Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS#624/01-Apr-02

Wanneer heb je voor het laatst een backup gemaakt van je Mac OS X machine? De oplossing voor velen is Retrospect 5.0 - Adam levert deze week een diepgaande bespreking van de nieuwe versie. Matt Neuburg begint een tweedelige studie van Unicode en wat het voor U betekent. In het nieuws: KeyStrokes voor Mac OS X levert handige aanpassingstechnologie voor gehandicapte Macgebruikers die gebruik willen maken van het nieuwe OS. (En nee, we zuigen deze keer niks uit onze duim!)

Onderwerpen:

Copyright 2002 TidBITS Electronic Publishing. All rights reserved.
Information: <info@tidbits.com> Comments: <editors@tidbits.com>


-> Denk je dat TidBITS interessant is voor <-
-> je vrienden, kennissen, collega's? Geef <-
-> hen de tip zich ook GRATIS te abonneren <-
-> of stuur deze aflevering naar hen door! <-


Je kunt je gratis abonneren op de Nederlandse afleveringen van TidBITS door een (blanco) mailtje te sturen naar: tidbits-nl-on@tidbits.com. Je krijgt deze dan per e-mail toegestuurd.
Om je abonnement op te zeggen, kun je een mailtje sturen naar: tidbits-nl-off@tidbits.com.


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:


De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de USA.

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:


MailBITS/01-Apr-02

[vertaling: JV]

Toetsenbordtoegankelijkheid voor Mac OS X -- In zijn TidBITS-reeks over toegankelijkheid voor gehandicapte Macintoshgebruikers kloeg Joe Clark over de toestand van de aanpassingstechnologie in Mac OS X. De publicatie vorige week van KeyStrokes door het Nederlandse bedrijf Niemeijer Consult kan helpen de positie van Mac OS X in deze wereld te verbeteren. KeyStrokes toont een grafisch toetsenbord op het scherm; gebruikers typen door de cursor boven letters te plaatsen en op de knop van een muis, trackball, head pointer of ander aanwijsapparaat te klikken. Voor hen die de cursor kunnen plaatsen maar niet op een knop kunnen drukken, voorziet KeyStrokes in een utility dat klikken, dubbelklikken en klik-en-versleep mogelijk maakt door de cursor voor een korte tijd stil te houden boven het gekozen doelwit. Tekst kan in eender welke applicatie onder Mac OS X ingevoerd worden, evenals onder Classic. U.S. en internationale toetsenbordconfiguraties zijn verkrijgbaar, en het programma ondersteunt Commandotoetscombinaties, dode toetsen (voor accenten) en toets-klik combinaties. KeyStrokes voor Mac OS X kost 200 US $ en bevat een versie van KeyStrokes 2.2 voor Systeem 7.1 tot en met Mac OX 9.2; volume- en upgradereducties zijn mogelijk. Voor hen die het eerst willen proberen is er een volledig functionele demo. [ACE]

<http://www.assistiveware.com/keystrokes.html>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbser=1189>


Twee tekens aan de wand: Unicode en Mac OS X, deel 1

door Matt Neuburg <matt@tidbits.com>
[vertaling: JV, LmR, RAW, JG]

Indien je Mac OS X gebruikt, dan speelt er zich ongezien een enorme revolutie af op jouw computer. Nee, ik bedoel niet Unix, preemptive multitasking, of één of ander gelijkaardig modewoord. Ik heb het over tekst.

Hoe kan tekst nu revolutionair zijn? Tekst is niet sexy. We vinden tekst de normaalste zaak van de wereld, we typen tekst, lezen tekst, wijzigen tekst en bewaren tekst. Het is een middel, een medium; het is geen doel, niet iets uitdrukkelijks. Het toetsenbord ligt onder onze vingers; klop op een toets en de overeenkomstige letter verschijnt. Kan het nog eenvoudiger?

Maar hoe meer je weet over tekst, des te verwonderlijk het wordt dat je sowieso kan typen. Er zijn verschillende elementen die spelen: welk toetsenbord je gebruikt, hoe de toetsen omgezet worden naar virtuele toetscodes, hoe de virtuele toetscodes voorgesteld worden als tekens, hoe tekens op het scherm te tekenen en hoe informatie over die tekens in bestanden te bewaren. Er zijn de problemen rond taal, fonts, hoofd- en kleine letters, diacritische tekens, rangorde en nog meer.

In dit artikel concentreer ik me op één enkel aspect van tekst: Unicode. Of je nu al over Unicode gehoord hebt of niet, het heeft een invloed op je. Mac OS X is een Unicode systeem. De ingebouwde tekststrings zijn in Unicode. Vele van de fonts waarmee Mac OS X geleverd wordt, zijn Unicode fonts.

Maar er zijn problemen. De overgang van Mac OS X naar Unicode is verre van compleet. Er zijn dingen waarin Unicode niet werkt, waar het niet degelijk is geïmplementeerd, waar het je voor de voeten loopt. Misschien ben je een paar van deze gevallen tegengekomen, heb je je schouders opgehaald, en ben je verder gegaan, zonder ooit de oorzaak te vermoeden. Wel, vanaf nu zul je de problemen misschien beter herkennen, en minder je schouders ophalen. Belangrijker, je zal klaar zijn voor de toekomst, want Unicode is op komst. Het is sterk aanwezig in Mac OS X, en dat is nog maar het begin. Unicode is de toekomst - jouw toekomst. En zoals mijn favoriete film zegt, we zijn allen geïnteresseerd in de toekomst, aangezien we daar de restvan ons leven zullen mee doorbrengen.

Past die ASCII? -- Om de toekomst te kunnen begrijpen, moeten we bij het verleden beginnen.

in den beginne was er het schrift, de drukpers, boeken, de typmachine en met name een speciaal soort typmachine voor het versturen van informatie via electrische draden - de teletype. Wellicht heb je er ooit een gezien in een oude film, het tikte nieuwsberichten of militaire bevelen. Teletype machines zette getypte letters van het alfabet om in electrische impulsen en aan de andere kant weer van impulsen naar letters van het alfabet.

Toen computers interactief begonnen te worden en van afstand konden worden bediend werden de teletypes gebruikt met ze te kunnen praten; en de eerste universele standaard computer "alfabet" ontstond -hoewel niet zonder problemen- gebaseerd op hoe de teletypes werkten. Dit was ASCII (spreek uit "askie"), de American Standard Code for Information Interchange; en nog steeds is de invloed van de teletype merkbaar in de "control codes," die zo heten omdat zij helpen bij het regelen van de teletype aan de andere kant van de lijn. (Bijvoorbeeld: door Control-G in te drukken, kan je een belletje laten rinkelen op de teletype aan de andere kant van de lijn, om daar de bediener ter attentie te roepen - de voorganger van het alarmpiepje.)

Omdat de Verenigde Staten de belangrijkste economische en technologische kracht achter computers was, werd ASCII opgebouwd van de hoofd- en kleine letters van het Roman alfabet, samen met een paar algemeen gebruikte typemachine interpunctie-symbolen en control codes. De set berstond oorspronkelijk uit 128 karakters. Dit cijfer is natuurlijk een macht van twee en dat is niet zomaar; computers zijn immers binaire machines.

Toen ik een Apple IIc kreeg, was ik verbijsterd toen ik ASCII aantrof dat tot een volgende macht van 2 was verheven en uit 256 karakters bestond. Wiskundig gezien was dit logisch want 256 is 8 binaire bits - één byte, de kleinste eenheid geheugen. Dit was veel minder verspillend, maar het was volstrekt onduidelijk wat je kon doen met de extra 128 karakters, die "hoge ASCII" werden genoemd om ze te kunnen onderscheiden van de oorspronkelijke 128 "lagere ASCII" karakters. Het probleem was echter het beeldscherm van de computer. Toentertijd werd de tekstweergave op het beeld in de hardware van het scherm gebakken en die kon alleen maar lagere ASCII aan.

Laat je lettertypen maar zien, maar let op je taalgebruik -- Alles veranderde toen de Macintosh verscheen in 1984. Het hele scherm van de Mac was grafisch en de computer zelf, niet de hardware van het scherm, had tot taak om letters op te bouwen als er tekst moest verschijnen. In die tijd was dat verbazingwekkend en absoluut revolutionair. Een karakter kon wat dan ook zijn en voor het eerst zag men dat alle 256 karakters echt gebruikt werden. Om hoge ASCII te maken, hield je de Optie-toets ingedrukt. Wat je dan te zien kreeg was fantastisch: een opsommingsteken! een alineateken! een c-cedille! En zo kregen we de MacRoman karakterset waar we allemaal aan gewend zijn geraakt.

Omdat de computer nu het karakter tekende, had je nu ook de keuze uit verschillende lettertypen, nog zo'n omwenteling. Nadat de lol van het spelen met de Venice en San Francisco-lettertypen er wat af was, zagen gebruikers dat dit belangrijke gevolgen had voor het weergeven van talen die niet op de Romaanse karakters gebaseerd waren. Er was immers geen wet die de 256 toetscodes bond aan de 256 letters van de MacRoman karakterset. Een ander lettertype kon je 256 extra letters geven, zoals het Symbol-lettertype ruimschoots bewees. Dit was trouwens de reden voor mij om naar de Mac over te stappen. In het kort, ik typte Grieks, Devanagari (de karakterset die lettergrepen weergeeft in het Sanskriet) en fonetische tekens. Na jaren worstelen met internationale typemachines of tekens met de hand invullen, was ik nu mijn eigen zetter en in de zevende hemel.

Problemen in het paradijs -- Ook de hemel had echter zijn grenzen. Stel dat ik een document wilde afdrukken. Laserprinters waren duur, dus moest ik in een Mac-computerlab afdrukken waar de computers niet noodzakelijkerwijs dezelfde lettertypen hadden als ik en dus mijn document niet fatsoenlijk konden afdrukken. Hetzelfde probleem onstond als ik een electronisch document aan een collega of een uitgever wilde geven die de lettertypen die ik gebruikte mogelijk niet hadden, en dus mijn document niet goed konden bekijken.

Gebruikers van Windows vormden een ander probleem. De karakterset van Windows was pervers verschillend van die van de mac. Bijvoorbeeld, WinLatin1 (ook wel, niet geheel correct, ISO 8859-1 genoemd) heeft het ondersteboven vraagteken waarmee een Spaanstalige vraag begint op code 191; maar op een Mac staat het op code 192 (en 191 is de Noorse doorgestreepte o).

En zelfs tussen Mac-gebruikers komen "normale" lettertypen in vele taalkundige variëteiten, omdat de 256 karakters van MacRoman niet voor elke taal volstaan die een variatie op het Romeinse alfabet gebruikt. Neem nou het Turks, bijvoorbeeld. MacRoman heeft wel een Turkse i zonder puntje, maar niet een Turkse s-cedille. Dus op een Turkse Mac neemt de s-cedille de plaats iin van de "fl"-ligatuur op een Amerikaanse Mac. Een vergelijkbaar verschijnsel gebeurt in Windows, waar (bijvoorbeeld) de Turkse s-cedille en de Oud-Engelse "doorn" dezelfde numerieke plaats innemen in verschillende taalsystemen.

Toren van Babel -- Dit zou allemaal niet zo'n probleem zijn als we er niet mee zouden communiceren. Als je computerwerk beperkt blijft tot je eigen kantoor en je eigen printer en je eigen documenten, dan heb je nergens last van. Maar bij het overschrijden van grenzen tussen platforms komt er het een en ander om de hoek kijken, en de opkomst van Internet leidde natuurlijk tot de grote uitbarsting. Opeens waren mensen met verschillende basissystemen elkaar e-mail aan het sturen en elkaars webpagina's aan het lezen. Er werden conventies ingesteld voor kopiëaut;ren, maar die werken alleen zover mensen en software zich eraan houden. Als je ooit een email hebt ontvangen van iemand die "=?iso-8859-1?Q?St=E9phane?=," heet, of als je webpagina's hebt gelezen waar het aanhalingsteken is veranderd in een vreemde hoofdletter O, dan heb je met het probleem te maken gehad.

Omdat lettertypen niet via het Internet reizen, kunnen sommige karakters die aan een bepaald lettertype gebonden zijn helemaal niet verschijnen. HTML kan vragen dat bepaalde karakters in een bepaald lettertype verschijnen op jouw machine als je mijn pagina bezoekt, maar dat helpt niet bijster veel als jij dat lettertype domweg niet hebt.

Tenslotte is er nog een belangrijk punt dat ik nog niet heb genoemd: voor sommige schrijfsystemen is 256 karakters bij lange na niet genoeg. Een voor de hand liggend voorbeeld is Chinees, dat enige duizenden karakters gebruikt.

En dan verschijnt Unicode op het toneel.

De veronderstelling en de hoop -- Wat Unicode voorstelt is eenvoudig genoeg: vermeerder het aantal bytes die gebruikt worden om ieder teken te beschrijven. Als je bij voorbeeld twee bytes per teken gebruikt, kan je 65,536 tekens hebben - genoeg om het Romeinse alfabet te beschrijven plus verscheiden accenten en scheidingstekens, plus Grieks, Russisch, Hebreeuws, Arabisch, Sanskriet, de centrum symbolen van verscheidene Aziatische talen, en veel anderen.

Wat hier nieuw is niet de codificatie van karakter code om verschillende talen te beschrijven; de verscheidene bestaande karakter groepen deden dat al, hoewel onhandig. Het is ook niet het gebruik van een dubbelbyte systeem; zulke systemen waren al in gebruik om Aziatische tekens te beschrijven. Wat is nieuw is de indrukwekkende eenmaking tot een enkele karakter groep die alle karakters in een keer omhelst. In andere woorden, Unicode zou karakter groep afwijkingen tussen systemen en lettertypes afschaffen. In feite, in theorie zou een enkele (reusachtig) lettertype in potentie alle noodzakelijke tekens bevatten.

Feitelijk, zoals het er op uit loopt, zijn zelfs 65,536 symbolen niet genoeg, als je rekening houdt met de speciale eisen van geleerden voor conventionele kentekens en historische karakters (waarover de luitjes die de Unicode normen opzetten vaak bewezen hebben niet zo goed geïnformeerd over blijken te zijn als ze zich graag verbeelden). Daarom is de Unicode pas geleden uitgebreid tot een potentiële 16 meerdere groepen van 65,536 karakters (genaamd "supplementary planes"); daarbij de grootte van de potentiële karakter groep een miljoen benaderd, met ieder karakter beschreven door ten hoogste 4 bytes. De eerste "supplementary plane" wordt al bewoond door zulke dingen als Gotisch; muzikale en wiskundige symbolen; Mycenean (Linear B); en Egyptische hiërogliefen. De zich ontwikkelende standaard is, niet vebazingwekkend, het onderwerp van verscheidene politieke, culturele, technische, en wetenschappelijke strijd.

<http://www.unicode.org/>
<http://www.unicode.org/unicode/standard/principles.html>

Wat heeft dit allemaal met jou te maken, vraag je? Dat is eenvoudig. Zoals ik zei in het begin, als je een Mac OS X gebruiker bent, is Unicode op jouw computer, op dit moment. Maar waar? In de tweede helft van dit artikel zal ik het je laten zien.


Retrospect 5.0 maakt backups onder OS X mogelijk

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: TK, MSH, AV, PEP, DPF]

Vorige week hadden we geen plaats meer om het uitgebreid over de nieuwe Retrospect 5.0 van Dantz Development te hebben. Voor veel gebruikers die hun back-ups ernstig nemen (zie onze artikelreeks "Backed Up Today?" hierover) was het uitblijven van dit programma de hoofdreden waarom ze nog niet naar Mac OS X waren overgestapt.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=06758>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbser=1041>

Eerst en vooral wil ik even kort uitleggen waarom Retrospect 5.0 zo lang op zich heeft laten wachten, en waarom het compatibel maken met Mac OS X zo veel moeilijker was dan het lijkt. Om het eenvoudig uit te drukken: in Mac OS X heeft Apple het classic Mac OS bovenop een Unix-besturingssysteem gekleefd. Over het algemeen is Apple er vrij goed in geslaagd om de verbinding tussen de twee onzichtbaar te maken voor de gebruikers, maar een applicatie zoals Retrospect, die bestanden op precies dezelfde manier als ze zijn geback-upt moet kunnen terugplaatsen, kan de verschillende manieren waarop het Mac OS en Unix met bestanden omgaan niet zomaar negeren. Mac OS-bestanden hebben andere attributen en permissies dan Unix-bestanden, en Mac OS-bestanden kunnen zelfs resource forks hebben (Unix-bestanden niet). Verder zijn in het Mac OS aliassen het enige type link, terwijl Unix verschillende types links kent. Zelfs het belang van het gebruik van boven- en onderkastletters verschilt tussen de twee besturingssystemen.

Het praktische gevolg van deze verschillen was dat de Mac OS-attributen en resource forks over het algemeen niet zichtbaar waren voor Cocoa-applicaties (en Unix-applicaties), en dat Classic-applicaties niet overweg konden met de Unix-attributen, permissies, en links. Het gelukkige medium moest een speciaal geschreven Carbon-applicatie worden die zowel informatie van Unix- als van Macintosh-bestanden kon verwerken. Dantz heeft hiervoor eerst een gratis Retrospect Client for Mac OS X Preview uitgebracht; deze werkte met een plug-in voor Retrospect 4.3 onder Mac OS 9 om een back-up te maken van computers met Mac OS X. Het was beter dan niets en het werkte wel, maar ideaal was het niet.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=06395>

Ondersteuning voor het besturingssysteem was ook nodig, en het heeft geduurd tot Mac OS X 10.1.2, uitgebracht eind december 2001, voor Apple alle bugs had opgelost die het eerder onmogelijk hadden gemaakt om een draaiende Mac OS X-installatie van een back-up terug te plaatsen. Dantz bracht onmiddellijk een gratis Retrospect 5.0 Preview uit die draaide onder Mac OS X en een back-up kon maken en terugplaatsen zoals het hoorde. Daarna werkte Dantz de laatste paar maanden aan finale testen en de verpakking, en bracht vorige week Retrospect 5.0 uit. Deze versie kan in wezen alles doen wat Retrospect-gebruikers al gewoon zijn, maar doet dit zowel met Mac OS X als met Mac OS 9 (plus Windows, hoewel ik nog geen tijd heb gehad om Windows-compatibiliteit te testen). Naast deze fundamentele compatibiliteit met een omgeving met verschillende besturingssystemen, zijn er nog een aantal interessante veranderingen onder de motorkap die Retrospect nog nuttiger maken. Deze veranderingen kunnen we in twee categoriëen onderverdelen: interne veranderingen aan de back-upmogelijkheden van Retrospect, en veranderingen die vereist werden door Mac OS X.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=06678>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=06687>

Nieuw onder de Motorkap -- Het interessantste bij de interne veranderingen in Retrospect is de verwijdering van een ontwerp dat de bruikbaarheid van back-ups naar de harde schijven ernstig belemmerde, met wat Retrospect benoemt als File Backup Sets. In eerdere versies van Retrospect zit de katalogus die de namen opbergt van de ge-backupde bestanden, in de resource(bron) vork van een Bestands Back-up Set; ongelukkig genoeg kunnen resource vorken niet groter dan 16 MB worden. Dat limiteerde het aantal bestanden die effectief konden worden opgeborgen in een Bestands Back-up Set tot tussen 60.000 en 75.000 , ongeacht de grootte van deze bestanden. In Retrospect 5.0, zodra de 16 MB grens bereikt wordt, maakt Retrospect een separaat .cat bestand voor de katalogus. Deze twee bestanden moeten in dezelfde map worden opgeborgen en mogen niet anders worden benoemd.

Nu de kosten van direkt verwisselbare FireWire harde schijven thans zo laag zijn, vereenvoudigt deze relatief kleine verandering het gebruik van harde schijven als back-up media. Retrospect's EasyScript feature, dat helpt bij het maken van scripts voor back-ups, geeft deze optie nu ook. Bijvoorbeeld, je zou drie 80 GB harde schijven kunnen kopen voor minder dan totaal $700, op iedere een back-up script maken en ze afwisselend gebruiken voor een back-up systeem dat uiterst voordelig is vergeleken met tape drive systemen. Een set van 160 GB schijven, per stuk $400, zou zelfs nog voordeliger zijn. Vergeet niet het verleden te archiveren (Ik ondervond zojuist de noodzaak om 400 MB software tevoorschijn te halen van ge-backupte software van gearchiveerde back-ups van 1995 tot 1998), maar het zou niet moeilijk zijn om de aandrijving uit een kast te halen, een nieuw mechanisme er in te zetten, en de oude voor de veiligheid te bewaren. Eleganter dan drie aparte aandrijvingen te kopen, zou het zijn om een van de Granite Digital's FireVue Hot-Swap Drive Systems aan te schaffen, waarbij je in wezen alleen maar een kast van $230 koopt plus $30 voor aandrijfladen, die je in en uit de kasten steekt. Ik heb het niet geprobeerd, maar het klinkt nuttig.

<http://www.granitedigital.com/catalog/pg26_firewireidehotswapdrive.htm>

Voor lieden die met heel grote bestanden werken, wat kan gebeuren bij editeren van audio of video, kan Retrospect 5.0 nu van bestanden groter dan 2 GB backups maken. De meeste mensen kwamen waarschijnlijk deze beperking niet tegen, maar velen zullen verblijd zijn met de wetenschap dat Retrospect 5.0 nu alle thans leverbare optische schijven van Apple ondersteunt (zie Dantz's Web site voor een komplete vergelijkingslijst). Doordat Apple drives van meerdere merken gebruikt wisselt de mate van ondersteuning een beetje - bij enkele drives was Dantz genoodzaakt firmware fouten te voorkomen door te eisen dat je CD-R media gebruikt in plaats van CD-RW media ( de andere optie was om de drive helemaal niet te ondersteunen). Tenslotte is de Advanced Driver Kit niet meer vereist voor hoge capaciteits tape drives.

<http://www.dantz.com/index.php3?SCREEN=compatibility_list>
<http://www.dantz.com/index.php3?SCREEN=osx_apple_opt_compat_dev>

Mac OS X veranderingen -- Natuurlijk is de grote verandering in Retrospect 5.0 de mogelijkheid om in Mac OS X (10.1.2 en later) te draaien en om Mac OS X bestanden van andere Macs te back-uppen via Retrospect Client onder Mac OS X10.1.2 en later. Dit detail is belangrijk - als je een Mac back-upt die zowel Mac OS 9 als Mac OS X heeft geïnstalleerd terwijl je in Mac OS 9 bent opgestart, kan Retrospect niet bij de Mac OS X bestand beveiligingen; en ook al zal het de bestanden wel back-uppen, het herstellen van die bestanden zal geen werkende Mac OS X systeem opleveren. Net als dit kun je wel bestanden van gekoppelde servers back-uppen zonder Retrospect Client, maar bestand beveiligingen zullen niet bewaard worden.

Samengevat, als je Mac OS X bestanden wilt back-uppen zodat ze later weer bruikbaar zijn, wees dan zeker dat Mac OS X het actieve besturingssysteem is en als je wilt back-uppen over het netwerk, gebruik dan Retrospect Client in plaats van alleen de server te koppelen.

Retrospect Clients zijn geüpdate voor Mac OS X (Retrospect 5.0 Clients gedragen zich onder Mac OS 9 identiek aan Retrospect 4.3 Clients afgezien ven het versie nummer) en werken alleen over TCP/IP en niet meer over AppleTalk. Een tip: als een geïnterrumpeerde back-up er voor zorgt dat de Mac OS X Retrospect Client denkt in gebruik te zijn terwijl dat niet zo is, Commando-klik de Off knop om het te stoppen en klik dan de On knop om het weer te starten. Dezelfde truc werkt ook onder Mac OS 9, alhoewel daar een gewone klik op de Off knop voldoende is.

Dantz heeft ook de interface geüpdatet om Aqua te ondersteunen, de standaard selectors die specifieke sets van bestanden back-uppen geüpdatet, en de locatie van verschillende bestanden aangepast (voorkeuren en logs leven nu in Library/Preferences/Retrospect en catalogus bestanden worden nu standaard bewaard in de Documenten map van de gebruiker).De Retro.Startup extensie die Retrospect automatisch opstartte voor een geplande back-up heet nu RetroRun onder Mac OS X en het is geïnstalleerd in /Library/StartupItems. RetroRun kan zelfs Retrospect starten als er niemand is ingelogd op de Mac Os X machine. Een geheugenlek is gerapporteerd in RetroRun; ik verwacht hiervoor snel een update (helaas is het verwijderen van RetroRun uit de StartupItems map niet voldoende, omdat Retrospect het de volgende keer dat het wordt opgestart er weer neerzet).

Retrospect 5.0 biedt een "Live Restore" functie voor het herstellen van een hele Mac OS X machine. Als het zich nog niet in een opstartbare staat bevindt, moet je eerst een basis Mac OS X systeem installeren en upgraden waar nodig om het naar dezelfde versie te brengen als die je terug wil zetten. Hierna Retrospect installeren en daarna een restore uitvoeren. Ik heb nog niet de kans gehad om een Live Restore te testen, alhoewel het wel een belangrijke functie is. Herstellen kan wel een beetje moeilijk zijn als het gaat om Mac OS X bestand beveiligingen; Ik raad aan het artikel hierover in de Dantz Knowledgebase te lezen en het te testen in een niet-bedrijfsmatige situatie.

<http://www.dantz.com/index.php3?SCREEN=knowledgebase_article&id=794>

Ik denk dat het een open vraag is of je Retrospect onder Mac OS 9 of Mac OS X moet draaien als je de keuze hebt. Dantz zegt dat een voordeel van het gebruiken onder Mac OS X is, dat het verbeterde geheugen management in Mac OS X het mogelijk maakt voor Retrospect om volumes te back-uppen waar honderdduizenden bestanden op staan (voorheen kon Retrospect zonder geheugen komen te zitten als het al die bestanden scande). Plus, Dantz zegt dat Retrospect sneller draait als achtergrond applicatie onder Mac OS X dankzij de verbeterde vorm van multitasking onder Mac OS X. Ik zal niet kibbelen over deze resultaten, maar voor niet-extreme situaties, denk ik dat Retrospect op de voorgrond draaiend onder Mac OS 9 op een oudere PowerPC-gebaseerde Macintosh een meer economisch en efficiënte aanpak is, in het bijzonder als je een langzaam 10 Mbps netwerk hebt dat alle snelheidswinst van het gebruik van een snelle Mac weer teniet doet.

Een ander prijsbeleid -- Het is zonder meer duidelijk dat Dantz met andere Mac geliëerde bedrijven heeft geleden onder de gedwongen marsroute naar Mac OS X. De onzekerheid rondom Mac OS X zorgde ervoor dat de grotere bedrijven die hun back-up serieus nemen minder bestellingen plaatsten en er was veel heen-en-weer overleg met Apple nodig voordat Retrospect vlekkeloos met Mac OS X kon werken. Dit heeft Dantz ertoe gedwongen om kosten in rekening te brengen voor hun telefonische ondersteuning en om andere prijzen voor de verschillende versies van Retrospect te introduceren.

<http://www.dantz.com/index.php3?SCREEN=support_matrix>

Er zijn nu vier verschillende versies van Retrospect met verschillende mogelijkheden, elk geschikt voor een andere doelgroep:

<http://www.dantz.com/index.php3?SCREEN=feature_comparison_mac>

Het grote voordeel als je rechtstreeks van Dantz bestelt is dat je de software direct kunt downloaden en dan heb je het vast, maar het nadeel is dat je wat meer betaalt. Kijk eens bij andere vendors, zoals onze TidBITS sponsor Small Dog Electronics voor significant lagere prijzen voor Retrospect Workgroup en Retrospect Server; andere vendors lijken ook iets lagere prijzen dan Dantz te hebben voor Retrospect Express en Retrospect Desktop. Geen van de andere vendors hebben Retrospect echter al in voorraad, maar dat kan in een week of twee veranderen.

<http://www.dantz.com/index.php3?SCREEN=quick_order>

Frans-, Duits- en Japanstalige versies zijn aangekondigd voor het tweede kwartaal van 2002. Internationale gebruikers kunnen nu een Engelse versie aanschaffen en dan gratis een upgrade naar hun lokle versie ontvangen zodra die gereed komt.

Eerste indrukken -- Ik heb Retrospect, en dan vooral de Server versie, flink op de proef gesteld, en alhoewel het testen van backups lastig is vanwege de enorme hoeveelheden gegevens die dan over mijn 10 Mbps Ethernet netwerk en (zelfs langzamere) AirPort netwerken heen en weer gestuurd moeten worden, heb ik toch wat conclusies getrokken.

Allereerst, en dat is het belangrijkste, werkt Retrospect 5.0 vrijwel op dezelfde manier als Retrospect 4.3. Er was dus geen leercurve; alle zichtbare features werken op dezelfde manier als in het verleden. Onder Mac OS X vraagt Retrospect asks voor beheerwachtwoorden wanneer dat logisch is, en alhoewel de interface er iets anders uitziet vanwege Aqua, zijn mij geen belangrijke verschillen opgevallen.

Bij het eerste gebruik bood Retrospect aan om instellingen te importeren vanaf een eerdere versie; het programma leek dat probleemloos te doen alhoewel ik bij problemen de instellingen opnieuw op zou gaan bouwen, omdat dit een voor de hand liggende oorzaak lijkt te zijn.

Uiteindelijk heb ik nogal wat werk gestoken om Dantz te helpen zoeken van de oorzaak van een probleem wat ik en anderen ervaren hebben. Ik heb bovendien nogal wat situaties gezien waarbij mijn Mac vastliep terwijl Retrospect een backup aan het maken was, alhoewel ik de oorzaak hiervan niet direct kan toeschrijven aan Retrospect. Verder ondervond TidBITS Managing Editor Jeff Carlson een probleem waarbij Retrospect een correcte backup maakte van een van zijn partities, maar er vervolgens geen compare actie over kon draaien. Gelukkig hebben, net zomin als in het verleden, deze bugs geen verlies van gegevens veroorzaakt.

<http://support.dantz.com/ubbthreads/showflat.php?Cat=&Board=Desktopworkgrupx&Number=2630>

Het mag wat vreemd klinken, maar mijn ervaringen met Retrospect hebben me geleerd dat dit soort zaken vaak een electronische kanarie in digitale mijnen zijn. Voor diegenen die deze analogie niet kennen, mijnwerkers brachten vaak een kanarie mee in de mijnen als een waarschuwingssysteem - als giftige gassen de kanarie van z'n stokje lieten gaan wist men dat men de mijn moest verlaten. Ik zou natuurlijk vooral willen dat de problemen niet bestonden, maar omdat Retrospect vaak op de hoogst mogelijke snelheid moet kunnen werken met allerlei ongebruikelijke opslagmedia, en daarbij niks kwijt mag raken, is het niet ongebruikelijk om het programma een foutmelding te zien geven terwijl het allemaal goed lijkt te werken. Een vriend vertelde me een verhaal over een groot bedrijf dat in een Cisco router nieuwe firmware installeerde waar een bug in zat die 1 op 1 miljoen pakketten kon kwijtraken. Deze fout werd niet opgemerkt totdat Retrospect fouten begon te geven, want het is misschien niet veel, maar het wordt wel een probleem als je een backup maakt van gigabytes aan gegevens.

Uiteindelijk maakt voor veel nauwgezette gebruikers (zoals ik) het verschijnen van Retrospect 5.0 het mogelijk om op essentiele machines Mac OS X te gaan gebruiken. Alhoewel er een aantal andere backup programma's zijn verschenen de afgelopen maanden, zoals BackUp ToolKit van FWB (hetzelfde programma als Tri-Backup van Tri-Edre), Synchronize Pro X van Qdea, Synk van Randall Voth, Automatic Backup System van CMS Peripherals en iMsafe van PSoft, zijn deze gereedschappen vooral bedoeld voor individuele gebruikers die backups maken op media die op de desktop kunnen staan (dus geen tape drives). Voor mensen die verschillende Macs moeten kunnen backuppen naar willekeurig welk medium, zoals tape drives met hoge capaciteit is Retrospect 5.0 de enige optie op de Mac inclusief de mogelijkheid van het archiveren van resource forks, HFS+ metadata, Unix permissies en groepen, en hard-linked bestanden.

<http://www.fwb.com/cs/btk/main.html>
<http://www.qdea.com/pages/pages-sprox/sprox1.html>
<http://mypage.uniserve.ca/~rvoth/synkx.html>
<http://www.cmsproducts.com/products/abs.htm>
<http://homepage.mac.com/iMsafe/>


Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en Websites mogen artikels overnemen of een HTML link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We garanderen de precisie van de artikels niet. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering