Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS#742, 16 augustus 2004

Verwacht jij ook meer van je browser? Lees Adams bespreking van de onlangs uitgebrachte OmniWeb 5.0, die boordevol eigenschappen voor expertgebruikers zit. Adam vertelt ons ook wat hij geleerd heeft bij het testen van een draadloos netwerk dat weldra in zijn plaatselijke openbare bibliotheek zal worden geopend, en hij onderzoekt waarom Aladdin Systems zijn naam heeft veranderd in Allume Systems. Nieuwsitems: Apple brengt Motion uit, en we kondigen een DealBITS-verloting aan van de label- en envelopsoftware Mail Factory van BeLight.

Onderwerpen:

Copyright 2004 TidBITS: Reuse governed by Creative Commons license
<http://www.tidbits.com/terms/> Contact: <editors@tidbits.com>


-> Denk je dat TidBITS interessant is voor <-
-> je vrienden, kennissen, collega's? Geef <-
-> hen de tip zich ook GRATIS te abonneren <-
-> of stuur deze aflevering naar hen door! <-


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:


De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<./tidbits-nl/contact.html>


MailBITS, 16 augustus 2004

[vertaling: EV]

Apple verscheept Motion en introduceert Production Suite -- Na de introductie in april heeft Apple nu Motion uitgebracht; het nieuwe motion-graphics programma (zie "Apples professionele video op het NAB-congres" in TidBITS-727). Het $300 kostende programma creëert stijlvolle effecten en titels over video heen en complementeert Adobes dominante After Effects. Meer videonieuws: Apple kondigt aan dat Motion nu onderdeel is van een programmapakket getiteld Production Suite dat Final Cut Pro HD, Motion, DVD Studio Pro (dat afgelopen week werd opgewaardeerd naar versie 3.0.1) en Soundtrack bevat. De collectie kost $700. Ook van belang is dat Apple Pro Application Support 2.1 heeft uitgebracht. Het is een update voor eigenaren van Final Cut Pro, Cinema Tools, Compressor, LiveType, Soundtrack en DVD Studio Pro. De update zorgt voor betere betrouwbaarheid, lost interface-problemen op en is noodzakelijk voor toekomstige updates; het is een gratis download van 2.6 MB. [JLC]

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=07647>
<http://www.apple.com/motion/>
<http://www.adobe.com/products/aftereffects/>
<http://www.apple.com/productionsuite/>
<http://www.apple.com/support/downloads/proapplicationsupport.html>

Nieuws over de Nederlandse vertalingen van TidBITS -- In ons streven diensten over te zetten naar Web Crossing hebben we afgelopen week de Nederlandse vertaling van TidBITS verhuisd naar een op Web Crossing gebaseerde lijst. Dankzij het harde werk van Sander Lam, Elmar Düren, Hans van Helvert en de anderen van het vrijwillige Nederlandse vertalersteam is de overgang gladjes verlopen. We zullen de Nederlandse webpagina's ook binnenkort overzetten en ik hoop daarna de lijsten en pagina's van onze andere vertalingen te verhuizen. Het Nederlandse team is ook op zoek naar nieuwe vrijwilligers die willen helpen met de vertaling van TidBITS; zie de gekoppelde pagina's hieronder om te lezen over wat het inhoudt en hoe je je kunt aanmelden. [ACE]

<./>
<./tidbits-nl/over-vertalen.html>

DealBITS-verloting; DLexpo VIP-pas winnaars -- Felicitaties gaan uit naar Andrew Laurence van uci.edu (die blijkbaar op een karmisch niveau werd beloond voor het schrijven van het EyeHome artikel in de editie van vorige week), Andrew Cohen van sandrew.org, Kerry millerick van pacbell.net, Martin Cohen van acm.org en Pat Dengler van mac.com wiens inzendingen willekeurig zijn gekozen in de DealBITS-verloting van afgelopen week en die elk een VIP-pas voor DLexpo van afgelopen weekend kregen. Alle anderen die meededen ontvingen een kortingscode met een waarde van meer dan $100. Dank aan de 60 mensen die meededen en blijf uitkijken naar de volgende DealBITS-verlotingen! [ACE]

<http://www.dlexpo.com/>
<http://www.tidbits.com/dealbits/dlexpo.html>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=07765>


DealBITS-verloting: BeLights Mail Factory

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: PAB]

Ik heb een hekel aan postpakketten. Naast de extra gang naar het postkantoor en het vinden van het goede pakpapier, heb je ook nog het adresetiket. Ik heb het afdrukken van een adresetiket altijd prettiger gevonden dan er een met de hand uitschrijven (mijn handschrift is lelijk en het overschrijven van een adres uit een e-mailbericht voelt nogal stom). Maar vaak is het teveel werk om Now Contact te starten en een nieuw record aan te maken (vaak voor iemand waarvan ik weet dat ik die nooit meer iets zal sturen), om alleen maar een adresetiket af te drukken.

En dan is daar Mail Factory van BeLight Software. Je kent BeLight als het kleine Oekraïense bedrijf dat Business Card Composer maakt, het elegante kleine programma voor het maken van visitekaartjes. Mail Factory past zeker in die traditie. Je kunt er snel adresetiketten mee maken en afdrukken, door de gegevens met de hand in te voeren, of door gegevens uit Apples Adresboek, Microsoft Entourage, Eudora of Now Contact te gebruiken. Het kent verschillende vooraf gedefinieerde etiket-afmetingen van etiketvellen die in de winkel te krijgen zijn. Het werkt zowel met gewone printers als de Dymo labelprinters en je kunt er mee afdrukken op al deels gebruikte etiketvellen. Je kunt zelfs je eigen etiketten ontwerpen met de bijgeleverde clip-art. Je kunt met Mail Factory ook enveloppen ontwerpen en afdrukken, adressen vormgeven volgens de regels van meer dan 50 landen (ik vroeg me altijd al af of de Amerikaanse stijl problemen zou opleveren bij het versturen naar het buitenland) en POSTNET streepjescodes toevoegen voor een snellere bezorging.

<http://www.belightsoft.com/mailfactory/>

In de DealBITS-verloting van deze week, kun je meedoen om een van de vijf digitale exemplaren van Mail Factory te winnen, met een waarde van $29.95. Deelnemers die niet tot de gelukkige winnaars behoren, krijgen korting op Mail Factory. Als je dus geïnteresseerd bent in het programma, doe dan mee op de DealBITS-pagina via de link hieronder. Alle informatie die hiermee verzameld wordt, wordt verwerkt overeenkomstig ons uitgebreide privacy-reglement. Let wel op je spam-filters, omdat je e-mail van mijn adres moet kunnen ontvangen om te horen of je gewonnen hebt.

<http://www.tidbits.com/dealbits/belight2.html>
<http://www.tidbits.com/about/privacy.html>


Aladdin overgenomen, wordt Allume en sponsort TidBITS

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: PAB]

Soms is het moeilijk om alle spelers bij te houden zonder aantekeningen te maken, maar de details van sommige bedrijven die instituten geworden zijn in de Macintosh-gemeenschap, interesseren me. Aladdin Systems, opgericht in 1988 en een van de oudste Macintosh-softwareverkopers, kent een gevarieerde bedrijfsgeschiedenis die recent nog een aantal ontwikkelingen gekend heeft. In 1999 bijvoorbeeld, paste het private bedrijf een zogeheten "reverse merger" toe met een sluimerend beursfonds, om de aandelen van het bedrijf verhandelbaar te krijgen op de openbare aandelenbeurzen. Maar eerder dit jaar werd Aladdin Systems overgenomen door IMSI, een PC-software ontwikkelaar van programmatuur als TurboCAD, TurboProject en HiJaak graphics tools. Hoewel het nu een volledige dochteronderneming is van IMSI bleef Aladdin zijn naam en zelfstandigheid behouden. Behalve een kapitaalinjectie van de $8 miljoen kostende overname, gebeurde er bijna niets.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=05633>
<http://www.allume.com/company/pressroom/releases/aladdin/012104-IMSI_Acquisition.html>
<http://www.imsisoft.com/>

Maar toen kondigde Aladdin Systems in juli aan dat het zijn naam zou veranderen in Allume Systems. Dit leek vreemd gezien de lange geschiedenis van de naam Aladdin. Het probleem bleek een handelsmerk-zaak te zijn, gestart door een bedrijf genaamd Aladdin Knowledge Systems. Dit bedrijf ken ik van advertenties voor hardware-kopieerbescherming-dongles, waarschijnlijk voor bedrijven die extreem dure software voor verticale markten maken (ik hoop tenminste dat dat de markt is: van kopieerbescherming-dongles voor normale programma's krijg ik kippenvel). Ook al bestaat Aladdin Knowledge Systems al sinds ongeveer 1985, zij zijn pas in november 2003 de rechtszaak over de handelsnaam begonnen tegen Aladdin Systems, waarschijnlijk omdat Aladdin Systems toen SpamCatcher op de markt gebracht had, een Windows spam-filter die zich positioneerde op hetzelfde gebied als de eSafe-dienst van Aladdin Knowledge Systems.

<http://www.ealaddin.com/>

Aladdin Systems ging het gevecht aan en dacht een sterke zaak te hebben, omdat Aladdin Knowledge Systems al zolang niet geprobeerd had zijn handelsnaam te beschermen. Maar de juridische kosten van de rechtszaak liepen snel hoog op en toen IMSI kwam hadden ze geen zin om nog meer geld aan de advocaten over te maken. Vandaar een regeling waarin Aladdin Systems zijn naam veranderde in Allume Systems. Het aladdinsys.com domein zal nog voor vele jaren doorverwijzen naar het allume.com domein. Ironisch genoeg heeft Allume wel het logo gehouden van Aladdin Systems, een hoofdletter A met Aladdins lamp als dwarsstreep.

<http://www.allume.com/company/pressroom/releases/aladdin/072604allume.html>

Dit vertel ik allemaal voornamelijk om te verklaren waarom dit bedrijf genaamd Allume Systems opeens verscheen en programma's als StuffIt Deluxe en Spring Cleaning verkoopt en alle andere programma's van Aladdin waaraan we gewend zijn geraakt. Aladdin heeft TidBITS in het verleden vaak gesponsord als deel van hun ondersteuning van de Macintosh-gemeenschap en we zijn blij te kunnen vertellen dat Allume vanaf deze uitgave zich wederom aansluit bij onze sponsors.

<http://www.allume.com/>


TCPL's nieuwe draadloze netwerk getest

door Adam C. Engst <cae@tidbits.com>
[vertaling: LMR, RAW]

Een paar dagen geleden ben ik met Tonya, Mark Anbinder (een van onze redacteuren) en onze technische vrienden Keith Kubarek (een adviseur die ons hielp een 'content management system' te kiezen) en Oliver Habicht (een IT-directeur van de bibliotheek van Cornell University Library) naar de Openbare Bibliotheek van Tompkins County geweest om hun nieuwe draadloze netwerk te testen. Het is nog niet volledig openbaar maar Michael Salm van Sherpa Technologies, die het netwerk installeerde, wilde er een aantal mensen op loslaten voordat de bibliotheek zou starten met trainingen, openstelling en noodzakelijke publiciteit daaraan voorafgaand.

<http://www.tcpl.org/>
<http://www.sherpatech.com/>

Michael heeft een Cisco Aironet access point geïnstalleerd met een 360°-antenne om bijna de gehele openbare ruimte van de bibliotheek te bedienen (het is een mooi verbouwd warenhuis waar gedurende mijn gehele jeugd Woolworth's zat; de openbare ruimte is hoofdzakelijk open ruimte op de begane grond, zoals te zien in de fotogallerij-link hieronder). Aanvankelijk had ik er een hard hoofd in dat we fatsoenlijk commentaar zouden kunnen geven. Mijn ervaring met draadloze netwerken is immers dat je verbindt met een access point, een paar opties instelt en dat het 't dan gewoon doet. En inderdaad toen Tonya, Tristan (die een dikke knuffel verdient omdat hij de hele tijd rustig heeft zitten tekenen en kunst heeft zitten bekijken in een enorm boek over de geschiedenis van de scheepvaart) en ik binnenkwamen haalde ik mijn PowerBook te voorschijn, klapte 'm open en werd meteen begroet met een dialoogvenster dat vroeg of ik het netwerk van de bibliotheek wilde toevoegen aan mijn lijst van betrouwbare netwerken. Een of twee klikken later verscheen Cornell's weerpagina die me vertelde dat er tot acht uur 's avonds zware onweersbuien verwacht konden worden (het is zo'n zomer). Ik liet iedereen de pagina zien, kondigde aan "Ons werk hier is klaar", en maakte aanstalten te vertrekken.

<http://www.tcpl.org/photogallery2.html>

Niettemin was het echte testen dat daarna plaatsvond van grote waarde. De bibliotheek had gedurende een lange periode bezoekers toegestaan hun laptops aan Ethernet-kabels te hangen om verbinding te maken met internet en Michael heeft deze verbinding beperkt tot alleen Web- en e-mailtoegang. En niet geheel zonder reden - we hebben het hier immers over een bibliotheek waar heel veel mensen een enkele internetverbinding kunnen gebruiken, dus is het slim om het gebruik van grote hoeveelheden bandbreedte te beperken om zo misbruik te voorkomen (met name het uitwisselen van bestanden via peer-to-peer). Dat Michael er goed aan gedaan had ons het netwerk te laten testen bleek wel uit onze ontdekking dat FTP niet beschikbaar was, dat SSL e-mail naar Cornell niet werkte en dat andere door Cornell geautoriseerde diensten niet door de firewall heen kwamen. Michael opende de poorten zodat Keith de wijzigingen kon doorvoeren op zijn website via FTP en Mark zijn Cornell e-mail kon ophalen (uiteindelijk kon Mark zijn Cornell e-mail via het web wel ophalen maar is Michael nog wel bezig om de specifieke Cornell-diensten werkend te krijgen).

Toen de eerste discussies over een draadloos netwerk begonnen maakte men zich vanuit de bibliotheek zorgen dat het draadloze netwerk wellicht een veiligheidsrisico met zich mee zou brengen en misschien zou moeten worden beperkt of slechts op bepaalde tijden worden gebruikt. Toen wij ons bogen over hoe het draadloze netwerk verbonden was met het bekabelde netwerk van de bibliotheek, bleek echter dat het niet significant anders was dan wanneer bezoekers hun laptops aan ethernetkabels hingen. Het publieke gedeelte van het netwerk was gescheiden van het intranet van de bibliotheek en de firewall werd zowel gebruikt voor het beperken van de kans op misbruik als het bijhouden van verdachte activiteiten. Het is niet meer dan fatsoenlijk dat een bibliotheek, een organisatie die zich inzet om het leren en het delen van informatie te bevorderen uiteindelijk een netwerk krijgt dat geen gebruikersnamen vereist of andere meer draconische maatregelen.

Vervolgens zwierven we naar de uiterste hoeken van het bibliotheekgebouw om te kijken of het signaal er wel sterk genoeg was. Om redenen die tot op heden onbegrijpelijk zijn gebleken gaf Keith's Titanium PowerBook G4 veel hogere cijfers voor signaalsterkte in MacStumbler (70 tot 90) dan mijn 12" PowerBook G4 (30 tot 60) maar zijn exemplaar van het programma gaf ook een hoge ruisscore (55), terwijl mijn exemplaar de hele tijd een ruisniveau van 0 aangaf. Ik vermoed dat het te maken heeft met het feit dat mijn PowerBook AirPort Extreme (802.11g) gebruikt, terwijl die van Keith AirPort (802.11b) gebruikt. Tonya's witte iBook, die ook AirPort gebruikt, toonde nog hogere signaalsterkte-getallen dan Keith's Titanium PowerBook G4 (wat niet zo raar is - de iBook is een geweldenaar als het op bereik aankomt) maar ook die gaf een ruissterkte aan van 55. Ik heb ook nog een wat oudere versie van iStumbler gebruikt die ongeveer gelijke cijfers gaf, ik leid hieruit af dat ze van de AirPort driver komen.

<http://www.macstumbler.com/>
<http://www.istumbler.com/>

Grappig genoeg ontdekten we tijdens de signaalsterktetest nog een paar andere draadloze netwerken, een gesloten netwerk waarvan we wisten dat het van een andere organisatie was die de kantoorruimte met de bibliotheek deelde, en eentje die "UBWireless" heette waarvan we niet meer te weten kwamen dan die naam en die we nooit konden lokaliseren. Tegenwoordig is een dergelijke overlap van draadloze netwerken gewoon, dus het is altijd nuttig na te gaan of de kanalen niet interfereren. Wat UBWireless ook was, het gebruikte kanaal 1, en omdat het Cisco toegangspunt automatisch kanaal 3 had gekozen (waarschijnlijk voordat het UBWireless-netwerk verscheen), had er wel wat interferentie kunnen zijn. Gelukkig is het simpel om van kanaal te veranderen om zulke conflicten te vermijden.

Toen we hadden vastgesteld dat het met de verbinding naar het Cisco toegangspunt wel goed zat, gingen we de doorstroom testen. Hoewel we maar zes of zeven apparaten hadden, bedachten we dat we kunstmatig het netwerk konden belasten om te zien hoe het zich hield onder druk. Een aantal mensen begonnen de QuickTime film-trailers bij Apple af te spelen (met het geluid uit: het is een bibliotheek!) en ik gaf Interarchy opdracht om een gigantisch bestand te downloaden van onze Xserve, die dat bestand normaal naar mij kan sturen met meer dan 80K per seconde op mijn 1 Mbps draadloze lange-afstandsverbinding thuis. De download begon traag en over het algemeen waren de reacties op het internet niet zo rap als we hadden gewild. Ik probeerde om de Verbindingssnelheid-optie in IPNetMonitor X van Sustainable Softworks te gebruiken om er meer over te weten te komen, maar omdat die ICMP-pings gebruikt om retoursnelheid te meten, kon het niet door de firewall heenkomen.

<http://www.sustworks.com/site/prod_ipmx_overview.html>

Toen herinnerde ik me dat Interarchy 7 ook netwerkanalysegereedschap heeft, dus riep ik het Netwerkstatus-venster op, dat een grafiek geeft met inkomend en uitgaand verkeer door de tijd heen. Het liet zien dat de doorkomstsnelheid maar 20K tot 30K per seconde was, met af een toe een piek tot 192K per seconde en dalletjes tot onder 10K per seconde. Dat leek me langzaam, zeker omdat de bibliotheek een 2 Mbps-verbinding naar het internet heeft, hoewel die verbinding werd gedeeld met alle openbare internetterminals in de bibliotheek en de andere testers.

<http://www.interarchy.com/>

We staakten onze testen en stelde vast dat het probleem niet samenhing met onze activiteiten, omdat het bleef bestaan zelfs als slechts een van ons aan het downloaden was. Toen verbond ik mijn PowerBook met het kabelnetwerk en probeerde het nogmaals. Die test produceerde hetzelfde resultaat, wat suggereerde dat het probleem helemaal niet in het draadloze netwerk zat, maar in de 2 Mbps-verbinding naar het internet. Michael was niet gelukkig met die uitkomst natuurlijk, maar dat was een opdracht voor een andere keer, omdat het draadloze netwerk voor zover wij het konden vaststellen goed werkte. Daarmee was ons werk gedaan, dus deden we onze laptops dicht en gingen we uit eten.

De moraal van dit verhaal is dat onafhankelijk testen altijd belangrijk is, omdat het problemen aan het licht kan brengen waar je niet op rekende, zelfs in schijnbaar onverwachte delen van het systeem.


OmniWeb 5.0: de krachtige Web browser

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>
[vertaling: DPF, GH, TK]

Toen Apple een paar jaar geleden Safari uitbracht werd het programma alom geprezen vanwege de snelheid, het slimme ontwerp en de elegante interface. Een aantal van de krachtigere mogelijkheden van Internet Explorer ontbraken aan het programma, maar over het geheel genomen was Safari een uitstekende webbrowser, en dat is het nog steeds. Maar ofschoon Apple achter de schermen wat verbeteringen heeft aangebracht aan Safari sinds het programma het levenslicht zag is er in feite maar weinig aan de interface veranderd. Hierdoor is er de nodige ruimte voor de Omni Group ontstaan om hun browser, OmniWeb, te lanceren als de gigant onder de webbrowsers. Ik ben OmniWeb 5.0 nu al een aantal maanden aan het testen, en hoewel ik voor bepaalde taken nog steeds Safari gebruik, ben ik behoorlijk verslaafd geraakt aan een aantal van de krachtige mogelijkheden van OmniWeb. Omdat OmniWeb 5.0 nu WebCore gebruikt, hetzelfde Apple raamwerk voor html-weergave dat Safari gebruikt, is de snelheid en de weergave van webpagina's vergelijkbaar met Safari. Ik zal dit verhaal concentreren op de verschillen tussen Omniweb en Safari. Deze zullen waarschijnlijk ook de verschillen zijn met andere browsers, hoewel ik naast incidenteel gebruik van Camino eigenlijk geen ervaring heb met Mozilla, Firefox, Opera, iCab of anderen.

<http://www.omnigroup.com/applications/omniweb/>

Oh jee, vensters, tabbladen en werkruimtes! Een interface met tabbladen voor het browsen is de afgelopen jaren erg populair geworden omdat het de gebruiker in staat stelt om tussen webpagina's te schakelen zonder dat men een stapel nieuwe vensters hoeft aan te maken. Waar echter de standaardbenadering bestaat uit tabbladen aan de bovenkant van het scherm maakt OmniWeb in plaats daarvan gebruik van kleine afbeeldingen van vensters in een schuiflade die de gehele linker- of rechterkant van het venster in beslag neemt. Je kunt naar een compactere versie overschakelen die alleen de namen toont maar in feite werken deze afbeeldingen perfect omdat ze werken als iconen die je pagina visueel presenteren zonder dat ze je dwingen om de naam van de pagina te lezen. Je kunt de afbeeldingen die OmniWeb toont bovendien bewerken: door ze bijvoorbeeld te dubbelklikken zal de pagina in een nieuw venster geopend worden, of je kunt de kleine X naast de naam klikken om de pagina te sluiten zonder hem te bekijken of een Controle-klik uitvoeren om een menu met opties te tonen (waarin je commando's als Ververs kunt gebruiken). Je kunt de afbeeldingen ook van volgorde veranderen, er kopieën van maken door ze te verslepen met de Optie-toets ingedrukt of ze naar nieuwe vensters verslepen. De grootte van de schuiflade bepaalt hoe groot de afbeeldingen zijn, en als je meer afbeeldingen in de schuiflade hebt dan er plaats is verschijnt er een schuifbalk om toegang te geven tot de verborgen exemplaren. Je kunt natuurlijk ook schakelen tussen de tabbladen door gebruik te maken van het toetsenbord.

Omni voegde verder het concept van werkruimtes toe. Hier raakte ik in eerste instantie nogal van in de war, maar ik kan nu niet meer zonder. Een werkruimte is een verzameling van een of meer OmniWeb-vensters voor webpagina's waarin zich weer meerdere tabbladen kunnen bevinden. Zo'n werkruimte kan de status van een moment wat door de gebruiker is gedefinieerd onthouden of flexibel tabbladen toevoegen en verwijderen, of vensters openen en sluiten als pagina's veranderen. Het openen van een werkruimte toont dus de opgeslagen status, samen met alle tabbladen, inhoud, venstergrootte en locatie. Ik heb bijvoorbeeld een werkruimte voor het modereren van TidBITS Talk die gebruikt maakt van een groot venster (veel groter dan wat ik normaal gesproken gebruik) en die automatisch de bijbehorende Web Crossing-pagina opent samen met de TidBITS-thuispagina (die ik gebruik voor het kopiëren van URL's die naar artikelen verwijzen). Ik maak ook gebruik van werkruimtes wanneer ik onderzoek doe voor Macworld-artikelen, waarbij ik een tabblad aanmaak voor iedere site die ik moet bezoeken waarbij ik er op let dat OmniWeb de status bewaart wanneer ik een venster sluit. Op die manier kan ik eenvoudig terugkeren bij zo'n pagina zonder dat ik die pagina opnieuw hoef te vinden en te laden. Beter nog, ik kan die werkruimte opslaan als een bestand op mijn machine zodat ik dat bestand naar mijn redacteur kan sturen zodat zij URL's, prijzen en andere zaken kan controleren zonder dat zij met URL's aan de slag moet.

Maar weet je wat het mooiste is aan werkruimtes? Wanneer het programma vastloopt (wat in de bèta-versies vrij regelmatig gebeurde) of wanneer je de browser verlaat om welke reden dan ook zal Omniweb wanneer je het de volgende keer start automatisch alle tabbladen en vensters opnieuw openen. Je moet hiervoor uiteraard wel je werkruimtes op de juiste manier gedefinieerd hebben. Op sommige momenten ben ik in Safari wel 20 tabbladen kwijtgeraakt en het opnieuw opzoeken in de geschiedenis is vrijwel onmogelijk. Er is echter wel een klein nadeel. In sommige Webapplicaties die de status opslaan binnen hun URL's (echter zonder de bijbehorende gegevens) kan het opnieuw laden van een pagina na het vastlopen resulteren in een lege pagina. Dat is niet de fout van OmniWeb, omdat het programma niet kan weten wat het laden van een URL zoal tot gevolg heeft. Overigens kan OmniWeb een crash-log aanmaken om via e-mail naar de Omni Group te sturen; dat vind ik een goede mogelijkheid voor programma's.

Favorieten en URLs -- De manier waarop de meeste browsers met favorieten omgaan maakt me helemaal gek. Ik wil geen tijd spenderen aan dubben of ik nou wel of niet iets als favoriet moet aanmerken, en zo ja waar ik dat zou moeten opslaan. In OmniWeb 5.0 zijn alle basale functies aanwezig, maar ik vindt het wel prettig dat ik ze min of meer kan negeren. OmniWeb houdt een complete geschiedenis bij zolang als ik wil, indexeert de volledige inhoud van elke pagina die ik bezoek, en heeft de mogelijk om naar tekst te zoeken in de inhoud van webpagina's, de titel, URL en zelfgemaakte notities. Ik hoef nooit meer na te denken over hoe ik een site moet vinden, of een Google resultaat na te pluizen voor een recent bezochte website. Om deze functionaliteit in andere browsers te krijgen heb je de net vernieuwde HistoryHound van St. Clair Software nodig. Er is maar een ding wat me irriteert in de geschiedenisfunctie van OmniWeb, je kunt niet voorkomen dat oninteressante en continu verversende pagina's worden opgenomen, zoals de e-mail-log van Web Crossing (HistoryHound doet het hier beter dan OmniWeb, het biedt de mogelijkheid om zulke pagina's uit te sluiten van scannen en indexeren).

<http://www.stclairsoft.com/HistoryHound/>

Maar hoe prettig ik de OmniWeb geschiedenisfunctie ook vindt, vaak gebruik ik hem niet, simpelweg omdat het niet hoeft. OmniWeb heeft net als Internet Explorer een fabuleuze URL invul-functie. Tik een paar karakters in de adresbalk, en OmniWeb laat een lijst zien van alle bezochte pagina's die deze tekst in URL of titel hebben. Als ik bijvoorbeeld de Web Crossing-pagina wil bezoeken waar ik de Nederlandse mailinglijsten bijhoud, hoef ik alleen maar "Dutch" in de adresbalk in te tikken en het juiste item uit de lijst te pikken. Mijn enige klacht is dat de lijst even breed is als de adresbalk, wat het onderscheid tussen vergelijkbare pagina's bemoeilijkt. Als dat problemen geeft kun je de adresbalk als separate locatiebalk laten verschijnen, die de breedte van de pagina krijgt.

Andere opvallende favorietenfuncties van OmniWeb zijn onder meer de mogelijkheid om favorieten te synchroniseren met een andere Mac via .Mac of een WebDAV server, met andere gebruikers op je netwerk gedeelde favorieten (je geeft zelf natuurlijk aan welke je wilt samengebruiken), en een handige optie om al je favorieten in een map te openen in de favorietenbalk als je Commando-klikt op de map, net zoals in Safari. OmniWeb favorieten zijn ook nog eens niet volledig statisch, je kunt favorieten laten nakijken op veranderingen, het icoon in het dock krijgt dan een ster, en sites die onbereikbaar zijn worden apart zichtbaar gemaakt. Als een favoriet je naar een nieuwe pagina verwijst past OmniWeb automatisch de link aan. Je kunt RSS-feeds aangeven, die halen automatisch updates op, je kunt de RSS-feeds in het favorietenvenster lezen, maar je kunt beter de webpagina's laden. Tot slot, je kunt een optionele knop gebruiken in de knoppenbalk die alle links op een pagina als een verzameling in het favorietenvenster zet; dat is een snelle manier om met pagina's om te gaan die veel links bevatten.

Gevarieerd genot -- Genoeg welkome mogelijkheden in OmniWeb. Als je een URL hebt gekopieerd (buiten het programma), en die simpelweg in een OmniWeb-venster kopieert, dan laadt die pagina in een nieuwe tab, dit lijkt een kleinigheid, maar het bespaart je Commando-L of klikken in de adresbalk, ik gebruik het constant.

Je kunt instellingen maken voor individuele sites, en sommige van die instellingen worden automatisch bewaard. Bij sites die bijvoorbeeld te kleine letters gebruiken vergroot ik het lettertype, en dan laat OmniWeb die sites, en alleen die sites, voortaan met grotere letters zien. Andere site-specifieke voorkeuren zijn het laden van afbeeldingen, blokkeringen van advertenties, tekstcoderingen en meer.

Een van de kritiekpunten op webfora is het vervelende werken met te kleine tekstvelden. OmniWeb lost deze klacht op door je elk tekstveld op te laten blazen tot een volledig Macintosh tekst-invoervenster, compleet met spellingscontrole. Op dezelfde manier kun je de broncode van elke webpagina zien, net als elke andere webbrowser, maar als je de juiste upload-permissies hebt kun je de pagina zelfs bewerken. Of je al dan niet de pagina kunt uploaden, je kunt toch veranderingen aanbrengen en OmniWeb het veranderde resultaat laten weergeven.

Het tegenwoordig verplichte Google-zoekveld staat natuurlijk in de knoppenbalk, maar via een afrolmenu kun je ook zoeken met andere sites zoals VersionTracker en de Internet Movie Database. Je kunt zelfs je eigen zoeksites toevoegen, zodat ik nu op TidBITS kan zoeken door in het adresveld van OmniWeb "tb zoekwoord" te typen. Met OmniWeb kun je ook tekst of reguliere expressies ("regular expressions") op de huidige pagina zoeken, en als je in een van de tekstinvoervensters van OmniWeb staat, kun je de gevonden tekst ook vervangen. Een handig trucje: wanneer je in een pagina staat, kun je enkele letters van de naam van een link typen om rechtstreeks naar die linktekst te springen; druk op Return om de link te volgen.

OmniWeb 5.0 heeft eindelijk een goede oplossing gevonden voor het Downloads-venster dat me in elke andere browser altijd dwarszit. Het geeft een lijst weer van alle downloads binnen de periode die je opgeeft. Bovendien kun je het venster automatisch laten verschijnen wanneer je een download begint en het laten verdwijnen als er geen downloads actief zijn. Dat is de beste combinatie van feedback en respect voor de gebruikersomgeving die ik ooit gezien heb; in andere browsers sluit ik mijn downloadvensters altijd om ze uit de weg te krijgen.

Zoals sommige andere browsers biedt OmniWeb ook 'AutoFill', dat je helpt bij het invullen van formulieren met gegevens die niet veranderen (zoals naam en adres), en 'AutoComplete', dat suggesties aanbiedt op basis van eerder ingevulde informatie. Al zijn deze eigenschappen heel functioneel, toch verkies ik nog altijd de aanpak van Safari, dat velden in formulieren altijd automatisch invult en tekst in een veld automatisch aanvult zonder dat je iedere keer in een lijst moet kiezen. Met Safari zul je waarschijnlijk iets gemakkelijker fouten maken, terwijl OmniWeb wel veiliger werkt, maar minder handig, zodat ik dit vaak vermijd.

Er zijn verschillende interessante manieren om data van het web te bewaren. Via het menu 'Save Linked' kun je afbeeldingen of HTML-documenten die op de huidige pagina gelinkt staan, bewaren. Je kunt natuurlijk ook een pagina naar PDF afdrukken via Bewaren als, maar als je een pdf-bestand zonder kunstmatig toegevoegde pagina-afbrekingen wilt hebben, moet je de Optie-toets ingedrukt houden en dan in het Archief-menu Bewaren als PDF kiezen voor een pdf met een pagina. Tenslotte kun je ook een knop Maak samenvattingen aan de knoppenbalk toevoegen die werkt met de voorziening Maak samenvattingen van Apple om de huidige pagina samen te vatten. Ik heb deze optie nog maar recent ontdekt, maar soms lees ik niet een volledige webpagina omdat ik het op dat moment te druk heb; met een samenvatting zou ik snel kunnen beslissen of de pagina de moeite waard is.

Voor wie wil weten hoe het er achter de schermen aan toe gaat, biedt OmniWeb ook een venster Network Activity waarin je altijd kunt zien wat er op dat moment gebeurt, een venster Error Log waarin alle problemen worden weergegeven, en een venster JavaScript Console dat ik niet echt begrijp.

Er zijn ook mogelijkheden die ik nog niet heb uitgeprobeerd: spraakgestuurde navigatie, reclame blokkeren, ondersteuning voor AppleScript (er is een Script-menu voor het bewaren van scripts), en waarschijnlijk nog meer. Een van de dingen die me bevallen aan OmniWeb 5.0 is dat ik nog altijd het nut van mogelijkheden ontdek, in plaats van mogelijkheden te missen. Zelfs na maanden testen en rondhangen op de OmniWeb bèta-lijst, heb ik bij het schrijven van deze bespreking nog nieuwe dingen geleerd. Dat valt te verklaren doordat ik nu eindelijk de on-linehulp en de pdf-handleiding raadpleeg, zodat ik nu vaak op mogelijkheden wordt gewezen die ik eerder niet goed had bekeken.

OmniWeb kopen -- Nog iets dat OmniWeb 5.0 onderscheidt van de meeste andere browsers is het prijskaartje. Het programma kost $30 nieuw ($20 onderwijs) of $10 voor een upgrade van 4.5 ($7 onderwijs). Je kunt het 30 dagen lang gebruiken, met als enige beperking dat je de humoristische startpagina die bij het opstarten wordt geladen, niet kunt veranderen. Als je serieus surft, is OmniWeb de $30 meer dan waard. En wat misschien nog belangrijker is, de Omni Group verdient ondersteuning voor het hoger leggen van de lat voor hoe een browser meer - veel meer - kan doen dan mooi pagina's weergeven.

<http://www.omnigroup.com/applications/omniweb/download/>


Recente onderwerpen in TidBITS Talk, 16 augustus 2004

door TidBITS Staff <editors@tidbits.com>
[vertaling: RAW]

[De discussies waarnaar verwezen wordt zijn in het Engels, daarom hebben we de titels niet vertaald - Tb-NL.]

De tweede URL onder elke thread-beschrijving verwijst naar de discussie op onze Web Crossing-server, die veel sneller is. Het ontwerp van het Web Crossing-interface komt nu een beetje dichter in de buurt van wat we uiteindelijk willen, en we hebben ook ons oudere TidBITS Talk-archief bijgewerkt, zodat het nu berichten in HTML beter weergeeft.

<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/>
<http://www.tidbits.com/search/talk.html>

Spyware in Mac apps -- Het gesprek over de software van Real Networks gaat over de volgopties in RealPlayer, en of dat nu "spyware" is. (2 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2290>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/154>

Not On Track with Route 66 -- De bespreking van Route 66 door Jonathan Jackel zet lezers aan om hun ervaringen en frustraties met die kaartsoftware te delen. (5 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2289>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/153>

'Alternative' Mac designs -- Terwijl we wachten op de onthulling van de op de G5 gebaseerde iMac, verwijst deze discussie naar modieuze, op Mac geïnspireerde ontwerpen op het web. (2 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2288>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/152>

Comments on Elgato's EyeHome -- Na Andrew Laurences bespreking van het multimedia-apparaat voor thuis van EyeHome, praten lezers over beeldresolutie en vergelijken ze EyeHome met de Thuismedia-optie van TiVo. (2 berichten)

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=2286>
<http://emperor.tidbits.com/TidBITS/Talk/150>


Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en Websites mogen artikels overnemen of een HTML link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We garanderen de precisie van de artikels niet. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering