Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Home Page | Volgende aflevering

TidBITS Logo

TidBITS#874, 9 april 2007

Wanneer je gewacht hebt met de aanschaf van een nieuwe Mac desktop omdat je hoopte op meer kracht, is dit wellicht een goede week voor je. Apple heeft een nieuwe Mac Pro-configuratie uitgebracht die acht kernen aan processoren heeft, maar je moet er wel wat voor over hebben. En nu we het toch over geld hebben, Geoff Duncan besteedt deze week aandacht aan de stap van Apple en EMI om muziek zonder DRM aan te gaan bieden voor een hogere prijs. Verder in deze aflevering kijkt Joe Kissell naar de Mac-bèta van Google Desktop, brengt hij een nieuw bezoek aan online back-updiensten en merkt hij het uitbrengen van VMware Fusion Beta 3 op. Adam heeft een eenvoudige maar bruikbare tip voor het opzoeken van sterke Wi-Fi-netwerken, een waarschuwing voor eigenaars van derde-generatie iPods voor gebruik in combinatie met bepaalde luidsprekersystemen en hij kijkt bovendien naar een onderzoek dat op de gevaren van het gebruik van een iPod tijdens het besturen van een auto wijst. Als laatste brengt Glenn Fleishman de doodsteek toe aan WEP-beveiliging voor Wi-Fi-netwerken.
 
Artikelen
 

Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!!

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


Apple brengt Mac Pro's met 8 kernen op de markt

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>
[vertaling: SL]

Voor wie gewacht heeft op nieuwe Mac desktops heeft Apple een boodschap: acht is pracht. Vorige voegde het bedrijf een model met 8-core Intel Xeon processor toe aan de Mac Pro. De 8-core Mac Pro heeft twee "Clovertown" 3.0 GHz quad-core processoren uit de Xeon 5300-reeks. Je kunt hem bij de online Apple Store bestellen tegen een meerprijs van $1500 ten opzichte van de standaardconfiguratie die twee dual-core Xeons heeft. Elke processor heeft een L2 cache van 8 MB (16 MB totaal), een SSE3 vector engine van 128 bits, en gegevenspaden en registers van 64 bits. De overige specificaties van de Mac Pro blijven in essentie gelijk aan die van de nog steeds verkrijgbare modellen met 4 kernen. Dat geldt in het bijzonder voor de 3 TB interne opslag (2 TB is achterhaald nu Apple schijven verkoopt van 750 GB), tot 16 GB RAM, en een 16x SuperDrive die dubbele lagen aankan.

Als je je afvraagt wat de overstap op acht kernen doet voor de snelheid, ben je niet de enige. Apple heeft niet zijn benchmark-overzichten uitgebreid met het nieuwe model, en het bedrijf bracht niet eens een persbericht uit over de nieuwe Mac Pro. Macworld haalt een woordvoerder van Apple aan die gezegd zou hebben dat de nieuwe configuratie van de Mac Pro aan software-ontwikkelaars een platform geeft waarop zij hun programma's kunnen voorbereiden op een toekomst waarin acht kernen gangbaarder zijn. Onze vraag luidt: is dit misschien in werkelijkheid een speciale Mac voor het ontwikkelteam van Adobe, zodat hun CPU-hongerige Photoshop en vriendjes zich op acht kernen kunnen storten na een belangrijke opwaardering van de Mac Pro die er nog aan zit te komen?


Hoe je gemakkelijk het sterkste Wi-Fi-netwerk vindt

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: LmR]

Zoals de meeste Mac-gebruikers heb ik onderweg regelmatig een Wi-Fi netwerk nodig om het internet op te kunnen of e-mail op te halen. Maar wat doe je als er meer dan één netwerk beschikbaar is en je niet weet welke je het beste kunt gebruiken? Voorheen haalde ik dan iStumbler tevoorschijn (MacStumbler is al jaren niet bijgewerkt), maar Take Control auteur Sharon Zardetto Aker wees me op een eenvoudiger manier die zelfs gewoon in Mac OS X ingebouwd zit. Als je de Optie-toets indrukt terwijl je het AirPort-statusmenu uit de menubalk trekt, toont het de lijst met beschikbare netwerken in volgorde van signaalsterkte in plaats van de gebruikelijke (en vrij nutteloze) alfabetische volgorde. Simpel doch effectief, hoewel signaalsterkte eigenlijk de standaardvolgorde zou moeten dicteren en geen verborgen functie zou moeten zijn. Helaas geeft het AirPort-menu niet aan welk netwerk een wachtwoord vereist om in te loggen. Als je dit probleem regelmatig tegenkomt en je hebt er geen bezwaar tegen continu extra software te draaien, kijk dan eens naar CoconutWiFi van Christoph Sinai, dat voortdurend bijgewerkte informatie geeft over draadloze netwerktoegang (zie "coconutWiFi toont status nabije netwerken," 11-09-2006).


Meer over Apple, EMI en DRM-loze muziek

  door Geoff Duncan <geoff@tidbits.com>
[vertaling: LmR, SL]

[Noot van de redactie: We hadden vorige week geen tijd meer om te overleggen met redacteur Geoff Duncan over het artikel "Apple en EMI bieden DRM-vrije muziek via iTunes" (02-04-2007), maar zijn uitgebreide ervaring met de muziekindustrie maakt zijn commentaar tot verplicht leesvoer voor iedereen die deze ontwikkeling volgt. -Adam]

Voor diegenen die niet regelmatig te maken hebben met de muziekindustrie: EMI is de derde van de "grote vier" van de platenlabels en uitgever van populaire artiesten als Robbie Williams, Pink Floyd, The Rolling Stones, Norah Jones, Coldplay en (natuurlijk) The Beatles. (Als je je afvraagt wanneer de muziek van The Beatles beschikbaar komt als download, weet dan dat er nog niets over vaststaat, maar de directeur van EMI Eric Nicoli heeft wel gezegd dat ze er aan werken.) EMI is altijd gericht geweest op Britse bands, maar heeft ook bekende Amerikaanse muzikanten als Bonnie Raitt, Lenny Kravitz, Liz Phair en Wynton Marsalis in de portefeuille.

Maar hoe zit dat dan met de overige grote platenlabels? Op dit moment lijkt alles erop te wijzen dat zij van plan zijn EMI zijn eigen gang te laten gaan met het aanbieden van onbeschermde muziek en af te wachten wat er gebeurt. En niemand weet wat er gaat gebeuren: de onderzoeken van de grote platenlabels zijn eigenlijk beperkt tot een handvol muzieknummers (waarvan veel uitgegeven door EMI), bedoeld om specifieke artiesten of albums te promoten. EMI gaat er ongetwijfeld van uit dat die tests positief genoeg uitvallen om hun gehele muziekcatalogus beschikbaar te stellen zonder DRM, zij het tegen een verhoogde prijs.

Op dit moment is geen van de andere platenlabels hier voldoende zeker van, maar Steve Jobs heeft al voorspeld dat de helft van de muziek verkocht via iTunes tegen het eind van het jaar DRM-vrij zal zijn, hetgeen waarschijnlijk aangeeft dat hij verwacht dat ten minste een van de andere grote platenlabels EMI's voorbeeld volgt.

EMI zal ook andere digitale muziekdiensten de mogelijkheid bieden DRM-vrije muziek aan te bieden in AAC-, Windows Media- of MP3-formaat. En hoewel de iTunes Store als eerste EMI-muziek zonder DRM zal aanbieden, is er niets exclusiefs aan deze overeenkomst. (Een woordvoerder van Microsoft gaf vorige week aan dat het bedrijf ook in overleg is met niet nader genoemde uitgevers.)

Inderdaad moet worden aangetekend dat EMI's inkoopprijs voor distributeurs voor onbeschermde nummers hoger is dan voor nummers met DRM, maar EMI biedt wel dezelfde prijs voor complete albums, ongeacht of deze DRM-bescherming bevatten of niet. Platenlabels zien de verkoop van cd's scherp dalen en inkomsten uit de digitale verkoop compenseren dit niet. Analyse van de markt lijkt aan te geven dat de à la carte-verkoop van nummers door digitale aanbieders hiertoe bijdraagt, daar het klanten de mogelijkheid biedt alleen de paar nummers te kopen die ze willen, in plaats van het hele album. Hoewel klanten het prettig vinden individuele nummers te kopen, is het resultaat hiervan dat op albumniveau de platenlabels via digitale verkoop minder geld verdienen dan met de traditionele cd-verkoop - zelfs van de fans van die artiesten. Dus zowel de online winkels als de platenlabels zoeken naar manieren om de consument zo ver te krijgen hele albums te kopen - Apples nieuwe "Complete My Album"-functie is hier nog een voorbeeld van (zie "iTunes, je maakt me compleet," 02-04-2007).

Maar uiteindelijk gaat het hier om de eindopbrengst. EMI denkt de digitale en algehele verkoop te kunnen stimuleren door zijn digitale catalogus aan te bieden zonder DRM, en het verhogen van de coderingsgraad op iTunes van 128 Kbps naar 256 Kbps is een aantrekkelijk extraatje om de prijsstijging van 30 cent te verzachten en te rechtvaardigen. Als de verwachte inkomsten echter achterblijven, zal EMI dit experiment waarschijnlijk snel beëindigen.

Ik ben benieuwd naar wat er gaat gebeuren zodra de onbeschermde AAC-nummers beschikbaar komen in iTunes, want ze zullen ongetwijfeld uit elkaar worden gehaald en geanalyseerd. Het zou me niets verbazen als Apple in de nummers aankoopidentificatie of andere watermerken codeert om eventuele piraterij vast te stellen en nummers te kunnen volgen terwijl ze hun weg vinden naar betandsuitwisselingsdiensten... maar ik denk niet dat ze die moeite nemen. Want uiteindelijk gaat het om de opbrengst: op dit moment is het geen verrassing dat muziek uitgebreid wordt gekopiĀ‘eerd en gedeeld en het maakt niet uit of dat komt van traditionele audio-cd's, onbeschermde nummers die worden verkocht of uit andere bronnen. De vraag is of het aanbieden van DRM-loze nummers meer mensen er toe overhaalt om gebruik te maken van legale, omzetgenererende bronnen van muziek. EMI en Apple denken klaarblijkelijk dat het antwoord hierop "ja" is.


Luister! Toen hij in het artikel van de vorige week sprak over die verbetering van de kwaliteit zei Glenn Fleishman in het rondje langs de redactie dat bij 256 Kbps AAC-bestanden "niet te onderscheiden zouden moeten zijn van de gegevens die op een gemiddelde audio-cd gecodeerd zijn". Tussen "zouden moeten" en "zullen" zitten in essentie oneindig veel variabelen, maar inderdaad, globaal gesproken zul je, als je het soort artefacten kunt horen dat bij de meeste AAC-coderingen bij 128 Kbps optreedt, in de meeste gevallen waarschijnlijk gelukkiger zijn met AAC-codering bij 256 Kbps.

Maar als je tot deze groep behoort, dan onderscheid je je van 99,5 procent van de muziekluisteraars, en heb je waarschijnlijk veel tijd en geld gestoken in je apparatuur. Hoewel er veel variabelen zijn - waarvan de aard van het opgenomen materiaal niet de onbelangrijkste is - horen de meeste musici die ik ken geen verschil tussen een MP3 van 128 Kbps en een audio-cd, voordat ik ze op een aantal zaken wijs. Maar nadat ik ze erop gewezen heb horen musici het meestal wel, in tegenstelling tot de meeste niet-muzikanten.

Glenn stelde bovendien dat optimaliseren van de kwaliteit van de oorspronkelijke digitale masters zelfs nog betere resultaten zou kunnen opleveren. Er zijn hier twee belangrijke variabelen: de codeer-software en de masters. Ik heb geen AAC-encoders vergeleken, maar ik heb me laten vertellen dat er belangrijke verschillen bestaan. MP3-encoders vertonen nog steeds veel variatie. Dus ja, laten we hopen dat welke derde partij ook de codering doet, hij goede software gebruikt, en weet hoe hij het moet gebruiken.

Wat de masters betreft... voorlopig hebben de meeste luisteraars alleen maar met hogekwaliteitsmasters te maken bij speciale producten, zoals bepaald materiaal voor surround, DVD-Audio, of SACD. Dat zijn meestal niet de masters die EMI gebruikt voor iTunes of andere muziekverkopers. In de toekomst komen er misschien digitale diensten met audiofiel geluid van hogekwaliteitsmasters, maar de DRM-vrije producten van EMI zullen niet in die categorie vallen - die zijn allemaal voor het grote publiek. Audiofielen zullen hoe dan ook alleen maar tevreden zijn verliesloze coderingen van hoge kwaliteit, en dan nog zullen ze klagen over de apparatuur waarmee de masters gemaakt zijn ("Op precies 4:16.35 hoor ik die karakteristieke 6072A-buisgalm in in het linkerkanaal! Gruwelijk! Die zweving is niet te verdragen!") dus ik denk niet dat dit zal gebeuren.

Zelfs als je aan AAC-bestanden van 256 Kbps kunt komen met een betrouwbaarheid die groter is dan audio-cd's met 44.1/16-bits, zul je nog steeds alleen het verschil horen als je tijd en geld in je apparatuur steekt en goede oren hebt. De meeste consumenten zullen het verschil waarschijnlijk niet horen, omdat de DACs - de van-digitaal-naar-analoog converteerchips in Macs en andere digitale muziekspelers - de klus gewoon niet aankunnen. Zonder goede oren en jaren ervaring zullen gebruikers moeten werken met systemen die aanmerkelijk beter zijn dan wat zelfs aan top-apparatuur op de markt is, willen ze betrouwbaar een kwaliteitsverschil kunnen opmerken.


Google Desktop komt naar de Mac

  door Joe Kissell <joe@tidbits.com>
[vertaling: TK]

Google heeft de eerste publieke bètaversie van Google Desktop for the Mac uitgebracht, een applicatie die snel zoekt in bestanden op je computer, berichten in je Gmail-account, en de bestaande Google index van webpagina's, en dat allemaal in één interface. Het bestand is een download van 2,8 MB, te downloaden via een andere nieuwe Google-applicatie, Google Updater, die een gecentraliseerde interface biedt voor het installeren, openen, updaten, en verwijderen van de Mac-software van Google. Google Updater is een download van 1,0 MB.

Google Desktop begint met al je bestanden in de achtergrond te indexeren, wat volgens zegsmannen van het bedrijf gemiddeld enkele uren kan duren. Je kunt wel al beginnen met zoeken voordat het indexeren afgelopen is. Google Desktop werkt dan wel met een eigen index, d.w.z. niet die van Spotlight, maar maakt wel gebruik van eventuele Spotlight-importers die op je systeem geïnstalleerd zijn (wat meteen verklaart waarom het Mac OS X 10.4 Tiger vereist). Dat betekent dat het zaken als Mail-berichten, Adresboek-contacten, PDF-bestanden en Safari-bookmarks kan zoeken en weergeven. In onze testen hebben we ondervonden dat het indexeren van Google Desktop heel wat trager kan lopen wanneer bepaalde Spotlight-importers geïstalleerd zijn; voorlopig kun je ze tijdelijk desactiveren, terwijl Google aan een oplossing werkt.

Google Desktop voegt het indexeren van nieuwe datatypes toe, waaronder Gmail-berichten en je webgeschiedenis. Inderdaad: het indexeert volledige webpagina's terwijl je ze opent, zodat je snel kunt zoeken in de inhoud van pagina's die je vorige week of vorige maand hebt bezocht, zelfs als je de url niet kent (en zelfs als de inhoud van de pagina sindsdien veranderd is). Tot nu toe was deze mogelijkheid alleen beschikbaar voor gebruikers van OmniWeb of voor wie HistoryHound van St. Clair Software of BrowseBack van SmileOnMyMac op zijn Mac had staan.

Mogelijk nog interessanter is het feit dat Google Desktop een exemplaar van je lokale bestanden (bijvoorbeeld tekstverwerkingsdocumenten) indexeert en opslaat in een cache telkens wanneer je ze opent. Op die manier werkt het als een soort versiecontrolesysteem: zelfs wanneer je een belangrijk bestand verwijdert of wijzigt, kun je nog altijd een vorige versie zoeken en terugzetten.


Houd je gezoek geheim -- Google Desktop respecteert de privacy-instellingen van Spotlight: alle volumes die je Spotlight niet laat indexeren, worden overgeslagen. Je kunt het indexeren ook op individuele basis activeren of desactiveren voor elk volume op het bureaublad, Gmail en webgeschiedenis. Standaard indexeert Google Desktop geen beveiligde websites met een url die begint met https://. In het Google Desktop-paneel in Systeemvoorkeuren kun je allerlei andere voorkeuren instellen. Bij de zoekresultaten verschijnen alleen die elementen waarvoor de op dat ogenblik ingelogde gebruiker over de toegangsrechten beschikt, en externe verbindingen met de ingebouwde webserver van het programma worden geweigerd.

Als je een bestand wilt verwijderen uit de lokale index van Google Desktop, kun je het bestand zoeken en dan op een link Remove from Index in de webinterface klikken. Momenteel biedt het programma niet de mogelijkheid om de omvang van de index of de ouderdom van oude bestanden in de cache in detail in te stellen. Volgens Google zullen in toekomstige bèta's meer aanpassingen mogelijk zijn.


Een verhaal van twee interfaces -- Een zoekopdracht uitvoeren met Google Desktop kan op twee manieren. De eerste manier is met je favoriete webbrowser (zolang het Safari, Firefox of Camino is - andere browsers worden nog niet volledig ondersteund) een speciale webpagina te openen die je via de ingebouwde webserver van Google Desktop aangeleverd krijgt en waar alleen jouw computer toegang toe heeft. Op deze pagina, die bijna identiek is aan de Google-thuispagina, voer je de zoektermen in en klik je vervolgens op Search Desktop of Search the Web. De resultaten verschijnen bijna onmiddellijk (in het standaard Google-formaat), net als ware je rechtstreeks naar Google gegaan. Je kunt de resultaten ook filteren op e-mail, webgeschiedenis, bestanden en media, en sorteren op relevantie of datum.

Een gemakkelijker manier om te zoeken is met een sneltoets op het toetsenbord die door de gebruiker zelf kan worden ingesteld (standaard moet je twee keer op de Command-toets drukken) om een zwevend, doorschijnend zoekvak weer te geven. Terwijl je zoektermen intypt, worden de resultaten van je computer onmiddellijk weergegeven. Druk op Return om het eerste resultaat te openen of klik op een ander resultaat om het bijpassende element te openen. Na het intypen van je zoektermen kun je ook de menu-opdracht Search Web kiezen om een standaard Google-webzoekopdracht voor die termen in je standaard webbrowser uit te voeren; je kunt ook op de pijl-omhoogtoets drukken om de webzoekoptie te markeren, daarna druk je op Return. (En als je sneller dan Google Desktop bent, dan wordt ook op het web gezocht wanneer je op Return drukt voordat er resultaten zijn verschenen).

Wanneer je een normale Google-zoekopdracht uitvoert in éé van de ondersteunde webbrowsers, voegt Google Desktop ook enkele regels toe bovenaan de zoekresultaten die je wijzen op relevante bestanden op je harde schijf.

Net zoals applicatiestarters zoals LaunchBar van Objective Development, Quicksilver en Butler van Many Tricks, heeft ook Google Desktop een leeralgoritme dat de volgorde van de zoekresultaten aanpast op basis van een aantal factoren, waaronder welke items je recent hebt geopend (in Google Desktop of elders). Als je dus "s" hebt ingetypt en Skype uit de opties hebt gekozen, zelfs wanneer Safari bovenaan de lijst stond, dan komt Skype vóó Safari in toekomstige opdrachten. De huidige versie houdt echter nog geen rekening met bijvoorbeeld initialen, zodat je "Goo" kunt typen om Google Earth te zoeken, maar niet "ge."


Rondetafelbespreking -- Verschillende medewerkers van TidBITS hebben Google Desktop uitgetest alvorens het uitgebracht wordt. Hoewel dit de eerste bèta is en onze conclusies voorlopig zijn, willen we toch onze eerste indrukken met jullie delen.

[Joe Kissell] Ik moet zeggen dat mijn allereerste indruk van Google Desktop eerder negatief was, omdat het initiële indexeren enorm traag verliep en de cpu van mijn iMac G5 zwaar belastte. Na overleg met de verantwoordelijken van Google bleek de oorzaak te liggen bij een oude versie van de Spotlight-importer voor MailTags die op mijn systeem stond. Zodra dat bestand was verwijderd, ging het indexeren veel sneller en kon ik het naar behoren testen. Mijn tweede indruk was: Wauw. Dit is zo veel sneller dan Spotlight, het is gewoon belachelijk. Ik was onder de indruk niet alleen van de snelheid van de zoekopdrachten, maar ook van de kwaliteit: Google Desktop is tot nu toe er veel beter in geslaagd dan Spotlight om het item dat ik zocht ergens bovenaan in de lijst weer te geven. Ik ben ook geïnteresseerd in de mogelijkheid voor versiecontrole, al zullen we pas na verloop van tijd kunnen zien hoe die zich verhoudt ten opzichte van Time Machine en andere oplossingen van derden, zoals Versomatic van Acertant.

[Jeff Carlson] Net zoals bij Joe was mijn eerste ervaring met de bèta minder dan ideaal. Ik moet wel eerlijk zijn en erbij zeggen dat ik geen tijd had om oplossingen te zoeken voor de problemen omdat ik veel andere actieve projecten had, en dit is ten slotte bèta-software. Het indexeren belastte mijn systeem zwaar (een MacBook Pro met een 2,33 GHz Intel Core 2 Duo-processor). Indexeren uitschakelen en de applicatie afsluiten hielp ook, maar pas nadat ik de machine opnieuw had opgestart; de harde schijf bleef draaien als was hij nog altijd aan het indexeren. Afgezien van deze punten ben ik optimistisch over dit hulpgereedschap, aangezien ik Spotlight zelden gebruik. Google Desktop is minstens beter dan Spotlight voor het vinden van een bestand door de bestandsnaam te zoeken: typ "filename:" en een deel van de naam van het bestand in (zonder spatie na de dubbele punt).

[Adam Engst] Het initiële indexeren op mijn systeem verliep ook heel traag, maar nadat ik gehoord had over de problematische Spotlight-importer bij Joe, desactiveerde ik alle Spotlight-importers die ik kon vinden (voer de volgende opdracht in in Terminal om een lijst weer te geven). Vervolgens verwijderde ik Google Desktop en zijn indexen met Google Updater (dat prompt ook zichzelf verwijderde, aangezien de huidige versie van Google Earth nog niet op de hoogte is van Google Updater, zodat Google Updater verkeerdelijk dacht dat Google Desktop de laatste Google-applicatie op mijn Mac was) en installeerde alles opnieuw. Daarna ging het indexeren veel sneller, en in minder dan 12 uur was het klaar (terwijl het voordien na 24 uur zelfs nog niet half klaar was).

mdimport -L

I vind het dom dat Google Desktop geen volledige ondersteuning biedt voor OmniWeb, waardoor je wel een Google web-zoekopdracht kunt sturen naar OmniWeb vanuit Google Desktop, maar er een blanco pagina verschijnt wanneer je een bestand opent vanuit de resultaten, en resultaten van Google Desktop niet verschijnen op pagina's met normale Google-zoekresultaten. Ik vraag me af of ik Google Desktop veel zal gebruiken, aangezien ik niet echt een probleem heb om iets terug te vinden op mijn Mac, maar ik zoek wel op het web met Google. Daarom zou ik graag één enkele sneltoets willen zien zoals Control-Return om een web-zoekopdracht uit te voeren op de ingevoerde term omdat je anders twee keer op Command moet drukken, een term intypen, op pijl omhoog moet drukken om Search Web For... te selecteren onderaan de zoekresultaten van Google Desktop, en dan op Return drukken. Zo een normale gebruikersactie zou geen twee toetsdrukken mogen vereisen wanneer één volstaat.

Het meest vervelende aan de huidige bèta van Google Desktop is iets dat pas duidelijk werd in de dagen na het aanmaken van de initiëe index. Om redenen die de ingenieurs van Google nog altijd proberen te achterhalen, zien sommige mensen (waaronder ikzelf) Google Desktop constant de harde schijf aanspreken, wat zowel verontrustend is als een zware rem op de prestaties. Ik heb dit tijdelijk omzeild door het indexeren van Google Desktop uit te schakelen, zodat ik nog altijd kan zoeken naar items die al in de index staan. Vergeet niet, zelfs al heeft Google een dienst zoals Gmail jarenlang in bèta laten staan, dat Google Desktop voor de Mac momenteel een echte bèta is, met alle mogelijke nadelen van die status.

Voor meer informatie over de Google Desktop beta, zie de de TidBITS Talk discussie en deel 1 en deel 2 van mijn recente MacNotables-podcast.

[De oorspronkelijke webpost werd actueel gemaakt met meer informatie over Spotlight-importers die voor traag indexeren zorgen, systeemvereisten, problemen met het constant aanspreken van harde schijf, en koppelingen naar TidBITS Talk en MacNotables.]


VMware Fusion Bèta 3 trekt nieuwe parallellen

  door Joe Kissell <joe@tidbits.com>
[vertaling: TK]

Vorige week heeft VMware Beta 3 uitgebracht van zijn Fusion virtualiseringssoftware voor het draaien van Windows op een Intel-gebaseerde Mac. Onder de verschillende nieuwe eigenschappen zijn o.a. twee pogingen om voordelen van de concurrent Parallels Desktop te ondervangen: ondersteuning voor het opstarten van een onder Boot Camp geïnstalleerde versie van Windows en een optie Easy Install om het draaien van de Windows-installer te vereenvoudigen. Deze versie biedt o.a. ook verbeterde prestaties en een vereenvoudiging van de manier waarop virtuele machines zijn verpakt. Fusion beta 3 is een download van 135 MB.


Stap in een WEP-wak en breek de nek van je netwerk

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>
[vertaling: PAB]

De oudste vorm van Wi-Fi-netwerkversleuteling, WEP ("Wired Equivalent Privacy"), is nu echt, helemaal, compleet dood. Ja, het was al eerder gestorven, maar nu is het zelfs nog doder. Duitse onderzoekers hebben aangetoond dat ze een WEP-sleutel binnen twee minuten netwerk-snuffelen en -analyse kunnen kraken. Hiervoor had je tenminste 15 minuten aan gegevensverkeer op een actief netwerk nodig.

Als je nog steeds WEP gebruikt op je Wi-Fi-netwerk en het idee hebt dat dat echte veiligheid biedt (meer dan alleen een bordje "Verboden Toegang" neerzetten), laat me dan proberen je over te halen tot het gebruik van WPA ("Wi-Fi Protected Access").


WEPs krakende geschiedenis -- WEP beschermt de lokale draadloze verbinding, de verbinding van een computer of ander apparaat naar een basisstation. WEP kwam uit in 1999 als onderdeel van de eerste hogesnelheid draadloze netwerkspecificaties (802.11a en 802.11b), als een eerste verdedigingsgordel tegen lieden die willen gluren in wat er allemaal door je netwerk gaat. De naam zegt genoeg, "Wired Equivalent Privacy", betekent zoveel als het niveau aan privacy dat je ook kunt verwachten van een Ethernet-netwerk waar iemand fysieke toegang moet hebben om verbinding te maken met je bedrade netwerk.

Vanaf 2001 begonnen onderzoekers grote gebreken te ontdekken in de algoritmes die samen WEP vormen. Hoewel de details uiterst technisch zijn, onthulde de onderzoekers dat verschillende keuzes in het ontwerp van WEP ervoor zorgden dat het voor hackers gemakkelijk is passief te wachten, pakketjes af te vangen en middels statistische analyse de sleutel te ontrafelen waarmee de gegevens versleuteld zijn. Hoewel aanpassingen de meest grote problemen met WEP opgelost hebben, bleef WEP strompelen en waren zijn dagen geteld.

Tegen 2003 kon elke enigszins geavanceerde gebruiker gratis en envoudige software gebruiken om de WEP-sleutel van een netwerk te kraken door 15 tot 30 minuten aan netwerkactiviteiten te volgen. (Zowel de 40-bits als 104-bits versies van WEP zijn net zo kwetsbaar, met de tweede duurt het alleen tweemaal zo lang om te breken.)

Vanaf 2003 hoor ik dat er hulpmiddelen zouden bestaan die WEP-sleutels in een kwestie van slechts enkele minuten konden kraken. Omdat er over deze hulpmiddelen alleen geruchten bestonden, behield WEP een heel klein beetje status. Een methode die nogal eens in bedrijven toegepast wordt, houd in dat iedereen individuele login-accounts heeft op een Wi-Fi-netwerk, waarvan elk een unieke WEP-sleutel ontvangt en die WEP-sleutel verandert zo vaak als elke vijf minuten. Ik hoor collega's WEP verdedigen door op te merken dat iemand een tijd in de buurt van hun huis moet rondhangen om hun sleutel te breken.

Onderzoekers van de Technische Universität Darmstadt hebben nu ook dit laatste stukje respect voor WEP aan stukken gescheurd. Drie onderzoekers uit Darmstadt van de Cryptografische en Computeralgebra-groep ontwikkelden en publiceerden een methode voor het kraken van WEP met slechts 40.000 pakketten, in minder dan een minuut voor registratie en analyse van de gegevens. Dat levert in 50 procent van de gevallen een WEP-sleutel op. Met het dubbele aantallen opgenomen pakketten loopt de score op tot 95 procent.

Hum methode koppelt efficiënt kraken met een hulpmiddel om een middels WEP beschermd netwerk gegevensverkeer te laten produceren, zelfs als er geen computers op het netwerk actief bezig zijn met zenden en ontvangen.


Gebruik WPA, écht -- "Wi-Fi Protected Access" (beschikbaar als WPA en WPA2) is ontwikkeld om WEP te vervangen, hoewel je WEP nog steeds veel tegenkomt. WPA, aangekondigd in november 2003 door "The Wi-Fi Alliance", was een eerste uitgave van nieuwe veiligheidsmaatregelen die in ontwikkeling waren als 802.11i door de IEEE, de standaarden-organisatie die verantwoordelijk is voor alle 802.11-smaken.

WPA had twee doelen: ervoor zorgen dat 802.11b-apparaten vanaf helemaal terug tot 1999, te upgraden zijn tot een basisniveau van beveiliging en verzekeren dat dezelfde beveiligingsmethode zou werken met 802.11g, dat eind 2002 beschikbaar kwam en waar Apple begin 2003 mee begon.

WPA's TKIP ("Temporal Key Integrity Protocol") werkt grotendeels als een WEP-sleutel. Het is ontwikkeld om alle zelfde basiskarakteristieken te hebben, maar stopt alle WEP-gaten en repareert verder gebreken die nog niet eens misbruikt werden. WPA2, een update uit 2004, is gebaseerd op de uiteindelijke 802.11i-standaard, ondersteunt verder TKIP en voegt een sterkere sleutelsoort toe, naast verdere verbeteringen. WPA2 werkt alleen op Wi-Fi-appraten sinds eind 2002. Alle Wi-Fi-apparatuur die getest is voor de Wi-Fi-certificatie sinds begin 2006 moeten WPA2 ondersteunen.

Hoewel WPA het minimumniveau zou moeten zijn op nieuwe apparaten, merk ik vaak dat de eerste uitgave van een apparaat met Wi-Fi, zoals Kodaks eerste EasyShare-One Wi-Fi-camera of de MusicGremlin, alleen WEP-ondersteuning heeft. Ondersteuning voor WPA/WPA2 heeft de neiging weken tot maanden op zich te laten wachten. En WEP is klaarblijkelijk wijdverspreid in winkels waar oude kassasystemen die voor de rest prima werken, niet goedkoop een upgrade kunnen krijgen. Een beveiligingsfirma is recent met een hulpmiddel gekomen om statistische WEP-kraakgereedschappen voor de gek te houden door stapels slechte pakketten te laten analyseren om deze oudere winkelsystemen te beschermen. De onderzoekers uit Darmstadt zeiden in een interview over hun project dat deze "slechte-pakketten"-methode hun aanpak zou kunnen verslaan.


Draadloze beveiliging en de Mac -- Mac-gebruikers hebben WEP al lang in gebruik omdat Apple zo'n lange geschiedenis heeft met de 802.11-specifcaties en Wi-Fi. Apple bouwde WEP al in in de allereerste 802.11b-AirPortkaart en basisstation. En WEP is nog steeds een optie om te gebruiken voor het nieuwste AirPort Extreme-basisstation dat het hogesnelheidsprotocol 802.11n ondersteunt.

Maar, Apple heeft ook elke versie van WPA en WPA2 ondersteund via revisies op Mac OS X en firmware-updates voor de hardware. De originele AirPort-kaart (1999-2004) kan een upgrade krijgen in in Mac OS X 10.3 tot WPA, maar de originele 802.11b-serie AirPort-basisstations kunnen niet verder komen dan WEP. Alle AirPort Extreme- en Express-apparaten kunnen omgaan met WPA en WPA2 in Mac OS versie X 10.3.3 of hoger, zie Apples firmware en AirPort Software downloadpagina voor meer details.

De 802.11n-standaard, ondersteund door bepaalde nieuwere Macs en het nieuwe AirPort Extreme-basisstation, kent alleen WPA2-beveiliging. Toch heeft het nieuwe AirPort Extreme-basisstation ook achterwaartse compatibiliteit voor WPA met TKIP en voor WEP. (Bij het testen lijkt de WEP-compatibiliteitsstand, genaamd "WEP Transitional", niet betrouwbaar te werken in het toestaan van op WEP gebaseerde verbindingen.)

De moraal van dit verhaal is dat WEP nu zelfs nog meer een grote grap is dan voorheen. Alles dat in minder dan een minuut gekraakt kan worden telt eenvoudigweg niet meer als beveiliging. Het kan nog steeds gezien worden als een "Verboden Toegang"-bord: alleen al het feit dat een eenvoudig te kraken wachtwoord nodig is om op een netwerk te komen, maakt het duidelijk dat bezoekers niet welkom zijn.

Maar omdat WPA breed ondersteunt wordt en omdat WPA2 vereist is om verbinding te maken via 802.11n van een computer die dat kan op Apple's nieuwe AirPort Extreme-basisstation, is er bijna geen reden meer om WEP niet te laten vallen voor WPA. Als je het gebruikt met een Apple TV, wil je echt de snellere doorvoer van 802.11n hebben voor hogere snelheden bij het synchroniseren en streamen.

Als je onder de indruk bent van alle technische aspecten van beveiliging, kan je een meer diepgaande bespreking over je risico's vinden in "De noodzaak van draadloze veiligheid: drie maal L" (05-04-2004) of in "Take Control of Your Wi-Fi Security", dat ik samen met Adam Engst schreef.

Voor netwerken die een nieuw 802.11n AirPort Extreme-basistation hebben, kun je meer leren over het configureren, de beveiliging en het mixen van oude en nieuwe netwerken in mijn onlangs uitgekomen boek, "Take Control of Your 802.11n AirPort Extreme Network".


Voorzichtig met iPod-gebruik tijdens het rijden

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: PAB]

Een recent gepubliceerde studie van Dario D. Salvucci, Daniel Markley, Mark Zuber en Duncan P. Brumby van de vakgroep Computer Science aan de Drexel Universiteit doet de ronde, omdat het het eerste onderzoek is dat bevestigt wat iedereen al weet: het bedienen van een iPod tijdens het rijden is niet het meest veilige idee. Ik durf te wedden dat de meeste mensen die naar iPods luisteren tijdens het rijden, op zijn minst af en toe muziek of podcasts op de iPod kiezen wanneer ze eigenlijk hun aandacht moeten richten op de weg en het verkeer. (Ik beken, ik heb het ook gedaan, maar na het lezen van het volledige onderzoek, ben ik van plan iPod-manipulatie zoveel mogelijk te beperken wanneer de auto in beweging is.)

Het belangrijkste resultaat van de studie is dat de selectie van materiaal op de iPod de meeste "laterale afwijking" veroorzaakte. In andere woorden, de auto slingerde weg van het midden van de rijbaan. De mate van afwijking bij het maken van eenvoudige keuzes op de iPod waren vergelijkbaar met waarnemingen aan bestuurders die een telefoonnummer kozen op een mobiele telefoon (een andere gevaarlijke activiteit die veel te veel mensen regelmatig uitvoeren) en het uitvoeren van een complexe selectie op de iPod veroorzaakte zelfs nog meer geslinger dan het bellen met een mobiele telefoon.

Positief is dat het alleen luisteren naar geluid, of (ik sidder bij de gedachte alleen) het bekijken van video op de iPod tijdens het rijden geen merkbaar geslinger veroorzaakte, hoewel testpersonen die video bekeken aanzienlijk snelheid minderden, wat er waarschijnlijk verklaart waarom zij hun auto op de weg hielden. Het kiezen van materiaal op de iPod zorgde er ook voor dat bestuurders langzamer gingen rijden, wat goed is voor het reduceren van de geestelijke vereisten voor het sturen, maar slecht als je bedenkt dat een onverwachtse snelheidsvermindering op zich een gevaar in het verkeer is.

Er is iets eenvoudigs dat Apple kan doen om het gebruik van iPods in auto's gemakkelijker te maken. Als een podcast-episode eindigt, stopt de iPod en keert hij terug naar het hoofdmenu, waardoor de gebruiker die de volgende aflevering wil horen, er met de hand naar toe moet navigeren. Dit is veel meer inspanning dan het eenvoudig indrukken van de Pause-knop om te voorkomen dat de volgende automatisch afspeelt. Voorzover ik kan nagaan, is de manier om dit op te lossen het maken en synchroniseren naar de iPod van een slimme afspeellijst die alle afleveringen van een podcast selecteert. Of, kies op de iPod de naam van de podcast (een niveau hoger dan de individuele episodes) en druk op de centrale knop gedurende een seconde om een On-The-Go-afspeellijst te maken. Als je de podcast dan afspeelt vanuit de afspeellijst in plaats vanuit het Podcast-menu, zal de iPod doorgaan met het afspelen van alle afleveringen in de gegeven volgorde. Ik doe dit altijd, met name bij korte podcasts als NPR's Story of the Day, waar elke aflevering slechts drie of vier minuten duurt.

Hoewel het Drexel-onderzoek uitgevoerd is met een 5G iPod, ben ik er zeker van dat de resultaten algemeen toepasbaar zijn op elke andere muziekspeler die niet geïntegreerd is in de apparatuur van de auto. Waarschijnlijk behoort de iPod tot de veiligste, omdat de bediening algemeen beschouwd wordt als de meest vloeiende die er is in draagbare muziekspelers. Interfaces die lastiger te gebruiken zijn, zullen zonder twijfel meer aandacht vereisen die beter gericht zou zijn op het rijden. Plus, het apparaat dat de iPod op een bruikbare positie in de auto houdt, speelt ook een rol in het gemak (en daarom de veiligheid) van bedienen. Zie verder mijn vergelijking van een aantal iPod-autoadapters voor details over welke ik de beste vond, in "Eenvoudige iPod/auto integratie" (17-07-2006).

Dus hé iPod-gebruikers, pas een beetje op daarbuiten.


3G iPod-bezitters: pas op voor beweringen over compatibiliteit

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: JG]

Onlangs zette ik een JBL On Stage Micro luidspreker met een oude iPod voor Tristan op, zodat hij kan luisteren naar muziek als hij naar bed gaat en wakker kan worden met muziek op het goddeloze tijdstip van 5.50 uur 's ochtends door de week. (Hij is 8 jaar oud, wil controle over wanneer hij wakker wordt, en zijn schoolbus komt om precies 7.00 uur 's ochtends.) Het was een frustrerende ervaring, bedorven door verwarrende handleidingen (zijn batterijen nodig zelfs als je het in het stopcontact steekt?), moeite met het vinden van vier AAA-batterijen, een adapter die niet paste bij een tweede generatie iPod nano, en een iPod corruptieproblemen met de harde schijf.

Al die drukte was voorafgegaan (en in wezen veroorzaakt) door het feit dat hoewel de JBL On Stage Micro heel duidelijk verklaart dat het "compatibel is met alle dockende versies van de iPod," het heel duidelijk niet compatible is met onze oudste, een 20 GB derde generatie (3G) iPod. Hoewel de iPod afspeelde door de On Stage Micro, werkten de controles helemaal niet meer zodra hij in het in het dock stond. Grrr...

Daardoor dacht ik dat batterijen misschien nodig waren en er volgde een haastige speurtocht door het hele huis naar vier AAA-batterijen die ik uiteindelijk kannibaliseerde uit onze ongebruikte TV afstandsbediening. Toen het probleem zich bleef voordien zelfs met de batterijen geïnstalleerd, probeerde ik de volgende dichtstbijzijnde iPod, een tweede-generatie iPod nano, die goed werkte, maar niet wilde passen in de bijgevoegde adapter. Toen ging ik terug naar een iPod photo die Tonya geheel gewist had tijdens de redactie van de volgende versie van "Take Control of Your iPod: Beyond the Music," en die moest in het stopcontact gestoken worden om opnieuw te starten, waarna het nodig was om te synchroniseren en toen begon hij te klagen over harde-schijfcorruptie.

Ik vermelde deze ervaring tegen het eind van een recente MacNotables podcast, en een luisteraar schreef om te zeggen dat het probleem met 3G iPods iets breder is, getuige de incompatibiliteit tussen de 3G iPod en de iHome iH5 klokradio. Dat product beweert ook om compatibel te zijn met 3G iPods, zelf meer specifiek dan de On Stage Micro's "alle dockende iPods." Een commentaar van een klant op de vermelding voor de Memorex Mi4004 iWake Clock Radio for iPod op Amazon.com geeft dezelfde kritiek: dat de specificaties compatibiliteit aangeven met alle dockende iPods, maar zijn 3G iPod werkte niet. En toen verwees John Faughnan me naar een post die hij maakte over incompatibiliteiten met de JBL Time Machine Alarm Clock.

Ik denk dat deze problemen komen opduiken omdat er een enkele leverancier is wiens middelmatige firmware door al deze apparatuur gebruikt wordt. Hoe dan ook, het moraal van het verhaal voor iPod-gebruikers in het algemeen, en voor mensen met 3G iPods in het bijzonder, is om op te passen voor beweringen van compatibiliteit en om er voor te zorgen dat om het even welk dock-gebaseerd luidsprekersysteem dat onverenigbaar blijkt te zijn, gemakkelijk teruggebracht kan worden.


Nog meer opties voor online backup

  door Joe Kissell <joe@tidbits.com>
[vertaling: DPF]

Een paar jaar terug, toen het commerciële internet nog in de kinderschoenen stond en de capaciteit van harde schijven nog in megabytes gemeten werd in plaats van gigabytes of terabytes, had ik een abonnement op een dienst voor online backup. Voor een bescheiden maandelijks bedrag kon ik al mijn belangrijke bestanden naar een beveiligde server backuppen. Deze server bevond zich ergens op internet, en zonder dat ik hoefde te investeren in hard- of software, kon ik er zeker van zijn dat mijn bestanden veilig waren mocht er ooit iets ergs gebeuren.

Langzamerhand echter groeide de hoeveelheid gegevens die de meesten van ons moesten backuppen. Gelukkig werd de verkrijgbaarheid van betaalbare en snelle internetverbindingen ook beter, en ging de prijs van harde schijven omlaag. Desalniettemin verdwenen veel diensten voor online backup (inclusief de mijne) omdat het ze gewoon niet lukte om geld te verdienen. De kosten van het maken van een backup voor grote hoevelheden data rezen zo de pan uit dat maar weinigen de kosten van zo'n abonnement konden dragen, en het maken van een backup op een harde schijf of beschrijfbare dvd was gewoonweg goedkoper.

Een aantal van de pioneers in online backup diensten hield echter vol, maar voor de meesten van ons met grote hoeveelheden gegevens waren ze niet langer aantrekkelijk. Naast de prijs was ook de tijd een beperkende factor - het kon soms weken duren, zelfs met de snelste verbindingen die we in de VS kennen, om een back-up te maken van zelfs maar een gemiddelde harde schijf. Natuurlijk koste het terugzetten van bestanden ook veel tijd, en wanneer je internetverbinding het begaf had je gewoonweg pech.

Hoewel ik online back-up diensten als optie noem in mijn boek "Take Control of Mac OS X Backups," zijn dit allemaal redenen waarom ik ze niet aanbeveel voor de meeste mensen. De prijs van twee of drie goedkope harde schijven is met een paar maanden aan backups al aantrekkelijker. Jazeker, je moet ze soms naar een andere lokatie verplaatsen, terwijl dat met online back-ups niet hoeft. Maar de winst die je boekt in gemak en controle is zeer aantrekkelijk.

Recentelijk is er echter een aantal veranderingen gaande. Ik besloot daarom vorige week om een onderzoek te doen naar de huidige diensten die beschikbaar zijn voor Mac-gebruikers, en ik vond op zijn minst 12 manieren om online een back-up van je Mac te maken. Nog steeds zijn veel van deze manieren te duur, of te beperkt in mogelijkheden om ze echte concurrenten te laten zijn van de alternatieven die ik in mijn boek noem. Maar er zijn twee categorieën aan diensten verschenen waarover ik nog eens na moet denken. Hoewel ze op dit moment nog niet volwassen genoeg zijn om onvoorwaardelijk enthousiast over te zijn, zijn ze wel de moeite van het overwegen waard.


Prijsdoorbraken -- De eerste categorie omvat twee back-updiensten met ongebruikelijk lage kosten, maar met een volledige set aan back-upmogelijkheden. Ik beschreef één hiervan, CrashPlan, in "CrashPlan: de terugkeer van de back-up" (26-02-2007). Niet alleen biedt CrashPlan goedkope online opslag, slechts $5 per maand voor 50 GB (en $0.10 voor iedere gigabyte extra), de dienst geeft je tevens de mogelijkheid om je bestanden op de computer van een kennis op te slaan, zonder maandelijkse kosten. Maar de prijs van CrashPlan wordt nu zelfs verslagen door een dienst van Berkeley Data Systems, met de naam Mozy. Deze dienst biedt onbeperkte opslag voor dezelfde $5 per maand. De Mac client van Mozy is nieuw; het is een nog bèta, met de nodige bugs, en onvolledig in zijn mogelijkheden. Maar ik heb contact gehad met de ontwikkelaar en het klinkt alsof aan al mijn klachten gewerkt wordt.

Wanneer deze twee programma's een beetje doorontwikkelen, zou het best kunnen dat ik ze een aanbeveling ga geven bij de meeste gebruikers om ze te benutten als aanvulling op het maken van harde schijf-gebaseerde opstartbare duplicaten. Op dit moment zijn ze al bijna betere opties dan harde schijven, zowel wat betreft prijs als veiligheid, wanneer je archieven maakt van veel gebruikte bestanden. Het zou me bovendien niet verbazen wanneer een aantal van de oudere en duurdere diensten een manier vindt om met deze twee te concurreren in prijs - en ik hoop dat dat gebeurt, want hoe meer hoe beter.


Geef me een S! Een andere categorie aan online back-updiensten maakt gebruik van S3 Amazon.com (Simple Storage Service), die vrijwel onbeperkte online opslag biedt. De prijs is redelijk: Amazon vraagt $0,15 per gigabyte per maand plus $0,20 per gigabyte die je up- of downloadt. Je betaalt dus erg weinig voor gegevens die zich op hun servers bevinden, en nog een beetje erbij om de gegevens van of naar hun servers te verplaatsen. Er van uitgaande dat je 50 GB in één enkele maand op hun servers geplaatst hebt, betaal je $17,50 om die gegevens een maand lang op de S3 te houden. Dat is meer dan driemaal zoveel als je zou betalen bij CrashPlan of Mozy, maar de daaropvolgende maanden kost het maar $7,50 om die bestanden op de servers te houden, en dat komt dan in de buurt.

S3 biedt alleen opslagruimte, en geen manier aan gebruikers om die opslagruimte te gebruiken. Op dit moment staat Amazon geen bestanden toe groter dan 5 GB, wat niet alleen lastig is wanneer je dergelijk grote bestanden hebt, maar ook het gebruik onmogelijk maakt van back-up software die meerdere bestanden in één groot back-upbestand plaatst. In mijn boek zei ik dat ik hoopte dat de mainstream back-upprogramma's zoals Retrospect en Data Backup directe ondersteuning voor S3 zouden gaan bieden. Dat is nog niet gebeurd, maar er zijn wel andere opties verschenen.

Allereerst is daar Jungle Disk, een programma dat begon als mogelijkheid om je S3-ruimte als netwerkschijf op je bureaublad te plaatsen. De software is eigendom van Jungle Tools en is inmiddels in staat om basale back-ups te maken. Het kan op dit moment nog geen archieven aan maken met meerdere versies van een individueel bestand, of doen wat CrashPlan doet: alleen dat deel van een gewijzigd bestand opslaan dat ook echt veranderd is sinds de laatste back-up, een mogelijkheid die veel tijd, bandbreedte en opslagruimte bespaart. Deze mogelijkheden zitten naar verluid wel in de pijplijn. Jungle Disk is gratis zo lang het in bèta is; het zal $20 gaan kosten bij het bereiken van versie 1.0.

S3 Backup van Maluke is op dit moment ook een bèta en gratis (de definitieve prijs is nog niet vrijgegeven, en de mogelijkheid dat het gratis blijft wordt nog opengelaten). In tegenstelling tot de huidige bèta van Jungle Disk stelt S3 Backup je in staat om verschillende onafhankelijke backups tegelijk te maken die opgeslagen worden in aparte mappen. Dit heet in S3-taal "buckets" [emmers - vert.]. Bovendien kan het programma bepaalde bestanden van back-ups uitsluiten door middel van wildcards. Je kunt echter nog geen back-ups plannen op basis van tijd, wat Jungle Disk weer wel kan.

De huidige beperkingen van deze programma's zitten me niet echt dwars, omdat ik denk dat ze nog wel wat ontwikkelingen zullen doormaken voordat de 1.0-versies verschijnen. Het valt me wel op dat geen van beide programma's melding maakt van een manier om iets te doen aan de 5 GB-beperking aan bestandsgrootte die S3 oplegt, en het is onduidelijk of ze incrementele archieven zullen gaan ondersteunen zoals professionele back-up software dat kan.

Een derde mogelijkheid in de S3-categorie is Bandwagon van Xackup, een dienst die is ontworpen om back-ups te maken van je iTunes-bibliotheek. Bandwagon verscheen officieel halverwege februari 2007, maar werd binnen een week weer van de sites gehaald toen het bedrijf zich realiseerde dat het prijsmodel onrealistisch was. Dat voorzag namelijk in een prijs voor opslag op hun eigen servers. Ze zullen deze maand opnieuw verschijnen als een S3-oplossing, met nieuwe prijzen. Ik heb aandacht aan dit geval besteed op mijn blog; zie hiervoor "Bandwagon Undo and Redo." Je zult tussen de $1 en $3 per maand gaan betalen voor het gebruik van hun software, waarvan het bedrijf zegt dat het uiteindelijk ook andere bestanden dan iTunes-bestanden zal kunnen verwerken, en bovendien ook op andere diensten dan S3.


Back(up) to the Future -- Oplettende lezertjes zullen gemerkt hebben dat alleen CrashPlan geen bèta is. Het lijkt me duidelijk dat Amazon nog wel even zal blijven bestaan, maar ik kan niets zeggen over de betrouwbaarheid en stabiliteit op de lange termijn van de andere bedrijven. Als je overweegt om je back-ups aan één van deze bedrijven toe te vertrouwen, zul je daarover na moeten denken. En hoewel de prijs aantrekkelijk is, is het maar afwachten of het duurzaam is. Zelfs als dat het geval is, zullen online back-ups in de nabije toekomst niet gauw zo snel zijn als lokale back-ups, dus enige voorzichtigheid is wel geboden. Ik ben echter gematigd optimistisch dat online back-ups op weg zijn om weer een rol van betekenis te gaan spelen.

Een andere reden voor optimisme is dat naast de programma's die hier genoemd zijn, er nog een aantal andere opties is, die bijvoorbeeld mechanismen als SFTP en WebDAV gebruiken. Hoewel deze diensten geen back-upsoftware bieden, kun je ze vaak met een beetje knutselwerk wel zo ver krijgen dat je ze als een netwerkvolume kunt gebruiken, waardoor bijna ieder conventioneel back-up programma met deze diensten zal kunnen werken. Bovendien kunnen verscheidene programma's al direct met dit soort servers praten. Retrospect kan bijvoorbeeld praten met FTP servers; Personal Backup X4 van Intego kan gebruikmaken van WebDAV servers.)

Natuurlijk biedt geen van deze alternatieven de sexy interface die Apple ons beloofd heeft met Time Machine in Leopard. Maar wie weet komt er manier om je Time Machine-archieven op S3 of een andere dienst op te slaan. Ik kan niks zeggen over de effectiviteit of snelheid van zo'n optie, maar het klinkt intrigerend. Het is in elk geval duidelijk dat de back-upwereld, waarin zo lang zo weinig veranderde, een snelle ontwikkeling doormaakt, en alles dat het maken van back-ups eenvoudiger, goedkoper of veiliger maakt is een goede zaak.


Take Control-nieuws, 9 april 2007

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: JG]


Nieuw e-boek over AirPort netwerken met 802.11n -- 802.11n is een nieuwkomer in de wereld van de standaarden voor draadloos netwerken, en het is ook nieuw in de versie van het AirPort Extreme basisstation dat Apple begon te leveren in februari. Als jij er eentje bezit of als je er over denkt om een van deze nieuwe basisstations te kopen, heeft het nieuwe "Take Control of Your 802.11n AirPort Extreme Network" de informatie die je nodig hebt, of je nu alleen maar vriendelijke begeleiding wilt als je de basisinstallatie doorloopt, of als je hulp nodig hebt met het toevoegen van printers of USB-schijven aan jouw basisstation, of een ingewikkelde internetconfiguratie hebt, of de draagwijdte en dekking van jouw netwerk wil verbeteren, of je netwerk wilt beveiligen tegen buitenstaanders. Het e-boek gaat ook over het aansluiten van een Apple TV, het gebruik van oudere Wi-Fi apparatuur zonder dat de prestaties daar onder lijden, en het stromen van muziek via een AirPort Express.

Bezitters van "Take Control of Your AirPort Network" moeten klikken op de Check for Updates-knop op de omslag van hun e-boek om korting te krijgen bij de aanschaf van deze nieuwe titel.

Je kunt Glenn horen kletsen met gastheer Chuck Joiner over de AirPort Extreme, hoe de standaard 802.11n Wi-Fi gemaakt werd en het e-boek in een recente MacVoices podcast.


Recente onderwerpen in TidBITS Talk, 9 april 2007

  van de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>
[vertaling: JG]

[De discussies waarnaar verwezen wordt zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]


SpotDJ -- Lezers testen SpotDJ, een dienst voor het opnemen en delen van jouw eigen radiospotjes, waar Adam onlangs over schreef. (3 berichten)


Digital watermarks -- Hoe moeilijk is het om een digitaal watermerk te omzeilen, zoals diegene die ingebed zouden kunnen zijn in digitale muziekbestanden? (1 bericht)


Apple and EMI Offer DRM-Free Music via iTunes -- Als DRM-vrije muziek bij iTunes in mei verkrijgbaar wordt, heeft het dan nog wel zin om 128 Kbps-nummers met DRM te verkopen? Waarom gewoon niet de DRM in z'n geheel verwijderen? (11 berichten)


Use iPods Cautiously While Driving -- Het artikel van Adam deze week levert het verhaal op van een tiener die stierf na aangereden te zijn door een ambulance, omdat ze zat te luisteren naar een iPod tijdens het rijden. (6 berichten)


Google Desktop Comes to the Mac -- Lezers maken een proefrit met de nieuwe Mac desktop-opzoekapplicatie van Google, vertellen hun eerste ervaringen en bespreken Googles gebruik van Input Managers in het programma. (23 berichten)


Online Backup Options Expand -- Het artikel van Joe Kissell levert een paar andere diensten op die online data back-ups aanbieden. (1 bericht)


Emacs on the Mac -- Hoe gebruikt men emacs, dat bijgeleverd wordt als onderdeel van de Darwin Unix installatie van Mac OS X? (9 berichten)


EU probe into Apple music pricing -- De aankondiging van Apple en EMI om DRM-vrije muziek banden te verkopen, schijnt de oppositie tegen iTunes en de iPod in de Europese Unie af te laten koelen, maar de EU kijkt er ook naar of het prijsmodel van Apple voor losse nummers legaal is. (3 berichten)


RedHat/CentOS under Parallels? Lezers delen hun ervaringen met het installeren en draaien van Linux-varianten onder Parallels Desktop voor Mac (5 berichten)


Google Book Search -- Is de boekscan- en opzoekdienst van Google een overtreding van copyright? (3 berichten)


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse, en grondige besprekingen voor de Macintosh- en internet-gemeenschappen. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een koppeling maken mits de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2007 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Previous Issue | Search TidBITS | TidBITS Home Page | Next Issue