Previous Issue | Search TidBITS | TidBITS Home Page | Next Issue

TidBITS Logo

TidBITS#859, 11 december 2006

Terwijl de meesten van ons een korte Thanksgiving-vakantie namen hebben Adam en Tonya vooral veel gelezen en video's bekeken. Adam bekeek een DVD over de vroege dagen van Apple, genaamd "In Search of the Valley", en Tonya ging op reis met "Dispatches from Blogistan" van Suzanne Stefanac. Glenn Fleishman laat zijn gedachten gaan over de aanwezigheid van 802.11n hardware voor draadloze netwerken in een aantal van de huidige Macs, en Adam besteedt vervolgens aandacht aan een privacy-probleem van de Nike+iPod Sport Kit en recenseert de RollerMouse Pro, en we besteden ook nog aandacht aan het verschijnen van DiskWarrior 4.

Artikelen

 

Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!!

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


DiskWarrior 4 met Intel-compatibiliteit

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>
[vertaling: RAW]

Alsoft heeft DiskWarrior 4, uitgebracht, de langverwachte upgrade van hun essentiële schijfreparatiehulpprogramma. DiskWarrior vindt en repareert informatie in de schijfdirectory, waardoor een anders onbruikbare partitie die geen fysieke fouten of andere datacorruptie heeft weer terug tot leven gewekt kan worden. (DiskWarrior scoorde hoog in het artikel Schijfreparatie schermutselingen" door David Shayer, 2003-11-24, waarin hij de bekendste schrijfreparatieprogramma's vergeleek.) DiskWarrior 4 is compatibel met Intel-Macs, het repareert bestandspermissies, identificeert gecorrumpeerde voorkeursbestanden en repareert attribute b-trees en toegangscontrolelijsten onder Mac OS X 10.4 Tiger. Het hulpprogramma heeft Mac OS X 10.3.9 of nieuwer nodig. DiskWarrior 4 kost 100 dollar; upgrades vanaf vorige versies kosten 50 dollar plus 9 dollar voor het verzenden van de installatieschijf. (De upgrade kan niet worden gedownload.)


Nike+iPod veroorzaakt privacy-probleem

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: PAB]

Archiveer dit onder de P van "privacy" of misschien "paranoia". Een onderzoeksgroep van de universiteit van Washington heeft aangetoond dat de Nike+iPod Sport Kit misbruikt kan worden om iemand in het geheim de bewegingen en locatie van een Nike+iPod-gebruiker te laten volgen.

Het blijkt dat de Nike+iPod sensor, geplaatst in een Nike schoen of bevestigd bovenop elke andere schoen, continu signalen uitzendt die een unieke identificatiecode bevatten die de Nike+iPod-ontvanger gebruikt bij het paren met een specifieke sensor. De sensor hoeft niet eens bevestigd te zijn aan een schoen, maar waar het apparaat ook geplaatst wordt, het moet een beweging krijgen als indicatie voor een stap. De sensor zendt met zoveel vermogen uit, dat een ontvanger het signaal kan oppakken tot een afstand van 60 voet (ruim 18 meter). Dit maakt het mogelijk een speciale ontvanger te bouwen die de aanwezigheid en identiteit van specifieke sensors al van een afstand detecteert. Omdat de sensor een apparaat is dat alleen kan zenden en er geen bevestiging van de ontvanger vereist is, kunnen grotere of meer gevoelige antennes in theorie zorgen voor een nog groter bereik.

Het is duidelijk dat er geen inherente verbinding is tussen jou en je Nike+iPod-sensor, maar als iemand je visueel geïdentificeerd heeft, kan de unieke code in je Nike+iPod-sensor ervoor zorgen dat je later gevolgd kan worden, zelfs zonder menselijke bemoeienis.

Naast het thuislaten van je Nike+iPod-sensor, is de enige andere oplossing deze uit te zetten als je hem niet gebruikt. Maar weinig mensen zullen dit doen en Apple heeft het niet gemakkelijk gemaakt en natuurlijk, als je de Nike+iPod Sport Kit wilt gebruiken voor een training, is er geen ander alternatief dan de sensor aan te zetten gedurende die tijd.

De echte vraag draait om de waarschijnlijkheid dat een misdadiger voordeel zou halen uit deze ontwerpfout in de Nike+iPod Sport Kit om iemand te stalken, of op een andere wijze de veiligheid van die persoon in gevaar zou kunnen brengen. Helaas is de technische kant van het geheel niet moeilijk. De onderzoeksgroep bouwde surveilleringsapparaten, gebaseerd op een Windows XP-laptop, een vrij verkrijgbare miniatuur "gumstix" computer (te koop voor minder dan $250), de combinatie van een Intel Mote en Microsoft SPOT Watch en een iPod met Linux erop (die helemaal geen speciale hardware vereiste). Zij schreven zelfs een op Google Maps gebaseerde web-toepassing die de opgevangen gegevens real time weergeeft en de gegevens via e-mail of via SMS kan versturen. (Kijk zeker naar hun film waarin elk van hun apparaten te zien is.) Enige technische vaardigheden zijn vereist om elk van deze apparaten te vervaardigen en het onderzoeksteam heeft hun broncode niet gepubliceerd, maar het is duidelijk dat dit misbruik niet alleen door overheidsspionnen toegepast kan worden.

Apple heeft enige tijd geleden bekend gemaakt dat ze meer dan 450.000 Nike+iPod Sport Kits verkocht hadden, dus is er al een grote groep mensen die in potentie gevolgd kan worden, zelfs als Apple het product zou aanpassen om deze mogelijkheid weg te nemen. Een dergelijke aanpassing is in theorie niet moeilijk: het is gewoon een kwestie van de sensor en de ontvanger overeenstemming laten bereiken over een identificatiecode die op regelmatige basis verandert, maar dat kan lastig zijn om te implementeren binnen de beperkingen van een klein, $30 kostend apparaat.

Dus, als je een Nike+iPod-gebruiker bent, moet je je dan zorgen maken? Lastige vraag. Ik eindig meestel met het gezonde verstand en dat zegt me dat de kans dat er iets slechts gebeurt omdat je een Nike+iPod-sensor in je schoen draagt klein is. En toch, vergeleken met de meeste "proof-of-concept" veiligheidslekken, is deze behoorlijk zorgelijk, zowel door het gemak van de implementatie ervan en de interactie met de veiligheid in de echte wereld. Het rapport van het onderzoeksteam biedt een paar behoorlijk voor de hand liggende en gemakkelijk voor te stellen scenario's, inclusief de jaloerse partner die zijn vriendin wilt volgen, de ex die het gebruikt om "toevallig" zijn ex-vriendin tegen te komen, de stalker, de professionele dief die waakt of iemand thuis is, de onethische organisatie die leden of werknemers volgt, een winkel die klantgedrag wilt volgen en zelfs roofovervallers die het toepassen om een voorselectie van hun slachtoffers te maken.

Uiteindelijk komt het, denk ik, neer op individuele situaties. Je hebt waarschijnlijk zelf al een idee als iemand je sporen zou willen volgen, of als je een potentieel inbraak- of overval-slachtoffer zou zijn. In dergelijke gevallen, zou ik op voorzichtigheid aan willen dringen, zet de Nike+iPod-sensor uit of verwijder hem als je niet rent, of overweeg een alternatief sportapparaat. Ik zou in het bijzonder oppassen in en rond nerd-achtige omgevingen als universiteiten en hogescholen. Voor de meeste mensen echter, weegt het minimale risico op tegen de mogelijke privacy inbreuk. De meeste misdadigers vertrouwen niet op high tech-methodes voor hun slechte daden als de beproefde methodes van rondhangen op straathoeken beschikbaar blijft.

Misschien is de overkoepelende les van dit beveiligingslek dat we meer aandacht moeten schenken aan de zorgen die voortkomen uit onze nog immer toenemende fysieke aanwezigheid in de infosfeer (zie Luciano Floridi's "Een kijkje in de toekomst van de infosfeer" 25-09-2006, als je niet bekend bent met het concept). Zelfs afgezien van situaties waarbij een fabrikant van een apparaatje beoogt je persoonlijke privacy te reduceren op manieren die je je niet realiseert, kunnen onverwachte veiligheidsproblemen als deze steeds meer gemeengoed wordt, of het nu tolheffing-transponders (die ook weer gebruikt kunnen worden om verkeerssnelheidskaarten te genereren) betreft, de OnStar auto-monitor service van General Motors, mobiele telefoons (die je locatie onthullen binnen ongeveer 300 meter van je mobiele telefoonaanbieder), of de volgende populaire gadget.


Wijzen 802.11n chips in Macs op de komst van een nieuw draadloos formaat?

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>
[vertaling: LmR]

Kort nadat de MacBook Pro with the Intel Core 2 Duo processor was geïntroduceerd, vond een MacRumors.com forumlid bij nadere inspectie naast andere specificaties, een 802.11n chipset van Atheros. Daarvoor had een ander MacRumors.com forumlid geschreven over de vondst van een Broadcom 802.11n adapter in de Core 2 iMacs.

802.11n is een draadloos netwerk-standaard die nog ter beoordeling ligt bij de IEEE, een productiestandaarden-organisatie. De 802.11n-standaard zou een overtreffende trap kunnen zijn van en compatibel zijn met de voorgaande formaten 802.11b (wat bij Apple AirPort heet) en 802.11g (AirPort Extreme), die beide onderdeel zijn van Wi-Fi. (Wi-Fi is zelf een merknaam die aangeeft dat een stuk hardware getest is op interoperabiliteit en aan speciale tests voldoet.)

Hoewel 802.11b een maximale doorvoermogelijkheid heeft van 11 Mbps en 802.11g van 54 Mbps, zijn dit theoretische snelheden en behelzen ze ook alle netwerk-overhead die er voor zorgt dat gegevens verpakt worden in pakketten en door de lucht verstuurd worden, dus ook de pakketten die gebruikt worden als de zenders met elkaar communiceren. 802.11b levert in feite ongeveer 5 Mbps aan doorvoer en 802.11g zo'n 25 Mbps als je de extensies die sommige fabrikanten meeleveren niet meetelt.

802.11n kan daarentegen theoretische snelheden aan van 150 tot 600 Mbps wat zich vertaalt naar een feitelijke doorvoer van ten minste 100 Mbps en naar verwachting 300 tot 450 Mbps kan halen in de duurdere apparaten met alle optionele toeters en bellen. 802.11n vereist tevens MIMO (multiple-in, multiple-out) antenne's die sinds een paar jaar op de markt zijn. MIMO antenne's verbeteren het bereik en de doorvoer op korte afstand aanzienlijk.

Het probleem, nu Apple 802.11n schijnt te gebruiken, is dat er op dit moment geen standaard bestaat. Diverse chipmakers hebben begin 2006 besloten chips uit te brengen, gebaseerd op de eerste werkende modellen (genaamd Draft 1.0) van 802.11's Task Group N, de groep die over die standaard gaat. Draft 1.0 verscheen na jaren van onderhandelingen en zelfs bijna opheffing van de groep, hetgeen de draadloos netwerk-wereld alleen maar onduidelijkheid zou hebben opgeleverd. Maar Draft 1.0 is slechts een eerste opzet.

Deze Draft 1.0 chip kan anders zijn dan de uiteindelijke standaard. En er is geen garantie dat hardware upgrades voor zogenaamd "Draft N"-apparatuur die dit jaar is verkocht, werkt met de uiteindelijke goedgekeurde standaard - of zelfs met toekomstige ongekeurde modellen! (Asus is het enige bedrijf dat vervangende hardware garandeert, maar niet tot 2008, wanneer de uiteindelijke standaard verwacht wordt.) Kortom, Draft N chips die nu verkocht worden zullen dan misschien met elkaar kunnen werken (wat overigens niet altijd zeker is, en wat op dit ogenblik wordt gezien als een van de grootste nadelen) maar ze zullen misschien niet overweg kunnen met de toekomstige ware 802.11n-apparatuur bij snelheden hoger dan het huidige 802.11g.

Tot op heden bevat Draft 2.0 honderden technische op- en aanmerkingen op het eerste model en wordt het verwacht in januari 2007 (en goedgekeurd in maart 2007). Dit model zal dan binnen enkele maanden daarna worden gebruikt als basis voor een plan van de Wi-Fi Alliantie, de groep die Wi-Fi-producten test en certificeert om interoperabiliteit te garanderen. Dit zal hoogstwaarschijnlijk voor juni 2007 gebeuren. Een dergelijk interim-certificatieprogramma zal de benodigde stabiliteit op de markt leveren terwijl de standaard verder ontwikkeld wordt tot zijn voltooiïng begin 2008.

De hype werd vergroot door de aankondiging onlangs van Qualcomm op dezelfde dag dat het MIMO-pionier Airgo kocht. Airgo's MIMO-chips bevatten veel technieken uit 802.11n en heeft bijgedragen tot de ontwikkeling van 802.11n. Qualcomm verklaarde dat Airgo de "beschikbaarheid" aankondigde van chips met Draft 2.0-mogelijkheid. In latere interviews, verduidelijkte het bedrijf dat ten eerste, "beschikbaar" betekende "voldoende voor het fabriceren van apparaten na maart 2007" en ten tweede, dat "met Draft 2.0-mogelijkheid" betekende dat op dit moment alle parameters die in Draft 2.0 zouden kunnen zitten, bekend waren en Qualcomm's nieuwe divisie beweerde al die parameters in hun chips te hebben zitten. Dit is een veel geloofwaardiger uitspraak want ondanks de vele technische op- en aanmerkingen die door de task group moeten worden uitgewerkt is het een behapbare hoeveelheid waarvan de uitkomst redelijk voorspeld kan worden.

Veel interessanter is echter dat Qualcomm verklaart dat zij ook Draft 1.0 ondersteunen, hetgeen kan betekenen dat Qualcomm Draft N-apparaten zou hebben, dat zou voorkomen dat zelfs apparatuur van andere fabrikanten verouderd raakt zodra de echte Draft 2.0-apparatuur op de markt komt.

Het is dan ook verbijsterend dat Apple nu al apparatuur met Draft N-chipsets levert, terwijl de enige chipmaker die zegt iets te hebben dat lijkt op Draft 2.0 niet in staat is producten te fabriceren tot de tweede helft van 2007. Ik kan me voorstellen dat ze MIMO toevoegen aan 802.11g, hetgeen redelijk gebruikelijk is in veel huidige producten en vervolgens wachten tot ten minste begin 2007 op een gecertificeerd model van 802.11n.

Als Apple er voor kiest de Draft N functionaliteit in te schakelen zodra begin 2007 de iTV media-adapter uitkomt, is er geen garantie dat toekomstige Draft N chips volledig achterwaarts compatibel zijn met wat zij nu verkopen. Terwijl veel mensen de vroege uitgave van Draft N-apparatuur vergelijken met 802.11g, dat tevens maanden voor zijn officiële status verscheen in apparatuur van Apple, Linksys en anderen, is het zo dat 802.11g al voorbij Draft 5.0 was toen de eerste chips op de markt kwamen en nadien slechts kleine wijzigingen hadden. En zelfs dat zorgde al voor een verminderde samenwerking met 802.11g-hardware van andere fabrikanten met dezelfde internet draadloze chips; Apple heeft rond de zes firmware upgrades uitgegeven sinds de eerste AirPort Extreme producten en de uiteindelijke goedkeuring van 802.11g door de IEEE.

Apple loopt vaak voorop maar het lijkt er sterk op dat ze nu wel heel ver vooruit lopen en ze wellicht een verkeerde kant op slaan.


"Dispatches from Blogistan" zet blogs in context

  door Tonya Engst <tonya@tidbits.com>
[vertaling: MSH]

Van de vele boeken die onlangs voor bespreking bij mij over de drempel kwamen, springt er een uit: Suzanne Stefanac's "Dispatches from Blogistan: A travel guide for the modern blogger". Het boek is zeer lezenswaardig voor iedereen die bij wilt blijven met de ontwikkelingen op internet, blogs leest en gebruikt, een blog begint of een blog professioneler wilt maken.

In de huidige op profijt beluste uitgeverswereld is een blog-titel makkelijk - de technologie is eenvoudig uit te leggen zonder veel research of talent voor technische beschrijvingen, en de hype-factor maakt marketing gemakkelijk. Suzanne echter, verheugde en verraste me met een tekst die verder gaat dan een poging tot snel rijk worden, zoals je bij andere blog-titels wel ziet. Ze levert historische context en stapels adviezen, en presenteert het met een aantrekkelijke schrijfstijl, gemengd met interviews en citaten van internet-burgers zoals Cory Doctorow en Laura Lemay.

Het boek van $25 ($17 bij Amazon.com) begint met een overzicht van veel voorkomende blogtypes - dagboeken, actualiteiten, nieuws, opinie, enzovoorts. Steeds plaatst Suzanne het type blog in historisch verband. Met name in het gedeelte over dagboeken wordt gekeken naar Japanse 'pillow books', Leonard Da Vinci's notitieboeken en de dagboeken van Samuel Pepys, terwijl het gedeelte over nieuws niet alleen de opkomst van het moderne concept over persvrijheid behandelt maar ook kijkt naar wat een journalist onderscheidt van een advocaat en journalistische ethiek bespreekt.

Iets minder onder de indruk was ik van met middelste gedeelte van het boek, dat het opzetten van een blog behandelt en nuttige blog-software eigenschappen opsomt en populaire opties voor het maken van een blog. Het is moeilijk briljant proza met lange opsommingen van deze aard te schrijven, en al was het geschrevene prima, ik begon vluchtig te lezen. Misschien zou een en ander in een appendix moeten staan.

Voordat ik het opgaf, bereikte ik een fascinerend gedeelte dat handelde over onderwerpen zoals waarom een RSS-nieuwslezer gaaf is en wat de betekenis is van tags, tag clouds, blog-zoekmachines, del.icio.us, trackback links, permalinks, Flickr, en ander jargon dat deskundige internet-gebruikers rondstrooien maar zelden met enige voldoende diepgang verduidelijken. Dit gedeelte las ik met gretige belangstelling, omdat ik eerder niet alles had begrepen.

Suzanne biedt veel tips voor populariteitsverhoging van blogs, zowel door het vinden van een blog makkelijker te maken als door verbetering van de schrijfkwaliteit. Veel van deze inhoud is elders beschikbaar, maar het is toch een fijne opsomming. Ook kijkt het boek naar wettelijke zaken die een blogger tegen zou kunnen komen: auteursrecht, Creative Commons licenties, eerlijk gebruik, laster en meer.

Natuurlijk heeft het boek zijn eigen blog, en daar kun je langere versies lezen van de interviews in het boek, plus enige uittreksels. De blog gebruikt hetzelfde Courier lettertype voor opschriften als in het boek, dat geeft de combinatie blog/boek een pluspunt voor consistentie, maar het werkt veel beter op het scherm dan op papier.

Het boek zou wat hulp kunnen gebruiken van Amazon.com, waar enkele gunstige opmerkingen van lezers een groot verschil kunnen maken voor succes bij de boekverkoop. Daarom, als je het boek koopt en er van geniet, hoop ik dat je me volgt en daar een recensie schrijft.

Suzannes proza is persoonlijk en grappig, ik verwacht de "Dispatches from Blogistan" enkele jaren op mijn boekenplank te houden als naslagwerk en misschien als herinnering in het tijdperk daarna.


Silicon Valley volgens Londen

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: DPF]

Steve Jobs staat bekend om zijn ongeduld voor vragen over het verleden; hij legt graag de nadruk op de toekomst. Dat is misschien een gezonde benadering voor de CEO van Apple, maar gelukkig zijn er genoeg anderen die wel over dit verleden praten, zoals Steve Wozniak, Guy Kawasaki, wijlen Jef Raskin, John Warnock van Adobe en Tim O'Reilly.

Allen zijn te zien in een nieuwe documentaire, samen met wat onbekendere namen, over Silicon Valley. De film heet "In Search of the Valley", met als ondertitel "Three friends' journey into the psyche of Silicon Valley". Regisseur is Steve O'Hear. Deel van de documentaire is historie, een ander deel industrie-analyse, en de rode draad is een reis met een bestelbus. O'Hear en zijn vrienden legden meer dan 5000 huurkilometers af in september 2004, toen ze in Silicon Valley rondreden om een aantal mensen te interviewen over hun jeugd, en het werk in Silicon Valley gedurende de laatste 30 jaar.

Technisch gesproken is de film goed gemaakt. Misschien raar om te zeggen, maar van tevoren had ik het idee dat de documentaire het werk was van een paar goedwillende amateurs (zoiets als alledaagse mensen met Apple technologie die een zo hoog mogelijke kwaliteit trachten te bereiken), dus uiteindelijk was ik meer onder de indruk dan ik geweest zo zijn met een film die bijvoorbeeld al op TV geweest was. Ik hoorde pas naderhand dat de gehele film inderdaad bewerkt was op een PowerPC G4 iMac. De enige smetten waren een paar scènes die waarschijnlijk met te weinig licht geschoten waren waardoor ze nogal korrelig geworden zijn na het verbeteren van de helderheid.

Maar laten we wel wezen: je kijkt niet naar "In Search of the Valley" voor de cinematografie. Het gaat om de interviews, en daarin scoort de documentaire punten. Steve Wozniak en Andy Hertzfeld waren zoals gewoonlijk zeer open, Guy Kawasaki net zo enthousiast als altijd, John Warnock combineert de air van een ervaren politicus en techneut op een elegante manier en Tim O'Reilly geeft een aantal interessante meningen ten beste. De mensen die ik niet kende, zoals Lee Felsenstein, interface guru Brenda Laurel, Apache ontwikkelaar Brian Behlendorf, Craig Newmark van craigslist en anderen gaven interessante inkijkjes in andere delen van de industrie, en Marc Canter, één van de oprichters van MacroMind, draagt zelfs een vuile blues riff bij aan het eind van de film.

Wat wel gek is dat de film een "persoonlijke reis" genoemd wordt, en ik verbaas me er ook wel over dat een aantal Engelsen een film maken over misschien wel de meest Amerikaanse van alle succesverhalen. Tegelijkertijd besteden de makers weinig aandacht aan het feit dat ze dit verhaal van ver hebben moeten gadeslaan. Verder zit de regisseur in een rolstoel, en verschijnt hij in een paar scènes, maar er wordt geen aandacht besteed aan de vraag of technologie een belangrijke rol heeft gespeeld in zijn leven. Sterker nog, op een bepaald moment wordt de regisseur op de campus van Apple aangezien voor de Engelse wetenschapper Stephen Hawking, maar er is alleen aandacht voor deze gebeurtenis op de bijbehorende blog.

Ook apart is het dat hoewel de film recent lijkt, hij al opgenomen is in september 2004, en zijn er een aantal onderwerpen, zoals de opkomst van Google, nogal gedateerd. Twee jaar is een lange tijd voor postproductie, zelfs wanneer je de problemen in ogenschouw neemt die men ondervonden moet hebben om al het materiaal rechtenvrij te maken; misschien had dat wel te maken met de onervarenheid van de makers.

Verder vind je op de DVD nog 30 minuten extra interviews (met Andy Hertzfeld, Guy Kawasaki, John Warnock en Sandy Miranda), een verzameling animaties die oorspronkelijk bedoel waren om scènes van de film van elkaar te scheiden, een dia-show en de oorspronkelijke webtrailer. De diashow is vooral aardig, omdat het een goede indruk geeft van het filmen van de documentaire; het materiaal is veel ruwer, en minder formeel. Er is ook een leuke clip van Steve O'Hear die op de piano samenspeelt met Jef Raskin.

De DVD kost $20, maar is op dit moment verkrijgbaar voor $18. Wanneer je het leuk vindt om documentaires te bekijken en boeken te lezen over de vroege dagen van Apple, dan zul je ook plezier beleven aan "In Search of the Valley".


Sneller en verder rollen met de RollerMouse Pro

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: RAW]

Een paar jaar geleden besprak ik de RollerMouse Station (nu RollerMouse Classic genaamd), van Contour Designs (zie "Vind je draai met de RollerMouse," 2002-08-05). Sindsdien heeft Contour Designs de 200 dollar kostende RollerMouse Pro uitgebracht, die feitelijk de RollerMouse Classic vervangt, hoewel het oudere model nog te verkrijgen is in de Contour-winkel voor 190 dollar. Het basisprincipe van de RollerMouse is hetzelfde gebleven: het is een USB-aanwijsapparaat ingebouwd in een polssteun dat aan een bak vastzit waar het toetsenbord in staat; het toetsenbord is niet inbegrepen. Het aanwijsapparaat bestaat uit een rolbalk, vijf knoppen en een scrollwieltje, dit alles tussen een stel met gel gevulde polskussentjes. Je beweegt de cursor op en neer door de balk te laten rollen. Horizontale cursorbewegingen ontstaan door de balk heen en weer te schuiven. Door het rollen en schuiven te combineren, kun je de cursor net zo vloeiend laten bewegen als met een muis of muisbal.

De RollerMouse Pro is niet erg verschillend, het heeft alleen een langere rolbalk en meer knoppen, namelijk vijf. Op het eerste gezicht lijken deze veranderingen niet zo belangrijk, maar in werkelijkheid is het verschil enorm, vooral door de langere rolbalk. Met de kortere rolbalk van RollerMouse Classic botste ik vaak tegen de zijkanten, maar dat gebeurt nog maar zelden met de RollerMouse Pro. En hoewel ik de extra knoppen niet erg vaak gebruik, komen ze af en toe wel van pas.

Bij het herlezen van mijn vorige bespreking realiseerde ik me dat, hoewel ik de RollerMouse Classic een goed aanwijsapparaat vond, ik er toen niet volledig aan gewend was. Dat kwam onder andere door het gedoe rondom de noodzaak om USB Overdrive X te gebruiken om de versnelling en knoppen te regelen. Ik had ook geprobeerd om mezelf aan te leren de rolbalk met mijn duim te bedienen, in de hoop daardoor mijn handen langer op het toetsenbord te kunnen houden, maar dat lukte niet. Ik bediende de rolbalk uiteindelijk met mijn rechterwijsvinger en de belangrijkste knop met mijn rechterduim.

Maar met de extra tijd voor het gebruik van de RollerMouse Pro en de acceptatie van mijn voorkeur voor mijn rechterwijsvinger voor het bedienen van de rolbalk, ben ik zeer gewend geraakt aan de RollerMouse Pro. Het voelt gewoon goed, wat de ultieme test is voor een aanwijsapparaat, en ik heb geen behoefte meer om mijn nu werkloze Kensington Turbo Mouse Pro stuurbal te gebruiken, die ik alleen kon bereiken door mijn rechterarm scheef naar rechts te houden. Daarentegen zit de rolbalk van de RollerMouse Pro altijd meteen onder de spatiebalk, waardoor ik minder bewegingen hoef te maken en een meer ontspannen positie kan aanhouden wanneer ik de aanwijzer veel moet bewegen.

Sommige van mijn kritische opmerkingen over de RollerMouse Classic zijn ook op de RollerMouse Pro van toepassing. Je moet nog steeds USB Overdrive X hebben, waardoor er nog 20 dollar bovenop de prijs komt. De spanning op de knop van het scrollwieltje (daar kun je ook mee klikken) is nog steeds te hoog, hoewel ik dol ben op het scrollwieltje en ik het voortdurend gebruik om te scrollen. En zelfs met de toename in handigheid en comfort kom ik toch nog af en toe in situaties waarin ik een muis uit de kast moet halen, omdat de rolbalk niet de precisie heeft die nodig is voor het fijne grafische bewerkingen of snelle spellen (dat geldt ook voor stuurballen en stuurvlakken).

Ondanks deze beperkingen (en misschien omdat ik mezelf heb bewezen dat ze het feest niet verpesten) kan ik de RollerMouse Pro nu van harte aanbevelen. Het is natuurlijk een beetje prijzig om te proberen als de traditionele muis je bevalt, maar als je last van je handen of polsen hebt bij het gebruik van een muis, denk ik dat het de moeite waard is om het geld uit te geven om uit te vinden of de RollerMouse Pro je kan helpen.


Take Control-nieuws, 11 december 2006

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: JG]

Register en beheer je domeinnaam met behulp van experts -- Op maat gemaakte domeinnamen zijn leuk voor individuen en noodzakelijk voor organisaties, maar het registeren en het beheren van je eigen domeinnaam blijft een onderwerp dat zelfs een ervaren computergebruiker kan verwarren. Vrees niet langer, want we hebben net "Take Control of Your Domain Names' uitgegeven, een e-boek van 103 pagina's van netwerk-expert Glenn Fleishman. Glenn heeft 12 jaar ervaring met domeinnamen, opgedaan met talrijke internetsites, en een van de eerste Web-hosts, om uit te kunnen leggen wat je moet weten, en of je wel of niet al je eigen domeinnaam hebt.

Voor mensen die nieuw zijn met domeinnamen, bespreekt Glenn hoe domeinnamen achter de schermen werken en de beste manieren om een beschikbare domeinnaam te vinden. Hij helpt dan de lezers door de noodzakelijke stappen om een domeinnaam te registreren, het configureren van een DNS-host, en het verbinden met een website en e-mail.

Het e-boek voorziet ook in essentiële informatie voor mensen die hun eigen domeinnamen al hebben, en bespreekt het wisselen van registrars, DNS-hosts, web-hosts, en e-mailproviders; hoe je dynamische DNS kunt gebruiken om een webserver te draaien met een dynamische IP-breedbandverbinding; en tips voor normale DNS-verwante problemen.

Een extra gedeelte bevat advies voor het kopen en verkopen van domeinnamen, instructies voor het gebruik van DNS-gereedschap, en een verklarende woordenlijst die jargon ontraadselt. Het e-boek bevat een $10-kortingscoupon voor het registeren of verhuizen van een domein naar easyDNS, de registrar en DNS-hosting maatschappij die wij gebruiken en aanbevelen.

Take Control-auteurs bij MacVoices podcast -- De MacVoices podcast heeft onlangs diverse Take Control-auteurs gepresenteerd, zorg er dus voor dat je luistert! Je kunt onder de motorkap gaan van het domeinnaamsysteem met Glenn Fleishman in MacVoices #691, de wereld zien door de ogen van professionele fotograaf Larry Chen in MacVoices #690, en te weten komen hoe Arnie Keller denkt over de plaats van Dreamweaver in de web-wevende wereld in MacVoices #693. (ga naar de onderkant van de pagina als je de Play-links niet ziet.)


Recente onderwerpen in TidBITS Talk, 11 december 2006

  van de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>
[vertaling: RAW]

[De discussies waarnaar verwezen wordt zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]

Great deal on a Brother 2070N printer -- Een lezer vindt een aanbieding voor een netwerk-laserprinter van Brother, die leidt tot een discussie over PostScript-emulatie. (6 berichten)

Recommended camcorders -- Waar moet je op letten bij de aanschaf van een camcorder die je met een Mac wilt gebruiken? (2 berichten)

Transferring songs as ringtones -- Je kunt gemakkelijk muziek omzetten naar formaten die bruikbaar zijn als beltonen op sommige telefoons. Hier kun je lezen hoe. (6 berichten)


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse, en grondige besprekingen voor de Macintosh- en internet-gemeenschappen. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2006 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Previous Issue | Search TidBITS | TidBITS Home Page | Next Issue