Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS Logo

TidBITS#934, 23 juni 2008

Nu de zomer echt heet begint te worden, richt Adam zijn aandacht op de net uitgekomen Firefox 3 en ontdekt dat die vol met mogelijkheden zit en verrassend bruikbaar is na de vorige versie, die eigenlijk nauwelijks een Macintosh-applicatie genoemd kon worden. Intussen is het Glenn Fleishmans lot om complexe internettechnologieën aan ons uit te leggen, bijvoorbeeld waarom er publieke en persoonlijke IP-adressen bestaan en wat dat betekent voor het gebruik van de Terug naar mijn Mac-dienst van Apple. Jeff Carlson schakelt naar een geheel andere versnelling en vertelt hoe AppleCare wederom bewijst hoe waardevol het is door hem te voorzien van een vervangende batterij voor zijn MacBook Pro. In de TidBITS Volglijst van deze week kijken we naar de uitgaven van CrossOver Mac 7.0, de Xserve EFI Firmware Update 1.1, ConceptDraw Office, en Growl 1.1.4.
 
Artikelen
 

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


Zo is AppleCare de moeite waard: vervangende batterij voor MacBook Pro

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>

[vertaling: KvH]

Iedere keer dat ik een nieuwe Mac laptopcomputer aanschaf, vraag ik mij af of ik de AppleCare garantieverlenging naar drie jaar erbij zal kopen. Mijn MacBook Pro kostte in november 2006 $2.800 (inclusief belasting en verzending), dus nog eens een extra $300 voor AppleCare neertellen, dat deed eerlijk gezegd zeer. (Zie "Meer MacBook Pro voor minder geld" 20-11-2006, voor meer informatie over de aankoop en hoe die zich verhoudt tot de eerdere PowerBooks die ik bezat.) Echter, in mijn ervaring had vrijwel elke laptop die ik bezat wel een of andere reparatie nodig na het verlopen van de garantietermijn, dus heb ik AppleCare er altijd bij genomen.

Geheel in de lijn der verwachting heb ik ook bij deze laptop gebruik kunnen maken van AppleCare. De laatste tijd bleek dat de batterij (de originele die bij de computer zat) na opladen maar een uurtje bleef werken. Dat is aan de korte kant, zelfs bij constant gebruik, en nadat ik een bericht op MacUser over een vergelijkbaar probleem gelezen had, besloot ik Apple te bellen.

Ik bereidde me natuurlijk wel voor op het telefoontje. Ik had eerst het serienummer van de batterij opgeschreven (zodat ik hem niet uit de computer zou hoeven te peuteren terwijl ik aan de telefoon hing). Ik had al eerder de System Management Controller (SMC) van de laptop gereset toen ik probeerde uit te vinden waarom de batterij zo slecht oplaadde. Verder had ik de nieuwste versie gedraaid van coconutBattery, een gratis (financiële bijdrage mag) programmaatje dat informatie over de status van je batterij opdiept; het bleek dat de huidige capaciteit van de batterij minder dan de helft van de originele capaciteit was. Ik doe ook mijn best om de batterij eenmaal per maand helemaal leeg te laten lopen om de conditie op peil te houden. (Zie ook een artikel dat ik ooit voor Macworld schreef: "Laptop Battery Smarts", 04-10-2004.)

Met deze informatie bij de hand belde ik Apple. De helpdeskmedewerker wees me direct op de ondersteunings-pagina van Apple voor het 15-inch MacBook Pro Battery Exchange Program om kijken of het serienummer van de batterij in de reeks betreffende nummers viel (dat was niet zo). Ik vertelde hem over de verminderde capaciteit zoals die door coconutBattery geregistreerd was en hij verwees mij ook naar het Systeemprofiel, die dezelfde informatie in de sectie Voeding laat zien. Als laatste vroeg hij mij om het aantal keren dat de batterij opgeladen en weer leeggedraaid was.

Hij had snel door dat de batterij inderdaad kapot leek te zijn en omdat de laptop onder AppleCare-garantie viel, zou het bedrijf mij een nieuwe sturen, zonder verdere kosten. Hij had ook nog autorisatie van een manager nodig, en op een gegeven moment vroeg hij mij om "de computer te herstarten met vier toetsen ingedrukt..."

"PRAM resetten?", vroeg ik (Command-Option-P-R). "Heb ik ook al geprobeerd."

Tevreden met deze resultaten vroeg hij mij om het verzendadres en mijn creditkaartnummer. De prijs van een nieuwe batterij wordt je aangerekend zolang de vervanger onderweg is.

Toen ik de batterij twee dagen later ontving, stopte ik de kapotte terug in dezelfde doos, belde DHL om hem op te laten halen en begon mijn nieuwe batterij te gebruiken.

Ik zou de laptop ook naar een Apple-winkel hebben kunnen brengen en dezelfde service aan de Genius Bar hebben kunnen krijgen, maar in mijn geval was het makkelijker om gewoon te bellen.

Ik heb weliswaar niet de kosten van de $300 voor AppleCare eruit gehaald met deze nieuwe batterij van $130, maar de garantie loopt nog door tot november 2009. Ik moet op een gegeven moment, wanneer het mij beter uitkomt een tijdje zonder laptop te zitten, een puntje op het beeldscherm laten nakijken, en wie weet wat er nog meer kan gebeuren. Tot nu toe is het de $300 wel waard.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Firefox 3 maakt sprong voorwaarts

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

[vertaling: BA, TK]

Na een zeven maanden durende publieke bèta heeft de Mozilla Foundation Firefox 3 uitgebracht, een grote update voor de open-source webbrowser die op het internet de op één na populairste browser is, met een totaal gebruiksaandeel van tussen de 16 en 18 procent, afhankelijk van wiens cijfers je gelooft. (De tweede plaats geldt ook voor de Macintoshwereld; op onze website bijvoorbeeld gebruikt 46 procent van de bezoekers Safari op de Mac, met de Mac-versie van Firefox op de tweede plaats met 17 procent. Windows gebruikers die onze site bezoeken gebruiken bijna even veel Internet Explorer als Firefox, met respectievelijk 14 en 13 procent van de bezoeken.)

Hoewel Firefox 2 een goede browser was, kon het nauwelijks als een Macintosh-programma beschouwd worden, maar het lijkt er op dat Firefox 3 de gebruikerservaring voor Mac-gebruikers aanzienlijk zal verbeteren. Wat vooral opvalt is dat met een nieuw uiterlijk Firefox 3 er meer als Mac uitziet en ook aanvoelt, en dus niet meer zo verschrikkelijk overkomt als een overzetting uit een ander besturingssysteem. Firefox 3 ondersteunt ook Growl-notificaties voor voltooide downloads en beschikbare updates, en de toetsen pijl omhoog en pijl naar beneden gedragen zich nu zoals het hoort in een Mac-programma en verplaatsen de cursor naar het begin en het einde van een tekstveld.

Enkele minpuntjes zijn dat Firefox geen schaalbare tekstgebieden heeft zoals OmniWeb en Safari, nog steeds de Mac OS X Sleutelhanger niet ondersteunt, en hoewel ik claims heb gezien dat het ingebouwde woordenboek van Mac OS X wordt ondersteund, heb ik dit nog niet in de praktijk kunnen bevestigen. Ook komt het soms voor dat een website niet werkt als die gebouwd is in iWeb 2 (maar dit valt te repareren).

Overige veranderingen vallen in verschillende categorieën: verbeterd gebruikersgemak en persoonlijke instellingen, prestaties en veiligheid. Hou je vast, want nu gaat er toch wel wat komen.

Gebruikersgemak en persoonlijke instellingen -- Als je er altijd een hekel aan hebt gehad dat je gevraagd werd een wachtwoord voor een beveiligde website op te slaan voordat je er inlogde (waardoor je makkelijk een verkeerd wachtwoord kon opslaan), zal het je bevallen dat Firefox een nieuwe informatiebalk heeft, die uitklapt om keuzes te geven voor het opslaan van wachtwoorden. Aangezien deze balk niet de voortgang blokkeert, kun je wachten tot je succesvol bent ingelogd voordat je het wachtwoord opslaat.

[Zie afbeelding]

Een nieuwe downloadbeheerder geeft een overzicht van de data waarop bestanden zijn gedownload, heeft een zoekveld om downloads te vinden gebaseerd op naam of website, en laat je gemakkelijk je downloads openen, bekijken in de Finder of er koppelingen naar maken. Als een download mislukt, kun je hem hervatten (maar ik zou er niet op rekenen dat dit altijd lukt).

Heel veel bedieningsonderdelen zijn verbeterd. Met een enkele schuif stel je eenvoudig de grootte van de locatiebalk en de zoekbalk tegelijkertijd in. De Zoeken-werkbalk aan de onderkant van het scherm opent nu met de geselecteerde tekst alvast ingevuld, maar je hebt nog steeds de mogelijkheid om snel iets te zoeken door gewoon te typen terwijl je niet in een tekstveld bent.

Over tekst gesproken, je kunt nu niet-opeenvolgende stukken tekst selecteren door de Command-toets ingedrukt te houden terwijl je selecteert. Firefox 3 ondersteunt ook dubbelklikken en slepen om woorden te selecteren, en drie keer klikken selecteert nu een alinea. Een nieuwe zoomfunctie die beschikbaar is via het Beeld-menu of het toetsenbord zoomt in op of alle onderdelen van een pagina of alleen de tekst.

Hoewel ik niet bekend genoeg ben met Firefox 2 om de verschillen te zien, beweert Mozilla dat in Firefox 3 tabbladen gemakkelijker te localiseren zijn door het "snelmenu" voor tabbladen (een rolmenu aan de rechterkant van de tabbalk) en dat Firefox 3 je waarschuwt om tabbladen te bewaren als je het programma afsluit (de functie om vensters en tabbladen automatisch opnieuw te openen staat bij mij altijd aan). De 'Open alles in tabbladen'-functie voegt nu tabbladen toe aan de bestaande tabbladen, in plaats van ze te vervangen, en nieuwe slimme mappen verzamelen recent aangemaakte bladwijzers, recente labels en je meest bezochte pagina's. Ik heb Firefox 3 uiteraard nog niet lang gebruikt, maar het lijkt me zeer interessant hoe nuttig de slimme map 'meest bezochte websites' zal zijn.

Labels voor bladwijzers is een nieuwe functie. Aangezien het vaak moeilijk is om bladwijzers te vinden nadat je ze hebt aangemaakt, kan je er nu labels naar eigen inzicht aan toevoegen. Als je ze hebt toegevoegd, kun je labels gebruiken om websites te vinden in de nieuwe slimme locatiebalk-functie van Firefox, die overeenkomsten zoekt tussen wat je intoetst met URL's uit de geschiedenis, paginatitels uit de geschiedenis, bladwijzertitels, en bladwijzerlabels. Ondanks dit alles kan de locatiebalk van Firefox helaas nog steeds niet een tekst als "apple/support/downloads" uitbreiden naar "http://www.apple.com/support/downloads/" zoals Safari en OmniWeb; in zulke situaties valt Firefox nog altijd terug op Google. (Hoewel terugvallen op Google voor de meeste mensen waarschijnlijk een goed idee is, is het vermeldenswaard dat de Mozilla Foundation ook een deel ontvangt van de inkomsten die de advertenties in de zoekresultaten van Google opleveren.) Een andere verbetering in de locatiebalk is een sterpictogram waarop je één keer kunt klikken om de huidige URL aan je bladwijzers toe te voegen en automatisch in een Ongesorteerde bladwijzers-categorie op te slaan. Klik nogmaals op de ster, en je kunt de bladwijzer verwijderen, een naam geven, in een map doen, of labels toevoegen.

[Zie afbeelding]

Hoewel ik in het verleden nooit een grote liefhebber van labels of zelfs van bladwijzers ben geweest, is het misschien een manier om een einde te maken aan de wildgroei aan tabbladen. Ik zit nu met eindeloze hoeveelheden open tabbladen in OmniWeb (wat erg handig is om ze in de gaten te kunnen houden), zoveel zelfs dat sommige ervan nu al maanden openstaan. Dat is volkomen belachelijk, dus overweeg ik de nieuwe bladwijzer- en label-functies van Firefox te gebruiken om bladwijzers te maken van zulke pagina's met labels waarin staat waarom ik dacht dat het bewaren van die pagina's me de moeite waard leek. Eén ervan is misschien een interessant artikel, een andere heeft achtergrondinformatie voor een verhaal dat ik wil schrijven, of een derde is een stukje software dat ik wil testen. Misschien kan ik ze met labels uit beeld krijgen op zo'n manier dat ik ze terug kan krijgen als dat nodig is.

Een nieuw venster Bibliotheek biedt een interface voor het beheer van al deze bladwijzers, labels en onderdelen uit de geschiedenis. Als je na een tijdje te veel items hebt (vooral in de geschiedenis) om er nog redelijk doorheen te kunnen bladeren, kun je elke verzameling in de Bibliotheek doorzoeken. En wat nog beter is: je kunt die zoekopdrachten opslaan als slimme mappen. Wanneer ik bijvoorbeeld heb gezocht op "e-boek" in mijn geschiedenis en ik heb dat opgeslagen als een slimme map, dan zou het in theorie alle sites moeten bijhouden over e-boeken die ik bezoek. Je kunt blijkbaar geen bladwijzers en geschiedenisitems mengen in een slimme map, maar misschien is dat wel logisch, aangezien de geschiedenisitems na verloop van tijd zullen verdwijnen, terwijl dit bij bladwijzers niet het geval is.

[Zie afbeelding]

Met de nieuwe Add-onsbeheerder in het menu Extra ten slotte kun je nieuwe add-ons zoeken en ze beheren. ("Add-ons" zijn uitbreidingen die de manier waarop Firefox werkt veranderen, thema's die het uiterlijk en de werking van het programma veranderen en plug-ins die nieuwe, ingebouwde functionaliteit toevoegen.) Sommige Firefox add-ons kon ik in het verleden wel appreciëren, maar hun constante updates kunnen ook wel vervelend zijn, en ik hoop dat het met deze nieuwe interface gemakkelijker wordt om nieuwe uitbreidingen te proberen en de installatie snel ongedaan te maken als ze vervelend zijn.

Prestaties -- Ik ben er rotsvast van overtuigd dat de interface van de browser het verschil maakt, wat ook de reden is waarom ik bij OmniWeb ben gebleven zelfs toen Safari opgang maakte, maar voor veel mensen is pure snelheid bij browsen en weergeven even belangrijk. Eerlijk gezegd heb ik altijd gevonden dat dat één punt is waarop OmniWeb wat achterloopt, vooral met meerdere open tabbladen, die honderden megabytes virtueel geheugen opeten. Safari 3 voelt een beetje sneller aan dan OmniWeb, maar niet zo veel dat ik hem ben gaan gebruiken als primaire browser. Ik laat hem wel altijd open staan, en ik gebruik hem regelmatig voor bepaalde taken.

Nu ik Firefox een beetje heb gebruikt, voelt hij merkbaar sneller aan dan zowel OmniWeb als Safari 3, en volgens Mozilla presteert het programma aanzienlijk beter dankzij een verbeterd gebruik van het geheugen. De JavaScript-prestaties zijn ook verbeterd, wat van pas zou moeten komen in webapplicaties zoals Google Docs.

De nieuwe Gecko 1.9 weergavemachine van Firefox zorgt ook voor betere prestaties, en biedt ondersteuning voor nieuwe web-APIs (zoals offline ondersteuning voor webapplicaties die hem gebruiken), en betere conformiteit met de standaarden. Volgens de de Wikipedia-informatie over Firefox is versie 3 de eerste officiële uitgave van een Mozilla-browser die de Acid2-standaardconformiteitstest haalt, en hij haalt een beter resultaat op de Acid3-test dan Firefox 2.

Een nieuwe maar verborgen optie is de mogelijkheid om afbeeldingen weer te geven met hun kleurprofiel (data die naar het afbeeldingenbestand zijn geschreven waarmee applicaties de kleuren juist kunnen weergeven). Safari doet dit standaard, en het kan helpen om foto's juister weer te geven dan in Firefox 2, al gaat dit wel ten koste van de prestaties (een verlies van 10 tot 15 procent) bij het weergeven van afbeeldingen. Het kleurenbeheer kun je activeren door "about:config" te typen in de adresbalk, en na een waarschuwing (de configuratie veranderen kan tot instabiliteit leiden) typ je "gfx.color" in het Filter-veld om de instelling gfx.color_management te zoeken. Dubbelklik erop om het veld Value om te schakelen van 'false' naar 'true', en sluit dan het venster.

Dit zal niet meteen het alledaags browsen versnellen, maar Firefox 3 slaat nu wel alle bladwijzers, geschiedenis, cookies en voorkeuren op in een transactioneel beveiligd databaseformaat dat zelfs ingeval van een crash zou moeten voorkomen dat je data verliest. Crashes zijn niet zo erg als ze geen data vernietigen, maar een crash waarbij je een oude verzameling bladwijzers moet terugzetten van een back-up kan je heel wat tijd doen verliezen.

Veiligheid -- Mozilla heeft ook veel inspanningen geleverd om Firefox veiliger te maken. Je kunt op het favicon klikken (het piepkleine pictogram in de locatiebalk, naast de URL van de site) om meer informatie weer te geven over een site, al lijkt deze mogelijkheid alleen voor URL's met https identiteitsinformatie over de eigenaar van de site te geven (zelfs de site van Mozilla biedt deze identiteitsinformatie niet). Sites die werken met Extended Validation SSL-certificates (zoals PayPal) krijgen een groen favicon en geven de sitenaam weer.

Firefox 3 geeft zelfs een waarschuwing weer wanneer een gebruiker een site probeert te bezoeken waarvan is opgegeven dat hij je computer probeert te infecteren of als een phishing-site. Deze mogelijkheid gebruikt het Google Safe Browsing-protocol.

[Zie afbeelding]

Ten slotte controleert Firefox 3 automatisch de versie van add-ons en plug-ins, en schakelt oudere, onveilige versies uit; add-ons die op een onveilige manier updates installeren worden ook automatisch gedeactiveerd.

Testen -- Het is altijd moeilijk om een nieuwe webbrowser te testen zonder er echt een tijdje mee te leven, en dat ben ik dan ook van plan. Eén dag kan dan misschien wel volstaan om de meeste nieuwe opties even te proberen, maar een webbrowser is gereedschap waar ik constant mee werk; zoals de hamer van een timmerman of een scalpel van een chirurg moet hij perfect in de hand liggen en precies werken zoals verwacht of ik zoek een andere browser die beter bij mijn behoeften past.

Als je dus nieuwsgierig bent naar hoe browsen anders kan zijn met Firefox 3, dan probeer je deze nieuwe versie best eens. Stel hem in als je standaardbrowser en kijk minstens enkele dagen hoe snel hij is. Let hierbij speciaal op de nieuwe mogelijkheden die het verschil maken met Safari of OmniWeb of Camino of Opera of iCab of welke andere browser dan ook die nu je voorkeur heeft.

Firefox 3 vereist Mac OS X 10.4 of later en is universeel binair. Het is een download van 17,2 MB.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Heeft jouw netwerk een publieke IP-adres?

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>

[vertaling: SL, CS, MSH]

Ik stel de vraag in de titel vanwege de eerste reacties die ik krijg van lezers van mijn nieuwe boek, "Take Control of Back to My Mac". Daarin bespreek ik hoe je Mac OS X 10.5 Leopard plus de dienst .Mac (die binnenkort MobileMe gaat heten) gebruikt, om op afstand bestanden te benaderen op, en de schermen te besturen van, Macs die je beheert of bezit.

Het probleem van Terug naar mijn Mac, vergeleken met Skype en LogMeIn, is dat Terug naar mijn Mac een publiek routeerbaar IP-adres nodig heeft, ofwel op een computer die je wilt bereiken, ofwel op een router waarmee een of meer computers met Terug naar mijn Mac zijn verbonden.

Veel lezers hebben me gevraagd: "Ik ontwerp geen netwerken. Hoe kom ik erachter of ik zo'n IP-adres heb?"

Er is een kort niet-antwoord en een lang antwoord. Het korte niet-antwoord is dat ik je geen goed kort antwoord kan geven, omdat het internet stuk is. Het huidige systeem van publieke en privénetwerken is voor een deel ontworpen om een tekortkoming in het huidige IP-adresseringsysteem te omzeilen en laat niet eenvoudig directe verbindingen toe. Voor het lange antwoord moet je verder lezen. (Ik zeg in de laatste sectie ook iets meer over het korte niet-antwoord.)

Publiek versus privé-IP -- Laat ik nog even uitleggen wat een publiek IP-adres eigenlijk is. Het internet lijdt aan Balkanisering door iets onder de naam Network Address Translation (NAT). Met NAT kan een enkel publiek IP-adres dat bereikbaar (oftewel routeerbaar) is vanaf een willekeurige andere computer op het internet, als een soort proxy dienen voor 1, 1000, of 1.000.000 privé-IP-adressen. Een poort bemiddelt tussen het verkeer van het publieke en het privé-adres. (Je kunt meer over NAT lezen in "Steek de NAT over met port forwarding van Port Map", 16-04-2008.)

Als een computer waarop je Terug naar mijn Mac wilt activeren een publiek IP-adres heeft (zoals sommige computers in het netwerk op mijn kantoor), dan werkt Terug naar mijn Mac zonder een probleem. Willekeurige andere computers waarop je inlogt met de naam en het wachtwoord van jouw .Mac-account en waarop je Terug naar mijn Mac aan hebt gezet in het .Mac-systeemvoorkeurenpaneel, kunnen die publiek-geadresseerde computer dan benaderen. (Als je een publiek IP-adres hebt voor afzonderlijke computers, dan weet je dat waarschijnlijk al, want voor dat voorrecht zul je je ISP waarschijnlijk extra betalen.)

In het geval dat een computer op een privénetwerk zit, met een reeks adressen die alleen via een router kan worden bereikt, moet Terug naar mijn Mac een NAT-eindvertaling uitvoeren middels een van twee wijdverbreide protocollen om een privé-geadresseerde computer een NAT te laten oversteken, met hulp van de router. Die protocollen zijn NAT-PMP (NAT Port Mapping Protocol), een open standaard die uitsluitend door Apple wordt gebruikt, en UPnP (Universal Plug and Play). UPnP is een andere standaard, algemeen gebruikt door andere routers en voor allerlei diensten ondersteund door Apple en Microsoft.

Met deze twee protocollen kan een router met een publiek IP-adres, diensten op privécomputers publiek toegankelijk maken, door NAT te ondermijnen. Een tweede probleem is, andere computers te laten weten welke poorten (een soort genummerde kamertjes op een IP-adres, in dit geval het adres van de router) precies gebruikt worden voor een willekeurig spel, dienst voor toegang op afstand, IP-telefoon, of andere dienst die gebruik maakt van NAT-PMP of UPnP.

Apple gaat netjes met netwerken om door deze twee protocollen te gebruiken. LogMeIn, Skype en andere programma's voor verbinding op afstand en voor voice-over-IP gebruiken hun eigen technieken om computers te koppelen die niet bereikbaar zijn via publieke IP-adressen. Skype, bijvoorbeeld, gebruikt "supernodes". Dat zijn computers met een ingelogde Skype-gebruiker, een verbinding met ruime bandbreedte en een bereikbaar adres. Supernodes worden dynamisch gekozen door het Skype-systeem en ze wekken bij netwerkbeheerders in wisselende gradaties zorgen en irritaties op. (Skype 3 voor Windows heeft een aankruisvak waarmee je de mogelijkheid om een supernode te worden kunt uitschakelen. De huidige Mac-versie, 2.7, heeft zoiets niet.)

De indeling van jouw netwerk -- De volgende stap om uit te zoeken of je een publiek bereikbaar IP-adres hebt is kijken naar hoe jouw breedbandnetwerk is opgezet. De meesten van ons hebben thuis een kabel-, DSL-, of glasvezelmodem die is aangesloten op een of andere inkomende leiding en die een of meer lokale Ethernet-aansluitpunten heeft en optioneel wifi.

Sommige breedbandmodems fungeren als volwaardige routers: zij wijzen privé-adressen toe aan genetwerkte computers en laten je firewall- en andere netwerkinstellingen regelen. Andere doen dienst als bruggen: ze stellen de ISP in staat om aan jou een adres toe te kennen (publiek of privé en dynamisch of statisch) en nemen verkeer van het netwerk van de ISP over naar het jouwe.

Met een modem die als een router fungeert kun je Terug naar mijn Mac misschien niet gebruiken, omdat die modem de toegang tot het netwerk beheert. Als de modem UPnP niet ondersteunt, of niet toestaat dat jij het aanschakelt, zit je vast aan handmatige poortvertaling (als dat wordt ondersteund), waarmee je maar één computer bereikbaar kunt maken via Terug naar mijn Mac. (Ik bespreek de lelijke details van poortvertaling in mijn boek. Het is nogal ingewikkeld.)

Ik heb thuis voor mijn DSL-verbinding met Qwest zo'n soort modem en ik zit klem omdat het gemaakt is door 2Wire. Qwest geeft me wel een publiek IP-adres, maar 2Wire ondersteunt in geen van zijn modems UPnP. De klanten van 2Wire zijn ISP's, over het algemeen DSL-providers die niet willen dat gebruikers publieke diensten kunnen aanbieden vanaf genetwerkte computers, voornamelijk om redenen van veiligheid en beheersing.

In theorie zou een kwaadaardig programma UPnP of NAT-PMP kunnen gebruiken om een tunnel naar zichzelf te openen vanuit hulpprogramma's in de buitenwereld, en bijvoorbeeld een mailserver kunnen worden die spam aflevert, of een willekeurige andere activiteit kunnen ontplooien. Er zijn dus wel redenen om UPnP uit te schakelen, maar het zou een keuze voor de gebruiker moeten blijven, want virussen kunnen werken zonder dat directe poortvertaling aanstaat.

Met het tweede type modem, die werkt als een brug naar het netwerk, kun je je AirPort Extreme Base Station of andere netwerkrouter met de breedbandmodem verbinden, een (meestal) publiek IP-adres krijgen, de automatische heradressering van poorten (NAT-PMP of UPnP) inschakelen en klaar is Kees: in de meeste gevallen werkt Terug naar mijn Mac dan gewoon. Veel breedbandnetwerken werken op deze manier en Terug naar mijn Mac is dus ideaal om in deze omstandigheden te gebruiken.

Hoe kun je er nu achter komen welk type modem je hebt en of je een publiek IP-adres hebt? Laten we daar eens dieper op ingaan.

Laat eens iets van je IP horen -- We beginnen met de breedbandmodem. Kun je de instellingen van je modem bekijken door met je webbrowser over je lokale netwerk verbinding te maken? Zo niet, dan is een van deze twee situaties op jou van toepassing:

Als je wel met een webbrowser verbinding kunt maken met je modem, doe dit dan. Soms heb je hiervoor een wachtwoord nodig, dat je van je provider hebt gekregen (misschien even bellen naar de helpdesk). Kijk wat het venster zegt over de status van de WAN-verbinding van de modem. WAN (Wide Area Network) heeft hier betrekking op het grootschalige netwerk van je provider.

Ergens in dit venster staat het adres dat de modem gebruikt. Soms staat er maar één getal. Met de modem van mijn provider Qwest zie ik zowel een privéadres voor het netwerk van Qwest als een publiek adres waaraan mijn modem wordt gekoppeld, beide heel duidelijk aangegeven.

Of dit WAN-adres publiek of privé is kun je afleiden uit de eerste cijfers. Huidige IP-adressen - volgens het stokoude IPv4-systeem - bestaan uit vier getallen gescheiden door punten, zoals 10.0.0.1. Begint het IP-adres voor het WAN met 192.168 of 10., of met 172. gevolgd door 16 tot en met 31, dan is het een privéadres. (Voorbeelden: 192.168.0.1, 10.0.0.1, 172.16.5.1.) Neem dan kontakt op met je provider om te vragen of je een publiek adres toegewezen kunt krijgen.

Zie je een getal dat anders begint, dan zou het een publiek adres moeten zijn, dat doorgaans gewoon toegankelijk is.

Kun je niet met een webbrowser de instellingen van je modem zien, of wil je bevestigen dat het WAN-adres daadwerkelijk publiek is, dan kun je gebruik maken van een van de vele websites die je huidige IP-adres proberen weer te geven, zoals WhatIsMyIPAddress.com. Sites zoals deze vertellen je wat volgens hun het adres is van de router of computer die het verzoek stuurde. Als jouw netwerk echter is ingebed in diverse lagen van NAT, dan kan de pagina het IP-adres van de router van je provider weergeven.

Bezoek bovenstaande link maar eens. Komt het adres overeen met het configuratiescherm van de modem (voorzover van toepassing)? Zo ja, dan ben je zo goed als zeker klaar.

Klopt het adres niet, of had je geen adres om mee te vergelijken, dan zou je nog deze techniek kunnen proberen om te ontdekken of de router te bereiken is: het ping-gereedschap via de commandoregel. Noteer het IP-adres dat je op de website zag en ga de deur uit. Vanaf een MacOS X-machine op een ander netwerk open je Terminal (in Programma's/Hulpprogramma's), of op Windows het Command Prompt programma in de map Programma's. Type op de commandoregel het volgende:

ping -c 10 adres

Vul in plaats van adres het IP-adres in dat je had genoteerd en sluit af met een enter- of return-toets. Verschijnen er in de Terminal een paar regels zoals deze?

64 bytes from 34.33.111.253: icmp_seq=0 ttl=127 time=10.564 ms

Dat betekent dat jouw modem via internet antwoord geeft op een verzoek om een teken van leven. Kennelijk is hij dus bereikbaar.

Laten we alles nog eens op een rijtje zetten.

Terug in Terug naar mijn Mac -- Ben je ervan overtuigd dat je een publiek IP-adres hebt en dat je modem or router met NAT-PMP or UPnP werkt, of heb je met de hand poorten geheradresseerd om toegang te creeëren op een computer voor Terug naar mijn Mac, schakel dan Terug naar mijn Mac in om te zien of je deze computer van buiten je lokale netwerk kunt bereiken. (Op twee computers die op hetzelfde lokale netwerk zitten kun je Terug naar mijn Mac niet goed testen, aangezien Leopard niet laat zien of een computer die in de navigatiekolom van de Finder als Gedeeld staat, nu via Bonjour over het lokale netwerk, of via Terug naar mijn Mac over het internet bereikbaar is.)

Lukt dit allemaal niet, of als blijkt dat je geen publiek IP-adres hebt, dan kun je er zelf niets meer aan doen. De enige kans die je nog hebt om Terug naar mijn Mac aan de praat te krijgen, is je provider bellen.

Resumerend zou Terug naar mijn Mac moeten werken op een netwerk dat voldoet aan een van de volgende voorwaarden:

Terug naar mijn Mac zal niet werken onder een van deze omstandigheden:

Als Terug naar mijn Mac op jouw netwerk zou moeten werken, maar je ziet toch een gele stip (in Mac OS X 10.5.3) in de Terug naar mijn Mac-tab van het Voorkeurenpaneel van .Mac (zie "Terug naar mijn Mac communiceert over fouten in 10.5.3", 29-05-2008), lees dan mijn boek, of probeer een alternatief zoals LogMeIn Free for Mac of Timbuktu plus Skype. Ik heb al veel TidBITS-lezers naar deze alternatieven verwezen, omdat hun specifieke netwerken nou eenmaal niet functioneren met Terug naar mijn Mac.

De toekomst met IPv6 -- Zoals ik bij het begin zei, het internet is stuk. IPv4 adressen zijn schaars voorradig en raken op. Maar houd goede moed: IPv6 is IPv4's vervanger, heeft potentieel veel meer adressen (4 biljoen tot de vierde macht, tegenover 4 biljoen), en is zodanig ontworpen en geïmplementeerd dat veel van het eind-tot-eind-principe van het internet hersteld wordt. Dit veroorzaakt meer beveiligingsproblemen, maar maakt het ook waarschijnlijker dat netwerk diensten gewoon zullen werken.

IPv6 isgeen eenvoudige migratie; ieder apart instrument op het internet moet het nieuwe protocol ondersteunen en kunnen omgaan met de lange, misschien eeuwigdurende overgang vanaf IPv4. Mac OS X en Windows hebben IPv6 al jarenlang ondersteund, maar DSL- and kabelmodems bleven achter, zelfs toen andere delen van breedbandige netwerken ge-upgraded werden. Comcast bijvoorbeeld, gebruikt IPv6 voor zijn enorme interne routerings netwerk, omdat ze, voor wat ze nodig hadden, eenvoudigweg niet genoeg IPv4-nummers konden verkrijgen. (Je kunt hierover meer lezen in een recent artikel dat ik voor de Economist schreef "Your Number's Up".)

IPv6 bespreek ik niet om je begrippen te compliceren, maar omdat Apple IPv6 op twee plaatsen in werking heeft gesteld die te maken hebben met jouw netwerk en Terug naar mijn Mac. IPv6 kan getunneld worden over bestaande IPv4 netwerken, dat betekent dat de data adressen die het nieuwe schema gebruiken ingepakt kunnen worden binnen pakketten die met de oude worden geadresseerd.

Feitelijk heeft Terug naar mijn Mac hier voordeel van. Verbindingen gemaakt met Terug naar mijn Mac gebruiken tunnels in IPv6 om data paketten te transporteren die met forse beveiliging zijn ingepakt. Terug naar mijn Mac maakt in wezen twee IPv6 eindpunten, een op iedere computer verbonden via Terug naar mijn Mac. Uiteindelijk zou dit een betere verbinding kunnen maken bij gebruik van meerdere diensten, misschien door andere Mac-ontwerpers toe te staan om hun eigen diensten in te voegen.

Het andere kernpunt is dat Apple in haar routers met n-conceptspecificatie IPv6 in werking heeft gesteld: ieder basisstation met Wi-Fi verschenen in 2007 of 2008, inclusief het gereviseerde AirPort Express-basisstation. Apple ondersteunt niet slechts IPv6-addressering (dat zou lijken dat de postbode zou weten dat een huis een oud huisnummer heeft en een nieuw) maar staat ook tunnelen van IPv6 toe vanuit het lokale netwerk naar IPv6-poorten op het internet.

Deze doorgangen, kostenloos werkend voor de gebruiker, laten je bestaande IPv6-netwerken verbindingen naar elkaar maken, zoals die, die op Apple's recente AirPort-basisstations lopen, gebruik makend van het bestaande internet zonder noodzaak voor veranderingen bij je ISP. Naderhand, zoals experts en netwerkbeheerder me vertelden, zullen iPv6-verbindingen verder uitbtreidern naar de kernstructuur van het internet en zal IPv4 uiteindelijk voornamelijk binnen IPv6 getunneld worden, inplaats van het omgekeerde.

Met IPv6 vervalt het idee van een publiek of privé IP-adres min of meer en de noodzaak om een dienst zoals Terug naar mijn Mac te maken en te onderhouden valt ook wat weg. Je wilt nog wel de veiligheid van Terug naar mijn Mac's authenticatie (je identificatiebewijs) en versleuteling (voor beveiligde verbinding), maar je hoeft niet langer te rommelen met de vraag van publieke en privé IP-adressen.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


TidBITS Volglijst: belangrijke software-updates, 23 juni 2008

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

[vertaling: RH]

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Recente onderwerpen in TidBITS Talk,23 juni 2008

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>

[vertaling: KvH]

[De discussies waarnaar verwezen wordt zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]

Interesting Australian twist to iPhone 3G -- Mobiele telefoon bedrijven in Australië bieden netwerken op diverse frequenties, maar de 900 MHz-netwerken die in meer landelijke gebieden opgezet worden, kunnen geen voordeel halen uit de hoogste data-snelheden van de iPhone 3G. (5 berichten)

Quicken 2007 and Internet banking - Help! De mogelijkheid om transacties direct vanuit Quicken 2007 te downloaden werkt voor sommige lezers niet, maar er is een oplossing mogelijk. (4 berichten)

Name: "Snow Leopard" -- Als Apple de naam Snow Leopard voor de volgende grote uitgave van het besturingssysteem aanhoudt, zal dat dan verwarrend zijn voor potentiële kopers? (19 berichten)

What to do with G3 233 MHz Blue & White PowerPC -- Is het nutteloos Mac OS X op een negen jaar oude Mac te installeren? Wanneer is een oude machine feitelijk onbruikbaar? (19 berichten)

iPhone 3G GPS Details, Power Adapter, and Industrial Design -- De adapter voor de iPhone 3G is minuscuul, maar zijn de vaste stekkerpennen een vergissing? Het kan zijn dat de adapter zo klein is dat de pennen niet in de weg zitten in een tas. (2 berichten)

Palm Centro is an ex-Parrot -- Sommige lezers vragen zich na het lezen van het artikel van Mark H. Anbinder over de Palm Centro af of Palm het einde slechts aan het uitstellen is. (3 berichten)

Entourage - whither tending? -- Wat voor effect zal de nieuwe push-synchronisatietechniek in MobileMe hebben op Microsoft Entourage (als het überhaupt al een effect heeft)? (1 bericht)

Domain of frivolity -- De aankoop van het me.com domein voor de MobileMe dienst verleidt een lezer tot het registreren van slimme @me.com e-mailadressen. (8 berichten)

Recent Items scrubber? Na ons artikel over Service Scrubber vraagt een lezer zich af of het ook gebruikt zou kunnen worden om het Recente onderdelen-menu in Mac OS X op te schonen. (2 berichten)

Snow Leopard -- Nieuws over de volgende versie van Mac OS X met zijn focus op meerdere processoren levert vragen op over hoeveel processor-cores we in de nabije toekomst zullen zien (en of je een loodgieter nodig zult hebben voor de installatie van het waterkoelingsysteem). (3 berichten)

Whither My Dream App? -- In de My Dream App-wedstrijd werden ontwikkelaars uitgedaagd om met een schitterend programma te komen, waar wat is er sindsdien gebeurd? Is de Cookbook-applicatie in rook opgegaan? (1 bericht)

Choosing a system and software for an old G4 -- Macs hebben ongelofelijk lange levensduur, maar je kunt er niet vanuit gaan dat je de allerlaatste versie van Mac OS erop kunt draaien. Lezers wisselen van gedachten over het upgraden van oude machines, inclusief redenen om een Mac met Mac OS 9 bij de hand te houden. (7 berichten)

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse, en grondige besprekingen voor de Macintosh- en internet-gemeenschappen. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2008 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering