Vorige aflevering | Overzicht van afleveringen | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS#355/25-Nov-96

Wij verfraaien dit nummer met een verzoek voor geschenk-suggesties, een belangrijk stukje voor AOL-gebruikers, en en snelle blik op nieuwe Internet software van Microsoft. In dit nummer bekijkt Adam tevens de situatie in de web-servermarkt (met de nadruk op persoonlijke Web-servers) en Matt Deatherage geeft ons een gedetailleerde test en analyse van Apple's Meta-Content Format, ook genoemd MCF, een nieuw zicht op het organizeren en bekijken van informatie.

Onderwerpen:

Copyright 1996 TidBITS Electronic Publishing. All rights reserved.
Information: < info@tidbits.com > Comments: < editors@tidbits.com >


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:


MailBITS/25-Nov-96

Wij willen hier ShrinkWrap-programmeur Chad Magendanz < chad@halcyon.com > en zijn vrouw Galen gelukwensen voor de vroeger-dan-voorziene lancering van hun eerste non-softwareprodukt, nl. Quinn Pierce Magendanz. Het gerucht doet de ronde dat Chad reeds een kopie van "My First C Compiler" heeft gekocht (zie TidBITS-321 ), dus de mononieme Quinn of Internet Config faam zou goed binnenkort navolging kunnen krijgen binnen het Macintosh programmeurs-pantheon. (ACE)

Suggesties voor een geschenk voor de feestdagen? Wij hier bij TidBITS houden van de feestdagenperiode, zelfs met de kapitalistische razernij die erbij gekomen is. Als het je interesseert deel te nemen aan een van onze feestdagen-tradities, stuur dan een beschrijving van een paragraaf over jouw computer-gebonden kado-ideeën (zowel voor te krijgen als voor te geven) naar mij < ace@tidbits.com > before 02-Dec-96. vóór 2-dec-96. We publiceren die dan als een artikel voor de TidBITS-357 of TidBITS-358 , en we bekijken zelfs of we geen koopje voor jou kunnen loswurmen. (ACE)

AOL Pricing Shenanigans -- AOL heeft het klaargespeeld zichzelf in heet water te zetten met z'n nieuw prijsplan, dat ingaat op 1-Dec-96. Het nieuwe plan biedt ongelimiteerde AOL-service (inbegrepen Internet-access) voor $19.95 per maand - geen slechte zaak voor sommige gebruikers. Maar wat AOL alleen vermeldt in kleine lettertjes ergens verborgen, is dat het alle bestaande accounts wil converteren naar dit nieuwe plan, tenzij de gebruiker specifiek voor een andere optie kiest. Met andere woorden: Als je AOL niet specifiek mededeelt dat je het nieuwe prijsplan niet wilt, krijg je automatisch de prijzen volgens het nieuwe plan. Voor typische AOL-gebruikers betekent dit een toeslag van $10 per maand.

Een aantal mensen van het Openbaar Ministerie hebben AOL's aktie bekeken, en vorige week kondigde Christin Gregoire, de procureur-generaal van de staat Washington, een schriftelijke overeenkomst aan met AOL, die AOL verplicht hun klanten aktief in te lichten over hun nieuwe prijzenpolitiek. Klanten zullen tot 31 maart '97 de tijd hebben om de nieuwe prijzen te bekijken. Klanten die niet bij AOL inschreven vóór 1 dec-96 zullen het prijsverschil tussen de nieuwe en de oude prijzen terugbetaald krijgen. Toch blijft het nog altijd zo dat AOL z'n prijzen aanpast vanaf 1-dec-96, zodat je kosten in ieder geval zullen stijgen, als je niets doet. (GD)

Microsoft Internet Updates -- Microsoft heeft zopas twee nieuwe Internet programma's gelanceerd: Internet Mail and News 1.0 en de eerste beta van Internet Explorer 3.0. Internet Mail and News, een apart programma (gedeeltelijk gebaseerd op John Norstad's NewsWatcher en Marco Piovanelli's WASTE tekstverwerkings- programma), vervangt de e-mail en Usenet News-functie van Internet Explorer. Hoewel zijn interface weinig wegloopt van kozijn Windows en in geen geval concurrent is voor rijpere programma's als Eudora, is Internet Mail and News snel en biedt het redelijke functionaliteit, er in begrepen een onderwerp-filter voor nieuwsgroepen, drag en drop tekstweergave en handige mail-folders. Er valt ong. 800 K binnen te halen.

<http://www.microsoft.com/i e/launch/imn.htm>
<http://www.microsoft.c om/ie/download/ieadd.htm>

Microsoft Internet Explorer voor Macintosh 3.0b1 houdt het nog steeds bij een slanke 4 MB geheugenpartitie (hoewel het hongerachtig tijdelijk geheugen uit het systeem consumeert), biedt configureerbare toolbars, ingebouwde video, audio, plus ondersteuning voor HTML 3.2 stijl dokumenten, Netscape plug-ins en VRML (met QuickDraw 3D). Internet Explorer 3.0b1 ondersteunt tevens Java, aan de hand van ofwel Apple's MacOS Runtime voor Java, of de Microsoft Java VM, die ontwikkeld werd in samenwerking met Metrowerks (let wel dat het gebruik van Java nog eens een bijkomende 4 MB van het systeemgeheugen verbruikt). Tot nu toe zijn de rapporten over de prestaties en het gedrag van de beta-versie zeer gevariëerd. De download is zowat 5 MB groot. [GD]

<http://www.microsoft.com/ie/mac/ >


WebBITS/25-Nov-96

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

De recente persmededelingen in de Macintosh Web wereld hebben snel en heftig de ronde gedaan, vooral rond het aspect van de server-kant. Hoewel je misschien denkt dat web-servers niet voor de gewone sterveling bestemd zijn, raden we je toch aan verder te lezen, voor het geval je er in de toekomst toch eens een zou runnen.

WebSTAR 2.0 verschijnt -- Het hoofdnieuws van de week was het uitkomen van WebSTAR 2.0, de leidinggevende Web server in de Macintosh-markt. StarNine heeft WebSTAR 2.0 verbeterd op drie belangrijke gebieden: snelheid, veiligheid en nieuwe technologie.

<http://www.starnine.com/ webstar/webstar.html>

Verhoogde snelheid van twee tot driemaal in het nu al vrij snelle WebSTAR komen er door twee nieuwe cache-metodes. Voor hen die niet vertrouwd zijn met cache-verhalen: het gaat hier over een manier van informatie te bewaren in RAM of op een andere manier, zodat meerdere opeenvolgende opstartingen substantiëel sneller zijn dan de eerste. WebSTAR 2.0 bevat "slimme" data caching, wat betekent dat het programma voortdurend opvolgt welke dokumenten opgevraagd worden en welke dokumenten derhalve er het meeste nut hebben van "ge-cached" te worden . Andere Web servers voorzien in een manuele interface voor caching, maar zij verplichten de webmaster de lijst van "ge-cachete" dokumenten continu te bewaren. Even belangrijk als WebSTAR's data-caching is zijn nieuwe cache-schema voor dokumentinformatie. Een van de belangrijkste flessenhalzen van Mac-servers is het trage Macintosh file-systeem, en door het cachen van de dokumentinformatie in RAM omzeilt WebSTAR dit file-systeem volledig. De bijkomende file-info caching vraagt slechts 500 byte per dokument, dus met sites van normale grootte wordt het RAM-gebruik niet zo erg vergroot.

Verbeteringen in veiligheid in WebSTAR 2.0 komen er door het bijvoegen van WebSTAR/SSL aan het WebSTAR-pakket, plus twee additionele veiligheidsmaatregelen. In het verleden kon je toegang tot een volledige site toestaan mits het inbrengen van een IP-nummer, maar toegang tot folders kon je alleen blokkeren door het invoegen van een username en een paswoord. WebSTAR 2.0 stelt je nu in staat dokument-toegang afhankelijk te maken van het IP-nummer, maar je kan terugvallen op gebruikersnaam en paswoord als bijvoorbeeld iemand een intranet-site aandoet vanuit zijn persoonlijke ISP. Een andere eerdere zorg was dat WebSTAR CGI's zou uitvoeren, die eender waar in de WebSTAR-hiërarchie bewaard worden. Iemand zou bv. een "Trojaans paard"-CGI kunnen uploaden en het dan uitvoeren vanuit eender welke Web browser. Nu is het zo dat WebSTAR 2.0 alleen CGI's uitvoert, die bewaard worden in een specifieke folder, die vergrendeld kan worden met de gebruikelijke vergrendelingsmiddelen. Tenslotte ondersteunt WebSTAR's door gebruikersnaam en paswoord beschermde databank nu tienduizenden gebruikers.

Op gebied van technologie bezit WebSTAR 2.0 nu een virtuele Java-machine, zodat programmeurs nu CGI's en plug-ins in Java kunnen schrijven. Hoewel de prestaties niet zo goed zijn als CGI's of plug-ins geschreven in C, kan de ontwikkelingstijd toch korter zijn en genieten van de voordelen van Java-expertise. Zorgen om de stabiliteit en de prestaties van Java-programma's worden grondig gereduceerd daar WebSTAR's virtuele machine niets te doen heeft met interface - Java-gebaseerde CGI's en plug-ins dienen zuiver voor het processen van data op het server-niveau.

De nieuwe versie bevat een standaard "server-side inbegrepen"-functie, die Web page-auteurs toelaat speciale tags te leggen in HTML-dokumenten voor het creëren van dynamische pages. Hoewel talloze produkten als NetCloak en CometPage reeds bestaan voor deze toepassing, laat WebSTAR's "server-side inbegrepen"-functie toe andere CGI's of plug-ins op te roepen, en is het uitbreidbaar met user-gecreëerde tags.Over plug-ins gesproken, StarNine voegt nu enkele belangrijke plug-ins toe aan WebSTAR 2.0 (sommige van de hierboven vermelde functies worden ook aangewend als plug-ins). Een van de nuttigste die mij nu te binnen schiet is deze die log-files "rolt", de file kopieert naar een nieuwe lokatie en de hoofdlog herstelt. Webmasters zullen ook een achtergrond plug-in voor administratie appreciëren, dat een Star Trek-achtige interface heeft, en een andere plug-in, die e-mail verzendt vanuit de server en niet vanuit een Web browser.

Upgrades kosten $149 voor zakenpartners en $99 voor klanten uit het onderwijs, dit tot 31/12/96. Nieuwe kopies blijven geprijsd aan $499.

<http://store5.starnin e.com/upgrade/upgrade.html>

Samenhang met MultiHomie -- Een andere verbetering in WebSTAR 2.0 is de toegang tot de HTTP 1.1 Host Header. De gevolgen van deze ondersteuning zijn dat derde-partij-plug-ins met WebSTAR kunnen werken ter voorziening van naadloze multihoming. In het verleden was HomeDoor van Open Door Networks de beste oplossing voor multihoming op de Macintosh, maar de machinenaam, die verscheen in de Web browser van de gebruiker was niet dezelfde als deze die de gebruiker tikte in de URL. MultiHomie, een $75 shareware plug-in van ClearInk (site-licenties zijn verkrijgbaar) heeft dit probleem niet en stuurt juiste URL's naar Web browsers, die modern genoeg zijn om de Host header te versturen. Voor al diegenen, die luidkeels geklaagd hebben over de Mac's tekort aan echte multi-homing, is de combinatie van WebSTAR 2.0 en MultiHomie een goede investering.

< http://www.clearink.com/fun_stuff/plugins/multihomie/ >

Open Door aanbiedingen -- In antwoord op de vrijgave van WebSTAR 2.0 heeft Open Door Networks korting (tot 1 maart 1997) aangekondigd voor iedereen die upgradet naar WebSTAR 2.0. De prijzen van HomeDoor, LogDoor (een real-time log-analyse programma), en MailDoor (die aan Apple Internet Mail Server mogelijkheden van meerdere domeinen geeft) zijn met 40 tot 80 dollar verlaagd. Bovendien heeft Open Door voor het eerste kwartaal van 1997 een nieuwe versie aangekondigd van HomeDoor, waar de transparante "multihoming" mogelijkheden van MultiHomie in zullen zitten.

< http://www.opendoor.com/wsupgrade.html >

Microsoft wordt persoonlijk -- Microsoft en ResNova kwamen met het verrassende bericht dat Microsoft eigenaar is geworden van ResNovas Web server producten: de personal Web server WebForOne, en de van alle gemakken voorziene Boulevard. Bovendien hebben vijf van ResNovas medewerkers, waaronder president Alex Hopmann en product manager Lauren Antonoff, zich aangesloten bij Microsofts Internet Platform and Tools division in San Jose, en ResNova is nog op zoek naar een koper voor zijn NovaServer bulletin board system.

< http://www.resnova.com/ >

Microsoft is van plan een beta vrijgave te doen van WebForOne, omgedoopt in Personal Web Server. Personal Web Server zal uiteindelijk meeverkocht worden met Microsoft Internet Explorer. Dit mag ongebruikelijk lijken, maar het is alleen maar eerlijk, aangezien Microsoft al een gratis Windows 95 entrant heeft, onder de naam Personal Web Server for Windows 95. (Microsoft is verbluffend creatief als het gaat om het bedenken van namen!) Microsoft stelt geen plannen te hebben voor een full-featured Web server voor de Mac.

Ik heb al vaker over personal Web servers gesproken; met deze zet lijkt het er op dat de strijd op dit gebied verder oplaait. Apple heeft een contract afgesloten met Maxum Development, makers van RushHour graphics Web server, voor het maken van een Web server die opgenomen zal worden in het Mac OS, en StarNine heeft een beta van Personal WebSTAR, in essentie een modernere versie van Chuck Shottons originele MacHTTP. En dan zijn er natuurlijk nog talloze andere Web servers beschikbaar voor de Mac, waaronder enkele die alleen al vanwege de prijs personal Web servers kunnen worden genoemd, zoals Lewis' 10 dollar shareware NetPresenz, en Chris Hawks gratis Quid Pro Quo.

< http://www.maxum.com/ >
< http://www.starnine.com/software/software.html >
< http://www.share.com/peterlewis/netpresenz/index.html >
< http://www.slaphappy.com/ >

Ik hoop van harte dat de makers van deze en andere personal Web servers hun aandacht gaan richten op problemen die specifiek gelden voor personal Web servers, zoals het effectief vertalen van documentnamen en omgaan met niet-gespecialiseerde Internet verbindingen (zie TidBITS-316 en TidBITS-318 ). Het is tijd voor vernieuwing in plaats van meer van hetzelfde Web-gesjacher.


HotSauce en Meta-inhoud

door Matt Deatherage < mattd@gcsf.com >

In vrijwel elke belangrijke toespraak van Apple noemden de hoge Pieten een technologisch onderzoek van Apple, oorspronkelijk aangeduid als Project X en nu HotSauce genoemd. HotSauce geeft een drie-dimensionale weergave van gegevensverzamelingen die beschreven kunnen worden in termen van gemeenschappelijke thema's (net zoals alle Websites waarvan Yahoo, de Usenet nieuwsgroepen hierarchie en vergelijkbare verzamelingen gegevens voorbeelden zijn).

Apple had HotSauce eerder dit jaar laten zien, maar nu noemen de Pieten HotSauce niet slechts als een potentiële gebruiker-interface vondst maar ook als een onderliggende technologie die de manier waarop we door gegevens bladeren revolutionair gaat veranderen. Wat is het verbazingwekkende? Niet de drie-dimensionale presentatie, of de Netscape Navigator plug-in om het in een browser-window te doen, en zelfs niet de programma's die de gegevensbestanden aanmaken die het gebruikt. Nee, het is de indeling van de gegevensbestanden: een speciale manier om een beschrijving te geven over gegevens. Apple noemt deze indeling MCF, Meta-Content Format [meta inhoud format]. In dit artikel doorbreek ik de ophef en kijk ik of MCF Apples recente stelling waarmaakt dat het met databases zal doen wat HTML deed met tekst.

Meta-inhoud? Velen onder ons zijn er nog maar net aan gewend geraakt dat informatie-bedrijven "inhoud-leveranciers," zijn, en nu moeten we alweer praten over "meta-inhoud"? Het klinkt als iets van een andere planeet, maar dat valt best mee.

De American Heritage Dictionary definieert het voorvoegsel "meta-" voor een deel als "beyond, transcending, more comprehensive" ["voorbij, overstijgend, algemener"]. Meer technisch heeft het voorvoegsel de betekenis gekregen van het proces dat een proces beschrijft. Zo is een grap over een grap "meta-humor", en een taal die een andere taal beschrijft een "meta-taal". (Het concept wordt uitgebreid besproken in het boek "Goedel, Escher, Bach: An Eternal Golden Braid" van Douglas Hofstadter, dat in 1979 de Pulitzer Prize won. Verplichte leesvoer voor liefhebbers van techniek of wetenschap.) In de stijl van deze traditie is meta-inhoud, inhoud die andere inhoud beschrijft.

R.V. Guha, verantwoordlijke bij Apple voor zowel HotSauce als MCF, definieert MCF als een "taal voor het weergeven van een breed scala van informatie over inhoud". Een eenvoudig voorbeeld van meta-inhoud is de header van een email bericht. Het geeft je informatie over het bericht (wie het je zond, wanneer, hoe het bij je kwam, waar een antwoord heen moet, en meer) maar het is niet het berich zelf: de persoon die het je zond zond je niet de header, maar de inhoud van het bericht.

Waarom de inhoud beschrijven? Email-headers kun je zien als een eenvoudige taal voor het beschrijven van de inhoud van een email-bericht. Een taal is in deze context een aantal eenvoudige regels die geldige uitdrukkingen definiëren; in de normatieve taal van wiskundigen is bijvoorbeeld "4 + 4" een geldige uitdrukking maar "76#&98+A!" niet. Email zou minder nuttig zijn als er geen headers waren: iedereen die een bericht verstuurt zou altijd de header-informatie in het bericht zelf moeten opnemen, of de ontvanger zou het niet eens te zien krijgen. Als een bericht niet ondertekend zou zijn zou je geen idee hebben waar het vandaan kwam (en een valse ondertekening zou je nog verder kunnen misleiden).

Het beschrijven van de inhoud is dus een nuttig streven. In feite is het, als je ontzettend veel inhoud hebt, bijna onmogelijk om er doorheen te navigeren zonder een soort van meta-inhoud. Miljoenen mensen gaan naar Yahoo om Web-pagina's in een nuttig (hoewel enigzins arbitrair) systeem van categoriën en klassen op te zoeken. Diezelfde mensen zouden naar AltaVista kunnen gaan om miljoenen Web-pagina's op inhoud te doorzoeken, maar het zoeken op inhoud is vaak minder nuttig als je aan het rondsnuffelen bent. Als je tijdschriften over de Macintosh wilt vinden, dan kun je door Yahoo heenduiken totdat je een lijst krijgt van zo'n 30 verschillende websites over het onderwerp. Zoeken naar "Macintosh Magazine" in AltaVista resulteert in 400,000 pagina's, inclusief vacatures bij Macworld, tientallen pagina's van de MacToday-site, oude artikelen van Byte in het Italiaans, enzovoort. Het rauwe tekstzoeken geeft veel meer resultaten, maar deze zijn niet zo bruikbaar als de meer begrensde uitkomst van Yahoo.

<http://www.yahoo.com/>
<http://altavista.digital.com/>

Als je eenmaal een goede beschrijving van een bepaald soort inhoud hebt, dan kan deze meta-inhoud effectief en efficiënt worden doorzocht met uitstekende resultaten. Het grootste probleem (tot nu toe) is dat goede meta-inhoud alleen door mensen geleverd kan worden. Technologie is hier beter in aan het worden (Apple demonstreerde 'agents' die tekstdocumenten naar een enkele zin distilleren) maar mensen doen het nog steeds veel beter. Uitgevers nemen vaak een beschrijving in hun boeken op voor de kaarten van bibliotheek-catalogi, om de bibliothecarissen te helpen; zonder deze hulp kunnen bibliothecarissen zich geen beeld vormen van de inhoud van een boek, behalve door het vluchtig door te bladeren of de inhoudsopgave te bekijken, en weinig bibliotheken hebben de middelen om een bibliothecaris te huren alleen om boeken te lezen en ze accuraat te catalogiseren.

Op een vergelijkbare manier is het de trend in het Web-publiceren om de pagina's zichzelf te laten beschrijven. Ervan uitgaande dat je eerlijk bent kan je je eigen pagina zelf accurater in 25 woorden beschrijven dan iemand bij Yahoo, en veel accurater dan een tekstopvraagsysteem. De HTML 3.2-standaard bevat een META-sleutelwoord zodat je enige meta-inhoud aan je Web-pagina's kunt toevoegen om behulpzaam te zijn bij het automatisch indexeren en andere activiteiten waarbij meta-inhoud betrokken is.

< http://www.w3.org/pub/WWW/MarkUp/Wilbur/>

Maar waarom MCF? Individueel gegenereerde stukjes meta-inhoud zijn bruikbaar, maar als je verzamelingen van honderdduizenden documenten gaat beschrijven, dan is er een norm nodig. Laten we het voorbeeld van een kaartencatalogus van een bibliotheek uitbreiden tot een geautomatiseerde catalogus. Als je naar een kaart van een boek kijkt, kun je meteen zien of het boek soms 27 auteurs heeft (misschien is het een bloemlezing). Maar als je die informatie in een database invoert, en er zijn maar drie velden voor "auteur" dan heb je een probleem; of je laat 24 auteurs weg, of je zet ze in een veld dat er niks mee te maken heeft, zoals "beschrijving". Op beide manieren worden mensen die een boek zoeken op een van deze 24 auteurs gedupeerd (want wie zoekt er nu naar een auteur in het veld voor de beschrijving?). Grote meta-inhoudsystemen moeten flexibel zijn; in feite bestaat het MARC-formaat dat gebruikt wordt door de Amerikaanse Library of Congress uit een verzameling data aangegeven door sleutelwoorden (tags); je kunt zoveel "auteur"-sleutelwoorden en en auteurs invoeren als je wilt voor ieder boek, met als enige begrenzing de opslagcapaciteit van de betreffende computer.

<http://lcweb.loc.gov/marc/>

Waarom gebruiken we dan niet een bestaand formaat zoals MARC om inhoud op het Web te beschrijven? MARC is geen open standaard. De "sleutelwoorden" die gebruikt worden om aan te geven wat iedere ingevoerd veld bevat zijn in feite getallen; en getallen die niet zijn vrijgegeven, zijn gereserveerd voor verdere definitie door de MARC-commissie, met slechts een paar uitzonderingen. Verder bevatten MARC-records binaire gegevens en zijn dus niet makkelijk door de mens te lezen. Andersom lijkt het MCF-formaat van Guha meer op HTML. Je moet weten dat een auteir van een Web-pagina in HTML zijn eigen tags kan verzinnen. Als een browser niet weet wat-ie ermee aanmoet, dan worden de tags gewoon genegeerd. Als een browser er wel wat mee doet, dan kan een pagina leuke nieuwe eigenschappen bevatten. Netscape doet dit met bijna iedere nieuwe uitgave van Navigator.

Apple hoopt dat MCF net zo ontvangen zal worden; het is een simpel, tekstueel formaat dat objecten en hun eigenschappen definieert. Er zijn geen begrenzingen voor welke eigenschappen worden beschreven voor ieder object, noch zijn er vereisten dat alle eigenschappen beschreven moeten worden of dat alle relaties tussen objecten moeten voorkomen. De MCF-implementatie van HotSauce hanteert maar een paar eigenschappen voor ieder object: "ouder"-objecten, "kind"-objecten, mogelijke locaties waar de kinderen zouden kunnen voorkomen in het 3D-overzicht in relatie tot de ouderobjecten, en dat is het wel zo'n beetje. Je kunt het MCF-witboek verkrijgen bij de volgende URL.

< http://applenet.apple.com/hotsauce/text/mcf.html>

Apple heeft MCF opgegeven bij de Internet Engineering Task Force (IETF) voor overweging als een Internet-norm voor het beschrijven van inhoud, en ik weet niet van enige vergelijkbare tegenvoorstellen. Als de IETF MCF inderdaad als een norm accepteert, dan kunnen we ervan uitgaan dat re een aantal standaard-attributen zullen komen voor het beschrijven van data (gewone dingetjes zoals "naam", of "URL"; misschien "beschrijving", of "auteur", of andere vergelijkbare sleutelwoorden), maar extra gegevens kunnen nog steeds worden opgenomen.

Wat Gaat MCF Voor Ons Betekenen? Voor het geval je dit allemaal leest met een achteloos "Het zal wat!" in je achterhoofd, moet je je realiseren dat de meeste standaarden saai zijn - het wordt pas interessant als je je realiseert wat je er mee kan.

Denk aan HTML. De gedachte om tekst te markeren met nog meer tekst die aangeeft hoe de originele tekst er uit zou moeten zien is in feite een raar idee. Het is geen compacte manier om veranderingen in stijl aan te geven (een "bold" commando kan uitgedrukt worden in minder dan één byte, in plaats van de lange <STRONG> tag), bovendien is HTML broncode niet eenvoudig te lezen en niet handig voor uitgebreide pagina-beschrijvingen.

Maar, HTML is wel eenvoudig voor computers om mee te werken, het is uitbreidbaar (zoals we gezien hebben) en de eenvoudige hypertext mogelijkheden die een zin op een pagina kunnen verbinden met een totaal andere pagina leidde tot de Web browser, die weer leidde tot het World Wide Web van vandaag de dag, wat weer wel behoorlijk wat is.

MCF heeft dezelfde kenmerken - het is makkelijk om aan te maken, makkelijk om te gebruiken en tevens makkelijk voor computers om mee te werken. Bij gebrek aan een betere term voorzie ik een MCF "browser" programma wat in staat is om te navigeren door willekeurig welke verzameling MCF data. De HotSauce Web site van Apple heeft verschillende van dergelijke MCF verzamelingen genaamd "X Spaces" vanwege de vroege Project X naam. Als je Apple's Netscape plug-in voor HotSauce hebt kan je door deze X Spaces vliegen in je Web browser.

<http://applenet.apple.com/hotsauce/>

Je kunt ook een stand-alone HotSauce applicatie downloaden om de X Spaces op die manier te bekijken. Dit omvat een keus aan formaten die recentelijk zijn toegevoegd aan de plug-in - de 3-D fly-through methode, of een twee-dimensionale Finder-achtige lay-out met mappen en ontsluitingsdriehoeken die mapinhoud laten zien als erop geklikt wordt, net zoals de View by Name mogelijkheid van de Finder het op een andere manier laat zien.

Dat is de echte sleutel - een enkele manier om een grote verzameling gegevens te tonen op welke manier de programmeur maar kan bedenken. De huidige HotSauce interface is niet zo indrukwekkend in dit tijdperk van 3-D graphics, maar het is slechts een manier om naar MCF data te kijken - het zou relatief gemakkelijk moeten zijn om een andere interface te maken voor dezelfde data.

Als iedere Web site zelf een MCF beschrijving zou genereren, zou je door kunnen gaan naar willekeurig iedere site om die informatie te vinden die voor jou het meest relevant is zonder een kaart van de site te gebruiken (wat helemaal niet nuttig zou kunnen zijn; sommige Web site kaarten zijn storend inadequaat), of de site te onderzoeken als ware het een venster in de Finder. Een MCF-viewing Live Object zou die mogelijkheid toevoegen aan iedere OpenDoc container op je Macintosh.

Hetzelfde MCF browser of viewer zou je door je eigen hard disk kunnen leiden, door de Web pagina's van Yahoo, door iedere Web site met een MCF beschrijving - zelfs door een database met MCF beschrijving (denk aan het bladeren door enorme databases als ware het je eigen hard disk!) - eigenlijk door zowat alles.

Dat zijn de redenen waarom mensen bij Apple zeggen dat MCF voor databases zal zijn wat HTML voor tekst is. Als het overgenomen wordt door de wereld, als een IETF standaard of op een ander manier, zouden ze wel eens gelijk kunnen hebben.

Concurrerende Meta-Content Standaarden -- Er zijn nog meer pogingen geweest om een standaard beschrijving voor inhoud te creëren, maar geen van deze heeft een bedrijf als Apple er achter staan. Bovendien heeft de uitvinder van MCF bij Apple, R.V. Guha, verdergeborduurd op onderzoek naar de mogelijkheden, zoals de Dublin Core group een voorlopige standaard heeft gezet. Het is nog vroeg voor MCF; alhoewel Dublin Core meer leunt op academische gronden en lijkt op structuren voor catalogiseren van een bibliotheek, zegt de white paper van Guha dat er geen reden is waarom de voordelen van Dublin Core niet in MCF uitgedrukt zou kunnen worden als er wat werk wordt besteed aan het definiëren van een syntax.

En het Nashville project van Microsoft? Nashville is de code naam voor de "Internet Add-On Pack" van Microsoft en hiervan wordt verwacht dat het snel komt voor Windows 95 en Windows NT (blijkbaar nu ook "Active Desktop" genaamd). Het wordt beschreven in de pers als "het inbouwen van de browser in het besturingssysteem," en verondersteld wordt dat het ook een manier zal bevatten om je hard disk als een Web pagina te bekijken, compleet met hyperlinks. Volgens mijn onderzoek is dat precies wat het doet.

Nashville beschrijft niet zowel Web pagina's en de inhoud van de harde schijf in een meta-content formaat, om vervolgens een MCF-achtige technologie te gebruiken om beide te bekijken. Nashville vervangt (of voegt toe) het desktop programma van Windows (hun Finder, als je dat liever heb) door een gedeelte van de code te delen met Microsoft Internet Explorer 4.0. Als je de discussie verplaatst naar meer bekende Macintosh termen, zouden met Nashville Web vensters in de Finder openen zonder een aparte browser te starten (net zoals geluiden en clipping bestanden) en je zou zelfs je desktop kunnen aanpassen om Web bestanden te laten zien in plaats van bestandsiconen en vensters van de Finder. Je zou ook Finder-achtige vensters toe kunnen voegen aan Web pagina's of documenten.

Microsoft bereikt dit allemaal zonder meta-content formaat door een ActiveX control te gebruiken om bestands- en mapformaten te gebruiken binnen Internet Explorer vensters. De browser zelf weet niets over de hard disk; het weet alleen iets van ActiveX en een gedeelte van ActiveX weet weer iets over de hard disk. (In ons vorige voorbeeld weet OpenDoc niets over MCF, maar een MCF Live Object zou die functionaliteit door kunnen geven aan ieder OpenDoc document.)

De technologie van Nashville is goed. Een toekomstige versie van het Macintosh OS zou zelfs verder kunnen gaan met OpenDoc omdat OpenDoc ieder Live Object kan bevatten, terwijl het erop lijkt dat Nashville alleen ActiveX controls kan incorporeren in vensters van de Web (op basis van de beschrijvingen van Microsoft concludeer ik dat het niet mogelijk is om een grote spreadsheet te hebben met een gedeelte Web inhoud, maar je zou wel een grote Web pagina met spreadsheet inhoud kunnen hebben).

Het is waarschijnlijk dat Nashville beschikbaar is voordat IETF serieus aan het werk gaat met MCF, maar omdat beide standaarden geen concurrenten van elkaar zijn, zou dat niets uit hoeven maken behalve dan in de perceptie van het publiek. Microsoft heeft nog niets over MCF gezegd, en zal MCF als het van de grond komt waarschijnlijk snel omhelzen zoals elk bedrijf dat bezig is met Internet.

Toegang tot gegevens is niet langer een probleem, maar het vinden van bruikbare gegevens is steeds moeilijker met de toename aan bronnen. MCF is een mogelijke manier om het groeiende Internet een beetje meer beheersbaar te maken, en ik begrijp waarom Apple er zo opgewonden over is.

[Dit artikel is herdrukt met permissie van MDJ, een dagelijkse Macintosh publicatie met nieuws, produkten en gebeurtenissen in de Macintosh wereld. Als je niet genoeg gefundeerd Mac nieuws kan krijgen, neem dan een proef-abonnement op MDJ. Voor meer informatie en de gratis MDJ Recap #1 in setext of Acrobat PDF formaat, kun je de MDJ Web site bezoeken op <http://www.gcsf.com/>.]


Niet-winstgevende en niet-commerciele publikaties en Websites mogen artikels overnemen of een HTML link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te kontakteren. We garanderen de precisie van de artikels niet. Caveat lector. Publikatie-, produkt- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.

Vorige aflevering | Overzicht van afleveringen | TidBITS Homepage | Volgende aflevering