Vorige aflevering | Search TidBITS | Volgende aflevering
TidBITS English | TidBITS Nederlands

TidBITS Logo

TidBITS#1233, 28 juli 2014

Apple heeft opnieuw een recordwinst genoteerd, maar veel interessanter is dat de firma de openbare bètaversie van OS X 10.10 Yosemite heeft vrijgegeven. Als je Yosemite wilt verkennen: Joe Kissell heeft de ultieme gids om het te installeren samengesteld: "Take Control of Beta Testing Yosemite", die we aanbieden voor welke prijs je maar wilt betalen. Voor TidBITS-leden hebben we ook hoofdstuk 8, "Mail Services" van Charles Edges "Take Control of OS X Server". Aardappelsalade vormde een verrassende klapper op Kickstarter waardoor Glenn Fleishman zich afvroeg of we met meer grapcampagnes overspoeld worden. Apple en IBM hebben een overeenkomst gesloten om iOS-apparaten in het bedrijf op te nemen en systeembeheerder Andrew Laurence voegt zich bij ons om de gevolgen hiervan te onderzoeken. Amazon hoopt met zijn Fire-telefoon de mobiele ruimte te verlichten, maar biedt die wel iets nieuws? Ojeda-Zapata nam de telefoon onder de loep. In de FunBITS van deze week geeft Adam Engst zijn kijk op Strava: een sociaal netwerk voor fitnessfanaten. Vermeldenswaardige software-uitgaven van deze week zijn TinkerTool 5.3, Default Folder X 4.6.8, Audio Hijack Pro 2.11.0, Nicecast 1.11.0, Airfoil 4.8.7, Piezo 1.2.5 en Marked 2.3.
 
Artikelen
 

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.

Er is ook een iPhone-versie van TidBITS-NL op <http://nl.tidbits.com/TidBITS-nl-1233i.html>
En als je de volgende koppeling opneemt als bladwijzer in Safari op je iPhone, iPad of iPod touch, heb je altijd de nieuwste aflevering:
<http://nl.tidbits.com/TidBITS-nl-i.html>


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<de contactpagina>


"Take Control of Beta Testing Yosemite" zegt het helemaal

  door Joe Kissell: joe@tidbits.com, @joekissell

[vertaling: PAB]

Op de Worldwide Developers Conference, afgelopen maand, kondigde Apple OS X 10.10 Yosemite aan (zie Apple stelt iOS 8 en OS X Yosemite voor op WWDC", 2 juni 2014). Leden van Apples Mac Developer Program kregen een vroege toegang tot een pre-versie van het nieuwe besturingssysteem, en Apple begon met het registreren van aanmeldingen ervoor van het grote publiek. Die openbare bèta (een iets latere versie dan Developer Preview 4, eerder verleden week uitgekomen) is nu beschikbaar. En dus ook een nieuw Take Control-boek over het bètatesten van Yosemite!

De openbare Yosemite-bèta -- De openbare bètaversie van Yosemite is beschikbaar voor de eerste miljoen mensen die zich ervoor intekenen op de OS X Beta Program-pagina, die Apple in juni beschikbaar stelde. Op het moment van publicatie, accepteerde de site nog steeds nieuwe inschrijvingen, maar het zou me niet verbazen als de grens van een miljoen gebruikers snel bereikt is. (Dit programma staat los van Apples eerdere, hoewel vergelijkbare, zaaiprogramma voor Mavericks. Als je je daarvoor ingeschreven had, moet je je toch nog apart hiervoor inschrijven.)

Aangenomen dat je je al geregistreerd had, moet je je aanmelden op je account op die pagina voor de speciale verzilvercode voor de App Store, die je op zijn beurt in staat stelt de Yosemite-bèta te downloaden. (Apple heeft op de dag dat de openbare bèta uitgekomen was ook e-mailberichten met instructies verstuurd aan deelnemers, maar als je je nu aanmeldt, is het onduidelijk hoe lang je moet wachten op deze e-mail.)

Bètatesters kunnen gaan genieten van de opwinding van het werken met de allernieuwste functies in Yosemite en de aangepaste interface ervan, zien hoe hun favoriete programma's en functies werken (of niet werken) in Yosemite en zich voorbereiden op de uitrol van Yosemite, later dit jaar. Maar Apple waarschuwt dat een aantal functies nog niet klaar zijn, dat sommige nieuwe functies iOS 8 vereisen en dat de Yosemite-bèta misschien "fouten of onnauwkeurigheden" bevat, oftewel bugs. Omdat het doel van bètatesten het vinden en oplossen van bugs is, bevat de Yosemite-bèta een programma genaamd Feedback Assistant, dat het makkelijk maakt problemen die je tegenkomt te rapporteren. De app verstuurt Apple ook diagnostische informatie over jouw Mac om te helpen de oorzaak van de misdragingen te lokaliseren.

Take Control of Beta Testing Yosemite -- Apple heeft sinds 2001 geen openbare bèta van een besturingssysteem meer uitgebracht, dus dit is groot nieuws. Hoewel de eerdere pre-versies voor de ontwikkelaars redelijk stabiel waren, verwacht ik dat een flink aantal van de één miljoen Yosemite-bètatesters er inspringen zonder een goed beeld te hebben waar ze aan beginnen en zonder de juiste voorbereiding. Waarna ze er later spijt van zullen hebben. Omdat ik sinds 10.3 Panther boeken schrijf over het upgraden van Mac OS X, wilde ik ook wat richtlijnen geven over deze bèta.

Hoewel mijn "Take Control of Upgrading to..."-boeken risicomijdende gebruikers aanspreken die gedetailleerde instructies willen, is de soort persoon die de Yosemite-bèta installeert waarschijnlijk juist tegenovergesteld. Iemand die technisch meer bedreven is, iemand die graag sleutelt en die geen bezwaar heeft (of de noodzakelijke voorzorgsmaatregelen genomen heeft) tegen de risico's die horen bij voor-uitgaven van software. En daarom, voor jullie vroege vogels, heb ik "Take Control of Beta Testing Yosemite" geschreven, met de volledige details over het voorbereiden op, installeren en testen van de Yosemite-bèta. Als je een bètaversie van OS X wilt gaan installeren, dan moet je het goed doen. Dit boek helpt je problemen te vermijden.

Het boek legt ook het belangrijke proces van het rapporteren van bugs uit, waar je naar uit moet kijken in de Yosemite-bèta en hoe je kunt down- of upgraden als je klaar bent met de bèta. Het beschrijft ook geavanceerde technieken zoals het installeren van de bèta in een virtuele machine (en met welk virtualisatie-programma) of met gebruik van SuperDupers functie Sandbox om documenten en gegevens gesynchroniseerd te houden tussen de Yosemite-bèta en je Mavericks-installatie.

De openbare Yosemite-bèta zal maximaal een paar maanden meegaan, wat betekent dat dit boek een kort leven beschoren is, maar het kan updates krijgen om bij te blijven met veranderingen in toekomstige bèta's. Dus hebben we het gepubliceerd via Leanpub, dat was gemaakt voor snelle uitgaven. Hadden we onze traditionele methode gebruikt, dan was het niet gelukt het boek te publiceren op de dag dat de openbare bèta vrijgegeven was (inclusief last-minute wijzigingen dezelfde ochtend!). En dan waren we niet in staat om snel te reageren op nieuwe versies. Als je het boek koopt, kan je de pdf-, epub- en Mobipocket-versies downloaden. Deze zullen er grotendeels uitzien en functioneren als elke Take Control-titel, behalve dat je de boeken en hun updates verkrijgt via het Leanpub-systeem.

We proberen ook met de prijzen wat andere dingen uit: we hebben de adviesprijs voor dit 51 pagina's tellende e-boek op $ 5 gesteld, maar je kan betalen wat het jou waard is. Meer of minder dan de adviesprijs of zelfs niets. (En als je het voor niets krijgt en later alsnog wilt betalen, kan je altijd een ander exemplaar kopen.) Genereuze bijdragen zullen natuurlijk, los van het kopen van meer iPad-games voor de kinderen, een enorme aanmoediging zijn voor het maken van dit soort ongebruikelijk boeken in de toekomst. Maar alsjeblieft, niet meer dan $ 500, tenzij je wilt dat ik de bèta bij je thuis installeer en daar een show van maak.

Voor hen die niet geneigd zijn risico's te nemen met bètasoftware, maak je geen zorgen: ik werk al aan "Take Control of Upgrading to Yosemite", waarover we in een maand of twee meer te zeggen hebben.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Resultaten Apple Q3 2014 vertonen hoogste WPA in zeven kwartalen

  door Adam C. Engst: ace@tidbits.com, @adamengst, Michael E. Cohen: mcohen@tidbits.com, @lymond

[vertaling: JWB]

Apple heeft een winstmededeling gedaan voor bijna alle producten voor het derde fiscale kwartaal van 2014. Met een recordkwartaalomzet in juni van 37,4 miljard dollar en netto opbrengsten van 7,7 miljard ($ 1,28 per verdund aandeel), is de winst van het bedrijf ongeveer 20 procent gestegen vergeleken met hetzelfde kwartaal een jaar geleden, en is de bruto marge 39,4 procent vergeleken met 36,9 procent. Sommige zakelijke analisten waren teleurgesteld, omdat ze voorspeld hadden dat Apple 38 miljard dollar zou binnenhalen, hoewel de bruto marge-percentages iets hoger dan de verwachting van de analisten waren. Internationale verkopen waren goed voor 59 procent van de kwartaalomzet, en het bedrijf heeft nu 164,5 miljard dollar cash geld in de kluizen. Apple keert een dividend uit van $ 0,47 per aandeel.

In het persbericht waarin de resultaten bekend werden gemaakt, zei Apples algemeen directeur Tim Cook: "Onze recordkwartaalomzet in juni was met name te danken aan sterke verkopen van de iPhone en de Mac en de blijvende winstgroei van het Apple-ecosysteem, met als gevolg onze hoogste groei van de WPA (winst per aandeel) in zeven kwartalen. We zijn ongelofelijk enthousiast over de aanstaande verschijning van iOS 8 en OS X Yosemite, alsmede over andere nieuwe producten en diensten waarbij we nauwelijks kunnen wachten om die te introduceren". Maar Apple zal wachten, uiteraard.

Voordat hij in de verkoopcijfers dook, gebruikte Cook de opening van de telefonische vergadering om een opsomming te geven van Apples werk aan Yosemite, iOS 8, CarPlay, Swift, HealthKit en HomeKit. Het was een samenvatting in 5 minuten van de aankondigingen op Apples Worldwide Developer Conference.

iPhone-verkopen waren bijna 13 procent gestegen ten opzicht van hetzelfde kwartaal vorig jaar, met 35,2 miljoen stuks die gedurende het kwartaal naar de consument gingen, vergeleken met 31,2 miljoen stuks vorig jaar. De verkopen waren gegroeid voor alle iPhone-modellen die Apple aanbiedt.

Apple verkocht ook 13,3 miljoen iPads, een afname van 9 procent ten opzicht van de 14,6 miljoen stuks vorig jaar, wat analisten ook teleurstelde. "De iPad-verkopen voldeden aan onze verwachtingen, maar wellicht niet aan de uwe", liet Cook de deelnemers aan de telefonische vergadering weten. iPads zijn goed voor bijna 80 procent van de tablet-aankopen, stelde hij vast. iPad-verkopen waren 51 procent gestegen in China en 46 procent in India, waarmee lagere iPad-verkopen in eigen land werden gecompenseerd. iPads domineren tevens 85 procent van de Amerikaanse onderwijsmarkt.

Ondanks de lagere iPad-cijfers was Cook tijdens de vragenronde optimistisch over de tabletbranche in het algemeen, waarbij hij vaststelde dat tablets door de bank genomen slechts een penetratie van 20 procent in de zakenwereld hebben, vergeleken met een penetratie van 60 procent voor notebook-computers. Hij gelooft dat de tablet op lange termijn de pc in het bedrijfsleven zal overnemen, en dat verklaart gedeeltelijk waarom Apple onlangs een partnerschap smeedde met IBM (zie "ITbits: IBM MobileFirst in (Apples bedrijfsleven-)context geplaatst", 22 juli 2014).

Mac-verkopen zorgden voor bijna net zoveel omzet als iPad-verkopen, met 4,4 miljoen stuks die samen 5,5 miljard dollar opleverden, vergeleken met de 5,9 miljard van de iPad. Belangrijker nog is het feit dat Mac-verkopen maar liefst 18 procent waren toegenomen ten opzichte van hetzelfde kwartaal vorig jaar, wat in het bijzonder een indrukwekkend cijfer is in de personal-computerwereld, waar volgens Apple de verkopen gemiddeld 2 procent waren gedaald. De verkoopgroei van de Mac werd gedreven door draagbare computers, met name de MacBook Air, en Macs hebben hun globale marktaandeel in 32 van de laatste 33 kwartalen vergroot.

Cook stond ook stil bij de iTunes/Software/Diensten-regel in het financiële verslag, waarbij hij vaststelde dat de kracht van de App Store er verantwoordelijk voor was dat de omzet in die categorie 12 procent was toegenomen ten opzichte van het derde kwartaal vorig jaar tot 4,5 miljard dollar. In het algemeen wees Apple erop dat app-ontwikkelaars 20 miljard dollar hebben verdiend via de App Store, waarvan bijna de helft in de afgelopen 12 maanden.

Hoewel de meeste van Apples vooruitlopende stellingen zich richtten op specifieke financiële begeleiding, maakte Cook er een punt van om te spreken over de overname van Beats (zie "Apple koopt Beats voor 3 miljard dollar", 28 mei 2014) en het partnerschap met IBM. In antwoord op een vraag van een analist, zei Cook dat overnames en partnerschappen geen doel op zichzelf zijn, maar beter mogelijk zijn dankzij Apples sterke leidinggevende team.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Hoofdstuk 8 van "Take Control of OS X Server" nu beschikbaar

  door Adam C. Engst: ace@tidbits.com, @adamengst

[vertaling: HR]

Mijn verontschuldigingen voor de vertraging bij het uitgeven van dit volgende hoofdstuk van Charles Edges "Take Control of OS X Server": Tonya en ik waren op vakantie. Maar we zitten weer achter onze Macs, en hoofdstuk 8, "Mail Services", staat voor je klaar.

Dit was een pittig hoofdstuk. Niet omdat het aanzetten van mailservices in OS X Server moeilijk is, maar omdat we ernstig aanraden om het niet te doen. Dat "we" betreft zowel Charles (die zijn klanten mailservices van OS X Server afraadt) als mijzelf. Ik heb jarenlang mailservers op verschillende tidbits.com-platformen gedraaid, en de beste beslissing die ik ooit heb genomen was om te stoppen met het aanbieden van inkomende mail aan lokale gebruikers. (Alle individuele tidbits.com-adressen worden nu doorgezet naar een of andere e-mailprovider.)

Waarom? Eenvoudig gezegd is het e-mail-ecosysteem een slagveld, waarin woeste hordes van spammers onophoudelijk zoveel mogelijk naar je server smijten. Om een mailserver 24/7 in de lucht te houden (wat alle gebruikers willen) is een ondankbare taak, die beter kan worden uitbesteed aan een bedrijf dat ervoor ingericht is. Je wilt niet om vier uur in de ochtend, vlak voordat je op vakantie gaat, bezig zijn met problemen op je mailserver, of erger, terwijl je weg bent op afstand de zaak weer aan de praat moeten zien te krijgen. Zelfs de aardigste gebruikers worden narrig als mail uitvalt.

Charles en ik hebben niettemin de moeite gedaan om uit te leggen wat nodig is als je je eigen mailserver wilt draaien, en hoe je mailservices aanzet in OS X Server. We besteden vooral aandacht aan wat de mail-instellingen van OS X Server eigenlijk doen. Zelfs als je uiteindelijk geen gebruik maakt van mailservices, dan hoop ik dat het hoofdstuk van Charles inzicht geeft in wat er speelt en waarom het een veel ingewikkelder taak is dan het lijkt.

We raden iedereen aan om de eerste twee hoofdstukken van "Take Control of OS X Server" te lezen om een indruk te krijgen van het boek. Alle volgende hoofdstukken zijn op dit moment alleen beschikbaar voor TidBITS-leden. Als je al lid bent van het TidBITS-lidmaatschapsprogramma, log dan in op de TidBITS-site met het e-mailadres waarmee je lid bent geworden. Het complete e-boek "Take Control of OS X Server" zal als het af is voor iedereen te koop zijn als PDF-, EPUB- en Mobipocket- (Kindle-)bestand. Gepubliceerde hoofdstukken zijn:

Het beschikbaar maken van dit boek voor TidBITS-leden terwijl het wordt geschreven is een van de manieren waarop we de leden bedanken voor hun steun. We hopen ook dat het degenen onder jullie die TidBITS al jaren gratis lezen aanmoedigt om ons te helpen door te gaan met het publiceren van professioneel geschreven en geredigeerde artikelen. Voor meer informatie over ons lidmaatschapsprogramma, zie "Steun TidBITS in 2014 via het TidBITS-lidmaatschapsprogramma" (9 december 2013).

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Aardappelsalade gaat op Kickstarter viraal

  door Glenn Fleishman: glenn@tidbits.com, @glennf
  1 reactie (Engelstalig)

[vertaling: HR]

Zack Browns Kickstarter-project voor de financiering van een aardappelsalade is overgoten met emmers virtuele inkt, plus eindeloze tweets, Facebook-berichten, Tumblr-bijdragen en wat dies meer zij. Sommige mensen waren boos en vonden het een ongepaste grap, met zoveel hongersnood in de wereld.


Maar niets wijst erop dat Brown erop uit was om degenen zonder voedsel belachelijk te maken. Hij maakte slechts een grap, en zoals zo vaak op het internet groeide het van een glimlach naar een schaterlach. Meer dan 6.500 mensen trokken hun creditkaart om het project nog grappiger te maken door het te laten groeien. Een bord met aardappelsalade is niet amusant. Een heel hockeyveld vol wel.

Het succes van Brown leidde tot een leger van imitatoren. Honderden campagnes beloven aardappelsalade, macaronisalade, een burrito ("omdat niemand aardappelsalade wil") enzovoort. Maar in tegenstelling tot het project van Brown heeft de overgrote meerderheid van deze navolgers geen financiering ontvangen.

Het grote aantal geldgevers voor de grap van Brown doet mij denken aan The Million Dollar Homepage, een slimme site die in 2005 werd gemaakt door Alex Tew, een toen 21-jarige inwoner van Wiltshire, Engeland. Hij verkocht pixels voor 1 dollar per stuk in een minimum aantal van 10 bij 10 (100 dollar) voor grafische advertenties waarvan hij garandeerde dat die actief zouden blijven tot tenminste 26 augustus 2010. De pagina is er nog steeds, en heeft veel van de sites die erop adverteerden overleefd.

Na een bescheiden start kwam het verhaal terecht op nieuwssites, en daarna bij de belangrijke media, die het groot brachten, en Tew was binnen een paar maanden uitverkocht. (Zijn omzet eindigde net iets boven de 1 miljoen dollar door het veilen van de laatste 1.000 pixels voor het winnende bod van $ 38.100.) Direct nadat Tews project aandacht begon te krijgen, verschenen er soortgelijke initiatieven, en sommige sites die al advertenties boden reserveerden langdurig of permanent ruimte voor vergelijkbare campagnes.

De snelle verspreiding van grappen en ideeën, waarvan sommige geld opleveren, gaat terug tot de eerste academische netwerken die het makkelijk doorsturen van informatie mogelijk maakten. De schaal is almaar groter geworden, maar het voordeel van het de eerste zijn blijft: geen volgende miljoen-pixelspagina of soortgelijk project bracht zelfs maar een fractie op van wat Tew verdiende, en het is onwaarschijnlijk dat een volgend aardappelsalade-initiatief boven het maaiveld van vergelijkbare projecten zal uitsteken.

Zowel Browns campagne als het leger van na-apers en parodieën arriveerde op Kickstarter nadat de populaire crowdfundingsite zijn strenge toelatingsprocedure afschafte. Daarmee werden de teugels gevierd voor wat acceptabel is en konden de meeste campagnes starten zonder dat iemand naar de details had gekeken.

Dat lijkt op het eerste gezicht ongewenst. Maar de onzichtbare hand van de markt (in dit geval een lepel vasthoudend) heeft precies het gewenste resultaat geproduceerd, voorspeld door zowel het 'power-law distribution principle' (door Clay Shirky in 2003 naar voren gebracht in een essay) als door de notie van de wijsheid van de massa, waarvan Kickstarter volhield dat het alle moeilijkheden zou gladstrijken.

Door de eerste te zijn, heeft de aardappelsalade van Brown de meeste aandacht opgeëist voor grappige Kickstarter-projecten, en zoals Shirky het formuleert: "In systemen waar veel mensen vrij zijn om te kiezen uit veel opties, zal een kleine deelverzameling van het geheel disproportioneel veel verkeer (of aandacht, of inkomen) ontvangen, zelfs als niemand actief naar zo'n uitkomst toewerkt".

In dit geval (hoewel het niet te zeggen valt waarom alle aandacht op Browns grap viel) werd de unieke Kickstarter-URL van Brown verder gepromoot door de opvolgende berichtgeving en interesse binnen de sociale media, waardoor alle concurrentie werd weggedrukt, zelfs die initiatieven die wellicht een betere grap hadden.

De wijsheid van de massa werkt eveneens, doordat de honderden imitatiecampagnes geen financiering ontvangen ondanks het gemak waarmee ze werden gemaakt en opgestart. De eenvoud van het maken van een Kickstarter-fondsenwervingspagina staat niet gelijk aan een ondernemingsplan, op welke wijze dan ook. Nadat de campagne van Brown eindigt, is het aannemelijk dat aardappelsalade-achtige projecten eveneens zullen verdwijnen. En dat nieuwe starters compleet zullen worden genegeerd.

Wellicht is dit een les voor toekomstige baanbrekers en hun volgers: je kunt niet simpelweg een campagne op Kickstarter dupliceren en gebruikmaken van verwarring bij de consument, op de manier zoals dat bij de App Store van Apple mogelijk is met overeenkomende productnamen (denk aan variaties op Flappy Bird) of in andere omgevingen waar de zoekmachine van de site de overhand heeft boven aanbevelingen vanuit de omgeving en in de media.

Brown krijgt de prijs van het succes gepresenteerd, hoe groot zijn project uiteindelijk ook wordt. Zijn beloningen zijn lokaal, grappig en gebaseerd op een klein aantal deelnemers. Maar nu staat hij voor de taak om meer dan 6.500 namen hardop voor te lezen terwijl hij zijn salade maakt, en om op een of andere manier een beetje aardappelsalade te bezorgen bij zo'n 3.000 ver weg wonende mensen. Mayonaise gaat niet zo lekker per post.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


ITbits: IBM MobileFirst in (Apples bedrijfsleven-)context geplaatst

  door Andrew Laurence: atlauren@uci.edu, @atlauren
  3 reacties (Engelstalig)

[vertaling: RAW, CC]

We hebben het jarenlang gehoord. "Apple haat het bedrijfsleven". "Apple snapt het bedrijfsleven gewoon niet". "Apple heeft geen strategie voor het bedrijfsleven". "We kopen niet bij Apple voordat ze iets voor het bedrijfsleven doen".

Dat zou nu wel eens kunnen gaan veranderen. Op 15 juli 2014 kondigden Apple en IBM een nieuwe samenwerking aan. Onder het MobileFirst-programma van IBM zal IBM nieuwe apps ontwikkelen voor de iPhone en iPad van Apple, en de apparaten en apps aan IBM-klanten verkopen. Apple zal met IBM samenwerken bij deze apps en zal het gebruik door IBM-klanten van iOS-apparaten ondersteunen via AppleCare.

Aan boord bij het bedrijfsleven -- Maar wat is "het bedrijfsleven"? Het is een vormeloze term, maar in deze context verwijst hij naar ondernemingen, vooral grote ondernemingen. Inkopers voor het grote ondernemingen zijn professioneel superzuinig en focussen met opzet alleen op hun eigen bedrijfsvereisten. Ze beschouwen computergebruik als een doorlopende operationele kost, kopen in bulk en verwachten van verkopers dat ze op hun knieën gaan bij het vooruitzicht van een grote bestelling en een langetermijncontract. Van oplossingen wordt verwacht dat ze passen, niet dat ze anders zijn.

Het is ook belangrijk om te begrijpen dat een onderneming groter is dan elke werknemer (en daar kunnen er tienduizenden van zijn), hetgeen het verschil tussen de organisatie en de onderdelen onderstreept. Dit staat in tegenstelling tot kleinere bedrijven, waar beslissingen genomen kunnen worden door één eigenaar of IT-directeur.

Kopers voor grote ondernemingen willen dat verkopers zo weinig mogelijk vragen (tenminste voor hardware, ze zijn bereid om meer te betalen voor sterk toegespitste software-oplossingen), zo min mogelijk variatie aanbrengen, en gemakkelijk te vervangen zijn. De klant van de verkoper is het bedrijf, niet de eindgebruiker. De zorgen van de individuele gebruiker worden geëvalueerd binnen het bedrijf, niet bij de keuze van een verkoper. Dat is prima voor bedrijven, maar voor verkopers als Dell en HP betekent het dat ze gewoon een gebruiksvoorwerp zijn: een tandwieltje dat met opzet heel gemakkelijk te vervangen is.

In tegenstelling tot andere computerfabrikanten heeft Apple de laatste jaren geen systemen ontworpen om aan klanten in het bedrijfsleven te verkopen. In plaats daarvan ontwerpt Apple, vooral na de terugkeer van Steve Jobs, producten om individuele gebruikers te verleiden. Met dat in gedachten komt de realiteit achter de misplaatste opmerkingen hierboven naar buiten: Apple geeft geen prioriteit aan het bedrijfsleven. Het bedrijf wil best geld van ondernemingen vangen, maar wil niet de ervaring van de individuele gebruiker compromitteren.

Nu we het karakter van de inkopers van grote ondernemingen kennen, wordt het tijd om Apples geschiedenis met het bedrijfsleven te schetsen: lang, genuanceerd, moeilijk, soms tegendraads en vaak voorbijgaand. Vooral voorbijgaand. Diegenen met een goed geheugen herinneren zich beloftes van het Lisa Office System, Lotus Jazz, Appletalk, de betreurde Apple Network Server-lijn, en rivieren van beige toen Apple spartelde in de Wintel-economie. Toen het bedrijf er weer bovenop was, kwamen Mac OS X Server, de Xserve, Xsan en Xserve RAID. Hoewel al deze producten een stap in de richting van het bedrijfsleven deden (vooral de onderwijs- en professionele contentmarkten), waren ze uiteindelijk niet concurrerend tegen andere oplossingen bestaande uit Unix-achtige besturingssystemen en x86-servers. Verhalen over Steve Jobs die riep "Apple gaat niet over het bedrijfsleven!" vielen ook niet echt in de smaak bij IT-directeuren. Dus werd het bedrijfsleven achterdochtig als het om Apple en zijn producten ging.

Een nieuwe koers uitzetten -- Sinds de iPhone heeft Apple een subtiele bedrijfsleven-strategie gevolgd, zo subtiel dat vele commentatoren het niet doorhadden. In plaats van rechtstreeks naar bedrijfsverkopen te streven, heeft Apple in stilte gewerkt om hindernissen te verwijderen die het gebruik van hun apparaten zouden kunnen blokkeren, waaronder in ondernemingen. Met deze aanpak kan Apple ontwerp en gebruikerservaring voorop stellen en tegelijkertijd hun apparaten nuttiger maken voor het bedrijfsleven en beter laten voldoen aan ondernemingswensen.

Door de jaren heen heeft Apple een hele reeks functies toegevoegd die zelden nodig zijn (of zelfs maar opgemerkt worden) door individuele gebruikers, maar die onmisbaar zijn in ondernemings-IT:

Met elk van deze functies kunnen Apples producten ingepast worden in de activiteiten, strategieën en diensten van grote ondernemingen

Maar die subtiliteit heeft ook zijn kosten. Maar al te vaak kunnen traditionele IT-afdelingen niet genoeg informatie vinden om precies vast te stellen hoe Apples producten mogelijk in de bedrijfsprocessen ingepast kunnen worden. En evenzo weet de typische "Mac tech" alles over Macs, maar niet genoeg van IT-loodgieten om de nodige verbindingen te maken: Mac-technici hebben de neiging om Mac-oplossingen te zoeken voor alle IT-problemen, en daarbij missen ze vaak betere niet-Mac-oplossingen.

Als lid van de kleine MacIT-bevolking heb ik lang gewenst dat Apple beter zijn best deed om het verhaal te verkondigen van hun bedrijfsleven-vriendelijke technologieën en de vele uitstekende ondersteuningsmogelijkheden. Gelukkig is IBM daar een kei in.

Big Blue aan het roer -- Hoewel in de volksmond bekend als een "computerbedrijf", is IBM eigenlijk een software- en dienstenbedrijf, gericht op het ontwikkelen en ondersteunen van applicaties voor klanten. En niet alleen applicaties, maar complete oplossingen, die vragen om een combinatie van ontwikkeling, hardware, software, beheer en meer. Wanneer een bedrijf IBM inhuurt, tekenen ze ook om softwarelicenties te kopen, om IBM de hardware te laten leveren, beheren en repareren zolang die meegaat, en om ondersteuning aan te schaffen voor alles voor de gehele duur van het contract. Het servicecontract omvat niet alleen de eventuele ontwikkeling van de applicatie, maar ook doorgaande ondersteuning en beheersdiensten: levering en installatie, maar ook integratie van de applicatie en hardware in een samenhangend geheel om een coherente oplossing te bieden.

IBM kan alle technologiebehoeften van het bedrijfsleven leveren en ondersteunen, waaronder pc's en servers, mobiele apparaten, beheer, verticale applicaties die specifiek voor het bedrijf gebouwd worden en de noodzakelijke gespecialiseerde hardware. Die "gespecialiseerde hardware" is waar Apple op het toneel komt.

Neem nou een UPS-pakjesbezorger. De lading pakketten, de bezorgroute, de vrachtauto zelf en het apparaat waarmee de bezorger pakketten scant en ontvangers laat tekenen, zijn allemaal bronnen in een systeem dat in de loop van tientallen jaren is ontworpen om pakjes zo efficiënt mogelijk te bezorgen. Het systeem weet welke pakjes in welke vrachtwagen zitten, in welke volgorde ze bezorgd zullen worden, wat de verkeerssituatie onderweg is en de status van de inventaris wanneer de bestuurder elk pakje aflevert. Met een apparaat scant de bezorger elk pakje, geeft hij de afleverstatus aan en registreert hij, indien nodig, een handtekening. Dat apparaat werd specifiek voor deze taak ontwikkeld en gebouwd, met robuuste, echte knoppen, een invoerscherm voor handtekeningen, een wifi-netwerkverbinding voor updates en rapportering, enzovoort. Die hardware werd in de loop der tijd voor veel geld ontwikkeld en verfijnd, om de efficiëntie van de bezorging te verhogen.

Vergelijk nu dat apparaat voor één specifiek doel met een iPhone of iPad. Zo van het schap hebben ze aanraakschermen, versnellingsmeters, hardware voor geolocatie en draadloos netwerken, en een ruime set aan API's voor het ontwikkelen van software, om het nog maar niet te hebben over toegang tot vele andere apps die handig zouden kunnen zijn voor een bestuurder. Zou het niet fantastisch zijn als je eigen app, stevig ingebed in je bedrijfsactiviteiten, op kant-en-klare hardware zou draaien die je werknemers graag gebruiken en die je klanten bekend en aantrekkelijk vinden?

Voor klanten van IBM vertegenwoordigt MobileFirst precies een dergelijke mogelijkheid. Hun toepassingen kunnen worden ontwikkeld en ingezet op het populaire iOS-platform van Apple, waarbij geput wordt uit de grondige ervaring van eigen bedrijfsontwikkelingen en waarbij IBM zich koestert in de weerspiegelende glans van Apple. Ik neem aan dat IBM speciale prijzen krijgt voor Apple-producten die verkocht worden via MobileFirst. Ik veronderstel dat ook deze apparaten verstrekt worden via Apples gestroomlijnde inschrijving en strak beheerd (via beleidsregels voor mobiele apparaten) door IBM's Endpoint Manager en MaaS360, waarbij de aankoop van software beheerd wordt door Apples programma voor bulkaankopen.

Aan de andere kant: de beste mogelijkheden worden vaak verkwanseld door slechte uitvoering. In veel bedrijven is IBM een scheldwoord: de oplossingen van IBM zijn niet goedkoop en de toepassingen van de firma zijn niet noodzakelijkerwijs populair of bekend om hun gemakkelijke gebruik. (Hoewel ik zelf Lotus Notes nooit gebruikt hebt, ken ik ook niemand die er met plezier mee werkt. Meer specifiek: MaaS360, IBM's software om mobiele apparaten te beheren is een recente acquisitie en is geen leider in de MDM-markt.

De lange geschiedenis van informatica wordt gekenmerkt door veranderingen waarbij apparaten met een speciaal doel, vervangen worden door steeds goedkoper wordende apparaten, die dankzij software bruikbaar zijn voor meerdere doelen. MobileFirst is duidelijk weer zo'n punt in dat continuüm. Of de werkelijkheid het persbericht zal rechtvaardigen is een open vraag. De overeenkomst lijkt winst te zijn voor beide firma's, doordat Apple-apparaten meer betrouwbaarheid en ondersteuning krijgen en IBM beter in staat is oplossingen aan te bieden die voortbouwen op de populaire iOS-hardware en -software van Apple.

[Andrew Laurence is een systeembeheerder van de universiteit van Californië, Irvine. Op zijn werk beheert hij een installatie van een IBM Endpoint Manager. Hij was niet bij het selectieteam maar hij houdt van het product en heeft er waardering voor.]

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Amazons Fire-telefoon te beperkt en te veel een speeltje

  door Julio Ojeda-Zapata: julio@ojezap.com
  1 reactie (Engelstalig)

[vertaling: IK]

Persoonlijk mag ik Amazons Kindle Fire-tablets wel, ondanks dat ze niet mijn eerste keus zouden zijn. Ze zien er goed uit, hebben een mooi scherm met een hoge resolutie, hebben een strak, zij het uitgekleed, besturingssysteem gebaseerd op Googles Android, bieden eenvoudig toegang tot al mijn vergaarde Amazon-aankopen (en ik heb er veel) en verschaffen een drempelloze doorgang naar Amazons winkel zodat ik kan kopen, kopen, kopen. Meer apps, e-boeken, muziek, films en meer.

Met het uitbrengen van de Amazon Fire Phone heeft Amazon deze formule toegepast op de categorie smartphone, erop gericht de aanval te openen op de iPhone van Apple en de diverse telefoons voorzien van Android.

Toch ben ik niet overtuigd van het nut van een telefoon van Amazon. Telefoons zijn gewoon veel belangrijker voor de meeste mensen dan tablet-computers en moeten daarom zo veelzijdig en flexibel mogelijk zijn. De Fire-telefoon schiet in dat opzicht tekort.

Uiterlijk is hij net zo elegant als zijn broertjes en zusjes, maar zonder de functies en apps die de telefoons van concurrenten als Apple en Android zo handig maken. De nieuwe functies die hij herbergt zijn veelal software-snufjes zonder echt praktisch nut. Persoonlijk vind ik het op een tablet-computer niet erg gevangen te zijn tussen de muren van Amazon, maar op een smartphone werd ik er gek van.

Prominente functies -- Het grootste verkoopargument van de Fire Phone is een aantal softwarefuncties, geïnstalleerd op wat verder weinig spannende hardware is.

Eén daarvan heet Dynamic Perspective (dynamisch perspectief), een soort van 3D verbetering die wordt bereikt door vijf camera's aan de voorkant, één op elke hoek plus de standaard camera bovenin. Deze extra camera's volgen de positie van je hoofd ten opzichte van de positie en de hoek van het apparaat, waardoor er een aantal leuke effecten kunnen worden getoond.

De verschillende speelse vergrendelschermen bijvoorbeeld, veranderen van perspectief als je de telefoon beweegt, zodat het net lijkt alsof je langs de maan kijkt of langs heteluchtballonnen, de beelden van Paaseiland en dergelijke. Grappig, maar niet bijzonder nuttig. Hetzelfde effect valt te zien in sommige spelletjes of in de kaarten-app van Amazon wanneer je bijvoorbeeld belangrijke plaatsen en gebouwen bekijkt, zoals de iconische IDS Center wolkenkrabber in het centrum van Minneapolis. Nogmaals, wat dan nog? (Apples parallax-effect is overigens net zo min nuttig.)


Een ander Fire Phone-softwarespeeltje, Firefly genaamd, maakt dat de telefoon invoelend aandoet, doordat hij de camera's en microfoon gebruikt om een groot aantal zaken en geluiden te herkennen, waaronder verpakkingen van producten in de winkel, barcodes, omslagen van boeken, liedjes, episodes van televisieseries gebaseerd op de geluiden, beroemde schilderijen en meer. Hij kan ook telefoonnummers, website-adressen en e-mailadressen herkennen.


Firefly is leuk, maar ook geniepig, want veel van de suggesties blijken uiteindelijk dingen te zijn die Amazon verkoopt. Daarnaast vond ik hem inconsistent. Firefly herkende een afbeelding van een schilderij van Gustav Klimt bij mij aan de muur (en suggereerde inderdaad meteen een boek gerelateerd aan Gustav Klimt) maar een ander, een schilderij van Paul Gauguin, weer niet. Aangezien de meeste functies van Firefly op bijvoorbeeld iOS en andere apparaten kunnen worden bereikt met een aantal apps is het verre van wereldschokkend.

Weer andere softwarefuncties zijn handig maar niet geweldig. Als je de telefoon op een bepaalde manier schudt wordt het instellingen-scherm geopend. Als je de telefoon op een bepaalde manier schuin houdt, komen er van links of rechts menu's binnengeschoven die relevant zijn voor de app waarin je je op dat moment bevindt. Andere manieren van schuin houden zorgen juist weer dat je in een webbrowser of document vooruit of terug kunt bladeren of dat je kunt scrollen, van boven naar beneden en van beneden naar boven. Het is allemaal al eerder gedaan en het is niets makkelijker dan gewoon met je vingers.


Mayday (SOS), de mogelijkheid om via een videoscherm contact te leggen met iemand van de technische ondersteuning zodat deze op afstand je apparaat kan instellen, die werd geïntroduceerd op de Kindle Fire-tabletcomputers, is beschikbaar op de Fire-telefoon, en kan in bepaalde gevallen reuze handig zijn, met name voor digibeten. Maar voor degenen die niet met enige regelmaat hoeven te worden geholpen met hun technische apparaten is het niet veel meer dan de wetenschap dat je AppleCare kunt bellen, maar dat je het toch nooit zult doen.


Hardware -- Fysiek is de Fire-telefoon mooi, maar niet uitgesproken. Hij is zwart, heeft een 4.7 inch scherm met een hoge resolutie (1280 bij 720, en 315 pixels per inch), rubberen randen voor een betere grip, en Gorilla Glass aan voor- en achterzijde. Dat laatste is mogelijk een onhandig element in het ontwerp vanwege de problemen die optraden bij de iPhone 4 waarbij het glas van de achterkant brak.

Er zijn wel een paar toffe eigenschappen, zoals een degelijke 13-megapixelcamera voorzien van optische beeldstabilisatie en een fysieke ontspanknop die, wanneer je hem langer ingedrukt houdt, Firefly opstart. De camera beschikt over een lenticulair-optie: hij vraagt je setjes van drie afbeeldingen te schieten met steeds een iets ander perspectief om zo een quasi-3D diavoorstelling te maken die je kunt bedienen door de telefoon schuin te houden.

Voor enthousiaste fotografen is er ook een bonus: gratis en onbeperkte opslag van afbeeldingen (maar niet filmpjes) in de cloud, op volledige resolutie, voor eeuwig, of op zijn minst zolang ze hun Fire-telefoon hebben.

De Fire-telefoon is exclusief verkrijgbaar bij AT&T, net zoals dat in eerste instantie het geval was met de iPhone. Omdat AT&T toevallig mijn mobiel-aanbieder is en ik er tevreden over ben, is dat voor mij geen probleem. Dat is voor iedereen natuurlijk anders, afhankelijk van waar in de Verenigde Staten je woont. In andere landen is hij nog niet beschikbaar.

Er zijn twee modellen beschikbaar, een 32GB-versie voor $ 199 (in combinatie met een contract voor 2 jaar) en een 64GB-model voor $ 299, ook met contract. Zonder contract zijn de prijzen respectievelijk $ 649 en $ 749.

Android en Apps -- Zonder iets echt vernieuwends op hardware- of softwaregebied staat de Fire-telefoon, door alle beperkingen, in schril contrast tot de iPhone en de standaard Android-smartphones.

Neem het Fire OS, het op Android gebaseerde besturingssysteem van Amazon, wat nauwelijks lijkt op de krachtige en flexibele standaardversie van Googles mobiele OS. Ik ben geen fan van Fire OS, herkenbaar aan de carrousel met recent gebruikte apps en functies in een roterend formaat (het heeft last van onbeduidende rechtlijnigheid). Er is ook een standaard-rasteroptie, maar de Fire-telefoon heeft veel minder mogelijkheden om aanpassingen te doen dan de normale Android. Daardoor vind ik hem te beperkend, maar voor een gemiddelde gebruiker maakt het misschien niks uit.


Mijn grootste bezwaar is dat Amazon een groot aantal dingen uit het normale Android heeft gehaald en er geen waardig alternatief voor heeft teruggezet.

Vrijwel alles wat met Google te maken heeft is ervan afgehaald. Gebruikers kunnen standaard-apps zoals Gmail, Google Maps, en YouTube niet downloaden van de Amazon Appstore, die losstaat van Google Play. Amazons eigen app Maps die is gebaseerd op Maps van Nokia werkt tamelijk goed, en YouTube-apps van derden zijn vrijelijk beschikbaar.

Maar een goed alternatief voor Gmail kon ik niet vinden, en de mail-app van Amazon zelf pakte alleen de instellingen van mijn persoonlijke Gmail-account, niet die van mijn zakelijke, op Google Apps gebaseerde, e-mailaccount.

Hoewel de Fire-telefoon beschikt over een persoonlijke assistent die reageert op je stem, is deze in de verste verte niet te vergelijken met Siri, Google Now, of Cortana van Microsoft. Hm, ik vraag me af of ik de Mayday-helpdeskmedewerker kan vragen wanneer Godzilla in een bioscoop bij mij in de buurt te zien is.

De keuze aan apps van derden is een ander groot probleem. Gebruikers hebben goede kans iets van hun gading te vinden tussen de bijna 200.000 apps die Amazon beschikbaar stelt, maar er is een verontrustend gat. Nergens kon ik Pocket Casts vinden, de podcastclient die zo geliefd is onder zowel de iPhone- als de Android-gebruikers. Andere grote manco's zijn Camera Awesome, Hulu Plus, Path, Snapchat, SwiftKey, Yahoo News Digest en andere. Sommige apps bestaan wel, maar zijn niet bijgewerkt in overeenstemming met de versies in Google Play. Gelukkig worden er steeds nieuwe apps toegevoegd aan de Appstore van Amazon. Microsofts OneNote is daar een recent voorbeeld van.

Conclusie -- Hoewel ik het wel zou zien zitten om de Kindle Fire-tabletcomputer te omarmen, heb ik een duidelijk ander en negatiever oordeel over de Fire-telefoon.

Ik zou er op den duur gek van worden, gedeeltelijk door de beperkingen en gedeeltelijk door de prominent aanwezige, maar nauwelijks bruikbare, functies zoals Dynamic Perspective en Firefly. Veel meer dan afleiden doen ze me niet.

Aan de andere kant is de Fire-telefoon misschien toch niet helemaal ten dode opgeschreven. Per slot van rekening had de eerste versie van de Kindle, Amazons e-boeklezer, ook een scala aan merkbare problemen, maar werd het apparaat met elke generatie beter. De huidige lezer, Kindle Paperwhite is fantastisch. Hetzelfde geldt voor de tablets met kleuren-aanraakschermen van Amazon, in eerste instantie groot en lomp maar nu een prachtig voorbeeld van industrieel ontwerp.

Zelfs de software-foefjes van de Fire-telefoon beloven wat, omdat Amazon ze openstelt voor onafhankelijke ontwikkelaars. Ik ben benieuwd hoe slimme programmeurs Dynamic Perspective en Firefly voor onverwachte dingen weten te gebruiken.

Er is nog een voordeel aan de aankoop van een Fire-telefoon: een jaar gratis Amazon Prime met gratis verzending, media streamen en e-boeken lenen, iets wat normaal $ 99 kost.

Maar op dit moment kun je de Fire-telefoon maar beter mijden. Misschien is hij geschikt voor een Amazon-fan die zo verstokt en toegewijd is, dat hij of zij bereid is om grote offers te brengen om zich volledig onder te dompelen in het Amazon-ecosysteem. Ik kan me niet herinneren ooit iemand te zijn tegengekomen die ook maar in de buurt van die beschrijving komt.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


FunBITS: Strava maakt trainen sociaal en competitief

  door Adam C. Engst: ace@tidbits.com, @adamengst
  5 reacties (Engelstalig)

[vertaling: OF, GvH, JVK]

Ik heb me aangesloten bij een nieuw sociaal netwerk, maar jullie zullen me vast niet willen volgen.

Ik vind sociale netwerken vaak maar vermoeiend en oninteressant, voornamelijk vanwege een groot gemis aan context. Van slechts een paar goede vrienden ben ik in werkelijk alles geïnteresseerd. Het overgrote deel van mijn online vrienden en kennissen heeft een bepaalde context: technologie, hardlopen, lokaal, de middelbare school en, nou ja, dat is het wel zo'n beetje. Ik houd ervan om met deze mensen te praten binnen die context maar niet noodzakelijkerwijs ook nog daarbuiten. Dat ik het leuk vind om de ideeën te horen die iemand over de Mac heeft, wil nog niet betekenen dat ik ook over al zijn andere stokpaardjes wil horen.

Facebook heeft geprobeerd dit probleem aan te pakken met lijsten, zodat je de mogelijkheid zou hebben om alleen te zien wat mensen te vertellen hebben die je in een bepaalde lijst hebt gezet. En Google+ is nog een stap verder gegaan met kringen, waardoor je direct een bericht kunt versturen binnen een bepaalde groep mensen die in ieder geval in theorie geïnteresseerd zouden kunnen zijn. Beiden zijn uitermate onsuccesvol in hun pogingen: dat je iemand in een lijst hebt gezet betekent weerhoudt die persoon er niet van om over niet-gerelateerde onderwerpen te berichten. En dat het mogelijk is om in een bepaalde groep specifiek voor die groep bedoelde berichten te posten betekent nog niet dat de mensen dat ook doen.

En daar is Strava, dat in zijn kern een sociaal netwerk voor sporters is. Het lost het context-probleem op doordat het type training dat je doet het onderwerp van je berichten is. Als je geen hardloper, wielrenner of triatleet bent die samen met vrienden traint, zul je vermoedelijk denken: "wat ongelofelijk, onvoorstelbaar saai". Maar als je wel in zo'n groep zit, is het bekijken van elkaars trainingsactiviteiten en wedstrijden in een doorlopend overzicht heel interessant. (Bedenk wel dat je pas echt interessante gegevens kunt zien als je je bij Strava hebt aangemeld, ook als de berichten verder openbaar zijn.) Ik wil graag weten wat mijn hardloopmaatjes elke dag doen en bekijk met veel plezier wat een krankzinnige trainingen mijn triatlon- en ultra-marathonvrienden zichzelf opleggen. Als ik aan het hardlopen ben met mijn vrienden van de High Noon Athletic Club op Cornell, dan zijn de trainingen van gisteren en de wedstrijden van het afgelopen weekend een belangrijk gespreksonderwerp en Strava laat ons dat ook online doen. Dat maakt het ook mogelijk om vrienden die verhuisd zijn te blijven volgen.


Je kunt trainingen op diverse manieren in Strava plaatsen, maar de populairste methode is via de gratis Strava-app met gps-ondersteuning (voor iOS en Android), een gps-horloge zoals de Garmin 620, die ik momenteel gebruik, of door de afstand en tijd handmatig in te voeren. Voor iedere training kun je een titel en omschrijving invoeren en uit die stukjes metagegevens bestaat in grote lijnen de interactie. Een paar weken geleden ben ik op een van mijn rondjes naar gevallen. Dat weerhield me er een paar weken van om mijn rondjes hard te lopen en een aantal van mijn vrienden deelden in mijn leed. Ze hebben me gesteund gedurende de herstelperiode, toen mijn gelopen afstanden en snelheden aanvankelijk minder werden, en later weer de oude waardes kregen. Voor elke training kun je "kudos" geven, iets dat het meeste weg heeft van de "like"-knop in Facebook, en je kunt berichten uitwisselen die gekoppeld zijn aan een bepaalde training.


Als dat alles zou zijn, was Strava na de oprichting in 2009 nooit echt wat geworden. Maar de sleutel van Strava is dat het onze competitiedrang stimuleert, intern en extern, door de verschillende segmenten op te nemen en te vergelijken. Als je een route loopt of fietst met de Strava-app of een gps-horloge, dan kijkt Strava naar het traject en zoekt hij er de prestaties bij die gebruikers voor dat stuk bepaald hebben. Hij vergelijkt die met je eerdere activiteiten en met die van anderen. Zet een goede prestatie neer, en Strava geeft je een schouderklopje met één van de vele virtuele medailles en misschien zelfs met een CR (course record, voor de hardlopers) of KOM/QOM (king/queen of the mountain, voor fietsers). En uiteraard zorgt Strava ervoor dat iedereen kan zien dat je bovenaan het klassement voor dat segment staat, wat anderen aanzet te proberen je van de eerste plaats te stoten. Zelfs als je geen schijn van kans maakt om bovenin het klassement te komen, kun je in ieder geval zien hoe je presteert in vergelijking met de mensen die je volgt of met mensen in jouw leeftijdscategorie of gewichtsklasse. (De laatste twee mogelijkheden zijn voorbehouden aan Strava Premium-leden die $ 6, per maand of $ 59 per jaar betalen.)


Strava gebruikt ook regelmatig "uitdagingen" om mensen die meedoen te motiveren een aantal kilometer in een maand te gaan rennen, of om een virtuele race te doen met een vaste afstand, of zo veel mogelijk heuvels op te klimmen. Deze uitdagingen zijn heel populair: zo'n 20.000 tot 150.000 mensen doen hier aan mee, wat ook nog eens virtuele insignes kan opleveren en soms een korting op sportspullen.


Je moet nu overigens niet denken dat het allemaal alleen gaat om de competitie met andere mensen. Het feit dat je kunt zien hoe je het in het verleden op bepaalde renbanen of stukken van een run gedaan hebt, motiveert om het in de toekomst beter te doen. En als de motivatie om er überhaupt op uit te gaan en te gaan sporten je grote probleem is: alleen al het openbaar maken van je resultaten blijkt een aanmoediging te zijn voor toekomstige acties, net als het tevreden gevoel na het volmaken van je uitdagingen. Voordat ik Strava serieus ging gebruiken, in januari 2014, had ik een andere site waarop mijn runs opgeslagen werden met de gegevens van de gps-tracks, maar waarbij de sociale (en competitie-)aspecten van Strava ontbraken. Vaak duurde het toen dagen of weken voordat ik ertoe kwam de gegevens te uploaden. Bij Strava upload ik het direct als ik thuiskom, zodat ik direct een gevoel van erkenning krijg, en die prettige sociale kick van het publiceren.

Net als op Twitter, Google+ en LinkedIn, volg je op Strava andere mensen. Anderen kunnen jou ook weer volgen als ze dat willen, maar dat hoeven ze niet, zoals Facebook dat wel dwingt te doen. Al suggereert Strava een paar topatleten te volgen die deze dienst gebruiken, zelf ben ik alleen maar geïnteresseerd in mensen die ik goed ken (waar ze ook wonen) of plaatselijke sporters, die ik minder goed ken maar die ik af en toe op een race zie. Je kunt ook een club opzetten of met een bestaande meedoen, dus als je in het echt met een club rent of fietst, dan kan die op Strava ook virtueel bestaan. Bij de club kun je in één oogopslag zien wie de afgelopen week wat gedaan heeft en is er standaard een discussie-optie om bijvoorbeeld een nieuw evenement te organiseren of in het algemeen te chatten. Volgens mijn nog beperkte ervaring blijven de discussies op Strava heel gefocust op het onderwerp en dat is prettig.

De site die ik eerder gebruikte was in feite een log voor runs, standaard-voer in het leven van elke renner, waarin wordt bijgehouden wat je gedaan hebt en waarin je de verschillende statistische overzichten kunt zien, zoals hoeveel kilometer je in een week loopt, hoeveel kilometer op bepaalde schoenen, en wat je PR's (persoonlijke records) in bepaalde races en op bepaalde afstanden zijn. Strava vervult ook die wensen en dat met een aantrekkelijke training-log en agenda-schermen (aparte schermen voor rennen, fietsen en multi-sporten) die een prima samenvatting geven van wat je gepresteerd hebt.


Dit alles is gratis beschikbaar, en al heeft Strava geen officiële getallen openbaar gemaakt, deze mogelijkheden hebben ruim één miljoen gebruikers aangetrokken. De directeur van het bedrijf voorspelde dat Strava tegen het eind van 2014 zo'n 10 miljoen gebruikers zal tellen. Wat Strava onderscheidt van andere sociale netwerken is dat 70 procent van de gebruikers van de site actieve gebruikers zijn, die minstens twee keer per week hun trainingen uploaden, en dat 20 procent van de gebruikers betalen voor Strava Premium. Met andere woorden: anders dan de meeste sociale netwerken verdient Strava direct aan loyale gebruikers, in plaats van advertenties. (Het bedrijf verkoopt ook sportkleding en verschillende accessoires, en sommige van de uitdagingen worden gesponsord, maar ik vraag me wel af of dat wezenlijke inkomstenbronnen betekenen.)

Ik heb nog geen abonnement genomen op Strava Premium (ik geef later mijn argumenten) maar als je dat wel doet dan krijg je een paar mogelijk interessante extra's erbij, voor het geval je ofwel heel competitief bent, ofwel diepgaand bezig bent met je training. Voor de renners voegt Strava een "zwaarte-maat" toe, die de polsfrequentie gebruikt om te kwantificeren hoe zwaar je traint, tijd- en afstandsdoelen, gefilterde topscorer-lijsten, een betere stap- en race-analyse, realtime-segmenten, de plekken waar je vrienden trainen, een prijzenkast voor de virtuele bekers, en een speciale kaart van de plekken waar je hebt gerend. Voor racefietsers gelden dezelfde gunstige mogelijkheden, naast een power-analyse voor mensen met power-meters, het downloaden van gpx-gegevens voor het overzetten van ritten die anderen hebben gereden naar een Garmin Edge-fietscomputer, plus video's voor overdekte training. De extra mogelijkheden van Strava Premium zijn in de interface zichtbaar, zodat je altijd kunt zien wat je eraan mist, maar het is ook gemakkelijk om het bij de gratis dienst te houden.

Dat laatste is wat ik heb gedaan, niet zozeer omdat ik niet competitief zou zijn (dat ben ik wel) of omdat ik niet betrokken zou zijn bij mijn training (ik vind het geweldig om naar de statistieken van mijn stappenteller te kijken). Nee, mijn probleem ermee bestaat uit twee aspecten: ten eerste heeft Strava heel wat concurrentie. Veel van mijn vrienden met wie ik train gebruiken andere software of andere sites om te loggen, soms vanwege persoonlijke voorkeur, soms vanwege de vertraging van de dienst (Ithaca is niet de best bedrade van alle plaatsen). Strava krijgt heel wat gebruikers door de netwerk-werking: als voldoende vrienden het doen, dan wil jij het ook. Maar de netwerk-werking werkt twee kanten op: als te weinig van mijn vrienden uiteindelijk Strava gaan gebruiken, dan kan het sociale aspect in de loop van de tijd wegebben.

Ten tweede en wat meer te denken geeft: Strava heeft een fundamentele filosofische verhouding met gegevens die me niet bevalt. Het is duidelijk dat Strava over elke training een enorme hoeveelheid gegevens verzamelt en verwerkt, maar het lijkt mij dat de programmeurs van de onderneming een dubieuze beslissing gemaakt hebben om alleen op gps-routes te concentreren en andere metagegevens te negeren, bijvoorbeeld wanneer een gebruiker een knop op zijn horloge indrukte. Dit werd aan de kaak gesteld in een uitvoerige discussie op het ondersteuningsforum over het verschil tussen beweegtijd en verstreken tijd. Het komt erop neer dat Strava de voorkeur geeft aan beweegtijd (de tijd waarin je stil staat laten ze terzijde) en verstreken tijd alleen rapporteert als je een loop aanmerkt als een wedstrijd. Voor fietsen zal dit meer aanvaardbaar zijn (wielrenners bewegen zich vlugger en zijn minder vaak in bosgebieden en andere plaatsen waar de gps-ontvangst slecht is), maar voor hardlopers die vaak een korte onderbreking van het gps-signaal ervaren, ongeacht het type datarecorder, leidt dit tot trainingen met verkeerde afstanden en knotsgekke tijden en tempo's.

Zelfs als je een run aanmerkt als een wedstrijd, kunnen de gegevens verkeerd zijn. Vorige maand rende ik een 1600 meter lange baan in 5:09, en mijn Garmin 620 gaf die tijd precies aan. Maar toen ik de loop geüpload had naar Strava en hem aangemerkt had als een wedstrijd, gaf die een tijd aan van 5:07. Dat is omdat de Garmin 620 gedurende de eerste twee seconden van de race blijkbaar geen gps-trackpunt geregistreerd had. Dus Strava was terecht overgegaan van looptijd naar verstreken tijd, omdat ik het als een race had gemarkeerd, maar omdat Strava de juiste tijd van het horloge negeerde en de tijd berekende op basis van de gps-gegevens, had Strava de tijd toch verkeerd. (Het tempo was nog slechter: een mijl is 1609 meters, dus mijn tempo was dichter bij 5:11, niet Strava's onzinnige 4:59. Alhoewel ik graag de 2 seconden kortere tijd had willen lopen of dat betere tempo, is het een beetje gênant om uit te leggen dat het niet klopt.


Waarom bewerk ik niet gewoon de onjuiste gegevens? Dat is ook veel te lastig. Met Strava mag je niet een geüploade training bewerken, buiten het veranderen van het type training, het kiezen van de gebruikte uitrusting (schoenen of een fiets), en het invoeren van de titel en de beschrijving. (En zelfs dan loopt het vaak uit op een eindeloos draaiende strandbal.) Wel kan je de verkeerde gegevens verwijderen en handmatig de juiste gegevens invoeren, maar dan ben je de kaart waar je was kwijt, en al de tempo- en hartslaggegevens die verbonden zijn met de originele automatisch gegenereerde training.


Een mogelijkheid om de gegevens te bewerken zou een oplossing zijn voor mijn gevoel van ongemak met Strava's lichtvaardige houding over de nauwkeurigheid van de gegevens. Voor de meeste trainingen kan het mij niet schelen als de gegevens niet helemaal juist zijn. Maar als ik aan een baanwedstrijd of een gecertificeerde wielerwegwedstrijd meedoe, is de afstand op de grond nauwkeuriger dan wat mijn Garmin 620 dan ook registreert, en daarom zou het mogelijk moeten zijn dat ik Strava's verkeerde gegevens kan veranderen met mijn goede gegevens. Omdat Strava vertrouwt op gebrekkige gps-gegevens, worden de juiste PR's (persoonlijke records) niet automatisch berekend. (Het programma berekent wel "best geschatte inspanningen", die uiteraard volkomen willekeurig zijn.) In plaats daarvan moet je PR's handmatig typen.

Dat is wel vervelend, want ik was juist van plan was om mij te abonneren op Strava Premium, toen ik op de hoogte raakte van al die tekortkomingen. In de bijdragen van het bedrijf aan die discussie op dat ondersteuningsforum kan je weinig begrip of sympathie vinden. Ik ben mij ervan bewust dat ik waarschijnlijk behoor tot een kleine minderheid onder de Strava-gebruikers, als competitieve, gegevens-gewiekste trimmer die zich in sommige wedstrijden bekommert om elke seconde. Maar het valt mij zwaar om al mijn zuurverdiende trainingsgegevens toe te vertrouwen aan een onderneming die niet in nauwkeurigheid geïnteresseerd lijkt als het er echt op aankomt.

Voorlopig zal ik Strava blijven gebruiken voor de sociale aspecten en voor het overzicht van trainingsgegevens, die ik allebei verkies boven Garmin Connect, die automatisch al de gegevens van mijn Garmin 620 registreert, maar mijn aanbeveling voor de site is terughoudend voor mensen zoals ik die zich bekommeren over precieze resultaten.

Maar ik wil deze beoordeling niet op een negatieve toon eindigen. Ik kan wel competitief zijn, en een geeky renner, maar ik sta volledig achter eenieder die de lichamelijke conditie wil verbeteren, ongeacht het niveau. Ik doe veel aan hardlopen en wielrennen, en ik moedig iedereen aan om meer naar buiten te gaan en in beweging te blijven. Als Strava een rol kan spelen in je fitness, al is het met joggen, je eerste loop van 5 km, of om te oefenen voor een liefdadigheidsrit, is het alleen maar goed.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


TidBITS Volglijst: belangrijke software-updates, 28 juli 2014

  van de TidBITS-redactie: editors@tidbits.com

[vertaling: CC]

TinkerTool 5.3 -- Marcel Bresink heeft TinkerTool 5.3 uitgegeven, een onderhoudsupdate voor het hulpprogramma om onder de motorkap het systeem aan te passen, dat een probleem in het OS X-ontwerp omzeilt waardoor de voorkeursinstellingen pas na lange vertraging werden geüpdatet. De uitgave voegt ook nieuwe instellingen toe waardoor de Backspace-toets in Safari weer terug kan navigeren, de herziene functionaliteit van de aan/uit-knop om over te gaan naar de slaapmodus tenietgedaan wordt (alleen 10.9.2 of later), de snelheid van Mission Control animaties wordt beheerd en het Notification Center wordt gebruikt om informatie te geven over crashes. Bresink merkt ook op dat TinkerTools interne architectuur is geüpdatet om zich voor te bereiden op de laatste ontwikkelingen in OS X, maar zegt niets specifiek over ondersteuning voor OS X 10.10 Yosemite. (Gratis, 3,8 MB, toelichting, 10.9+)

Reacties - TinkerTool 5.3

Default Folder X 4.6.8 -- St. Clair Software heeft Default Folder X 4.6.8 uitgegeven, compatibel met de openbare bètarelease van OS X 10.10 Yosemite. De update verbetert ook de snelheid van het commando Rename en herstelt een fout als je hem draait in 10.9 Mavericks waardoor je standaard contextuele menu's kunt gebruiken in plaats van die worden aangeboden door Default Folder X. ($ 34,95 nieuw, $ 10 goedkoper voor TidBITS-leden, gratis update, 10,6 MB, toelichting, 10.6+)

Reacties - Default Folder X 4.6.8

Audio Hijack Pro 2.11.0, Nicecast 1.11.0, Airfoil 4.8.7 en Piezo 1.2.5 -- Rogue Amoeba heeft de meeste van zijn reeks audio-toepassingen geüpdatet om een initiële comptabiliteit te bieden met het komende OS X 10.10 Yosemite, inclusiefAudio Hijack Pro 2.11.0, Nicecast 1.11.0, Airfoil 4.8.7 en Piezo 1.2.5. Audio Hijack Pro, Nicecast en Airfoil hebben ook de component Instant On geüpdatet naar versie 8, die voorziet in ondersteuning van Yosemite alsook in verscheidene ongespecificeerde verbeteringen en reparaties. Andere belangrijke bijzonderheden zijn:

Bovendien is Intermission, Rogue Amoeba's hulpprogramma om geluid te pauzeren en opnieuw te beluisteren geüpdatet naar versie 1.1.1 met ondersteuning voor Yosemite, maar geen andere veranderingen. Als je een TidBITS-lid bent, kun je al deze Rogue Amoeba-producten en ook de audio-editor Fission kopen met 20 procent korting.

Reacties - Audio Hijack Pro 2.11.0, Nicecast 1.11.0, Airfoil 4.8.7 en Piezo 1.2.5

Marked 2.3 -- Brett Terpstra heeft Marked 2.3 uitgegeven. De Markdown-previewer is nu gesandboxt zodat hij in de Mac App Store kan worden ondergebracht. Marked 2 vervangt de oorspronkelijke app Marked in de Mac App Store, maar Marked 2 is geen gratis update. Wel is hij voor een beperkte tijd in de aanbieding, voor $ 9,99 (zowel via de Mac App Store als via de Marked-webpagina). De update van nu ondersteunt GitHub Flavored Markdown voor de app-optie Discount processor, bewaart bladwijzers bij vernieuwingen en stijlveranderingen, voegt benadrukte navigatie en woordtelling toe, herstelt een probleem bij het lezen van het recentste bestand in een map, verbetert het omgaan met onleesbare en van naam veranderde bestanden en repareert een fout bij initiële bestandsmonitoring als het bestand geopend wordt in een externe editor. Omdat Mark 2 gesandboxt is, hebben eerder geopende documenten misschien nieuwe permissies nodig. Marked 2 ondersteunt nu niet OS X Yosemite, maar Terpstra belooft dat het gauw toegevoegd wordt. ($ 9,99 nieuw in de aanbieding voor een beperkte tijd, gratis update, 16,7 MB, toelichting, 10.7+)

Reacties - Marked 2.3


ExtraBITS, 28 juli 2014

  van de TidBITS-redactie: editors@tidbits.com

[vertaling: PAB]

Apple heeft de boek-aanbevelingendienst BookLamp verworven, Adam Engst trad op in The Tech Night Owl om te praten over Apples financiële resultaten in het derde kwartaal en de IBM-deal, LiveCode is op zoek naar financiering voor de cross-platform ontwikkelomgeving die HTML5-webapps kan creëren en het stripboeken-abonnement Marvel Unlimited is tot en met 29 juli 2014 verlaagd tot 99 cent.

Apple verwerft aanbevelingendienst BookLamp -- TechCrunch heeft ontdekt dat Apple het boek-aanbevelingenbedrijf BookLamp eerder dit jaar heeft gekocht voor ergens tussen de $ 10 en $ 15 miljoen. Hoewel Apples enige commentaar was "Apple koopt van tijd tot tijd kleinere technologiebedrijven en we bespreken in het algemeen ons doel of plannen niet", lijkt het waarschijnlijk dat Apple geïnteresseerd was in de werknemers van BookLamp en de technologie van het Book Genome Project, voor het verbeteren van aanbevelingen binnen de iBooks Store en de App Store.

Reacties

Adam Engst bespreekt Apples financiële resultaten en de IBM-Deal in Tech Night Owl -- In een optreden in de podcast The Tech Night Owl Live, sprak Adam Engst met gastheer Gene Steinberg over de financiële resultaten van Apple in het derde kwartaal van 2014, en over de deal tussen Apple en IBM.

Reacties

LiveCode zamelt publieksgeld in voor HTML5-webapps -- De cross-platform ontwikkelomgeving LiveCode, misschien wel de succesvolste van alle HyperCard-opvolgers, kan apps op Mac OS X, iOS, Windows, Android en verschillende smaken van Unix implementeren. De ontwikkelaar van LiveCode, RunRev, haalde in februari 2013 via Kickstarter bijna 840.000 dollar op om een opensourceversie van LiveCode te maken (zie LiveCode werft publieksgeld voor gratis opensource update", 22 februari 2013) en nu wendt het bedrijf zich weer tot de crowdfunding-aanpak. Dit keer is het doel LiveCode-ontwikkelaars in staat te stellen applicaties te schrijven die kunnen worden ingezet als HTML5-webapps om te draaien in een browser. Het is een overtuigende belofte, maar met nog drie dagen te gaan zijn ze net over de helft, dus als je wilt helpen, bekijk dan tegen het einde van juli de fondswervingspagina (die niet wordt uitgevoerd middels Kickstarter).

Reacties

Marvel Unlimited tot en met 29 juli afgeprijsd tot 99 dollarcent -- Om de San Diego Comic-Con te vieren, biedt Marvel de abonnementsdienst Marvel Unlimited aan voor $ 0,99 voor de eerste maand, waarna het automatisch wordt verlengd voor de gebruikelijke $ 9,99 per maand totdat je annuleert. Gebruik tijdens het registreren tot en met 29 juli 2014 promocode "SDCC14". Hoewel onze interne stripboeken-expert Josh Centers problemen had met de iOS-app van Marvel Unlimited (zie FunBITS: Marvel Unlimited, een slappe app", 24 mei 2013), gelooft hij nog steeds dat een abonnementsdienst de meest logische aanpak is voor het lezen van stripboeken (zie Het fiasco met ComiXology in-app aankopen", 3 mei 2014) en dit is een mooie kans het eens te proberen.

Reacties


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse en grondige besprekingen voor de Apple internet-gemeenschap. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2014 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Vorige aflevering | Search TidBITS | Volgende aflevering
TidBITS English | TidBITS Nederlands