Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS#810, 19 december 2005

Fijne feestdagen! We stappen onze vakantieperiode in met een volgepakt nummer om je tot het einde van het jaar van voldoende informatie te voorzien. Vooruitkijkend vertellen we je waar je ons kunt vinden op de Macworld Expo in januari en Adam kondigt het verscheiden aan van het waardige Info-Mac Network. Charles Maurer keert terug en kijkt naar het printen van digitale foto's en het kopen van een printer. Ook aandacht voor de verschijning van SmileOnMyMacs browseback, Now Up-to-Date en Contact 5.1, Joe Kissells e-boek "Take Control of .Mac", en de Japanse vertaling van "Take Control of Sharing Files in Tiger". Tenslotte, let op de DealBITS-verloting van een retrospel, Midnight Mansion. Tot ziens, in het nieuwe jaar!

Onderwerpen:

Copyright 2005 TidBITS: Reuse governed by Creative Commons license
<http://www.tidbits.com/terms/> Contact: <editors@tidbits.com>


De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


MailBITS, 19 december 2005

[vertaling: MSH]

TidBITS 2005 vakantiestop --Het was weer een sprint naar de finish dit jaar en sprekend als iemand die geregeld cross-country en wedstrijden loopt, ik zeg niet zomaar wat - we zijn uitgeput. Dus met dit laatste nummer van TidBITS in 2005, kijken we uit naar een serieuze vakantie-winterslaap in de komende weken. Maar zoals altijd, we zouden het niet alleen hebben kunnen doen en ik wil mijn hartelijke dank uitspreken aan een ieder die Tonya en mij helpt met TidBITS: Geoff, Jeff, Glenn, Matt, en Mark; de mensen bij digital.forest, onze internethost; onze bedrijvensponsors; de genereuze auteurs die dit jaar uitstekende artikelen bijdroegen; al onze Take Control-auteurs en redacteurs; onze onbaatzuchtige vrijwillige vertalers; de deelnemers aan TidBITS Talk; en natuurlijk ieder van jullie die waardevolle tijd spendeerden aan het lezen van onze woorden. Ons volgende nummer zal 9 januari 2006 verschijnen, als we ons klaarmaken voor de Macworld Expo in San Francisco. [ACE]

SmileOnMyMac brengt browseback uit -- Het Web is een uitgebreid gebied en zelfs met zoekmachines als Google kan het moeilijk zijn om iets terug te vinden. SmileOnMyMac heeft een nieuwe insteek voor het bladeren door het verleden van je webtochten met browseback 1.0. Dit maakt PDF mini-afbeeldingen (lijkend op speelkaarten, vind ik) van iedere pagina die je bezoekt en toont ze als animatie-stapels. Het is een elegante voorstelling en als je visueel bent ingesteld en in staat bent om beelden te zien van pagina's die je bezocht hebt, kan dat beter werken dan te kijken naar tekstuele opsommingen van paginatitels en URLs, zoals St. Clair Softwares HistoryHound 1.8 verschaft. Tekstonderzoek van bezochte pagina's blijft mogelijk in browseback zoals in HistoryHound en OmniWeb 5, ook kun je bepaalde sites uit de index halen om de wanorde van webgebaseerde applicaties, die vele, bijna identieke pagina's laden, te vermijden. Heb je eenmaal de pagina waar je naar zocht gevonden, dan kun je die bekijken in je browser, de PDF van de pagina bekijken in Preview, de PDF opslaan als apart bestand, de PDF naar een ander toesturen via e-mail, of printen. Voor gebruik van browseback heb je Mac OS X 10.4 Tiger nodig, maar browseback kan in alle belangrijke browsers je surfgedrag onderzoeken. Het kost $30 en is een download van 2.4 MB. [ACE]

<http://www.smileonmymac.com/browseback/>
<http://www.stclairsw.com/HistoryHound/>
<http://www.omnigroup.com/applications/omniweb/>

Now Up-to-Date & Contact 5.1 verschenen -- Bij Now Software verscheen Now Up-to-Date & Contact 5.1. Er is een grote verscheidenheid van kleinere verbeteringen en foutcorrecties aan de agenda en contactbeheersuite toegevoegd. De verbeteringen omvatten nieuwe toetsenbordcommando's, ondersteuning voor Unsanitys Smart Crash Reports applicatie (die moet je apart installeren), betere scrollwiel-ondersteuning, verbeterd printen, verbeterde webpublicatie, en meer. Now Up-to-Date & Contact 5.1 is een gratis update voor geregistreerde gebruikers en de download van 17.5 MB is beslist de moeite waard. [ACE]

<http://www.nowsoftware.com/products/nudc5/51.asp>
<http://www.unsanity.com/smartcrashreports/>

Discussie over TV op MacNotables -- Tonya en ik spendeerden onlangs een plezierige avond met Andy Ihnatko en Chuck Joine op de MacNotables podcast. Een eenvoudige vraag van een luisteraar over hoe je een grootbeeld digitale TV aansluit op de Mac, leidde tot een uitgebreide discussie over televisie, films, de "distributierevolutie", en de logica en onlogica van hoe we aan video komen en ervoor betalen in een wereld met internet.[ACE]

<http://macnotables.com/archives/2005/521.html>

DealBITS-verloting: Classic Solitaire Winners -- Felicitaties voor Alan Stearns van adobe.com, Bill Barstad van hotmail.com, Bruce Plummer van cox.net, Lowell Neudeck van earthlink.net en Thomas Mansheim van comcast.net, hun inzendingen werden willekeurig gekozen uit de DealBITS-verloting van vorige week, ieder van hen ontving een exemplaar van dogMelons Classic Solitaire. Ook als je niet gewonnen hebt kun je 10 procent korting krijgen op Classic Solitaire door je bestelling te plaatsen via de derde link hieronder, dit aanbod geldt voor alle TidBITS-lezers tot 29 december '05 en verlaagt de prijs tot $26,95. Dank aan de 650 mensen die meededen en let op toekomstige DealBITS-verlotingen! [ACE]

<http://www.dogmelon.com.au/sol/Mac_Solitaire.shtml>
<http://www.tidbits.com/dealbits/classic-solitaire/>
<https://secure.bmtmicro.com/servlets/Orders.ShoppingCart?CID=1290&DISCOUNTCODE=QGN000M1&PRODUCTID=12900004>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=08360>


DealBITS-verloting: Midnight Mansion

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: PAB]

Ik ben erg geïnteresseerd geraakt in retrogames de laatste tijd. Mijn belangstelling was dus ook zeker gewekt toen Vern Jensen van ActionSoft me vroeg een DealBITS-verloting te doen van zijn spel Midnight Mansion. Het is een "verken-een-wereld"-game, waarin je een Indiana Jones-achtig figuur over obstakels en voorbij vallen moet navigeren om de schatten te vergaren. Als je plezier hebt beleefd aan Dark Castle, of Prince of Persia, dan zal Midnight Mansion ook bevallen. Grafisch gezien is de game als een strip, kleurrijk en kindvriendelijk. Het spel is echter niet veeleisend voor je grafische kaart en het geluid is uitstekend gedaan. Tijdens mijn eerste testen vond ik met name de instructiestand ("tutorial mode") prettig, waarin borden in het spel zelf je de basisbeginselen bijbrengen. Met andere games vond ik het soms lastig de basisbeginselen van het spel onder de knie te krijgen, voordat ik weer aan het werk moest.

<http://www.actionsoft.com/midnightmansion.html>

In de DealBITS-verloting van deze week (inzendingen tot Nieuwjaarsdag), kun je meedoen om een van de vijf exemplaren te winnen van Midnight Mansion, elk met een waarde van $20. Deelnemers die niet bij de gelukkige winnaars horen, krijgen korting bij de aanschaf van Midnight Mansion, dus schrijf je vooral in op de DealBITS-pagina (zie koppeling hieronder). Alle informatie die wordt verzameld, valt onder ons heldere privacybeleid. Hou rekening met je spamfilters, want je moet e-mail kunnen ontvangen van mijn adres om te weten of je gewonnen hebt. Bedenk ook dat als iemand wint die jij hebt aangedragen, jij dezelfde prijs krijgt als dank voor de reclame.

<http://www.tidbits.com/dealbits/midnight-mansion/>
<http://www.tidbits.com/about/privacy.html>


Macworld SF 2006 evenementen

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: JG]

Tegen de tijd dat de nieuwe editie van TidBITS verschijnt zal Macworld Expo in San Francisco al begonnen zijn. De show is open van 10 januari 2006 tot en met 13 januari 2006. Wat ik kan zeggen is dat de show volgepakt zal zijn met meer dan 330 exposanten, en hoewel het allemaal wel zal passen in de South Hall van Moscone Center, zal het veel meer aanvoelen als de kolossale Macworld Expo's van vroeger. Hoewel we geen grote feesten zoals vroeger hoeven te verwachten, zijn er dit jaar wel wat meer publieke evenementen.

<http://www.macworldexpo.com/live/20/events/20SFO06A>

Inside Mac begint de week met hun Macworld 2006 feest op maandag 9 januari in het Renaissance San Francisco Parc 55 hotel (55 Cyril Magnin Street) van 21:00 tot 23:00. Toegang is gratis, en er zal dessert en koffie zijn terwijl je het Inside Mac-team, sponsors en medebezoekers kunt ontmoeten.

Vervolgens is er voor feestgangers "Party for the People" van Deb Shadovitz, dat op het programma staat voor dinsdag 10 januari in de Piazza lounge op de 2de verdieping van het Renaissance San Francisco Parc 55 hotel. Het begint om 20:00 uur en een Macworld Expo toegangsbewijs is noodzakelijk. Tonya, Jeff Carlson en ik hopen er te zijn, als onze programma's het toelaten.

<http://www.shadovitz.com/partyforthepeople06/>

Vervolgens op donderdag 12 januari, viert het Netter's Dinner z'n 20ste verjaardag in traditionele stijl bij Hunan gelegen op Sansome en Broadway, waar het hete en gekruide chinese eten (vegetarische schotels zijn verkrijgbaar) $18 kost. Je moet voor dinsdag 10 januari ingeschreven zijn via Kagi; de link hieronder heeft alle details. Ik kijk in het bijzonder uit naar dit diner omdat onze dappere organisator, Jon Pugh met hawai-overhemd en donderende stem, van plan is om aanwezig te zijn, zodat ik kan genieten van de publiekspesterijen gedurende het handen-opsteken-onderzoek. Net als vorige jaren ontmoeten we elkaar bovenaan de roltrap aan de zuidkant van Moscone om 18:00 uur en bereid je voor op een frisse, soms vochtige, wandeling die het verkeer trotseert door downtown San Francisco. We zullen niet later dan 18:30 naar het restaurant vertrekken.

<http://www.seanet.com/~jonpugh/nettersdinner.html>

TidBITS/Take Control evenementen -- Hier is een samenvatting van de evenementen die Tonya, Jeff Carlson, Joe Kissell, Scott Knaster, en ik op het schema hebben, en waar we je graag zouden willen zien. Controleer de kraamnummers en locaties omdat dingen soms op het laatste moment veranderen.

<http://homepage.mac.com/ugab/ugu06.html>

<http://macnotables.com/>

<http://www.macworldexpo.com/live/20/events/20SFO06A/conference/tracksessions/Digital+Photography/QMONYA04OXN7>

Ook om 11:00 spreekt Jeff Carlson over "Graduate from iMovie HD to Final Cut Express HD" als deel van de Users Conference. Om 14:00 zal hij bij de Peachpit-kraam (#1507) spreken over iMovie en vragen beantwoorden over iLife en elk ander mogelijk onderwerp. Vervolgens, om 15:00 zal Tonya in de User Group Lounge zijn en spreken over het opruimen van je Bureaublad, en Scott Knaster zal om 16:00 haar opvolgen om te praten over "Take Control of Switching to the Mac".

<http://www.macworldexpo.com/live/20/events/20SFO06A/conference/tracksessions/Digital+Video/QMONYA04P5LD>
<http://www.mugcenter.com/macworld/sf2006/uglounge.html>

<http://www.macworldexpo.com/live/20/events/20SFO06A/conference/tracksessions/Taste%20of%20the%20Conference/QMONYA04P7PJ>

Sommige van onze sessies zijn betrekkelijk losjes, dus breng je vragen en commentaar over alles wat we doen, zodat we kunnen genieten van een goed gesprek na meerdere showdagen met een overdaad aan nieuws. We hopen je bij de show te zien!


Het Info-Mac Network gaat met pensioen

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: PAB]

Aan alle goede dingen komt een eind en het is met enige droefheid dat ik het Info-Mac Network officieel met pensioen laat gaan. In naam ben ik sinds 2000 voorzitter van deze non-profit vrijwilligersorganisatie, maar in werkelijkheid was ik slechts een van de vele vrijwilligers die bijdroegen om Info-Mac al die jaren draaiende te houden. Het afgelopen jaar ongeveer, werd het echter duidelijk dat Info-Mac zijn nut overleefd heeft en dat het de investering van tijd, moeite en geld niet langer meer waard is.

<http://www.info-mac.org/>

Info-Mac, toen en nu -- Voor degene die er nog nooit van gehoord hebben: Info-Mac was de eerste Macintosh-dienst op het internet, zes jaar eerder dan TidBITS. Zover ik heb kunnen zoeken in Google Groups, begon Info-Mac in juni 1984 (en grappig om te zien dat Google de MacObserver-bespreking van ons zojuist uitgegeven "Take Control of .Mac" op dezelfde pagina plaatst).

<http://groups.google.com/group/fa.info-mac?start=3000>

Het Info-Mac Network bestond uit twee delen, de "Info-Mac Digest", een gemodereerde mailinglijst over alles wat met de Macintosh te maken had en het "Info-Mac Archive", waarin vrij te distribueren bestanden die interessant waren voor Mac-gebruikers, opgeslagen en beschikbaar gemaakt werden. In die begindagen, werd Info-Mac ge-host op Stanford University op een machine die sumex-aim.stanford.edu heette (sumex-aim stond voor "Stanford University Medical EXperiment - Artificial Intelligence in Medicine". Ik heb geen idee waarom Info-Mac op die computer ruimte kreeg). Klaarblijkelijk was de oorspronkelijke sumex-aim-machine een TOPS-20 systeem, hoewel ik geloof dat deze later vervangen werd door een nieuw Sun-werkstation met een 68000-processor. Het had een paar gigabytes schijfruimte die Info-Mac kocht na bijna $3.000 aan donaties ontvangen te hebben in 1992. In 1997 doneerde America Online een nieuw Sun-werkstation, info-mac.org geheten, aan Info-Mac en verhuisden we naar een nieuw thuis in het "Laboratory of Computer Science" van het MIT, waarop ook het populaire Info-Mac HyperArchive actief was.

<http://en.wikipedia.org/wiki/TOPS-20>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=02913>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=02157>

In de hoogtijdagen, werd Info-Mac Digest per dag waarschijnlijk door tienduizenden bekeken (er was een mirror in de Usenetgroep comp.sys.mac.digest vanaf de allereerste dagen) en het Info-Mac Archive was de centrale verzameling van Macintosh software met meer dan 100 mirror-sites over de hele wereld verspreid (dit was in de tijd dat je door de afstand te verkleinen die gegevens op het internet moesten overbruggen, de download-tijden en -kosten aanzienlijk kon beperken). Populaire software-downloadsites (zoals CNETs Shareware.com) waren nog lange tijd nadat het internet commercieel werd, in feite mirrors van het Info-Mac Archive. (Om eerlijk te zijn waren er ook andere Mac-archiefsites, zoals het UMich Mac Software Archive.)

Zoals ik al eerder meldde is Info-Mac altijd een volledige vrijwilligersorganisatie geweest. Voorzover ik heb kunnen nagaan, werd het begonnen door Ed Pattermann en John Mark Agosta. Richard Alderson nam vervolgens de moderator-taken op zich, gevolgd door Dwayne Virnau. Jon Pugh vertelde me dat hij het overnam van Dwayne en Bill Lipa, die de moderator was in de jaren negentig toen ik kennismaakte met Info-Mac, vertelde me dat Lance Nakata en Jon moderators waren toen hij begon. Sinds die dagen, waren er een aantal andere mensen die hun tijd aan de goede zaak gewijd hebben. Onder andere Igor Livshits, Liam Breck, Gordon Watts, Michael Bean, Mike O'Bryan, Robert Lentz, Shawn Bunn en Demitri Muna. Op dit moment bestaat het Info-Mac-team uit Ed Chambers, Christopher Li, Chris Pepper, Tom Coradeschi, Hugh Lewis en Patrik Montgomery, met de deskundige technische assistentie bij het MIT van Mary Ann Ladd en Noah Meyerhans. Ik bied meteen mijn excuses aan voor het geval ik iemand vergeten ben en veel dank aan iedereen die op enige wijze heeft bijgedragen.

Het veranderend gezicht van het internet -- Zoals ik het zie heeft Info-Mac zijn nut eenvoudigweg overleefd. Het Info-Mac Digest was, bijvoorbeeld, een verschrikkelijk belangrijke manier om te communiceren met internettende Mac-gebruikers in de tachtiger, begin negentiger jaren, toen er geen andere plekken op internet waren om over de Mac te spreken. Bedenk je dat dit was voor de komst van het web: e-mail, Usenet en FTP waren de manieren waarop mensen communiceerden via het internet. Info-Mac bediende alle drie de vormen. Maar vandaag de dag kan iedereen makkelijk zelf een mailinglijst beginnen en de wereld van de Macintosh is zo groot geworden dat mailinglijsten van algemene aard relatief weinig meer toevoegen in vergelijking met discussies over specifieke programma's of technologieën. Daarom steken we geen energie meer in het terug laten keren van de Info-Mac Digest, na een problematische server-verhuizing een paar jaar geleden.

Het verhaal rondom het Info-Mac Archive ligt wat anders. Het is weggedrukt door websites als VersionTracker en MacUpdate die onontbeerlijk geworden zijn voor zowel Macintosh-ontwikkelaars als een manier om aandacht te krijgen voor hun software, als voor de Mac-gebruikers als een manier om er achter te komen wat er nieuw is in de Mac-software-wereld. Maar, zo nuttig als deze sites ook zijn, zij vervullen niet een belangrijke functie zoals het Info-Mac Archive wel altijd gedaan heeft: die van het daadwerkelijk ook opslaan en verspreiden van de bestanden. Dankzij een mirror-netwerk van machines, verspreid over de wereld om de belasting over veel verschillende servers te verspreiden, verzekerde het Info-Mac Archive dat software vaak sneller en beter beschikbaar was als het vandaag de dag soms is. De meeste ontwikkelaars maken hun software tegenwoordig beschikbaar om te downloaden van een of twee servers. Een populair programma kan een enkele server makkelijk verzuipen en zelfs als de server alle verzoeken aan kan, kan de belasting resulteren in een hoge bandbreedte-rekening voor de ontwikkelaar.

Zou Info-Mac zich hebben kunnen aanpassen aan de veranderingen op het internet? Mogelijk, maar het is belangrijk je te bedenken dat het voor een vrijwilligersorganisatie lastig kan zijn te concurreren met commerciële bedrijven die belangrijke investeringen willen doen. We hebben bij verschillende gelegenheden in de laatste vijf jaar getracht professionele webdesigners te strikken om onze website opnieuw te ontwerpen, maar niemand was in staat de benodigde tijd vrij te maken om een compleet ontwerp te maken. En hoewel we geen grote problemen hadden bij het opzetten en werkend houden van onze servers, zijn we er nooit in geslaagd alle eeuwenoude code te herschijven die zocht naar nieuwe uploads en automatisch samenvattingen genereerde voor de Info-Mac Digest. Het is geen moeilijk werk, maar het vergde wel kennis en/of tijd die onze vrijwilligers niet hadden en onze grootse plannen voor een volledig database-gestuurde site zijn nooit uitgekomen. En tenslotte zou Info-Mac aan een of andere vorm van marketing moeten doen om in de publieke aandacht te blijven, iets wat niet vanzelf gaat in een vrijwilligersorganisatie die voornamelijk gericht is op de dagelijkse gang van zaken zoals de redactie van de Info-Mac Digest, plus het controleren en uploaden van nieuwe software-inzendingen van het Info-Mac Archive.

Het is gemakkelijk om naar het succes van geslaagde projecten als Wikipedia te kijken en te concluderen dat alles mogelijk is als je maar genoeg vrijwilligers weet aan te trekken die allemaal een beetje werk verzetten. Maar een systeem ontwikkelen dat zo'n vrijwilligersinzet kan ondersteunen is alles behalve eenvoudig. En dat is het met name als je probeert zo'n systeem te ontwikkelen terwijl je tegelijkertijd de lopende gang van zaken moet uitvoeren met een beperkte groep medewerkers en een geschiedenis die zo lang is als die van Info-Mac tegelijkertijd moet onderhouden. Mensen houden vaak niet van verandering en het maken van belangrijke wijzigingen onder de motorkap, terwijl de buitenkant vrijwel gelijk blijft, is vaak veel moeilijker dan beginnen met een schone lei, al is die in eerste instantie nog zo schokkend.

Laatste wetenswaardigheden -- We zullen de server van info-mac.org nu nog niet afsluiten, maar we stoppen vanaf nu met het toevoegen van nieuwe software aan het Info-Mac Archive. Dat geeft onze mirror-sites de tijd om te bedenken wat ze met hun archieven willen voordat we over een paar maanden onze server voorgoed afsluiten. Als jij een eigen kopie van het archief wilt maken voordat alles verdwijnt, is het daar nu de goede tijd voor. We zijn aan het experimenteren met publieke rsync-toegang voordat we het archief afsluiten. Chris Pepper vertelde me dat je het hele 7 GB-grote archief op kunt halen met een enkele Unix-opdracht (die Mac OS X-gebruikers via de terminal kunnen opgeven) als:

rsync -va www.info-mac.org::info-mac-archive/ info-mac-archive/

Deze opdracht maakt een nieuwe directory aan, info-mac-archive geheten in de huidige directory (je thuis-directory, of je moet al in een andere zijn gaan staan voordat je deze opdracht gaf) en plaatst er een lokale kopie van het hele archief in. Ook kun je FTP gebruiken om alles van een up-to-date mirror-site te halen.

<http://www.info-mac.org/mirror/>


Een feest voor de koelkast: digitale foto's printen

door Charles Maurer
[vertaling: MVR, TK, DPF, IK, DPF]

Foto's mogen dan mooi lijken op de computer, ze zijn moeilijk aan de koelkast te bevestigen. Wie een digitale camera bezit, verlangt vroeg of laat naar afgedrukte foto's en een fotoprinter - en dan naar een aspirientje bij het zoeken naar het geschikte model. Het lijkt of elk apparaat fantastisch is en in elk artikel worden verschillende apparaten aangeduid als beste koop. In dit artikel zal ik proberen wat orde in de chaos te brengen. Ik zal uitleggen hoe fotoprinters werken, waar je wel en waar je geen aandacht aan moet schenken, en hoe je het onderste uit de kan kunt halen. Uiteindelijk zal ik mijn eigen aankoopbeslissing motiveren en verschillende andere fotoprinters bespreken. Ondertussen vermeld ik ook enkele handige softwareprogramma's.

Overzicht van de technologie -- Laten we starten met wat basistechnologie. Verhit een transparante geel lint tot de verf loslaat en laat de verf druppen op wat papier. Verhit vervolgens een magenta lint, dan een cyaan lint en maak het af met een transparant lint. Met een combinatie van deze drie gekleurde linten kun je alle kleuren maken; het transparante lint vormt een beschermlaagje. Aangezien de kleuren transparant zijn, zal de dekking van de kleuren niet volledig zijn, maar er zullen geen puntjes zichtbaar zijn en de foto's zullen eruit zien als conventionele foto's. Deze technologie wordt "dye sublimation" genoemd.

Dye sublimation-printers zijn het eenvoudigst in gebruik en onderhoud. Je plaatst gewoon een patroon met een veelkleurig lint en vervangt dat als het lint op is. De kostprijs per pagina is hoger dan bij inkjetprinters, tenminste als je het inktpatroon opgebruikt voor de inkt opdroogt. De afdrukken met de sublimatietechniek zijn niet uitstekend maar je zult nauwelijks verschil zien met foto's van een fotolab, en ze zijn stevig. Deze printers zijn ideaal voor snapshots en voor afdrukken van 8" bij 10".

Hoewel afdrukken van een sublimatieprinter heel goed kunnen zijn, kun je afdrukken van de hoogste kwaliteit alleen met inkt bereiken. Inkjetprinters gebruiken dezelfde drie kleuren maar de inkt geeft meer dekking; de kleuren worden dan ook niet over elkaar gedrukt. Puntjes van aanleunende kleuren worden naast elkaar gezet; Dit betekent dat je voor donkergrijze tinten met drie inktpatronen gele puntjes nodig hebt. Deze gele puntjes beperken het contrast en maken de randen zachter. Inkjetprinters hebben dus een vierde, zwarte inktpatroon nodig om donkergrijze en zwarte tinten te vormen.

Goedkope inkjetfotoprinters gebruiken enkel deze vier inkten: geel, magenta, cyaan en zwart. Dat is voldoende om een compleet kleurenpalet te vormen en voor snapshots heb je ook niet meer nodig. Als je de lichte tonen echter van nabij bekijkt, zul je puntjes zien. Dat is zo omdat je voor het maken van een lichte toon met een primaire kleur een helder puntje nodig hebt met veel wit eromheen. Om dit te vermijden gebruiken de betere fotoprinters, naast de vier andere kleuren, lichtmagenta en lichtcyaan.

Deze zes kleuren kunnen volstaan om kleuren te vormen vergelijkbaar met die van professionele afdrukken. Om deze kwaliteit te bereiken moeten deze inkten echter met zeer hoge subtiliteit en consistentie worden samengesteld en aangebracht. Maar het is mogelijk. HP slaagt hierin met een aantal printers die zelf de kleuren calibreren. Toch is het voordeliger om zwakheden in verschillende kleuren te aanvaarden en printers te ontwerpen die gebruik maken van meer inktpatronen om dit te compenseren (Hoe meer kleuren er nodig zijn, hoe meer inkt er verloren zal gaan tijdens het reinigen en hoe waarschijnlijker het is dat de inktpatronen zullen uitdrogen voor ze opgebruikt zijn. Bij printers wordt de meeste winst gemaakt bij de verkoop van inktpatronen. Volgens The Economist maakt HP 80 procent winst bij de verkoop van inktpatronen, een marge die dus vijf maal hoger ligt dan de werkelijke kosten.) De meest gebruikelijke extra kleur is een lichtgrijze tint, die in plaats van eender welke kleur wordt gebruikt om tinten te vermijden in zwart en wit.

<http://www.economist.com/displaystory.cfm?story_id=3817267>

Inkten kunnen gemaakt worden met ofwel verf of pigment. Verf wordt geabsorbeerd door het papier, pigment ligt erbovenop. De helderheid en duurzaamheid is in beide gevallen nagenoeg dezelfde; voor een maximale duurzaamheid is in beide gevallen speciaal aan de inkt aangepast papier vereist. Dit is niet met het blote oog te zien, de aanpassing gebeurt op gebied van fysische scheikunde. Verven zijn hier gevoeliger dan pigment; pigmentgebaseerde systemen werken dus met een groter aantal papiersoorten; bij gebruik van pigment raakt de printkop wel sneller verstopt. Pigment is dus doorgaans duurder in gebruik.

Scherpte -- Alle fotoprinters kunnen lijnen printen die zo fijn zijn als met het blote oog zichtbaar is. Bovendien produceert elke fotoprinter een aanvaardbaar soort zwart. Er is dus geen fysieke reden voor een verschil in detail of scherpte wanneer men vergelijkbaar papier en (later meer hierover) een vergelijkbaar kleurenprofiel gebruikt. Hoe dan ook, als een printkop een lijn print, dan volgt die de instructies op van een printerdriver. Voor grote afdrukken moet de printerdriver aan de printkop zeggen dat hij meer pixels moet printen dan er in het bestand staan. De driver vult deze extra pixels dan in door een gemiddelde te berekenen van de kleur van twee naast elkaar liggende pixels. Bij een scherpe overgang - aan de rand van een lijn - worden bij elke vorm van uitmiddeling de twee kanten van de overgang vermengd; wazige randen zijn dus inherent aan deze techniek. Het is mogelijk dat het ene uitmiddelingsalgoritme beter geschikt is voor een foto dan het andere; het kan dan ook voorvallen dat een bepaalde printer op alle testen beter scoort op scherpte.

Om een maximale scherpte uit de printer te halen, heb je zo'n verfijnd interpolatie-algoritme nodig dan om het even welke printerdriver waarschijnlijk gebruikt. PhotoZoom Pro is het beste interpolatieprogramma voor de Mac dat ik ken. (Er bestaat ook een standaardversie van PhotoZoom, maar daarbij kan de scherpstelling niet uitgeschakeld worden. Daardoor kan het niet samen worden gebruikt met FocusMagic, FocusFixer of de "slimme scherpstelling"-functie van Photoshop CS2.)

<http://www.benvista.com/main/content/content.php?page=ourproducts&section=photozoompro_1>

Om een maximale scherpte te bereiken, moet je de printer bestanden aangeven die geïnterpoleerd zijn tot de voor de printer geschiktste resolutie. Bij een sublimatieprinter is dat de resolutie die in de specificaties vermeld staat (typisch 300 dpi of 314 dpi (dots per inch)). Bij een inkjetprinter is de resolutie vergelijkbaar, maar het is niet mogelijk om dit uit de specificaties af te leiden. Om de effectieve resolutie van een printer te bepalen, heb ik een set van testbestanden gemaakt (zie onderstaande link); George Reis ruimde ze op. Volg de instructies op de foto en druk de bestanden af zonder ze aan het papierformaat aan te passen. Er bestaat een grote kans dat 2880 of 300 dpi het mooiste resultaat geeft.

<http://www.tidbits.com/resources/810/PrinterSharpnessTest.zip>

Merk trouwens op dat de fijnste resolutie van een printer niet noodzakelijk de mooiste foto's geeft. Het is waarschijnlijk dat er per resolutie een andere inktdichtheid wordt gebruikt op het papier; dat kan onvoorspelbare gevolgen hebben. Je zult verschillende instellingen moeten uitproberen om te zien welke instellingen je het meeste bevallen.

Kleur -- Op het eerste zicht lijkt de belangrijkste factor voor de keuze van een fotoprinter de mogelijkheid om kleuren weer te geven. Helaas bestaat er geen praktische manier om dit te bepalen omdat kleur niet op een nauwkeurige wijze kan worden gemeten, zoals ik al opmerkte in "Kleuren & computers" in TidBITS-749. Bovendien produceren verschillende kleurstoffen en pigmenten verschillende soorten kleuren, zelfs als we de kleuren wel konden meten, zodat een exacte weergave slechts een illusie blijft.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=07840>

Om te begrijpen waarom dit zo is, zullen we even doen alsof we kleuren exact kunnen meten en enkele metingen verzinnen. Laat ons zeggen dat de sensor in je camera spanningen kan produceren als reactie op 95 eenheden rood, 100 eenheden groen en 103 eenheden blauw, en laat ons zeggen dat de inkten van je printer 90 eenheden rood, 101 eenheden groen 122 eenheden blauw kunnen produceren. Hoe zet je de reactie van de camera nu precies om in printerwaarden? Hoe zet je 95, 100 en 103 om in 90, 101 en 122?

Om de kleuren te produceren op een printer (of op een beeldscherm), gaat iemand aan een computer zitten en maakt tabellen met dergelijke verhoudingen. Iemand zoekt uit welke kleurmengsels er over het algemeen het best uitzien, of we nu het beste is alles te beperken tot de beperkingen van het rood van de printer en alle kleuren evenredig houden, ofwel of we het beste enkele kleuren evenredig houden, maar blauw de vrije loop laten. Dit is geen wiskundige berekening, maar keukenmagie of een vertaling van een gedicht van het Grieks naar het Portugees. De resultaten zullen er onvermijdelijk beter uitzien in het ene geval tegen het andere, afhankelijk van het onderwerp, de verlichting en - heel belangrijk - de omliggende elementen. De context van een voorwerp is van doorslaggevend belang voor de kleur die wij zien. Zonder context zien wij rood in plaats van bruin.

Zodra iemand een systeem heeft gevonden om deze kleuren in een vergelijking te stoppen, voert hij de tabellen in in een applicatie, het printerstuurprogramma of het besturingssysteem, waarin je ze dan via menu's kunt gebruiken. Gewoonlijk - maar niet altijd - staan die kleurvergelijkingstabellen in een standaardformaat van het International Color Consortium, wat meteen ook de benaming ICC-profielen verklaart. De meeste bedrijven die hardware verkopen, voorzien ook ICC-profielen voor hun hardware, en deze profielen zijn ook verkrijgbaar bij derden. De Mac zelf wordt al geleverd met enkele profielen, en Photoshop installeert er ook een hele reeks. Het veelvoud aan profielen en de manieren om ze te gebruiken is behoorlijk verwarrend, maar je moet er doorheen. Niet alleen omdat je het juiste profiel wilt vinden, maar ook omdat je de computer meerdere profielen bovenop elkaar kunt laten toepassen, wat gegarandeerd een zootje oplevert. Je moet de herkomst van elk profiel op je harde schijf bepalen en experimenteren om het beste voor jouw doeleinden te vinden en de gemakkelijkste manier zoeken om ze te gebruiken. Dit zal niet van een leien dakje gaan - bij mij was dat zeker niet het geval - maar later zal alles veel vlotter verlopen.

Wanneer je afdrukken van verschillende printers met elkaar vergelijkt, vergelijk je eigenlijk eerder de kleurvergelijkingstabellen in plaats van de printers. Bovendien bestaat de optimale kleurvergelijkingstabel niet, zodat een printer die goede kleuren produceert voor een liggend formaat, dit misschien niet doet voor een staand formaat. Uit wat ik heb gezien, blijkt dat elke fotoprinter op de markt in staat is tot goede resultaten als de goede kleurvergelijkingstabellen worden gebruikt, maar de ideale kleurvergelijkingstabel voor alle omstandigheden bestaat niet. Daarbij komt dan ook nog dat printers mechanische toestellen zijn, waarbij niet kan worden vermeden dat het ene toestel de inkt op een iets andere manier aanbrengt dan een ander toestel. Deze verschillen maken dat er veel kans is dat twee willekeurige printers van hetzelfde model, met hetzelfde kleurprofiel, verschillende resultaten produceren (tenzij de printers zichzelf kalibreren volgens een uniforme standaard, zoals enkele printers van HP). Ik zie dan ook geen reden waarom je de kleuren van verschillende afdrukken zou vergelijken wanneer je een printer wilt kopen.

Om het beste resultaat uit een printer te halen, moet je de kleuren zelf regelen. Dit betekent dat je de kleuren van het beeldscherm voldoende op die van de printer moet laten lijken zodat je door de ene kleur te regelen ook de andere regelt. Voor een optimale overeenkomst tussen je beeldscherm en de afdruk moet je werken met aangepaste kleurprofielen voor je beeldscherm en/of printer. Er zijn bedrijven zat die deze profielen voor je zullen maken en er is ook veel speciale hardware om je eigen profielen te helpen maken. Als je meerdere werknemers met meerdere machines hebt, kun je misschien iemand betalen voor een consistent resultaat, maar voor de meeste gebruikers is dit overbodig. Maak enkele paginagrote afdrukken van de eerste link hieronder met de ingebouwde standaardinstellingen van je printerstuurprogramma en een extra ICC-profiel dat mogelijk bij je printer zat. Als je de keuze hebt, hou dan de mooiste bij en gebruik dat profiel voor al je werk. Kalibreer dan je beeldscherm met SuperCal ($19). Op het eind vraagt SuperCal je de kleuren uit te balanceren op een portret: vervang dan het portret door het testbestand en laat dat laatste zo goed mogelijk overeenstemmen met je afdruk. Wanneer je het beste resultaat hebt gevonden, is je beeldscherm zo goed mogelijk gekalibreerd - het is speciaal gekalibreerd op je ogen en de kleuren die jij het belangrijkst vindt.

<http://www.drycreekphoto.com/tools/test_images/DCP-TestImage.zip>

<http://www.bergdesign.com/supercal/>

Nu moet je nog leren hoe een beeld op het scherm wordt omgezet in een afdruk. Dit hangt af van de mogelijkheden van je printer, je beeldscherm, en je ogen. Het is geen fysieke overeenstemming, maar een op waarneming gebaseerde benadering die je moet leren en die ook afhangt van de afmetingen van de afdruk. Om een afdruk goed te vergelijken met het scherm, kun je ook niet zonder een geschikte lamp. Gebruik een oude bureaulamp die een ronde tl-lamp combineert met een gewone 60 W-lamp, of koop een tl-lamp voor grafische toepassingen (zoals die van de Ott-Lite TrueColor-reeks) en draai ze in een goedkope fitting. Gebruik deze lamp wanneer je je beeldscherm kalibreert.

<http://www.ottlite.com/productsview.asp?product_type=bulb&product_phosphor=truecolor&category=truecolor>

Als dit allemaal minder nauwkeurig klinkt dan wat de reclame je voorspiegelt, dan is dat omdat het ook minder nauwkeurig is. Het is zo onnauwkeurig dat Photoshop en Preview twee verschillende overeenstemmingen bieden van beeldscherm en afdruk: een gewone manier voor tijdens het bewerken en een soft-proof. De kleuren op je scherm zien er anders uit wanneer je alleen naar die kleuren kijkt dan wanneer je ze rechtstreeks vergelijkt met een blad papier. Conventionele technieken voor monitorprofielen gaan standaard uit van de eerste manier; soft-proofing werkt met een alternatieve reeks kleurvergelijkingstabellen voor dat laatste. Als je een profiel voor je beeldscherm maakt zoals ik heb beschreven, werk je de hele tijd met soft-proofs.

Een laatste parameter die wel eens voor verwarring zorgt, is de kleurruimte. Kleurruimte is het gamma aan kleuren dat je computer "begrijpt". Het is een theoretisch kleurenbereik aangegeven met cijfers. Als je een bepaalde kleur wilt laten overeenstemmen, dan zou je die met een bepaald nummer kunnen aangeven (gesteld dat je ze accuraat kon meten), en als je printer kleuren exact kon produceren, zou je dat nummer kunnen opgeven om de kleur te produceren. Deze techniek kan nuttig zijn wanneer je een catalogus probeert af te drukken (al weet je wel hoe goed dit werkt als je ooit al kleren uit een catalogus hebt besteld), maar voor gewone foto's is het nutteloos. Zoals ik vorige week al heb uitgelegd in "De werkelijkheid en digitale foto's", interpreteert ons oog contrasten, en geen absolute waarden. Als je camera een rode kleur van de helft van het maximum registreert, dan zou dit logisch gezien als ongeveer de helft van het maximale rood van je printer moeten worden afgedrukt, hoe rood dat dan ook moge zijn.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=08365>

Als je printer profielen voor verschillende kleurruimten biedt en je krijgt verschillende resultaten met de juiste kleurruimte, dan is dat niet omdat de kleurruimte verschilt, maar omdat de verschillende kleurvergelijkingstabellen kleuren op een verschillende manier laten overeenstemmen. Dit zal vaak gebeuren omdat in verschillende branches verschillende kleurruimten worden gebruikt. De meeste mensen drukken gewoonlijk alleen maar kleine afbeeldingen af en werken alleen maar met de standaard kleurruimte van hun computer (sRGB). Professionele fotografen maken vaak grotere afdrukken en leveren aan de grafische nijverheid, waar Adobe RGB de norm is. Bij kleinere afbeeldingen werkt een hoger contrast beter, al gaan hierbij de subtiele overgangen in de middentonen verloren. Grotere afbeeldingen zien er vaak beter uit met geleidelijke overgangen over het volledige tonenspectrum. In elk geval is het kleurprofiel, en niet de kleurruimte, het belangrijkste element voor afdrukken. Werk met om het even welke combinatie van kleurruimte en kleurprofiel die een resultaat oplevert dat je verkiest. Als je niet zeker bent, kies dan sRGB. Het is de industrienorm en zal dan ook minder problemen scheppen.

Zwart-wit -- De meeste foto's zijn dan wel kleurenfoto's, maar veel afbeeldingen werken beter in zwart-wit. De meeste printers produceren een zwartwitafdruk op dezelfde manier als een kleurenafdruk. Het enige verschil is dat de computer de printer gelijke hoeveelheden van de drie kleuren met elke intensiteit laat afdrukken. Helaas betekent het feit dat kleur niet kan worden gemeten ook dat we geen gelijke hoeveelheden van drie kleuren met elke intensiteit kunnen produceren, waardoor grijswaarden onvermijdelijk ook andere kleuren bevatten. Alleen met zwarte inkt afdrukken voldoet ook niet omdat dat niet voldoende dekt in lichtgrijze gebieden.

De beste en duurste oplossing is af te drukken met verschillende schakeringen van zwart en grijs. Enkele nieuwe printers van Epson en HP werken op deze manier. De op een na beste manier is te werken met gewone inkten, maar ze op een andere manier uit te balanceren. Hierbij verander je de balans zodanig dat het vreemde kleuren kan opleveren, maar ook grijswaarden die er voor veel mensen onder meer omstandigheden consequenter uitzien. Deze aanpak vereist meer consistentie dan wat met de meeste printers mogelijk is, maar met de modellen van HP met zelfkalibrerende kleur lukt dit best.

Papier -- Zoals ik eerder al zei moet het gebruikte papier om duurzaamheidsredenen als het ware gepaard worden aan de soort en hoeveelheid inkt. Tabellen hiervoor kun je vinden op de link hieronder, en je zult enorme verschillen zien. Andere belangrijke verschillen zijn de fysieke stevigheid. Het glimmende papier van Epson is bijvoorbeeld makkelijker te kreuken dan dat van HP, maar dat is weer zwakker dan het Olympus papier voor de P-440 dye-sublimation printer. Bovendien zijn afdrukken op sommige papiersoorten makkelijk oplosbaar in water wanneer er geen afdeklaag overheen zit. Het papier van HP is slecht in dit opzicht, dat van Epson beter, en het dye-sub papier is uitstekend. Overigens is dit aspect over het algemeen wel van minder belang.

<http://www.wilhelm-research.com/>

Het duidelijkste kenmerk van fotopapier is de oppervlakte. Wanneer je de meeste aandacht aan de foto wilt geven wil je geen patroon op dat oppervlak dat je afleidt van de foto. Wanneer je de dichtheid en verzadiging van de kleuren wilt maximaliseren, wil je geen diffuse glans over het papier zodat de kleuren vervagen. Om kort te gaan, om het maximum uit je foto te halen wil je waarschijnlijk zacht en glanzend papier hebben, net diffuus genoeg zodat het geen spiegel wordt.

Wanneer je vindt dat mat papier er kunstzinniger uitziet, loop dan eens door een museum en kijk naar de foto's op de muur. Iedere foto zal glanzend zijn. Het papier is misschien mat, maar op normale kijkafstanden zal het oppervlak bepaald worden door het glas wat ervoor zit. Curators zouden ontspiegeld glas kunnen gebruiken dat iets mat is, maar toch blijft het totaalgevoel over van een glanzend oppervlak. Om dezelfde reden worden olieverfschilderijen over het algemeen afgewerkt met een glanzende of semi-glanzende vernis.

De meeste mensen maken afdrukken op vellen papier, maar als je veel afdrukt, zou je eens papier op een rol moeten overwegen. Een rol papier is zo ongeveer de helft goedkoper dan vellen. De foto's zullen in eerste instantie krom zijn, maar dat kun je wel rechttrekken. Rol ze dan tegen de buiging in om een tube en laat ze zo een nacht zitten.

Als je echt veel afdrukt is de applicatie Portraits & Prints Pro ($50) van onschatbare waarde. Net zoals veel andere programma's gebruikt het sjablonen voor het maken van afdrukken, maar het verschil zit hem erin dat Portraits & Prints Pro de gebruiker in staat stelt om een sjabloon van willekeurig welke grootte aan te maken. Wanneer je een sjabloon gebruikt voor een foto op volledige grootte van het vel papier, hoef je niet de pagina-instelling te veranderen van iedere foto, en grote sjablonen stellen je in staat om hetzelfde te doen voor grote hoeveelheden foto's op een rol papier. Helaas is Portraits & Prints niet erg stabiel - ik heb geleerd om iedere verandering apart op te slaan.

<http://www.econtechnologies.com/site/Pages/Portraits_Prints/pnp_overview.html>

Grootte -- Afdrukken zullen er verrassend anders uitzien op verschillende groottes. Om hier een voorbeeld van te zien kun je de beide foto's op onderstaande links downloaden, Voorvertoning starten, beide foto's selecteren en ze op het icoon van Voorvertoning in de Dock slepen. Hierdoor worden ze in twee pagina's geopend zodat je tussen beide foto's kunt schakelen wat het vergelijken eenvoudig maakt. Zorg ervoor dat ware grootte is geselecteerd in het menu Beeld, schakel dan over naar de grote versie en klik op de Zoom-knop om het venster even groot te maken als de afbeelding. Kijk naar de grote afbeelding met je oog net zover van het scherm als de diameter van de foto groot is - dat is het perspectief dat ik bedoelde - en klik vervolgens, zonder je gezichtspunt te veranderen, op de kleinere afbeelding. De spin is opeens vlakker in kleur en heeft minder contrast en diepte. Bovendien kun je niet langer meer alle draadjes van het web zien, en de achtergrond leidt meer af.

<http://www.tidbits.com/resources/810/00_03557_1200x800.jpg>
<http://www.tidbits.com/resources/810/00_03557_600x400.jpg>

Voor het oog wordt de grootte van een foto niet bepaald door de hoeveelheid centimeters, maar door het deel van het visuele veld dat erdoor gevuld wordt, de visuele hoek. Ik maak daarom mijn foto's zo groot dat mensen de foto onder dezelfde visuele hoek bekijken. Omdat ik nu bovendien foto's maak voor mijn plezier, niet om gaten in advertenties te vullen, ga ik uit van de ideale hoek, ongeveer 45 graden. Dit is dezelfde hoek als de diameter van de foto. Dit is echter niet handig met paginagrote afdrukken, tenzij ik ze toon aan een enkele persoon die achter een bureau zit. In de overige gevallen wordt de afstand te groot. Mijn standaardgrootte is nu 27,5 bij 42,5 centimeter, met flinke kaders. Dit is een standaardmaat in de VS, en vertaalt zich ongeveer naar A3 in de rest van de wereld, de maat van een tabloid krant. De diagonaal is ongeveer 50 cm voor deze maat en de afdrukken zijn groot genoeg: twee of drie mensen kunnen de foto tegelijk van dichtbij genoeg zien. Het valt me op dat het ook weer economischer is: de volgende grootte (A3+) is duurder en onhandiger, maar visueel is er nauwelijks verschil.

Grotere foto's moeten op een muur opgehangen worden, en dan wordt een andere factor belangrijk: mensen gaan hem dan soms van dichtbij bekijken, om details te onderzoeken. Wanneer ze dit doen komen ze altijd op een punt waarbij het detail verdwijnt, en dus resulteert teleurstelling. Bij olieverfschilderijen is op detailniveau vaak alleen maar sprake van suggestie, maar de suggestie kan op zich interessant zijn. Bij foto's blijft vaak alleen maar de korrel over. Om een grote foto te maken die op detailniveau niet teleurstelt moet je iets vergelijkbaars doen als bij schilderen - suggestie aanbrengen. Dat kun je digitaal doen.

Jij kunt zeven verschillende benaderingen hiervan zien in de voorbeelden hieronder. Elk van deze foto's is opgeblazen zodat je op je scherm ongeveer de details zult zien die je zou zien in een afdruk van 50 cm x 75 cm. Gereduceerd tot 33 procent zou je bij benadering het detail zien dat je zou zien op een normale kijkafstand. Om te kunnen vergelijken gaat aan deze zeven een foto vooraf die ik vanaf film gescand heb, een dia van 6 cm x 9 cm. Die heb ik geschoten voor een publiciteitsposter met een kleine camera (waarbij voor de zonsopgang gezorgd wordt door een flitser).

Film
<http://www.tidbits.com/resources/810/0_feedingchickens.jpg>
Naturalistic portrait, coarse skin
<http://www.tidbits.com/resources/810/1_02684.jpg>
Naturalistic portrait, smooth skin
<http://www.tidbits.com/resources/810/2_02742.jpg>
Impressionistic portrait
<http://www.tidbits.com/resources/810/3_04247.jpg>
Naturalistic landscape
<http://www.tidbits.com/resources/810/4_03816.jpg>
Impressionistic landscape
<http://www.tidbits.com/resources/810/5_03122.jpg>
Motion
<http://www.tidbits.com/resources/810/6_02626.jpg>
Fine detail
<http://www.tidbits.com/resources/810/7_03557.jpg>

Wat niet noodzakelijk is voor grote versies van foto's is extreme resolutie. Van deze acht foto's vergroot de scan het slechtst terwijl hij echter fijnere lijnen heeft dan de andere foto's. De zeven digitale afbeeldingen zijn vergroot tot tweemaal de oorspronkelijke maat, dus de fijnste lijntjes die ze kunnen reproduceren zijn twee pixels dik, maar de URL hieronder toont dat de gescande afbeeldingen lijntjes van een enkele pixel dik heeft:

<http://www.tidbits.com/resources/810/8_feedingchickensmagnified.jpg>

Alle digitale afbeeldingen kwamen van een Foveon sensor met een zwartwitresolutie die vergelijkbaar is met een conventionele Bayer sensor van zes megapixels. Onthoud daarbij dat de megapixel beweringen van fabrikanten vaak misleidend zijn; zie hiervoor "Sensoren in digitale fotografie" in TidBITS-751 en de errata op de tweede link hieronder voor achtergrond over sensoren en een realistische discussie over resolutie. De vergrotingen zijn niet door de resolutie mooi geworden, maar omdat er weinig verstoring in de afbeelding aanwezig is, omdat minuscule details een helder contrast hebben en omdat de lijnen goed onderscheidbaar blijven zelfs wanneer de contrast laag is. Om de ruis te verkleinen en het contrast te controleren gebruikte ik Noise Ninja; om de randen scherp te houden gebruikte ik "Smart Sharpening" in Photoshop CS2 of unsharp masking in PhotoZoom Pro, met of zonder de anti-aliasing van PhotoZoom Pro. Afbeeldingen van de Foveon sensor zijn buitengewoon geschikt voor deze behandeling omdat hun microstructuur ongelooflijk scherp is.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=07860>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=07906>
<http://www.picturecode.com/>

Mij eigen printers -- De eerste digitale camera die ik kocht was een zakformaat snapshot modelletje. Daarmee genomen foto's zou ik niet iets groter dan een ansichtkaart kunnen printen. Aangezien ik er slechts af en toe gebruik van zou gaan maken wilde ik geen inkjetprinter met patronen en koppen die uit kunnen drogen. In plaats daarvan kocht ik een dye-sublimation printer. Ik kon geen zinnige manier vinden om de verschillende aanbiedingen te vergelijken behalve op prijs en dus kocht ik de goedkoopste die ik in een winkel in de buurt kon vinden. Goedkoopst in de aanschaf en goedkoopst in de voeding, een Canon CP-200. Hij is gemakkelijk in het gebruik en produceert ansichtkaart-formaat printjes die voor dat formaat prima van kleur zijn. Ik heb geen problemen met deze printer en hou hem achter de hand omdat hij prima werkt en ik geen zin heb om zo af en toe het papier in de grotere printer te verwisselen.

Toen ik mijn eerste digitale SLR camera kocht, kocht ik een grotere printer. Ik verwachte nog steeds er slechts incidenteel gebruik van te maken en wilde dus nog steeds geen inkjet, maar dit keer wilde ik wel de grootste dye-sublimation printer die ik kon kopen. Er waren er twee beschikbaar die 8" x 10" uitdraaien konden maken. Wederom kon ik geen zinnige manier bedenken om ze te vergelijken. Omdat ze beide bijna uitsluitend door vakmensen gebruikt werden ging ik er van uit dat ze beide prima zouden zijn en dus kocht ik de goedkoopste, de Olympus P-440. Ik beschreef deze printer vorig jaar in "Kleuren & computers" in TidBITS-749. Ik ga mezelf hier niet herhalen behalve dat ik wil zeggen dat hij goed werkt. Hij wordt geleverd met een ColorSync profiel dat op mij overkomt als middelmatig onder de meeste omstandigheden, maar de printerdriver beschikt over twee goede non-ColorSync presets, een normale voor warme foto's van mensen en een andere die het groen intensiveert en dus beter geschikt is voor landschappen.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=07840>

Ik was niet van plan mijn Olympus printer te vervangen maar de wet van de onbedoelde gevolgen besloot anders. Hoe beter ik de Foveon sensor in mijn SLR begreep, des te meer was ik onder de indruk van de mogelijkheden. Ik begon foto's te nemen die met film ondenkbaar waren geweest. Zo veel fotografische mogelijkheden deden zich voor, dat ik voor het eerst in dertig jaar een camera-tas meezeulde op vakantie. Omdat ik een aantal ongebruikelijke plaatsen aandeed kwam ik thuis met een heleboel bijzondere foto's. Ik wilde in staat zijn ze groot genoeg af te drukken om ze te kunnen delen met anderen en ik wilde goedkoop grote afbeeldingen kunnen afdrukken om ze aan vrienden weg te kunnen geven. De Foveon sensor bleek zo goed te zijn dat ik moest omzien naar een grotere printer.

Ik wilde ook een printer voor zwartwit-afbeeldingen. Een nadeel van de Olympus, zoals de meeste printers die gemaakt zijn voor kleur, is de slechte kwaliteit van zwartwit-afbeeldingen. Ik wilde in staat zijn vergrootte zwartwit-afbeeldingen af te drukken zoals ik die met mijn vergroter altijd kreeg. Daarom keek ik eerst naar printers die over lichtgrijze inkt beschikten maar ik vond er geen die me beviel. HP's consumentenmodellen met grijze inkt zijn erg aantrekkelijk, met name de 13" x 19" Photosmart 8750. Deze beschikt over bijna elke functie die men zich kan wensen, inclusief een netwerkkaart, voor een opmerkelijk redelijke prijs ($500). Maar hij is ook langzaam en ik wilde eigenlijk een grotere.

Epson heeft grotere en snellere modellen met grijze inkt, maar die kosten vaak buitensporig veel om te voeden. Epsons printkoppen zijn berucht vanwege het snelle uitdrogen, het reinigen kost een heleboel inkt en als je een patroon vervangt ook. Epson hanteert een houdbaarheidsdatum van slechts zes maanden voor een geopende patroon. Als je constant afdrukt kan de Epson redelijk worden in prijs, maar als je weinig of onregelmatig afdrukt - nou, als je acht patronen twee keer per jaar moet vervangen à $70 per stuk, dan is de minimum prijs voor de inkt $1.120 per jaar. (Hoewel deze getallen gelden voor grote printers die door de vakmensen gebruikt worden, zullen ze uiteindelijk op kleinere schaal ook gelden voor kleinere modellen. Verderop behandel ik meer consumentenprinters.)

Behalve eerder genoemde printers zijn alleen drie HP modellen, die auto-calibrerend zijn voor kleur, geschikt voor zwartwit: de Designjets 30, 90 en 130 ($700, $1.000 en $1.300 zonder ethernetkaarten of roll-paper feeds). Deze zijn alle drie gelijk behalve de maximale breedte van het papier dat ze aan kunnen, namelijk 13", 18" en 24" (34 cm, 46 cm en 60 cm) respectievelijk. In vergelijking tot de modellen van Epson kost hun inkt iets minder per druppel, het verwisselen van een patroon kost geen inkt en er zit minder inkt in zodat het uitdrogen minder zal voorkomen bij een onregelmatig gebruik, reinigen is bijna niet nodig en gebruikt nagenoeg geen inkt, en de koppen drogen niet gegarandeerd twee keer per jaar uit. Bovendien zijn ze goedkoper in de aanschaf. Epson's 17" (43 cm) Stylus Pro 4800 kost $2.000. De 18" Designjet 90 die vergelijkbaar is uitgerust kost $1.500.

Ik was geneigd te gaan voor de 13" Designjet 30, omdat die in vergelijking met de Photosmart 8750 veel sneller is en hij kost maar $200 meer en, zoals we zo dadelijk zullen zien, ik het verschil in een paar maanden zou kunnen terugverdienen in de kosten. De Designjet 30 zou de meest voor de hand liggende keuze zijn geweest omdat ik slechts af en toe grotere afbeeldingen zou gaan printen en het zou goedkoper zijn om die extern af te laten drukken dan er zelf een grotere printer voor aan te schaffen. Sterker nog, ik zou ze zelf kunnen afdrukken omdat ik toegang heb tot een 44" (1.1 m) Epson. Telkens wanneer ik die Epson gebruikte was het lastig om de kleuren in te stellen om er optimaal van te kunnen profiteren. Na een heleboel wikken en wegen besloot ik de grootste Designjet met een roll-paper feeder en een netwerkkaart te kopen (model 130nr, $1.900).

Voor mijn onregelmatige gebruik thuis zijn de aanschafprijs en de kostprijs per afdruk zo buitensporig anders bij de HP en de Epson dat iedere andere vergelijking totaal zinloos is. Als je echter dagelijks in een bedrijf afdrukt, zijn de gemiddelde afdrukkosten vergelijkbaar en zijn er nog wel een aantal andere factoren die het overwegen waard zijn. De Epsons zijn steviger gebouwd en kunnen meer soorten papier aan (hoewel ik één soort papier van HP beter vind dan alle soorten van Epson), en het papier van HP raakt makkelijker beschadigd door water. Aan de andere kant is het beste HP glossy en semi-gloss papier sterker en stijver dan dat van Epson.

De Designjets worden geleverd met twee sets kleurvergelijkingstabellen, een set ICC-profielen ergens begraven in /Library/Printers/hp/ en een set specifieke profielen die alleen beschikbaar zijn via het Print-dialoogvenster. Ze verschijnen in het Print-dialoogvenster als ColorSmart/sRGB. De twee sets leveren elk een iets ander resultaat. ColorSmart/sRGB lijkt meer geschikt voor snapshots maar ik verkies de ICC-profielen voor grotere afdrukken. Ze werken beide goed voor sRGB en Adobe RGB. De printer kan ook zwartwit-afbeeldingen goed aan met een ander profiel, een profiel dat grijs maakt in plaats van kleur. De website van HP biedt gratis een uitgebreide keuze profielen voor zwartwit. Je kunt zelf kiezen welke tint je prettig vindt. Als alternatief kun je ook profielen kopen van Neil Snape om afdrukken te produceren op de Designjets 30/90/130 die fotometrisch overeenkomen met zwartwit-afbeeldingen gemaakt op een 8750. Dit heeft mijn voorkeur.

<http://www.neilsnape.com/>

De zwakke kant van de Designjet 130nr is het stel paper feeds aan de achterkant, de feed ontworpen voor rollen en een feed daar precies boven die gebruikt kan worden om stukken van de rol of voor papier dat te stijf is om aan de voorkant te worden geladen. De printer pakt het papier op en voert het automatisch door maar het mechanisme is lastiger dan een kind van twee. Er zou een manier moeten zijn om het papier er handmatig door te voeren maar dat ontbreekt. Dit is bijzonder problematisch als je het papier moet scheuren als het is vastgelopen omdat de printer vereist dat het papier haaks is afgesneden. Hij is zo precies dat hij zelfs al eens een uiteinde dat hij zelf had gesneden heeft afgekeurd.

Voor de meeste mensen is zelfs de Designjet 30 te duur maar HP maakt een reeks fotoprinters voor consumenten die gebruik maakt van vergelijkbare technieken die vergelijkbare resultaten zouden moeten geven. Deze modellen gebruiken ten minste 6 verschillende kleuren die patronen gebruiken van de volgende lijst: 84, 85, 94, 95, 96, 97, 99 en 100. Zoals gezegd is de Photosmart 8750 Professional bijzonder interessant. Volgens de mensen die beide printers bezitten zijn de uitdraaien niet identiek maar dermate gelijk dat het geen verschil maakt. De snelheid en afdrukkosten zijn echter wel degelijk anders.

Hoewel HP de Photosmart 8750 "Professional" noemt, zal iedereen die er professioneel gebruik van maakt graag de $200 meer uitgeven voor de Designjet 30, omdat de extra kosten snel worden gedekt door de veel lagere afdrukkosten. HP claimt dat om een kleurenfoto op goed fotopapier met 90% dekking te printen (wat waarschijnlijk representatief is in werkelijkheid), de kosten van de inkt en de slijtage van de printkoppen op een Designjet gemiddeld $1,01 per vierkante voet (929 vierkante centimeter) is. Daarin is niet het afval meegerekend maar dat is er met de Designjets dan ook bijna niet. De cijfers van HP lijken te corresponderen met de metingen van anderen en met mijn eigen verbruik dus ben ik geneigd ze te geloven. Met een vergelijkbaar inktverbruik in volume zou het equivalent voor de Photosmart 8750 uitkomen op $2,03, maar de kosten zouden feitelijk hoger uitvallen omdat de Designjets één kleur per patroon gebruiken en de 8750 drie: omdat de drie kleuren nooit in dezelfde hoeveelheden gebruikt zullen worden blijft er altijd een restje inkt in de patroon zitten als één van de kleuren op is.

<http://h20000.www2.hp.com/bizsupport/TechSupport/Document.jsp?lang=en&cc=us&objectID=c00238851>

Ik ben geen vergelijkbare informatie over een printer van Epson tegen gekomen. Epson stelt wel informatie beschikbaar maar die is extreem misleidend omdat ze zijn gebaseerd op 40 procent dekking en ze het verbruik bij het reinigen en vervangen van de patronen niet hebben meegenomen. Een realistisch gemiddelde dekking zou het dubbele zijn en het reinigen verbruikt meer inkt dat printen. Afhankelijk van hoe vaak je een consumentenprinter van Epson reinigt - wat zo vaak kan zijn als je hem aan zet - kan het dus goedkoper in gebruik zijn dan de HP maar ook een heel stuk duurder.

Conclusies -- Voor de meeste mensen en de meeste doelen is er geen valide manier om afdrukkwaliteit te vergelijken - duidelijke verschillen in kwaliteit komen vooral door de fotograaf, niet door de printer - dus ik kan geen enkele reden geven voor het vergelijken van de afdrukkwaliteit wanneer je op zoek bent naar een fotoprinter. Ik heb verder geen idee hoe je te vertellen welke printer waarschijnlijk betrouwbaarder is, of langer mee gaat. Ik weet zelfs niet hoe ik daar achter zou moeten komen, dus maak je er vooral niet druk over. Volgens mij zijn de enige verschillen die van belang zijn de volgende: (1) grootte en snelheid, (2) duurzaamheid van de afdrukken (zoals getest door Wilhelm Imaging) en (3) gebruikskosten.

De gebruikskosten zijn waarschijnlijk het belangrijkste criterium. Het is niet mogelijk te leren hoe je goede afdrukken kunt maken zonder veel slechte afdrukken te produceren. Een afdruk moet daarom goedkoop genoeg zijn om je er geen zorgen over te maken om er nog een te maken. Bovendien is de duurzaamheid niet erg van belang als je nooit een afdruk maakt omdat de afdrukken te duur zijn, en de grootte en snelheid doen er dan ook niet toe. Goede inkjetfotoprinters kunnen prachtige resultaten geven, maar ze zijn niet altijd praktisch. Wanneer je niet veel afdrukken maakt zou ik een dye-sublimation printer overwegen.

PayBITS: Wanneer de uitleg van Charles je helpt om een printer
te kiezen of gebruiken, ondersteun dan alsjeblieft
Artsen Zonder Grenzen: <http://www.azg.be/nl/steunen/gift.htm>
<http://www.artsenzondergrenzen.nl/index.php?pag=donatie>
Lees meer over PayBITS: <./paybits.html/>


Take Control-nieuws, 19 december 2005

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: MVR]

Haal zo veel mogelijk uit je .Mac met "Take Control of .Mac" -- Als je Apple elk jaar $100 betaalt voor een .Mac-lidmaatschap, krijg je dan waar voor je geld? Te veel mensen benutten de mogelijkheden van .Mac niet volledig, maar dat kan tot het verleden behoren als je ons nieuwste e-boek leest, Joe Kissells "Take Control of .Mac". In "Take Control of .Mac", beschrijft Joe uitvoerig de mogelijkheden van .Mac. Daarnaast geeft hij ook heel wat praktisch advies en stapsgewijze instructies zoals je al gewoon bent van Take Control e-boeken. Je komt te weten wat de geschiktste manieren zijn om mail te lezen in de interface van .Mac of in je e-mailprogramma, hoe je bestanden kunt delen met je iDisk en je wordt ook de finesses bijgebracht om data tussen meerdere Macs te synchroniseren. Joe geeft je ook raad over hoe je Backup kunt gebruiken om je belangrijke gegevens veilig te stellen; hoe je een website kunt maken met foto's en filmpjes die gedeeld zijn met iPhoto en iMovie en die tot in de puntjes af is; en hoe .Mac Groups kan gebruiken om privéruimtes te creëren voor het delen van berichten, foto's, kalenders en bestanden met familie, vrienden of collega's.

Je kunt meer lezen over "Take Control of .Mac", een gratis voorbeeld van 31 pagina's downloaden, en je bestelling plaatsen op:

<http://www.takecontrolbooks.com/dot-mac.html?14!pt=TRK-0030-TB810-TCNEWS>

"Take Control of Sharing Files in Tiger" nu in het Japans -- Onze ijverige Japanse vertalers zijn terug met een volledige Japanse vertaling van Glenn Fleishmans "Take Control of Sharing Files in Tiger". Het e-boek van 122 pagina's maakt bestanden delen eenvoudig, of het nu tussen een stel Tiger-Macs is (via Ethernet, AirPort, of FireWire), tussen een gemengd-platform kantoor werkgroep, of tussen ver verwijderde computers op het Internet. Leer hoe je Mac OS X 10.4 Tiger op moet zetten om bestanden te delen met Macs, Windows, en Unix machines met AppleShare, Samba, FTP, het Web, en WebDAV. Glenn laat ook zien hoe je de risico's kunt vermijden van bestanden delen over het Internet, geeft instructies voor het benaderen van gedeelde bestanden op veelgebruikte besturingssystemen, en hij legt uit hoe je Tigers bestandsdeling kunt verbeteren met SharePoints. Deze Japanse vertaling kost $15, er gaat dus een deel naar de vertalers, en je krijgt een exemplaar van de Engelse versie zodat lezers op de hoogte zijn van updates voordat het is vertaald.

<http://www.takecontrolbooks.com/jp/tiger-sharing.html?14@@!pt=TRK-0020J-TB810-TCNEWS>


Recente onderwerpen in TidBITS Talk, 19 december 2005

van de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>
[vertaling: MVR]

[De discussies waarnaar verwezen wordt zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]

De eerste URL van elke thread-beschrijving verwijst naar de traditionele TidBITS Talk interface; de tweede URL verwijst naar dezelfde discussie op onze Web Crossing-server. Die heeft een ander uiterlijk en is mogelijk sneller.

Belkin 802.11g adapter vs. AirPort -- Een lezer deelt zijn ervaringen met het opzetten van deze twee draadloze netwerkcomponenten. (1 bericht)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2813>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/658/>

Geographic photo galleries -- Een lezer wil digitale foto's weergeven samen met een kaart waar ze genomen zijn. Het is tijd voor een hack van Google Maps! (2 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2818>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/661/>

Image formats for digital photography -- Als reactie op Charles Maurer's artikel van vorige week vraagt een lezer zich af waarom we gebruik moeten maken van nabewerkte afbeeldingsformaten - waaronder Camera RAW - in plaats van datgene wat door de sensor van de camera wordt vastgelegd. (4 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2819>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/662/>

Which PDA to use with both a Mac and a PC? Is er een PDA die wel goed werkt onder verschillende systemen? En hoe zit het met het gebruik van een toestel dat een gsm met een PDA combineert? Lezers spreken over hun ervaringen. (10 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2820>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/663/>

Languages and ideas -- Het artikel van Matt Neuburg over Prograph geeft aanleiding voor een discussie rond de stelling of programmeertalen een uitdrukking zijn van ideeën (en daardoor onderhevig zijn aan auteursrecht) of vrij in gebruik. (2 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2822>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/665/>


Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en Websites mogen artikels overnemen of een HTML link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We garanderen de precisie van de artikels niet. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering