Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS Logo

TidBITS#992, 24 augustus 2009

Het grote nieuws deze week is dat Apple Mac OS X 10.6 Snow Leopard aanstaande vrijdag, 28 augustus uitbrengt, dit is eerder dan de aanvankelijk beloofde "in september". Apple kwam tevens in het nieuws met hun antwoord op het verzoek van de FCC om informatie omtrent het programma Google Voice iPhone, waar we ook op reageren. Verder behandelt Glenn Fleishman deze week de overgang van het onafhankelijke mailprogramma Mailsmith naar freeware onder een nieuw bedrijf en overpeinst Adam uitgebreid de technologische geletterdheid, met name of het belangrijk is en wat een gebrek eraan kan betekenen voor de toekomst. Bij de opmerkelijke software deze week onder andere Remote Desktop Connection voor Mac 2.0.1, BusySync 2.2.1, TextExpander 2.7, Hazel 2.3.2, Apple Remote Desktop Admin 3.3, Apple Remote Desktop Client 3.3.1, OmniOutliner 3.9, Hard Drive Firmware Update 2.0, Bluetooth Firmware Update 2.0.1 en iPhoto 8.1.
 
Artikelen
 

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


Snow Leopard komt uit op 28 augustus

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

[vertaling: LmR]

Waarschijnlijk is het het voor het eerst in de geschiedenis van de computerindustrie dat een besturingssysteem eerder uitkomt dan aangekondigd. Apple had aanvankelijk beloofd dat Mac OS X 10.6 Snow Leopard in september zou uitkomen maarr vandaag heeft Apple verkondingd dat Snow Leopard uitkomt op 28 augustus 2009. Normaal gesproken kan je er van uitgaan dat iets pas aan het eind van de beloofde periode uitkomt.

Voor degenen die de afgelopen 18 maanden niet in de bewoonde wereld zijn geweest: Snow Leopard is de volgende grote versie van Mac OS X, maar een die vooral gericht is op het verhogen van prestaties en stabiliteit en het verbeteren van de basis waarop toekomstige programma's kunnen voortbouwen. Apple zegt 90 procent van meer dan 1000 projecten in Mac OS X te hebben verfijnd en sleutelonderdelen als de Finder, Mail, Time Machine, de Dock, QuickTime en Safari te hebben verbeterd. Voor meer details over wat er veranderd is zie "Apple geeft voorbeschouwing op in september te verschijnen Snow Leopard" (08-06-2009).

Tevens zal op 28 augustus 2009 Mac OS X Server Snow Leopard uitkomen, die naast alle verbeteringen van de desktopversie ook iCal Server 2, Podcast Producer 2, Wiki Server 2, Address Book Server en Mobile Access Server zal bevatten.

Upgradeprijzen -- Een enkele gebruikerversie van Snow Leopard is beschikbaar als een upgrade van Mac OS X 10.5 Leopard voor $ 29, een family-pack versie met licensies voor maximaal vijf Macs in een huishoudenkost $ 49 en een update van de Mac Box Set, die Snow Leopard, iLife '09 en iWork '09 bevat, kost $ 169. (Deze links gaan naar Amazon, waarvan we ondertussen hebben begrepen dat die alleen verkoopt binnen de Verenigde Staten.) [Nederlanders en Vlamingen kunnen terecht bij de Nederlandstalige online Apple Store, nvdv]

Apple ziet Snow Leopard als een upgrade van Leopard dus als je wilt upwaarderen vanaf Mac OS X 10.4 Tiger op een Intel-Mac, verwijst Apple je naar de Mac Box Set of naar een Mac Box Set Family Pack voor $ 229. Totdat we de kans hebben gehad om te testen zullen we niet zeker weten of de Snow Leopard upgrade-schijven over Tiger willen installeren. We nemen aan dat dit wel het geval is, anders zouden ze ook niet op een geheel nieuwe harde schijf kunnen worden geïnstalleerd.

Voor hen die sinds 8 juni 2009 een Mac met Leopard hebben gekocht, biedt het Mac OS X Snow Leopard Up-to-Date pakket een update naar Snow Leopard voor slechts $ 9.95. Je moet deze Up-to-Date upgrade binnen 90 dagen na aankoop van je Mac aanvragen of anders voor 26 december 2009.

Snow Leopard Server gaat $ 499 kosten zonder gebruikerslimiet, hetgeen goedkoper is dan de voormalige prijs van $ 999.

Vereiste hardware -- Mac OS X 10.6 Snow Leopard vereist een Intel-Mac met ten minste 1 GB RAM-geheugen en 5 GB beschikbare schijfruimte. Het vereist ook een dvd-speler voor installatie. Bepaalde functies vereisen verdere technische specificaties; zie Apple's website voor details hieromtrent.

Snow Leopard Server vereist een Intel Mac met ten minste 2 GB RAM-geheugen en 10 GB beschikbare schijfruimte en ook daar stellen een aantal functies hogere technisch eisen.

Take Control boeken komen eraan -- Hoewel Apple's eerdere uitgave de druk er bij ons opvoerde, zullen we Joe Kissell's "Take Control of Upgrading to Snow Leopard" en Matt Neuburg's "Take Control of Exploring & Customizing Snow Leopard" kunnen uitbrengen tegen de tijd dat Apple Snow Leopard gaat verkopen. Je kan er nu al meer over lezen en we zullen op de websites van TidBITS en Take Control aangeven wanneer de boeken in de verkoop gaan.

"Take Control of Upgrading to Snow Leopard" biedt alle hulp om succesvol en in alle rust te upgraden, zoals vele duizenden Macgebruikers dit in het verleden hebben kunnen doen aan de hand van Joe's eerdere "Take Control of Upgrading…"-titels. Joe's vriendelijke toon en specialistische stappenbegeleiding (ontwikkeld gedurende talloze testinstallaties) zullen je helpen problemen te voorkomen en te begrijpen wat er allemaal gebeurt als je Snow Leopard installeert. Mocht je toch in de problemen komen, zorgt de opstart-kopie die Joe je helpt maken voordat je aan de upgrade begint, deze op een simpele manier op te lossen.

"Take Control of Exploring & Customizing Snow Leopard" gaat een stap verder waarbij Matt je meneemt langs alle nieuwe functies in Snow Leopard, zowel de totaal nieuwe functies (zoals een vernieuwde Voorzieningen-functie en automatische tekstaanpassing door het hele systeem) als degene die sinds Leopard verbeterd zijn (zoals de nieuwe Expose-mogelijkheden in de Dock en nieuwe Time Machine-functies). Bestaande Leopard-functies worden ook volledig uitgelegd, inclusief mogelijkheden tot het maken van persoonlijke instellingen zodat ze werken zoals jij dat wilt.

Iedereen die een vorige versie van een van beide boeken heeft gekocht, krijgt korting op deze versie dus houd je e-mail in de gaten of klik op "Check for Updates" in je huidige e-boek om hier meer over te lezen als de boeken uitkomen.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Apple beantwoordt vragen FCC over App Store

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
  5 reacties

[vertaling: CS, HV]

Apple heeft antwoord gegeven op de vragen van de FCC over hoe Apple de Google Voice iPhone-applicatie niet echt afwees en andere Google Voice-gerelateerde apps uit de App Store verwijderde (zie "FCC vraagt informatie over Google Voice App aan Apple, AT&T en Google", 03-08-2009). Over het algemeen zijn de antwoorden wat een weldenkend mens van Apple zou verwachten, maar een paar ervan geven een kijkje in de keuken van de App Store.

AT&T en Google werden ook ondervraagd, maar maakten hun reacties niet openbaar. Engadget heeft nu echter beide reacties op zijn site gezet.

Google Voice -- Om te beginnen claimt Apple dat het de Google Voice-app niet heeft afgewezen en die nog nader onderzoekt. Volgens Apple gaat het erom dat de Google Voice-app in wezen een aantal kernfuncties van de iPhone vervangt, zoals Visual Voicemail en de SMS-applicatie.

Dat komt doordat Google Voice bij een onbeantwoorde oproep in staat is op Googles servers voicemail op te nemen en in tekst om te zetten, in plaats van de iPhone het voicemail-bericht te laten ontvangen. Op dezelfde manier beheert Google Voice SMS-berichten intern, buiten de SMS-app van de iPhone om.

Het lijkt me overdreven te stellen dat de unieke gebruikerservaring van de iPhone gebaseerd is op Visual Voicemail en de SMS-app. De iPhone biedt een unieke gebruikerservaring door het complete pakket: Apples vernieuwende industriële vormgeving en iPhone OS 3.0, samen met zowel de door Apple meegeleverde apps, als de door de gebruiker gedownloade apps van onafhankelijke bronnen. Alle onafhankelijke apps individualiseren de gebruikerservaring en Google Voice lijkt daar niet veel vanaf te wijken.

Apple spreekt tenslotte bezorgdheid uit over het feit dat Google Voice de Contacten-database naar de Google-servers stuurt. Volgens Apple heeft Google geen garanties geboden dat de gegevens niet oneigenlijk gebruikt zullen worden. Deze claim lijkt een wassen neus, als je bedenkt dat Apples eigen Adresboek-applicatie in Mac OS X contacten kan synchroniseren met Google (en Yahoo). Als een gebruiker contacten wil synchroniseren met Google, dan moet hij dat zelf weten.

Apple en AT&T -- In zijn reactie gaat Apple in op de vraag of ze de Google Voice-app in samenspraak met AT&T hebben geweigerd:

Apple werkt onafhankelijk en heeft geen ruggespraak met AT&T gehad over de vraag of de Google Voice toepassing al dan niet toegelaten kon worden. Contractuele afspraken of andere overeenkomsten met AT&T hebben geen rol gespeeld in Apples afwegingen te dienaangaande.

Uit deze opmerking zou in theorie afgeleid kunnen worden dat In andere gevallen afspraken met AT&T wel van invloed zouden kunnen zijn op App Store beslissingen, maar de volgende verklaring van Apple suggereert in ieder geval dat AT&T geen stem heeft in beslissingen die niets met VOIP-apps of apps waarmee een klant de voorwaarden van AT&T kan overtreden te maken hebben:

Niemand anders dan Apple heeft de eindverantwoordelijkheid voor het al dan niet goedkeuren van iPhone-programma's.

Apples overeenkomst met AT&T bevat een clausule die het Apple verbiedt om iPhones te voorzien van de mogelijkheid om via het AT&T netwerk een VOIP-verbinding op te zetten of af te sluiten zonder dat AT&T daar toestemming voor heeft gegeven. Apple houdt zich aan deze clausule, net zoals Apple AT&Ts klantenvoorwaarden respecteert, die het onder andere verbieden dat een klant AT&Ts netwerk gebruikt om een tv-signaal op een iPhone te ontvangen. AT&T heeft wel eens bedenkingen met betrekking tot de efficiency van zijn netwerk en de mogelijkheid dat individuele apps tot verstoppingen op dat netwerk zouden kunnen leiden en Apple houdt rekening met deze bedenkingen.

Uiteraard zal AT&T bij Apple klagen over apps waar ze bedenkingen tegen hebben, maar we kunnen er van uit gaan dat een eventuele beslissing altijd door Apple genomen wordt.

Een kijkje achter het iPhone gordijn -- De rest van Apples antwoord gaat voornamelijk in op de criteria die Apple hanteert om apps te weigeren, en dat is allemaal oud nieuws. Het hoeft geen verbazing te wekken dat Apple beweert dat het goedkeuringsproces nodig is "om de privacy van de klant te waarborgen, kinderen te vrijwaren van ongeschikt materiaal en apps te weren die de kwaliteit van de iPhone-beleving zouden kunnen verminderen". Verder wordt in het toelatingsproces gekeken "naar kwetsbaarheden zoals weeffouten, instabiliteiten op het iPhone-platform en het gebruik van niet-openbare software-protocollen".

Apple gaat niet verder in op het grote aantal omstreden afwijzingen (behalve het noemen van andere apps die via Google Voice werken en die in het verleden wel goedgekeurd en verkocht werden), of op de enigzins overdreven eis dat alle apps die op enige wijze van het internet gebruik maken per definitie de kwalificatie "17+" krijgen (zie "Apple: iPhone-programma's met web-koppeling zijn niet voor kinderen", 28-07-2009).

Apple verschaft wel nieuwe cijfers over het toelatingsproces. Volgens Apple wordt 95% van de aangeboden apps binnen 14 dagen na aanbieding goedgekeurd en zijn er in iets meer dan een jaar meer dan 200.000 nieuwe apps en nieuwe versies van bestaande apps beoordeeld.

De beoordelingen worden uitgevoerd door een staf van meer dan 40 voltijdse medewerkers en elke app wordt door minimaal twee beoordelaars bekeken, om een zekere consistentie te waarborgen. Een raad van toezicht bepaalt het beleid, stelt beoordelingsprocedures vast en beoordeelt apps die nieuwe of bijzondere problemen opleveren.

Wij vragen ons wel af of de beoordelaars dan nog wel voldoende tijd hebben om afzonderlijke apps goed te bekijken. Apple beweert dat ze elke week 8.500 nieuwe apps en nieuwe versies aangeboden krijgen en dat 20% daarvan "niet in oorspronkelijke vorm wordt goedgekeurd" (wat impliceert dat dergelijke apps na wijziging opnieuw aangeboden kunnen worden).

Met nog wat andere aannames, zoals een 40-urige werkweek en niet meer dan twee beoordelaars per app, komen wij tot de inschatting dat gemiddeld een app niet meer dat 5 minuten aandacht krijgt. Dat kan genoeg zijn voor een kleine wijziging in een bestaande app, maar wij kunnen ons slecht voorstellen dat je een compleet nieuw programma in 10 tot 15 minuten kunt beoordelen, laat staan in vijf minuten.

Het is dan ook bekend dat de feedback die ontwikkelaars van iPhone apps krijgen met betrekking tot geweigerde apps vaak zo beknopt is dat ze geen ondersteuning biedt bij het aanpassen; mede daarom zijn veel ontwikkelaars er van overtuigd dat het toelatingsproces een ondoorgrondelijke zwarte doos is, die gekenmerkt wordt door wispelturige en onvermurwbare beoordelaars. Uiteraard is Apple het in zijn uiteenzetting jegens de FCC [Federal Communications Committee; zoiets als de Amerikaanse OPTA, nvdv] daar niet mee eens:

Mochten we in een programma een onvolkomenheid aantreffen, zoals een weeffout die het programma laat vastlopen, dan krijgt de ontwikkelaar een notitie waarin wordt uiteengezet waarom de app niet in de huidige vorm toegelaten kan worden. Vaak kunnen we specifieke aanwijzingen geven hoe de ontwikkelaar zijn programma kan repareren. Verder vertellen we ze dat ze altijd het team van beoordelaars of tech support kunnen benaderen, en dat ze schriftelijke ondersteuning kunnen krijgen.

Ik neem aan dat we de komende dagen wel wat opmerkingen van openhartige iPhone-ontwikkelaars over deze beweringen van Apple kunnen verwachten, en ik zou ook wel eens willen weten of de FCC in deze zaak ook andere partijen dan Apple gaat horen.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Lees reacties op dit artikel of plaats er een


Mailsmith 2.2 gratis uitgebracht door nieuw bedrijf

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>
  1 reactie

[vertaling: RAW]

Het uitkomen van de nieuwe versie van Mailsmith 2.2, waar we lang op hebben moeten wachten, gebeurde met een paar verrassingen. Deze versie, die vier jaar na het uitkomen van de laatste onderhoudsupdate 2.1 verschijnt, is gratis en in handen van een ander bedrijf. De nieuwe website is al actief.

Rich Siegel, stichter en algemeen directeur van Bare Bones begon het nieuwe bedrijf, Stickshift Software, louter en alleen om de ontwikkeling en ondersteuning van het e-mailprogramma voort te zetten. Hij bevestigde via iChat dat de broncode niet vrijgegeven wordt, maar dat het programma "liefdewerk" blijft. Bare Bones heeft het eigendom van Mailsmith overgedragen aan Stickshift.

Versie 2.2 voert veranderingen door in het gegevensopslag-model, waardoor er een update nodig is die nogal tijdrovend kan zijn voor 2.1.x-gebruikers die grote verzamelingen e-mail hebben. Stickshift raadt aan om een in Mailsmith 2.2 ingebouwde optie te gebruiken waarmee je een volledige back-up als schijfkopie kunt bewaren. De nieuwe versie is universeel binair en je hebt er Mac OS X 10.4 of nieuwer voor nodig, al raadt het bedrijf 10.5.8 aan.

Deze versie heeft een behoorlijk aantal andere veranderingen en toevoegingen die beschreven worden in de toelichting. Vermeldenswaardige verbeteringen zijn onder andere de optie in de Attachments-tab om een Zip-archief te maken, een vernieuwde en krachtiger set eenvoudige en gevorderde zoekmogelijkheden, en (voor mij het belangrijkst) zoeken op systeemniveau naar bepaalde berichten via Spotlight. (Om een zoekopdracht tot Mailsmith te beperken voeg je kind:mailsmith aan een Spotlight-zoekopdracht toe.)

Mailsmith blijft alleen POP3 ondersteunen voor het ophalen van e-mail en laat ondersteuning voor IMAP achterwege. Met IMAP kun je mappen synchroniseren tussen een mailserver en een lokaal mailprogramma, waardoor je met meerdere apparaten of computers op afstand toegang kunt hebben tot dezelfde mailstructuur, terwijl je er naar wens lokaal kopieën van kunt bewaren.

Mailsmith heeft blijkbaar een kleine maar toegewijde groep gebruikers die de voorkeur geven aan werken in tekstformaat; Mailsmith laat geen HTML binnen een bericht zien, maar kan een HTML-geformatteerd bericht in een browser openen. Siegel weigerde om aantallen gebruikers te noemen, hij zei dat die gegevens eigendom van Bare Bones blijven.

Met het vrijgeven van de broncode van Eudora in 2006 (zie "Eudora wordt opensource met Thunderbird", 16-10-2006), Apples voortdurende verbeteringen aan het Mail-programma dat bij Mac OS X zit, het toevoegen van Entourage aan Office for Mac door Microsoft en de steeds toenemende aantallen gebruikers van web-gebaseerde mail zoals Gmail, is er maar weinig ruimte voor een alternatief e-mailprogramma om voet aan de grond te krijgen in Mac OS X. (Entourage zelf houdt op te bestaan en wordt in 2010 vervangen door Outlook for Mac, zie "Outlook for Mac gepland voor 2010 Office-uitgave", 13-08-2009.)

Mailsmith werd blijkbaar afgesplitst om de last van de werkuren en ondersteuning uit de boekhouding van Bare Bones te houden. Het bedrijf is ook opgehouden met Super Get Info, een bestandsinformatieprogramma dat minder nuttig was geworden, daar Apple Mac OS X verbeterd heeft.

Deze actie maakt dat Bare Bones zich kan blijven concentreren op zijn belangrijkste programma BBEdit, hoewel dit door het duidelijk beperkte aantal Mailsmith-gebruikers meer een formele verandering is dan een structurele. Hun informatie-organisatie-hulpprogramma Yojimbo heeft geen update meer gehad sinds 6 februari 2008, TextWrangler, een uitgeklede versie van BBEdit voor het bewerken van tekst, is gratis en WeatherCal is een piepklein hulpprogramma.

Yojimbo is hard aan een update toe, en zou baat hebben bij een iPhone-applicatie. Yojimbo synchroniseert zijn verzameling wachtwoorden, koppelingen naar en archieven van webpagina's, tekstaantekeningen en andere gegevens nu nog via MobileMe. Een concurrerend programma, 1Password, heeft een desktop- en iPhone-versies en gebruikt verschillende methoden om te synchroniseren, en geen ervan gebruikt MobileMe. (1Password vangt wachtwoorden, invoer in webformulieren en aantekeningen op, slaat ze op en synchroniseert ze, maar doet dat niet met andere soorten gegevens.)

Ik gebruik Mailsmith al sinds 2002, toen Rich me het programma liet zien tijdens de eerste MacMania-cruise. Ik was meteen verkocht, omdat Eudora een doodlopende weg leek, Entourage regelmatig crashte en een enorme mail-database overhoop gooide en ik Apples Mail niet kon uitstaan. Ik wantrouwde ook HTML-geformatteerde e-mail, omdat het afbeeldingen kan bevatten (1-bij-1 pixel-GIF's, bijvoorbeeld) die informatie over je machine kunnen doorgeven en vaak niet goed weergegeven wordt.

Het bètaprogramma van Mailsmith 2.2, dat al enige jaren loopt, lag een tijdlang stil, maar er kwam in het afgelopen jaar weer vaart in. Ik vreesde al dat ik een nieuw programma zou moeten vinden, gigabytes e-mail zou moeten verhuizen, en veel van wat ik waardeerde in Mailsmith zou moeten opgeven. Deze verhuizing naar een apart bedrijf en een gratis programma hebben mijn angst weggenomen, ik kan het voorlopig bij Mailsmith houden.

"Gratis" maakt het ook gemakkelijker voor diegenen die naar een ander mailprogramma op zoek zijn om Mailsmith uit te proberen zonder dat er na de testperiode een rekening betaald zal moeten worden. Dat kan misschien het gebruik laten toenemen, hoewel het ontbreken van IMAP nog steeds een spelbreker kan zijn.

Deze verandering betekent wel dat Mailsmith niet zal evolueren voorbij wat nodig is om het bij de tijd en functioneel te houden. En met het gebrek aan innovatie en verbetering in andere mailprogramma's voor Mac OS X is het onwaarschijnlijk dat we aanzienlijke veranderingen zullen zien in de manier waarop met e-mail wordt omgegaan. In tegenstelling tot browsers, waar de concurrentie om kijkers groot is, onder andere om ze naar advertenties te laten kijken, is e-mailsoftware voor de meeste gebruikers tot stilstand gekomen.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Is dit het tijdperk van technologisch analfabetisme?

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
  51 comments

[vertaling: DPF, SWB, KvH, MSH, TK, CS]

Niet lang geleden heeft Google een video gemaakt die nu populair is op internet. In deze video stelt een medewerker van Google op Times Square in New York City aan voorbijgangers een aantal vragen, zoals "Wat is een browser?", "Welke browser gebruik je?" en "Heb je gehoord van Google Chrome?" (Chrome is de nieuwe webbrowser van Google, verkrijgbaar voor Windows en als testversie voor de Mac.)

Onder internet-geeks wordt de video veel bekeken omdat veel van de mensen in de video (meest werkende volwassenen die het internet regelmatig zullen gebruiken) nogal onnozel lijken. Als je de video moet geloven weet maar 8 procent van de mensen wat een browser is.

De video is natuurlijk geen wetenschappelijk onderzoek, en pretendeert dat ook niet, de methodologie is verschrikkelijk. Het is immers waarschijnlijk dat de vraag "Wat is een web-browser?" betere resultaten zou hebben gegeven, en midden op Times Square zijn computers niet datgene waar mensen het eerst aan denken. Maar laten we ons daar nu even niet op richten.


Welke browser gebruik je? Laten we in plaats daarvan eens beter kijken naar de resultaten en nadenken over de implicaties. Wat zegt het over de technologische wereld van vandaag de dag, dat 92 procent van de mensen niet weet met welk programma ze het web opgaan? Uit andere cijfers blijkt dat internettoegang de belangrijkste toepassing is van computers vandaag de dag, dus het lijkt onwaarschijnlijk dat ze dan wel andere programma's kunnen noemen.

Erger is nog dat uit sommige antwoorden blijkt dat deze mensen niet eens weten wat een programma is. Een aantal personen noemt hun browser "een zoekmachine" en "Google". Eén persoon noemde zijn browser "de grote E", ongetwijfeld refererend aan Microsoft Internet Explorer, gezien het symbool.

Wanneer iemand zich alleen maar het symbool van een programma kan herinneren, lijkt mij dat we te maken hebben met technologische analfabeten. Bovendien blijkt dat dit probleem wel eens wijdverbreid zou kunnen zijn. Kennelijk hebben mensen niet alleen de kennis verloren om over een onderwerp te lezen en schrijven, maar ook om er over te praten. Men kan kennelijk niet meer dan het onderwerp gebruiken.

Omdat ik geld verdien met het schrijven over het gebruiken van technologie, maak ik me hier zorgen over. Immers: wanneer iemand niet weet welke browser ze gebruiken, of wat een browser is, waarom zullen ze dan het boek "Take Control of Safari 4" kopen (zorgvuldig geschreven door de expert Sharon Zardetto)? Hoe zullen ze weten dat het boek bestaat, als ze niet weten dat Safari een webbrowser is of dat ze zelfs maar Safari gebruiken?

(Er is nog een zorg die ik heb waar ik niet verder op inga in dit artikel, hoe kun je marketing bedrijven voor een technologie in een maatschappij waarin men technologisch analfabeet is? Misschien alleen steunen op leuke plaatjes en emotionele kracht? Is het al zover? De "I'm a Mac"-advertentiecampagne van Apple laat klanten zich identificeren met de Mac, maar ze bieden geen tastbare informatie en Apple verbergt veel technische specificaties van de iPhone.)

Misschien bekijk ik het van de verkeerde kant en bewijst de video van Google dat we juist grote technische vooruitgang hebben geboekt. TidBITS-redacteur Glenn Fleishman suggereerde toen we de video bespraken dat het misschien wel een goede zaak is dat de webbrowser zo voor de hand liggend is geworden dat mensen niet hoeven te weten wat het is om het effectief te kunnen gebruiken.

(Taalkundig gezien heeft dezelfde devaluatie met het web zelf plaatsgevonden. Hoewel het tot de TidBITS-huisstijl behoort om "Web" met een hoofdletter te schrijven, een correct zelfstandig naamwoord als afkorting van "World Wide Web", zie je vaak genoeg ook in publicaties met professionele eindredacties het woord zonder hoofdletter geschreven, waarmee dus het unieke ervan gebagatelliseert wordt. Ik denk dat ze het mnis hebben: "Web" zou altijd met een hoofdletter geschreven moeten worden, net zoals het "Internet". [Deze alinea is zoals elk TidBITS-artikel letterlijk vertaald en geeft de mening van de auteur binnen het Engelse- (/Amerikaanse-) taalgebied, nvdv])

Vanuit een bruikbaarheids-perspectief denk ik dat ik het eens ben met Glenn. Het is een goede zaak dat het gebruik van het web zo vanzelfsprekend is, dat zoveel mensen daar niet meer over na hoeven te denken en dat de naam van het specifieke programma wat ze voor toegang gebruiken er niet toe doet. De meeste mensen gebruiken de browser die bij hun computer geleverd werd en ondanks het feit dat het gebruik van Microsoft Internet Explorer de laatste jaren feitelijk ontmoedigd is door het gedoe over monopolies en dergelijke, heeft Firefox sinds 2004 maar iets meer dan 20 procent van de markt kunnen pakken. Waarschijnlijk is het programma alleen een alternatief voor die mensen die weten wat een browser is.

Op een platform als de iPhone is deze trend naar onbekendheid met het specifieke browserpakket nog duidelijker. Hoewel Safari de webbrowser van de iPhone is en het icoon een duidelijke naam heeft, kunnen programma's als Twitterrific zelf webpagina's tonen. Anderen, zoals Mail, kunnen een webkoppeling in Safari openen zonder dat ooit getoond wordt dat Safari dat doet. Het is lastig vol te houden dat het dom is als mensen niet weten dat de iPhone-browser Safari is, want je kunt prima webpagina's openen op de iPhone zonder ooit Safari zelf nodig te hebben.

Bovendien is het niet nodig om meer te weten zolang de browser die bij je computer of telefoon geleverd wordt gewoon werkt. Je gaat pas verder kijken als je ontevreden bent, dus als Safari of Internet Explorer tekorschiet. Is dat niet het geval, dan is er weinig noodzaak om je te verdiepen in Firefox. Hoe beter technologie werkt, des te minder hoeven we te weten over hoe het werkt. Ik kan niet zeggen dat dat alleen maar slecht is.

Als 'ie stuk gaat -- Maar ik blijf me zorgen maken over dit onvermogen om te praten over alledaagse activiteiten en de gereedschappen die we gebruiken om deze uit te voeren, het gebruik van de juiste zelfstandige naamwoorden die niet alleen als juist worden gezien door de experts maar waardoor het ook een duidelijk beeld schept bij anderen. Wat gebeurt er als er iets mis gaat en iemand kan geen verbinding krijgen met internet? Kan je je het gesprek met de helpdesk voorstellen?

"Hallo met de helpdesk. Waarmee kan ik u van dienst zijn?"

"Ik kan niet op Google komen".

"OK, welke browser gebruikt u?"

"Dat zeg ik net, Google".

"Goed, laten we een stap terug nemen. Welk programma gebruikt u als u iets op internet wil doen?"

"Geen idee... ik Google als ik iets wil vinden".

"Misschien moeten we nog iets verder terug. Op wel symbool klikt u als u Google wilt gebruiken?"

"Het plaatje? Dat is blauw en rond, geloof ik".

"OK, dat is waarschijnlijk Internet Explorer. Kunt u een andere website dan Google openen?"

"Als ik niet op Google kan, hoe kan ik dan een andere website openen?!"

Ik kan wel verder gaan maar het is in ieder geval niet heel ver gezocht (TidBITS-redacteur Doug McLean bevestigde dat mijn verzonnen dialoog pijnlijk overeenkwam met helpdeskgesprekken die hij voerde in een voorgaande baan). In essentie spreken de beller en de helpdeskmedewerker niet dezelfde taal. Ze spreken misschien allebei Nederlands maar veel meer dan dat ook niet en zodra er domein-specifieke woorden als "browser" gaan meespelen zakt de communicatie in elkaar. Een goede helpdeskmedewerker zal ongetwijfeld de vragen aanpassen zodra hij of zij doorheeft dat er een termologiebarrière is en net als Captain Kirk die een buitenaards wezen tegenkomt, proberen een gezamelijke terminologie op te bouwen, gebaseerd op visuele elementen alvorens te proberen het probleem op te lossen.

Problemen oplossen van generatie tot generatie -- Als ik je zou vragen iets te zeggen over de beller uit mijn verhaal hierboven, dan zou je kunnen terugvallen op geijkte stereotypen en de beller als een ouder iemand kunnen omschrijven, of tenminste als iemand die niet met technologie opgegroeid is en er pas later in het leven, wellicht tegen wil en dank, mee te maken kreeg. Maar als ik je nu zeg dat het een student is?

Mijn buurman, Peter Rothbart, geeft muziekles aan Ithaca College en hij heeft bij zijn studenten een verontrustende trend opgemerkt. Hoewel ze goed overweg kunnen met de muzieksoftware die voor zijn cursus nodig is, zegt hij dat velen van hen moeite hebben met de meest eenvoudige computertaken, zoals het bewaren van bestanden op een bepaalde plek op de harde schijf. Nog erger, als iets fout gaat dan hebben ze volstrekt geen idee hoe dat opgelost zou kunnen worden.

Dit zijn geen kinderen die op het voortgezet onderwijs de weg kwijt raken, het zijn studenten van een gerenommeerde hogere onderwijsinstelling. (Het alma mater van bijvoorbeeld Robert Iger, de CEO van Disney.) Nee, het zijn ook geen mensen met computerwetenschap als hoofdvak. Ze worden niet gevraagd iets te programmeren, ze hoeven alleen maar kant en klare muzieksoftware te gebruiken en algemeen voorkomende taken uit te voeren. En nu blijkt niet alleen dat ze deze algemene taken nooit eerder gedaan hebben, maar dat ze ook niet de vaardigheid hebben om er zelf achter te komen wat de bedoeling is.

Zou deze onkunde om een oplossing te vinden voor een probleem met een apparaat, waar ze verder wel bekend mee zijn, komen doordat ze er niet meer over kunnen praten? Ik ga nog niet zover dat ik beweer dat het onmogelijk is om problemen op te lossen zonder de juiste termen, maar het is wel zo dat dat een stuk moeilijker is als je niet effectief met experts kunt communiceren.

Nog niet zo lang geleden toen volwassenen nog moeite hadden om iets op de computer aan de praat te krijgen, zei men sarcastisch dat ze het dan wel aan een neefje zouden vragen. Dit was waarschijnlijk zo voor degenen onder ons die in de jaren 80 en 90 teenager waren, maar als de ervaring van Peter Rothbart een trend wordt, dan is het vandaag de dag handiger om je 30- of 40-jarige neefje om hulp te vragen.

Begrijp me niet verkeerd, ik zeg niet dat alle jonge mensen moeite hebben met het vinden van een oplossing voor technische problemen of verder te kijken dan hun neus lang is. Een kennis van mij, Dave Burbank, werkt als brandweerman in de stad Ithaca, maar ook is ook een enorme nerd, die vaak honderden foto's van de schoolreisjes van zijn kinderen maakt, constant updates via Twitter doorgeeft en een website van het reisje bijwerkt voordat hij 's avonds naar bed gaat. Zijn 15-jarige zoon Istvan is op dit moment 3D-animator voor Moving Box Studios in Ithaca en kan met gemak een technische discussie over de evolutie van opslagmedia of andere nerdachtige onderwerpen bijhouden.

Met andere woorden er zullen altijd nerds zijn en volgens mij is dat maar goed ook. Het technologische bewustzijn van de jonge mensen van mijn generatie (ik ben nu 41) die toen in technologie geïnteresseerd waren, hebben de basis gelegd voor het gemak waarmee jonge mensen er nu mee omgaan. Maar wat we over het hoofd zien, is dat een dergelijk gemak niet betekent dat je begrijpt hoe het werkt of hoe je het moet maken wanneer het kapot gaat. Snel sms-en op een mobieltje demonstreert het gemak; een niet werkende internetverbinding terugleiden tot een corrupt voorkeurenbestand getuigt van begrip.

Dus wat doen de meeste mensen wanneer iets op de computer of smartphone niet meer werkt? We weten dat problemen voorkomen, technologie is tegenwoordig weliswaar een stuk betrouwbaarder, maar het gaat nog steeds erg vaak fout, zelfs voor gebruikers.

Een tijdje terug belde mijn vader op, omdat zijn iPod niet meer verscheen in iTunes. Na enig heen en weer vragen, stelde ik voor om de iPod te resetten. Toen hij hem weer wilde gebruiken, bleek hij geheel vast te zitten. Een harde reset bracht het apparaat weer tot leven. Als hij alleen was geweest, dan zou hij, of tenminste iemand met minder ervaring dan hij, geconcludeerd hebben dat het ding stuk was en een nieuwe gekocht hebben.

Dit is niet iets nieuws. E.M. Forster schreef in 1909 een stukje vroege science fiction, "The Machine Stops". Hij beschreef een toekomst, waar elkaar aankijken als bizar werd gezien, de mensheid onder de grond woonde en de "Machine" voor ons zorgde. Op een dag stopte de machine… Voor iets van recentere datum en wat meer amusant, kijk ook eens naar "Wall-E" van Pixar.

Auto's en computers -- De meest voor de hand liggende analogie in de wereld van vandaag en waar diverse mensen reeds mee kwamen naar aanleiding van onze discussies, is de auto. Ooit was kennis van het rijdend houden van een auto een soort patriarchale overgangsrite. Als de olie in de motor, het water in de radiator en meer van dergelijke zaken niet gecheckt werden, had je al snel een nutteloze koets zonder paard.

Slecht weinigen van ons weten tegenwoordig hoe een auto werkt en zelfs degenen onder ons die een zekere basiskennis tentoonspreiden, kunnen daarmee niet terecht bij een moderne auto. Als de motor overslaat, of soms helemaal niet wil starten, dan brengen we hem meestal naar de garage en laten hem repareren. Her probleem is opgelost door er wat geld tegenaan te gooien en omdat auto's tegenwoordig vrij goed werken, hoeven we ze maar weinig na te kijken. Wanneer heb je voor het laatst het oliepeil en dat soort dingen gecheckt?

Zoals zoveel auto-analogieën, klinkt deze goed, maar hapert hij bij nader onderzoek. Deels is auto's repareren een specialiteit geworden, niet zozeer omdat inteligente lieden niet zouden kunnen begrijpen wat er mis is of verklaren hoe de fout op te sporen, maar omdat de training en het gereedschap nodig voor diagnose van de problemen en effectieve reparaties op zich zeer gespecialiseerd geworden zijn. De tijden toen je een auto kon repareren met wat schroevendraaiers en een setje schroefsleutels zijn vervlogen. Voor de diagnostiek downloaden de werkplaatsen allemaal gegegevens uit de autocomputer.

Maar een ernstiger probleem van de analogie is dat auto's machines voor een enkelvoudig doel zijn. Ze doen een ding en dat doen ze redelijk goed. Dus, de aard van de problemen waaraan ze kunnen lijden, weliswaar vervelend, frustrerend, en soms onverklaarbaar lijkend, is toch relatief beperkt, meer zoals bij een huishoudelijke apparaat. Hoe vaak moet je het binnenwerk van je wasmachine of de koelkast nakijken?

Daarmee in contrast zijn computers machines voor algemeen gebruik die een groot aantal zeer uiteenlopende taken kunnen uitvoeren, zoals op het web surfen, email lezen, een boek schrijven, ontwikkelen van een bedrijfsbudget, uitpluizen van een klantendatabase, muziek componeren, video redigeren, enzovoorts.

Er zijn aanstormende slimmerikken zoals Istvan Burbank, maar zelfs verstandige jongemannen zoals Istvan hebben hun beperkingen. Al zou ik hem met genoegen willen vragen om een Mac te repareren die niet wil opstarten, ik ben er niet zeker van of hij enig idee heeft hoe te helpen als ik hem een pdf zou laten zien waar de tekst op sommige paginas donkerder en bitmapped leek als hij bekeken werd in bepaalde pdf-lezers (zelfs Adobe was niet in staat om dat probleem voor mij betrouwbaar op te lossen). Er is een grens aan hoeveel een der onzen kan leren, maar er is geen limiet aan wat een computer kan doen.

In zekere zin is dit een rare situatie voor degenen onder ons die opgroeiden met de personal computer. Voor de Apple, voor de IBM PC, hadden we mainframes en minicomputers waar we mee communiceerden via domme terminals. Je kon echt niet zoveel doen en je deelde bronnen met veel andere lieden, maar je hoefde je ook geen erge zorgen te maken als de dingen fout liepen, want als dat gebeurde, zouden de computer-operators dat dan wel herstellen.

Zij waren de poortwachters, de wijzen die de toegang controleerden en konden zeggen wie toestemming had om iets te doen. Personal computers werden verondersteld computergebruik te democratiseren zodat iemand en iedereen zijn eigen werk kon doen. Terwijl dat wel op bepaalde wijze gebeurde, lijkt het mij dat we teruggekeerd zijn naar de dagen toen je een wijsgeer nodig had om problemen op te lossen of om iets buitengewoons te doen. Het is een wat oncomfortabele situatie, want degenen onder ons die opgroeiden met de personal computer vinden dat wijzelf de nieuwe wijzen zijn.

Technologisch analfabetisme -- Hoe is het zo ver gekomen? Ik durf te stellen dat Apple (en wij Macintosh-gebruikers) misschien wel meer dan om het even welke andere groep schuld hebben aan deze stand van zaken. Met het alombekende gebruiksgemak van de Mac is Apple immers altijd al de grootste voorstander van bruikbaarheid geweest. Veel Mac-gebruikers keken jarenlang met minachting neer op handleidingen. "Waarom zou je een handleiding moeten lezen als het programma zo gebruiksvriendelijk is?", was de klassieke vraag. Voor de gebruikers van toen, die sterk geïnteresseerd waren in de technologie, was dat een eerlijk argument omdat zij goed begrepen hoe alles intern werkte en kleine problemen doorgaans ook zelf konden oplossen.

Maar dan kregen we wat we vroegen en steeds meer bedrijven begonnen software te schrijven die gemakkelijk genoeg was zodat de meeste mensen geen handleiding meer moesten lezen, of toch tot op een bepaald niveau. Dat was de doodsteek voor documentatie, een uitspraak die ik meer dan 10 jaar geleden voor het eerst deed (zie "De dood van de documentatie", 04-05-1998). Dit was natuurlijk de doodsteek van de handleiding en technische boeken zijn populair gebleven, deels door het ontbreken van een handleiding (hoe zou David Pogue anders iets kunnen hebben verdienen aan zijn Missing Manual-reeks?).

Toen ik mijn eerste technische boeken begon te schrijven in de eerste helft van de jaren '90, ging het gemiddelde computerboek ongeveer 12.000 keer over de toonbank. Tegenwoordig is 5.000 exemplaren al een aanvaardbaar aantal, zelfs met een veel groter publiek (al is er ook wel veel meer concurrentie).

Ik zou beweren dat de ondergang van handleidingen een meer sluipend effect had: een hele klasse gebruikers is technologisch functioneel geworden, maar ze zijn ter zelfder tijd wel technologisch analfabeet. Toen ik mijn schoonmoeder, Linda Byard, vroeg welke browser ze gebruikte, werd ze wat verlegen en opperde Outlook. Dit is een vrouw die goed haar weg kent op het web en veel ingewikkelder dingen kan doen dan zomaar door statische webpagina's bladeren. En toch wist ze niet dat ze hiervoor Internet Explorer gebruikte.

Naarmate de conversatie verderging (en vergeet niet dat mijn schoonvader, Cory Byard, in de jaren '80 personal computers hielp ontwerpen voor NCR en nu consultant is voor enorme databaseprojecten voor Teradata, Tonya is niet opgegroeid in een technologisch achtergesteld gezin), kwam naar boven dat Linda was gestopt met lezen over hoe je een technologie kunt gebruiken toen handleidingen werden vervangen door inferieure online-help.

Zij bleef verder leren verschillende programma's te gebruiken, maar zonder enige geformaliseerde instructie of geschreven naslag verloor ze de vereiste terminologie om over de gebruikte technologie te praten. Cory kon natuurlijk altijd eventuele problemen oplossen en ze zei dat dat het geval was voor de anderen die in hetzelfde geval als zij verkeerden. Er was altijd een technologisch onderlegd iemand in het gezin om eventuele problemen op te lossen.

Bij schoolkinderen kunnen we dit verlies van technologisch alfabetisme moeilijker verklaren door het gebrek aan handleidingen, maar het probleem wordt daar ook niet echt aangepakt. Toen mijn zoon Tristan naar het tweede en derde jaar ging in de openbaar school in Ithaca, NY, werd hem op computergebied alleen maar typen aangeleerd (geen slecht idee, maar niet gemakkelijk voor kinderen die met hun kleine handen maar moeilijk blind kunnen typen) en PowerPoint.

Een minimum aan presentatievaardigheden is zeker interessant, maar waarom zou je tweedejaars willen laten focussen op iets dat beslist veranderd zal zijn (of misschien hopeloos achterhaald) tegen de tijd dat ze naar de universiteit gaan?

Volgens mij zouden sommige basispunten van technologie (het concept van een programma als een set instructies en de basisbeginselen van netwerken), zowel kinderen meer aanspreken als nuttiger zijn om de manier waarop de wereld in elkaar zit later te begrijpen.

Toen TidBITS-redactiemedewerker Matt Neuburg een zomer een groep kinderen van zijn vrienden probeerde REALbasic aan te leren, was het voor hem een en al frustratie, het ontbrak hen volledig aan de conceptuele basis dat zij de computer iets konden laten doen. Wat nog belangrijker is, is dat zij er niet om gaven omdat zij het gewend waren dat technologie gewoon werkte. Het was pas toen hij ze een lijnfiguurtje deed tekenen en door de plaats van de ledematen herhaaldelijk te laten veranderen, het over het scherm te laten lopen, dat één van hen zei: "Hé, zo maken ze dus mijn videogames".

En netwerken? Nee, om het internet te gebruiken moet je niet weten hoe het werkt, maar is het niet fantastisch dat een e-mailbericht dat je naar een vriend aan de andere kant van de wereld in Australië stuurt, wordt opgedeeld in talrijke kleine stukjes, met praktisch de snelheid van het licht van computer naar computer wordt gestuurd en op zijn bestemming weer wordt samengesteld en dat allemaal in luttele seconden? Zou het niet leuk zijn om een packet-switched netwerk na te spelen met een hele klas tweedejaars en de stukken van een vloerpuzzel? Of op zijn minst leuker dan PowerPoint?

Dit gebrek in het openbaaronderwijssysteem stelt zich gelukkig niet overal. Ben, de zoon van Glenn Fleishman, gaat weldra naar een openbare lagere school in Seattle, waar het leerplan begint met het openen, bewaren en afdrukken van bestanden. Later gaat het verder met op taken gebaseerde (niet programma-geörienteerde) computerprojecten. Dat is veel beter.

Maar ik dwaal af.

Onderontwikkeling remt vernieuwing? Mijn grootste zorg over de eigenaardige vertrouwdheid van onze samenleving met een technologie waar we niet eens gemakkelijk over kunnen communiceren is, dat het geleidelijk vernieuwing zou kunnen remmen. Nu al bevinden we ons in de omstandigheid dat browser-innovatie bijna alleen wordt bestierd door Apple en Microsoft, met bijdragen van Mozilla, Google en misschien Opera.

Stapsgewijze veranderingen van bovenaf zijn nog wel door te voeren, aangezien iedereen ze wel zal moeten accepteren, maar wordt het niet moeilijker mensen over te halen een revolutionaire nieuwe technologie te proberen, omdat die anders is, omdat erover gesproken wordt met vreemde nieuwe terminologie en wellicht omdat voor een nieuwe technologie die de bakens verzet nou eenmaal per definitie een leerproces onvermijdelijk is? Ik vrees van wel.

In het vroege computertijdperk waren de belangen kleiner en de markt evenzo. Daarom lijkt me dat bedrijven gemakkelijker een kans waagden met innoverende technieken die maar voor een fractie van de bevolking interessant waren. Nu iedereen technologie gebruikt, vermoed ik dat bedrijfsplannen en financieringsvoorstellen allemaal uitgaan van een groot potentieel publiek, waardoor op hun beurt ideeën eerder op hun bedrijfsmatige kansen worden beoordeeld dan op hun technologische innovatie.

Anders gesteld: er waren altijd al technologische meer- en minderbedeelden, maar omdat er geen mogelijkheden waren om technologie aan de minderbedeelden te slijten, werd deze in het verleden minder beperkt door de deskundigheid van het publiek. Nu de technologisch analfabeten niet alleen technologie kopen, maar zelfs de primaire markt ervoor zijn geworden, moet dit wel zijn weerslag hebben op welke ideeën geld krijgen en werkelijk ontwikkeld worden.

Denk daarnaast nog eens aan de stelling dat onvrede de bakermat is van exploratie. Wij "geeks" zijn steeds wel bereid om samen te drommen bij de technologische voedertrog, omdat we nooit tevreden zijn. Als technologie echter een bepaald plateau bereikt heeft van redelijk goed werken, en dit tekort aan technologische deskundigheid echt een algemeen verschijnsel is, dan wordt het verspreiden van technologische successen onder de gehele bevolking nog veel moeilijker.

Ik ben me er volledig van bewust dat mijn bespiegelingen grotendeels hypothetisch zijn, en gebaseerd op incidentele waarnemingen. Maar ik denk dat er een nieuwe technologie aankomt, waarmee heel goed mijn theorie beproefd kan worden, dat een vernieuwende ontwikkeling door de technologische onderontwikking van de gebruikers tegen de stroom in zal moeten roeien: Google Wave.

Voor degenen die Googles aankondiging van Google Wave hebben gemist (we hebben het toen niet in TidBITS besproken, omdat het ging om een aankondiging van een technologie, niet een functie die mensen konden gebruiken), het is een middel voor persoonlijke communicatie en samenwerking, ontwikkeld om de sterke punten van email, instant messaging, wikis en sociale netwerkdiensten in zich te verenigen. (Je kunt er meer over lezen in Wikipedia.)

Een voordeel is dat Google Wave de kracht van Google achter zich heeft. Google zou de functionaliteit toe kunnen voegen aan Gmail en er zo in één klap 146 miljoen gebruikers kennis mee kunnen laten maken. Maar Google Wave zal ongetwijfeld heel anders zijn dan Gmail en gepaard gaan met een leerproces. Zal dit acceptatie in de weg staan, omdat email, instant messaging en andere diensten goed genoeg werken, waardoor mensen niet voldoende ontevreden raken om meer over Google Wave te willen weten en het uit te proberen? De tijd zal het leren.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


TidBITS Volglijst: belangrijke software-updates, 24 augustus 2009

  van de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>

[vertaling: JWB]

Microsoft Remote Desktop Connection Client voor Mac 2.0.1 van Microsoft pakt twee aanzienlijke beveiligingslekken aan, die een aanvaller in staat kunnen stellen om op afstand code te laten uitvoeren wanneer een gebruiker een verbinding zou maken met een kwaadaardige RDP-server of een speciaal daarvoor opgezette website zou bezoeken. De update dicht deze lekken door de manier te veranderen waarop de Remote Desktop Connection Client onverwachte parameters afhandelt die door de RDP-server worden verzonden, en door het valideren van parameters die worden verzonden naar de ActiveX controle-methodes van de Remote Desktop Connection Client. (gratis update, 7,8 MB)

BusySync 2.2.1 van BusyMac is een onderhouds-update voor de iCal-synchronisatiesoftware. Tot de veranderingen behoort ondersteuning voor database conversies van BusyCal naar BusySymc, een nieuwe eSellerate-bibliotheek, gerepareerde dubbele en misvormde alarms en herstel van een aantal niet gespecificeerde synchronisatie-bugs. ($ 25, gratis update, 4,3 MB)

TextExpander 2.7 van SmileOnMyMac lost een compatibilteitsprobleem op met het aankomende Mac OS X 10.6 Snow Leopard en biedt ondersteuning voor TextExpander touch, een applicatie die tekstaanvulling op de iPhone en iPod touch mogelijk maakt; naar verwachting is deze app in Apple's App Store beschikbaar op 26 augustus 2009. ($ 14,98 tot 9 september 2009, gratis update, 3,8 MB)

Hazel 2.3.2 van Noodlesoft is een onderhoudsupdate voor dit bestandsopruimings-gereedschap. De belangrijkste toevoegingen in de nieuwe versie zijn ondersteuning voor Mac OS X 10.6 Snow Leopard en 64-bits ondersteuning. De update lost ook diverse problemen op, waaronder een waarbij de menubalk niet ververste wanneer een nieuwe schijf was geactiveerd, een ander dat ertoe leidde dat attributen en kenmerken verbonden raakten tussen meerdere regels wanneer een regel werd gekopieerd en algemene problemen met de toetsenbordnavigatie in het hoofdscherm. Ook is er een handjevol bugs, meerdere met betrekking tot App Sweep, verholpen. De volledige toelichting is verkrijgbaar via Noodlesoft's website. ($ 21,95, gratis update, 3,4 MB)

Apple Remote Desktop Admin 3.3 en Client 3.3.1 van Apple zijn updates van deze externe beheerssoftware die nieuwe functies bevatten en de betrouwbaarheid verbeteren. De veranderingen behelzen verbeterde ondersteuning voor het benaderen van cliënten die zich achter NAT-routers bevinden, nieuwe Taak en Directory Server-scanners, nieuwe rapportage en administrator tabs in het client-informatievenster, de mogelijkheid om client-instellingen te beheren vanuit het Managed Preferences-venster in Workgroup Manager en de extra mogelijkheid om cliënten te zoeken middels wide-area Bonjour. Een volledige lijst van veranderingen is beschikbaar op Apple's website. De updates vereisen Apple Remote Desktop 3.0 of recenter en kunnen worden gedownload via Software-update of van de Apple Support Downloads pagina. (gratis updates, 51/4,1 MB Admin/Client)

OmniOutliner 3.9 van de Omni Group is een belangrijke update van dit populaire informatie-beheersprogramma. In de nieuwste versie wordt van nieuwe niet opgeslagen documenten automatisch een backup gemaakt voor het geval dat de computer vastloopt, is ondersteuning voor automatische updates toegevoegd, zijn de Snelle weergave-mogelijkheden verbeterd en behoort een proefperiode van twee weken nu tot de mogelijkheden. Nieuw bij alleen de Pro-versie is de toevoeging van het .docx-exportformaat dat wordt ondersteund door Microsoft Word 2008 voor Mac en Word 2007 voor Windows; .docx-bestanden kunnen ook worden geïmporteerd in Pages '09. Tenslotte zijn er verscheidene bugs verholpen, waaronder een die het systeem deed vastlopen bij het afsluiten van het programma. ($ 39,95 / $ 69,95 Standaard/Pro, gratis update, 15,9/16,6 MB)

Hard Drive Firmware Update 2.0 van Apple lost een probleem op met de 7200-tpm harde schijven die mee werden geleverd in de MacBook Pro's van juni 2009. Deze probleemschijven, beschreven in dit CNET-artikel(Engelstalig), produceerden onregelmatig lawaai, gevolgd door periodes waarin de prestaties stagneerden. Om de update te installeren moet je de instructies opvolgen in het updater-programma, die automatisch start wanneer het installatieprogramma klaar is (/Programma's/Hulpprogramma's/Hard Drive Update.app). (gratis update, 3,71 MB)

Bluetooth Firmware Update 2.0.1 van Apple is voorzien van een korte toelichting waarin slechts staat dat de update bugs verhelpt en een betere compatibiliteit biedt met de draadloze Apple Mighty Mouse en het draadloze Apple toetsenbord. Apple merkt ook op dat de update moet worden geïnstalleerd op elk Macintosh-systeem waar de ondersteuning voor Bluetooth is gebaseerd op de Broadcom-chipset. Om de maker van de Bluetooth-chipset op je Mac te vinden, ga je naar Systeemprofiel, klik je op Bluetooth onder Hardware in de navigatiekolom en kijk je rechts wat er bij fabrikant staat. De update is verkrijgbaar via Software-update en op de Apple Support Downloads pagina. (gratis update, 1,78 MB)

iPhoto '09 8.1 van Apple vergroot de mogelijkheden van het fotobeheer-programma om fotoboeken en kaarten af te drukken. Het meest in het oog springend is dat er nu een fotoboek met harde kaft in een extra groot formaat is (33 x 25 cm). Het nieuwe formaat fotoboek heeft een satijnen laagje op het stofomslag en wordt geleverd in een glanzende kartonnen hoes ter bescherming. Het kost $ 49,99 voor 20 pagina's (10 vellen), en extra pagina's kosten $ 1,49 met een maximum van 100 pagina's (50 vellen). Apple heeft ook drie nieuwe reis-georiënteerde fotoboek-thema's toegevoegd: Tropisch, Azië en Oude wereld. En tot slot is iPhoto '09 8.1 een aantal nieuwe feestdagen-gerelateerde wenskaart-thema's rijker. Hoewel Apple deze update aanbeveelt voor alle gebruikers kun je, bij gebrek aan nieuws betreffende opgeloste bugs, het downloaden van deze update best uitstellen tot de eerstvolgende keer dat je een fotoboek of een kaart wilt maken. (gratis update, 161 MB)

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


ExtraBITS, 24 augustus 2009

  van de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>

[vertaling: ADG]

Berichtgeving exploderende iPhones opgeblazen -- BusinessWeek beschrijft hoe de media smult van de berichten over exploderende iPhones in Europa. Apple onderzoekt verschillende gevallen van kennelijk oververhittende of exploderende iPhones in Frankrijk en Engeland; gezien de hoeveelheid aandacht die deze zaken in de pers krijgen, zou je denken dat het om een veel groter aantal zou gaan. Met slechts 15 hittegerelateerde klachten over iPods bij de U.S. Consumer Product Safety Commission (tegenover 200 miljoen verkochte iPods sinds 2001), is er vooralsnog geen noodzaak om op zoek te gaan naar een kogelvrije hoes. (Gepubliceerd op 21-08-2009)

iPhone hard op weg de belangrijkste camera op Flickr te worden -- Mobiele telefoons met geïntegreerde digitale camera's zijn al een tijdje op de markt, maar het is de combinatie van een camera met een altijd actieve internetverbinding die de iPhone omhoogstuwt in de ranglijst van belangrijkste digitale camera's die gebruikt worden op de fotosite Flickr. (Gepubliceerd op 20-08-2009)

Adam over Outlook voor de Mac op Your Mac Life -- Het komt weliswaar pas op zijn vroegst over een jaar uit, maar Microsofts Outlook for Mac zal van belang zijn voor iedereen die nu Entourage gebruikt en voor iedereen die Microsoft Office gebruikt in een organisatie waar Mac en Windows naast elkaar draaien. Adam en Your Mac Life-gastheer Shawn King bediscussië wat er al over bekend is geworden en wat er te verwachten valt, ondergraven de FUD-theorie [Angst, Onzekerheid en Twijfel zaaien over producten van de concurrentie, nvdv] die anderen hebben geopperd aangaande deze vroege productaankondiging. (Gepubliceerd op 20-08-2009)

Graven in HandBrake's videocodeer-instellingen -- Christopher Breen van Macworld baant zich een weg door het verwarrende moeras van de video-coderingsinstellingen die beschikbaar zijn in HandBrake. Weet wat je doet, dan kun je een beter output-resultaat krijgen als je er video tegen aansmijt (bijvoorbeeld dvd's), maar het is niet eenvoudig om grip te krijgen op de talloze opties die het programma biedt. (Gepubliceerd op 18-08-2009)

Bespaar op je telefoonrekening met internetbellen -- Heb je advies nodig hoe je kunt bezuinigen op de telefoonkosten, thuis en bij je midden- en kleinbedrijf? VoIP is inmiddels volwassen genoeg om voor velen de vaste telefoonlijn te vervangen. (Gepubliceerd op 18-08-2009)

Hoe en wat: inloggen op een hotspot met iPhone OS 3.0 -- Op MacObserver.com legt onze vriend en collega Ted Landau de fijne kneepjes uit van het automatisch inloggen op hotspots onder iPhone OS 3.0 en hoe je de controle kunt houden over de manier waarop er opnieuw wordt ingelogd op zulke netwerken. (Gepubliceerd op 18-08-2009)

Tr.im dienst naar de community, voor openheid -- De nieuwste wending met betrekking tot de tr.im URL-verkortingsdienst is dat het bedrijf dat de eigenaar ervan is (The Nambu Network) de dienst zal omvormen tot een systeem dat door de community in stand gehouden wordt. De directeur van het bedrijf zal persoonlijk opdraaien voor een eventueel tekort aan donaties om de kosten te dekken. De onderliggende software zal worden uitgebracht onder een open-source licentie. (Gepubliceerd op 17-08-2009)

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Recente onderwerpen in TidBITS Talk, 24 augustus 2009

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>

[vertaling: SWB]

[De discussies waarnaar verwezen wordt zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]

Have We Entered a Post-Literate Technological Age? Lezers reageren op Adam's artikel over technologisch analfabetisme van toekomstige generaties. (61 berichten)

Is there a PrePaid Data Plan for the iPhone? Een lezer wil alles uit "AT&T's data services for the iPhone" halen als hij naar de Verenigde Staten reist. Het gebruik van een ge-unlockte telefoon komt ook naar voren als optie. (6 berichten)


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse, en grondige besprekingen voor de Macintosh- en internet-gemeenschappen. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2009 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering