Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS Logo

TidBITS#1084, 11 juli 2011

Nu de uitgavedatum van Mac OS X Lion dichterbij komt, besteden we meer aandacht aan upgrades en dergelijke. Glenn Fleishman besteedt daarom kort aandacht aan de e-mail aan gebruikers van Intuit Quicken over incompatibiliteiten met Lion, Michael Cohen laat een manier zien om ruwweg te bepalen hoe lang het gaat duren om Lion uit de Mac App Store te downloaden, Steve Sande gaat in op het verhuizen van sites door iWeb-gebruikers die hun sites op MobileMe hebben staan en onderbouwt Adam waarom Apple in hun kwaliteitsmanagement recentelijk tekortgeschoten is en hoe een goed ontworpen public beta-programma dat kan helpen te voorkomen. Jeff Carlson vertelt dat iMovie '11 nu materiaal uit iMovie voor iOS kan importeren en als laatste geeft Jeff Porten het laatste nieuws over de Computers, Freedom, and Privacy 2011-conferentie. Er zijn ook interessante software releases deze week, zoals Airfoil 4.5, GraphicConverter X 7.3, KeyCue 5.3, Opera 11.50, Postbox 2.5 en EagleFiler 1.5.4.
 
Artikelen
 

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<de contactpagina>


Intuit wijst gebruikers van Quicken op de dreigende Leeuw

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>
  27 reacties (Engelstalig)

[vertaling: PP]

Het is bijna zeker dat de gebruikers van Quicken 2005, 2006 en 2007, die websites als TidBITS lezen, weten dat software van Intuit voor financiën nooit goed is bijgewerkt voor Intel-Mac's en niet zal werken onder Mac OS X Lion. Sinds Intel-Macs op de markt kwamen, heeft Quicken gewerkt onder de Rosetta-emulator waardoor oude software voor Power-PC's blijft werken. Voor zover we nu weten zal er geen Rosetta zijn voor Lion. (Zie "Rosetta en Lion: je er overheen zetten?", 23 mei 2011.)

Maar niet elke Quickengebruiker zal even snel op de hoogte zijn als jij en ik. Daarom was het goed om email van Intuit te krijgen die me op de hoogte bracht van compatibilteitsproblemen met Lion. Hoewel de wat beperkte Quicken Essentials klaar is voor Lion zullen versies 2005 tot 2007 niet in Lion werken. Er lopen geruchten dat Intuit en Apple samenwerken om een combinatiegedrocht van Intuit en Rosetta te maken om de software te kunnen laten werken maar voorlopig blijven dat alleen maar geruchten.

Maar wat belangrijker lijkt, Intuit meldde ook dat Liongebruikers geen gegevens uit Quicken 2005, 2006 en 2007 in Quicken Essentials zullen kunnen invoeren omdat de converters ook Rosetta nodig hebben. Ik moet zeggen dat dat gewoon belachelijk is. Dat Intuit niet eens een converter voor Lion kan updaten, wat een fractie kost van het werk dat nodig is voor een app, is onvergefelijk.

Wat ik het meest interessant vond aan het emailbericht van Intuit, dat verwijst naar deze langere toelichting over Quicken en Lion, is dat intuit nu openlijk de problemen erkent waardoor Quicken Essentials niet een volwaardige vervanging is voor vorige versies:

Deze mogelijkheid [gebruik van Quicken Essentials] is perfect als je niet de geschiedenis en investeringen wilt volgen, online rekeningen wilt voldoen of wilt vertrouwen op bepaalde meldingen die misschien niet mogelijk zijn met Quicken Essentials voor de Mac.

Precies.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Hoe lang zal het duren om Lion te downloaden?

  door Michael E. Cohen <lymond@mac.com>
  6 reacties (Engelstalig)

[vertaling: MSH]

In de legendarische Goeie Oude Tijd was het uitzoeken hoe lang het zou duren om de schijven met de nieuwste Mac OS X-upgrade in handen te krijgen, hield in om ofwel het bepalen van hoe lang het zou duren om te rijden naar het dichtstbijzijnde verkooppunt dat het pakket verkoopt, of een begeleidingspagina te controleren in uw webbrowser om te zien waar de zending, met de schijven die je bestelde, zich nu bevind op hun reis naar je reikhalzend uitkijkende Mac.

In de hedendaagse goeie nieuwe tijd echter, zal de nieuwste upgrade naar Mac OS X 10.7 Lion alleen verkrijgbaar zijn bij de Mac App Store, dat betekent dat je hem onmiddellijk kunt bemachtigen, waar "onmiddellijk" betekent zo snel als je internetverbinding Apple's servers kan downloaden.

Voor de meesten van ons, zal "onmiddellijk", nog steeds aanzienlijke wachten betekenen, zodat je waarschijnlijk Lion niet zal willen kopen als je daarvoor een paar minuten later met je laptop de deur uit moet lopen. Maar hoe lang zal je moeten wachten als het ruwe beest de weg afzakt naar uw harde schijf? Het is niet moeilijk om tot een redelijke schatting te komen.

Eerst moet je om uit te vinden hoeveel doorvoer je van je internetverbinding krijgt.Niet hoeveel je provider daarover zegt dat je krijgt, maar hoeveel je daadwerkelijk krijgt, wat kan variëren met de tijd van de dag. (Begin van de avond is vaak de slechtste tijd voor stedelijke internetverbindingen, als iedereen naar Netflix gaat voor het streamen van video's.) Gelukkig zijn er een aantal websites die je verbinding kunnen testen, zoals Speedtest.net. Je kan een snelle test op die site doen (het duurt maar dertig seconden of zo) om de de doorvoer van uw verbinding in Mb/s (megabits per seconde) uit te vinden.

Zodra je dat weet, moet je de grootte van de download weten. Gelukkig is dat geen groot geheim: bekend is dat het Mac OS X 10.7 Lion-installatieprogramma 3,76 GB is. Met die informatie kan je nu een nummer 2 -potlood en een stuk papier tevoorschijn halen en wat snelle berekeningen doen. Of je kunt naar een andere site gaan die dat voor je zal doen, zoals Derek Tsang is Download Time Calculator. Geef gewoon de grootte van de download en de doorvoersnelheid van je verbinding, en druk op de knop Get Download Time. Je krijgt dan een redelijke benadering over hoe lang het voor de Lion installateur zal duren om op je Mac te geraken. (Voor een idee over hoe lang het downloaden duurt op verschillende standaard internetverbindingen, bekijk de Gaijin Download Time Calculator.)

Natuurlijk is de schatting die je krijgt slechts voorlopig: De downloadsnelheid hangt ook af van de doorvoer van de Mac App Store-servers en internetverbindingen, samen met de route tussen jou en de Mac App Store. Zoals we allemaal weten, kunnen deze variabelen veranderlijk zijn. Maar in ieder geval weet je de minimum hoeveelheid tijd die het zou kunnen duren, en stelt het je in staat om je dag dienovereenkomstig te plannen.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


iMovie '11 Update kan iMovie for iOS-projecten importeren

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>

[vertaling: DPF]

Toen iMovie for iOS 1.2 eerder dit jaar werd uitgebracht werd mij verteld door een vertegenwoordiger van Apple dat iMovie '11 in staat zou zijn om films te importeren die in iMovie for iOS (de app die draait op de iPad, iPhone en iPod touch). Dat bleek echter niet te kloppen: GarageBand was in staat om projecten te importeren die aangemaakt waren in GarageBand for iOS, maar iMovie kon dat niet. (Zie "Nieuwe iOS-versies van iMovie en GarageBand", 2 maart 2011.)

Nu blijkt dat deze Apple vertegenwoordiger hoogstens een beetje voor zijn beurt sprak. De kersverse versie van iMovie iMovie 9.0.4 kan nu wel projecten importeren die aangemaakt zijn in de iOS-versie. Dat betekent dat je op je iOS-apparaat kunt beginnen met een project (om bijvoorbeeld meteen je ideeëen uit te kunnen werken, of wanneer je tijd over hebt) om het naar iMovie '11 te verplaatsen wanneer je de tijd hebt om het af te ronden.

In een snelle test plakte ik een filmpje aan elkaar op mijn iPad 2 en importeerde het vervolgens in iMovie '11. Alle elementen in mijn film (achtergrondgeluid, geluidseffecten, instellingen voor het Ken Burns-effect en thema's) kwamen keurig op mijn Mac terecht. iMovie '11 zag zelfs dat mijn project gebruikmaakte van het Neon-thema, dat alleen beschikbaar is in de iOS-versie en voegde andere thema-elementen toe die niet in het project gebruikt worden, zoals andere stijlen voor titels. Het veranderen van het thema van het project naar een van de thema's van iMovie '11 maakt het echter onmogelijk om weer terug te gaan naar het iOS-thema.


Het gehele proces van ex- en importeren is echter nog steeds lastig. (Ik zou het geweldig vinden om projecten over de iCloud te kunnen synchroniseren, maar daar zullen ze wel te groot voor zijn.) Dit zijn de stappen die je moet volgen, misschien een handige referentie:

  1. In iMovie for iOS tik je op de knop "Share".

  2. Tik vervolgens op de knop "Send Project to iTunes".


  3. Verbind je iOS-apparaat met je Mac.

  4. In iTunes selecteer je je apparaat in de navigatiekolom en klik je op de Apps-knop aan de bovenkant van het venster.

  5. Scroll naar beneden in de Apps-lijst, selecteer iMovie en selecteer het project dat je wil delen.


  6. Klik op de knop "Save To" en kies een bestemming voor het projectbestand, of sleep het bestand van de iMovie Documents lijst naar een venster in de Finder.

  7. In iMovie '11 kies je "File" > "Import" > "iMovie for iOS Project" en selecteer je vervolgens het projectbestand dat je opgeslagen hebt. Specificeer of je de opnamen van het project aan een bestaand iMovie Event (gebeurtenis) wil toevoegen, of maakt een nieuw Event.

  8. Klik op de Import-knop om het project te converteren en te importeren in iMovie '11.

Het is helaas niet mogelijk om bewerkingen te doen in iMovie '11 en het project weer op je iOS-apparaat te zetten, zodat je later onderweg weer bezig kunt met je project. Misschien in de toekomst.

Naast het toevoegen van de mogelijkheid om iMovie for iOS-projecten te importeren zijn in iMovie 9.0.4 ook een aantal problemen opgelost waarbij aanpassingen in de audio niet opgeslagen werden, worden de prestaties verbeterd wanneer je werkt met grote hoeveelheden clips met sleutelwoorden en met grote iPhoto-bibliotheken en wordt ondersteuning voor de volledig scherm-modus onder Lion toegevoegd.

De iMovie 9.0.4 update is een download van 76,2 MB, verkrijgbaar via Software Update of als een directe download, en als een update in de Mac App Store als je de applicatie daar gekocht hebt.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


MacTech Boot Camps binnenkort in Los Angeles en Chicago

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

[vertaling: RAW]

Nadat de MacTech Boot Camps in San Francisco, Dallas en Boston allemaal volgeboekt waren, kunnen nu Mac-consultants en technisch ondersteunend personeel in Los Angeles en Chicago uitkijken naar evenementen in hun steden. En als je wat verder weg woont: de MacTech Boot Camp Los Angeles van 27 juli 2011 vindt plaats in de Sheraton Gateway dichtbij LAX, de internationale luchthaven van Los Angeles, waardoor het gemakkelijk is om er voor een dagje heen te vliegen. De MacTech Boot Camp Chicago is een maand later, op 31 augustus 2011, in Hotel Allegro in het centrum van Chicago.

MacTech Boot Camp is een seminar zonder parallelle sessies, in een hotel en bedacht om in de behoeften van consultants en technisch personeel te voorzien, met technische en zakelijke inhoud van hoge kwaliteit door experts, gecombineerd met mogelijkheden tot netwerken met andere consultants en verkopers. Bij de sprekers voor het Los Angeles seminar zitten Ben Levy, Phil Goodman, Ric Wilson, Sean Colins, Chris Keller, Jonathan Goldhill en Peter Linde.

Deelname aan een MacTech Boot Camp kost normaal $ 495 en hoewel de vroege-vogelprijs voor het seminar in Los Angeles al niet meer geldt, kunnen TidBITS-lezer nog steeds hun voordeel doen met de $ 200 korting die we hebben dankzij onze mediasponsorstatus, waardoor de prijs naar $ 295 zakt. De speciale TidBITS-prijs geldt ook voor het seminar in Chicago. Daar alle seminars tot nu toe volgeboekt raakten, kun je beter niet te lang wachten met boeken.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Alternatieven voor MobileMe voor iWeb-sites

  door Steve Sande <steve.sande@gmail.com>
  9 reacties (Engelstalig)

[vertaling: TK, DPF]

Nadat Apple onlangs de ergste vrees van iWeb-gebruikers bevestigde, namelijk dat de hosting van iWeb-sites als onderdeel van MobileMe zal aflopen op 30 juni 2012 (zie "Apple geeft details over de overgang van MobileMe naar iCloud", 24 juni 2011), hebben veel lezers van mijn e-boek "Take Control of iWeb '09" me gevraagd waar zij hun sites voortaan moeten laten hosten. Er zijn hiervoor meerdere opties, afhankelijk van hoe ernstig je site is, en of je al dan niet een eigen domein hebt.

Sites met een eigen domein -- Iedereen met een unieke (niet-MobileMe) domeinnaam of met een website met veel verkeer raad ik aan om de sprong te wagen en een betalende webhosting-account bij een bekend hostingbedrijf te nemen. Welk webhostingbedrijf je neemt is jouw keuze, maar bij de meer bekende hosts horen o.a. DreamHost, Bluehost, HostGator en GoDaddy. Prijzen vanaf $ 5 per maand.

Wanneer je nieuwe host je je inloginformatie heeft bezorgd, start je iWeb en kies je website in de zijbalk om de Site Publishing Settings voor die site te tonen. Je moet de sitenaam, je contact e-mailadres en informatie (serveradres, gebruikersnaam, paswoord en beginpad) invoeren voor de ftp-server voor je site.


Geef de URL van de site in (voor het instellen van koppelingen en RSS-feeds) en beslis of je je Facebook-account wilt updaten telkens als je je site publiceert en klik op Test Connection om te controleren of al je instellingen goed zijn. Als dat het geval is, dan ben je klaar om met een klik op Publish Site je iWeb-site op de nieuwe host te plaatsen.

Je moet je eigen domein ook naar de nieuwe host laten verwijzen; neem contact op met de technische ondersteuning van je nieuwe hostingbedrijf als je hier hulp voor nodig hebt.

Sites in het MobileMe-domein -- Als je tevreden was met een MobileMe-url zoals http://web.me.com/stevensande en je niet te veel verkeer naar je site hebt, dan heb je waarschijnlijk wel genoeg aan een gratis hostingoplossing. De gemakkelijkste is cloud storage provider Dropbox, met gratis 2 GB-accounts die voor iedereen die niet de grootste iWeb-site heeft voldoende opslagruimte bieden. Lees even mee voor een korte tutorial over het instellen van Dropbox en iWeb om je iWeb-sites te hosten.

Eén waarschuwing: De suggestie voor websitehosting hebben we rechtstreeks uit de wiki over Dropbox gehaald, maar de dienst is niet bedoeld voor "productie"-webhosting. Enkele persoonlijke pagina's of een testsite is geen probleem, maar Dropbox behoudt zich het recht voor om je openbare koppelingen te deactiveren als het systeem ongewoon veel bandbreedteverbruik detecteert.

  1. Om te beginnen moet je een Dropbox-account hebben. Als je er nog geen hebt, ga dan naar de thuispagina van Dropbox en download de Dropbox-software, installeer de software en stel je account in. Je bekijkt best ook de video op de thuispagina van Dropbox om het concept achter het programma en de dienst te begrijpen.

    (Dropbox spiegelt in essentie de inhoud van de Dropbox-map in je thuismap naar de Dropbox-servers en synchroniseert alle veranderingen in bestanden in die map naar de servers van Dropbox, en vandaar naar al je andere apparaten. Als je een map met andere mensen deelt, dan worden de kopieën van documenten in die gedeelde map telkens wanneer je opslaat ook gesynchroniseerd.)

  2. Wanneer de Dropbox-software is geïnstalleerd en je ermee vertrouwd bent, ben je klaar voor actie. In de Finder, open je Dropbox-map en je ziet dat Dropbox er enkele mappen voor je heeft in aangemaakt, waaronder Public. Open Public en maak een er nieuwe map in aan voor je site. De naam kun je zelf kiezen. Voor dit voorbeeld heb ik mijn map "web" genoemd.

  3. Open iWeb en selecteer je website in de zijbalk om de Site Publishing Settings weer te geven.


  4. Kies Local Folder in het popup-menu "Publish To".

  5. Voer de naam van je site en je contact e-mailadres in, en klik dan op "Choose Folder Location".

  6. Navigeer naar de map die je in stap 2 hebt gemaakt, en klik dan op "Choose:"


  7. Dat is het voorlopig. Als je website klaar is om op het web te plaatsen, klik op "Publish Site" onderaan het iWeb-venster. Je sitebestanden worden nu naar de map ~/Dropbox/Public/web gepubliceerd. Enkele seconden of minuten later, afhankelijk van je verbindingssnelheid en hoe groot je site is, worden deze bestanden gesynchroniseerd naar je Dropbox-account "in de cloud".

  8. Navigeer in de Finder naar de map ~/Dropbox/Public/web en in deze map zie je een bestand index.html Control-klik op dat bestand en kopieer de koppeling naar het klembord met "Copy Public Link" in het hiërarchisch Dropbox-menu in het popup-menu dat verschijnt. Dit is de URL waarop je website kan worden gevonden en je kunt dit adres naar vrienden of klanten sturen om hen de site te tonen.


  9. Nog één stap! Om er voor te zorgen dat al je verwijzingen goed werken ga je weer naar de instellingen voor sitepublicatie voor jouw site in iWeb. Zie je die grote lege ruimte waar boven staat "Website URL"? Plak hier de URL die je in stap 8 hebt gekopieerd en verwijder de index.html code aan het eind van de URL. Dat adres is de root-URL voor je nieuwe site. Klik weer op Publiceer site om je site opnieuw te publiceren, en bewonder dan je handwerk door dezelfde URL in je webbrowser te plakken.


Hoewel ik niet de tijd had om alle widgets en mogelijkheden van iWeb '09 te controleren werkte wel alles dat ik op mijn testsite gebruikte, inclusief de Countdown Timer en HTML Snippets, prima via Dropbox. Alles dat mogelijkheden op de server vereist (die specifiek is voor MobileMe) zal niet werken, dus test wel je site even voordat je de URL deelt.

[Steve Sande is Features Editor voor The Unofficial Apple Weblog (TUAW.com) en de auteur van "Take Control of iWeb '09". Zijn andere titels zijn "Taking Your iPad 2 to the Max", "Taking Your iPhone 4 to the Max" en het binnenkort te verschijnen "Taking Your Mac OS X Lion to the Max", alledrie uitgegeven door Apress.]

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Apple heeft publieke beta's nodig voor Mac OS X

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
  22 reacties (Engelstalig)

[vertaling: JWB, PP, OF]

Het ligt niet voor de hand dat we Mac OS X 10.6.9 te zien krijgen, gezien de nabijheid van de verschijningsdatum voor Mac OS X 10.7 Lion, maar als Apple desondanks toch 10.6.9 zou uitbrengen, zou ik me genoodzaakt zien TidBITS-lezers af te raden deze direct te installeren. Per slot van rekening introduceerden zowel 10.6.7 als 10.6.8 geheel nieuwe problemen waar grote groepen mensen last van hadden terwijl ze zeer specifieke problemen verholpen waar slechts een heel klein groepje gebruikers last van had.

Dat is niets voor Apple. Hoewel er uitzonderingen zijn geweest waren de meeste Mac OS X -uitgaven positieve stappen voorwaarts of op zijn minst neutraal. Als gevolg daarvan had ik weinig of geen reden om uiterste voorzichtigheid aan te raden bij de upgrade. Vroege upgrades (de 10.x.1 en 10.x.2 uitgaven) betreffen doorgaans algemene bugs en problemen en zijn het zodoende waar om snel te verkrijgen. En latere upgrades (die komen na 10.x.5) zijn vooral gericht op het oplossen van zeer specifieke problemen en sluimerende ongelukjes en introduceren zelden nieuwe problemen.

Dus wat verklaart de problemen met lettertypen in 10.6.7 die de Snow Leopard Font Update forceerde (zie "Apple brengt Snow Leopard Font Update uit", 26 april 2011), of de afdrukproblemen in 10.6.8 die op dit moment het beste verholpen kunnen worden door het vervangen van vier Unix-perogramma's door hun vorige versies (zie "Mac OS X 10.6.8 heeft last van afdruk- en audio-problemen", 1 juli 2011)? Worden de testers van Apple gewoon slordig? Zijn ze teveel gericht op het testen van Lion om nog genoeg aandacht te kunnen schenken aan Snow Leopard? Hoe zit het met ontwikkelaars? Misschien zijn zij ook meer geconcentreerd op voorvertoningen voor ontwikkelaars van 10.7 dan op nieuwe versies van 10.6?

Of misschien is dit een onderdeel van de prijs van succes? Wat nu als deze problemen direct te maken hebben met de almaar toenemende populariteit van de Mac en de bijbehorende groei van de omringende industrie van software- en hardware-makers? En natuurlijk met Apple's aanhoudende groei over de afgelopen 10+ jaren, die niet alleen meervoudige generaties aan software en hardware heeft opgeleverd, maar een toenemend aantal professionele gebruikers die op hun Macs vertrouwen voor de dagelijkse werkzaamheden.

Kortom, misschien is het gehele Mac-ecosysteem zodanig uitgedijd dat het Apple's interne capaciteit te boven gaat waar het gaat om afdoende te testen voor de myriade aan configuraties die het gevolg zijn van elke Macintosh-aankoop. En ik zou daar aan toe willen voegen dat, ook al heeft Apple het met de Mac niet gemunt op de zakelijke markt, de consequenties van geïntroduceerde bugs een grotere impact op professionals hebben dan ooit tevoren, simpelweg als gevolg van het toegenomen aantal mensen dat afhankelijk is van de Mac voor hun broodwinning.

Wat is dan de oplossing? Apple zou meer testers kunnen inzetten en wat terughoudender kunnen zijn met nieuwe versies van Mac OS X. Of wij, gebruikers, zouden van de makers kunnen eisen om beter te testen. Het is enigszins teleurstellend dat zowel Parallels als PGB hun moeilijkheden met 10.6.8 niet hebben ontdekt en opgelost voordat die werd vrijgegeven.

Maar geen van deze oplossingen voldoet helemaal. Apple kan niet elke denkbare gebruikersconfiguratie testen en we willen ook niet dat herstel dat nodig is, wordt vertraagd door overdreven testen. En het zou wel prettig zijn als ontwikkelaars beter zouden testen, maar ontwikkelaars hebben slechts beperkte middelen beschikbaar voor hun werk.

Ik stel een meer moderne, democratische oplossing voor: open beta's van tussentijdse Mac OS X-versies, te beginnen met 10.7.1. Hoewel ik besef dat dit idee in strijd is met de neiging van Apple om heimelijk alles zelf te regelen, denk ik dat het bedrijf dit zou moeten overwegen.

[Update: Apple heeft inderdaad een programma dat hier ongeveer mee overeenkomt zoals ik opmaakte uit de reacties op dit artikel. Het heet AppleSeed, een programma op uitnodiging, waarmee dagelijkse gebruikers software van Apple kunnen testen voordat die uitgebracht wordt; ze kunnen dan Apple erover informeren. Ik heb begrepen (en gelezen in dit recente artikel in Ars Technica) dat het bijna helemaal geheim is en het is onduidelijk hoe het te vergelijken is met wat ik hieronder voorstel; het is eenvoudig zo, dat net als Apple's eigen tests en die van de werking van programma's, ook dit de problemen van 10.6.7 en 10.6.8 niet heeft opgespoord.]

Natuurlijk hoop ik dat Apple het beter zou doen dan veel andere bedrijven die openbare beta's geven. Bijvoorbeeld:

Natuurlijk, het concept om gebruikers toegang te geven tot OS X-betaversies druist in tegen de wens van Apple om alles onder controle te houden maar voor zover ik kan zeggen maakt Apple helemaal geen werk van het handhaven van de geheimhoudingsovereenkomst met de ontwikkelaars. Tal van websites publiceren nu al straffeloos informatie over Lion die onder de geheimhoudingsovereenkomst valt. Wellicht maakt Apple zich niet zoveel zorgen over het lekken van wat technische details en met kleine updates als naar 10.7.1 zal de concurrentiepositie van Apple niet in het geding zijn als er een kleine bug gerepareerd is of een nieuw probleem opgedoken is.

En, aan de positieve kant, zal het uitbrengen van publieke beta's het vertrouwen van de klant dat Apple in staat is een stabiel systeem te maken alleen maar vergroten. Het kost veel tijd om dat vertrouwen te winnen en het kan in heel korte tijd verloren gaan. Apple's reputatie heeft bij de laatste twee updates van Snow Leopard zeker een deuk opgelopen.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


CFP 2011: Ga vooral zo door, senator!

  door Jeff Porten <jporten@gmail.com>

[vertaling: HV]

De presentaties op de derde en laatste dag van het Computers, Freedom, and Privacy 2011-congres werden ingeleid door senator Pat Leahy, uit Vermont, lid van de Democratische partij. Dit was de tweede keer in drie weken tijd dat ik Leahy een voordracht hoorde houden; de eerste keer was tijdens een luxe lunch gesponsord door NetCaucus.org.

Hoe je het ook wendt of keert, Leahy is geen domme jongen en is een groot voorvechter van burgerrechten. Hij werd met veel egards aangekondigd door Marc Rotenberg, de algemeen directeur van het Electronic Privacy Information Center. Ik ken Marc al bijna twintig jaar en beschouw hem als een buitengewoon kundige organisator en een goed onderlegde spreker over privacy en internetaangelegenheden, dus als Marc een positief oordeel geeft over een persoon, dan ben ik geneigd om dat oordeel te volgen.

En dus moet ik constateren dat Leahys beide toespraken nogal teleurstellend waren. En ja, hij gaf eindelijk wat relevante informatie, waar ik zodadelijk op terug zal komen, maar het was voor het meerendeel politiek geneuzel, van het type: Dat de zaken die tijdens CFP aan de orde komen van grote importantie zijn. Hoe trots we kunnen zijn op onze inzet en ons werk. Hoe hard hij onze hulp nodig heeft om zijn wetgeving aangenomen te krijgen.

In Washington wordt dit niet eens meer beschouwd als preken voor eigen parochie, het is meer iets als: "Potverdorie, jullie zien er fantastisch uit en jullie klinken geweldig".

CFP is voor iedereen toegankelijk en is een van de weinige evenementen waar niet iedereen in het publiek dezelfde overtuiging is toegedaan. Er wordt gediscussieerd over wat privacy precies inhoudt, over het spanningsveld tussen het maken van winst en het nut van het algemeen en over mensenrechten-schendingen door instanties die beweren dat dat ter bescherming van de bevolking is. Zowel sprekers als toehoorders op CFP zijn verdeeld over dit soort kwesties; wat ons over het algemeen bindt is een goed inzicht in de technische en sociale processen die in deze van belang zijn en een grote toewijding aan ons eigen standpunt.

Waarom moest Leahy dan zo'n slap verhaaltje houden? Wat hij vertelde had niet misstaan op CSPAN, of bij Rachel Maddow, waar hij een lekenpubliek toespreekt. Maar op CFP hoef ik niet te horen hoe belangrijk we zijn, en dat hij onze hulp nodig heeft; ik wil zijn deskundige mening horen over de status van de nieuwe wetgeving, waarom het in het verleden niet lukte om deze wetgeving aangenomen te krijgen en zijn ideeën over hoe vóór- en tegenstanders van een bepaald onderwerp hun steentje kunnen bijdragen. Als hij onze hulp nodig heeft, dan moet hij vertellen hoe we kunnen helpen.

Het was een gemiste kans en meer dan dat. De toehoorders gingen er niet van uit dat een zittende senator ons zou gaan vertellen over zijn werk en ervaring, ook al is dat het soort voordracht die vrijwel alle andere sprekers op dit congres houden. We zouden verbaasd hebben opgekeken als hij ons deelgenoot had gemaakt van de discussies en overwegingen die hij dagelijks voert en maakt; en hij gaat op CFP vast niets zeggen dat als soundbytes tegen hem gebruikt kan worden. Iedereen lijkt er van overtuigd dat de Senaat een grote zwarte doos is. Je stopt er geld en stemmen in, erbinnen vindt een chemische reactie plaats (waar alleen lobbyisten met een salaris boven de Balkenende-norm het fijne van weten) en de uitkomst is nieuwe wetgeving.

Het feit dat op dezelfde dag een progressieve politicus aftrad omdat hij minder handige foto's van zichzelf via Twitter had verspreid versterkt onze overtuiging dat het Congres minder een vorm van eigenbestuur is dan wel een vorm van performance-kunst.

Dat niettegenstaande, sprak Leahy kort over zijn pogingen om een aanpassing aan de Electronic Communications and Privacy Act, voor het laatst gewijzigd in 1986, aangenomen te krijgen. En er is heel wat veranderd sindsdien. Belangrijke onderwerpen in de nieuwe ECPA zijn onder andere de verplichting tot het verkrijgen van een huiszoekingsbevel voordat overheidsinstanties gevoelige computergegevens, zoals lokatiegegevens of cloud-bestandsopslag, in kunnen zien. Op dit moment is dergelijke informatie vogelvrij en zijn het de individuele providers die kunnen beslissen over het al of niet verstrekken van deze informatie aan het gezag. Hij werkt ook aan een overkoepelende norm voor kennisgevingen in het geval van een beveiligingslek bij private ondernemingen, zodat personen wier informatie gecompromitteerd werd daarvan op de hoogte worden gesteld; ook hier geldt dat op dit moment eventuele notificatie afhankelijk is van ad-hoc beleid van de individuele providers.

Dit wordt de vierde keer dat Leahy deze laatste wetgeving aan de orde stelt en hij liet weten dat hij hoopt dat viermaal dan toch eindelijk scheepsrecht is. Ik kan me echter niet aan de indruk onttrekken dat als hij meer tijd had besteed aan de werkelijke inhoud van deze twee wetsvoorstellen, de hindernissen waar hij tegenaan loopt en de initiatieven die hij graag zou zien vanuit zijn toehoorders (en belangrijker nog, van de veel grotere groep van gebruikers die via onder andere dit medium lezen wat er op CFP gezegd werd) hij zich minder op hoop zou hoeven te verlaten. Volgens mij is het zijn taak om ons te vertellen wat er speelt, zodat ik dat weer aan jullie kan doorgeven, zodat jullie je kunt inzetten voor wetgeving waar je vóór bent, of tegen wetgeving die je niet ziet zitten.

Maar dat speelt zich allemaal af in de zwarte doos. En misschien vraag ik ook wel te veel. Hij is ook maar een senator en jij en ik zijn ook maar gewone burgers.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


TidBITS Volglijst: belangrijke software-updates, 11 juli 2011

  door de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>

[vertaling: RAW]

Airfoil 4.5 -- Rogue Amoeba blijft de draadloze reikwijdte van audio uitbreiden met Airfoil 4.5, een belangrijke update voor hun populaire gereedschap voor het draadloos delen van audio. Het belangrijkst is dat Airfoil 4.5 nu volledige ondersteuning biedt voor AirPlay-apparaten van derden, waardoor je audio naar alle AirPlay-capabele luidsprekers of apparaten kunt sturen. Ondersteuning voor AirPlay is ook doorgedrongen tot het gratis Airfoil Speakers extra, waardoor Airfoil Speakers nu audio kan ontvangen van iTunes en iOS-apps, en van Radium op Mac OS X. Ook nieuw in Airfoil Speakers is de mogelijkheid om het afspelen te regelen vanuit verscheidene nieuwe bronnen als Spotify, Rdio en Radium. Airfoil 4.5 heeft ondersteuning voor Mac OS X Lion, kan ClicktoFlash omzeilen en heeft een aantal foutreparaties en prestatieverbeteringen. (Nieuw $ 25, gratis update, 12,6 MB, toelichting)

Reacties - Airfoil 4.5

GraphicConverter X 7.3 -- Lemkesoft heeft GraphicConverter X 7.3 uitgebracht, een update voor hun oudgediende grafische-conversiesoftware. Volgens de toelichting heeft de nieuwe versie een aantal foutreparaties en verbeteringen aan bestaande importmodules en CoreImage-filters, naast ondersteuning voor HTC splash screens en AAI/Dune-bestanden, plus e-mailondersteuning voor Outlook 2011. De update zorgt ook voor compatibiliteit met Mac OS X Lion, waardoor het een verplichte download wordt voor diegenen die plannen om binnenkort naar Lion te upgraden. (Nieuw € 34,95 op de website van Lemkesoft of € 30,99 in de Mac App Store

Reacties - GraphicConverter X 7.3

KeyCue 5.3 -- Ergonis Software heeft KeyCue 5.3 uitgebracht, een update voor hun programmaatje dat ontworpen werd om je sneltoetscombinaties te laten herinneren wanneer je een hint nodig hebt. De nieuwe versie heeft een aantal prestatieverbeteringen en levert betere compatibiliteit met verscheidene programma's, waaronder Screen Sharing, iKey, iChat en de ontwikkelomgeving Eclipse. Verder heeft KeyCue nu een optionele legenda die de betekenis van symbolen uitlegt die in de sneltoetstabel gebruikt worden. (Nieuw: € 19,99, gratis update, 6,1 MB)

Reacties - KeyCue 5.3

Opera 11.50 -- Terwijl Safari, Firefox en Chrome de meeste aandacht hebben gekregen, heeft Opera stilletjes zitten werken aan Opera 11.50, dat nu een lange lijst van nieuwe functies, verbeteringen en foutreparaties bevat. De gebruikersinterface van de webbrowser heeft een aantal verbeteringen gekregen, variërend van een nieuwe pictogramset tot een betere pagina-indeling. Opera Link, de datasynchronisatiedienst van het bedrijf, kan nu wachtwoorden bewaren naast andere browsergegevens, terwijl Opera Mail nu betere ondersteuning heeft voor de IMAP-dienst van Gmail. De ondersteuning van HTML 5 in Opera heeft een flinke zet in de rug gekregen met de introducties van vele nieuwe functies, waaronder de Opera Presto 2.9 weergave-engine. (Gratis, 13,7 MB)

Reacties - Opera 11.50

Postbox 2.5 -- Postbox heeft versie 2.5 van hun e-mailclient van dezelfde naam uitgegeven met een hele waslijst aan verbeteringen, te beginnen met vele verbeteringen aan de gebruikersinterface. Daarbij zitten lichte wijzigingen aan de typische verticale weergave van het programma, het schrijfvenster, berichtweergave, en zelfs de Meldingenbalk. Volgens de toelichting heeft Postbox 2.5 nu ook IMAP-ondersteuning voor Yahoo Mail-accounts, een snel-antwoordenfunctie, een nieuw meldingenpaneel voor ongewenste reclame en ondersteuning voor het zoeken van berichten op onderwerp via Spotlight. (Nieuw $ 19,99 op de website van Postbox of via de Mac App Store, gratis update, 20.4 MB)

Reacties - Postbox 2.5

EagleFiler 1.5.4 -- C-Command Software heeft een update naar versie 1.5.4 uitgebracht van EagleFiler, hun programma voor het archiveren van documenten en gegevens (zie "EagleFiler maakt knipselopslag van Findermap", 24 februari 2010). Volgens de toelichting heeft EagleFiler 1.5.4 een sleep optimisaties en foutreparaties, naast een paar nieuwe functies. Het programma kan nu efficiënter gegevens lezen uit verscheidene RSS-lezers, waaronder NewsRack en NetNewsWire en kan bladwijzers importeren uit een reeks bronnen, zoals Safari, Delicious, Pinboard en andere. EagleFiler 1.5.4 heeft ook vroege ondersteuning voor het op stapel staande Mac OS X Lion, waar het programma kan draaien in volledig-schermmodus. (Nieuw $ 39,99 op de website van C-Command of de Mac App Store, gratis update, 11,4 MB)

Reacties - EagleFiler 1.5.4


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse, en grondige besprekingen voor de Macintosh- en internet-gemeenschappen. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2011 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering