Previous Issue | List of Issues | TidBITS Home Page | Next Issue

TidBITS#335/08-Jul-96

Na een week vrijaf, komen we terug met het tweede gedeelte van Geoff's gedetailleerde kijk op de PowerPC chip en andere bits van de Macintosh architectuur. De bijdrage van Adam bestaat uit advies voor mensen die Internet presentaties moeten geven, en Tonya bekijkt een aantal Web browser plug-ins die browsers zowel laat praten als luisteren, tezamen met een nieuwe mailing lijst genaamd Disabled-Talk. MailBITS over de release van de commerciële versie van System 7.5.3 en BBEdit 4.0.1 completeren deze uitgave.

Dit nummer van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door: Copyright 1990-1996 Adam & Tonya Engst. Details aan het einde van deze editie.
Informatie: <info@tidbits.com> Comments: <editors@tidbits.com>


Topics:

MailBITS/08-Jul-96

Apple's roep om Eenheid -- Apple heeft eindelijk de langverwachte 'losse-verkoop-versie' van Systeem 7.5.3 uitgebracht. Deze versie kan een universeel systeem installeren dat alles opstart vanaf een Mac Plus. Onder de codenaam Unity, bevat deze verkoopversie van Systeem 7.5.3 ook de aanpassingen van Systeem 7.5.3 Revision 2 (zie TidBITS-332), LaserWriter 8.3.4 (zie TidBITS-333), ondersteuning voor 8x CD- ROM drives, de Apple Internet Connection Kit en een optionele installer voor OpenDoc 1.0.4. De software kost $ 99 en zou binnenkort beschikbaar moeten zijn via de bekende verkoopkanalen op floppy disk en DC-ROM; eigenaars van Systeem 7.5 kunnen een upgrade verkrijgen voor $ 49 door te bellen met 800/293-6617 ext. 1 met een bewijs van eigendom. Voor veel Mac gebruikers en ondersteuningspersoneel vereiste het installeren van 7.5.3 het doorlopen van een reeks installers, downloads en patches - het is goed dat Apple nu alles samen heeft gebracht in een enkele release, zelfs al zal het snel overvleugeld worden door nieuwe versies van Open Transport en andere systeem componenten. Apple zegt dat internationale versies van Unity beschikbaar zouden moeten komen binnen 90 dagen. [GD]

<http://product.info.apple.com/pr/press.release s/1996/q4/960702.pr.rel.macos.html>

BBEdit 4.0.1 Update -- Bare Bones Software heeft een update voor BBEdit 4.0.1 uitgebracht, die verbeterde HTML gereedschappen, de mogelijkheid om tekstbestanden direkt op een FTP server op te slaan en te bewerken, en multiple undo's bevat. De update is gratis voor huidige BBEdit 4.0 gebruikers; de update werkt met geen enkele versie van BBEdit Lite. [GD]

<ftp://ftp.barebones.co m/pub/updaters/>

Plain Talk op het Internet

door Tonya Engst <tonya@tidbits.com>

Heb je interesse om op het Web te surfen mèt geluid? Twee browser plug-ins, ListenUp en Talker geven je hiertoe de mogelijkheid. Ik heb beide plug-ins gebruikt in combinatie met zowel Netscape Navigator 2 als Internet Explorer 2, zonder crashes op mijn Power Macintosh 7100. Beide plug-ins vereisen dat je PlainTalk hebt geïnstalleerd, Apple's spraakherkennings-technologie die onderdeel is van Apple's Systeem 7.5, maar die je ook kunt downloaden van diverse online bronnen.

<ftp://ftp.info.apple.co m/Apple.Support.Area/Apple.Software.Updates/US/Macintosh/System/Pla inTalk_1.4.1/>

ListenUp 1.41, geschreven door Bill Noon, geeft je de mogelijkheid om links te volgen door hun namen uit te spreken. Er zijn enkele maars: je moet een PowerMac hebben die is uitgerust met een PlainTalk microfoon, met Systeem 7.5 of hoger, en de link die je op een Web-pagina volgt moet speciaal gecodeerd zijn om met ListenUp te werken. En daarbij moet je fortuinlijk genoeg zijn dat spraakherkenning redelijk voor jou werkt; ikzelf ben op dat vlak slechts matig succesvol. Web-auteurs die ListenUp willen ondersteunen moeten een klein stukje additionele HTML toevoegen aan hun pagina's (voor de kenners: dat kleine stukje is een <EMBED> tag), en ze moeten op hun Web-servers ook een tekstfile plaatsen die link-tekst koppelt aan URL's.

<http://snow.c it.cornell.edu/noon/ListenUp.html>

In tegenstelling tot ListenUp, dat Web-browsers helpt luisteren, helpt Talker 2.0 Web-browsers praten. Deze gratis plug-in van MVP Solutions laat je de tekst van een Web-pagina horen. Een Web-pagina met Talker-ondersteuning geeft de tekst op de gebruikelijke wijze weer op het scherm, maar je Mac spreekt automatisch de woorden uit die op deze pagina staan. Web-auteurs kunnen pagina's zelfs zodanig inkleden dat verschillende stukken tekst gesproken, of zelfs gezongen, worden met verschillende stemmen. Om Talker te kunnen gebruiken moet je het "English Text-to-Speech"-deel van PlainTalk geïnstalleerd hebben. De Talker Read Me-file helpt je om te zien of je de juiste software geïnstalleerd hebt, én wat je moet doen als dit niet zo is.

<http://ww w.mvpsolutions.com/PlugInSite/Talker.html>

Momenteel ondersteunt TidBITS geen HTML met ListenUp of Talker- instructies, maar voor toekomstige edities sluit ik dit niet uit. In plaats van HTML-auteurs die speciale HTML-tags toevoegen om hun pagina's geschikt te maken voor spraak, zou het echter aardig zijn als meer browsers spraak zouden ondersteunen. Zo kan bijvoorbeeld NCSA Mosaic 3.0b2 de inhoud van pagina's uitspreken zonder dat er speciale HTML is toegevoegd. Een goed toegeruste browser zou zelfs bijzonderheden kunnen hebben als het beklemtonen van tekst in <EM> tags, of je laten configureren welke stemmen er spreken wanneer je Mac verschillend getag-de tekst leest. Zo zou je bijvoorbeeld aan koppen een meer gezaghebbende stem kunnen toewijzen dan aan reguliere tekst.

<http://www. ncsa.uiuc.edu/SDG/Software/MacMosaic/>

Er is al een TidBITS-lezer die PlainTalk en zijn PowerBook gebruikt tijdens zijn dagelijks gependel tussen TidBITS en andere online-periodieken. Hij is geen Mosaic-gebruiker, dus het vereist enige mate van configuratie van zijn kant, maar blijkbaar is de tijd die hij nodig heeft om van zijn huis in Redmond naar zijn kantoor in de binnenstad van Seattle te rijden net lang genoeg om naar een complete TidBITS-editie te luisteren.

Disabled-Talk -- Wanneer je interesse om gebruik te maken van het web via geluid minder te doen heeft met nieuwigheid dan met noodzaak, of wanneer je meer in het algemeen geïnteresseerd bent in bijkomende manieren om gebruik te maken van je Macintosh, wil je wellicht ook op de nieuwe Disabled-Talk mailinglist komen te staan. Deze lijst houdt zich bezig met discussies op het gebied van Mac-gerelateerde technieken en technologiën die het leven van mensen met een handicap gemakkelijker maken. Dergelijke discussies kunnen ook informatie bevatten met betrekking tot het gebruik van geluid om met een Macintosh om te gaan, scherm-vergroting, en het gebruik van een Mac om een veelheid aan taken te automatiseren, zoals het inschakelen van lampen.

<http://thelo rax.res.cmu.edu/lists/disabled.html>

Presentatie van het Internet

door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

Ik heb onlangs een aantal spreekbeurten gehouden op conferenties zoals de Adobe Internet Solutions Conference, en het lijkt me aardig om enkele van de trucs en technieken uit de doeken te doen die ik heb uitgewerkt voor Internet-presentaties.

Toen ik aan de Cornell Universiteit studeerde, behelsde mijn parttime baan het beheren van een seminar-ruimte met een projector. Ik heb veel te veel demonstraties gezien (en gered) die ondermijnd werden door technische gebreken. Als gevolg daarvan neig ik zelf naar extreem low-tech presentaties. Met uitzondering van een keelonsteking, kan er niet veel mis gaan wanneer je slechts praat. Voeg een overhead-projector toe en de lamp kan het begeven; gebruik een Macintosh en de projector kan de boel op diverse manieren verpesten, om maar niet te spreken van alle mogelijke problemen als je een onbekende Mac gebruikt met onverwachte fonts en extensies. Voeg een live Internet-verbinding toe en je tart de wetten van Murphy (wat er ook fout kan gaan, zal fout gaan).

Het belangrijkste aan een presentatie is volgens mij dat het technologische niveau zo laag mogelijk wordt gehouden. Uiteraard is dat niet zo vanzelfsprekend met Internet-toepassingen, dus waar het eigenlijk op neerkomt, is zoveel mogelijk variabelen isoleren en zelfs elimineren als je zo'n technologisch hoogstaande presentatie moet brengen. Heb je jouw eigen PowerBook meegebracht en kan je die aansluiten op de projector, gebruik dan liever dat toestel in plaats van een andere, eventueel beschikbare Macintosh. Hetzelfde geldt voor de modem. Hoe meer je gebruik maakt van apparatuur waarmee je vertrouwd bent en waarvan je weet dat het werkt, in plaats van je te wagen aan het onbekende, hoe kleiner het risico dat je presentatie de mist in gaat.

Wat Internet-presentaties betreft, heb ik heel sterk de indruk dat het verwerken van "slides" in HTML veel betere resultaten oplevert dan het gebruik van programma's zoals Persuasion of PowerPoint. Afgezien van het feit dat ik dergelijke programma's zelden of nooit gebruik, is HTML enorm flexibel. Zo kan ik bijvoorbeeld mijn grafieken en illustraties bewaren op mijn webserver, zodat ik daarop kan terugvallen in het geval dat er iets gebeurt met de kopieën die ik heb meegenomen. Van die mogelijkheid heb ik nog nooit moeten gebruik maken, maar het vergemakkelijkt bijvoorbeeld ook het tonen van allerlei websites tijdens je presentatie - gewoon even klikken en je bent er. Bovendien is het vertalen van illustraties naar HTML enorm eenvoudig. Gewoonlijk bestaat zo'n slide uit een illustratie bovenaan op de pagina en dan een kort lijstje met de items die je bespreekt. Onderaan staan dan 'Vorige'- en 'Volgende'-symbolen, waarmee je kan navigeren. Je kan natuurlijk overal in je presentatie links aanbrengen, maar ik raad je aan om vooral lineair te werk te gaan (dus enkel naar de vorige of volgende pagina), omdat je anders snel verdwaald raakt, en dat geeft geen al te beste indruk...

Ik stel mijn slides op een vrij ongebruikelijke manier samen. Vertrekkend vanuit een outline, doorloop ik de tekst die ik zal brengen, en gaandeweg maak ik dan HTML-bestanden aan voor elke slide die ik nodig heb. Het eerste bestand noem ik dan zoiets als "connect2.html". Om mijn volgende slide aan te maken, dupliceer ik het eerste bestand in de Finder, hernoem ik het bijvoorbeeld als 'connect2.html' en begin het dan pas te bewerken. Dat is namelijk gemakkelijker dan iedere keer opnieuw te beginnen en het zorgt ook voor een grotere uniformiteit. Belangrijk is wel dat je het eerst bestand helemaal juist krijgt, want anders moet je eventuele veranderingen aanbrengen in al de bestanden die je daarop hebt gebaseerd. Dat is geen probleem als het kleine veranderingen betreft, omdat programma's zoals BBEdit of NisusWriter bijvoorbeeld vervangingen kunnen uitvoeren in de hele reeks documenten waaruit je presentatie bestaat. Ik heb ook al presentaties gezien die uit één lang HTML-document bestaan, waarin je kan navigeren door ofwel te scrollen, ofwel door middel van links die je naar een volgend gedeelte van de tekst brengen.

Als je tijdens je presentatie voorbeelden van bepaalde websites wil tonen, is het geen slecht idee om het grootste deel van die site, compleet met illustraties en links, eerst te downloaden door middel van WebWhacker van The ForeFront Group. Daardoor kan het geen kwaad meer als je de site niet kan bereiken tijdens je presentatie omdat je Internetverbinding niet in orde is. Ik raad je aan om twee links te maken voor iedere voorbeeldsite: een plaatselijke link naar de gedownloade versie op jouw eigen computer, en een andere naar de on-line versie. Het kan namelijk altijd dat je een deel niet gekopieerd hebt, maar toch even wil tonen tijdens je presentatie. Bovendien, en dat is eigenlijk nog belangrijker, is het soms nodig om te tonen hoe snel een site werkelijk is. Dat kan je namelijk niet demonstreren met zo'n instant-kopie op jouw harde schijf.

<http://www.ffg.com/whacker.h tml>

Er is nog een goede reden om HTML te gebruiken voor je presentatie: naargelang van de browser die je gebruikt, biedt het je nog wat extra mogelijkheden. Tenzij je sites wil tonen die bijvoorbeeld sterk gebaseerd zijn op Netscape-extensies, is dat natuurlijk niet zo belangrijk. Tonya heeft bijvoorbeeld een voorkeur voor MacWeb omdat het in vergelijking met de Microsoft Internet Explorer of Netscape Navigator meer controle biedt over de lettertypes en stijlelementen. Nu we het toch over lettertypes hebben: zorg ervoor dat je een lettertype gebruikt dat ook vanop de achterste banken goed leesbaar is. In Netscape is het standaardlettertype bijvoorbeeld Times 12 punt, wat vrij klein en moeilijk leesbaar is op een scherm. Meestal schakel ik daarom over naar New York 12 punt, wat beter is voor de ogen omdat het ontworpen is om goed over te komen op een scherm. Als gekozen hebt voor verschillende HTML-bestanden, doorloop je best eens je volledige presentatie om ervoor te zorgen dat je zo weinig mogelijk moet scrollen. Dat leidt je namelijk af van je voornaamste taak, namelijk spreken.

Laat in elk geval zo weinig mogelijk toolbars en andere onderdelen van Netscape open. Niemand zal trouwens kunnen lezen wat er in het 'Location'-veld staat, en als je websites op je harde schijf gebruikt, spelen die URL's toch geen enkele rol. Elementen zoals de 'Directory'-knoppen zijn totaal nutteloos tijdens een presentatie en de schermruimte die ze innemen, kan je beter aan de inhoud van je documenten besteden. Een aantal mensen in de zaal zullen het misschien moeilijk hebben om te zien wat er onderaan het scherm staat, waardoor het beter is om je informatie op de bovenste twee derden van je scherm te zetten. Dit lijkt misschien onbelangrijk, maar het heeft geen zin om schermruimte te verspillen met onnodige schermonderdelen, die je publiek toch maar afleiden.

Aangezien niemand de URL's kan lezen van de sites die je bezoekt, mag je zeker niet vergeten ze op papier te zetten en dit achteraf uit te delen. Zo'n overzicht uitdelen is sowieso een goed idee omdat men anders tijdens je presentatie als gek zit te noteren en dus niet altijd goed let op wat je aan het zeggen bent. Om een of andere reden vinden mensen het absoluut noodzakelijk om alle URL's te kennen die je hebt besproken, en probeer die dingen maar eens uit te spreken!

Dit is niet het beste moment om gedetailleerd in te gaan op wat het brengen van de presentatie zelf betreft, maar twee punten wil ik toch vermelden. Ten eerste, als je een modem gebruikt om enkele websites te bezoeken, verontschuldig je dan niet voor de eventuele lage snelheid van dat toestel, of toch niet meer dan eens. Ten tweede, als je het publiek vragen laat stellen (wat je zeker moet doen, maar alleen op gepaste overgangspunten en op het einde), moet je de gestelde vraag altijd nog eens herhalen. Als je dat niet doet, is de kans groot dat de meeste aanwezigen de vraag niet hebben gehoord, en dat is één van de meest gemaakte fouten tijdens technische presentaties.

Vissen naar Chips: Deel 2

door Geoff Duncan <geoff@tidbits.com>

In TidBITS-334 bekeken we de PowerPC processor familie en sommige termen en technologiëen hiermee geassociëerd. Als je het vorige artikel gelezen hebt zult je nu wel het onderscheid kennen tussen 68K en PowerPC chips, waarom kloksnelheid en klokvermenigvuldigers belangrijk zijn, het verschil tussen Level 1 en level 2 caches en de verschillen tussen de meerdere PowerPC chips onderling. Dit tweede deel bouwt verder op deze informatie en bekijkt bijkomende software-en hardware- komponenten van de Power Macintosh.

Leve de Emulators -- Als er één ding is dat het sukses van de Power Macintosh heeft uitgemaakt is het de 68K emulator die in de systeemsoftware ingebouwd is. Volgens concept situeert de emulator zich tussen de PowerPC-processor en de executiecode. Als de code geschreven is voor de PowerPC (wat men "native" noemt) doet de emulator niets. Als daarentegen de code geschreven is voor 68K machines, vertaalt de emulator die naar een PowerPC code (op een zeer laag niveau) en voedt die dan aan de PowerPC-processor. Zonder de 68K emulator zouden niet- "native" programma's gewoon niet draaien op een Power Mac.

De 68K emulator stelde Apple in staat de Macintosh te doen evolueren naar een nieuwe processor-architectuur met behoud van een betrouwbare compatibiliteit met bestaande programma's. Voorwaar een goede zaak. Tegelijkertijd is 68K emulatie ook de Achillespees van de Power Mac, omdat de prestaties onder 68K emulatie niet te vergelijken zijn met de "native" PowerPC prestaties. Toen de Power Macs werden geïntroduceerd deden Power Mac gebruikers in veel gevallen een stap terug wat betreft prestaties daar de overgrote meerderheid aan software alleen voor 68K machines was bestemd. Hoewel sommige "native" programma's tamelijk snel verschenen, duurde het voor programma's zoals QuarkQPress, Microsoft Office en FileMaker Pro nogal wat eer ze Power Mac-native werden.

Voorts, hoewel Apple vele kritieke onderdelen van de systeem- software aanpaste voor de PowerPC, is er toch nog een groot gedeelte dat terugvalt op de 68K emulator. Vandaar dat zelfs high- end Power Macintosh-machines wegebben in het moeras van 68K codes, wat hun prestaties toch beduidend beperkt, zelfs bij het draaien van "native"-toepassingen.

Maar, als de 68K code dan zo traag is, hoelang zullen de 68K emulators dan nog bestaan? Heel eenvoudig: Apple zal voor altijd een 68K emulator in het systeem moeten voorzien.

Eerstens steunt het Mac OS beduidend op de 68K emulator, en hoewel Syteem 8 duidelijk meer Power Mac-native codes zal hebben dan systeem 7.5.3, is het onwaarschijnlijk dat het komplete systeem ooit volledig native zal worden. Op een basisniveau is het de moeite niet waard alles over te zetten, vooral voor weinig gebruikte gedeelten van het systeem, die geen behoefte hebben aan hoge prestaties.

Ten tweede legt Apple zich er op toe dat 68K toepassingen zullen blijven draaien. Bijna elke Power Mac-gebruiker gebruikt software die voor 68K machines geschreven is en nooit voor PowerPC zal omgezet worden. Een sprekend voorbeeld hiervan is Maelstrom van Ambrosia, dat grotendeels in de 68K assembly-taal geschreven is. Maelstrom omzetten voor de PowerPC zou een enorme onderneming zijn. Trouwens, twee jaar na introductie van de Power Macintosh draait Maelstrom nog steeds in emulatie, en is trouwens een goed testprogramma voor 68K emulatoren.

<http://www.ambrosiasw.com/Ambrosia_Products/Maelstrom.html>

68K emulatie in het systeem behouden betekent niet noodzakelijk dat er geen verbeteringen kunnen aangebracht worden. De originele 68K emulator van Apple was statisch, daar hij 68K instructies stuk voor stuk omzette naar PowerPC codes. De prestaties van emulatie kunnen verbeterd worden door het vergroten van de Level 1 en Level 2 caches (de prestatie van de emulator is beter op de 603e PowerPC chip dan op de originele 603 omwille van een vergrote Level 1 cache). Niettemin is het ook mogelijk een "slimmere" emulator te construeren.

Met de PCI Power Macs introduceerde Apple een aanzienlijk snellere dynamische recompilatie-emulator (DR). De DR emulator onderzoekt de 68K code op lussen en bergt de vertaalde PowerPC code op voor later gebruik, in plaats van dezelfde 68K instructies steeds maar weer te vertalen. De DR emulator komt echter in een hogere prijsklasse omwile van compatibiliteit: programma's die niet correct functioneren op 68040 machines met de processor-caches ingeschakeld zullen eventueel niet correct functioneren. Verder werkt Apple's DR emulator alleen op PCI Power Macs. De ROM's van vroegere Power Macs zijn hier niet voor geschikt.

Een goed alternatief hiervoor is Speed Emulator, een onderdeel van Connectix's Speed Doubler. (Zie TidBITS-292.) Speed Emulator is ook een DR emulator, en hoewel het meer geheugen nodig heeft dan die van Apple, zijn zijn prestaties merkelijk beter en bovendien draait het op eender welke Power Mac. Bijkomende betere prestaties zijn duidelijk op verscheidene domeinen. Apple Event Manager draait merkelijk sneller, wat vooral geappreciëerd wordt door AppleScript gebruikers.

<http://www.connectix.com/>

Zowel de emulator van Apple als die van Connectix imiteren de 68LC040, wat een probleem kan stellen als je een 68K programma moet gebruiken dat een floating point unit (FPU) nodig heeft. FPU's waren oorspronkelijk geplaatst in een aparte chip, die bestemd was voor mathematische FPU-bewerkingen. Met de 68040 bouwde Motorola de meeste FPU-functies rechtstreeks in de processor, om ze daarna (uit oogpunt van kostenbesparingen) er terug uit te nemen voor de 68LC040. Programma's, die een FPU nodig hebben zullen dus niet onder emulatie draaien op een Power Mac, daar zij dadelijk zullen stellen dat er geen FPU beschikbaar is.

Als je op een Power Macintosh programma's wil draaien die een FPU nodig hebben heb je twee keuzes: SoftwareFPU en PowerFPU, beide van John Stein & associates. Beide programma's emuleren een 68K FPU, zodat programma's die een FPU nodig hebben wel degelijk kunnen functioneren. SoftwareFPU, een shareware-product aan $10, werkt goed, hoewel het niet PowerPC-native is en al zijn berekeningen door de 68K emulator moet sluizen. PowerFPU daarentegen is een commerciëel $20 produkt dat PowerPC-native emulatie voorziet. Vermits native PowerPC floating point functies zeer snel zijn, zijn de prestaties van PowerFPU redelijk goed.

<http://www.jna.com/>

De Magische Bus -- Bij het evalueren van de prestaties van een computer gaan de meeste gebruikers uit van de processor en kloksnelheid van de machine, voornamelijk omdat deze termen algemeen gebruikelijk en zo'n beetje vergelijkbaar, en kwistig gebruikt worden in advertenties. Een andere belangrijke factor wat de algehele prestaties van een computer betreft is de 'bus', de belangrijkste dataverbinding tussen de processor en andere componenten.

Het concept 'bus' laat zich het gemakkelijkst door middel van een analogie uitleggen: stel je je computer voor als een klein dorpje met slechts één straat. De meeste van de componenten van uw computer leven langs die straat, dus moet dezelfde straat steeds opnieuw gebruikt worden als informatie tussen de componenten wordt overgebracht. Een stoplicht reguleert het verkeer, en een complexe hoeveelheid locale wetten bepaalt wie kan doorgaan, wie moet wachten, en hoevaak mensen de straat op en af kunnen. Twee dingen bepalen hoe fast het verkeer zich beweegt: het aantal banen op de straat, en hoe vaak het stoplicht verandert. Er is maar één ding dat bepaalt hoe efficiënt het verkeer zich beweegt: de locale verkeerswetten.

In deze analogie is de busbreedte het aantal banen op de straat, de bussnelheid is hoe vaak het stoplicht verandert, en de hardware- architectuur en het besturingssysteem zijn de verkeerswetten.

Lijndiensten -- Bovenstaande analogie is een grove simplificatie - in werkelijkheid heeft een Macintosh een aantal verschillende bussen, waarvan de meeste zich in subsystemen bevinden. SCSI, Ethernet, seriële poorten, RAM, uitbreidingsslots (NuBus en PCI), en invoer-apparaten hebben allemaal hun eigen bussen, die allemaal een eigen breedte hebben en (soms) een eigen oscillator.

Bussnelheid is een belangrijke factor bij het overwegen van upgrades. Bij "clock chipping", een populaire, goedkope methose om Quadra's en eerste-generatie Power Macs te upgraden, wordt de klok-oscillator van de computer vervangen door een snellere. Hoewel dit de garantie van Apple vernietigt, en niet alle Mac succesvol "geclockchipt" kunnen worden (succesperecentages zijn ongeveer 90 procent), wordt de snelheid van de processor en de bus verhoogd door het vervangen van de klokchip, wat vaak resulteert in een goede algemene prestatie- verbetering. Voor gedetailleerde informatie over "clock chipping" kunt u de clock chipping FAQ van Marc Schrier raadplegen.

<http://violet.berkeley.edu/~schrier/mhz.html>

Veel PCI Power Macs en klonen hebben zowel hun klok-oscillatoren en processor-chips op een uitneembare CVE-dochterkaart, waardoor een ingebouwde upgrade-mogelijkheid bestaat naar een snellere klok en proccessor. Door dit ontwerp kunt u de processor en de klok- oscillator tegelijk vervangen. In veel gevallen is er echter nog steeds een limiet op de maximum-snelheid van de hoofdbus. In de huidige modellen van Apple is de uiterste limiet 50 MHz; de PowerTowers van Power Computing gaan tot 60 MHz. Dit betekent niet dat dochterkaart-upgrades geen zin zouden hebben voor deze machines, maar wel dat er geen verbetering van elk aspect van het systeem te verwachten valt boven een zeker punt.

Evenzo moeten upgrade-kaarten voor vroegere Mac-modellen (van de IIci tot de Quadra-serie) van verkopers zoals Apple en DayStar niet alleen worden bekeken op basis van de beloofde kloksnelheid van de PowerPC-chip, maar ook in termen van de prestatie-beperkingen die worden opgelegd door de andere hardware. In veel gevallen moeten deze kaarten via relatief langzame, smalle bus werken om data van schijven, poorten, andere apparaten, en/of RAM te ontvangen, waardoor in de praktijk het prestatie-niveau aanmerkelijk lager ligt dan bij Power Macs met vergelijkbare processorsnelheden. Deze upgrades mogen dan goed zijn voor het kunnen draaien van PowerPC code, maar hun prestaties zijn zelden equivalent aan die van een tweedehands Power Mac, en die kosten vaak evenveel.

De mythe van kloksnelheid -- Wat betekent dit nu allemaal uiteindelijk voor het aanschaffen van een Macintosh vandaag de dag?

Wees op je hoede voor de hype die de kloksnelheid van een bepaalde machine omgeeft. Alhoewel processorsnelheid (natuurlijk) gerelateerd is aan prestaties - en veel computerverkopers kondigen weinig meer aan dan de kloksnelheid van hun machines - zijn er nog veel meer factoren (processor soort, cache, emulatie, bus snelheid, systeem software en meer) die bijdragen aan de uiteindelijke prestaties van een machine.

Bijvoorbeeld, Power Macs bereiken hun hoge processor snelheden door de toepassing van klok 'vermenigvuldigers' die in de PowerPC processoren zijn ingebouwd, en de chips toestaan om sneller te werken dan de klok oscillator. Er is geen twijfel aan dat dit de prestatie bervordert, maar er zijn grenzen aan hoeveel dit oplevert. Er is een werkelijk prestatieverschil tussen een 120 MHz machine die een 6x klok vermenigvuldiger gebruikt op een 20 MHz bus en een 120 MHz machine met een 2x klok vermenigvuldiger op een 60 MHz bus. Alhoewel beide machines functioneren, zal de eerste machine meer tijd gebruiken om disks, netwerk, geheugen en extra kaarten te adresseren dan de tweede machine. Alhoewel ze ruwweg gelijk zijn in termen van ruwe processor performance zal de eerste machine een groter gedeelte van zijn klok cycli gebruiken om op de hardware te wachten.

Tevens is het van belang om te letten op de soort processor die de machine gebruikt. In termen van ruwe processor kracht is een 120 MHz PowerPC 604 beduidend (50 tot 75 procent) sneller dan een 120 MHz PowerPC 601 of 603e, zuiver door het processor ontwerp. In de praktijk kan het zo zijn dat een machine met een PowerPC 604 slechts licht sneller is dan een 120 MHz 603e met een snelle bus, video, disks en een goede emulator.

Als je computers niet kunt beoordelen op hun kloksnelheid, waar dan wel op? In toenemende mate zijn de enige betrouwbare metingen van prestatie die van benchmark applicaties als Speedometer, MacBench en Norton Utilities System Info.

<ftp://mirror.aol.com//pub/info-mac/cfg/speedometer- 402.hqx>
<http://www.zdnet.com/zdbop/macbench/macbench.html>

Ik vind niet dat de resultaten van deze programma's gezien moeten worden als het evangelie. Alhoewel tests op mijn Macs resultaten gaf die geloofwaardig waren voor elke machine, produceerde geen van deze programma's consistente resultaten in herhaalde tests. Desalniettemin doen dit soort programma's op zijn minst een poging om meer van de prestatie van een processor te meten, en als resultaten genoeg gemiddeld worden over een bereik van configuraties, zouden ze een redelijk idee moeten geven van de feitelijke resultaten van een machine.

Meer Informatie -- Deze twee artikelen hebben een behoorlijk terrein behandeld, en ik hoop dat ze een beetje van de verwarring hebben weggenomen over wat verschillende gedeeltes van de hardware doen en hoe je dat kunt relateren aan prestatie. Als je meer informatie wilt, kan ik de volgende technische bronnen aanbevelen.

Voor details over PowerPC processoren, neem een kijkje in Motorola's en IBM's informatie, en tevens de PowerPC FAQ:

<http://w ww.mot.com/SPS/PowerPC/library/library.html>
<http://www. chips.ibm.com/products/ppc/index.html>
<http://www.mot.com/SPS/PowerPC/library/ppc_faq/ppc_faq.html>

Als je geïnteresseerd bent in hoe processoren officieel 'gebenchmarked' worden (en wat een SPECint95 betekent!), kijk naar de bron:

<http://www.specbench.org/>

Als laatste, als je nieuwsgierig bent hoe de PowerPC werkt in het centrum van een Macintosh, beveel ik deze inleiding van Apple's Developer University aan:

<http://dev.info.apple.com/du/intro_to_ppc/ppc0_index.html>

Niet-winstgevende en niet-commerciële publikaties mogen artikels overnemen of een HTML-link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te kontakteren. We garanderen de precisie van de artikels niet. Caveat lector! Publikatie-, produkt- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van ondernemingen. Voor meer informatie over TidBITS: hoe zich te abonneren (enkel engelstalige versie!!!), waar vroeger edities te vinden en andere nuttige dingen, stuur e-mail naar: <info@tidbits.com>. Anders, contacteer ons op: <editors@tidbits.com>.

Vroeger edities verkrijgbaar via ftp en www:
<ftp://ftp.tidbits. com/pub/tidbits/issues/>
<http://www.tidbits.com/tb- issues/>

Om oude edities te zoeken, gebruik volgende URL met een webbrowser:
< http://wais.sensei.com.au/macarc/tidbits/searchtidbits.html>