Vorige aflevering | Overzicht van afleveringen | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS Logo

TidBITS#384/16-Juni-97

Net als je denkt dat je iemand kent doen ze iets onverwachts. In deze aflevering schrijft Adam over hoe hij een PC kocht, de strijd aanbond met Windows 95, en ze opnam in zijn Mac-netwerk om aan zijn nieuw boek te werken. Verder begint Tonya een meerdelige rubriek over programmatuur voor Web-publicaties. Deze week geeft ze een overzicht van het terrein en kijkt ze in meer detail naar PageSpinner. Ook staan we stil bij het beschikbaar komen van Virtual PC en een nieuwe versie van WebCollage.

Onderwerpen:

Copyright 1997 TidBITS Electronic Publishing. All rights reserved.
Information: <info@tidbits.com> Comments: <editors@tidbits.com>


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:


Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Coördinatie:

Technische realisatie:

Eindredactie:


MailBITS/16-Juni-97

Nieuws over Virtual PC -- Connectix is van plan deze week Virtual PC vrij te geven, de Pentium emulatie software (zie TidBITS-374). De eerste verslagen waren positief, en het schijnt dat - in elk geval voor degenen met de nodige hardware - Virtual PC een serieus alternatief is geworden, niet alleen om het meegeleverde Windows 95, maar ook om een willekeurig ander besturingssysteem dat compatibel is met Pentium, te draaien.

Volgens Connectix werkt de eenvoudigste versie, genaamd Virtual PC Windows 3.11/MS-DOS Version, op iedere Mac met een PowerPC-basis die 100 MHz of sneller draait, waarbij 24 MB RAM en 200 MB schijfruimte worden aanbevolen. Geïnteresseerden voor Virtual PC Windows 95 Version hebben een Mac met een PowerPC-basis nodig met op zijn minst een 180 MHz Power PC 603e chip, of een willekeurige 604 of 604e, plus bij voorkeur 32 MB RAM en 300 MB schijfruimte. Beide versies vereisen Mac OS 7.5.5 of later. Connectix merkt nog op dat een grote Level 2 cache de prestatie ten goede komt. De laagste winkelprijs zal naar verwachting ongeveer $159 zijn, en SoftWindows-gebruikers kunnen $25 korting krijgen. Connectix -- 800/950-5880 -- 415/571-5100 -- 415/571-5195 (fax) -- <info@connectix.com> [TJE]

<http://www.con nectix.com/html/connectix_virtualpc.html>

WebCollage -- De afgelopen week - en voordat we verslag hadden gedaan van versie 1.0 - heeft StarNine het programma WebCollage 1.0 vrijgegeven, een nieuwe versie die 68K-Macs ondersteunt en waarin verscheidene bugs zijn opgelost. Het programma stelt webmasters in staat om "dynamic graphics" op Webpagina's te plaatsen. Een dynamic graphic is een gewone GIF of JPEG, met daarin een of meer zich vernieuwende elementen, zoals gegevens van een Web-pagina of het resultaat van het zoeken in een database. Volgens een door de gebruiker te bepalen rooster vernieuwt WebCollage afbeeldingen en haalt hij deze op naar een Webserver. Zo heeft StarNine samen met Nasdaq een graphic template gemaakt om dynamic graphics te maken die actuele prijzen van effecten tonen. WebCollage wordt geleverd met uitgebreide ondersteuning voor scripting en is speciaal het bekijken waard indien het plaatsen van CGI's op je Webserver een probleem is. WebCollage kost momenteel $199 en vereist minimaal een op 68020 gebaseerde Mac, Systeem 7.1, 2.5 MB RAM, en QuickTime. Er is een probeerversie van 2.6 MB beschikbaar op de StarNine Website. StarNine Technologies -- 800/525 - 2580 -- 510/649-4949 -- 510/548-0393 (fax) -- <info@starnine.com> [TJE]

<http://www.starnin e.com/webcollage/webcollage.html>


Overschrijden van een grensbarrière

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

Mijn laatste boek, The Official AT&T WorldNet Web Discovery Guide (Osborne/McGraw-Hill, ISBN 0-07-882336-6, $24.99), kan ieder moment verschijnen. Ondanks de zakelijk klinkende titel bleek het een interessant projekt te zijn. Voor mij voelde het als een tweede generatie Internet-boek aan, want een kwart van het boek was er aan gewijd lezers te helpen leren hoe het Internet te doorzoeken, en in een ander kwart van het boek probeerde ik te laten zien hoe ik het Internet in mijn dagelijkse (niet-computer) leven gebruik. Eerlijk gezegd, dat deel van het boek is zwaar autobiographisch. Deze twee onderwerpen - zoeken en dagelijks gebruik geven mij een indruk waarheen het Internet zich op nuttige wijze ontwikkelt, dit in tegenstelling tot de super-bombarie technieken die ons worden opgedrongen.

<http://www.osborne.com/int/att disc.htm>

Een ander interessant aspect van het project bleek zuiver technisch. Dit is een Internet-boek, niet een Mac- of een PC-boek, en de AT&T WorldNet CD-ROM, die bij het boek hoort, bevat Macintosh- en Windows-software. Maar (en dit is een groot maar) AT&T WorldNet wilden de algemene schermplaatjes in de vensteropmaak van Internet Explorer voor Windows '95 hebben. Hun boek, hun verzoek, dus ik ging ervoor zitten om de beste oplossing te bedenken.

PC-Compatibiliteitskaart -- Mijn eerste poging was een Apple PC-Compatibiliteitskaart. Ze zijn een beetje duur en ik kende niemand die er een gebruikte, daarom was ik blij toen een vriend -bij Apple- me aanbood er eentje te uit te lenen, waarvan hij dacht dat het een definitief prototype was. Ik worstelde me door de installatie zonder volledige documentatie en schijven (gelukkig kon alle software geladen worden van Apples FTP site) en na een behoorlijke stommiteit kreeg ik het aan de gang. Mijn stommiteit betrof het PC-Setup-Regelpaneel, dat klaagde dat het niet voldoende geheugen had om op juiste wijze te laden. Mezelf slimmer vindend dan een ander, gebruikte ik Conflict Catcher om PC-Setup te her-rangschikken voor mijn andere extensies en regelpanelen. Dom, heel dom. Aangezien PC-Setup toen voor de CD-ROM en Ethernet extensies geladen werd, kon de PC-Compatibiliteitskaart de CD-ROM of het netwerk niet zien. Kostte me een paar dagen om dat uit te knobbelen.

In het algemeen was ik onder de indruk over de PC-Compatibiliteitskaart. Snelheid bleek goed (snelheid was de voornaamste reden dat ik SoftWindows niet in overweging had genomen en daarvoor VirtualPC) en ik apprecieerde het feit dat ze Mac bestanden als PC harde schijven gebruikte.Wil je opstarten vanaf je E: drive, of misschien je L: drive, inplaats van de standaard C: drive? Verwissel alleen maar de bestanden in het PC-Setup-Regelpaneel. Probeer dat eens op een PC! Ik kreeg zelfs het netwerk aan de gang (alhoewel Apple's DOS software verwarrend is - niet in overeenstemming met Apple's standaard wat betreft interface en documentatie, zelfs onder DOS).

Er was maar één probleem: Windows stortte steeds in, vooral als ik bestanden kopieerde. Probeerde alles wat ik kon bedenken, maar mijn uiterste termijn doemde op, daarom verwijderde ik aarzelend de kaart. Ik kon alleen maar vermoeden dat ik een wat kapotte of onafgemaakte kaart had en ik had geen tijd om een andere kaart te kopen en te testen voor het geval dat de Windows instortingen bleven voortduren.

De Pentium 150 -- Dus besloot ik dat de veiligste handelwijze was om een PC-kloon te kopen. Een winkel in de buurt, genaamd Computer Stop, bouwt machines op uit onderdelen, voor aanvaardbare prijzen en mijn Internet Provider gebruikt ze als Linux-dozen. Ik bestelde van Computer Stop een Pentium 150 met 32 MB RAM en een 2 GB schijf. Kostte $2300, dat was iets minder dan een vergelijkbaar Mac-systeem, maar niet veel minder. Ik nam met opzet een 150 MHz Pentium, zodat ik kon stellen (tegen mensen die niet wisten dat ik appels met peren vergeleek), dat deze PC in theorie vergelijkbaar was met mijn Power Mac 8500, die op 150 MHz werkt.

<http://www.computerstop.com/>

Nadat ik hem had thuisgebracht en op een klein bureaublad in een hoek gestopt had (ben niet bezorgd over ergonomie, zoals je dadelijk zal zien), kreeg ik het voor elkaar de PC in werking te krijgen, eveneens in mijn Ether-netwerk en op het Internet. Aansluiten was voor het grootste gedeelte gemakkelijk, hoofdzakelijk doordat ik er goed in ben Macs voor het internet te configureren, dus ik weet wat alle getallen betekenen. Hinderlijk is het dat Windows '95 eist dat je de PC herstart als je ook maar de kleinste netwerk- of video-instelling verandert.

Voornaamste zaak na de PC op Internet te hebben gezet was om Farallon's Timbuktu Pro te kopen en te installeren. Ik was niet van plan tussen mijn Mac en deze PC heen en weer te springen en het is makkelijk om Timbuktu Pro met heel weinig gedoe via het net te kopen. Dat stelde me in staat met de PC te werken in een venster op mijn tweede monitor en mijn eerste monitor te gebruiken om hoofdstukken te schrijven met Nisus Writer. (Later zette ik deze hoofdstukken om naar Word 6 via DataViz's -instortingsgevoelige maar effectieve- MacLink Plus vertalers, aangezien Osborne specifieke eisen had, die Word 6 benodigden). Gelukkig gebruikte ik een Kensington TurboMouse trackball muis (de oudere twee knops versie, niet de tegenwoordige vierknops), zo kon ik de tweede knop als rechter PC muisknop emuleren. Anders had ik de Commando knop moeten gebruiken om de tweede muisknop te activeren, wat onhandig is.

<http://www.farallon.com/>

Toen ik de PC als slaaf op mijn Macintosh had, wilde ik hem integreren in mijn backup-systeem. Overwegende hoe weinig ik hem gebruikte, toch stortte deze PC geregeld in, en ik wilde hoe dan ook goede backups van mijn schermplaatjes hebben. Nog meer verwarrend: deze PC probeerde na een crash steeds ScanDisk te laten werken en ik wordt er knettergek van de vragen van ScanDisk te beantwoorden over verloren gegane fragmenten, die al of niet deel van mijn bestanden konden zijn. Als ik de PC-Comptabiliteitskaart had gebruikt, zou ik alle schermplaatjes in een map op de Mac hebben, die ik had kunnen benoemen als zoiets als K: schijf. Gelukkig heeft Dantz Development een Windows '95-versie van RetrospectRemote (heet nu Retrospect Client). Een op Macintosh gebaseerde backup server kan de PC backuppen en de PC versie ziet er uit en werkt bijna hetzelfde als de Mac-versie.

<http://www .dantz.com/dantz_products/clients_4_windows.html>

De PC was een aantal weken dagelijks in gebruik, maar per dag slechts gedurende een korte tijd, dus ik wilde dat Retrospect iedere keer als hij aan stond een backup zou maken. Ik voegde de PC toe aan mijn Backup Server script, dat we anders alleen gebruiken voor onze PowerBooks die kort op het netwerk verschijnen, en die strategie voldeed goed. Het enige nadeel (behalve dat Windows '95 allerlei bestanden zonder reden schijnt te veranderen) was dat Retrospect op de Mac geen bestandsnamen aankan die langer zijn dan 31 tekens, terwijl Windows '95 langere bestandsnamen kan hebben. Retrospect 3.0 herbenoemt de bestanden en vertelt je als dat is gedaan, en dat is prettig, maar daardoor groeit de log-file snel. Dit is opgelost in de komende versie, Retrospect 4.0.

Nog niet alles goed -- Toen kwam de eerste nachtmerrie. De PC liep vast, telkens kort na het opstarten. Soms herstartte hij zelfs zichzelf! Ik deed alles wat ik kon bedenken dat zou kunnen helpen: ik verplaatste SIMMs, schakelde opstart-programma's uit, herinstalleerde Windows '95.... maar vond niet waar de schoen wrong. Uiteindelijk kreeg ik een voorgevoel dat het te maken had met het netwerk, en inderdaad: de machine sloeg nooit vast wanneer ze niet met het netwerk was verbonden. Ik probeerde de 3Com PCI Ethernet-kaart te verplaatsen naar een andere sleuf, maar dat was een slecht idee. Windows '95 wilde toen de drivers voor de kaart herinstalleren, en ik kon de schijf niet vinden waar ze op stonden, of liever gezegd waar het ene bestand op stond dat ik niet had. Uiteindelijk slaagde ik erin de complete verzameling drivers via mijn Mac te downloaden van 3Coms Website en deze op de PC te zetten, maar per saldo was ik gefrustreerd en bepaald niet geïmponeerd. Over "plug and pray" gesproken!

Eindelijk ging er een schakelaartje in mijn hoofd om, en schakelde ik Retrospect Remote uit. Geen crashes. Iets was zo veranderd aan de PC dat, iedere keer dat mijn Backup Server script probeerde een backup te maken van de PC, de PC crashte. Ik de-installeerde Retrospect Remote (dat gaat heel netjes) en herinstalleerde het, en alles werkte weer.

Bestanden versturen -- Oplettende lezers herinneren zich dat ik de bestanden van mijn manuscript op de Mac bewaarde, in (uiteindelijk) Word 6 formaat, terwijl de meeste van mijn screenshots TIFF bestanden waren op de PC. (Ik had bovendien een aantal Mac screenshots, die ik nam met Snapz Pro en omzette naar TIFFs met het gratis programma clip2gif - zie TidBITS-372.) Hoe moest ik deze naar de redacteur sturen, die een PC heeft met cc:Mail, dat op goed geluk omspringt met attachments?

<http://www.ambrosias w.com/Products/SnapzPro.html>
<http://iawww.ep fl.ch/Staff/Yves.Piguet/clip2gif-home/>

Ik had vrijwel geen problemen met het naar haar sturen van Word 6 bestanden via e-mail (middels uuencoding in Eudora Pro), en ironisch genoeg merkte zij op dat ze minder problemen had met het ontvangen van bestanden van mij dan van de meeste anderen. (Amusant, aangezien ik de Macintosh-versies gebruikte van Eudora Pro en Word 6, na de bestanden te hebben omgezet vanuit Nisus Writer.) Ondanks deze meevaller wilde niets dat ik deed vanaf de Mac dan wel vanaf de PC een TIFF-bestand onbeschadigd door cc:Mail krijgen. Daarom maakte ik een door middel van een wachtwoord beschermde map aan op een interne e-mail- en FTP-server, en stuurde mijn redacteur de volledige URL, met gebruikersnaam en wachtwoord ingebouwd. Zij kon geen FTP-client gebruiken vanwege een "corporate firewall" [bedrijfsbeveiliging], maar gelukkig was Netscape Navigator in staat de Zip-bestanden op te halen met daarin mijn screenshots.

Wanneer ik screenshots moest uitwisselen tussen de Mac en de PC gebruikte ik de Exchange mogelijkheid van Timbuktu Pro. Helaas werkt slepen niet tussen de Mac en de PC (althans niet met de versies die ik gebruikte), en Timbuktu Pro onder Windows '95 ondersteunt geen lange bestandsnamen! Ik had al mijn Mac screenshots namen gegeven van negen tekens, dus liet Timbuktu Pro een teken weg wanneer ik ze kopieerde naar de PC. Ik ging zowat door het dak.

Indrukken -- Na enkele maanden met de PC en Windows '95 gewerkt te hebben (voornamelijk met Internet Explorer, Internet Mail en Internet News, want dat zijn de programma's die AT&T WorldNet op dit moment aanraadt aan zijn gebruikers) moet ik zeggen dat Windows '95 bruikbaar is. Het is niet goed, en ik verbaas mij over gruwelijke details aan de interface, maar het is bruikbaar.

Zo is het commando "Shutdown" onder het "Start" menu ondergebracht. En dit menu is niet eens als menu maar als knop op de Takenbalk weergegeven. En je moet de complete computer herstarten als je een kleine verandering aan het netwerk of de instellingen van het beeldscherm hebt gemaakt. Je kunt een venster verkleinen tot een ikoon op de Takenbalk, of vergroten tot het hele scherm, maar je kunt het venster niet instellen op de "aangewezen" grootte, zoals in de meeste Mac programma's. Misschien ligt het aan mijn Mac gewoontes, maar ik vond het verplaatsen en kopiŽren van bestanden verwarrend, omdat je de linker muisknop gebruikt om bestanden te verplaatsten en de rechter om ze te kopiëren. Op een bepaald moment moest ik alle screenshots in een hoofdstuk kopiëren, dus ik selecteerde ze, rechts klikte een popup-menu tevoorschijn, en koos Print. Ik veronderstelde dat ze op volgorde van bestandsnaam zouden worden afgedrukt, of in chronologische volgorde (die dezelfde was als de volgorde van de bestandsnamen). In plaats daarvan werden ze in een willekeurige volgorde afgedrukt. Ik legde dit voor aan enkele Windows goeroes, en de beste tip die ik kreeg was dat Norton Utilities een gereedschap heeft om mappen te sorteren. In plaats daarvan heb ik maar elke screenshot meteen afgedrukt zodra ik hem nam.

Zal ik de PC dagelijks gaan gebruiken? Nee, zeker niet. Ik heb gemerkt dat ik alles wat ik op de PC doe, net zo goed of zelfs beter kan doen op mijn Mac. De PC doet houteriger en trager aan, zelfs bij rechtstreeks gebruik in plaats van via Timbuktu Pro. Als ik veel meer tijd had gehad had ik wellicht geprobeerd te spelen met Linux, Windows NT, of OpenStep, maar dat is niet de moeite waard voor het niveau waarop ik geïnteresseerd ben.

Ondanks deze bezwaren ben ik blij dat ik de machine heb. Als je ergens kritiek op hebt is het beter om meer van het onderwerp af te weten. Ik zal wel geen Windows expert worden, maar ik kan claims van Windows gebruikers toetsen om te zien of ze gebakken lucht presenteren. En, om eerlijk te zijn, uit economisch oogpunt is het schrijven over het Internet zeer belangrijk voor me. Er is weinig verschil in gebruik tussen een Web-browser op een PC of op een Mac. Als ik me zou beperken tot het schrijven over het Internet vanuit het gezichtspunt van de Macintosh zou het moeilijker worden uitgevers te vinden, met name omdat de markt voor Mac-boeken aan het verdwijnen is in dezelfde zichzelf vervullende voorspelling die de Macintosh software uit de computerwinkels deed verdwijnen. Wanneer ik als Mac-gebruiker ervoor kan zorgen dat de Macintosh een eerlijke plek krijgt in cross-platform boeken die goed verkopen, dan is dat beter dan zuiver Macintosh-boeken te schrijven die maar weinig mensen lezen.


Spinning the Web Part I: Trade-offs and PageSpinner

door Tonya Engst <tonya@tidbits.com>

De veranderingen op het gebied van Web authoring zijn als een eiland bezaaid met vulkanen. Dan gebeurt er weer een tijdje niets en dan opeens is er een explosie van nieuwe producten waardoor alles helemaal overhoop gehaald wordt. TidBITS heeft de afgelopen tijd niet veel Web authoring programma's besproken en het is nu tijd die schade in te halen. In deze, uit verschillende delen bestaande serie, wil ik de Web authoring programmatuur die de afgelopen tijd is uitgebracht, bespreken, waarbij ik me toespits op die programma's waarvan ik denk dat ze het meest opmerkelijk zijn.

Kies je vergif -- Bij het kiezen van software om Web pagina's te maken, verruilt men vaak makkelijk de nauwkeurige controle voor eenvoudige layout en de meeste producten leveren meestal een compromis tussen de beide idealen. Wanneer je overweegt dit soort software aan te schaffen, is het belangrijk om je wensen hieraan aan te passen.

Onze Web site is een voorbeeld van een keuze die naar nauwkeurige controle neigt. Omdat onze pagina's zo lang blijven staan, vermijden we nieuwe technieken die er in modernere browsers weliswaar prachtig uitzien maar een redelijke kans lopen om in de toekomst te verdwijnen. We kijken een beetje uit met Web authoring tools die achter de schermen HTML creëren, omdat we dan niet kunnen zien wat er gebeurt. Verder hebben we in ons zevenjarig bestaan twee grote conversies meegemaakt van oude exemplaren: van HyperCard naar Setext en van Setext naar HTML. Dit heeft de waarde van een uniforme vorm voor ons bewezen - het is eenvoudiger om macro's te draaien op uniforme documenten. Bovendien hebben we geen bazen die ons achter de vodden zitten, dus kan onze site langzamer evolueren.

<http://www.tidbits.com/>

Hier staat tegenover dat webmasters die pagina's maken die meteen moeten draaien of die slechts een korte levensduur hebben, tijd noch zin hebben in perfecte, uniforme HTML. Deze mensen hebben een snelle, eenvoudige layout nodig.

Om een voorbeeld te geven: programma's als NetObjects Fusion, bieden een eenvoudige layout - de pagina layout gebeurt op een raster en je kan elementen op die pagina overal heen slepen. Het raster wordt achter de schermen geconverteerd naar HTML. Je kan de HTML van Fusion niet meer bewerken, en dat wil je ook niet want de tabel-tags zijn vreselijk complex. (Fusion 2.0 wordt geleverd met het gratis BBEdit Lite, maar dat is voor het gebruik van "externe pagina's", die niet in Fusion kunnen worden bewerkt.) Desalniettemin maakt Fusion het mogelijk om een pagina snel te ontwerpen en te maken.

<http://www.netobjects.com/>
<http://www.barebones.com/freeware.html>

Dan komen tools als Adobe PageMill. PageMill gaat ervan uit dat je werkt met een weergave als in een tekstverwerker. Je kan dingen niet zomaar overal heen slepen zoals in Fusion. Er is een HTML weergave stand voor het direct bewerken van de HTML, maar je krijgt wel het gevoel dat Adobe niet begrijpt waarom je dat zou willen. De HTML van de PageMill-soortigen is meestal redelijk leesbaar, hoewel het de uniformiteit mist die nodig is voor de automatisering ervan.

<http://www.adobe.com/prodindex/pagemill/main.html>

Tot slot zijn er de HTML editors als PageSpinner, waar je direct in de HTML werkt en de visuele effecten ervan kan zien in een Web browser. Zulke programmatuur maakt het mogelijk uniforme en nauwkeurige HTML te creëren, maar het is lastig om voor je te zien wat je aan het doen bent, bovendien is het experimenteren met de layouts nogal tijdrovend.

<http://www.algonet.se/ ~optima/pagespinner.html>

Een programma dat de kloof tussen de eenvoudige layout en de nauwkeurige HTML overbrugt, is GoLive's CyberStudio Pro. CyberStudio Pro biedt naar keuze een raster voor overal heensleep-layouts, maar geeft ook meteen toegang tot de onderliggende HTML van welke pagina dan ook.

<http://www.golive.com/>

Natuurlijk zijn er andere criteria voor het kiezen van Web authoring software, zoals of je HTML wilt leren, of je van plan bent veel gebruik te maken van plug-ins, of je site manager extra's nodig hebt, enzovoorts. Wat je keuze ook moge zijn, de rest van dit schrijven licht je in over PageSpinner 2.0.1 van Optima Systems en zal ook een kijkje nemen naar over elkaar heen liggende datasheets, een te gekke HTML specificatie.

Van grote waarde -- Met $25 is PageSpinner een van de beste shareware programma's die ik gezien heb. Op het eerste gezicht is PageSpinner verraderlijk simpel. Na het starten van het programma toont het een nieuw document, dat gevuld is met het HTML-skelet van een Web pagina. Een eenvoudige tool-balk bevat de basis-opties voor tagging, voor vetgedrukte teksten en horizontale regels. De opties voor tekst stijl, het opzetten van een tabel, etc. zijn te bereiken via een korte vlucht door de menu's. Een nieuwe gebruiker kan in de redelijk goede, op Apple Guide gebaseerde omschrijving lezen hoe HTML werkt en zich vervolgens aan deze simpele opties te buiten gaan. Oplettende gebruikers zullen snel moderne opties als FTP upload herkennen (via een link naar Fetch of Anarchie, maar geen download of geïntegreerde on-server bewerking), evenals forms en frames.

Opties te over -- PageSpinners voorkeuren leveren een enorme flexibiliteit. Als je bijvoorbeeld geen nieuw document wilt krijgen als je opstart, kan je daarvoor in de plaats een "Open" dialoogvenster laten verschijnen, of een "toon" nieuw dialoogvenster (dat uitgebreide pagina-opmaak-opties bevat), of het programma niets laten doen. Een andere opvallende instelling is de optie waarmee je de knoppen voor vet en schuin kan wijzigen in strong en emphasis tags. In PageSpinner kan je instellen of Return of Command+Return automatisch een alinea-tag invoegt (je kan ook alinea-einde-tags gebruiken als je wilt). PageSpinner heeft ook slimme toetsenbordcombinaties om line breaks en horizontal rules in te voegen.

Zij die regelmatig met hogere ASCII-karakters werken, zullen de manier waarop PageSpinner met deze karakters omgaat fantastisch vinden. Eén optie houdt ze in het document terwijl ze op de Mac worden ingetypt. Een andere converteert ze naar de ISO 8859-1 karakter set, die internationaal vaak gebruikt wordt. Bewaar de bestanden in een van deze formaten en de karakters zullen er voor het opslaan en na het opslaan hetzelfde uitzien. Als laatste kunnen hogere ASCII-karakters opgeslagen worden als HTML entiteiten die, weliswaar een beetje vreemd, maar toch correct te lezen zijn in het HTML document.

Een andere optie die PageSpinner's flexibiliteit onderstreept, is de User Tags feature, die het mogelijk maakt voor gebruikers om een totaal van 18 eigen tags te creëren.

Bouwdoos -- Wat PageSpinner zijn geld meer dan waard maakt is niet de hoeveelheid basisvoorzieningen die standaard aanwezig is, en zelfs niet de grote flexibiliteit van het programma. PageSpinner is eigenlijk niet zozeer een programma, maar veel meer een HTML-bouwdoos, zo ongeveer als een scheikundedoos voor leergierige kinderen, compleet met instructies waar je wat aan hebt en eenvoudige voorbeeldprojecten om het equivalent van je eigen "smurfensnot" te maken. Er zijn ook ingewikkelder voorbeeldprojecten, maar het kost wat meer moeite om die te vinden.

Voorbeelden (die je in je eigen document kunt plakken) en context-gebonden help krijg je van de HTML Assistant die je kunt oproepen vanuit een menu, maar die ook naast de andere vensters geopend kan blijven. Het type voorbeelden varieert van eenvoudige stukjes HTML, zoals het aanbrengen van titels en verbindingen met andere (gedeelten van) bestanden, tot ingewikkelder onderwerpen als JavaScript en frames. Ik vond de HTML Assistant een prima hulp bij het opfrissen van mijn geheugen en een goede manier om nieuwe tags te leren.

PageSpinner gebruikt extensies (vergelijkbaar met plug-in modulen, niet met systeem-extensies) om functionaliteit toe te voegen. Diegene die graag verder gaat dan met de standaardvoorzieningen mogelijk is, zal waarschijnlijk een extensie (met bijgeleverde help) opmerken waarmee stijlbladen met op elkaar gebaseerde stijlen kunnen worden aangemaakt (technisch bekend als Cascading Style Sheets, level 1, of CSS1). Als CSS1 volledig geïmplementeerd is, kan in hoge mate worden bepaald hoe de gebruiker het document te zien krijgt: lettertype en -grootte, positie, lege ruimte, kleur en nog meer kunnen door de auteur worden gespecificeerd. In de meeste gevallen kan dit zowel absoluut als relatief (een lettergrootte kan bijvoorbeeld worden opgegeven als 18 punts of als "extra groot"). CSS1 wordt gedeeltelijk ondersteund door Microsoft Explorer en zou -in theorie althans- geheel worden ondersteund door Microsoft Explorer 4 en Netscape Communicator 4.

<http://www.w3.org/pub/WWW/TR/RE C-CSS1>

De stijlbladen hebben twee onweerstaanbare kenmerken. Ten eerste werken ze ongeveer zoals de stijlbladen in een tekstverwerker -om de opmaak van iedere koptekst in een document te veranderen, voer je de verandering slechts één keer door: in het stijlblad, en niet 50 keer in het document. Een stijlblad in PageSpinner kan betrekking hebben op een gedeelte van een pagina, een hele pagina of zelfs een volledige site. Ten tweede brengen ze een scheiding aan tussen hoe een pagina is opgebouwd en hoe hij zich aan de beschouwer toont. Dat brengt met zich mee dat een bladzij kan zijn gedefinieerd met eenvoudige HTML-tags, terwijl hij toch schitterend kan ogen als hij wordt bekeken in een browser die CSS1 ondersteunt (en inderdaad, je kan, althans volgens de specificaties en ook in de voorbeelden die nu bestaan, de optie "stijlbladen" ook uitzetten in zo'n browser, als je dat zou willen).

Er zijn nog andere extensies van PageSpinner beschikbaar, zoals voor hulp bij het maken van JavaScripts, het inbedden van miniatuur Java-applicaties en het afhandelen van Netscapiaanse dingen als daar zijn de kronkelende kolom en de vuller-tag.

Naarmate je meer van de bestanden die worden meegeleverd bekijkt, krijgt de "bouwdoos PageSpinner" steeds meer inhoud. Zo heb ik richtlijnen gevonden voor het gebruik van "include"-bestanden (niet te verwarren met includes op de server). Een include-bestand gedraagt zich als een verpakking voor informatie die wordt aangeroepen vanuit een HTML-bestand. Als een paar web pagina's bijvoorbeeld steeds met eenzelfde stuk tekst eindigen, zou je dat stuk tekst in een include-bestand kunnen plaatsen. Op de web-pagina's zou je dan eenvoudigweg verwijzen naar dat include-bestand. In het geval je de tekst zou willen veranderen, hoef je dat alleen maar in het include-bestand te doen, terwijl toch alle pagina's waarin de verwijzing is opgenomen meeveranderen. Dit gaat veel sneller dan het in iedere pagina doorvoeren van zo'n wijziging. Ook voor tijd en datumaanduidingen zijn include-bestanden heel geschikt.

Er is ook een verzameling voorbeeldscripts waarmee PageSpinner (mits AppleScript is geïnstalleerd) aan andere applicaties kan worden gekoppeld. Zo is er bijvoorbeeld een script dat de inhoud van een Eudora-postbus in een goed georganiseerde web-pagina toont (dit werkt het beste bij kleinere postbussen). Meer in het algemeen gesproken laten de voorbeeldscripts zien hoe je web-pagina's kunt maken vanuit FileMaker Pro, HyperCard en 4D Server. Meestal ben ik niet zo heel dol op het werken met scripts; nu ik echter aan het stoeien was met PageSpinner, heb ik zomaar mijn eerste JavaScript gemaakt, en bovendien het eerder genoemde script gewijzigd waarmee een Eudora-postbus kan worden veranderd in een web-pagina. Ik heb het gevoel alsof PageSpinner me heeft geholpen een voet tussen een (zware) deur te krijgen.

Teamspeler -- Om het dit-doen-we-gewoon-even karakter van PageSpinner helemaal àf te maken, is het programma ook nog eens een echte teamspeler. PageSpinner beschikt bijvoorbeeld niet over een ingebouwde spellingscontrole, maar wel over een "Check Spelling"-opdracht die gelinkt kan worden naar elke los spellingscontroleprogramma dat gebruik maakt van het clipboard. Nog indrukwekkender is het hiërarchische "Web Tools" menu, waarin opdrachten zijn geplaatst die door de gebruiker verbonden kunnen worden met veelgebruikte niet-commerciële hulpprogramma's die zeer geschikt zijn om de basisvoorzieningen van PageSpinner uit te breiden.

Maar hoe zit het met...? PageSpinner heeft wel een paar problemen die verholpen moeten worden: als je woorden dragt & dropt begrijpt het programma niet dat dan een spatie moet worden 'meegenomen', de zoek en vervang opdracht kan niet op "alleen hele woorden" zoeken (dus als je op "test" zoekt, vind je ook "testen"), en hier en daar wordt in de dialoogvensters over de Alt-toets gesproken... Maar misschien geldt mijn voornaamste kritiek op PageSpinner wel de documentatie, die verdeeld is over een groot aantal documenten -er is geen overkoepelende manier om de informatie te raadplegen.

Voor wat betreft de prijs wordt de voornaamste concurrentie gevormd door Miracle Software's shareware-programma HTML Web Weaver Lite, dat $25 kost (of $15 voor de onderwijsmarkt). Dit programma voelt wat ongepolijster aan in het gebruik dan PageSpinner, en het mist belangrijke mogelijkheden als tabellen, frames en formulieren. PageSpinner is ook te vergelijken met BBEdit Lite 4.0.1 van Bare Bones Software, dat -mits voorzien van de juiste extensies- een heel adequate HTML editor is, met een prijs waarvoor je het niet kunt laten staan (BBEdit Lite is namelijk freeware).

<http://www.miracleinc.com/>
<http://www.barebones.com/freeware.html>

Op het punt van voorzieningen concurreert PageSpinner meer met de volledige versies van beide genoemde Lite programma's: BBEdit 4.0.4 en World Wide Web Weaver 2.1. Volgende week zullen we dit laatste programma nader bekijken (met ruime aandacht voor zijn goede auto-preview eigenschap) en ook BBEdit op de belangrijkste punten nalopen. (Zie voor een volledige bespreking van BBEdit TidBITS-365.)


Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en Websites mogen artikels overnemen of een HTML link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We garanderen de precisie van de artikels niet. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen..

Vorige aflevering | Overzicht van afleveringen | TidBITS Homepage | Volgende aflevering