Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS#473/29-Mar-99

Netwerkbeheerders: noteer! Matt Deatherage bekijkt de nieuwe NetBoot feature van Mac Os X Server om iMacs en recente Power Mac G3's op te starten via Ethernet. Deze week doet Adam ook een diepte-onderzoek van het uitstekende mailing list-programma LetterRip Pro van Fog City. In het nieuws: Apple publiceert MRJ 2.1.1 en StarNine kondigt WebSTAR Server Suite 4.0 aan, waarmee de populaire server software wint aan mail-vermogen en verbeterde prestaties.

Onderwerpen:

Copyright 1999 TidBITS Electronic Publishing. All rights reserved.
Information: <info@tidbits.com> Comments: <editors@tidbits.com>


Je kunt je gratis abonneren op de Nederlandse afleveringen van TidBITS door een (blanco) mailtje te sturen naar: tidbits-nl-on@tidbits.com. Je krijgt deze dan per e-mail toegestuurd.
Om je abonnement op te zeggen, kun je een mailtje sturen naar: tidbits-nl-off@tidbits.com.

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de USA.


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:


Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:


MailBITS/29-Mar-99

Vertaling: [Tess].

StarNine Kondigt WebSTAR Server Suite 4.0 Aan -- StarNine Technologies heeft WebSTAR Server Suite 4.0 aangekondigd, de nieuwe versie van het WebSTAR Internet server pakket. WebSTAR Server Suite 4.0 zal een nieuwe geïntegreerde e-mailserver omvatten (met ondersteuning van SMTP, POP, en IMAP) en de mogelijkheid bieden FileMaker en ODBC databases te publiceren op het Web, bovenop WebSTAR's basispakket van Web-, FTP-, en proxyservers. WebSTAR's voorzieningen voor het publiceren van databases zijn gebaseerd op Blue World Communications' op handen zijnde Lasso Web Publisher 3.5, een deelverzameling van de volledige Lasso 3.5 Web Data Engine die het mogelijk maakt met een druk op de knop database-gedreven bronnen op het Web te publiceren. WebSTAR Server Suite 4.0 heeft ook SSL versleuteling voor commerciële sites, met ondersteuning van meer certificaat-formaten en versleutelingstechnieken (waaronder Server Gated Cryptography). Bovendien zou de software belangrijk sneller zijn geworden dankzij een opnieuw ontworpen intelligent caching systeem en andere low-level verbeteringen. Volgens StarNine zou de overall performance verdubbeld zijn ten opzichte van huidige versies van WebSTAR, en zijn de snelheden van gegevensoverdracht vervijfvoudigd. WebSTAR Server Suite 4.0 zou in juni beschikbaar komen; de prijzen zijn nog niet in detail vastgesteld. [GD]

<http://www.starnine.com/about/pr/pr032999a.html>
<http://www.blueworld.com/blueworld/news/3.29.99-Lasso3.5announce.html>

MRJ 2.1.1 Beschikbaaar -- Apple Computer heeft versie 2.1.1 van Macintosh Runtime voor Java uitgebracht, een snel vervolg op MRJ 2.1 van afgelopen maand. (Zie "MRJ 2.1 werkt sneller, werkt met Explorer" in TidBITS-467.) MRJ 2.1.1 sluit aan bij Suns Java 1.1.7 specificatie, biedt betere ondersteuning voor het laden van applets door proxyservers of firewalls, ondersteunt installatie op gelokaliseerde versies van het Mac OS, en werkt met Java applicaties die via Yahoo Games beschikbaar zijn. MRJ 2.1.1 heeft een PowerPC-gebaseerde Mac nodig met minimaal 32 MB aan RAM en Mac OS 7.6.1 of later. QuickTime 3.0 komt van pas. MRJ 2.1.1 is een 7.8 MB download in MacBinary formaat. [GD]

<http://www.apple.com/java/>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=05282>
<http://games.yahoo.com/>


"Das NetBoot"

door Matt Deatherage <mattd@gcsf.com>. Vertaling: [DPF], [IdM] & [JV].

Misschien wel het meest interessante deel van het net door Apple uitgegeven Mac OS X Server is NetBoot, wat nieuwere Macintosh modellen in staat stelt het Mac OS vanaf een server op te starten over een Ethernet-netwerk. NetBoot werd voor het eerst gedemonstreerd op de Macworld Expo in januari en vereenvoudigt het leven van systeembeheerders door een disk image-bestand op de server te veranderen in de opstartschijf voor een willekeurig aantal Mac OS clients op een Ethernet netwerk.

<http://www.apple.com/macosx/server/netboot.html>

Binnenin de 'Image' Machine -- Met de uitgave van Mac OS X Server weten we iets meer over hoe NetBoot eigenlijk werkt. De server bevat twee standaard Mac OS disk image-bestanden - één met de systeemsoftware en één met de applicaties die beschikbaar zijn voor NetBoot clients. Wanneer iemand een Macintosh met het "New World" ROM-in-RAM ontwerp probeert op te starten - en dat zijn op dit moment alleen iMacs en de blauwwitte Power Macintosh G3's - zal het indrukken van de N-toets tijdens het opstarten de Open Firmware van de machine dwingen om op het lokale Ethernet netwerk te kijken voor een NetBoot server, met gebruikmaking van het BootP-protocol (en dat is een standaard in de industrie). De server antwoordt dan door een IP-adres terug te sturen van een voorgedefinieerde reeks (elk IP-adres zal vergeleken worden met het hardware Ethernet-adres van de machine die de aanvraag indient, zodat de server telkens hetzelfde IP-adres aan hetzelfde werkstation toewijst). Een ander deel van BootP handelt vervolgens een opstartverzoek van de server af; die helft van het protocol gebruikt een protocol genaamd Trivial File Transfer Protocol (TFTP) om het "Mac OS ROM" image-bestand naar de cliënt machine te downloaden, zodat het opstarten min of meer normaal doorgang kan vinden. FTP maakt gebruik van TCP/IP, een nogal complex protocol voor een computer die nog niet opgestart is. TFTP is een eenvoudigere versie die UDP (User Datagram Protocol) gebruikt, een communicatiemethode van een lager niveau dan TCP.

<http://til.info.apple.com/techinfo.nsf/artnum/n60058>

Zodra het ROM-bestand zich op het cliënt-systeem bevindt kan het een IP-stack initialiseren en kan er verbinding gelegd worden met de server met gebruikmaking van AFP-server-informatie die BootP oplevert en het intikken van een gebruikersnaam en wachtwoord. Mac OS X Server geeft dan drie disk image-bestanden door die er uit zien als twee verschillende volumes - de schijf voor de programma's (zoals al eerder genoemd), een opstartschijf waarvan alleen gelezen kan worden en waarop zich een lichtelijk aangepaste versie van Mac OS 8.5.1 bevindt en een 'schaduw'-disk image-bestand van dezelfde grootte. Een grote drempel die door NetBoot moet worden overwonnen wordt gevormd door het feit dat wagonladingen aan Mac OS applicaties aannemen dat ze naar de opstartschijf kunnen schrijven. Op een machine die met behulp van NetBoot is opgestart is dat wel mogelijk, maar de veranderingen worden doorgestuurd naar dit schaduwbestand. Het echte opstartschijfbestand wordt gedeeld door alle clients en verandert niet, maar de verschillende programma's op iedere client-machine kunnen naar de schijf schrijven, waarbij de veranderingen in een voor iedere cliënt verschillend bestand worden weggeschreven.

Stel je bijvoorbeeld voor dat je van een machine gebruik maakt die via NetBoot is opgestart, en dat je een lettertype wilt installeren dat je gedownload hebt vanaf Internet. Daarbij moet je naar de Lettertypen-map in de Systeemmap kunnen schrijven. De Finder staat dit toe, en je lettertype lijkt aanwezig te zijn in de map en is bovendien beschikbaar voor programma's nadat je het geïnstalleerd hebt. Maar achter de schermen laat Mac OS X Server nu je Mac-client een "gecombineerde" schijf zien, waarbij jouw veranderingen als het ware bovenop de echte, en onveranderde opstartschijf liggen. Het werkt omdat geen enkele cliënt in staat is om de opstartschijf te veranderen. Wanneer het originele disk image-bestand zou veranderen achter de rug van het schaduwbestand -om het zo maar eens te zeggen- zouden de veranderingen worden toegepast op gegevens die zich niet op de plaats bevinden waar ze horen, en dat zou een grote troep tot gevolg hebben.

Wanneer een NetBoot client herstart of uitgezet wordt, wordt het schaduwbestand genegeerd, zodat mensen die machines op een lab gebruiken met hun opstartschijf in feite kunnen doen wat ze willen, omdat de veranderingen alleen van toepassing zijn op die ene sessie. De Macintosh Manager, een programma dat raar genoeg niet naar Don Crabb is vernoemd, is een afstammeling van At Ease for Workgroups en biedt instellingen op het niveau van de cliënt zoals bureaubladpatronen en voorkeuren voor de Finder per cliënt. De Macintosh Manager komt in beeld bij het invoeren van de gebruikersgegevens - zodra de server weet wie probeert op te starten, weet hij welke voorkeuren jij hebt ingesteld, zodat je aangepaste desktop je van machine tot machine zal volgen. Elke gebruiker heeft een map op de AFP-server voor privé bestanden en voorkeuren; het Mac OS, dat opstart van het netwerk, vertaalt de ingebouwde plaats van de Voorkeuren-map naar die map op de server in plaats van de standaard-locatie in de Systeemmap. Zo lang applicaties aan het Mac OS vragen waar de Voorkeurenmap zich bevindt in plaats van aan te nemen waar ze hem kunnen vinden, werkt alles, en zijn de voorkeuren van een gebruiker beschikbaar vanaf iedere cliënt, die opstart vanaf dezelfde NetBoot-server.

Gemakkelijk te configureren piraterij -- De disk-images voor startup en voor programma's kunnen alleen door de systeem-administrator (een alias voor "root," voor Unix-partizanen) worden veranderd, vermoedelijk alleen als er geen andere klanten zijn ingelogd. Zo vervult NetBoot zijn belofte van centraal beheer - updates van een van beide disk-images verschijnen automatisch op alle NetBoot-klanten bij de volgende startup. Installeer een programma één keer en het is toegankelijk voor alle klanten. Ook veranderingen aan de systeemconfiguratie gebeuren voor alle klanten tegelijk - vul de startup disk-image aan met de Stuffit Engine en alle klanten hebben er toegang naar. Je kan zelfs gebruikers verhinderen te prutsen aan de interne harde schijf van een klant-computer door een extensie te installeren, die de interne harde schijf demonteert tijdens het opstarten, waardoor de gebruiker er niet over kan beschikken.

Maar: NetBoot kan voor licentie-problemen zorgen - als je 20 Mac OS-klanten opstart met een commerciële extensie zoals Default Folder 3.0, dan heb je 20 licenties nodig. Je kan misschien gebruik maken van een programma voor licentiebeheer zoals KeyServer van Sassafras Software om je te helpen bij het beheren van licenties. Keyserver verandert programma's zodat ze in-checken bij een centrale server alvorens op te starten, en laat maar zoveel klanten toe als je licenties hebt. Dus: een groep van 30 iMacs kan allemaal Photoshop 5.0 zien op de disk-image met programma's, maar als je KeyServer gebruikt hebt om slechts 5 klanten toe te laten, dan moet een zesde Photoshop-gebruiker wachten tot iemand anders Photoshop verlaat. Het Mac Os Server pakket bevat een demo-versie van KeyServer.

<http://www.stclairsoft.com/DefaultFolder/>
<http://www.sassafras.com/>

Geen wondermiddeltje -- NetBoot heeft een aantal serieuze beperkingen. In de eerste plaats, bedenk even hoe veelvuldig de Macintosh de opstartschijf aanspreekt tijdens het normale opstartproces. Stel je nu hetzelfde voor over een langzame netwerkverbinding. Apple zegt dat NetBoot alleen bedoeld is voor gebruik op 100Base-T netwerken, waarbij gegevenstransfers normale SCS-snelheden halen, of zelfs overtreffen. Het maakt gebruik van het BootP protocol, en BootP is ontworpen om op één enkel netwerksegment te draaien, zodat je niet op eenvoudige wijze NetBoot kan gebruiken voor clients die gescheiden zijn van de server door een router (sommige routers kunnen overweg met BootP extensies, die netwerk-segmenten overbruggen, maar dat heeft uiteraard een invloed op de prestaties). Mac OS X Server levert robuuste netwerkfunctionaliteit, zodat het toevoegen van extra Ethernetkaarten de bandbreedte voor een reeks BootP clients kan verbeteren, maar je hebt hopen RAM nodig om een groot aantal clients tegelijk te bedienen. Apple raadt minimaal 128 MB RAM aan voor een zwaar belaste server, en meer dan 200 MB als je bovenop NetBoot-diensten als Apache of WebObjects wil leveren. Apple zegt dat een Mac OS X server machine die uitsluitend de NetBoot diensten draait (niet de web- of fileservers) ongeveer 50 clients kan bedienen; andere diensten toevoegen vermindert deze capaciteit.

<http://til.info.apple.com/techinfo.nsf/artnum/n60169>

Ten tweede, denk aan de benodigde schijfruimte. Als je opstart-disk image-bestand 50 MB groot is, dan heb je voldoende schijfruimte nodig om elke gelijktijdig verbonden client een eigen kopie van dat bestand te geven. Een lab met dertig machines heeft dus een schijfruimte van 1,5 GB nodig (50 MB maal 30 clients) voor schaduwbestanden, bovenop de ruimte voor de Mac OS X Server software, ruimte voor persoonlijke folders van gebruikers, een applicaties-volume en andere bestanden. Eén aanbeveling van Apple spreekt over minimaal 5GB opslagruimte aan de serverzijde.

Ten laatste, Netboot vereist ondersteuning in Open Firmware voor het BootP protocol. Machines die ouder zijn als de iMac hebben dat niet. Open Firmware is in een ROM chip gebrand op de oudere machines, en dat aanpassen om zulke belangrijke nieuwe functionaliteit toe te voegen is concreet moeilijk haalbaar. Zodus, enkel iMacs en blauw-witte Power Macintosh G3 computers kunnen als NetBoot-clients funtioneren. Het Macintosh Manager programma zal beschikbaar zijn voor ouder Mac OS-clients ter vervanging van At Ease for Workgroups, maar ze zullen nog steeds uitsluitend van hun lokale disks opstarten, en je zult ze nog steeds op dezelfde manier moeten configureren als nu.

Iets als NetBoot bestond vroeger niet voor de Macintosh, dus de vraag is niet "moet ik upgraden?". In plaats daarvan rijzen volgende vragen voor labbeheerders:

Ik geloof dat in toekomstige technologie-aankopen, beheerders helemaal weg zullen zijn van NetBoot. Zij die labs hebben met oudere machines zullen het niet nuttig vinden, maar telkens een instelling of bedrijf om eender welke reden een groep van verscheidene iMacs installeert met een Mac OS X Server, lost NetBoot tonnen configuratieproblemen op. Er zullen hoogst waarschijnlijk enkele compatibiliteitsproblemen opduiken, net zoals toen de Apple II-machines de mogelijkheid van het netwerk op te starten kregen in 1987 met een veel eenvoudiger operating system. Maar op lange termijn zal NetBoot de initiële ongemakken waard zijn, vooral in onderwijsomgevingen.

[Matt Deatherage publiceert MWJ, een graag geziene nieuwsbrief die diepgaande informatie levert voor serieuze Mac-gebruikers. Een gratis proefabonnement is verkrijgbaar op de MWJ website.]

<http://www.gcsf.com/pages/mwj/>


Professioneel werken met LetterRip Pro

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>. Vertaling: [MSH], [LmR], [JS] & [MK].

Soms kruipt een programma zo subtiel in ons bestaan dat het maanden duurt voordat we beseffen dat we er afhankelijk van geworden zijn. We zeggen "we testen het alleen maar," en zouden zelfs kunnen veronderstellen dat we naar iets anders zouden overgaan. Voor ons is Fog City Software's LetterRip Pro mailing list management software een dergelijk programma.

<http://www.fogcity.com/>

Sinds 1996 hadden we ListSTAR van StarNine Technologies gebruikt voor de hoofd TidBITS mailing lijst en enkele kleinere lijsten. We apprecieerden ListSTAR, en omdat de Mac waar het op werkt zich bij Popco bevindt via een gedeelde T1 verbinding, liep alles gesmeerd.

<http://www.starnine.com/>
<http://www.popco.com/>

Toen verscheen LetterRip Pro. Een mailinglijst verplaatsen van 50,000 mensen is geen kleinigheid - vooral aangezien we het veilig hanteren in een FileMaker Pro database.(Zie "Not Your Grampa's Mailing List" in TidBITS-420). Dus dachten we erover-in plaats daarvan- LetterRip Pro op onze oude SE/30 te installeren en een aantal kleine lijsten erop te zetten als test. Sedertdien hebben we TidBITS Talk toegevoegd Dit levert ongeveer 20 berichten per dag op aan 1.300 abonnees. TidBITS Talk kan onze Internetverbinding laten vollopen, maar tot nu toe heeft LetterRip nog geen kik gegeven. De SE/30 werkt nu met ongeveer 25 mailing lijsten, die meerdere duizenden mensen bedienen. Waarom? Omdat we vertrouwen hebben dat zowel soft- als hardware die last aankunnen en omdat het zo gemakkelijk is een lijst op te zetten.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=04761>

Delen & Onderdelen -- LetterRip Pro heeft twee hoofddelen: LetterRip Pro Server en LetterRip Pro Administrator. LetterRip Pro Server accepteert binnenkomende berichten, verwerkt ze en stuurt ze weer naar buiten retour. LetterRip Pro Administrator stelt je in staat mailinglijsten te configureren en ermee te werken, of op dezelfde machine als LetterRip Pro Server, of op afstand via Internet. Beide programma's eisen 2.5 MB RAM en in het algemeen heeft LetterRip Pro minstens Open Transport 1.1, Systeem 7.1 (Mac OS 8.0 of later aanbevolen), een 68030 processor en tenminste 10 MB vrije schijfruimte nodig.

LetterRip Pro kan of gebruik maken van full-time of part-time Internetverbindingen .Full-time verbinding werkt het beste want het staat LetterRip toe boodschappen te ontvangen via SMTP als een daarvoor bestemde mail-server. Bij een part-time opbelverbinding dient LetterRip boodschappen via POP te ontvangen, zoals bij een e-mail-client. SMTP mode geeft meer prestatie en is niet zo lastig, maar POP-mode maakt een andere SMTP-server op dezelfde Mac mogelijk.

De uiteindelijke bestanddelen van LetterRip Pro zijn "processors, ", kleine programma's (voornamelijk in Applescript geschreven) die de functionaliteit van LetterRip vergroten. Bijvoorbeeld stelt de Email Admin processor LetterRip in staat e-mailberichten te aanvaarden, die reeksen adressen voor toevoeging of verwijdering bevatten. LetterRip Pro wordt geleverd met processors die abonnementen en archiveringsberichten bevestigen en ze sturen abonnementenlijsten terug. Gebruikers hebben aan nog andere processors bijgedragen.

<http://www.fogcity.com/lr_utilities.html>

Setup -- Het begin met LetterRip Pro is simpel. De installer zet alle bestanden op de juiste plaatsen waarna je LetterRip Pro Server opstart, gevolgd door LetterRip Pro Administrator. In LetterRip Pro Administrator vul je in de twee tabs van het ServerInstellingen-dialoogvenster de essentiële informatie in, als serverdomein, de requests account (een centraal account dat commando's die door LetterRip worden verstuurd accepteert) en het beheeradres en -wachtwoord. De standaard ingestelde mail transfer is in principe prima maar je kan kiezen tussen het direct versturen van uitgaande berichten (de beste optie als je atnwoorden wilt reduceren) of via een andere mail server.

LetterRip ondersteunt de on- en off-adressen voor het abonneren op of opzeggen van abonnementen dat ook bij TidBITS grote populariteit geniet, hoewel het ook een "requests"-address maakt waar de gebruikers hun abonnementcommando's naar toe kunnen mailen. In de POP stand kan je geen on- of off-adressen gebruiken.

Voordat ik doorga moet ik even wat terminologie toelichten. LetterRip's interface bevat ook Mail Lists en Address Lists. Een Mail List is de configuratie voor een bepaalde mailinglijst, terwijl een Address List een lijst met abonnees is die de berichten ontvangen die naar die mailinglijst worden verstuurd. Dit kan in het begin verwarrend zijn maar je leert de termen snel gebruiken.

Mail Lists -- Als je server eenmaal correct is ingesteld creëer je een mailinglijst door uit het Setup menu het commando Mail Lists te kiezen en vervolgens op de Add-knop te klikken om het Mail List-dialoogvenster op te roepen met tabs voor:

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=05321>

Addreslijsten -- Je kan adreslijsten maken bij het opzetten van een mail-lijst, of je kan ze handmatig in het Address List-venster maken. Een adreslijst-venster heeft twee kolommen, één voor e-mailadressen en één voor namen (die niet verplicht ingevuld hoeven worden). Je kunt adressen toevoegen, verwijderen en wijzigen, lijsten sorteren op adres, naam of abonnementsvolgorde door de kolomhoofden te klikken, of via het Address menu. Je kunt tekst met e-mailadressen slepen (in een aantal formaten) naar een adreslijstvenster om een adres toe te voegen, en je kunt adressen van het ene naar het andere adreslijstvenster slepen.

Het Address menu bevat ook een Remove Duplicates-commando om dubbel voorkomende adressen te verwijderen (wat perfect is voor het samenvoegen van lijsten), plus een Import- en Export-commando om lijsten van en naar andere programma's te transporteren. Een eenvoudig Find-commando in het Edit menu zoekt naar tekst in ofwel een adres ofwel een naam. Hoewel je meerdere adressen kan selecteren en verwijderen, zou het aardig zijn om LetterRip te kunnen laten zoeken naar een tekst, en dan alle adressen die daar aan voldoen te selecteren.

LetterRip Pro's adreslijsten zijn helaas weinig meer dan tekstbestanden. Volgens mij zou een adreslijst een relationele database moeten zijn die abonnementsinformatie bijhoudt. Als dat niet kan zou ik graag nauwe samenwerking willen zien met een database zoals FileMaker Pro. Dat is wat we doen met onze TidBITS lijst en die functionaliteit dupliceren met LetterRip zou niet gemakkelijk zijn.

Stuiteren --De belangrijkste plek waar LetterRip Pro het laat afweten is in de afhandeling van stuiterende post. Fog City heeft er voor gekozen een "bounce digest" te maken waarin de lijst met onverzendbare post die LetterRip terugontvangt (minus de meest recente mislukkingen). Het is wellicht beter één enkele lijst met onverzendbare adressen te ontvangen dan 15 individuele mislukkingen, maar simpelweg catalogeren van onverzendbare post voor handmatige verwerking is op zijn best middelmatig en een tijdrovende oplossing voor een serieus probleem.

Veel mailing lists negeren stuiterende post, wat de lijsten langer doet lijken terwijl er bandbreedte verspild wordt. We zijn geen voorstander van het negeren van stuiterende post, dus van onze lijsten wordt je verwijderd als je een bepaalde periode geen post kunt ontvangen.

Als LetterRip database-functionaliteit in de technologie stopte waarmee mailing lists ondersteund worden, zou het gemakkelijker zijn automatische verwerkingen te maken van stuiterende post, door slechte adressen uit te zetten na een bepaald aantal mislukte afleverpogingen. Zelfs het filteren van de meeste stuiterende post van zich goed gedragende mail-servers zou een stap in de goede richting zijn. Helaas kunnen sommige mail-servers - BBS systemen, Microsoft Exchange en cc:Mail in het bijzonder - vrijwel onbegrijpelijke meldingen geven bij het weigeren van post; deze zullen nog steeds handmatige interventie vereisen.

Documentation & Support -- Daar Fog City LetterRip alleen elektronisch verkoopt, is haar documentatie alleen elektronisch en komt het tevens in verscheidene formaten, inbegrepen een stand-alone applicatie (die geen Find-feature biedt) en een PDF-formaat (zonder bookmarks). Ik vond de documentatie goed maar niet denderend. Het verscjaft basis-informatie die je nodig hebt, maar geeft zelden informatie waarvan je niet weet dat je ze nodig hebt. Een online FAQ geeft ook antwoord op algemene vragen.

<http://www.fogcity.com/lr_faq.html>

Het mag geen verrassing zijn dag Fog City de ondersteuning van LetterRip voornamelijk via mail afhandelt. De mensen bij Fog City zijn snel in het antwoorden, weten waar ze het over hebben en zijn goed in het invullen van de gaten in de documentatie. Andere LetterRip-gebruikers vormen ook een goede bron van informatie op de LetterRip-Talk mailing lijst, die door Fog City gelezen wordt. Wat ik bijzonder waardeer is de wijze waarop de mensen van Fog City open antwoorden op verzoeken op de mailinst lijst, bijvoorbeeld bij het uitleggen waarom ze denken dat het niet zinvol is een ongebruikelijke functie in te bouwen.

<http://www.fogcity.com/lr_support.html>

Haarkloverijen -- LetterRip Pro is een programma om van te houden, maar afgezien van klachten die alleen verholpen kunnen worden als je het programma deels opnieuw zou ontwerpen, zoals het niet baseren van de adreslijsten op een database en de slechte afhandeling van bounces, ben ik nog een paar ergernissen tegengekomen.

Conclusie -- Los van deze kleine aanmerkingen heeft Fog City met LetterRip Pro een ongelooflijk stuk werk afgeleverd. Je zou zelfs de stelling kunnen verdedigen dat juist omdat FogCity de verleiding heeft kunnen weerstaan om enkele van de door mij voorgestelde toevoegingen in het programma op te nemen, LetterRip Pro zo gemakkelijk in het gebruik is. Ze zijn erop gespitst om LetterRip Pro eenvoudig en snel te houden, en het vergroten van de flexibiliteit maakt een interface er dikwijls niet simpeler op.

LetterRip Pro is met een prijs van $400 (rechtstreeks bij Fog City) niet goedkoop te noemen, hoewel Fog City het wel eens in de aanbieding heeft gehad voor heel wat minder. Uiteraard ligt het niet voor de hand om een programma van $400 aan te raden voor de gelegenheidsgebruiker, vooral omdat er ook freeware programma's als AutoShare en Macjordomo bestaan die dezelfde basistaken als LetterRip Pro kunnen vervullen. Misschien maakt Fog City ooit nog een minder krachtige en minder dure versie. Als je ListSTAR in je bezit hebt, kun je gebruik maken van het aanbod van een competitive upgrade. Je kunt LetterRip Pro downloaden en 30 dagen uitproberen zonder registratienummer.

<http://www.dnai.com/~meh/autoshare/>
<http://leuca.med.cornell.edu/Macjordomo>

Als je mailing lists je ernst zijn, maar je toch een eenvoudige èn goed presterende oplossing wilt, zit je gebeiteld met LetterRip Pro. Persoonlijk kan ik me het leven zonder LetterRip Pro eigenlijk niet meer voorstellen -- als tot dat leven tenminste het in stand houden van mailing lists behoort.


Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en Websites mogen artikels overnemen of een HTML link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We garanderen de precisie van de artikels niet. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering