Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS Logo

TidBITS#926, 28 april 2008

Het afgelopen financiële kwartaal heeft Apple meer dan een miljard dollar winst gemaakt, maar volgens ons gaat het nog veel beter met het bedrijf. Gezien de manier waarop iPhone-omzetten geboekt worden staat een groot deel van deze inkomsten nog niet in de boeken. Lees verder voor de details. Verder kijkt Glenn in deze aflevering naar de nieuwe dienst 'Live Mesh' van Microsoft en wat die betekent voor de toekomst van gegevensopslag. Ook merkt hij op dat zelfs na al deze jaren veel websites nog steeds gebouwd worden op basis van handmatig coderen in HTML. Rich Mogull legt uit dat de recente QuickTime-updates pas het topje van de ijsberg zijn in het verhelpen van een potentieel serieus beveiligingsprobleem, Mark Anbinder belicht de aangekondigde snelheidsverhoging voor nieuwe iMacs, en Charles Maurer is weer terug, nu met advies en gereedschappen voor het eeuwige probleem van het opslaan en catalogiseren van digitale foto's. Ook is er nieuws op het front van TidBITS Publishing. Het iPhone-boek van Ted Landau is onlangs bijgewerkt in verband met het verschijnen van versie 1.1.4 van de iPhone-software, en in de DealBits-verloting van deze week geven we exemplaren weg van het programma HoudahGeo voor het geocoderen van foto's. Tenslotte zijn er deze week in de TidBITS Volglijst updates van Boot Camp, VMware Fusion, TextExpander, Default Folder X, ScreenFlow, MacBook Pro Firmware, Apples Firmware Restoration CD en Keyboard Maestro.
 
Artikelen
 

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


Laatste iMacs met snellere CPU's en Nvidia Graphics-optie

  door Mark H. Anbinder <mha@tidbits.com>

[vertaling: RH]

Met een ongebruikelijke maandagochtend-aankondiging van een product heeft Apple een update vrijgegeven voor de serie aluminium iMac consumenten desktops. De alles-in-een computers met een platte scherm van 20-inch of 24-inch hebben nu snellere Intel Core 2 Duo-processoren, die de vorige reeks van 2,0, 2,4, en 2,8 GHz processoren vervangen door 2,4 en 2,66 GHz-opties in de 20-inch modellen en 2,8 en 3,06 GHz processoren in de 24-inch modellen (zie "Apple lanceert nieuwe aluminium iMacs en update van Mac mini", 13-08-2007).

De iMacs kunnen worden voorzien van RAM-geheugen tot maximaal 4 GB alsmede van grotere harde SATA-schijven tot 500 GB in de goedkopere klasse van $ 1.199 en tot 1 TB voor de duurdere iMacs van $ 2.199.

Enthousiaste liefhebbers van spelletjes zullen weg zijn van de Nvidia GeForce 8800 GS-videokaart met 512 MB videogeheugen in de top van de iMac-configuraties (en beschikbaar voor $ 150 voor het 2,8 GHz 24-inch model). Apple zegt dat uit testen met Quake 4 de Nvidia-grafische kaart tweemaal zo snel blijkt als de ATI Radeon HD in de andere iMac-configuraties. (De eerste drie iMac-modellen hebben varië‘rende Radeonkaarten met 128 of 256 MB videogeheugen.)

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Apple meldt recordbedragen in het tweede kwartaal

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

[vertaling: SL]

Apple heeft zijn financiële verslag van het tweede kwartaal van 2008 uitgebracht. Het laat voor de eerste drie maanden van 2008 goede resultaten zien over vrijwel de gehele breedte. De kwartaalopbrengst was $7,51 miljard. Dat leidde tot een netto winst van $1,05 miljard, of $1,16 per aandeel. Ter vergelijking: hetzelfde kwartaal vorig jaar liet een opbrengst van $5,26 miljard zien en een winst van $770 miljoen, of $0,87 per aandeel. Dat betekent dat de opbrengst 43 procent is gegroeid, en de winst 36 procent.

Ook al was de opbrengst hoog (lager dan het eerste kwartaal van 2008, dat de laatste drie maanden van 2007 omvat, inclusief de feestdagen, maar aanmerkelijk hoger dan de verkoopcijfers van een jaar eerder), een enorm aandeel van de iPhone aan de opbrengst is niet meegerekend, vanwege de manier van boekhouden van Apple. Het bedrijf heeft ervoor gekozen om de opbrengst van de iPhone te zien als een soort abonnement voor 24 maanden in plaats van een directe aankoop zoals het doet met Macs. De opbrengst van de Apple TV en AppleCare wordt op dezelfde manier bijgehouden.

Verder koos Apple ervoor om de volledige opbrengst van de iPhone vanaf 6 maart 2008, de datum waarop ze de iPhone-SDK aankondigden, te verschuiven tot het moment waarop de iPhone 2.0-software de deur uit gaat. Hun redenering is dat mensen die op of na die datum een iPhone hebben gekocht, dat hebben gedaan in afwachting van software die nog niet leverbaar was. Dit is een extreem conservatieve methode om opbrengst te verschuiven. Het betekent op dit moment dat $3,8 miljard niet wordt meegeteld. Een deel van die boekhoudvertraging zal in het volgende kwartaal doorbreken. (Als je ooit gedacht hebt dat AppleCare niets om het lijf heeft, weet dan dat het in het tweede kwartaal van 2008 een uitgestelde opbrengst van $1 miljard heeft opgeleverd. Die opbrengst gaat gedeeltelijk weer verloren aan reparaties onder garantie.)

Apple zei in januari 2008 dat de opbrengst van de iPod touch direct wordt meegeteld. Dit was de rechtvaardiging om te laten betalen voor een software-update. Hetzelfde zal gelden voor de 2.0-software voor de iPod touch.

Internationale verkopen droegen 44 procent aan de opbrengst bij, iets meer dan de 43 procent in hetzelfde kwartaal een jaar geleden, maar iets minder dan de 45 procent in het eerste kwartaal van 2008. Japan toonde zich het sterkst. De opbrengst groeide daar 49 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal een jaar eerder. In Europa groeide de opbrengst 45 procent, en in Noord- en Zuid-Amerika 46 procent.

Maar de sterkste groei van één segment zat bij de wederverkopers van Apple. Hun opbrengst steeg met maar liefst 74 procent ten opzichte van het tweede kwartaal van 2007. De winkels haalden $1,5 miljard binnen, dat is gemiddeld $7,1 miljoen voor elk van de 205 winkels die het grootste deel van het jaar open waren. Het jaar eindigde met 208 winkels, en er zijn plannen om er nog eens 45 te openen in het fiscale jaar 2008. Eind 2006 heeft een analist eens berekend dat Apple veel meer opbrengst per vierkante meter dan diamandhandelaar Tiffany and Co. behaalde. Tenzij Tiffany vergelijkbaar toegenomen verkoopcijfers heeft, ligt Apple nu enorm voor op alle andere detailhandelaren.

Het kapitaal van Apple in kas nam in het afgelopen kwartaal toe van $18,4 miljard tot $19,4 miljard. Zodoende heeft het bedrijf meer dan genoeg werkkapitaal om nieuwe producten te brengen, of misschien een klein land te kopen. In 2003 kwam Microsoft, met bijna twee keer zo veel in kas, onder druk van aandeelhouders met het ietwat ouderwetse idee van contant kwartaaldividend. Met dat idee wil Apple blijkbaar niets te maken hebben.

Het sterkst was de stijging in de verkoopcijfers van de Mac: 51 procent meer exemplaren, en 54 procent meer opbrengst, dan een jaar geleden. Overeenkomstig de huidige trend lagen de laptops aan kop, met 1.433.000 verkochte exemplaren (61 procent meer), het grootste aantal laptops dat in één van de afgelopen vier kwartalen verkocht werd. Ter vergelijking: van de desktops werden er 856.000 verkocht (37 procent meer). De laptop verkocht zelfs beter dan in het vorige kwartaal, waarin toch de feestmaand zat. Nog maar twee jaar geleden, in het tweede kwartaal van 2006, verkocht Apple slechts 498.000 laptops.

De verkoopcijfers van de iPod bleven uiteraard ver achter bij die van het kwartaal met de feestmaand. Toen werden er 22.121.000 exemplaren verkocht, tegen 10.644.000 nu. Toch is de verkoop toegenomen, zij het slechts met 1 procent. De iPod bracht 8 procent meer op dan een jaar geleden, doordat de verkoop van de iPod touch was toegenomen. De iTunes Store (met iPod-diensten en -accessoires) zorgde voor een opbrengst van $881 miljoen. Dat is 9 procent meer dan het vorige kwartaal en 35 procent meer dan een jaar geleden.

Apple verkocht 1.703.000 iPhones. Dat is 26 procent minder dan in het vorige kwartaal, maar interessant genoeg is de opbrengst juist toegenomen met 57 procent. Dat betekent dat Apple aanzienlijk meer ontvangt per iPhone, zelfs zonder de uitgestelde opbrengst waar we het eerder over hadden. Het bedrijf heeft tot nu toe wereldwijd 5,7 miljoen iPhones verkocht, en bevestigde hun voorspelling dat ze aan het eind van 2008 in totaal 10 miljoen iPhones zullen hebben verkocht.

Peter Oppenheimer, CFO van Apple, zei dat het bedrijf in het volgende kwartaal een opbrengst verwacht van ongeveer $7,2 miljard, en een winst per aandeel van ongeveer $1,00. Als dat doel wordt gehaald zou dat neerkomen op een stijging van 33 procent ten opzichte van hetzelfde kwartaal in 2007.

Naast de afgenomen groei in de verkoop van de iPod was het enige noemenswaardige negatieve in het verslag de bruto marge, oftewel het percentage dat Apple verdient aan verkopen. Voor het huidige kwartaal was dat 32,9 procent, een daling ten opzichte van de 34,7 procent in het afgelopen kwartaal en de 35,1 procent in het tweede kwartaal van 2007.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Microsoft biedt online opslag en synchroniseren via Live Mesh

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>

[vertaling: SL]

Microsoft onthulde zijn eerste werkelijk nieuwe idee in lange tijd met de bespreking van Live Mesh, een verzameling gereedschappen en diensten waarmee gebruikers automatisch gegevens kunnen synchroniseren tussen hun bureaublad en een "cloud service" (opslag op internet), en die ontwikkelaars een raamwerk biedt om voor elk willekeurig toestel software te maken die iets vergelijkbaars kan, ongeacht waar de gegevens worden opgeslagen.

Samenwerking tussen mensen, waarbij ze informatie delen en elkaar op de hoogte houden van wat ze aan het doen zijn, of het nou is voor privé- of voor professionele doeleinden, is een essentieel deel van Live Mesh. En ja, ondersteuning voor de Mac zit serieus in de pijplijn, volgens dit blogbericht van de productmanager van Live Mesh.

Live Mesh combineert onderdelen van diensten en software die al bestaan, maar het heeft het potentieel om verfijnder te worden. Met de .Mac-dienst van Apple ($99,95 per jaar) kunnen gebruikers van Tiger en Leopard gegevens synchroniseren via iDisk, waarbij Mac OS X automatisch de juiste actie onderneemt als bestanden worden gewijzigd, toegevoegd of verwijderd. Dat komt neer op kopiëren en synchroniseren, behalve ondersteuning op record-niveau in een betrekkelijk klein aantal programma's (voornamelijk van Apple) zoals Adresboek, iCal, en Yojimbo, is de synchronisatie van .Mac niet erg fijnmazig. Ook is het niet snel als het gaat om grote hoeveelheden gegevens.

In de voorvertoning van Live Mesh is onder meer te zien dat iemand ervoor kan kiezen om bepaalde mappen op een willekeurig apparaat aan Live Mesh toe te voegen, en vervolgens kan bepalen welke van die mappen verschijnen op welke andere apparaten. Deze mappen kunnen ook gedeeld worden met andere gebruikers. Hier gaat Live Mesh veel verder dan .Mac en de meeste andere online diensten voor bestandsdeling: op het bureaublad is zichtbaar welke andere gebruikers de map benaderen. Dat gebeurt als deel van een algemene "news feed" die aan elke map hangt. Die news feed laat ook wijzigingen en andere informatie zien, en kan worden uitgebreid door derden. (Ik heb lange tijd zelfs in Leopard een beter zicht verlangd op wie is verbonden met een bepaalde map die ik deel via AFP, en hoe lang. Dat is typisch een servereigenschap.)

Met het systeem kun je ook op afstand toegang bieden aan je bureaublad, net als met Timbuktu Pro, GoToMyPC, of, ik durf het te zeggen, Back to My Mac. Ik aarzel alleen maar met het noemen van Back to My Mac vanwege de vele, vele verhalen die ik heb gehoord van TidBITS-lezers over hun problemen om het werkend te krijgen (zie "Een gat slaan voor Back to My Mac", 07-11-2007).

Microsoft geeft eerst 10.000 ontwikkelaars toegang tot de onderliggende technologie van Live Mesh. Het duurt nog even voordat gebruikers toegang krijgen. Veel verschillende productmanagers en hoog geplaatste personen bij Microsoft hebben bij de introductie gezegd dat Live Mesh een platform is, en geen massieve dienst. Alle onderdelen van Live Mesh moeten ter beschikking komen van ontwikkelaars. Dit betekent dat programmeurs en bedrijven software kunnen maken bovenop het Live Mesh-systeem, door de mogelijkheden ervan te gebruiken zonder ze vanaf klad zelf te moeten bouwen. Ik vraag natuurlijk om rotte tomaten also als ik erop wijs dat Live Mesh gebruikt kan worden met standaard, goed begrepen programmeertalen (waaronder de mode van dit jaar, Ruby on Rails) en informatie oplevert via standaard, niet gepatenteerde protocollen. Zelfs het programmeerraamwerk Cocoa van Apple staat in de lijst technologieën die met Live Mesh zullen samenwerken.

Dit is een waanzinnig populair concept, van de ene dag op de andere. Rekenkracht en opslag worden aangeboden als een soort wolk als basis voor allerlei programma's die kunnen werken op apparaten variërend van desktop computers tot smartphones en andere handhelds, waarbij mogelijkheden en complexitei aan de schaal van het betreffende platform worden aangepast.

De rekendienstenwolk van Amazon (S3 voor opslag, EC2 voor virtuele machines op afroep, en SimpleDB voor een vorm van database-opslag) is één voorbeeld van deze trend. Een ander voorbeeld is App Engine van Google, dat vorige week van start ging. Zelfs Adobe AIR past gedeeltelijk in deze categorie. Het biedt een platform-neutrale manier om dezelfde onderliggende gegevens te benaderen ongeacht waar ze zijn opgeslagen, en toont daarbij een interface op maat van het apparaat dat je gebruikt.

Live Mesh is blijkbaar de eerste belangrijke inspanning die leidde van idee tot implementatie door Ray Ozzie, Chief Software Architect bij Microsoft, sinds hij deze rol twee jaar geleden aanvaardde. Ozzie werd gepromoveerd tot een van de vroegere functies van Bill Gates. Hij kreeg de taak om de programma's en platforms van Microsoft nieuwe kracht te geven. En hij was tijdens een loopbaan van meer dan 30 jaar betrokken bij het maken of vormen van enkele van de belangrijkste zakelijke en samenwerkingssoftware, in het bijzonder Lotus Notes. (Ik zei belangrijk, niet geliefd.)

De volledige memo van Ozzie aan Microsoft-werknemers over Live Mesh is leerzaam omdat het zijn overkoepelende visie, en vermoedelijk ook die van Microsoft, uit de doeken doet: de toekomst van Microsoft en het internet draait erom, het web te zien als een knooppunt van sociale interactie en interactie van mobiele apparaten, waarin informatie toegankelijk moet zijn op veel manieren, met weinig inkapselingen of gepatenteerde complexiteit.

Is Microsoft bekeerd? Het bedrijf heeft beslist de lat hoger gelegd, en een platform ingevoerd met het potentieel om een heel nieuw publiek aan te trekken, en het imago af te werpen van een traag bewegende organisatie die vastzit aan gepatenteerde specificaties waarbij de programma's en het besturingssysteem beperkingen opleggen aan wat mogelijk is. Live Mesh belooft een bloei van samenwerking, eenvoud en openheid. We zullen zien of Microsoft die belofte waar kan maken, of dat de geldstromen uit Windows en Office voor Live Mesh te sterk zijn om tegenin te zwemmen.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Take Control-nieuws: e-boek over iPhone bespreekt versie 1.1.4

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

[vertaling: SL]

Met trots presenteren wij versie 1.1 van "Take Control of Your iPhone", geschreven door diagnostiekgoeroe Ted Landau. Het e-boek is bijgewerkt voor versie 1.1.4 van de iPhone-software en tjokvol nieuwe adviezen om het meeste uit je iPhone te halen, inclusief informatie over synchroniseren, hoe EDGE en Wi-Fi samenwerken, de nieuwste eigenschappen van Maps, het instellen van Mail, het hacken van je iPhone, het maken (of kopen) van ringtones, het gebruik van je batterij, en veel meer. Het e-boek is ook sterk gericht op problemen oplossen, dus als jouw iPhone zich vreemd gedraagt zul je waarschijnlijk een oplossing vinden. (Bezitters van het e-boek kunnen gratis opwaarderen door de pdf te openen en bovenaan pagina 1 te klikken op Check for Updates.)

Het e-boek kost normaal $15, maar als je snel bent kun je het voor $7,50 krijgen, want we geven tot en met 29 april 2008 50 procent korting op alle e-boeken. Je vindt het e-boek over de iPhone via de tab Lifestyle in onze online catalogus. Als je vanuit dit bericht daarheen klikt wordt de vereiste kortingscode automatisch ingevuld in het eerste scherm van je winkelwagentje. (Merk op dat je meer e-boeken kunt selecteren vanuit de verschillende tabs in de tabs-interface van de catalogus, om daarna pas te klikken op de knop Buy Selected Ebooks om ze aan je winkelwagentje toe te voegen.)

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Nederlandse en Japanse vertalers gezocht!

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

[vertaling: MSH]

Als je tweetalig bent in Engels en of Nederlands of Japans (alle drie is niet vereist!), kunnen we je hulp gebruiken. De Nederlandse en Japanse vertaalclubs zijn beide wat onderbezet en zouden wat meer vrijwilligers kunnen gebruiken om de inspanning wat te verminderen. In wezen werk je samen met de andere leden van je team om te helpem TidBITS te vertalen van Engels in of Nederlands of Japans voor de duizenden die TidBITS in deze talen lezen. Meer kun je lezen waar het voor beiden om gaat the Dutch translation en de Japanse vertaling op hun respectivelijke paginas. Bedankt voor welke hulp dan ook die je kunt geven en bedenk dat als klein bewijs van onze waardering, de vertalers alle Take Control ebooks gratis ontvangen.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


DealBITS-verloting: win een exemplaar van HoudahGeo

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

[vertaling: SL]

Een paar goede vrienden uit Australië deden op een reis door Noord-Amerika onlangs, Ithaca aan. We namen ze mee naar onze schilderachtige ravijnen en watervallen, en ze maakten de ene foto na de andere van het vallende, stromende water. Voor mensen uit dorre delen van de wereld is dat iets ongekends. Ze hebben op dat ene uitstapje al 10 tot 12 gigabytes aan foto's verzameld. Met nog vier weken voor de boeg is het nauwelijks voorstelbaar hoe veel het er uiteindelijk zullen worden. Dat geeft een probleem: hoe zullen ze in de toekomst nog weten of een bepaald bijzonder fraai landschap in Ithaca of Hammondsport was, of waar ze een bloem van dichtbij hebben gefotografeerd, in Montpelier, Vermont of Jasper in Alberta?

Een oplossing zou HoudahGeo kunnen zijn. Met deze Macintosh-software kun je je foto's "geocoderen". Dat betekent dat je er lengte- en breedtecoördinaten aan koppelt door de datum en het tijdstip van de foto's in verband te brengen met gps-informatie, door in Google Earth de juiste plekken aan te wijzen, door de ingebouwde kaart van HoudahGeo te gebruiken, door foto's te koppelen aan gps-wegwijzers, of door handmatig coördinaten in te tikken. Als foto's eenmaal ge-geocodeerd zijn kun je die informatie gebruiken om bepaalde foto's op te zoeken en kun je je foto's rechtstreeks publiceren bij Flickr of beschikbaar maken onder Google Earth.

In de DealBITS-verloting van deze week kun je je inschrijven om een van de drie exemplaren van HoudahGeo te winnen, elk ter waarde van $40. Inschrijvers die niet tot onze gelukkige winnaars behoren, zullen een korting op HoudahGeo ontvangen, dus schrijf je in op de DealBITS-pagina. Alle verzamelde informatie valt onder ons uitgebreide privacybeleid. Denk er ook aan dat als je iemand tipt die wint, jij dezelfde prijs ontvangt als dank voor de mond-op-mondreclame.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Zelf HTML coderen nog steeds populair

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>

[vertaling: HV]

Lang geleden, in 1994, toen ik voor het eerst in aanraking kwam met HTML-code om pagina's in NCSA Mosaic te presenteren, kon ik mij niet aan de indruk onttrekken dat dat handiger zou moeten kunnen. Op dat moment had ik al bijna tien jaar ervaring met pagina-opmaak en desktop publishing, beginnend met een Mac Plus en PageMaker 1.0, bij de schoolkrant van mijn middelbare school. Niet dat ik moeite had met het coderen. Ik had op school ook geleerd om te coderen op het opmaaksysteem Compugraphic, dat een vergelijkbare systeem van opmaken met stuurcodes gebruikte. Maar het was nu toch zeker 1994! Er bestond vast en zeker een grafisch opmaakprogramma dat het geknutsel met HTML-code van de gebruiker overnam.

Wie schetst dus mijn verbazing toen ik er achter kwam dat, terwijl dergelijke opmaakprogramma's (zoals FrontPage, PageMill, GoLive, Dreamweaver, en vele andere, die het niet gehaald hebben) al 14 jaar bestaan, het zelf code schrijven nog steeds een van de populairste methoden is om webpagina's te maken. Khoi Vinh, hoofdontwerper bij de New York Times, schreef recentelijk in een vragenrubriek op de website van de krant: "Wij gebruiken bij voorkeur een tekstverwerker, zoals HomeSite, TextPad, of TextMate, om alles handmatig te coderen, in plaats van een wysiwyg ('what you see is what you get', wat je ziet is wat je krijgt) HTML- en CSS-programma zoals Dreamweaver. In onze ervaring gaat dat sneller, en zijn de resultaten beter". (Overigens is het laatste nieuws dat ook GoLive het niet heeft gered.)

De uitspraken van Vinh hebben niets te maken met het afkraken van Dreamweaver. Het is veeleer dat we de afgelopen 14 jaar hebben moeten constateren dat deze visueel georiënteerde programma's niet overweg kunnen met de op sjablonen gebaseerde systemen die de basis vormen van veel websites, waaronder TidBITS en de New York Times.

De meeste websites bestaan niet uit statische pagina's, maar zijn veeleer verzamelingen widgets, server side scripts, lFrames (voor het presenteren van informatie van andere servers) en kaders voor informatie die wordt bijgehouden in een informatiebeheersysteem (CMS, Content Management System). Al deze onderdelen hebben een uigebreide 'handleiding', waardoor het zelfs bij 'kant en klare' systemen vrijwel onmogelijk is om de pagina te bewerken of te vertonen met een dergelijk visueel gereedschap.

Bij dit soort servers wordt een pagina opgebouwd volgens een sjabloon, op het moment dat een verzoek binnenkomt. Als je bijvoorbeeld db.tidbits.com om "/article/9569" vraagt krijg je geen statische pagina uit een map met artikelen te zien. Het systeem leidt uit het verzoek een zoekopdracht af naar een artikel met het GetBITS-nummer 9569. Het systeem verzamelt informatie uit een aantal tabellen in een database, en alle onderdelen worden in de juiste kaders van een sjabloon gezet. Het sjabloon zorgt ervoor dat een aantal dynamische elementen, zoals advertenties en koppelingen naar TidBITS Talk-discussies, ingevoegd worden. Het resultaat van al deze acties is de webpagina die je uiteindelijk te zien krijgt.

Let wel, dit coderen met sjablonen is niet hetzelfde als het handmatig opmaken van een aantal HTML-pagina's. Het heeft meer weg van het maken van een prototype, zoals een kleimodel of een machineonderdeel, dat gebruikt wordt als voorbeeld voor massaproductie. Een tekortkoming in zo'n prototype zul je in alle objecten die er naar gevormd worden terugvinden.

Om alle TidBITS-inhoud te kunnen beheren en sturen gebruiken we als basis een CMS. Hiermee wordt TidBITS ook een stuk flexibeler. Als je het huidige TidBITS vergelijkt met dat van een aantal jaar geleden zul je merken dat we meer en vaker inhoud produceren dan vroeger. Dat is mogelijk omdat het CMS ons een groot deel van het dagelijkse opmaakwerk uit handen neemt. (Het systeem is nog lang niet af. We werken bijvoorbeeld aan het verder uitbouwen van het TidBITS Publishing System met een beter blogsysteem, meer vertaalde artikelen, en andere verbeteringen; zie "Een moderne website voor TidBITS ontwerpen," 10-09-2007.)

Een jaar of tien geleden maakte ik webpagina's met scripts die duizenden statische pagina's in simpele sjablonen goten. Daarnaast werkte ik met ontwerpers die websites met honderden pagina's maakten die aangestuurd werden door GoLive, FrontPage, of Dreamweaver. De opmars van de sjablonen viel samen met het verschijnen van content management systemen die ook echt werkten, zodat je de inhoudelijke onderdelen centraal kon opslaan, en terughalen. Daardoor werd het mogelijk om een verhaal snel aan te passen, en het op verschillende plaatsen en manieren te publiceren. Zo kun je op je thuispagina een kop aanpassen, het verhaal zelf actualiseren, en kan een citaat op een derde pagina weergegeven worden, en ook nog de RSS-feed worden bijgewerkt.

En terwijl de ontwerpers van grote websites steeds vaker dergelijke systemen met de hand programmeren zijn de visuele gereedschappen zo veel beter geworden dat zelfs onervaren gebruikens met slechts een geringe inspanning een visueel aantrekkelijke website kunnen maken en publiceren. Ik ben best onder de indruk van de recente versie van iWeb van Apple, waar sinds de vorige versie een hoop slechte code en slechte ideeën uit zijn verwijderd, en dat nu heel acceptabele cross-platform HTML en JavaScript produceert. Ook was ik onder de indruk van een online web editor die ik onlangs probeerde, Easy WebContent, met veel geavanceerde mogelijkheden voor een web-gebaseerd systeem. (Ik heb Easy WebContent besproken voor PC World, maar het is platform-neutraal.)

En zoals reeds opgemerkt is Dreamweaver ook geen slechte keus. De CS3-versie is de toegankelijkste versie die ik tot nu toe onder handen gehad heb. Ik beheer mijn privésite, glennf.com, via Dreamweaver, en ik ben meer dan tevreden over de mogelijkheden.

Het is wel ironisch dat een pagina-opmaaktaal als HTML, die in het begin een behoorlijke barrière opwierp voor mensen die ermee aan de slag wilden, en vereisten dat je je verdiepte in zaken als gestructureerde tekst, en het programmeren van pagina-opmaken, zodat je webpagina er ook werkelijk uitzag zoals je wilde, nu wederom een vergelijkbare barrieère opwerpt. Om ingewikkelde websites met veel informatie te maken die regelmatig verandert zul je je handen vuil moeten maken en je verdiepen in een of ander sjabloon-systeem.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


QuickTime veiliger door anti-exploitatietechnologie

  door Rich Mogull <rich@tidbits.com>

[vertaling: KvH, LmR]

Apple heeft in de recentste uitgave van QuickTime 7.4.5 meer gedaan dan een paar (okay dan, 11) zwakke plekken repareren. Volgens een rapport van eWeek bevat deze update ook een aantal verbeteringen van de fundamentele beveiliging van QuickTime, voor zowel Mac OS X als Windows Vista, die er op gericht zijn om het voor aanvallers moeilijker te maken om zwakke plekken uit te buiten. Om te begrijpen waarom deze zo belangrijk zijn, moeten we even stilstaan bij de manier waarop slechteriken computers aanvallen en waarom QuickTime extra moeilijk te beveiligen is.

Zoals ik al eerder aangaf in mijn vooruitblik op de beveiliging van Leopard (zie Hoe Leopard je beveiliging verbetert, 22-10-2007), zijn een bepaalde groep softwarefouten, 'buffer overflows', het favoriete doel van aanvallers. Buffer overflows betreffen een zwakke plek waar een aanvaller meer gegevens invoert dan verwacht wordt. Als de programmeur die de software geschreven heeft, vergeten heeft een limiet aan dat invoerveld te stellen, dan kunnen er gegevens voorbij de verwachte limiet gaan en over andere delen van het geheugen schrijven. We gaan er vanuit dat het geheugen op de meeste computers gewoon een hoop commando's vermengd met gegevens bevat. Als je precies weet hoeveel extra gegevens je moet invoeren, kun je de computer een bepaald commando laten uitvoeren door een geheugenplaats waar een legitieme instructie verwacht wordt, te overschrijven met je kwaadaardige instructies. Als dit op de juiste manier gedaan is, dan kan een aanvaller volledige controle over je computer krijgen.

QuickTime wordt net als veel andere media-spelers, geplaagd door dergelijke zwakheden die voortvloeien uit de manier waarop het gemaakt is en de unieke eisen aan software die met real-time audio en video in tientallen formaten moet kunnen omgaan.

Wanneer je QuickTime installeert bevat het extensies die geprogrammeerd zijn in Java, een hogere programmeertaal. Bij een lagere programmeertaal zoals C, manipuleert de programmeur vrijwel direct het geheugen en de CPU. C is de basis van bijna al onze software, zelfs andere programmeertalen, maar het is verschrikkelijk moeilijk om ermee te werken en fouten eruit te halen. Het is alsof je een huis bouwt met alleen maar handgereedschappen, waarbij je meestal ook nog zelf je houten balken op maat moet maken. Hogere talen zoals Java zijn een stuk makkelijker voor programmeurs door veel vervelende klusjes, zoals het beheren van het geheugen, eruit te halen. Java is ook interessant omdat het ontworpen is om software maar een keer te schrijven,waarna het op elk gewenst besturingssysteem kan draaien dat Java ondersteunt. In werkelijkheid is het nooit zo simpel, maar voor het merendeel is een Java-programma dat voor Mac OS X geschreven is redelijk gemakkelijk geschikt te maken voor Windows of Linux.

Omdat programmeurs in Java niet direct het geheugen van je computer manipuleren, is het bijna immuun voor buffer overflows. Dit maakt die Java-extensies in theorie uiterst veilig. Java kan helaas niet erg goed omgaan met audio en video die erg veel rekenkracht vergen, en dus vallen we terug op C. In het geval van QuickTime zijn het programma zelf en alle insteekmodules die de diverse mediabestanden op je computer kunnen afspelen, in C gecodeerd. Hierdoor zijn ze een potentieel doelwit voor buffer overflows. Het is zelfs nog veel erger, want de complexiteit van het verwerken van grote mediabestanden vergroot de kans op een buffer overflow. Het is voor een programmeur die een video van onbekende grootte moet verwerken, niet zomaar een kwestie van een limiet van 140 karakters op een invoerveld zetten.

Bij QuickTime verwerkt het hoofdprogramma de audio en de video en stuurt het die dan naar een insteekmodule (vaak codec genoemd, van 'compressor-decompressor'), die het specifieke bestandsformaat begrijpt en van alle nullen en enen high definition video met surround sound maakt. Het is voor QuickTime moeilijk om alle gegevens te valideren en de processen die te maken hebben met het doorgeven van zaken tussen delen van het programma, zijn zelf ook uiterst complex. Daar komt nog bij dat de Java-extensies een extra laag van complexiteit met zich meebrengen, bijna altijd beschikbaar zijn voor een aanval en delen van het QuickTime-programma blootleggen, die normaal gesproken niet toegankelijk zijn via een webbrowser. Aanvallers maken graag gebruik van deze extra zwakke plek en van de complexe doorgaveprocessen naar alle andere delen en modules die in C geprogrammeerd zijn.

Het blijkt dat deze Java-extensies tot de top drie bronnen van beveiligingsproblemen in QuickTime horen. De volgende grote bron is het verwerken van allerlei soorten mediabestanden met al die verschillende codecs. Aanvallers maken kwaadaardige audio- of videobestanden die de speler in het ongerede brengen en buffer overflows veroorzaken. Het derde probleem heeft ook te maken met het ondersteunen van al die verschillende soorten media. Aanvallers maken gebruik van zwakke plekken in dat deel van QuickTime dat verantwoordelijk is voor het uitzoeken van het soort bestand waar we mee te maken hebben en de juiste codec daarvoor. Ze veranderen de headers in een bestand en misbruiken QuickTime nog voordat de inhoud van het bestand naar een codec gestuurd wordt. Zodoende is QuickTime moeilijk te beveiligen, het is een soort manusje van alles voor allerlei mediabestanden en is ook nog eens geschreven in meerdere programmeertalen. Het hoofdprogramma van QuickTime en de Java-extensies weten nooit zeker wat voor gegevens we nu weer doorsturen en moet gegevens door de delen die in C geschreven zijn laten verwerken. Deze interacties vergroten ergens onderweg, of zelfs in het proces van de verschillende bits die met elkaar praten, de kans op een buffer overflow. QuickTime ondersteunt ook willekeurige insteekmodules van derden voor nieuwe bestandstypen, en heeft daarvoor geen bescherming.

De kans op een succesvolle aanval door middel van buffer overflow kan verkleind worden door de manier waarop de software met het geheugen omgaat, af te schermen. Daarom noemen we dit 'anti-exploitatie': ook al is de software gevoelig voor een buffer overflow, dergelijke technieken maken het moeilijker een succesvolle aanval op je systeem uit te voeren.

Een voorbeeld is de techniek voor Address Space Layout Randomization (ASLR) die gebruikt wordt in Windows Vista. Een aanvaller die iets specifieks in je systeem wil doen na een buffer overflow, moet met de instructies die hij wil invoegen specifieke commando's van het besturingssysteem in het geheugen 'aanwijzen'. Telkens als Vista draait worden die commando's willekeurig verwisseld, zodat een aanvaller nooit weet welke hij moet aanwijzen. In QuickTime 7.4.5 heeft Apple ondersteuning voor ASLR ingebouwd, en worden elke keer dat het draait veel van de QuickTime-commando's verwisseld. Dit maakt het voor een aanvaller onmogelijk om specifieke QuickTime-commando's aan te wijzen en die te gebruiken om je computer over te nemen. Apple heeft dit niet voor alle commando's toegepast, dus staat QuickTime nog steeds een klein beetje open, maar het is een belangrijke stap vooruit.

Apple heeft zijn eigen versie van ASLR (ze noemen het Library Randomization) in Mac OS X 10.5 Leopard gestopt maar hij werkt niet zo goed als die van Vista. Hij herschikt niet alle commando's van de systeemkern. In het bijzonder laat hij de zogenaamde dynamic linker op z'n plek staan. Die kan dus nog steeds gebruikt worden voor een aanval op de Mac. We hopen dat Apple dit snel oplost in een toekomstige update.

Apple heeft tevens QuickTime voor Mac OS X uitgebreid met twee manieren om buffer overflows te voorkomen door het geheugen te beschermen: bescherming van de stack, en bescherming tegen het interpreteren van gegevens als commando's.

Bescherming van de stack zou de mogelijkheid om een werkbare buffer overflow uit te voeren op het stack-onderdeel van het geheugen volledig uitschakelen. Zelfs als de hacker een overflow weet te genereren op de stack (waar het grootste deel van de gebruikersinvoer en de programeercommando's worden bewaard), zal de stack-bescherming dit signaleren en alle hackercommando's tegenhouden. Er is nog een hele andere kwetsbare categorie geheugen, ook wel de heap genoemd, maar het uitbuiten van zwakheden in de heap wordt als moeilijker gezien dan het aanpakken van zwakheden in de stack.

Bescherming tegen het interpreteren van gegevens als commando's maakt gebruik van speciale hardwareinstellingen op de Intel-processoren (en werkt dus alleen op Intel Macs). Het laat programmeurs geheugenlocaties instellen die alleen gegevens kunnen bevatten en geen uitvoerbare commando's en bieden zo een tweede bescherming tegen aanvallen via buffer overflow.

Een gebied waarop er altijd zwakheden kunnen ontstaan in QuickTime zijn de insteekmodules van derden voor nieuwe mediatypen. Daar Apple deze schrijft noch uitgeeft is er geen garantie dat de maker van een dergelijke insteekmodule dezelfde voorzichtigheid betracht als de programmeurs bij Apple. Wees daarom altijd voorzichtig met het gebruik van insteekmodules van derden.

Het toevoegen van ASLR, bescherming van de stack en bescherming tegen het interpreteren van gegevens als commando's zorgen er niet voor dat QuickTime immuun is voor een aanval. Buffer overflows zijn slechts één categorie mogelijke zwakheden en Apple heeft niet alles helemaal dichtgetimmerd tegen aanvallen. Sterker nog, vlak voor publicatie van dit artikel berichtte eWeek over een zero-day aanval op QuickTime voor Windows Vista.

Niettemin zijn deze veranderingen een prima begin met praktische beveiligingsvoordelen voor de QuickTime-gebruiker, en dat betekent dus bijna iedere Mac-gebruiker (en een steeds toenemend aantal Windows-gebruikers). Nu Apple deze stapen heeft gezet met QuickTime, zullen ze zich nu moeten gaan richten op vergelijkbare technologieën in de rest van Mac OS X.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Foto's catalogiseren en opslaan op de computer

  door Charles Maurer

[vertaling: TK, LmR, BA, HM, RH, MSH]

Wie mij al eens Frans heeft horen praten, zal verbaasd zijn te horen dat ik nog slechter ben in iets anders: archiveren. Als het duidelijk is wat de juiste bestemming is, zal ik het document doorgaans uiteindelijk wel archiveren, maar ik blijk met een verward hoofd opgescheept te zitten. De bestemming is me namelijk maar zelden duidelijk. Voor mij ligt bijvoorbeeld een artikel over kleurenorgels, 19-de eeuwse orgels die kleuren projecteerden terwijl ze muziek speelden. Archiveer ik dit onder muziek, muziekinstrumenten, orgels, kleur, visie of synaesthesia (vermenging van zintuigen)?

Mijn oplossing voor dergelijke problemen bestond er vroeger uit de documenten te laten liggen waar ik ze gelezen had, tot mijn echtgenote de rommel beu werd en alles in een doos keilde. Om een document te zoeken, althans als het er nog lag en ik tijdens het lezen ook wat had gegeten, kon ik de hond vragen om kruimels op te speuren, maar gewoonlijk kon ik alleen maar hopen dat ik op een bepaald document zou stoten terwijl ik op zoek was naar een ander. Ik ben pas de laatste jaren op een intelligente aanpak gekomen. Nu sla ik ze allemaal op in mijn computer in een map "papieren documenten" en zoek ik op de inhoud met FoxTrot van CTM Development (Tiger) of Spotlight (Leopard).

Afbeeldingen zijn wel iets anders omdat je die niet kunt indexeren. Om naar afbeeldingen te zoeken op de inhoud moet je (1) de inhoud met woorden beschrijven en (2) beschrijvingen toevoegen aan de afbeeldingen. Beide vereisten lijken eenvoudiger dan ze eigenlijk zijn.

Inhoud van afbeelding beschrijven -- Met trefwoorden zou je een foto gemakkelijk moeten kunnen terugvinden. Computers kunnen grote aantallen trefwoorden aan, zodat ik alles zou moeten kunnen terugvinden zolang ik maar genoeg trefwoorden gebruik. Ik kan helaas een waanzinnig aantal beschrijvingen voor elke afbeelding bedenken en ik kan nooit beslissen welke ik zal weglaten. Dit zijn bijvoorbeeld de trefwoorden voor deze foto:

[Zie afbeelding]

workman, tradesman, builder, carpenter, sawyer, frame, framer, framing, saw, wood_saw, bowsaw, bucksaw, workplace, safety, workplace_safety, building, home_building, house, construction, house_construction, industrial_photography, portrait, industrial_portrait, travel_photography, travel_photograph, monsoon, clouds, monsoon_clouds, cloudy, barefoot, rural, China, Yunan, rural_China, rural_Yunan

In de hoop een goede manier te vinden om trefwoorden te selecteren, heb ik advies gevraagd aan iemand die professioneel foto's catalogeert, Marcia Tiede, die toen bij de University of Arizona's Center for Creative Photography werkte. Tiede zei me dat als ik een foto van een werkman wilde identificeren, ik volgens een conventie "workmen" moest invoeren. Hetzelfde gold voor 16 andere woorden van mijn lijst - tradesmen, builders, carpenters, sawyers, enz. Zij kon het werk echter verder ook niet eenvoudiger maken. Zij stelde ook nog vijf andere trefwoorden voor: men, labourers, occupations, equipment en tools.

Tiede legde uit dat er geen standaard set trefwoorden bestaat. De U.S. Library of Congress geeft een tweedelige Thesaurus of Graphic Materials uit die sommige Amerikaanse bibliotheken als de-factostandaard gebruiken, maar die verandert voortdurend, en het trefwoord van een onderwerp dat je gisteren of morgen gebruikt zal dan misschien ook niet hetzelfde zijn als het equivalent vandaag. De thesaurus is ook niet echt handig in gebruik met zijn 830 pagina's (en er komen er nog steeds bij). Anderzijds ontbreken volgens Tiede zelfs in het reusachtige werk nog geschikte trefwoorden. Als ik de thesaurus gebruikte, zouden dit mijn trefwoorden zijn voor die afbeelding:

carpenters, saw, crosscut_saws, sawing_wood, safety, hazard, construction, houses, wooden_buildings, construction_industry, portrait_photographs, travel, equipment, tools, men, labourers, occupations, equipment, tools.

Het heeft me behoorlijk wat tijd gekost om die lijst uit de thesaurus samen te stellen. Tiede is veel efficiënter omdat ze al tientallen jaren dagelijks foto's catalogeert. Zij vertelde me dat het haar doorgaans toch nog vijf minuten per afbeelding kost, "vaak minder, maar soms ook meer". Afbeeldingen beschrijven is zo tijdrovend dat een groep museumdirecteurs een door het publiek gevormde catalogus probeert te ontwikkelen zoals een wiki, en - blijkbaar leeft Tom Sawyer nog en woont hij in Californi‘ - Google Image Labeler probeert het publiek aan te zetten om afbeeldingen in Google's index te identificeren door een spelletje te maken van trefwoorden toekennen.

Toen ik met Tiede sprak, werd het me duidelijk dat een index met trefwoorden nuttig kon zijn in welomlijnde specifieke omstandigheden, maar in de meeste gevallen moet de selectie zo beperkt en willekeurig gebeuren dat zoeken zonder trefwoorden ook wel eens niet minder efficiënt zou kunnen zijn. Dat zou dan kunnen met een uitgebreide beschrijving in de plaats, een lopende tekst die gemakkelijker uit je hoofd zou komen. Tiede was het hiermee eens. Zij zei me dat bibliotheken hiermee experimenteren, vaak met toevoeging van syntactische markeringen als uitbreiding van het World Wide Web met de naam Semantic Web.

Foto's en beschrijvingen koppelen -- Deze informatie aan foto's koppelen, is ingewikkelder. Niemand gebruikt dezelfde standaard voor de EXIF informatie die de camera aanmaakt - het is een ad hoc-overeenkomst van camerafabrikanten - en de IPTC (International Press Telecommunications Council)-standaard voor het opslaan van tekst-metadata in een afbeelding is de laatste jaren nogal geëvolueerd. De laatste versie is zelfs uitbreidbaar zodat er toekomstige aanpassingen aan kunnen worden gemaakt. De standaarden en gebruikswijzen zijn dermate chaotisch dat niet ieder programma dezelfde velden herkent en sommige velden in verschillende programma's verschillende labels toegewezen kunnen krijgen. Sommige programma's verergeren dit door de gebruiker zelf velden te laten definiëren die dan weer niet in het juiste formaat kan zijn, dat door andere programma's kan worden herkend. Bovendien moet een programma, om de metadata te kunnen lezen en te bewerken, het hele bestand inlezen en opslaan - soms wel 100 megabyte om maar 1 kilobyte te veranderen.

(Als jouw afbeelding kleiner zijn - meer in de buurt van 1 MB - dan worden je afbeelingen gecomprimeerd tot JPEG's. Bij deze compressie gaat informatie verloren, dus serieuze fotografen bewaren afbeeldingen doorgaans in een ongecomprimeerd formaat en converteren ze pas naar JPEG als deze op het web geplaatst moeten worden of per e-mail worden verzonden. Ongecomprimeerde foto's lopen al snel in de tientallen megabyte. Bij het werken in Photoshop, is het gebruikelijk een foto eerst te dupliceren in verschillende lagen om er mee te werken en dit proces diverse keren te herhalen. Op deze manier kan een uiteindelijke afbeelding makkelijk honderden megabytes groot zijn.)

Om een selectie van foto's te kunnen tonen moeten programma's kleine versies van het origineel tonen en alle metadata daar ook aan hangen. Er zijn maar een paar manieren waarop dit kan en elke manier heeft zijn specifieke nadelen:

  1. Lees alle informatie van de disk op het moment dat het nodig is en genereer een kleine voorvertoningsafbeelding ook pas wanneer dit nodig is. Met ongecomprimeerde afbeeldingen neemt dit zo veel tijd in beslag dat dit alleen zin heeft als je werkt met mappen waarvan de inhoud vaak verander zoals de inhoud van geheugenkaarten.
  2. Genereer een voorvertoningsafbeelding als het de eerste keer nodig is en bewaar deze afbeelding en de metadata in een cachebestand. Dit werkt bij meer afbeeldingen dan de vorige methode maar wordt lastig bij grote hoeveelheden.
  3. Genereer een voorvertoningsafbeelding en stop die samen met de metadata in een permanente, efficiënte database. Deze aanpak kan elke hoeveelheid foto's aan, maar de database en de oorspronkelijke bestanden zullen steeds moeten worden gesynchroniseerd als een van beide veranderen. Deze synchronisatie gaat snel mis, wat verwarring en verloren materiaal oplevert.
  4. Genereer een voorvertoningsafbeelding en stop die samen met de metadata in een permanente, efficiënte database en plaats de originele afbeelding daar bij. Dit voorkomt schade door synchronisatiefouten maar levert op de lange duur gevaar op. Alle digitale afbeeldingentechnologie ontwikkelt zich snel en de databases om deze afbeeldingen in op te slaan ook. Over een paar jaar wil je misschien je foto's op een andere manier opslaan en exporteren. Het is echter nogal een verschil of je tekst exporteert of dat je afbeeldingen exporteert van 100 MB, vooral als je er veel van hebt. Tijd en opslagruimte kunnen dan gemakkelijk tekort schieten.

Eenvoudig gereedschap -- Het organiseren van foto's benader ik bijna net zo lukraak als het organiseren van documenten. Ik mis de zelfdiscipline om ze te labelen, maar als ik ze belangrijk vind stop ik ze in een map met de naam van de reis waarop ze gemaakt werden of de naam van het onderwerp. Om ze te vinden haal ik diep adem, open de mappen en ploeg snel door de iconen en voorvertoningen. De Finder is bijna goed genoeg voor deze taak, maar elke keer als het een voorvertoning wil zien, maakt hij een nieuwe. Op onze computers is een voorvertoning van een bestand van 100 MB in de Finder na zo'n 6 of 7 seconden te zien. (Op zowel een 2 GHz dual-processor Power Mac G5 met 8 GB RAM en een dual-core Intel iMac met 2 GB RAM.) Dit duurt zo lang dat het doorzoeken van mappen met grote plaatjes onpraktisch wordt.

De volgende stap voorwaarts is Adobe Bridge, onderdeel van Creative Suite 3 en Photoshop Elements 6. Bridge maakt voorvertoningen en bewaart ze in de cache. Het vormt een ruw equivalent van de voorvertoning in oudere versies van Elements of de browser van GraphicConverter. Sinds ik Adobe Bridge heb gekocht, heb ik het een tijdje geprobeerd, maar ik vond dat het, hoewel een verbetering met de Finder, nog steeds traag is. Bovendien kan ik er niet een stukje tekst bewerken dat ik vaak doe, namelijk de datum en de tijd dat de foto werd gemaakt. Ik onthoud zelden om deze in mijn camera te veranderen als ik naar een andere tijdzone ga en een paar keer heb ik de camera op de verkeerde dag of jaar ingesteld, dus dan moet ik de datum of tijd maar weer aanpassen in het bestand.

Aperture en iPhoto -- Onderhand besloot ik het eens te proberen met Apple's Aperture. Dit is de grote broer van iPhoto en richt zich op gevorderde amateurs en professionals. Aperture heeft veel meer gereedschap dan iPhoto voor het identificeren, selecteren en manipuleren van foto's maar onder de motorkap werkt Aperture bijna net zo als iPhoto '08, dus mijn commentaar op Aperture geldt ook voor iPhoto, behalve waar anders vermeld.

Aperture maakt zelf z'n database, plaatst de originele foto's in een eigen datastructuur en creeërt daar kopieën van voor snelle voorvertoning. Dit heeft de voor- en nadelen die ik hiervoor vermeldde: snelheid en betrouwbaarheid voor het moment met een lange termijn risico als - of, waarschijnlijker, wanneer - het moment daar is dat je je foto's op een andere manier op wilt slaan. Hoewel, toen ik bestanden wilde importeren die beschrijvende metadata bevatten, zag ik wel wat van die informatie maar geen titels of sleutelwoorden. Aperture houdt alle metadata apart van de foto's en mengt deze alleen als je een foto exporteert.

Naast het opslaan van foto's kan Aperture ze ook bewerken. De bewerkingsgereedschappen van Aperture zijn stukken uitgebreider en subtieler dan die van iPhoto maar het is nog steeds magertjes. Ik zou het essentieel vinden om ze uit te breiden met een paar externe plug-ins die Apple zojuist heeft aangekondigd maar ook met deze toevoegingen zijn er nog een paar enorme lacunes: geen manier om perspectief te veranderen, vervormingen te corrigeren, of om optische vaagheid te reduceren (zoals met de slimme scherpte gereedschappen van Photoshop). (Zie "Aperture 2.1 ondersteunt insteekmodules om foto's te bewerken", 07-09-2007.) Ook is er nog geen manier in Aperture om een deel van een foto te selecteren en met Aperture of een insteekmodule dat deel te veranderen.

De bewerkingsgereedschappen van Aperture creeëren ook een lange-termijn risico. Als je een foto met een extern programma of met een insteekmodule bewerkt, dupliceert Aperture het eerst en biedt dan de kopie aan voor veranderingen, maar de ingebouwde bewerkingsgereedschappen van Aperture werken anders. Deze veranderen niet het originele beeld; het zijn wiskundige opdrachten die alleen in werking komen op het beeldscherm, bij het afdrukken of als een afbeelding wordt geëxporteerd. De opdrachten nemen weinig schijfruimte in beslag en ze kunnen te allen tijden worden veranderd of herschikt . Maar, als Apple ooit een algoritme verandert in een toekomstige versie van Aperture, worden in één klap alle foto's die jij zo zorgvuldig hebt bewerkt veranderd. Apple beseft dit uiteraard, en in een telefoongesprek verzekerde een productmanager Adam en mij dat Apple de originele code altijd op z'n plaats zou laten zodat de foto's van klanten onveranderd zouden blijven, maar 'altijd' is een erg lange periode voor een bedrijf om gedateerde code te onderhouden. Om zeker te zijn dat je bewerkingen permanent opgeslagen worden, moet je er een kopie van maken door het te openen met een insteekmodule of een extern programma, of je moet het bestand exporteren.

Aperture vertoont een jpeg van de laatste toestand van een plaatje, en verbindt je sleutelwoorden met die jpeg. Dus, als je ooit je foto's niet middels Aperture kan openen, zal je nog steeds een hoeveelheid gelabelde, bewerkte foto's vinden in de pakketbestand van Aperture. (Een pakket is een map die er uitziet als een bestand maar die, net als iedere map, na selectie in de Finder geopend kan worden door middel van een control-klik, en 'Toon pakketinhoud' te kiezen in het contextuele menu dat dan verschijnt.) Dit zijn dan alleen jpeg's, geen tiffs of raw-bestanden, maar je hebt tenminste een volledige hoeveelheid beelden en metadata tot je beschikking. (iPhoto bewaart vergelijkbare jpegs in het iPhoto Bibliotheekpakket maar verbindt daar geen metadata aan, dus als je ooit geen toegang meer hebt tot je iPhoto database, zijn je sleutelwoorden verdwenen. In tegenstelling tot eerdere versies verbindt iPhoto '08 je sleutelwoorden met je foto's als je ze exporteert.)

De gebruikersinterface van Aperture is in de huidige versie flink verbeterd, en de meeste iconen en bedieningspanelen zijn van duidelijke Engelse teksten voorzien, maar nog steeds zie je bijna twee dozijn hiërogliefen in beeld. Ze kunnen dan wel iconen genoemd worden maar dat zijn ze niet. Ik vind ze lastig te interpreteren en zelfs moeilijk te onderscheiden op mijn beeldscherm aan de achterkant van mijn bureau. Bovendien zijn de beschrijvende tooltips niet in Apple's standaard zwart op geel, maar in wit op zwart, waardoor ze moeilijk te lezen zijn. Het is geen toeval dat boeken met zwarte inkt op wit papier gedrukt worden, of dat zwart op wit bij tekstverwerkingsprogramma's gewonnen heeft van het omgekeerde. Wegens optische en andere redenen is zwarte tekst op een witte achtergrond leesbaarder dan witte tekst op een zwarte achtergrond. Het gebruik van Apple van witte tekst op zwart is een stompzinnige overwinning van vorm op functie.

Apple laat je een keus voor de achtergrond bij je foto's, een keus variërend van zwart tot wit met een gemiddelde grijs als standaard. Grijs is het rustigste voor de ogen en op zwart zien foto's er het best uit, maar wit geeft de beste indicatie hoe de foto's er afgedrukt uit gaan zien. Aangezien het primaire doel van Aperture is om afbeeldingen te sorteren om afgedrukt te worden, wil ik een witte achtergrond gebruiken - maar dat kan niet. Aperture is hier onpraktisch door een selectie aan te geven met een witte rand om de foto's en niet met een contrasterende zweem of kleur.

Apple's interface richtlijnen vermijdt moeilijke taal in de menu's, maar Aperture wijkt af met de "Show Inspector HUD", "Show Keywords HUD" en "Show Lift & Stamp HUD". "HUD" staat voor "Heads-Up Display", welk nieuw jargon van Apple is voor een zwevend scherm. Elk van deze zwevende schermen maken gebruik van wit op zwarte tekst, wat hun moeilijk te lezen maakt en irritant om te gebruiken.

Ondanks de problemen met het gebruikersinterface, is Aperure 2 sterk verbeterd ten opzichte van eerdere versies. In andere woorden het is nu een volwaardig programma. Maar, geen programma wat ik wil gebruiken, los van de gebruikersinterface. Ik wil mijn metadata opgeslagen hebben bij mijn originele foto's en ik heb te veel verandering gezien in computerland om mijn foto's aan vector-gebaseerde programma's te willen verbinden, zelfs als dat programma alles kan wat ik wil.

Expression Media en Extensis Portfolio -- Hiervandaan keek ik naar alle andere foto-organiseer programma's. ik heb alle die ik kon vinden geprobeerd, waaronder onder andere, Extensis Portfolio, Microsoft Expression Media (voorheen iView MediaPro), Adobe Photoshop Lightroom, MediaDex (de eenpersoons versie van Canto Cumulus), enQPict. Ik vond de eerste twee, Portfolio en Expression Media, een nadere inspectie waard. Allebei gebruiken de derde struktuur op mijn lijst: ze onderhouden gestruktureerde databanken van tekstinformatie en voorvertoning maar synchroniseren de databank met de originelen bestanden. Beiden werken snel, voldoende betrouwbaar bij het sychroniseren, en voldoende robuust. Expression Media kan ook foto's bewerken maar het bewerkingsgereedschap is primitief.

Van deze twee pakketten, heeft Expression Media mijn voorkeur-juist precies goed. Het heeft bijna alle zaken die ik wil en de volgende versie, nu nog in beta, heeft het missende gedeelte: hiërarchische sleutelwoorden. Als ik ooit sleutelwoorden gebruik, zullen sommige in categorieën vallen, dus zal hiërarchische vertoning het makkelijk maken ze te vinden:

format: vertical horizontal square
portraits: friends relatives personal commercial

Aperure biedt ook hiërachische sleutelwoorden en iPhoto door Keyword Manager, ook, maar Portfolio niet en Portfolio heeft ook minder toeters en bellen.

Ondanks Expression Media's mogelijkheden, kan ik het product niet uitstaan door de gebruikersinterface. Ik wil wil niet door elk menu bladeren voor elke opdracht waar ik de sneltoets niet van ken, dus ik wil voornamelijk de taakbalk gebruiken, maar ik vindt de taakbalk van Expression Media grotendeels onbruikbaar. In plaats van symbolen met betekenis, is het gevuld met onbegrijpelijke tekeningen, tekeningen die niet in het Engels zijn of voorzien van een kleur om een onderscheid te maken. Verder zijn de helft van de tekeningen van opdrachten welke ik nooit gebruik, dus voegen ze niks toe dan verwarring en kan de taakbalk niet veranderd worden om ze te verwijderen. Alleen het opkomende tooltips maakt de tekeningen verklaarbaar, dus voor alle moeite maakt het met een seconde vertraging de functies zichtbaar. Ik heb geprobeerd om een paar sneltoetsen te veranderen naar toetsen die ik wel kan onthouden, maar sommige menu's wilden niet veranderen en een opdracht toevoegen zorgde er niet voor dat de oude opdracht verdween.

De voorganger van Expression Media, iView MediaPro, was identiek met de huidige versie van Expression Media, behalve dan dat de bedieningsbalk beter was. De hieroglyphen in de balk van iView waren in kleur en bevatten enkele begrijpelijke ikoontjes. Dat maakte de bedieningsbalk van iView bruikbaar en een bruikbare balk maakte iView een bruikbaar product. Ik gebruikte het met tevredenheid en zou het nog steeds gebruiken als Microsoft het nog zou onderhouden. De bedieningsbalk in Expression Media dwong mij echter naar Extensis Portfolio. Hoewel Portfolio lang niet alle mogelijkheden biedt die ik zou willen, heeft het er genoeg om ermee te kunnen werken en het bezit een prettige Cocoa interface die ik kan instellen om plezierig en gemakkelijk te zijn. Ik geef de voorkeur aan minder functies die ik snel kan vinden boven veel functies waar ik lang naar moet zoeken.

Met Portfolio heb ik bevredigende, hoewel geen excellente, manieren gevonden om alles te doen wat ik wil, op twee uitzonderingen na: het kan de datum en het tijdstip waarop een foto is genomen niet veranderen en het kan geen hierarchische lijst van sleutelwoorden maken. Ik heb echter een gratis programma gevonden waarmee je de datum kunt veranderen, namelijk Jim Merkel's PhotoInfo en ik vermoed dat, nog voordat ik leer om sleutelwoorden handig aan te brengen, de ontwikkelaars van Portfolio door de concurrentie worden gedwongen om hiërarchie op te nemen.

Zowel Expression Media als Portfolio werken met een aparte gegevensbestand voor metadata, maar in tegenstelling tot Aperture schrijven ze ook metadata in de oorspronkelijke bestanden. Dat komt mij als een waardevolle functie over. Niets in de computerwereld blijft eeuwig bestaan. Op den duur moet je, of wil je je foto's uit Aperture halen. Als dat gebeurt moet je je metadata er uit halen, waardoor je al je foto's moet exporteren. Dat vereist evenveel extra schijfruimte als je foto's nu in beslag nemen. De bestanden van een ijverige fotograaf kunnen gemakkeljk aangegroeid zijn tot terabytes, waardoor het dupliceren niet zoiets is als het vinden van een parkeerruimte voor je auto, maar meer het vinden van een plaats voor een vrachtwagen met 18 wielen. Met Expression Media en Portfolio kun je je afbeeldingen laten staan waar ze zijn en alleen het programma veranderen waarmee je hen catalogiseert. Je hoeft er alleen maar voor te zorgen dat je metadata bewaard worden bij de beeldbestanden.

Keuze maken -- Mijn eigen waardebepaling van Aperture is, dat zijn nadelen op de lange duur hem minder geschikt maken voor professionals dan voor serieuze amateurs die alleen een verbeterde iPhoto willen met betere redigeermogelijkheden. Waarschijnlijk vullen ze het met JPEG's, niet RAW-bestanden en TIFF's, waardoor de eventuele exportproblematiek gigantisch verminderd wordt. Ook zullen ze vermoedelijk Aperture's redigeereigenschappen voldoende vinden.

Bovendien zijn Portfolio and Expression Media beiden beter geschikt voor de zakelijke wereld. Anders dan Aperture, zijn deze produkten beide verkrijgbaar voor zowel Windows als ook Macs, en beide, Extensis en Microsoft, bieden gratis lezers aan voor beide platforms, wat professionals in staat stelt databases te verzenden op cd's. Verder is Portfolio ook verkrijgbaar in een meerdere-gebruikersversie die collega's in staat stelt afbeeldingen te delen over een netwerk.

De keuze tussen Expression Media en Portfolio is de keus tussen twee messensets van koks in een keuken: een dozijn opgeborgen in een messenblok of zes openlijk hangend aan een rek. De eerste set heeft een ideaal mes voor ieder doel maar je moet meerdere tevoorschijn halen om degene te vinden die je wilt hebben. Met de tweede set zou je mogelijk niet het perfekte mes voor het werk vinden, maar kun je een mes vinden dat goed genoeg is en je vindt het onmiddellijk. Het verschil tussen de twee toepassingen vond ik het duidelijkst bij het kiezen tussen subtlele variaties van een thema - lichtelijk verschillende glimlachen in een portret, bijvoorbeeld. Elk programma kan zijn kleine voorbeschouwingsplaatje schermvullend vergroten, en schakelt direkt over tussen voorbeschouwingsplaatjes op volle groote. Maar als afbeeldingen erg op elkaar lijken wil ik ze stuk voor stuk naast elkaar vergelijken, dus niet de een na de ander. Expression Media laat me dat doen, maar Portfolio niet. Bij Portfolio moet ik de afbeeldingen die ik vergelijken wil openen in Photoshop. Daarvoor is maar een klik nodig in de taakbalk, maar de originelen zijn veel groter dan de voorbeschouwde, het openen duurt dus langer.

Alles bij elkaar is het verschil tussen Expression Media en Portfolio minder een zaak van functie dan van smaak. Ik geef de voorkeur aan Portfolio maar dat is een persoonlijke voorkeur, niet een aanbeveling. Wat ik wel aanbeveel is, dat je ze allebei de een naast de ander uitprobeert. Beide zijn verkrijgbaar als volledig werkende demos met 30 dagen onbeperkt gebruik.

[Indien je Charles Maurer's gedachten over het catalogiseren van fotos behulpzaam vond, vraagt hij je dat je een donatie geeft aan Save the Children. Kijk onderaan de pagina voor links naar de organisatie in verschillende landen.]

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


TidBITS Volglijst: belangrijke software-updates, 28 april 2008

  van de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>

[vertaling: LmR]

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Recente onderwerpen in TidBITS Talk, 28 april 2008

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>

[vertaling: TK]

[De discussies waarnaar verwezen wordt zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]

Converting (local) Time Machine backups to Time Machine sparsebundle (network) -- Een lezer wil weten hoe hij een backup met Time Machine die is opgeslagen op een aangesloten harde schijf, kan terugplaatsen nu de schijf op een Time Capsule is aangesloten. (1 bericht)

Problem with Entourage 2004 (vers. 11.4.0) -- Een oude regel met een referentie naar een AppleScript-script zorgt ervoor dat Entourage geen mail ophaalt; intussen wijzen lezers op verschillende bronnen voor het verhelpen van problemen. (7 berichten)

Printing text messages -- Met MegaPhone kun je makkelijk bestanden overdragen naar de iPhone voor gemakkelijke toegang. (5 berichten)

Printer sharing problem -- Een gedeelde printer stopt met werken; ligt de schuld bij Leopard? Om dit op te lossen moet je misschien tussen de printerstuurprogramma's gaan delven. (4 berichten)

Strange Behavior with Gmail & Two Macs -- Waarom negeert Gmail sommige berichten voor één machine, maar niet de andere? (5 berichten)

***not so negative at all...** Het enige ogenschijnlijke negatieve aan de nieuwste kwartaalcijfers van Apple waren de vlakke iPod-verkoopcijfers, maar is 10 miljoen echt slecht nieuws? (2 berichten)

Dealing with FLAC audio files -- iTunes speelt geen FLAC-audiobestanden af, maar enkele andere utilities kunnen hierbij helpen. (10 berichten)

Shell scripting Classic with bash? Een lezer is op zoek naar hulp voor het updaten van gegevens die vroeger alleen in Classic op de Mac werden gebruikt om ze leesbaar te maken onder Windows (op een MacBook Pro). (3 berichten)

New HP 2133 Mini-Notebook -- Hoe doet de nieuwe mini-notebook van HP het in vergelijking met de MacBook Air? (2 berichten)

QuickTime SWFs -- Ingebouwde ondersteuning voor Flash is blijkbaar verwijderd in de nieuwste versie van QuickTime. Wat zijn de opties voor .swf-bestanden (behalve Flash Player)? (3 berichten)

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse, en grondige besprekingen voor de Macintosh- en internet-gemeenschappen. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2008 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering