Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS#459/14-Dec-98

Douglas Engelbart komt de eer toe voor het uitvinden van heel wat hedendaagse computertechnologie, maar hebben we zijn belangrijkste ideeën gemist? Adam bekijkt waar Douglas Engelbart geweest is en waar hij denkt dat wij moeten gaan in de toekomst. Ook onderzoeken we deze week hoe je het Internet kan integreren in je back-up-strategie. Macromedia brengt Dreamweaver 2.0 uit en wij kondigen onze eindejaarsvakantie aan.

Onderwerpen:

Copyright 1998 TidBITS Electronic Publishing. All rights reserved.
Information: <info@tidbits.com> Comments: <editors@tidbits.com>


Je kunt je gratis abonneren op de Nederlandse afleveringen van TidBITS door een (blanco) mailtje te sturen naar: tidbits-nl-on@tidbits.com. Je krijgt deze dan per e-mail toegestuurd.
Om je abonnement op te zeggen, kun je een mailtje sturen naar: tidbits-nl-off@tidbits.com.

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de USA.


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:


Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:


MailBITS/14-Dec-98

Vertaling: [IdM].

De laatste echte TidBITS aflevering van 1998 -- We nemen de laatste weken van het jaar vrij om onze vakantie door te brengen bij gezin en vrienden, zodat dit de laatste echte TidBITS-aflevering is voor 1998. We plannen wel om binnen een paar dagen een speciale kerstgeschenk-aflevering te publiceren. TidBITS Talk neemt vanaf 18 december ook een paar weken vrij, om in de eerste dagen van 1999 terug te komen met discussies over de Macworld Expo in San Francisco.

<http://www.macworldexpo.com/mwsf99/>

We willen ook onze sponsors danken voor hun steun en onze vele vrijwillige vertalers voor hun belangeloze werk om TidBITS in het Chinees, Frans, Nederlands, Duits en Japans te vertalen. We bedanken ook van harte allen die in de afgelopen jaren steunbetuigingen gestuurd hebben. Dit jaar was een tijd van heropbouw voor de Macintosh-gemeenschap, en we kijken met aanhoudend optimisme uit naar 1999. [ACE]

Kort bazuingeschal -- Terwijl het jaar bijna afsluit, kunnen we de verleiding niet weerstaan om een beetje aan zelfpromotie te doen. Internet Valley heeft TidBITS zonet de 29ste plaats gegeven op een top 100 met de meest invloedrijke computerpublicaties, afgaand op het aantal externe links die naar die publicatie verwijzen. Andere prijzen die we dit jaar wonnen waren: in mei de MacTimes Mac Merit Badge, in juni de Suite101.com Top 5 Best of Web, in september drie sterren in de Parenting-rating van ABC (we zijn niet zeker over het verband), in september de Mac Hottest 5 award, in november een 5-waardering in de OpenRoad Reviews (tezamen met een grondige bespreking van ons werk). En in oktober kreeg Adam de "Best Author for a Rainy Evening" Book Bytes-prijs van My Mac. Op onze prijzenpagina onderaan kan je de kleine, opvallende logootjes van de prijzen zien. [ACE]

<http://www.tidbits.com/about/awards.html>
<http://www.mymac.com/dec_98/book_bytes.shtml>

Nieuwe Dreamweaver voegt features en templates toe -- Macromedia brengt nu Dreamweaver 2.0 uit, een pakket voor web-ontwerp dat bekend staat om zijn vroege ondersteuning van cascading style sheets en Dynamic HTML. De nieuwe versie voegt verschillende punten toe die webdesigners zullen appreciëren, zoals contextuele menu's om attributen van tabellen en cellen aan te passen, een grafische map voor visueel site management, ondersteuning voor XML (Extensible Markup Language), en een pipet-gereedschap dat kleuren kan selecteren van overal op het bureaublad en dan de dichtsbijzijnde websafe-kleur kan geven. Dreamweaver 2.0 bevat ook Dream Templates, wat handig is om inhoud te veranderen binnen een pagina-ontwerp dat op slot is. Voor HTML-bewerkingen op tekstniveau wordt Dreamweaver gebundeld met BBEdit 5.0 van Bare Bones Software (zie "HTML toevoegingen kenmerken BBEdit 5.0" in TidBITS-454). Dreamweaver 2.0 vereist een Power Macintosh met Systeem 7.5.5 of hoger en 24 MB RAM, en kost 300$. Bezitters van Dreamweaver 1.2 kunnen upgraden voor 130$, of voor 99$ een louter elektronische upgrade bestellen. [JLC]

<http://www.macromedia.com/dreamweaver/>
<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=05164>


Internet Back-up-Strategieën

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>. Vertaling: [GRP] & [LmR].

Met de recente uitgave van Dantz Developments' Internet-gerichte Retrospect Express 4.1, waar Retrospect 4.1 en de BackJack Internet backup service van Synectics Business Solutions zijn gecombineerd, denk ik dat het veilig aan te nemen is dat Internet-back-up een eigen veld is geworden - meer dan een trend, stabieler dan een modeverschijnsel maar in de verste verte nog geen eigen industrie. Ik gebruik deze programma's nu al een tijdje en wil hier een aantal suggesties doen over hoe je Internet-back-up het best kunt integreren in je eigen back-up-strategie. Wat bepalend is of een suggestie toepasselijk is, is de hoeveelheid beschikbare opslagruimte die je hebt (of waarvoor je wil betalen) en hoe snel je Internetverbinding is.

<http://www.dantz.com/dantz_products/prod_intros/express4_1_intro.html>
<http://www.dantz.com/dantz_products/prod_intros/retro4_1_intro.html>
<http://www.backjack.com/>

Voordelen van Internet-back-up -- Laten we allereerst kijken naar de voordelen van het zenden van back-ups naar een server op Internet.

De meeste bezwaren tegen Internet-back-ups, zoals vermeld op TidBITS Talk, hebben te maken met twijfels over de betrouwbaarheid en langdurigheid van een Internet-back-up-service, de veiligheid van gevoelige informatie en de hoeveelheid tijd die nodig is voor het maken van back-ups van een grote harde schijf, zelfs als dit via een DSL- of een ISDN-verbinding gebeurt.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tlkthrd=500>

Een Aantal Megabytes Beschikbaar -- De meeste Internet service-providers bieden slechts een aantal MB schijfruimte bij de Internet account. Over het algemeen wordt deze ruimte gebruikt voor webpagina's. Zolang deze opslagruimte beschikbaar is via FTP, kan je Retrospect 4.1 of Retrospect Express 4.1 gebruiken om van een klein aantal belangrijke bestanden back-ups te zenden naar je Internet account. In dit geval, waarin een back-up wordt gemaakt van slechts een aantal bestanden via Internet, kan dit niet je hele back-up-strategie zijn; je moet ook nog back-ups maken naar verwijderbare media of je loopt het risico alles -afgezien van een aantal zeer belangrijke bestanden- te verliezen. Bovendien maken sommige ISP's geen back-up van hun FTP-servers, dus hebben ze ook liever dat je niet op deze servers vertrouwt voor het veilig opslaan van data.

Retrospect en Retrospect Express proberen om te behulpzaam te zijn in deze situatie. Beide programma's voegen standaard nieuwe versies van bestanden toe aan de back-up set, hetgeen prima is voor verwijderbare media maar waardoor de kleine hoeveelheid FTP-schijfruimte snel opgebruikt wordt. Mijn oplossing is Retrospect Express om de nacht een volledige back-up te laten uitvoeren. In Retrospect-taal wordt bij een volledige back-up de opslagset opnieuw gemaakt die de inhoud van de vorige set vervangt. Dus, door om de nacht een volledig back-up te doen, zorg ik ervoor dat mijn back-up set niet echt veel groter kan worden als gevolg van mijn wijzigingen in bestanden. De keerzijde is echter dat ik alleen de meest recente versie nog heb van een elk bestand waar ik een back-up van heb gemaakt. Je kunt in beide programma's de hoeveelheid gebruikte schijfruimte controleren door de StorageSet-samenvatting te bekijken.

50 tot 100 MB Beschikbaar -- Laten we aannemen dat je meer diskruimte tot je beschikking hebt. Het is mogelijk dat je werk dit beschikbaar stelt, dat het je ISP niet uitmaakt hoeveel je gebruikt, zolang je binnen de grenzen van het redelijke blijft, of dat je de diskruimte koopt bij diensten als BackJack of een van de Dantz Certified Internet Backup Sites (die op het moment worden geleverd met Committed to Memory, Recover-iT, en Portland Communications, dat zich in Europa bevindt). De Internet-back-up sites waar je voor betaalt, rekenen op het moment per hoeveelheid gebruikte diskruimte en hoewel de details uiteenlopen zijn de prijzen over het algemeen gelijk. Je kan uitgaan van $15 en $25 per maand op 100 MB op te slaan.

<http://www.dantz.com/sp/ftpproviders.html>

Voor de meeste mensen is dit meer dan genoeg ruimte om back-ups op te slaan van alle documenten, voorkeuren, macro's, e-mail, en andere bestanden die je niet makkelijk kan herinstalleren. Het is minder belangrijk grote systeembestanden of programma's op te slaan, daar je daarvan masterdisks zou moeten hebben. Je kan in deze situatie volledig op Internet-back-up vertrouwen, wat handig is voor iMac gebruikers of mensen die die geen grote bestanden aanmaken. Kortom, dit niveau van Internet-back-up is uitermate geschikt voor thuisgebruikers, die vervolgens hun licht zouden moeten opsteken bij BackJack of Retrospect Express 4.1 (de volledige versie van Retrospect is een beetje overbodig).

De keuze tussen Retrospect Express en BackJack is geheel persoonlijk. Retrospect Express is goedkoop en veel flexibeler en krachtiger dan BackJack, maar BackJack is gratis en gemakkelijker in het gebruik omdat het minder flexibel is. In Retrospect Express zal je voornamelijk een Normal Backup willen uitvoeren gedurende de nacht en eens per week (of twee weken) een Full Backup om de opslagset te resetten, zodat er minder diskruimte wort gebruikt. BackJack doet dit iets eleganter, omdat je kan aangeven hoeveel versies van een bepaald bestand zouden moeten worden opgeslagen en hoeveel dagen deze bestanden moeten worden bewaard op de server, nadat je ze hebt verwijderd. Deze BackJack functies helpen je, naast de ingebouwde StuffIt compressie (die waarschijnlijk compacter is dan de compressie van Retrospect Express), de hoeveelheid data die je opslaat te verkleinen.

Als je ook back-ups wilt maken op removable media, kan je beter voor Retrospect Express kiezen, daar BackJack alleen back-ups kan maken via Internet. Maar als de veiligheid van je data je aan het hart gaat, is het goed te weten dat BackJack's 128-bit encryptie veel beter en sterker is dan Retrospect Express's SimpleCrypt encryptie.

Je hebt ten minste een snelle modemverbinding met Internet nodig, daar het versturen van deze hoeveelheid aan data veel tijd kost. En je backups kan je natuurlijk het best 's nachts draaien.

Ongelimiteerde Ruimte Beschikbaar -- Zakelijke klanten of mensen bij grote universiteiten hebben vaak toegang tot FTP-servers met min of meer ongelimiteerde hoeveelheden diskruimte. In een dergelijk geval heb je waarschijnlijk een 10 Mbps Ethernet-verbinding naar de FTP server, als je geen 100 Mbps-verbinding hebt. De combinatie van grote hoeveelheden diskruimte en snelle netwerkverbindingen (alles onder een 1.54 Mbps T1 verbinding zou waarschijnlijk niet werken) betekent dat je van alles een back-up kan maken op de FTP server via Retrospect of Retrospect Express. Eigenlijk zou de Internet-back-up set hetzelfde moeten werken als een tape back-up set, en het is een fantastische off-site back-up voor een student (van scripties en dergelijke belangrijke projecten zouden op diverse verschillende plaatsen back-ups moeten worden gemaakt). Waarschijnlijk wil je dan geen geld uitgeven aan BackJack of een van de Internet-back-up-diensten vanwege de hoge kosten.

Binnen een organisatie die groot genoeg is om dit soort FTP-ruimte beschikbaar te hebben bestaat er waarschijnlijk al een gecentraliseerde back-up procedure die tevens een Internet-back-up zou kunnen bevatten. Het zou bijvoorbeeld handig kunnen zijn met Retrospect een back-up te maken voor een volledige afdeling, omdat Retrospect erg goed is in het opslaan van een enkelvoudige kopie van identieke bestanden op verschillende computers. Dus hoeft het toevoegen van computers aan de back-up (Retrospect kan ook back-ups draaien van Windows machines) niet te betekenen dat de opslag set veel groter wordt als iedereen het zelfde soort programma's gebruikt..

Zelfs als er reeds een back-up van je bestanden wordt gemaakt, gebeurt dit niet noodzakeljkerwijs elke nacht vanwege de enorme hoeveelheid data waar de back-up van moet worden gedraaid. In dat geval - vooral als je de persoon of groep die de back-ups maakt niet vertrouwt, kan je een eigen Internet-back-up overwegen als secundaire back-up, met misschien alleen die bestanden die je zelf niet makkelijk kan herinstalleren. Een bijkomend voordeel is dat het terughalen van een bestand vaak makkelijker gaat van je eigen back-up dan van een gecentraliseerde.

Probeer het eens -- Ik denk dat Internet-back-up wel eens een blijvertje zou kunnen zijn. Het is wellicht een manier voor veel thuisgebruikers en iMac bezitters om geen extern opslagapparaat te hoeven kopen en vervolgens met fysieke media aan de slag te moeten. Of het is een prima secundaire opslagmethode voor belangijke bestanden. Hoe het ook zij, Macintosh gebruikers kunnen het nu toevoegen aan hun back-up-strategieën. Voor een meer gedetailleerde discussie over het maken van back-ups in het algemeen moet je mijn serie artikelen over back-ups naslaan.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbser=1041>


Douglas Engelbart: Nog meer voorspellingen van Cassandra

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>. Vertaling: [HB], [JS], [MSH] & [MK].

Toen ik enkele weken terug op de '1998 Association for Computing Machinery (ACM) Conference on Computer Supported Cooperative Work' hier in Seattle was, had ik de gelegenheid de Turing Award Lecture van Douglas Engelbart bij te wonen. Ik was verstomd over hoeveel ons huidig computergebruik lijkt op Engelbart's demonstratie van eind jaren '60 en hoe erg we de kracht van zijn doel gemist hebben.

<http://www.acm.org/sigchi/cscw98/>

Wie is Douglas Engelbart? Douglas Engelbart is het meest bekend door de uitvinding van de muis, maar hij heeft veel meer dan dat gedaan. We hebben de neiging om de grafische gebruikersinterface, bekend geworden door de Macintosh, aan Apple toe te schrijven, hoewel velen dit ook toeschrijven aan Xerox PARC omdat zij Steve Jobs en anderen van Apple inspireerden. Minder mensen beseffen dat veel van wat Xerox PARC aan Apple toonde - een muisgestuurd, grafisch venstersysteem - deel was van het pionierswerk dat Engelbart 10 jaar vroeger deed. Op het eind van de jaren '60, toen hij werkte bij SRI (nu een non-profit onderzoekscentrum, toen het Stanford Research Institute ), kwamen Engelbart en zijn labo op de proppen met NLS (oNLine System), voor het eerst gedemonstreerd op de 1968 Fall Joint Computer Conference. Nadat Engelbart het SRI verliet, gingen veel van zijn mensen naar Xerox PARC om daar verder te werken aan wat ze begonnen waren met Engelbart.

<http://www.bootstrap.org/dce-bio.htm>

De presentator die Engelbart's lezing aankondigde, toonde 6 minuten van de originele 90 minuten durende NLS-presentatie, waar men de eerste versies zag van zaken zoals de muis, meerdere vensters, twee-dimensioneel gebruik van schermen, hypertekst, samenwerking via samengebruikte computerschermen, videoconferentie, en e-mail met geïntegreerde hypermedia. Andere pionierszaken van Engelbart zijn o.a. in-file object addressering en linking, outline processing, cross-file editing, hypermedia uitgaves, en context-gevoelige hulp.

Engelbart zag zijn vele ideeën en uitvindingen eindigen in een doel dat ook vooruitgang nodig had in media, taal, gebruiken, kennis, talenten en procedures. Terug in de vijftiger jaren realiseerde Engelbart zich dat de veranderingen in de wereld radicaal sneller gingen, en dat de complexiteit en dringendheid van de wereldproblemen zich op dezelfde manier voordeden. Op een puur elementair niveau voelde hij dat het overleven van de mensheid afhing van de mogelijkheid zich te verbeteren - te evolueren - aan een snelheid die hoog genoeg moest zijn. Maar omdat biologische evolutie lang duurt, zou deze evolutie moeten gebeuren met de gereedschappen die we uitvinden en gebruiken, de gebruiken en gemeenschappen die we vormen, en de manieren waarop we samenwerken.

Deze man denkt niet klein, en dat mogen wij ook niet doen.

Wat Ontbreekt er Nog? Er is geen twijfel over dat de technische ideeën waar Douglas Engelbart mee kwam in 1968 uiteindelijk gemeengoed worden. Naar de demonstratie in 1968 kijken was een beetje deprimerend, omdat ik me niet kon voorstellen dat het de industrie 30 jaar heeft gekost om op grote schaal te realiseren wat Engelbart op kleine schaal had getoond. Vanzelfsprekend had de technologie flink wat inhaalwerk te verrichten - als voorbeeld kun je het feit noemen dat zijn lab zijn eigen scherm moest bouwen om NLS te ondersteunen, tegen een prijs van $80,000 in dollars anno 1968.

Het is gemakkelijk te denken dat het werk van Engelbart direct geleid heeft tot het ontwikkelen van de gebruikersvriendelijke systemen voor de enkele gebruiker zoals de Macintosh. Maar zoals de Mac was in zijn vroege dagen is het bijna het tegenovergestelde van sommige kernideeéeuml;n van Engelbart. Ten eerste, geïsoleerde systemen voor de enkele gebruiker lenen zich niet tot samenwerken. De site van Engelbart was de tweede site op het ARPANET, en hij was enthousiast over het idee genetwerkte computers te gebruiken om samenwerken te ondersteunen. Ten tweede, de kern van de Macintosh was het gebruikersgemak, en hoewel niemand, en zeker niet Engelbart, zou zeggen dat systemen nodeloos ingewikkeld moesten zijn, geloof ik niet dat hij een voorstander van simpliciteit is puur om de simpliciteit.

De kern van Englebarts werk is gericht op het ondersteunen van menselijk intellect, en niet op het populariseren van computertechnologie. Hij was bang dat, als de verbetering van de technologie sneller ging dan de verbeteringen in niet-technische gebieden, we het zouden gebruiken om menselijk vernuft te automatiseren in plaats van te ondersteunen. Kortweg, het simpelweg automatiseren van eenvoudige taken -hoewel bruikbaar- leidt niet tot collaboratie en het oplossen van de grote problemen.

Engelbart vraagt ons een moment na te denken over fietsen - het zijn vreemde apparaten, die ongelofelijke balancering en coördinatie vereisen om ze te kunnen gebruiken. Niemand wordt geboren met de kennis hoe een fiets te gebruiken. We beginnen met driewielers die ons laten oefenen op het gebruik zonder zorgen te hebben over de balans. Daarna gaan we over op normale fietsen met steunwieltjes, en eindelijk op echte fietsen. Miljoenen mensen zijn afhankelijk van fietsen voor transport, en wielrenners doen er ongelofelijke dingen mee.

Maar het leren fietsen is moeilijk, en zelfs nadat we het geleerd hebben is het risicovol, waar gaten in de weg, honden, auto's, of zelfs eenvoudig gebrek aan aandacht een verlies van balans kunnen veroorzaken. Zou het niet eenvoudiger zijn het bij driewielers te houden? Er worden weliswaar driewielers voor volwassenen gemaakt, maar voor de meesten onder ons is een tweewieler zoveel beter, sneller en kleiner dat het de moeite van het leren waard maakt.

We steken een ongelofelijke hoeveelheid moeite en mentale engergie in het gemakkelijker maken van software en hardware, en dat is een waardig doel. Maar, net zoals een grote hoeveelheid ontwikkeling gaat zitten in het sneller en beter maken van fietsen (zoals pedalen zonder clips, vering op mountain bikes, aerodynamische sturen die fietsen efficiënter maken, al wordt het moeilijker ze te gebruiken) zouden we ons niet ook moeten concentreren op het uitbreiden van de mogelijkheden van de gevorderde computergebruiker? En, zouden we geen moeite moeten steken in het creëren van een leer-situatie waar gebruikers kunnen groeien van een eenvoudig systeem naar een ingewikkelder systeem, in plaats van te proberen iedereen z'n eisen te stoppen in een enkel systeem? Microsoft probeerde dat met de korte menu's van Word 4.0 (dat de geavanceerde eigenschappen verborg totdat je naar de volledige menu's schakelde). Korte menu's flopten omdat gebruikers er een hekel aan hadden dat hun verteld werd dat ze te stom waren om volledige menu's te gebruiken, het was te ingewikkeld uit te zoeken hoe naar volledige menu's om te schakelen, en commando's voor sommige basistaken waren alleen in volledige menu's beschikbaar. Microsoft liet snel de korte menu's vallen, en daarmee gooiden ze wellicht de baby met het virtuele badwater weg.

Een interessant gat in de realisatie van de research van Engelbart is het akkoorden-toetsenbord. Hij had nooit de bedoeling dat de muis gebruikt zou worden met een normaal toetsenbord, om de duidelijke reden dat je niet tegelijk kan typen en de muis kan gebruiken, en daarmee de mogelijkheden zou beperken om verschillende soorten informatie in te voeren en te bewerken. Zijn bedoeling was dat je een akkoorden-toetsenbord met een hand zou gebruiken en de muis met de andere. Ik vermoed dat de flink op tekst gebaseerde omgevingen waarschijnlijk een tweetal akkoorden-toetsenborden zouden moeten hebben zodat je op dubbele snelheid kan typen, en er een uit de weg kan duwen om een muis te gebruiken. Akkoorden-toetsenborden zijn nooit aangeslagen, ondanks de bruikbaarheid, omdat ze training vereisten. Het is niet ingewikkeld, maar een flink stuk lastiger dan het minder efficiënte toetsenbord dat de meesten van ons gebruiken. Je kan ze nog steeds kopen bij Infogrip - ik ken een paar mensen die ze gebruiken, veelal vanwege problemen met hun handen.

<http://www.infogrip.com/>

Menselijke/Organisatorische Aspekten --Niet alleen zijn we een aantal technologische aspecten, zoals Douglas Engelbart ze ziet, misgelopen, ook hebben we veel van de niet-technologische aspecten gemist. Engelbart gelooft dat onze gereedschappen en niet-technische dingen, zoals taal, gewoonten, vaardigheden enzovoorts zich langzamerhand samen zullen ontwikkelen naarmate de tijd vordert. Kijk bijvoorbeeld eens naar de bekwaamheid die vereist is om te rijden op een drukke autobaan; die situatie bestond 100 jaar geleden niet. Zoals onze technologie vooruitgegaan is, zo hebben onze coördinatieve- en onze alertheidseigenschappen zich ontwikkeld. Technologie kan echter veel sneller vooruit gaan dan onze bekwaamheden (velen kunnen een auto besturen, maar weinigen kunnen een helicopter vliegen) en vaak merken we sociale konflicten op zodra culturele gewoonten botsen met technologische vooruitgang, zoals de pil en kernwapens.

Engelbart lost dit probleem op door zich te concentreren op zogenaamde "activiteiten ter verbetering." Volgens hem hebben (of zouden moeten hebben) organisaties en alle mogelijke groeperingen de drie volgende basisactiviteiten:

In wezen dient A de klant, B tracht A te helpen hem steeds beter werk te laten doen en C op zijn beurt, probeert het werk door B gedaan, te verbeteren.

Helaas is de markt een beroerde omgeving om exploratie in verbetering om te zetten. De meeste bedrijven richten bijna al hun aandacht op A, een beetje op B, en bijna niet op C. Het interessantste voorbeeld dat ik hiervan gezien heb is dat bedrijven, die productiviteits-gereedschap maken, dit zelden efficiënter of productiever gebruiken dan het gewone publiek. Bij Microsoft bijvoorbeeld is het voorschrift - inderdaad de filosofie - dat men gedwongen wordt specifieke Microsoft producten aan te wenden, dat is "koekjes van eigen deeg nuttigen." Dat geeft geen fraai beeld.

Zou je niet denken dat een groot softwarebedrijf zou proberen twee vliegen in een klap te vangen door producten te maken, die radikaal de productiviteit van eigen personeel verbeteren, met begrip ervoor dat zodoende producten gerealiseerd worden, die beter aan de behoeften van andere klanten zou voldoen? Toch schijnt het voor grote bedrijven ongebruikelijk te zijn de behoeften en wensen van hun personeel, lijkend op de behoeften en wensen van hun klanten, in overweging te nemen. Dit heeft tot resultaat dat deze bedrijven de terugkoppeling verwaarlozen die zowel zeer dichtbij is als ook gemakkelijk te verkrijgen is

De andere voor de hand liggende hinderpaal betreffende Engelbarts organisatorische oplossing in een kapitalistische wereld is, dat bedrijven geen redenen zien om samen te werken, zelfs als samenwerking beiden ten goede zou komen. In plaats daarvan moeten mensen die bezig zijn met C-niveau activiteiten hun eigen gemeenschappen samenstellen teneinde te overleggen hoe ze het verbeteringsproces kunnen verbeteren, zonder direct verantwoordelijk te zijn voor de concurrentie-status van hun bedrijf (want concurrentie is uiteraard een hinderpaal voor samenwerking). Openhartig gezegd, het te boven komen van financieel navelstaren is voor vele bedrijven moeilijk, al hebben een aantal grote en bekende organisaties deelgenomen aan de Bootstrap Alliance van Engelbart. Deze is gewijd aan exploratie van organisatie-ontwikkeling, die met succes kan manoeuvreren naar een toenemend complexere toekomst. Leden zijn er zoals Sun Microsystems, ETS (Educational Testing Service), NTT, U.S. General Services Administration, de CIA, IBM, Hewlett-Packard en de National Science Foundation.

<http://www.bootstrap.org/alliance/>

Zal het Douglas Englebart lukken? Als je naar Engelbart zelf luistert, word je overtuigd -- ongetwijfeld veel eerder dan wanneer ik zijn verhaal navertel. Hij is een van die sprekers die je, al luisterend, laat denken: "Hij heeft gelijk. Hij heeft helemaal gelijk." Maar de geschiedenis is vergeven van mensen die gelijk hadden. Eerlijk gezegd was mijn laatste vraag aan Engelbart na zijn praatje "Voelt u zich niet een beetje als Cassandra?", waarop hij antwoordde met een scheef lachje en een zacht "Soms." (Uit de Griekse mythologie stamt het verhaal waarin Apollo over Cassandra de vloek uitsprak dat zij in staat zou zijn de toekomst te voorspellen, maar zonder dat iemand haar zou geloven.)

Bekijk het eens op deze manier: het is moeilijk om Engelbart's stelling -die stelt dat de mate van verandering in de wereld voortdurend toeneemt- te bestrijden. Zelf maak ik me daar ook al een paar jaar zorgen over, vooral omdat ik vrees dat de mate waarin wij individueel in staat zijn het hoofd te bieden aan deze voortdurende veranderingen almaar minder wordt. Ondanks de belangstelling die ik altijd heb gehad voor gemeenschappen, en ondanks de grote hoeveelheid tijd die ik heb besteed aan het werken met en het observeren van Internet-groepen, heb ik nooit Engelbart's conceptuele sprong gemaakt, die stelt dat de enige oplossing is systemen te ontwikkelen die zorgen voor een onafgebroken verbetering van ons vermogen om met verandering om te gaan.

Anders gezegd, de kettingreactie van de verandering waait met de elektronische winden mee. Een verandering ergens in de wereld kan een een andere verandering, heel ergens anders op de wereld, helpen ontstaan. Hoewel wij die veranderingen bewerkstelligen, verliezen we nu al het vermogen om ermee om te gaan. Kijk alleen maar eens naar de populariteit van de nostalgische bewegingen en de roep om de "traditionele waarden" te herstellen. Wat je ook van deze bewegingen mag vinden, het blote bestaan ervan laat zien dat wij ons ongemakkelijk voelen met de manier waarop wij de samenleving hebben veranderd. Maar je kan noch met geweld, noch met overreding de geest in de fles terugstoppen.

Dus, laten we het eens zijn met de wijze waarop Engelbart het probleem formuleert. Het valt eveneens niet te ontkennen dat zijn visie op het technische vlak precies goed was. We zijn dan wel nooit die akkoorden-toetsenborden gaan gebruiken, maar dat neemt niet weg dat Engelbart een ongeëvenaarde staat van dienst heeft. Weliswaar heeft het 30 jaar geduurd, maar op het technische vlak is zijn gelijk bewezen.

Dan hebben we dus nog zijn ideeën over het aanmoedigen van verbeteringsactiviteiten. Deze zijn misschien moeilijk te accepteren, in het bijzonder voor competitieve bedrijven wier blik niet tot voorbij het eerstvolgende kwartaalverslag reikt. Maar is het wel mogelijk om de veranderingen die wij in gang hebben gezet bij te houden zonder deze ideeën uit te proberen? Het is alsof we steeds maar verder de oceaan in lopen, waarbij we door steeds grotere golven van verandering worden getroffen, wetend dat de wateren zich spoedig boven ons hoofd zullen sluiten. Misschien is het een beter idee ons te concentreren op het bouwen van een boot, zelfs als dat betekent dat we daarvoor even terug het land op moeten. We moeten leren om op de toppen van de golven te rijden.

Bijna precies 5 jaar geleden was ik aanwezig bij een andere conferentie in Seattle - Hypertext '93 - waar ik een toespraak van Ted Nelson bijwoonde, de geestelijke vader van hypertext. Ik stelde met enige droefenis vast in het artikel "Xanadu Light" in TidBITS-204 dat Nelsons verhaal werd ontvangen met "een ingewikkelde mengeling van ontzag en eerbied gecombineerd met een bijna wreed medelijden en lacherigheid" omdat hij geen product op de markt wist te brengen.

<http://db.tidbits.com/getbits.acgi?tbart=02326>

Welnu, Douglas Engelbart heeft niet alleen een product in de markt gezet, maar heeft zelfs de hele computerindustrie de weg gewezen, dus het lijkt me niet meer dan verstandig om zijn ideeën op het niet-technische vlak ook een kans te geven. Ik hoop alleen dat we nog 30 jaar hebben om ze te laten aanslaan. In de tussentijd kun je meer over Douglas Engelbart en zijn ideeën lezen op de web-site van het Bootstrap Institute.

<http://www.bootstrap.org/>


Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en Websites mogen artikels overnemen of een HTML link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We garanderen de precisie van de artikels niet. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.

Vorige aflevering | Search TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering