeurpaneel, vooral als je de functionaliteit kon uitschakelen zonder het volledig te moeten verwijderen en te herstarten.

Op dat ene (en niet zo zware) probleem na, heb ik geen problemen ondervonden met de software. Tot nu toe werkt hij op alle andere punten zoals beschreven. Met andere woorden: ik kan in Mac OS X bestanden op mijn Boot Camp-volume toevoegen, verwijderen en wijzigen. Hierbij kan ik enkele ingewikkelde omwegen vermijden met omschakelen tussen mijn Mac- en mijn Windows-omgeving. De lees- en schrijfsnelheden zijn heel aanvaardbaar voor mij, en de firma heeft goed gereageerd op mijn vragen om ondersteuning. De introductieprijs van NTFS for Mac OS X bedraagt $29,95 (normale prijs $39,95). Er is een proefperiode van 10 dagen zonder licentie, en het is een download van 2,3 MB.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Chumby: de zitzak-computer

  door Kevin van Haaren <kevin@vanhaaren.net>
[vertaling: DPF]

Ik moet op de een of andere geheime marketinglijst staan van mensen die recentelijk hun auto afbetaalden. Chumby Industries beweert dat ze mij de kans bieden om een Chumby te kopen omdat ik aangegeven had een bericht te willen ontvangen als de Chumby beschikbaar zou komen voordat hij algemeen uitgebracht gaat worden, maar ik weet wel beter. Omdat het geld voor mijn auto gaten brandde in mijn bankrekening, heb ik een Chumby gekocht (in hip Steve-Jobszwart) voor $179,95.

[Zie afbeelding]

Chumby 101 -- Maar wat is een Chumby dan? Neem een zitzakje ter grootte van een grapefruit en vul het met een kleuren LCD-aanraakscherm van 3,5 inch (bijna 10 cm), een 350 MHz CPU, 128 MB aan geheugen, wifi, een bewegingssensor, een drukgevoelige sensor, twee usb-poorten, een stel luidsprekers en een aansluiting voor een koptelefoon en je hebt een Chumby.

Jaja, maar wat doet het? De Chumby is in feite een widgetmachine. Hij doorloopt widgets die je ingesteld hebt op de website van Chumby. Elke widget is voor een bepaalde tijd zichtbaar en net zoals bij Dashboard-widgets in Mac OS X kunnen ze veel dingen doen. Er zijn widgets voor het weerbericht, RSS-feeds, webcams, Twitter, klokken, kalenders en noem maar op, en er komen er alsmaar meer.

De toegang tot de widget-bibliotheek van Chumby en software-updates van het apparaat zijn gratis. Ze worden bekostigd door advertenties die soms op de Chumby opduiken. Tot nu toe kreeg ik er maar een paar van per dag. De advertenties zijn Flash-gebaseerde filmpjes, maar ze spelen niet automatisch af. Je moet op de afspeelknop drukken om ze te starten.

Het afspelen van widgets is maar een klein deel van wat de Chumby kan. Het is ook een redelijk werkend iPod-dock, dat je iPod kan opladen en muziek kan afspelen van je iPod door de ingebouwde luidsprekers of koptelefoon. Bovendien kan hij als wekker functioneren, dus kan hij ook in de slaapkamer dienst doen.

De Chumby gebruiken -- Wanneer je Chumby arriveert moet je allereerst, nadat je de juten zak-verpakking hebt verwijderd (perfect voor het vervoeren van de Chumby en ook nog milieuvriendelijk) een passend 'bedeltje' uitkiezen. Waarom? Geen idee. Er worden er veel bijgeleverd, ik koos voor een vlam-bedeltje voor bij mijn zwarte Chumby.

[Zie afbeelding]

Daarna zet je de Chumby aan en maak je verbinding met een wifi-netwerk. Gelukkig ondersteunt het apparaat zowel WEP als WPA. Op mijn werk maakte ik verbinding met het 40-bit WEP toegangspunt (niet het officiële bedrijfsnetwerk, dat gebruikt meer intensieve identificatie dan de Chumby aankan). Ik had in eerste instantie problemen om een verbinding te maken met het WEP-toegangspunt, omdat de Chumby het wachtwoord hexadecimaal wilde hebben in plaats van in ASCII. Gelukkig vond ik op het web een pagina die het wachtwoord kon omzetten. Thuis maakte ik verbinding met mijn WPA-netwerk en dat was heel wat eenvoudiger, omdat de Chumby voor dat wachtwoord wel ASCII-invoer accepteerde.

Zodra je verbinding hebt met een netwerk moet je je Chumby activeren. Hiervoor moet je een gratis account aanmaken op de Chumby website en een koppeling aanmaken tussen dat account en je Chumby, die geïdentificeerd wordt door een grafisch schermpatroon te dupliceren.

Na activering van de Chumby kun je widgets toevoegen. De Chumby gebruikt hiervoor "kanalen" om te beslissen welke widgets afgespeeld moeten worden. Je kunt meerdere kanalen instellen, met verschillende widgets op ieder kanaal. Ik heb op dit moment drie kanalen, die ik door de dag heen willekeurig laat doorlopen. Ik hoef maar een paar keer kijken naar de panda's in de dierentuin van San Diego via hun PandaCam om te weten dat het goed met ze gaat, daarna schakel ik over naar de PolarBearCam op een ander kanaal. Verder gebruik ik de Chumby om Twitter in de gaten te houden, de RSS-feed van TidBITS, de aandelenkoersen en de nieuwste foto's op I Can Haz Cheezburger en Cute Overload.

Om je Chumby met een iPod te gebruiken, maak je gewoon een verbinding met een usb-kabel. De afspeellijsten van je iPod verschijnen vervolgens op het scherm van de Chumby, en je kunt meerdere afspeellijsten na elkaar afspelen (in volgorde of willekeurig). Helaas is de integratie met de iPod nog wel voor verbetering vatbaar. Wanneer een widget een Flash-filmpje met geluid afspeelt, is de Chumby niet slim genoeg om de iPod te laten pauzeren, maar speelt het beide geluidsbronnen tegelijkertijd af. Ook zijn voor het pauzeren van de iPod, wat ik op het werk moet doen bij een binnenkomend telefoongesprek, maar liefst drie stappen nodig: druk op de sensor van de Chumby, tik dan op Music op het scherm en vervolgens op pauze. Eigenlijk zou de Chumby de iPod meteen moeten laten pauzeren zodra je de druksensor geactiveerd wordt. Verder zou de mogelijkheid om songtitels over de widget heen te laten zien handig zijn, en zou ik het prettig vinden om beoordelingen aan nummers te kunnen geven.

De Chumby hacken -- Maar de echte reden om een Chumby aan te schaffen was om hem te hacken en de vruchten van hacks van anderen te kunnen plukken. Alles aan de Chumby is openbaar. Als in een flashback naar de tijd waarin Steve Wozniak de tekeningen van zijn vroege Apple hardware-ontwerpen weggaf, zijn de schema's van de Chumby online beschikbaar. Alle software is uitgegeven onder de GNU Public License (GPL). Chumby Industries moedigt aanpassingen van je zitzakje zelfs aan (er zijn voorbeelden van wat anderen gedaan hebben te vinden op Flickr). Er zijn natuurlijk veel waarschuwingen dat het openscheuren van de zitzak de garantie verbreekt, maar dat wil niet zeggen dat ze niet vertellen hoe je dat moet doen!

Voor mij is de grootste teleurstelling van de Chumby de keuze voor Flash als de ontwikkelomgeving voor de widgets. De meeste widgetsystemen gebruiken JavaScript, zoals ook Dashboard van Apple. Ik zou graag een poging wagen om een Chumby-widget te schrijven, omdat widgets naar Chumby ingezonden kunnen worden, zodat iedereen ze kan gebruiken of ze afspelen van een usb-stokje. Maar Flash lijkt nogal prijzig voor een hobby-ontwikkelaar: het ontwikkelpakket van Adobe voor Flash kost $699. Er zijn wel open-bron ontwikkelomgevingen beschikbaar zoals haXe, maar uit een kort onderzoek is mij niet duidelijk geworden of deze overweg kunnen met de voorbeeldcode die Chumby geeft.

Met alle openheid van de Chumby hoop ik echter dat deze nadelen van de Chumby, waaronder het ontbreken van ondersteuning van JavaScript-widgets, op den duur opgelost zullen worden. Misschien zal Chumby Industries dat zelf doen, en zo niet, dan hoop ik dat een of andere hacker die zich er ook aan ergert met een oplossing komt.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Paardenkracht en beeldsensoren

  door Charles Maurer
[vertaling: KvH, PAB]

Wanneer iemand op zoek is naar een digitale camera, dan is het eerste waar naar wordt geïnformeerd het aantal megapixels. Megapixels zijn voor camera's wat paardenkrachten zijn voor auto's. Ze zijn van fundamenteel belang; voor marketing, maar niet voor prestaties in het gebruik. De specificaties die de fabrikanten opgeven zijn bovendien volstrekt misleidend. Zij vermenigvuldigen het werkelijke aantal pixels met vier. (Zie voor een inleiding over beeldsensoren "Sensoren in digitale fotografie", 18-10-2004, en "Digitale fotografie: correctie & vervolg", 06-12-2004.)

'Megapixels' is in feite een nutteloze specificatie, omdat het menselijk oog geen pixels of puntjes waarneemt, maar lijnen. Voor het oog is de resolutie niet miljoenen pixels, maar honderden lijnenparen. Ook lijnenparen op zich betekenen niet echt veel, want de gevoeligheid van het oog voor lijndikte verloopt volgens een curve waarop een gelijke stap omhoog een verdubbeling betekent. Hierdoor is een vergroting van het aantal pixels met factor 4 niet eens zo erg. (Kijk voor voorbeelden van betere vergrotingen met een kwart van de pixels op "Een feest voor de koelkast: digitale foto's printen", 19-12-2005.)

Elke camera die vandaag de dag op de markt komt, heeft genoeg pixels om een flinke uitvergroting te maken, maar het dynamisch bereik is echter een andere zaak. Het varieert sterk van camera tot camera en is veel belangrijker dan resolutie. Het dynamisch bereik is het bereik van de helderste waarde tot de donkerste waarde dat een camera in één keer kan opnemen, zonder dat delen van de opname helemaal wit of zwart worden. Vooral bij uitvergroten worden delen van de foto die puur wit of helemaal zwart zijn nog opvallender. In het donkere gebied van het dynamisch bereik van een camera valt er bovendien vaak ruis te zien. Vergrotingen van een camera met een slechter dynamisch bereik laten die ruis erg goed zien.

Dynamisch bereik is moeilijk verkoopbaar, omdat het, net als de bestuurbaarheid van een auto, niet objectief gemeten kan worden. Het dynamisch bereik wordt beperkt door zichtbare ruis, en ruis van twee verschillende sensoren kan kwalitatief heel anders zijn. Het vergelijken van twee verschillende kwaliteiten ruis is als appels met peren vergelijken. Je kunt onder gestandaardiseerde omstandigheden metingen tot duizend decimalen achter de komma doen, maar zo lang het een appel en een peer betreft, of bijvoorbeeld rode ruis en grijze ruis, betekenen die metingen in feite niets. (Sommige soorten ruis kunnen onder bepaalde omstandigheden zelfs de illusie van een vergroot dynamisch bereik creëren. Zoek naar "Nog een laatste opmerking" in "De werkelijkheid en digitale foto's", 12-12-2005) om hier een voorbeeld van te zien.

Een nieuwe sensor -- Foveon maakt uitzonderlijk scherpe en efficiënte beeldsensoren met een opmerkelijk groot dynamisch bereik, die echter niet zo goed verkopen omdat ze qua resolutie niet zo goed in de markt liggen. Afgelopen voorjaar kwam Foveon met een nieuw model, met, volgens hun advertenties, een V8 onder de motorkap. Men claimt dat de sensor 14,1 megapixels aan boord heeft, 40% meer dan zijn voorganger (en slechts driemaal zoveel als er in werkelijkheid zijn). Dit bericht bracht veel opwinding onder Foveon-fanaten; maar ach, 40 procent meer pixels betekent dat de camera lijnen kan zien die 15 procent dunner zijn. De voorganger benaderde de resolutie van het menselijk oog al wat betreft de informatie die een foto kan bevatten. De verbetering is vergelijkbaar met het moeiteloos lezen van de laatste, kleinste regel op de oogtestkaart van de opticien in plaats van met moeite. Onder normale omstandigheden maakt dat niks uit, want die fijnste lijnen zijn al zo fijn dat we ze bijna nooit opmerken. Ik ken geen opticien die voor een dergelijk minieme verbetering een nieuwe bril zou aanbevelen.

Foveon bracht hun nieuwe sensor op het zelfde moment uit dat Sigma met een nieuwe camera kwam waar hij ingebouwd is, de SD14. Ik was niet echt onder de indruk van deze persberichten. Toen ik ze las, was mijn reactie om nog een exemplaar van het voorgaande model, de Sigma SD10, aan te schaffen met de vorige sensor. Ik deed dat vanwege het feit dat Foveon nu 40% meer pixels op eenzelfde oppervlak moet persen, en daarom dus elke lichtgevoelige cel nog kleiner moet maken. Als er verder niets aan de structuur van de sensor veranderd is, dan geeft die verkleining alleen maar meer ruis, waardoor er minder details in schaduwen waargenomen kan worden. De propaganda van Foveon is lyrisch over de verbeterde resolutie, maar publiceert verder geen bruikbare informatie over het dynamisch bereik.

Nu blijkt dat ik te cynisch was. Toen ik de SD14 eenmaal in handen had om uit te testen, bleek dat de marketing van Foveon de informatie over de sterk verbeterde structuur van de sensor niet op de voorgrond brengt. Ondanks zijn hogere resolutie kan de nieuwe sensor meer schaduwdetail opnemen dan de oude.

Het dynamisch bereik testen -- Om het dynamisch bereik te testen, fotografeerde ik een scène met een toonbereik dat de capaciteit van elke sensor overschrijdt, trok vervolgens de tonen in de lichte delen en de schaduwen uit elkaar, met het daarbijbehorende verlies aan middentonen, om te zien welke verborgen details zichtbaar werden. Ik converteerde 12-bits raw-bestanden naar 16-bits TIFF's zonder enige manipulatie en draaide vervolgens een Photoshop-actie op elk van hen. Deze actie verspreidt eerst de afbeelding over 16 bits en gebruikt dan Photoshops Curves-gereedschap om de lichte delen en schaduwen uit elkaar te trekken. De foto's hieronder tonen de gehele scène zonder enige manipulatie, plus voorbeelden van drie onderdelen met de tonen uit elkaar getrokken. Ik vergrootte de afbeeldingen van de SD10 naar de afmetingen van de SD14 met eenvoudige bicubic interpolaties zonder te verscherpen. Er is geen afbeelding van de SD10 voor ISO 50, omdat de camera deze snelheid niet biedt.

Het geheel: dit is de originele afbeelding van elke camera. Het licht op het lichte schilderij vervaagt snel naar de zijkant, waardoor het schilderij rechts te donker is voor wat voor sensor dan ook om waar te nemen.

[Zie afbeelding]

Helder gebied: dit vergelijkt het heldere gedeelte van afbeeldingen die gefotografeerd zijn op elke ISO-snelheid die de camera te bieden heeft. Voor elk paar afbeeldingen zie je dat de SD14-afbeelding een beetje meer detail toont dan die van de SD10.

[Zie afbeelding]

Donker gebied: de afbeeldingen van de SD14 zijn zichtbaar beter dan die van de SD10.

[Zie afbeelding]

Erg donker gebied: hierbij is het niet echt een kwestie van kwaliteit, maar de SD14 kan tenminste een beetje detail ontdekken op ISO 200 en lager, terwijl de SD10 dat niet kan.

[Zie afbeelding]

Vergelijking van de SD10 en SD14 -- Zoals dat nu eenmaal met camera's gaat, zijn de SD14 en SD10 zeer verschillend. De SD14 heeft een helderdere zoeker dan de SD10 en meer functies. Op het eerste gezicht lijkt hij aantrekkelijker, maar de meeste extra functies komen op mij eerder als marketinginstrumenten over dat ze fotografisch van belang zijn, en ze maken de bediening van de camera ingewikkelder. Hoewel de zoeker van de SD14 groter en helderder is, functioneert de SD10-zoeker als een sportzoeker die het inkaderen van bewegende onderwerpen vergemakkelijkt. Een duidelijk nadeel is dat bij de SD14 de bescherming voor het lcd-venster ontbreekt die de SD10 wel heeft, wat de SD14 fragieler maakt. Alles bij elkaar, los van de sensor, heb ik geen voorkeur voor de een of de ander.

Ik kan de sensor echter niet negeren. Het is de sensor die de afbeeldingen vastlegt, niet de toeters en bellen op de camera, en de sensor van de SD14 toont minder ruis dan die van de SD10 en legt toon-extremen beter vast. Ik vermoed dat de meeste mensen het verschil niet zien, maar ik liep regelmatig tegen de grenzen op van de SD10, dus kon ik de verbetering niet weerstaan. Iemand geïnteresseerd in een tweedehands SD10?

[Als je Charles Maurer's bespreking van megapixels, dynamisch bereik en beeldsensoren behulpzaam vond, vraagt hij je om Artsen zonder Grenzen (Nederland of België) te steunen met een gift.]

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Google gaat achter Wikipedia aan

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: LmR]

Een blog-artikel van Udi Manber, vice-president ontwikkeling bij Google, is de openingszet in een strijd die nog wel eens interessant zou kunnen worden. Misschien zelfs wereldschokkend. Manber kondigt in dit artikel Google Knol aan - een "knol" is een door Google uitgevonden woord dat staat voor een "unit of knowledge" [eenheid van kennis -nvdv]. Het basisidee achter Google Knol is dat iedereen (teminste uiteindelijk iedereen; op dit moment is het nog in een besloten testfase) een mooi ontworpen, automatisch georganiseerde webpagina kan maken over elk onderwerp. Het doel van Google hierbij is dat knollen de eerste dingen zijn die mensen tegenkomen als ze zoeken naar informatie.

Dit lijkt nogal op Wikipedia en dat is precies de bedoeling. Iedereen kan nu al artikelen creëren in Wikipedia over elk onderwerp en Wikipedia-artikelen staan bij veel zoektermen al bovenaan als resultaat - zoek bijvoorbeeld maar eens in Google naar "Hurricane Katrina", en het eerste resultaat is een uitgebreid Wikipedia-artikel over dir onderwerp. Dus waarom zou Google proberen dit na te doen?

Bezie het eens door het zakelijke oog van Google. Google verwerkt graag de zoekterm die leidt tot de webpagina die mensen zoeken vanwege de advertenties die verschijnen op de resultatenpagina. Maar zou je niet veel liever willen dat je ook nog eens de eigenaar was van dat zoekresultaat? Google is al tijden bezig met diensten die jou langer in de Google-ruimte houden dus als je bijvoorbeeld zoekt naar het "weer in New York", geeft Google je een klein rapportje met een weersverwachting die je meteen doorstuurt naar een volgende pagina. Zo ook als je zoekt op "recept spaghetti". Google gooit je in een recept-specifieke interface (dit gebeurt nog niet bij alle recepten, noch bij iedereen).

Maar als een Google-knol het eerste resultaat wordt voor de bijbehorende zoekterm, dan heeft Google de mogelijkheid om ook op die pagina advertenties te plaatsen. en hier verschilt de Google Knol-aanpak van die van Wikipedia. Google-knollen hebben een enkele auteur, die ook genoemd wordt en die bepaalt of er advertenties verschijnen en zo ja, deelt in de opbrengsten. Manber geeft hoog op over hoe auteurs op de achtergrond zijn geraakt op het web: "...op de een of andere manier is het Web geëvolueerd zonder een sterke standaard om auteursnamen te noemen". Dat is echter onzin. Er is geen systematisch gebrek aan verwijzingen naar auteurs op webpagina's. Immers bijna ieder artikel, blog-artikel of reactie daarop en thuispagina bevat duidelijk de naam van de auteur. Sterker nog het hele idee van door een enkele auteur aangemaakte pagina's over een onderwerp is niet eens nieuw - About.com (nu eigendom van The New York Times Company) doet dit al sinds 1996.

Dit staat haaks op de gemeenschapsgerichte aanpak van de Wikipedia-gebruikers, waar ieder artikel het resultaat is van een gezamelijk schrijf- en redactiewerk door verschillende mensen. En waar advertenties niet thuishoren.

Volgens Manber zal Google Knol ook functies bevatten die wel gebruik maken van een gemeenschappelijke opzet. Mensen kunnen bijvoorbeeld reacties plaatsen, vragen stellen, aanpassingen maken of informatie toevoegen, etc". Maar de auteur blijft de controle over de informatie in het artikel houden en kan reacties en wijzigingen gebruiken of negeren. Google zegt zelfs: "Alle verantwoordelijkheid voor de bewerkingen en reacties liggen bij de auteur".

Als auteur die de afgelopen 18 jaar al met honderden auteurs heeft samengewerkt en gepubliceerd, kan ik zeggen dat dit een volstrekt verkeerde insteek is. Het onderhouden van de informatie in een artikel is moeilijk en tijdrovend en niet iets wat veel auteurs goed kunnen (als ze het al kunnen). Het mooie van de Wikipedia-aanpak is dat iedereen zo veel of weinig kan bijdragen als hij of zij zelf wil en zo vaak als ze willen. Als een persoon ermee ophoudt is er altijd ruimte voor een ander om het over te nemen.

Het artikel van Manber impliceert ook dat knollen van hoge kwaliteit zullen zijn omdat zij door één auteur worden beheerd. Dat geldt misschien voor sommigen maar in de praktijk kunnen de meeste mensen, ondanks hun mate van expertise in een bepaald onderwerp nog geen spreekwoordelijke deuk in een pakje boter schrijven. De meesten zullen niet eens de benodigde vaardigheid bezitten om al het bronmateriaal te ordenen - het is allemaal lang niet zo makkelijk als het klinkt.

Het antwoord van Google hierop is dat het ze niet interesseert. Ze zeggen dat de rangschikking van de zoektermen uiteindelijk het kaf wel van het koren zal scheiden en in essentie een scheidslijn zal trekken tussen goede en slechte knollen. Daar Google geen enkele redactie of organisatorische vinger uit gaat steken zullen er welhaast zeker duplicaten ontstaan, hetgeen weer leidt tot verwatering van de interesse van de gemeenschap. Redacteuren die tijd spenderen om Wikipedia-pagina's bij te werken zullen minder geneigd zijn om verschillende knollen over hetzelfde bij te werken, zeker niet als alleen de auteur van de knol er voordeel bij heeft.

Kortom er zijn nog genoeg valkuilen in de Google Knol-tuin. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als er copyrightclaim wordt gedaan tegen een knol die plagiaat pleegt? Zullen auteurs van knollen gegevens stelen van Wikipediapagina's en zal Google in zo'n geval optreden? Zullen Google-regels zoals het blokkeren van bepaalde informatie bij diensten als Google Groups ook worden toegepast op Google Knol? Wat gebeurt er als een knol-auteur het druk krijgt, interesse verliest of overlijdt? Kan Google voor het internationale recht volhouden dat het geen zicht heeft op illegale inhoud die wordt gecreëerd op hun eigen service? Dit is niets nieuws natuurlijk, maar hoge bomen vangen veel wind.

Begrijp me niet verkeerd, Google zal ongetwijfeld veel beter werk leveren dan Wikipedia in termen van gebruikers-interface en hosting-technologie, en de Google Knol-pagina's zullen ongetwijfeld beter en aantrekkelijker ontworpen zijn. Gegeneraliseerde wiki-technologie kan simpelweg niet op tegen een gespecialiseerd stuk gereedschap ontworpen en gebruikt door een dominant bedrijf op het web.

Maar met dit project lijkt Google meer dan ook op Microsoft: laat instappen in een markt met een product dat slechts een marginale verbetering is op de concurrent maar roepen dat het een revolutionair product is. Net zoals Microsoft het open-source Linux niet schijnt te kunnen verdelgen, zal het op gemeenschappelijke deelneming gebaseerde Wikipedia, hoewel niet perfect en soms zelfs controversieel, overtuigender, nauwkeuriger en blijken dan Google Knol, zeker op de lange termijn.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Bonusverhalen, 17 december 2007

  van de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>
[vertaling: DPF]

[De bonusverhalen zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]

Amazon Delivers Like It's 1997 -- Er wordt een nieuwe thuisbezorgservice voor levensmiddelen van Amazon getest in Seattle, en dat roept bij de auteur herinneringen op aan de hoogtijdagen van het vroege dotcom-tijdperk. Deze keer gaat er wellicht wel winst gemaakt worden. (Glenn Fleishman, 11-12-2007)

Leopard Compatibility List Updated -- Nieuwsgierig naar de programma's die geschikt zijn gemaakt voor Leopard? Kijk naar de lijst van belangrijke of interessante programma's die beweren compatibel te zijn met Leopard. (TidBITS-redactie, 11-12-2007)

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Recente onderwerpen in TidBITS Talk, 17 december 2007

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>
[vertaling: KvH]

[De discussies waarnaar verwezen wordt zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]

Airport Express -- Leer hoe je gestroomde audio, zoals radiostations, via een AirPort Express kunt laten spelen. (3 berichten)

Crucial bug in Safari for Leopard -- Een lezer liep tegen een probleem aan bij het laden van pdf's en geluidsbestanden in Safari. Heeft iemand anders dit misschien ook ondervonden? (1 bericht)

Licensing NTFS - Or Why Doesn't Mac OS X Natively Support NTFS -- Een lezer reageert met een mogelijk antwoord op het artikel van Joe over NTFS voor Mac OS X, waarin hij zich verwondert over het feit dat Apple die functionaliteit niet in Leopard heeft ingebouwd. (1 bericht)

New Apple Store in New York/Scrolling in iPod Touch and iPhone -- Na een bezoek aan de nieuwe Applewinkel in New York heeft een lezer vragen over het tonen van kaarten en de toegang tot privé-gegevens op een iPod touch of iPhone. (7 berichten)

10.4.11 Issue with Quickverse -- Een fout in deze Mac Bible software moet nog steeds gerepareerd worden, wat leidt tot een geloofskwestie: welk applicatie kunnen we als alternatief gebruiken? (6 berichten)

Storing passwords on an iPod -- Wat is de beste manier om gevoelige gegevens op een iPod te bewaren, in plaats van een Palm handcomputer mee te nemen? (3 berichten)

Amazon Grocery Delivery Service -- De ervaringen van Glenn met Amazon Fresh nodigen tot vergelijking met andere, kleine diensten, die vaak dicht bij huis opereren, in tegenstelling tot de nooit ingeloste belofte van Webvan. (4 berichten)

Leopard 10.5.1 on a G5? -- Na de installatie van Leopard en de laatste systeem-update werken de ventilatoren van de Power Mac G5 van een lezer nu met de kracht van een straalvliegtuig. (5 berichten)

Networking Problem -- Een lezer kocht een nieuwe modem om gebruik te kunnen maken van hogere snelheden op zijn ADSL-netwerk, maar zijn apparaten luisteren niet meer. Wat zou deze randapparatuur weer rond de tafel kunnen krijgen? (7 berichten)

Google Goes After Wikipedia -- Lezers bespreken over Google Knol, een Wikipedia-concurrent die mogelijk problemen gaat krijgen met copyright en eenzijdig auteurschap. (4 berichten)

Death by mdimport -- Een lezer verhinderde dat Spotlight nog zocht in een aantal mappen, en dat betekende een enorme verbetering in de systeemprestaties van zijn Power Mac G5. (1 bericht)

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse, en grondige besprekingen voor de Macintosh- en internet-gemeenschappen. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2007 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering