Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS#403/03-Nov-97

Moe van de vermoeide ogen? Lees dan Jeff Carlson's overzicht van beeldscherm-typografiëen - waarom het werkt en waarom niet en wat je eraan kan doen. Fabrizio Oddone komt met een oplossing voor het probleem van de Internet mirror sites en Geoff Duncan bespreekt IDE harddisk-problemen die zich bij een aantal Performa's en PowerMac's voordoen. Verder kondigen we StuffIt Delux 4.5 aan, Riven (het vervolg op Myst) en GraphicConverter 3.0.1.

Onderwerpen:

Copyright 1997 TidBITS Electronic Publishing. All rights reserved.
Information: <info@tidbits.com> Comments: <editors@tidbits.com>


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:


Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:


MailBITS/03-Nov-97

Aladdin Stufft er meer functies in -- Aladdin is begonnen met het uitgeven van StuffIt Deluxe 4.5, de sterkere, commerciële versie van Aladdin's gratis compressiesoftware met uitgebreide bestandscompressie en encryptie-functies. Onder de verbeteringen bevinden zich snellere operaties, MacOS 8-compatibiliteit (vooral voor StuffIt's True Finder Integration technologie), ondersteuning van contextuele menu's en functies voor het werken met gecodeerde Zip-bestanden. Om de software te kunnen gebruiken, heb je een Macintosh nodig met 4 MB RAM en Systeem 7.1.1 of nieuwer. StuffIt Deluxe heeft een adviesprijs van $129; zij die versie 4.0 kochten na 26 juli '97 kunnen een upgrade krijgen tegen verzendkosten á $9.95 en iedereen die een eerdere versie heeft gekocht kan upgraden voor $29.95 exclusief BTW en verzendkosten. Voor internationale klanten zijn de verzendkosten $19.95. Upgrades met korting zijn verkrijgbaar tot en met 31 december 1997. [TJE]

<http://www.aladdinsys.com/news/102797-dlx45.html>

Riven arriveert -- Myst, het avonturenspel op CD-ROM van Cyan staat bekend om zijn fantasievolle beelden en overspoelende spel. In 1993 stroomde het de computerwerld binnen en het geniet nog steeds een hoge plaats op de PC Data top tien voor software spellen, met meer dan 3,5 miljoen verkochte exemplaren. Met het uitkomen van het vervolg, Riven, zullen we zien of de bliksem voor de tweede keer in zal slaan. Vorige week heeft de Red Orb Entertainment afdeling van Broderbund Software Riven uitgebracht met aanzienlijke interesse van de algemene media, als een vijfdelige CD set. Riven bevat 4.000 plaatjes, drie uur animatie en twee uur geluid. Om Riven te beleven heb je ten minste een 90 MHz PowerPC-machine nodig met 9 MB vrije RAM, 65 MB harde schijfruimte, Systeem 7.5, een kleuren monitor en een 4x CD-ROM speler.

<http://www.riven.com/>

Als je nu meteen van plan bent Riven aan te schaffen, weet dan dat er al een upgrade beschikbaar is. Riven Updater 1.01, een 732K download, verhelpt problemen met ronddraaiende ruimten en het aandoen van het licht in de buurt van het water aan het einde van de tunnel. Het verhelpt ook het probleem van filmpjes die op verkeerde plaatsen worden afgespeeld.

<http://www.broderbund.com/support/faqs/faq-riven.html>

GraphicConverter wordt 3.0 -- Lemke Software heeft GraphicConverter 3.0 uitgebracht. GraphicConverter is lange tijd een populair shareware geweest voor het manipuleren van afbeeldingen, gezien de grote hoeveelheid functies en de redelijkheid van de prijs (U.S. $35 of $30 afhankelijk van waar je woont; de prijs is ook beschikbaar in Duitse Marken). GraphicConverter 3.0 biedt talloze nieuwe conversiemogelijkheden (er kunnen 98 bestandstypen geïmporteerd worden en 38 geëxporteerd), het verwijdert vele bugs en heeft een browser die zowel thumbnails van afbeeldingen toont die opgeslagen zijn in een bepaalde folder als streamlines die met deze afbeeldingen werken. De nieuwe versie is verkrijgbaar als een 1.6 MB download van de Lemke Software Web site; in Seattle kregen we een kortere downloadduur en vonden we links naar een 3.0.1 update door middel van een van de GraphicConverter mirrors. [TJE]

<http://www.lemkesoft.de/us_gcabout.html>
<http://www.dailylevels.com/GC/GConverter.html>

Aanbevolen Updating voor IDE

door Geoff Duncan <geoff@tidbits.com>

De laatste weken heeft Apple twee belangrijke updates voor de Macs met ATA (IDE) harde schijven laten verschijnen. Mogelijk heb je een (of beide) van deze updates nodig om problemen te herstellen, die kunnen leiden tot verlies van data of de oorzaak zijn dat je Mac zijn harde schijf niet herkent met als gevolg het gevreesde "flitsende vraagteken" bij het opstarten van je machine. Al komen deze problemen niet vaak voor, het is beter om nu ellende te vermijden dan om later te worden gedwongen er wat aan te doen. Welke update je ook gebruikt, je hebt Disk Copy 6.1 -of beter- nodig (of Aladdin's ShrinkWrap 3.0) om de Apple schijf images te gebruiken.

<ftp://ftp.info.apple.com/Apple.Support.Area/Apple_SW_Updates/US/Macintosh/Utilities/Disk_Copy_6.1.3.sea.hqx>

Drive Setup 1.3.1 -- De uitgave die het grootste aantal mensen treft is Drive Setup 1.3.1, die een update is van de ATA (IDE) harde schijf driver. (Een driver is software die je computer gebruikt om met je harde schijf te communiceren). Je hebt Drive Setup 1.3.1 nodig als je een Performa hebt of een Power Macintosh in the 5400, 5500, 6400, of 6500 series, een Performa 6360, of een Twentieth Anniversary Mac.

<ftp://ftp.info.apple.com/Apple_Support_Area/Apple_SW_Updates/US/Macintosh/Utilities/Drive_Setup_1.3.1.img.hqx>

Drive Setup 1.3.1 doet update van je ATA (IDE) driver naar version 3.07. Heb je een van de bovenstaande machines en ben je er niet zeker van welke driver-versie je gebruikt, selecteer dan je harde schijf in de Finder, kies Get Info van het File Menu. De versie van the ATA (IDE) driver zal verschijnen in de "Waar" regel in het Get Info venster; als de versie lager is dan 3.07 heb je Drive Setup 1.3.1 nodig.

Updaten van je disk driver is nogal makkelijk en volledige instrukties staan in de Drive Setup 1.3.1 LeesMij. Zoals altijd moet je van je harde schijf een backup maken voordat je je driver of systeem software gaat updaten. Zodra je ge-updated hebt, vernietig dan iedere oudere versie van Drive Setup in je computer en vervang ze met Drive Setup 1.3.1.

<http://til.info.apple.com/techinfo.nsf/artnum/N22090>

Je kan Drive Setup 1.3.1 op iedere Apple harde schijf in een PowerPC of 68040 gebaseerde Macintosh gebruiken, echter niet toepassen in een PowerBook 150 of in sommige machines met een Macintosh Processor Upgrade Card. Zie de Drive Setup LeesMij (boven) voor volledige details.

1.2 GB Firmware Utility 1.1 -- Minder belangrijk is de 1.2 GB Firmware Utility 1.1. Deze update corrigeert een probleem in de firmware van een klein aantal 1.2 GB ATA (IDE) harde schijven. Heb je een schijf met kleinere of grotere capaciteit, dan hoef je je geen zorgen te maken over deze update.

<ftp://ftp.info.apple.com/Apple_Support_Area/Apple_SW_Updates/US/Macintosh/Utilities/Firmware_Utilities/1.2GB_Firmware_Utility_1.1.img.hqx>

Dit probleem betreft alleen de 1.2 GB ATA (IDE) drives met de firmware versie 1.37 of lager. Als je een 1.2 GB ATA (IDE) drive hebt, kan je de Device Information sectie van Apple System Profiler gebruiken (verkrijgbaar bij Apple en bevat recente versies van het Mac OS 8) om te bekijken welke versie gebruikt wordt.

<ftp://ftp.info.apple.com/Apple_Support_Area/Apple_SW_Updates/US/Macintosh/Utilities/Apple_Sys_Profiler_1.3.1.img.hqx>

De 1.2 GB Firmware Utility 1.1 komt als floppydisk-image, die opgestart kan worden; je moet een reële floppy-schijf maken van de firmware utility schijf-image. Zodra je de floppy-schijf gemaakt hebt moet je je Macintosh afzetten en alle externe SCSI apparatuur verwijderen, dan opnieuw starten vanaf de (niet op slot zijnde) firmware floppy-schijf. De floppy heeft een kleine applicatie ("ATA_Serial_Num") die je kan laten lopen om te zien of je firmware op je harde schijf een update nodig heeft. Zo ja, dan maakt het programma automatisch je firmware, anders vertelt het je dat een update niet nodig is. Volledige details zijn beschikbaar in het LeesMij bestand, en (zoals altijd!) maak een back up voordat je gaat updaten.

<http://til.info.apple.com/techinfo.nsf/artnum/N22102>


Spiegeltje, spiegeltje op Internet: QuickestMirror

door Fabrizio Oddone <fab@kagi.com>

Ben je wel eens zo'n URL tegengekomen?

<fab://info-mac.org?disk/disk -charmer-309.hqx>

Waarschijnlijk niet. Het is een nieuw Uniform Resource Locator (URL) schema, dat ontworpen is om de toegangssnelheid tot informatie die op verschillende servers is gerepliceerd, te verhogen. Met behulp van fab URL's kan je toegang krijgen tot een aantal identieke servers zonder uit te hoeven zoeken wat hun individuele URL's zijn. Hoewel de eerste implementatie alleen beschikbaar is voor de Macintosh, is het schema zelf niet aan een platform gebonden.

Doel -- Heb je ooit geprobeerd om een populair programma te downloaden van een Internet site waarbij je halverwege de verbinding verloor of je overdrachtssnelheid tot onaanvaardbare laagte zag zakken? Waarschijnlijk wel; vooral als je in een land woont waar Internet-toegang niet simpel en betrouwbaar is. In veel van die gevallen, als het je niet lukt om iets te downloaden, zijn er andere sites die precies dezelfde bestanden bevatten. In Internet-jargon heten deze sites mirror sites.

Als je een Macintosh-gebruiker bent heb je waarschijnlijk geprobeerd om een programma uit de Info-Mac archieven over te halen of software geschreven door Peter N. Lewis of om de laatste versie van Netscape Navigator te pakken te krijgen. In al deze gevallen zijn de bestanden die je hebben wil beschikbaar op vele mirror sites.

Maar wat heb je aan een mirror site als je niet weet welke je moet hebben? Het meest belangrijk is de netwerkprestatie, dus raden de meeste mensen je aan om een "mirror te kiezen die het dichtst bij jou is;" empirische bewijzen en wetenschappelijk onderzoek wijst echter uit dat dit advies niet altijd juist is. Het blijkt dat geografische nabijheid geen geldige indicatie geeft van hoe efficiënt een netwerk is. Deze en andere belangrijke resultaten zijn te vinden in een interessante publicatie van Mark E, Crovella en Robert L. Carter, die ik bij toeval ontdekte met AltaVista. Over deze publicatie later meer.

Hoe werkt het Fab systeem? Het fab-schema vertaalt een individuele fab URL naar een lijst met URL's. Een eenvoudige URL van een fab ziet er als volgt uit:

<fab://devworld.apple.com?develop>

Voorlopig hebben Internet-applicaties zoals Web browsers en e-mail-pakketten geen flauw idee van wat een fab URL is, en ze zullen dus een helper applicatie (gedefiniëerd in bijvoorbeeld Internet Config) opstarten die met het onbekende URL type kan omgaan. Die helper applicatie is QuickestMirror, een kleine applicatie die een lijst met URL's voor elke fab URL heeft.

<http://www.kagi.com/authors/fab/qm.html>

De meeste Internet applicaties ondersteunen Internet Config, hoewel de mate van ondersteuning nogal varieert. Netscape Navigater bijvoorbeeld heeft een AppleScript-handigheidje nodig om QuickestMirror fab URL's te laten afhandelen, zoals deze:

    tell application "Netscape Navigator"
      register protocol "QMir" for protocol "fab"
    end tell
(In theorie kan je dit script in Apple's Script Editor plaatsen en het een keer draaien, maar soms vergeet Navigator welke protocols het geregistreerd heeft. Als dat gebeurt, kijk dan eens naar Stefan Anthony's Netscape Preferences Fix.)

<http://antioch-college.edu/~stefan/netscapepreferencesfix.html>

Als je op een fab URL klikt, geeft de Internet applicatie deze door aan QuickestMirror, en maakt aan de hand van een eigen locale URL lijst een lijst zoals deze:

<http://devworld.apple.com/develop/ >
<http://devworld.euro.apple.com/develop/>

De lijst met URL's die QuickestMirror toont is dynamisch, omdat het de bedoeling is om je de beste mirror te geven voor elk geval. Snelle, of beter toegankelijke sites komen boven drijven omdat QuickestMirror zichzelf aanpast aan jouw netwerk connectiviteit.

En dat is de grootste winst van het fab URL-idee: als je een fab URL aanklikt, zoekt QuickestMirror de site op die het best antwoord geeft, maakt een URL van die site, en geeft deze aan je Web browser of FTP software door.

Waar wordt de URL lijst opgeslagen? De huidige implementatie van QuickestMirror slaat de URL lijst lokaal op, in QuickestMirror zelf. Dit ontwerp heeft een paar voordelen. Ten eerste, lokaal opslaan vergt geen extra software op de server, waardoor adoptie van dit idee sneller kan lopen. Ten tweede, lokale opslag voorkomt beveiligingsproblemen in het ophalen van lijsten van mirror sites op het Internet.

Het is redelijk eenvoudig een techniek te ontwerpen om de lokale lijst met mirrors bij de tijd te houden. Bijvoorbeeld, een lijst met mirror sites zou beschikbaar kunnen worden gemaakt op het topniveau van de site die fab URL's gebruikt. Op deze manier kun je de URL lijst bij de tijd houden middels het fab schema zelf - dat wil zeggen, deze speciale bestanden gaan deel uit maken van de mirrors, en worden op alle deelnemende Internet sites verspreid. Daarna, als je verbinding maakt met een site via een fab URL, controleert QuickestMirror of de file die deze site heeft gewijzigd is, en als dat zo is, wordt de lokale lijst gesynchroniseerd met de wijzigingen.

De Crovella-Carter Publicatie -- De Crovella-Carter publicatie die we eerder noemden vergt kennis van wiskunde en statistiek, dus ik vat de conclusies hier kort samen.

<http://cs-www.bu.edu/faculty/crovella/paper-archive/hpcs95/paper.html>

QuickestMirror heeft een dynamische strategie die nimmer een onredelijke last legt op servers.

Aangeraden leesvoer -- Voor een uitgebreider begrip van deze materie raad ik het lezen aan van RFC 1738 (Uniform Resource Locators).

<fab://ds.internic.net/rfc?rfc1738.txt>
<ftp://ds.internic.net/rfc/rfc1738.txt>

Meer informatie over QuickestMirror, en het fab URL principe, is ook beschikbaar.

<http://www.kagi.com/authors/fab/qm.html>
<http://www.kagi.com/authors/fab/faburlscheme.html>

Als laatste wees Walter Ian Kaye me op een document dat een Virtuele Server protocol beschrijft waardoor gebruikers automatisch de minst belastte server uit een lijst van alternatieven plukt die voor een bepaalde service beschikbaar zijn. Met dit protocol hoeven Internet gebruikers ook niet langer af te weten van mirror servers die voor een bepaalde dienst beschikbaar zijn.

<fab://ds.internic.net/internet-drafts?draft-jeya-virtual-server-00.txt>
<ftp://ds.internic.net/internet-drafts/draft-jeya-virtual-server-00.txt>

Mirrors Opgelost -- Het valt niet te ontkennen dat het bijhouden van een mirror van populaire Internet sites een sterk concept is. Het heeft in het verleden goed gewerkt voor sites zoals Info-Mac, en het lijkt in de toekomst zeker ook goed te werken, zeker als het Internet uitbreidt, en de behoefte aan stabiele centrale diensten toeneemt. Met die groei komt ook de noodzaak voor gereedschap zoals het fab URL principe, QuickestMirror, en het Virtuele Server protocol om er voor te zorgen dat mirrors beter toegankelijk worden, en gemakkelijker te gebruiken.

[Fabrizio Oddone is software ontwikkelaar en de auteur van QuickestMirror.]

Verbeterde Typografie; binnenkort in dit theater

door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>

Ondanks de vele voordelen die zijn verbonden aan het elektronisch verspreiden van tekst en beeld -verhoudingsgewijs goedkoop, groot potentieel publiek, onmiddellijke beschikbaarheid van het te publiceren materiaal- maken nog steeds verbazend veel mensen papieren afdrukken van hun e-mail en Web-pagina's. De elektronische revolutie zou ons nu juist verlossen van de noodzaak onze informatie te verspreiden op een enorme hoeveelheid velletjes gemaakt van dode gehakte bomen, maar toch blijven veel mensen rondlopen met hun armen vol print-outs. Waarom toch? Omdat het lezen van tekst op een scherm moeilijk en soms zelfs pijnlijk blijft.

Iedereen die grote hoeveelheden tekst vanaf een computerscherm moet lezen, is vertrouwd met de rode ogen en de spanning die daar het gevolg van zijn. Volgens schattingen behandelen optometristen zo'n tien miljoen gevallen van overbelaste ogen per jaar. Tot voor kort waren de mogelijkheden om de weergave van de teksten op het scherm te verbeteren beperkt. Nu steeds meer mensen steeds meer tijd besteden aan het lezen van Web-pagina's, begint het probleem op nieuwe manieren en met behulp van nieuwe technologieën benaderd te worden.

Geen tijd voor Times -- Ik zeg het voor eens en altijd: 12-punts Times is een waardeloos lettertype om van een scherm te lezen. De meeste Web browsers gebruiken het als het standaard lettertype, en het ziet er misschien prachtig uit als het wordt afgedrukt, maar het bezorgt miljoenen mensen hoofdpijn en moeie ogen als het van een scherm wordt gelezen. Om hieraan tegemoet te komen beginnen bedrijven eindelijk "scherm-vriendelijke" lettertypen te ontwikkelen die speciaal zijn ontworpen voor weergave op monitors. Zo hebben bijvoorbeeld Adobe en Bitstream net (voor $50) een set Web-lettertypen op de markt gebracht, waartoe onder andere Myriad Web, Minion Web en Caflish Web behoren; de typografiepagina van Microsoft op het Web biedt de mogelijkheid om gratis lettertypen als Georgia, Verdana en Trebuchet te downloaden (ze worden ook gebundeld met de nieuwe versies van Windows en Internet Explorer). [Ik zet tegenwoordig graag het standaardlettertype van mijn browser op Comic Sans MS, nog een gratis Microsoft lettertype. -Tonya];

<http://www.microsoft.com/typography/>
<http://www.adobe.com/prodindex/webtype/details.html>

Goede alternatieven zijn de eerbiedwaardige "stedenlettertypen" van Apple, zoals Monaco, Chicago, New York (mijn lievelingsfont), Geneva, en - de naamgevingsregels aan zijn laars lappend - Charcoal, dat met MacOS 8 meegeleverd wordt. De meer recente versies van Adobe Type Manager (ATM), een programma waar al heel lang niemand die regelmatig PostScript fonts gebruikt zonder kan, bieden de mogelijkheid om direct de scherm-lettertypen te anti-aliasen, waardoor het rafelige voorkomen van bitmap-fonts wordt vermeden (hierover later meer).

<http://www.adobe.com/prodindex/atm/main.html>

Typen lettertypen -- Het MacOS maakt op dit moment gebruik van drie soorten lettertypen: bitmap, PostScript en TrueType. Bitmaps zijn heel kleine afbeeldingen die uitsluitend bestaan uit de pixels die op het scherm moeten worden weergegeven. Hoewel ze het minst handig zijn als er moet worden afgedrukt, zijn ze bij uitstek geschikt voor schermweergave, omdat ze zijn ontworpen voor de schermresolutie van 72 punten per inch en omdat computers ze erg snel op het scherm kunnen tonen. Bitmap-fonts huizen gewoonlijk in de letterkoffertjes die verspreid staan in de map "Lettertypen" binnen de Systeemmap. Als je daar wat in rondneust, blijkt al snel dat bitmaps er slechts in een paar lettergrootten zijn; daarom zul je er meestal verschillende binnen een koffertje aantreffen. Weliswaar kan het MacOS niet aanwezige grootten van bitmap-fonts op het scherm tonen, maar het resultaat ziet er meestal niet uit, omdat de computer in feite een vervormde versie vertoont van de kleinere lettergrootte die wèl is geïnstalleerd.

PostScript fonts (ook wel aangeduid als Type 1 of Type 3 fonts) zijn ontwikkeld door Adobe en kwamen beschikbaar voor de gebruikers van de Macintosh toen de eerste LaserWriters op de markt verschenen. Anders dan bitmap-fonts zijn PostScript lettertypen "resolutie-onafhankelijk", omdat de omtrek van elk teken dat tot het lettertype behoort wordt beschreven in wiskundige termen. Die beschrijvingen kunnen naar elke resolutie worden vertaald die het uitvoerapparaat aankan, of dat nu een laserprinter, fotozetter of monitor is. Die vertaalslag kan zowel gemaakt worden door een PostScript interpreter in de computer of printer, of door - zoals meestal op Macs gebeurt - ATM om een schermafbeelding te krijgen. Echter, op de hard disk is naast het PostScript font ook een bitmapversie opgeslagen in een aantal veel voorkomende grootten, omdat deze geoptimaliseerd zijn voor schermweergave en snel getoond kunnen worden.

Het laatste type font, TrueType, is eveneens resolutie-onafhankelijk en net als bij PostScript worden vaak lettertypen als bitmap meegeleverd voor een snelle schermweergave. TrueType is ontwikkeld door Apple en Microsoft (TrueType letters worden dan ook al jaren meegeleverd bij het MacOS en bij Windows) en zorgt ervoor dat zowel op het scherm als op papier in hoge resolutie kan worden weergegeven zonder dat daarvoor een PostScript interpreter of ATM nodig is. StyleWriters en andere niet-PostScript printers kunnen dan ook een hoge afdrukkwaliteit van tekst bereiken met gebruikmaking van TrueType lettertypen. Hoewel de toepassing van TrueType op Macs en PC's wijdverbreid is, komen we het nauwelijks tegen in de grafische wereld, omdat het niet wordt ondersteund door veel printers en zet-apparatuur uit het duurdere marktsegment.

Een hint voor iets beters -- Waarom is het lezen van tekst vanaf het scherm dan toch zo'n bezoeking, ondanks de beschikbaarheid van al deze technologie? Dat heeft veelal te maken met het feit dat de aandacht vooral is gericht op het printen; nadat ATM de rafels van de letters op het scherm had weggenomen, was de tekst leesbaar genoeg om ermee te werken in tekstverwerkers en opmaakprogramma's. De makers van letters concentreerden zich op het ontwerpen van nieuwe lettertypen die er vooral op papier goed uit moesten zien, omdat ze wisten dat het meeste lezen van papier gebeurt. Dit betekent niet dat de schermletters werden verwaarloosd - er wordt veel moeite gedaan om zwaarte, spatiëring en karakter van bitmaps te laten overeenstemmen met de PostScript-versie. Toch heeft daarbij de nadruk steeds gelegen op gelijkenis van papieren letter en schermletter, meer dan op leesbaarheid van de schermletter.

Om een lettertype zo geschikt mogelijk te maken voor het bekijken vanaf het scherm, besteden ontwerpers veel aandacht aan dingen als hints en afstand tussen letterparen. Een vergelijking van Times en Georgia bijvoorbeeld leert dat de spatiëring van Georgia het beter leesbaar maakt. Geen enkele letter wordt tegen een andere aan gedrukt of staat idioot ver van zijn buurman af, wat vaak wel het geval is als de Mac zelf bitmaps moet genereren van letters (vooral bij afwijkende grootten als 13 en 15 punts).

Een ander belangrijk aspect is de duidelijkheid van de x-hoogte van een lettertype, de hoogte van letters als x, a of e. Als de pixels in de bocht van een "e" of van een "a" te dicht op elkaar komen te staan, moeten je ogen meer moeite doen om de woorden te onderscheiden, wat snel tot vermoeidheid aanleiding geeft. Woorden als "faeries" of "earwax" kunnen het leesproces danig verstoren als de letters niet duidelijk gevormd zijn.

Anti-Aliasing Zorgt Voor Onscherpe Helderheid -- Het gebruik van Web lettertypes is waarschijnlijk je beste optie voor leesbare tekst; desalniettemin zijn slechts een dozijn lettertypes op dit moment geoptimaliseerd voor het gebruik op het scherm. Bovendien heb je misschien net zoals ik al een ontelbare hoeveelheid lettertypes geinstalleerd en wil je misschien niet nieuwe soorten installeren (of misschien kun je het je wel niet veroorloven).

Als oplossing zijn software-ontwikkelaars gekomen met manier om lettertypes op het scherm te 'anti-aliassen'. Dit is een methode om de scherpe randjes van een lettertype af te halen door de pixels van een letter over te laten gaan in de achtergrondkleur waartegen de letter gepresenteerd wordt. ATM 4.0 heeft een Smooth Font Edges on Screen optie; het shareware programma SmoothType heeft eveneens deze mogelijkheid. Het nadeel hiervan is echter dat tekst met letters op kleine groottes nogal eens vaag of onscherp overkomt, wat ook tot oogklachten kan bijdragen.

<http://greg.math.harvard.edu/smoothtype.html>

In de Praktijk Brengen -- Er zijn een aantal dingen die ke kunt doen om je lettertypes in te stellen voor het lezen op het scherm. Als je de Mac al een tijdje gebruikt, ben je misschien wel uitgekeken op de verschillende lettertypes met stadsnamen die ik eerder noemde. Als dat het geval is, beveel ik je van harte aan om eens met Charcoal te spelen of de verzamelingen fonts zoals die van Microsoft en Adobe.

Als je Mac OS 7.x draait op je Mac, kan je een scherm-vriendelijker font voor je bureaublad instellen door een lettertype te kiezen in het Weergaven regelpaneel. Bij het gebruik van Mac OS 8 kies je voor Voorkeuren uit het Wijzig menu van de Finder om de lettertypes van bestands- en mapnamen te veranderen; kies een lettertype uit het Uiterlijk regelpaneel om het lettertype in het menu en de diverse dialoogvensters aan te passen.

Het selecteren van een nieuw standaard lettertype voor een Web browser komt overeen met het instellen van de klok op je videorecorder: iedereen kan het doen, maar maar weinigen doen het ook echt. Om je van dit stereotype te onderscheiden kun je een scherm-vriendelijk lettertype selecteren in het Taal/Lettertype venster van de Voorkeuren-dialoog van Internet Explorer, of een ander lettertype kiezen in de dialoog van de Algemene Voorkeuren van Netscape Navigator. Als je deze voorkeuren instelt, zou je tevens de standaard home page op iets anders in kunnen stellen, zoals:

<http://www.tidbits.com/>

De Toekomst van Lettertypes -- Zelfs als je het standaar lettertype van je browser hebt veranderd, hebben veel Web sites vandaag de dag andere lettertypes ingesteld door het gebruik van de <FONT> tag of Cascading Style Sheets, alhoewel je normaal gesproken ook in kan stellen of je browser hier naar moet luisteren of niet. Het is echter wel gebruikelijk geworden onder Web ontwerpers om alleen die paar lettertypes te gebruiken die bij zowel het Mac OS als Windows geleverd worden, wat ervoor zorgt dat een bepaald gewenst effect (zoals bijvoorbeeld het gebruik van een sans-serif lettertype in plaats van een serif lettertype) in de meeste browsers zal werken.

Twee technologieÎn steken nu de kop op die je browser in staat zullen stellen om lettertypes te downloaden wanneer ze nodig zijn: OpenType en TrueDoc. In feite zal OpenType een combinatie zijn van PostScript en TrueType kenmerken, alhoewel het op dit moment alleen TrueType ondersteunt. Het voordeel voor het Web is echter dat het OpenType embedding toestaat, terwijl de informatie over de lettertypes wordt opgeslagen op een Web site en toegankelijk is voor je browser, net zoals plaatjes en tekst kan worden gedownload en bekeken. Tevens wordt rekening gehouden met zorgen van bedrijven die lettertypes ontwikkelen, doordat OpenType lettertypes beveiligd kunnen worden met een "embedding bit" wat ingesteld kan worden als No Embedding, Installable, Editable, en Print and Preview. Op het moment dat dit artikel geschreven wordt is er echter een lek in dit mechanisme ontdekt in de Windows versie van Internet Explorer 4, die gebruikers in staat stelt om lettertypes van een site te halen om ze op hun eigen computer te gebruiken.

<http://news.i-us.com/wire/wire.htm >

De TrueDoc technologie van Netscape en Bitstream (ook bekend als Dynamic Fonts) heeft een analoge benadering als het gaat om het incorporeren van informatie over lettertypes, maar in plaats van toegang te geven tot een lettertype-object op de Web site zelf, stuurt het een Portable Font Resource bestand wat alleen die informatie bevat die nodig is om de gebruikte karakters in het lettertype correct weer te geven. Een kenmerk met de naam direct rendering zorgt ervoor dat de tekst alleen gebruikt wordt in het venster van de browser en niet op de harde schijf van de gebruiker opgeslagen wordt.

<http://www.bitstream.com/truedoc.htm >

Beide benaderingen bieden bovenop veiligheidsmaatregelen om het misbruik van lettertypes tegen te gaan ook technieken om de informatie over de lettertypes flink te comprimeren, en de tijd die het kost om te downloaden te minimaliseren (Microsoft has claimt compressie-winsten van 75 tot 99 procent in sommige gevallen).

Precies Mijn Type -- Eén van de meest zichtbare resultaten van de Macintosh en de computer-revolutie is de mogelijkheid geweest om duizenden verschillende beschikbare lettertypes in documenten te gebruiken. Langzamerhand komt deze mogelijkheid ook beschikbaar op het Web en een scherm bij u in de buurt, zonder dat je hierbij rood doorlopen ogen hoeft te krijgen.


Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en Websites mogen artikels overnemen of een HTML link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We garanderen de precisie van de artikels niet. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering