Previous Issue | Search TidBITS | TidBITS Home Page | Next Issue

TidBITS Logo

TidBITS#871, 19 maart 2007

Herinner je je Gopher nog? Het Internet protocol voor het terugvinden van bestanden dat nog van voor de tijd van het World Wide Web dateert bestaat nog, al leeft het wel vooral ondergronds voort, schrijft Cameron Kaiser. Glenn Fleishman brengt nieuws over de bestandendelen-dienst Pando, die drastisch de kosten beperkt voor het hosten van grote populaire bestanden als podcasts. Verder brengt Adam in deze editie nieuws over een programma van de New York Times, dat gratis toegang tot TimesSelect geeft aan personeel en studenten van instellingen voor hoger onderwijs, en wijst hij ons op interessant nieuw onderzoek naar waarom harde schijven kapot gaan. Andy J. W. Affleck neemt notitie van de complimenten voor de update van Sound Studio 3.5 van Freeverse, en Jeff Carlson brengt nieuws over de publieke bèta van The Missing Sync for BlackBerry van Mark/Space. We ronden af met het nieuws van software-updates van Apple, te weten Mac OS X 10.4.9, Security Update 2007-003, iTunes 7.1.1 en iPod Reset Utility 1.0.
 
Artikelen
 

Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!!

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


Een grabbelton vol veiligheidsoplossingen en pleisters voor Mac OS X

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>
[vertaling: JG]

Vorige week heeft Apple Mac OS X 10.4 Tigernaar versie 10.4.9 opgewaardeerd en een veiligheidsupdate voor Mac OS X 10.3.9 Panther verstrekt. De veiligheidsupdate is opgenomen in de Tiger-update, en zou geëtiketteerd kunnen zijn "Fixes for the Month of Apple Bugs", een project waar wij eerder over geschreven hebben (zie "Moab is mijn wasbekken", 2007-02-19).

Security Update 2007-003 en de verwante code in Mac OS X 10.4.9 verhelpen tientallen problemen die in de Month of Apple Bugs gerapporteerd werden, inclusief het meest serieuze overgebleven probleem, een manier om een gebrek in Software Update uit te buiten door "een gebruiker te verleiden om een Software Update Catalog bestand te downloaden en open te maken". Wij hebben geen rapporten hiervan - of van een van de andere bugs - in het wild gezien. De meeste van de niet-MoAB uitbuitingen die aangepakt zijn door de veiligheidsupdate vereisen plaatselijke gebruikers met toegang tot een account en software die in Mac OS X standaard uitgeschakeld is.

Er is geen eenvoudige manier om de algemene verbeteringen van 10.4.9 samen te vatten. Net als de laatste paar updates aan Tiger, is deze een grabbelton vol reparaties van talloze individuele problemen, en het is waarschijnlijk de laatste grote hoera voor Tiger, omdat de vermoedelijke datum waarop Mac OS X 10.5 Leopard zal worden uitgebracht steeds dichterbij komt. Hoewel Apple 10.4.10 zou kunnen uitgeven, laat de historie ons zien dat zij de numerieke puurheid van enkele cijfers verkiezen. (Jaguar besloot zijn loop met10.2.8 en Panther met 10.3.9).

Opmerkelijk tussen de algemene veranderingen zijn verbeteringen aan .Mac-synchronisatie. Als een regelmatige gebruiker van .Mac sync heb ik veel inconsistent gedrag en lange vertragingen gezien. Ik hoop dat 10.4.9 deze problemen elimineert. Een andere verbetering die te maken heeft met USB-modems moet ik "Ik fax min of meer in in jouw richting" noemen: de notitie zegt dat de update betrouwbaarheid van faxen in Frankrijk of België verbetert als je de USB-modem van Apple gebruikt.

Apple heeft aparte incrementele en combo-updates beschikbaar gemaakt voor PowerPC- en Intel-systemen, zowel voor Mac OS X als voor Mac OS X Server. Je kunt Software Update gebruiken om de beste updater voor jouw systeem te downloaden, of je kunt alle acht de updates bekijken op de Apple download-pagina. The combo-updates werken voor 10.4.0 en daarna. De incrementele uitgaven werken voor 10.4.8. Het kost wel wat download-tijd: de grootte van de updates varieert van 72 MB (PowerPC incrementeel) tot 350 MB (Mac OS X Server Intel combo). De Security Update 2007-003 van Panther is ook verkrijgbaar via Software Update, en als een zelfstandige download voor zowel Mac OS X (36 MB) als Mac OS X Server (49,5 MB).

Zoals altijd: als je na het updaten welke ongewone problemen dan ook ondervindt, in het bijzonder dat programma's niet willen starten, download en instaleer dan de combo-updater voor jouw Mac, omdat die voor een schonere installatie kan zorgen.

Apple heeft ook iPhoto 6.0.6 uitgegeven, dat "kwesties rondom verenigbaarheid van EXIF-gegevens, en photocasting aanpakt". De verbetering van de photocasting is een reactie op een andere melding van de Month of Apple Bugs. Het is ook verkrijgbaar via Software Update of als een zelfstandige download van 8 MB.


Mark/Space breidt uit met BlackBerry Sync

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>
[vertaling: TK]

Enkele maanden geleden hebben Glenn Fleishman en ikzelf een hoofdartikel geschreven voor Macworld over het gebruik van smartphones met de Mac (zie "Get in Sync" in het nummer van januari 2007). Toen we BlackBerry-apparaten testten, was PocketMac for BlackBerry, dat een jaar geleden ook in TidBITS werd besproken in "BlackBerries en PocketMac" (2006-02-06), de enige methode om gegevens te synchroniseren tussen smartphones van RIM en de Mac.

Recent is een nieuwe speler op de markt gekomen. Mark/Space biedt nu een volledig werkende publieke preview van The Missing Sync for BlackBerry als een download van 9,2 MB. Net zoals andere versies van The Missing Sync, gebruikt deze ook Sync Services van OS X om gegevens te synchroniseren tussen de BlackBerry en het Adresboek, iCal of andere programma's die werken met Sync Services. Het biedt ook overdracht van foto's en muziek van iPhoto en iTunes naar de BlackBerry Pearl. Vergeet niet dat dit nog maar bèta-software is. Mark/Space heeft een lijst met bekende problemen gepost. Het vereist Mac OS X 10.4.8 of later en een BlackBerry-apparaat met versie 4.0 of later van het besturingssysteem. De definitieve versie van het programma is naar verwachting leverbaar tegen het einde van dit kwartaal. Er zijn nog geen prijzen bekendgemaakt.


iTunes 7.1.1 en iPod Reset Utility 1.0 herstellen foutjes

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>
[vertaling: MSH]

Bij Apple verscheen iTunes 7.1.1, een update die volgens Apple een stabiliteitsfactor en een klein probleem over verenigbaarheden in iTunes 7.1 aanpakt. De update is verkrijgbaar via Software Update of als een solitaire download van 28 MB. Een download van 36,1 MB voor Windows is ook beschikbaar.

Het bedrijf liet ook iPod Reset Utility 1.0 verschijnen voor Mac (3,4 MB) en Windows (2,2 MB), dat ontworpen werd om beide generaties iPod shuffle te resetten als iTunes dat niet kan doen.


TimesSelect gratis voor hoger onderwijs

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: PAB]

Na al mijn gepuzzel over hoe je permanente links kunt maken naar artikelen in de New York Times (zie "Eenvoudiger koppelen van de New York Times", 26-02-2007), was ik blij met wat ik van een kennis hoorde: de New York Times heeft TimesSelect nu gratis beschikbaar gemaakt voor elke student of onderwijzend personeelslid met een geldig mailadres van college of universiteit. TimesSelect bevat toegang tot artikelen van de New York Times Op-Ed en nieuwscolumnisten in zowel tekst- als podcast-vorm, samen met tot 100 artikelen per maand uit het complete New York Times-archief, met een inhoud die teruggaat tot 1851.


Sound Studio 3.5 voegt vele mogelijkheden toe

  door Andy J. Williams Affleck <andyjw@raggedcastle.com>
[vertaling: RAW]

Freeverse heeft Sound Studio 3.5 uitgebracht, dat vele nieuwe mogelijkheden biedt voor alle gebruikers van deze uitstekende audiobewerker en -opnemer. Sound Studio is al lang mijn favoriete gereedschap voor het bewerken van audiobestanden, of ik nu een podcast produceer, een bestand in mijn iTunes-bibliotheek snoei of het grappige gesnurk van mijn zoon op een nacht opneem (en daarna het lawaai van de laptopventilator eruit haal: het is belangrijk om belastend materiaal van hoge kwaliteit te hebben voor als hij tiener is).

Bij de vele nieuwe mogelijkheden van Sound Studio 3.5 zit de toevoeging van nieuwe audioformaten waarin geopend en bewaard kan worden, waaronder Apple Lossless, ADTS AAC, NeXT/Sun Audio en Ogg Vorbis. Bovendien ondersteunt Sound Studio nu 8-, 16- en 24-Kbps bitsnelheden bij het opslaan van bestanden in MP3-formaat.

Voor podcasters heeft Sound Studio de mogelijkheid toegevoegd om alle labels die door iTunes ondersteund worden te beheren, waaronder de bit voor podcasts die bepaalt of een bestand verschijnt in de Podcasts-sectie van iTunes, of in de gewone Muzieksectie. Dit vind ik ontzettend handig, omdat ik graag podcasts die ik wil bewaren in mijn muziekcollectie wil houden, terwijl alle andere zich na beluistering automatisch kunnen vernietigen, iets dat ik tot dusver moeilijk voor elkaar kreeg. Nu kan ik het bestand openen in Sound Studio, het juiste aankruisvak aanklikken en het bestand opnieuw importeren in iTunes, waar het verschijnt in mijn Muzieksectie in plaats van in de Podcasts-sectie. Met de omgekeerde methode kun je gesproken audiobestanden van de Muzieksectie naar de Podcasts-sectie verhuizen, als je dat zou willen.

Podcasters zullen het ook op prijs stellen dat markeringen die door Sound Studio in audiobestanden worden geplaatst nu automatisch worden opgeslagen als hoofdstukken in podcasts. Met andere woorden, als je een podcast afspeelt in iTunes worden de titels van de hoofdstukmerkers getoond in het hoofdstukkenmenu en kun je daarmee rechtstreeks naar die plek springen voor het afspelen. (Zie voor meer informatie over hoe je Sound Studio kunt gebruiken voor podcasting mijn e-boek "Take Control of Podcasting on the Mac").

Andere verbeteringen in Sound Studio 3.5 zijn nieuwe voorkeuren voor hoe het scrollen plaatsvindt tijdens het afspelen, de mogelijkheid om geluid te laten herhalen in filtervoorvertoningen (in plaats van het steeds weer moeten afspelen van het geluid terwijl je aanpassingen maakt) en nieuwe AppleScript-ondersteuning voor het maken van referenties naar individuele sporen en het veranderen van de balans en het volume van elk spoor.

Tenslotte heeft Sound Studio nu een innovatieve manier om het tempo [BPM, slagen per minuut - nvdv] van een spoor te bepalen. BPM is een stukje metadata dat verschijnt in de iTunes-infovenster en als onderdeel van het vertoningsscherm van het hoofdvenster van Sound Studio. Het kan nuttig zijn voor het maken van slimme afspeellijsten met langzame of snelle muziek in iTunes. Alles wat je moet doen om het tempo in te stellen is op een knop te klikken in de maat met het ritme van de muziek.

Sound Studio 3.5 kost 80 dollar en upgrades zijn gratis voor geregistreerde gebruikers van 3.0 of later. Speciale upgradeprijzen zijn ook beschikbaar voor gebruikers van oudere versies, net als een gratis demo (een download van 10,2 MB) voor wie Sound Studio nog niet geprobeerd heeft.

[Andy J. Williams Affleck maakte de eerste website van Dartmouth college in 1993, ontwierp de oorspronkelijke website voor de sitcom Friends, en begon een virtuele gemeenschap die tien jaar later nog steeds bestaat. Als hij niet bezig is met het produceren van zijn Podcrumbs-podcast of met "Take Control of Podcasting on the Mac", is hij senior projectmanager en toegankelijk webontwerpexpert.]


Het falen van harde schijven en bijgedragen opslag

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: RAW]

Op de vijfde USENIX Conferentie over Bestand- en Opslagtechnologieën vorige maand, keken twee bijdragen, eentje van Bianca Schroeder en Garth A. Gibson van Carnegie Mellon University (CMU) en de andere van Eduardo Pinheiro, Wolf-Dietrich Weber en Luiz André Barroso van Google, naar de betrouwbaarheid van harde schijven in grootschalige installaties. Naast andere conclusies ontdekte het CMU-team dat vervangingssnelheden in werkelijkheid veel hoger zijn dan verwacht op basis van gemiddelde tijd tot falen (MTTF)-schattingen van de verkopers, en de onderzoekers van Google concludeerden dat er weinig verband bestaat tussen falen en hoge temperatuur of verhoogde activiteit. De voordrachten zijn niet geschreven voor een lekenpubliek en niet echt gemakkelijk te lezen, maar het is het waard om er eens naar te kijken als je geïnteresseerd bent in wanneer en waarom het mechaniek van harde schijven het begeeft.

Ook interessant is de bijdrage van James Cipar, Mark D. Corner en Emery D. Berger van de Universiteit van Massachusetts Amherst over het Transparante Bestandssysteem (TFS). Het doel van TFS is om een opslagsysteem te creëren waarin meerdere mensen ongebruikte schijfruimte zouden kunnen bijdragen aan een gedeelde poel, net zoals gebruikers van het SETI@home-project ongebruikte CPU-cycli kunnen bijdragen aan de gedeelde taak van het analyseren van radiotelescoopgegevens. (En ja, er is nog steeds een actief TidBITS-team voor SETI@home). TFS kan blijkbaar alle vrije ruimte op een schijf bijdragen terwijl het slechts voor een lichte vermindering in prestaties zorgt voor de bijdrager. Prototype broncode is beschikbaar. Ik ben benieuwd of iemand deze code opschoont en het kan poorten naar MacFUSE (zie "MacFUSE brengt explosie aan mogelijkheden voor Mac-bestandssystemen", 2007-01-29).


Pando maakt het verspreiden van grote bestanden nog eenvoudiger

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>
[vertaling: DPF, MSH]

Het systeem van Pando voor het delen van bestanden stelt zichzelf nu beschikbaar voor ontwikkelaars en podcasters (zie voor meer informatie over Pando en gerelateerde diensten "Veilige transfer met Civil Netizen en Pando", 2006-08-21). In plaats van je bandbreedte zelf te beheren en uitwegen te moeten vinden voor de beperkingen van je service provider of hun rekeningen voor drukke maanden met te veel verkeer kun je nu het systeem van Pando gaan gebruiken. Pando biedt een combinatie van gecentraliseerde en verdeelde downloads over meerdere machines, die bovendien gratis is voor bestanden die kleiner zijn dan 1 GB. Grotere bestanden kunnen verspreid worden met het betaalde model van Pando.

Met Pando kun je een los bestand of een serie bestanden uploaden (een zg. "pakket") door middel van een gratis applicatie die je wel advertenties zal tonen. Wanneer je het pakket uploadt kun je mensen informeren door middel van een e-mail, waarbij een maximum van 10 mensen per upload een Pando-link kunnen ontvangen naar je pakket of bestand. Je kunt ook een speciale link ontvangen die los verstuurd wordt, en HTML die je op je Website kunt plaatsen om je bestand te downloaden. In essentie werkt de client-applicatie van Pando als een combinatie van een e-mailapplicatie en een file manager. Het is verkrijgbaar voor Mac OS X 10.3.9 en later, en ook voor Windows 2000 SP4, XP en Vista.

Het exemplaar van Pando dat op je computer draait is een "peer", of een mogelijke server voor uploaden, in een peer-to-peer netwerk dat Pando gebruikt om verbindingen te maken tussen iedereen die het betreffende pakket heeft gedownload of wil gaan downloaden. Voor bestanden die je zo breed mogelijk wilt verspreiden- een podcast, software-download of de PDF van een white paper - wordt het netwerk groter naarmate meer mensen die gebruik maken van Pando je bestand al gedownload hebben.

Deze methode zit ook achter het populaire BitTorrent, maar de toevoeging van centrale servers om de pomp op gang te brengen en om een minimaal niveau aan bandbreedte te genereren geeft Pando een aantal voordelen. Pando vereist accounts, en als je een zg. 'premium' abonnement neemt kun je zelfs bepalen wie de bestanden mag downloaden en gebruiken.

Nu Pando mogelijkheden voor ontwikkelaars toegevoegd heeft met de nodige toolkits en recepten voor het verspreiden van bestanden hoef je niet meer gebruik te maken van het Pando-programma voor het uploaden van bestanden als een 'publisher'. Eenieder die bestanden wil downloaden moet eerst Pando installeren, maar wanneer je content aantrekkelijk genoeg is of als Pando echt populair wordt - zeker wanneer de software gebundeld gaat worden door computerfabrikanten - zal dat geen belemmering meer zijn. Als voor jouw publiek het gebruik van een aparte applicatie niet interessant is, is Pando (nog) geen oplossing. Als een indicatie van hun huidige populariteit beweert Pando echter dat ze per dag 60 terabytes aan downloads over hun netwerk sturen.

Je kunt bijvoorbeeld je huidige podcast RSS feed naar je werk sturen met Pando, en alle audio en video in die podcast zal automatisch door Pando geconverteerd worden naar pakketten. Op dit moment moet je nog wel bij Pando (het bedrijf) deze optie aan laten zetten. Je kunt echter ook het Pando-programma gebruiken om URL's aan te maken voor geüploade bestanden om ze op een webpagina te zetten, of te laten functioneren als onderdeel van een RSS feed. Een recente upgrade voor de Pando-applicatie maakt het mogelijk om met het programma abonnementen te nemen op Pando-compatibele RSS-feeds. Ze hebben bijvoorbeeld een videokanaal van hoge kwaliteit voor testdoeleinden, die je bepaalde video's direct vanuit Pando laat downloaden.

Een software-ontwikkelaar zou een aantal van zijn nieuwe bestanden deels kunnen aanbieden bij Pando door met behulp van de application programming interface (API) van Pando, de toolkit van de programmeur, een pakket aan te maken voor bestanden die op de website van de ontwikkelaar staan. Door peers toe te voegen kan de efficiëntie van de peer-to-peer netwerken verhoogd worden. Daardoor zou een populaire nieuwe applicatie of update een erg efficiënt Pando-profiel kunnen worden.

Pando maakt gebruik van advertenties om de kosten van de gratis dienst te kunnen betalen. Het bedrijf biedt echter ook de mogelijkheid van betaalde diensten, gesplitst over 3 niveaus. Wanneer je voor een van deze modellen kiest kun je grotere bestanden delen met meer gebruikers, en blijven je bestanden langer op de centrale servers van Pando staan. Op dit moment stelt de gratis dienst een maximum aan de grootte van pakketten van 1 GB, en blijven de bestanden 7 dagen (voor bestanden per e-mail of instant messaging) of 30 dagen (voor bestanden die op het web gepost zijn) staan, gerekend vanaf de laatste download.

Alle drie de betaalde diensten - Plus, Pro en Publisher - hebben de mogelijkheid van wachtwoorden op pakketten, en bieden 24 uur per weekdag ondersteuning. Bovendien heb je geen last meer van advertenties in de software, en kun je berichten naar 100 personen sturen in plaats van naar 10.

De Plus ($5 per maand) en Pro ($20 per maand) -diensten hebben respectievelijk een maximale pakketgrootte van 3 GB en 5 GB en staan beiden verspreiding door middel van Pando en IM toe gedurende 30 dagen (zonder dat je pakket gedownload wordt), in plaats van 7. Publisher staat pakketten toe tot 50 GB, en dan blijven je bestanden onbeperkt staan.

Pando tegenover andere diensten -- Laat ons deze aanbiedingen vergelijken met typische bandbreedte vraagprijzen van anderen. Amazons Simple Storage System (S3) kost 20 cent per overgezonden GB, plus 15 cent per maand per opgeslagen GB. Veel colocatie-bedrijven vragen $1 tot $2 voor elke verzonden GB meer dan een bepaald maandelijks bedrag. En sommige ISP's bieden echt waanzinnige hoeveelhehden overdracht, vooral DreamHost, inclusief 2 TB per maand in hun accounts van $10 per maand.

Bij deze prijzen, zeg maar iedere maand 10.000 bestanden van een megabyte, of 10 GB aan gegevens, kost het me niets bij Pando, $10 bij DreamHost, $0 tot $10 bij een colocatie-gastheer (respectievelijk als ik onder of boven mijn limiet zit), en $2 bij Amazon. Maak de schaal groter tot 1 TB per maand aan pakketten van minder dan 1 GB, dan is het gratis bij Pando, $10 bij DreamHost (tenzij ze besluiten dat mijn gebruik verkeerd is), tenminste $800 en tot aan $1.800 met een colocatie-gastheer (uitgaand van 100 GB tot 200 GB inbegrepen gebruik), en $200 bij Amazon (plus enkele dollars voor opslag).

Ik ben bijzonder geïnteresserd in dit onderwerp vanwege het mogelijke risico voor de gemiddelde mens, omdat toenemende aantallen onder ons gebruik maken van host audio, video, en andere zeer grote bestanden, en zo het gevaar van populariteit ondervinden. Bijna vier jaar geleden kwam ik juist dit probleem tegen toen ik probeerde een elektronische versie van "Real World Adobe GoLive" weg te geven, een boek waarvan ik naast Jeff Carlson medeauteur was (voor het hele verhaal zie "(Elektronisch) publiceren en vergaan?" 2003-03-24 en "Vals bandbreedte alarm", 2003-04-07). Ik schreef over hoe het allemaal tenslotte uitwerkte in de New York Times, maar ik zou kunnen hebben vastgezeten aan een boete van $15.000. (In die zaak had een oudere manier van massa-overdracht belachelijke tariefschijven: één teen over de lijn, en hoepla!)

De meeste netwerk service providers laten je betalen voor de bandbreedte die je boven je toegestane maandelijkse limiet gebruikt. Deze bedrijven neigen ertoe colocaties aan te wenden die honderden of duizenden servers omvatten. Veel Internet service providers, ook Apple en zijn .Mac-dienst, snijden je af zodra je limiet bereikt is. ISP's lijken bandbreedte te geven aan inwonwers en zakelijke gebruikers, en ze trachten eerder bandbreedte te besparen dan gastdeelnemers te bedienen. Het is vervelend afgesloten te worden, maar je weet tenminste dat je pech had, maar geen geldelijk verlies, als je je limiet bereikt.

Ik heb het idee dat Pando wat populariteitsrisico op zich neemt, maar dit compenseert met rekeningen voor veelvuldig gebruik en ondersteuning. Ook heb ik het idee dat bandbreedte een zodanig gemak is dat Pando advertenties kan aanwenden om de kosten van veel bestandsoverdracht te compenseren. Pando dient een breed publiek te bereiken om de mentale prijs voor het downloaden van van zijn applicatie tot nul te brengen - of overeenkomsten met computermakers verkrijgen over voor-installatie - maar deze laatste toevoeging maakt het in toenemende mate waarschijnlijk dat "Pando mij dat bestand" een algemeen gezegde zou kunnen gaan worden.


In het hol van de Gopher

  door Cameron Kaiser <ckaiser@floodgap.com>
[vertaling: PAB, TK]

[Opmerking redactie: Sommige van de URL's in dit artikel gebruiken het gopher://-adresformaat in plaats van het bekende http://. Deze gopher-URL's kunnen direct in Camino of Firefox bekeken worden, maar als je Safari gebruikt, die het Gopher-protocol niet ondersteunt, bekijk je deze pagina's via de HTTP<->gopher-proxy. Voor meer informatie, bekijk je dit document dat de Gopher-ondersteuning beschrijft in de meeste webbrowsers.]

Destijds, begin jaren 90, toen ik studeerde op de Universiteit van Californië, bivakkerend in de uitgewoonde, 24-uur-per-dag-in-gebruik, VT100-terminal prakticumruimte onder een van de collegezalen, was het Wereldwijde web, uh, niet erg wijds en omvatte het zeker niet veel van de wereld. Grafische interface naar het internet? Ben je gek? Het meeste van wat internet te bieden had, kon bekeken worden op die tekstschermen. Alles wat ik deed gebeurde terwijl ik ingelogd was via een seriële poort op een van de Unix-servers op de campus.

En toch, die monochromatische interface was de toegangspoort naar een onderling verbonden wereld van computers erg vergelijkbaar met het web. Een wereld die zowel toegankelijk was voor hen die typten op die ouderwetse domme terminals als de gelukkige lui op de splinternieuwe Mac IIci-computers in het Mac-practicum. Je kon er het weer op krijgen, nieuwskoppen, muziek, zoekmachines en zelfs videoclips (als ik een van de Macs kon gebruiken). Dit was Gopherspace en zo leeft het tot op de dag van vandaag nog voort.

In 1991 ontsprong Gopher uit een campus-informatiedienstenproject van de universiteit van Minnesota, gericht op het ontwikkelen van een "vriendelijke" methode voor het benaderen van universiteitsdocumenten en -diensten. (De sportteams van de universiteit van Minnesota heten de "Golden Gophers"). In die dagen hadden de meeste universiteiten en bedrijven hun eigen beveiligde diensten en toegangsbeleid en deze werkten bijna zonder uitzondering allemaal op unieke en soms uiterst verschillende manieren.

In contrast hiermee bood Gopher één uniforme, consistente hiërarchische interface om alles te benaderen. Deze aanpak vertaalde goed naar zowel tekst- als grafische interfaces en, nog beter, bood een gemakkelijke manier om verbinding te krijgen met een grote variatie aan hosts via simpele links. Dit is een heel stuk eenvoudiger dan bestanden ophalen via FTP, dat meestal via een opdrachtregel moet. De methode van Gopher was een grote verbetering vergeleken met het bedienen van indexsystemen van bibliotheken en universiteiten via Telnet en het moeten onthouden hoe je zoekopdrachten op de verschillende systemen moest opstellen. Dankzij Gopher waren de openbare bronnen van andere servers niet alleen toegankelijk, maar ook bruikbaar.

Binnen een jaar of twee, hadden veel andere universiteiten Gopher in gebruik voor hun eigen lokale netwerk, samen met enkele particuliere gebruikers en bedrijven. Gopher-servers en gateways brachten veel ongelijksoortig internet-bronnen samen, zoals lokale indexen en "white pages" (met gebruik van CSO) en toegang tot FTP-servers en WAIS (Wide Area Information Servers, WAIS was een vroege gestandaardiseerde wijze om databases op afstand te doorzoeken).

In dezelfde tijd als waarin het draagvlak van Gopher groeide, verschenen er aanwijs-en-klik Gopher-clients, inclusief een paar voor Macs. Kent iemand TurboGopher nog? Een toenemende hoeveelheid informatie begon Gopherspace in te lopen, inclusief elektronische boeken, e-mailtijdschriften, afbeeldingen, programma's, software en meer.

Het bladeren door deze groeiende massa materiaal vereiste nog een ander stuk software: een zoekmachine met de naam Veronica (deze naam was een spel op Archie, de zoekmachine voor FTP). Het is niet exact bekend hoeveel Gopher-servers er waren tijdens de hoogtijdagen van Gopherspace, maar ik herinner me dat alle zeven Veronica-servers overdag druk waren. Toen het web populairder werd, waren Gopher-links nog steeds erg aanwezig op webpagina's omdat veel gegevens nog steeds in Gopherspace zaten.

Tegen 1995 was Gopherspace grotendeels verdampt, vanwege een combinatie van het beperkende en prijzige licentiebeleid van de universiteit van Minnesota (uiteindelijk gaven ze Gopher vrij onder de open-source GPL-licentie, maar jaren te laat) en de ruime beschikbaarheid van een betere technologie. De nieuwe technologie kende dezelfde onderlinge verbindingen tussen bronnen, en bood een fraaiere interface en grotere mogelijkheden voor creatieve en informerende communicatie. Dat was (en is) natuurlijk het web.

De universiteit van Minnesota probeerde Gopher nog te redden, met fraaie trucs zoals het samenvoegen van Gopherspace met virtual reality via het GopherVR-project, maar het web had Gopher al ingeghaald. Hoe gefascineerd ik ook was door de Gopher-wereld waarin ik had gewoond, ik 1994 gooide ik mijn eerste stukjes HTML bij elkaar en maakte ik mijn eigen homepage op het web. Daarmee werd Gopher ook voor mij geschiedenis.

Of toch niet? In 1998, terwijl ik als programmeur voor Point Loma Nazarene University in San Diego werkt, vroeg ik me af wat er gebeurd was met de oude wereld in het Gopher-gat. In het begin van 1999 installeerde ik mijn eigen Gopher server-software op de Apple Network Server in het kantoor en liet ik hem zoeken naar andere Gopher-servers. Ik was verrast toen er een paar antwoorden binnenkwamen.

De Gopher-pagina's van de University of Minnesota deden het nog, en zij hadden nog altijd de meeste van hun links naar vroegere Gopher-peers. Veel van die hosts waren websites geworden, en sommige waren volledig verdwenen, maar enkele werkten niet alleen nog, maar werden zelfs nog geactualiseerd. Ik begon een lijst samen te stellen en hun content te indexeren, en uiteindelijk bracht ik mijn database online voor zoeken en bladeren als gopher.ptloma.edu (met de goedkeuring van de IT-afdeling), de host die de voorloper was van Gopher-server van Floodgap.

Andere mensen hadden zich ook al afgevraagd wat er gebeurd was met Gopher, en hadden afzonderlijk hun eigen servers opgericht. Op een dag kreeg ik een e-mailbericht van een zekere John Goerzen, die ook zijn eigen nieuwe Gopher-software had geschreven om een dienst te draaien die hij met de eigenzinnige naam quux had bedacht. Het goede nieuws was dat hij, naast nieuwe content, erin geslaagd was om een behoorlijk aantal archieven van Gopher-sites te bewaren waarvan ik had gedacht dat ze spoorloos waren verdwenen.

John was de eerste van een hele reeks mensen die me contacteerden die de snelle eenvoud van Gopherspace niet vergeten waren. Na een tijdje begon ik zelfs al de nieuwe hobby- en gebruikersservers die opdoken op te volgen. Ik kreeg zelfs een brief van Mark McCahill, één van de oorspronkelijke architecten van Gopher, nadat hij de nieuwe Veronica clone had gezien die ik had bijeengegooid met de gegevens die de Gopher-crawler had verzameld.

Gopherspace was dan toch nooit uitgestorven. Het was alleen maar ondergronds gegaan. Zelfs nadat de University of Minnesota enkele jaren later gopher.tc.umn.edu uiteindelijk uitschakelde, bleven Gopher-hobbyisten doorgaan, en schreven ze nieuwe features (zoals de Gopher "phlog"), clients en software, en voegden ze nieuwe content toe aan hun eigen kleine werelden. Bovendien hebben de meeste oude Gopherspace-archieven nu een nieuw onderdak gekregen, zodat het grootste deel van hun content ook vandaag nog beschikbaar is.

Toch blijft Gopher meer dan een levend fossiel. In een wereld waar flitsendheid (en soms Flash ["Flits", nvdv]) vaak belangrijker is dan degelijkheid, vervangt Gopher alle ornamenten door een zuivere, steriele, en consistente interface van mappen en bestanden. De Gopher-sites die worden bezocht bieden echte inhoud en echte functies, zodat er niet meer dan een menu tussen jezelf en gigabytes en gigabytes aan gegevens staat. Je kunt Gopherspace nog altijd raadplegen met een domme terminal, maar even goed met een Mac Pro. Het laadt snel over een inbelverbinding, en over een breedbandverbinding is het pijlsnel. Je kunt nog steeds weerberichten krijgen in Gopherspace, je kunt nog steeds mailinglijsten en de koppen van het nieuws lezen, er zijn nog steeds veel bestanden te downloaden, en je kunt zelfs TidBITS lezen! (Met dank aan Adam Engst voor zijn toestemming).

Meer en meer mensen ontdekken dat er voor veel functies een alternatief bestaat voor het www, en beter nog, een alternatief dat naadloos kan co-existeren met het Web - alle Mozilla-based webbrowsers werken ook goed als Gopher-clients. Misschien is dat wel de reden waarom de Power Mac 7300+G3 waarop vandaag gopher.floodgap.com draait dagelijks nog enkele duizenden hits krijgt.

Er zijn tegenwoordig inderdaad veel minder Gopher-hosts dan vroeger (86 hosts en 740.000 unieke resources, wat ik kan aflezen van de robotstatistieken terwijl ik onderhoud uitvoer aan de Veronica-2 index). Maar 15 jaar na zijn creatie, is er nog altijd leven in de wereld in het Gopher-gat. Als het Web een zware of overdadig opgemaakte afleiding lijkt terwijl je wacht tot je browser zijn weg baant door de zoveelste Flash-animatie en een stapel reclame, dan is het misschien tijd om even ondergronds te gaan voor een blik op de eenvoudigere en zuiverdere wereld die het Internet vroeger was.

[Cameron Kaiser is een herstellende database-beheerder en programmeur die vreemd genoeg als dokter is afgestudeerd en nu werkt als gezondheidswerker voor de overheid in Zuid-Californië. Hij houdt van rijden op oude snelwegen in de Verenigde Staten, onderhoudt oude Commodore- en Apple-computers, en implementeert onophoudelijk oude informatietechnologieën op zijn "$50 Aldi serverrack" in zijn drastisch slinkende vrije tijd. Hij werkt al sinds 1987 met Macs, op een korte onderbreking na waar we hier niet verder zullen op ingaan.]


Recente onderwerpen in TidBITS Talk, 19 maart 2007

  van de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>
[vertaling: RAW]

[De discussies waarnaar verwezen wordt zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]

Nike+iPod Only for Fitness Runners -- Adams artikel over het hardloop-apparaat lokt een discussie uit over paslengtes en de variatie in de resultaten van de Nike+iPod. (14 berichten)


TidBITS 2007 Reader Survey Results: Who Are You? Lezers reageren op de eerste resultaten van onze lezersenquête, waaronder lezers jonger dan 21 en een vraag over hoe de resultaten verdeeld zijn over de verschillende categorieën. (3 berichten)


I lived through Daylight Saving 2007 and survived! Het onheil is afgeweerd, maar lezers berichten over een paar van de neveneffecten van de wijziging in zomertijd van dit jaar. (3 berichten)


Mac OS X update weirdness? Mac OS X 10.4.9 veroorzaakt een paar sporadische problemen, die opgelost lijken te worden met het gebruik van de combo-updater op Intel-Macs. En een nieuwe vertraging in het verwijderen van schijven blijkt een nieuwe eigenschap en geen probleem te zijn. (11 berichten)


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse, en grondige besprekingen voor de Macintosh- en internet-gemeenschappen. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2007 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Previous Issue | Search TidBITS | TidBITS Home Page | Next Issue