Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS Logo

TidBITS#887, 9 juli 2007

Draadloos netwerken is zonder twijfel heel handig, maar is er geen snellere manier om de bits en bytes door het huis te sturen zonder overal ethernetkabels te trekken? Kevin van Haaren onderzoekt netwerken met Powerline, dat de data door de electriciteitsleidingen stuurt die immers al door het hele huis liggen. Ook in dit nummer: Glenn Fleishman vervolgt het verhaal over de iPhone van de afgelopen week met meer informatie over AppleCare en servicemogelijkheden, en Adam legt uit waarom het ChangeShortName programma handig is. Tenslotte hebben we het over Nisus Writer Pro, een Apple-reparatie voor Intel-gebaseerde Macs die onder Mac OS X 10.4.10 last hadden van ploppende geluiden en de bijna-klaar-voor-uitbrengen-versie van het virtualisatieprogramma Fusion. Over Fusion gesproken, een hartelijk welkom aan VMware, de ontwikkelaar van dit programma en onze nieuwste TidBITS-sponsor!
 
Artikelen
 

Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!!

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


VMware Sponsort TidBITS

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: MSH]

Met veel genoegen verwelkomen we onze nieuwste vaste sponsor, VMware, het bedrijf dat niet alleen de nieuwste binnenkomer is in de virtualisatiemarkt voor Intel-gebaseerde Macs, maar ook de algehele marktleider in virtualisatie.

Ongetwijfeld was het grootste nieuws in de Macintosh-wereld van vorig jaar de overgang naar Intel-processoren, voornamelijk omdat het virtualisatie op het toneel bracht. Hoewel de meeste Mac-gebruikers denken dat virtualisatie is wat hen in staat stelt om Windows-programma's op een Mac te laten draaien, is het veel meer dan dat. Virtualisatie verpakt een compleet besturingssysteem in een virtuele machine: de virtualisatie-applicatie doet alsof het een fysieke computer is. Met virtualisatie kun je meerdere besturingssystemen tegelijkertijd laten draaien, maar ook kun je virtuele machines met vooraf geconfigureerde software uitdelen aan vele gebruikers in een organisatie, software testen in een schone omgeving en makkelijk terugkeren naar een onaangeroerde staat na uitvoering van een test, complexe serverconfiguraties tussen verschillende computers verhuizen, en meer. Kortom, virtualisatie is belangrijk, en ik verwacht dat we er meer van zullen zien op de Mac.

VMware Fusion, gepland voor uitgave in augustus 2007 maar nu als download beschikbaar in een Release Candidate [bijna-klaar-voor-uitbrengen]-versie en tegen 50 procent korting vooruit te bestellen, is VMwares eerste Mac-product. Al is het nog te vroeg om het te bespreken of te vergelijken met de concurrentie, lijkt het uiterst veelbelovend. Ik waardeer vooral de Unity-instelling die het Windows-bureaublad geheel uitschakelt. Ik gebruik Windows niet graag en als ik een Windows-programma wil draaien, ben ik alleen maar geïnteresseerd in dat programma, niet in al het andere Windows-spul. Dat doet Unity: het haalt Windows-programma's uit het Windows-bureaublad, waardoor ze zich tussen de Mac-programma's kunnen mengen (bekijk deze YouTube-video als je er moeite mee hebt om je dit voor te stellen). Ze kunnen in het Dock staan, verschijnen als individuele vensters in Exposé en staan zelfs toe dat elementen vanuit andere programma's op ze gesleept worden. Zeker, ze zien er nog steeds uit als Windows-applicaties, maar dat is slechts een kleine prijs die je betaalt om Windows zelf te vermijden.

Bedankt, VMware voor jullie ondersteuning van TidBITS en de Mac-gemeenschap!

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Apple laat ploppende geluiden onder Mac OS X 10.4.10 verdwijnen

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: JG]

Als je Mac OS X 10.4.10 vóór 2 juli 2007 geïnstalleerd hebt, heb je waarschijnlijk versie 1.0 van de update gekregen, die in sommige Intel-gebaseerde Macs met externe luidsprekers "ploppende" geluiden veroorzaakte. PowerPC-gebaseerde Macs hadden er geen last van. (Voor details over wat er gerepareerd werd in Mac OS X 10.4.10, zie "Mac OS X 10.4.10 uitgebracht," 25-06-2007.)

Apple heeft nu een lading updates uitgebracht om dit vervelende probleem op te lossen. Als je de Mac OS X 10.4.10 Update nog niet op een Intel-gebaseerde Mac geïnstalleerd hebt, zal je nu een bijgewerkte versie 1.1 zien in Software-update; het is ook verkrijgbaar als een losstaande download in zowel een delta- (72 MB) als een combo- (297 MB) formaat. Diegene die al Mac OS X 10.4.10 geïnstalleerd hadden, zullen in plaats daarvan Audio Update 2007-001 in Software-update te zien krijgen; hij is ook verkrijgbaar als een losstaande download van 660K.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Nisus Writer Pro brengt Classic-mogelijkheden terug

  door Joe Kissell <joe@tidbits.com>
[vertaling: RH]

Nisus Software heeft Nisus Writer Pro uitgebracht, een nieuwe tekstverwerker gebaseerd op hun voorgaande product Nisus Writer Express (dat beschibaar blijft). Nisus Writer Pro voegt talrijke functies toe die in Nisus Writer Classic zaten, maar die nog niet verschenen waren in de Mac OS X-versie van het programma. Nisus Writer Pro kan zoek- en vervangopdrachten op kenmerken uitvoeren (zowel handmatig als in macro's) en afkortingen onmiddellijk vervangen door het bijbehorende woord in een woordenlijst (ongeveer als AutoCorrect in Word). Andere nieuwe (of liever "teruggekeerde") mogelijkheden behelzen inhoudsopgaven, indexeringen, kruisverwijzingen, internetkoppelingen, tekst rondom afbeeldingen plaatsen, controle van begin- en eindregels (weduwen en wezen) van een alinea, voetnoten over meerdere bladzijden, regelnummering en een uitbreiding van de macrotaal.

Nisus Writer Pro kost $79, of $99 voor een gezinspakket van drie gebruikers; enkelvoudige upgrades van Nisus Writer Express kosten $45. (De prijzen voor Nisus Writer Express zijn verlaagd tot $45 voor een enkele licentie en $79 voor een gezinspakket.) Nisus Writer Pro is een download van 103 MB; er is een gratis testversie voor 15 dagen beschikbaar.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


VMware brengt bijna-klaar-versie van Fusion uit en maakt prijs bekend

  door Joe Kissell <joe@tidbits.com>
[vertaling: RH]

Vorige week bracht VMware de eerste Release Candidate [bijna-klaar-voor-uitbrengen]-versie van Fusion uit, hun software om Windows te draaien op Intel-Macs. Deze versie bevat verbeteringen voor Unity, een modus waarin Windowsprogramma's zij-aan-zij met Mac-programma's kunnen werken in plaats van in een apart Windowsvenster. Unity ondersteunt nu slepen vanuit andere programma's, toont een Windows-programmamenu in het Dock-icoon van Fusion, werkt met meerdere versies van Windows en bevat nog enkele andere verbeteringen. Release Candidate 1 levert ook betere ondersteuning van het toetsenbord, onder meer de mogelijkheid om met een eenknopsmuis en de Controltoets een rechtermuisknopklik in Windows na te doen. Andere verbeteringen zijn betere prestaties voor virtuele machines die gebaseerd zijn op Boot Camp, nieuwe optimaliseringsmogelijkheden voor het geheugengebruik en een reeks foutencorrecties. Fusion RC 1 is een download van 160 MB.

VMware heeft aangekondigd dat Fusion in de winkel $79,99 gaat kosten als het tegen eind augustus uitkomt. Klanten die een vooruitbestelling doen vóór de definitieve uitgave krijgen een korting van 50 procent.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


ChangeShortName maakt naamsverandering simpel

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: GS]

Ben je niet tevreden met je identiteit in Mac OS X? Vind je het vervelend dat jij niet echt degene bent aan wie gevraagd wordt een beheerderswachtwoord op te geven? Je kunt altijd in Systeemvoorkeuren Accounts openen en het veld wijzigen waarin je volledige naam staat. Maar het veld daaronder met de korte naam blijkt jammer genoeg niet te veranderen, zelfs als je op het hangslotpictogram klikt, en daarbij denk je dan misschien dat Mac OS X onnodig en overdreven protectionistisch is.

Dit is de wereld op zijn kop: van je volledige naam kom je niet af, want die staat op je geboortebewijs. Maar roepnamen, of je die nu hebt gekozen, gekregen of aan een toevalligheid te danken hebt, laten zich gemakkelijker wijzigen. Wijlen mijn grootvader heette Orville maar stond bij zijn vrienden bekend als Barb: zo te zien een onverklaarbare roepnaam voor een stevig gebouwde landbouwer die een electrische omheining kon repareren zonder de stroom af te zetten. Later kreeg ik als uitleg te horen dat het een afkorting was van "barbaar", een verwijzing naar zijn voetbal- en boksprestaties aan de Cornell Universiteit in de jaren dertig van de twintigste eeuw.

Als opa in Mac OS X als korte naam "orville" had ingetikt, terwijl hij eigenlijk liever "barb" had gezien, dan zou het hulpprogramma ChangeShortName van James Bucanek en Dan Frakes handig voor hem zijn geweest. Met de nodige hocuspocus kan je wel een korte naam in Mac OS X veranderen via de commandoregel in Terminal en met de bijbehorende handelingen in Apples NetInfo-beheer, in combinatie met wijzigingen aan configuratiebestanden. Maar het is een vervelende procedure waar zoveel stappen aan te pas komen dat zelfs Apples officiële instructies niet eens volledig zijn. Je maakt daarbij ook gemakkelijk fouten: als het in het honderd loopt, kijk je tegen heel wat moeizame herstelwerkzaamheden aan.

ChangeShortName zorgt voor een aanzienlijk gemakkelijkere procedure met minder gevaar voor fouten, doordat alle stappen die noodzakelijk zijn om de korte naam van een account te wijzigen, duidelijk worden aangegeven. Je hoeft alleen maar een bestaande naam te selecteren, de nieuwe naam in te voeren en op een knop te klikken. Daar komt bij dat indien je zonder succes zelf geprobeerd hebt een korte naam te wijzigen, het ook allerlei soorten opgelopen schade kan herstellen. Het programma vereist Mac OS X 10.3 of later en het is gratis, maar giften zijn welkom. Toch is zelfs met ChangeShortName het wijzigen van je korte naam niet iets om zomaar te doen. Zorg er voor dat je de bijgevoegde documentatie leest voordat je het gebruikt. Het is een download van 424K.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


AppleCare, nieuwe batterijen en ondersteuning voor de iPhone

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>
[vertaling: HV]

Het is nu bekend wat het kost om de garantie op je iPhone te verlengen, de batterijen te laten vervangen of om hem te laten repareren. Vorige week schreef ik abusievelijk in "Mijn eerste dagen met de iPhone" (02-07-2007) dat Apple nog geen mededelingen had gedaan over het AppleCare-programma voor de iPhone; deze informatie was echter kennelijk al minstens een dag beschikbaar op de iPhone-bestelpagina van de Apple Store (klik op de "Warranty"-knop rechtsonder). Meer informatie over reparaties blijkt op of rond 2 juli verschenen te zijn.

De basisgarantie op de iPhone dekt defecten gedurende het eerste jaar en technische ondersteuning gedurende twee jaar; deze twee jaar ondersteuning valt in feite onder de standaard ondersteuning die mobiele telefoonmaatschappijen bieden tijdens de looptijd van je abonnement. AppleCare kost $69 per telefoon en verlengt de garantie op defecten met één jaar. AppleCare kan op elk willekeurig moment binnen een jaar na aanschaf van de iPhone aangeschaft worden, maar is nog niet te koop. Apple belooft dat het in juli beschikbaar zal zijn, aldus medewerkers van de Apple Store tijdens de introductie van de iPhone.

Ongelukken, verlies en diefstal zijn niet gedekt; dit komt overeen met Apples normale garantiebepalingen. Daarentegen bieden de meeste aanbieders van mobiele telefonie aanvullende verzekeringen tegen verlies, diefstal en schade die niet onder de normale garantie op defecten valt; deze verzekeringen zijn nogal kostbaar, maar dekken over het algemeen vrijwel alles. Kosten liggen in de orde van $30 tot $60 per jaar, worden maandelijks in rekening gebracht en kennen een eigen risico van $35 tot $50 of meer, afhankelijk van het type telefoon. Je kunt je telefoon maar een beperkt aantal keren laten repareren of vervangen, en het staat de verzekeraar vrij om je een ander, vergelijkbaar model telefoon te geven. Apple doet hier niet aan mee.

Overigens hebben telefoonmaatschappijen vaak de grootste moeite om telefoons onder garantie binnen een acceptabele periode te repareren, in tegenstelling tot Apples reparatiediensten, die door de bank genomen hoog gewaardeerd worden in vergelijkingen in consumentenbladen. Apple en AT&T zullen de reparaties en garantiegevallen via de Apple Stores en via postorder afhandelen; voor de AT&T-winkels houdt de bemoeienis met de apparatuur op na de verkoop.

Apples iPhone ondersteunings-FAQ meldt dat de kosten voor reparaties aan een iPhone die niet door de garantie gedekt worden $199 bedragen voor het 4 GB model en $249 voor het 8 GB model. Het alleen vervangen van de batterij kost $85,95 ($79 plus $6,95 verzendkosten). Het vervangen van een batterij, vergt, net als overig onderhoud, ongeveer drie werkdagen. Ik ga er dan ook van uit dat Apple vooral gereviseerde, in plaats van gerepareerde, iPhones zal retourneren, gezien de hoeveelheid soldeerwerk in een iPhone; zie iFixIts demontage.

De meeste mensen kunnen hun telefoon geen drie werkdagen (equivalent aan vijf of zes dagen als er onverhoopt een lang weekend tussen zit) missen. Daar heeft Apple aan gedacht: voor $29 kun je de Apple Service Telefoon huren; deze huur duurt tot een paar dagen nadat je iPhone is gerepareerd.

De gehuurde telefoon moet je retourneren binnen 7 dagen nadat je je herstelde telefoon weer terug hebt gekregen via een pakketdienst, binnen 5 dagen nadat je je telefoon kunt afhalen bij een Apple Store, of binnen 10 dagen na ontvangst als je je kapotte iPhone niet inlevert. Te laat inleveren kost $50 extra; bovendien wordt er een reservering van $600 op je kredietkaart gelegd die wordt geïnd als je hem niet binnen 10 dagen na het einde van de huurperiode hebt geretourneerd.

Je kunt de SIM (Subscriber Identity Module)-kaart die bij je abonnement hoort uit de iPhone halen door met een paperclip in een gaatje op de bovenkant van de iPhone te porren. Die SIM-kaart kun je vervolgens in de vervangende telefoon stoppen voordat je je eigen telefoon ter reparatie opstuurt. Als je vergeet om de SIM-kaart uit de vervangende telefoon te halen voordat je hem terugstuurt, zul je contact op moeten nemen met AT&T om een nieuwe te krijgen.

Verder heeft Apple een pagina met tips om je batterij te ontzien en zo lang mogelijk met een lading te doen.

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Netwerken thuis via het electriciteitsnet in plaats van draadloos

  door Kevin van Haaren <kevin@vanhaaren.net>
[vertaling: BA, SL, PAB, JG]

Toen de CPU van mijn PowerBook G4 zichzelf vernietigd had, verving ik hem door een veel goedkopere, maar minder draagbare Mac mini in mijn woonkamer. Door deze verandering werd mijn draadloze netwerk gewoon een manier om de computers in mijn thuiskantoor te verbinden met de computers in de woonkamer.

Hoewel een 802.11g draadloos netwerk adequaat is voor dit doel, ben ik altijd op zoek naar iets snellers. Mijn iTunes-bibliotheek staat op een machine in de computerkamer en is bijna 100 GB groot. Het synchroniseren van mijn video iPod met mijn Mac mini in de woonkamer zou wel een tandje sneller kunnen.

Een upgrade naar 802.11n, met zijn aanmerkelijk snellere prestaties, is niet echt een optie. Apple heeft geen upgrade voor oudere Macs die niet voorzien zijn van 802.11n-hardware. Er zijn USB-adapters voor 802.11n-implementatie van andere fabrikanten verkrijgbaar, maar dan zou ik een een adapter moeten kopen voor elk apparaat dat ik aan het netwerk wil toevoegen.

Toen ik laatst een beetje door de computerwinkel dwaalde (een gewoonte waar ik echt eens mee op moet houden), zag ik dat HomePlus adapters recentelijk een hogere doorvoersnelheid hadden gekregen. Jarenlang heeft de HomePlug Powerline Alliance een standaard voor ethernet over electrische bekabeling verspreid, genaamd HomePlug 1.0. Helaas stopte deze standaard bij ongeveer 14 Mbps, wat nauwelijks snel genoeg is voor thuisgebruikers die gewend zijn aan (theoretisch) 100 Mbps bij bekabelde en 54 Mbps bij draadloze verbindingen.

Sindsdien zijn twee concurrerende standaarden verschenen in de volgende generatie van ethernet via electrische bekabeling binnenshuis. De eerste is de HomePlug AV-standaard, geproduceerd door de HomePlug Powerline Alliance. De tweede, Powerline HD genaamd, is van de Universal Powerline Association.

De twee standaarden bieden gelijkwaardige functionaliteit. Beiden claimen een theoretisch maximale doorvoer van 200 Mbps. Beide bieden verbeterde encryptie en mogelijkheden voor 'Quality of Service' [QoS - nvdv] in vergelijking met de oudere specificatie. De details van de standaarden verschillen dusdanig dat je geen Powerline HD-adapter kunt gebruiken voor een verbinding met een HomePlug AV-adapter. Helaas zal, net als bij Betamax versus VHS en Blu-ray versus HD-DVD, het voorkomen van meerdere concurrerende standaarden de acceptatie van de technologie door de consument hinderen.

In de winkel waren geen HomePlug AV-adapters op voorraad, maar Powerline HD-adapters van zowel D-Link als Netgear waren wel beschikbaar. Ik koos de D-Link Powerline HD-adapters vanwege de prijs ($180 voor de starterset met twee adapters tegen $200 voor de Netgear starterset).

Installatie -- De installatie was bijzonder eenvoudig; ik hoefde alleen maar de Powerline-adapters in een stopcontact te steken (het is belangrijk om direct de wandaansluiting te gebruiken en er geen spanningsbeveiliging of een UPS tussen te zetten). Noch het signaal van HomePlug, noch dat van Powerline kan door een transformator, maar dat zal zelden een punt zijn in de woningbouw.

Als je wilt, kun je een eenvoudige stroomtester gebruiken om te controleren of je stopcontacten correct zijn aangesloten. De Powerline-adapters werkten in mijn tests ook als ze omgedraaid werden (de adapters zijn niet polariteitsgevoelig), wat betekent dat ze het ook doen op verkeerd aangesloten stopcontacten, maar bekabeling waarbij de draden verkeerd om zitten is een veiligheidsrisico, dus het kan geen kwaad om het in ieder geval te testen. In mijn testen trad echter een vreemd verschijnsel op. De snelste bestandsoverdracht zag ik wanneer één adapter normaal ingeplugd was en de andere andersom.

De D-Link Powerline-adapter heeft drie lampjes: één brandt als hij stroom krijgt, de volgende geeft aan dat hij een andere Powerline-adapter ziet en het derde lampje geeft aan dat er een actieve ethernetverbinding is gemaakt. De adapters werken in de standaardconfiguratie, maar dan met de standaard D-Link-netwerkinstellingen en zonder encryptie. Als je in een flat woont, of als jouw huis op dezelfde transformator zit als andere woningen, kan jouw signaal beschikbaar zijn op hun stopcontacten. (Ik weet niet hoe het met jou zit, maar ik wil niet dat het koffiezetapparaat van de buren in mijn e-mail kan gluren!)

Configuratie -- Om je eigen netwerknaam in te stellen en om versleuteling aan te zetten moet je de adapters configureren. Dat kan helaas alleen met een Windows-computer. (Dat geldt voor elke HomePlug AV- en Powerline HD-adapter die ik kon vinden.) Het configureren zou zeker moeten lukken vanuit Windows onder Boot Camp en zal waarschijnlijk ook gaan vanuit Windows onder Parallels Desktop of VMware Fusion, maar ik heb geen van deze mogelijkheden zelf getest.

Als eerste stap van het configureren steek je elke adapter in een stopcontact (bij voorkeur op de plek waar je ze uiteindelijk gaat gebruiken, maar dat is niet noodzakelijk). Beide adapters moeten aangeven dat ze een andere Powerline-adapter zien.

Vervolgens sluit je via een ethernetkabel de Windows-computer direct op een van de adapters aan, en start je de configuratie-software die met de adapters wordt meegeleverd. De software vindt automatisch allebei de adapters, en laat de ene zien als ETH en de andere als PLC. De ETH (afkorting van ethernet?)-adapter is degene die direct met de computer is verbonden, en de PLC- ("Powerline Connected", verbonden via het electriciteitsnet?)-adapter is degene op afstand.

Configureer eerst die op afstand (PLC). Als je begint met degene waar je mee verbonden bent (ETH), zullen de adapters elkaar niet meer kunnen zien en zal de configuratie-software niet meer kunnen praten met de verre adapter.

De minimale configuratie bestaat uit het toekennen van een Net-ID (vergelijkbaar met een SSID op een draadloos netwerk) en een wachtwoord voor het versleutelen (net als op een draadloos netwerk). Daarnaast kun je elke adapter een naam geven die eenvoudiger te herkennen is - ik noem die van mij naar de ruimte waarin ze zich bevinden - en je kunt een configuratie-wachtwoord instellen om te voorkomen dat andere gebruikers de instellingen veranderen. Als je klaar bent met de PLC-adapter herhaal je de procedure met de ETH-adapter.

In de uitgebreidere configuratie kun je twee regels instellen voor Quality-of-Service, waarmee je prioriteiten in het gegevensverkeer kunt stellen. Je kunt bijvoorbeeld Skype-pakketjes een hogere prioriteit geven dan andere pakketjes. Daardoor houdt de computer de kwaliteit van de spraak in je Skype-communicatie hoog, terwijl een bestandsoverdracht via FTP die op datzelfde moment loopt vertraagd wordt. Gamers zullen misschien bepaald game-verkeer voorrang geven boven ander verkeer om te voorkomen dat ze achter raken bij andere spelers. Maar omdat ik in mijn opstelling geen behoefte heb aan QoS hield ik het bij de basisconfiguratie.

Bestandsoverdracht in de praktijk getest -- Om een idee te krijgen hoe snel de adapters in de praktijk werken, deed ik verschillende testen. Eerst met het draadloze netwerk, daarna met de Powerline-verbinding, en daarna een vergelijking met bekabeld ethernet. Om de configuraties zo goed mogelijk vergelijkbaar te houden, werkte ik op beide netwerken met versleuteling (WPA in het draadloze geval) en had ik geen QoS-regels ingesteld. Ik herhaalde de testen in de loop van enkele dagen om de betrouwbaarheid van de getallen vast te stellen.

Eerst kopieerde ik een bestand van 1,4 GB via FTP van mijn Linux-server met pure-ftpd naar de Mac met Interarchy. Volgens het verslag van Interarchy duurde de draadloze overdracht van 1.472.156,9 kilobytes 1797 seconden (net geen 30 minuten), wat neerkomt op 6,4 megabits per seconde (Mbps). (Zoals je weet heeft 802.11g een theoretisch maximale bandbreedte van 54 Mbps.)

De Powerline-adapters lieten behoorlijk veel variatie in overdrachtssnelheden zien. In het slechtste geval duurde het 1210 seconden (net iets meer dan 20 minuten) wat neerkomt op 9,52 Mbps. De snelste overdracht duurde 948 seconden (bijna 16 minuten), wat neerkomt op 12,16 Mbps. Meestal was de snelheid ongeveer 10 Mbps. Dat maakt de Powerline-adapters 50 tot 100 procent sneller dan mijn draadloze netwerk met 802.11g, maar het komt niet eens in de buurt van het theoretische maximum van 200 Mbps. Ik kan de variatie in de snelheden niet echt verklaren, maar het kan te maken hebben met ruis op het electriciteitsnetwerk, zoals van de airconditioning, spaarlampen, of wasmachines.

Hierna besloot ik de resultaten te vergelijken met een rechtstreekse ethernetverbinding. Ik heb geen netwerkkabel die lang genoeg is om dit te testen in de tot nu toe geteste opstelling. Daarom verplaatste ik de Mac mini naar mijn computerkamer en sloot ik hem aan via 100 Mbps ethernet. In deze opstelling ging het kopiëren van het bestand van 1,4 GB via Interarchy significant sneller, met bijna 87 Mbps oftewel bijna 9 keer zo snel als de Powerline-adapters. Dus als de prestatie voorop staat en je een echte ethernetkabel kunt gebruiken, dan is dat duidelijk de aangewezen manier om twee punten met elkaar te verbinden.

Netwerk- en prestatietesten in de ideale situatie -- Naast het testen met Interarchy gebruikte ik het netwerkprestatie-meetprogramma Iperf om de pure netwerkdoorvoer te meten. Bij testen met bestandsoverdracht zijn het besturingssysteem, het bestandssysteem en de harde schijven betrokken. Het is een goed vergelijkingsmiddel voor de te verwachten prestaties bij het feitelijke gebruik in de praktijk, maar isoleert niet alleen de netwerkcomponent. Iperf meet slechts het netwerk.

Omdat ik de Mac mini al verhuisd had naar mijn computerkamer voor de ethernet-test, besloot ik ook een paar aanvullende testen te doen van draadloze verbindingen en Powerline-verbindingen in een ideale situatie. Mijn draadloze router bevindt zich in de computerkamer, waardoor ik de draadloze verbinding met de Mac mini getest heb over een afstand van maar een metertje of zo van de router. Iperf registreerde een doorvoer van 12,8 Mb/s, maar de Interarchy-test viel terug tot 7,0 Mb/s, slechts een beetje sneller dan toen de Mac mini in de woonkamer stond.

Voor de ideale test via het stroomnet deed ik de twee adapters in hetzelfde stopcontact. Het kan niet idealer dan dat voor de Powerline-adapters: geen stroomonderbrekers of zekeringen ertussen en minder ruis op de lijn van andere apparaten. In deze ideale configuratie registreerde Iperf een doorvoer van 69 Mb/s en Interarchy rapporteerde 65 Mb/s, bijna 7 keer sneller dan mijn configuratie in het echt. Dit resultaat suggereert dat ik twee stopcontacten zou moeten vinden die door dezelfde stroomkring gevoed worden. Helaas heeft de bouwer van mijn huis verzuimd mijn stoppenkast van etiketten te voorzien, dus tot ik een signaalzoeker kan bemachtigen, moet ik gewoon de adapters maar op allerlei stopcontacten uitproberen om te zien of ik daar betere resultaten behaal.

Ter vergelijking: met de bekabelde 100 Mb/s ethernetverbinding rapporteerde Iperf een doorvoer van 91,1 Mb/s, wat een enorme verbetering is ten opzichte van zowel de draadloze als de Powerline-verbindingen. Ethernet is echt de verbinding voor maximale prestaties, aangenomen dat het haalbaar is om de kabels naar de benodigde plekken aan te leggen.

Latentietijd-testen -- Ik voerde nog een andere test uit op de adapters om de latentietijd te bepalen. Netwerklatentie is een maat voor hoe lang een pakket er over doet om door een netwerk te reizen. Hoewel de hierboven genoemde bestandsoverdrachtmetingen meestal als "snelheden" betiteld worden, zijn ze eigenlijk een maat voor de bandbreedte. Stel je een pijp voor waar water met een snelheid van 1 liter per minuut uitkomt. Om het water er sneller door te krijgen, zeg twee liter per minuut, heb ik twee mogelijkheden: ik kan de watermoleculen sneller door de pijp duwen, of ik kan de pijp breder maken. Hoewel de individuele watermoleculen er in dat geval nog steeds even lang over doen om door de pijp te komen, reizen er meer door in dezelfde tijd, waardoor het sneller lijkt te gaan. Voor netwerken geldt hetzelfde: bits kunnen sneller door het systeem reizen, of er kunnen er tegelijkertijd overgezet worden.

Om de retourlatentietijd te meten van elke verbinding, gebruikte ik de ping-opdracht, die een "Bent u daar?"-pakketje opstuurt naar een apparaat. Het apparaat reageert dan, vermits aanwezig en actief, met een "Ja". De versturende computer kan de tijd opnemen die het duurt om het reactie-pakketje te ontvangen, wat de retourlatentietijd van het netwerk is.

Ik gebruikte de in Mac OS X in de Terminal ingebouwde ping-opdracht om mijn Linux server 100 keer te pingen. Over het draadloze 802.11g-netwerk rapporteerde de ping-opdracht een minimale verzendtijd van 1,5 ms (milliseconden), een gemiddelde van 1,8 ms en een maximale tijd van 4,8 ms.

Net zoals de doorvoersnelheden veranderde de latentie van de Powerline-adapters met de dag. Het slechtst waren een minimumtijd van 1,5 ms, een gemiddelde van 9,1 ms en een maximum van 121,7 ms. De meest van deze testen kwamen uit op een minimum van 1,5 ms, met een gemiddelde van 3,5 ms en een maximum van 27 ms. Hoewel ze een hoop pakketjes door kunnen voeren, lijken de D-Link Powerline-adapters een erg hoge (en variabele) latentie te hebben. Dit betekent dat, zelfs met de QoS-functie, de Powerline-adapters minder geschikt zouden kunnen zijn dan andere netwerksoorten voor VoIP ("Voice over IP")-toepassingen zoals Skype en iChat.

Samenvatting -- Wat prijs betreft lijken de D-Link-adapters onverslaanbaar. De Powerline HD- en HomePlug AV-adapters lijken duurder dan de D-Link adapters, en ze zijn ook goedkoper dan het uitrusten van meerdere Macs met nieuwe draadloze apparatuur, en ze zijn waarschijnlijk goedkoper (of in elk geval gemakkelijker) dan het trekken van ethernetkabels in de muur. Het nadeel is dat ik vanwege de concurrerende Powerline HD- en HomePlug AV-standaarden waarschijnlijk voortaan verplicht zal zijn om D-Link-adapters te kopen als ik mijn netwerk wil uitbreiden.

Wat betreft prestaties zijn de D-Link-adapters goed, maar niet super. Ze lijken een hoge netwerklatentie te hebben, maar omdat mijn netwerk slechts twee locaties verbindt en ik hoofdzakelijk bestanden downloadt, hetzij vanaf het web of door het verplaatsen van TiVo-films of iPod-muziekbestanden, is de 50 tot 100 procent verhoging in doorvoer ten opzichte van 802.11g zeker welkom.

PayBITS: Als de vergelijkende testen van Kevin je geholpen heben, bedank hem dan met een donatie via PayPal! <https://www.paypal.com/xclick/business=kevin@vanhaaren.net> Lees meer over PayBITS: <./paybits.html/>

(Natuurlijk is een gift aan de Nederlandse vertaalploeg ook welkom: <https://www.paypal.com/xclick/business=d.flach%40chello.nl&item_name=TBNL>.)

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Recente onderwerpen in TidBITS Talk, 9 juli 2007

  van de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>
[vertaling: OF]

[De discussies waarnaar verwezen wordt zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]

iPhone without the phone part -- Een aantal mensen willen alles van de iPhone behalve de telefoon: eigenlijk dus een echt coole iPod of een kleine tablet-Mac. Maar wellicht bestaat dat apparaat al, in de vorm van de Nokia N800. (3 berichten)

External hard drives for Mac & PC to share -- Wat is de beste keuze als je een externe harde schijf wilt kopen die zowel door Macs als Windows-pc's moet worden gedeeld? Lezers vragen hoe de harde schijf precies gebruikt gaat worden en doen suggesties. (5 berichten)

Reloading Apple data -- Een grote .Mac-storing heeft een lezer doen besluiten om niet langer van deze online-dienst van Apple gebruik te maken, maar hoe communiceert .Mac eigenlijk met de Apple-programma's? (1 bericht)

iPhone: why wait? Sommige mensen kijken de kat uit de boom met de iPhone, het is immers een 1.0-product. Maar een lezer vraagt zich af of hij het wachten niet gewoon moet opgeven en in het diepe moet springen. (1 bericht)

Apple Silences Mac OS X 10.4.10 Popping Sounds -- Apple's laatste systeemreparatie is een verlossing voor vele lezers, maar één lezer heeft een PowerPC-Mac die dezelfde geluidsproblemen vertoont die voorbehouden leken aan Intel-gebaseerde Macs. Enkele mogelijke oplossingen worden aangereikt. (2 berichten)

iPhone in Europe? -- Apple heeft de iPhone nog niet op de Europese markt gebracht, maar hoe zit het met de service voor reizigers die er een in de Verenigde Staten hebben gekocht? (9 berichten)

iPhone charging tip -- Een iPhone-bezitter deelt zijn tips om de meeste energie uit de accu te krijgen. (1 bericht)

Entering recurring lunar events in iCal -- Is het mogelijk om gebeurtenissen in iCal in te voeren als "elk maankwartier" of "elke 10de en 25ste dag van de maan-maand"? (2 berichten)

Can my old Mac run my weekend house? -- Welke informatiebronnen zijn beschikbaar om uit te zoeken of een oude Mac gebruikt kan worden om de verwarming en andere systemen te bedienen in een huis dat het grootste deel van de week onbewoond is? (3 berichten)

Bladwijzer bij: del.icio.us | digg | reddit | Slashdot | Yahoo! MyWeb


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse, en grondige besprekingen voor de Macintosh- en internet-gemeenschappen. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2007 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering