Vorige aflevering | Search TidBITS | Volgende aflevering
TidBITS English | TidBITS Nederlands

TidBITS Logo

TidBITS#1180, 1 juli 2013

Terwijl je deze aflevering van TidBITS leest, nadert Google Reader zijn levenseinde. Deze populaire RSS-lees- en synchronisatiedienst zal ophouden te bestaan na 1 juli 2013. Het goede nieuws voor RSS-fans is dat Josh Centers de beste alternatieven ervoor bij elkaar heeft gezocht. Als het op de hoogte blijven van de wereld volgens het internet echter niet je favoriete bezigheid is beproef je misschien liever je talenten bij de "Battle of Britain", in Sky Gamblers: Storm Raiders, dat de luchtgevechten van de Tweede Wereldoorlog naar je Mac, iPhone en iPad brengt. Voor hen die hun tijd liever iets bedachtzamer doorbrengen duikt Michael Cohen in de functie van voetnoten in e-boeken. Daarnaast vertelt Steve Aquino hoe de opmaaktaal Markdown hem in staat heeft gesteld freelance schrijver te worden terwijl hij praktisch blind is. Ook kijken we hoe iOS 7 belooft de toegang te ontsluiten tot de online onderwijsdiensten van Apple voor kinderen jonger dan 13 jaar. Tot slot publiceren we het nieuwste boek van Jeff Carlson, "Take Control of your Digital Photos", als een serie van artikelen voor TidBits-leden. Een aanrader! Software-uitgaves die deze week om aandacht vragen zijn onder meer Transmit 4.4 en PopChar X 6.3.
 
Artikelen
 

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.

Er is ook een iPhone-versie van TidBITS-NL op <http://nl.tidbits.com/TidBITS-nl-1180i.html>
En als je de volgende koppeling opneemt als bladwijzer in Safari op je iPhone, iPad of iPod touch, heb je altijd de nieuwste aflevering:
<http://nl.tidbits.com/TidBITS-nl-i.html>


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<de contactpagina>


iOS 7 neemt belangrijk drempel voor onderwijs weg

  door Josh Centers: josh@tidbits.com, @jcenters

[vertaling: PAB]

De Children's Online Privacy Protection Act [wet ter bescherming van online-privacy van kinderen - nvdv] (COPPA) werd aangenomen in 1998 om kinderen online bescherming te bieden, maar het resultaat is dat kinderen onder de 13 jaar buitengesloten worden van online diensten. Diensten aanbieders zijn verplicht ouderlijke toestemming te verkrijgen voor kinderen onder de 13 voor het vergaren van persoonlijke informatie, maar dat is vaak niet de moeite waard, dus veel aanbieders, bijvoorbeeld Facebook, bannen jongere kinderen helemaal.

Zoals Adam Engst al eerder gedetailleerd beschreef in "Hoe COPPA kinderen leert te liegen" (15 november 2011), hebben deze wet en de onbedoelde consequenties een enorme drempel opgeworpen voor het gebruik van computers in het onderwijs. Kinderen en ouders worden gedwongen leeftijden te vervalsen om toegang te krijgen tot nuttige diensten. Helaas komen scholen er niet mee weg zo overduidelijk de wet te overtreden, waardoor diensten van Apple zoals iTunes en iCloud niet toegankelijk waren voor basis- en middelbare-schoolleerlingen onder de 13, ondanks de sterke aanwezigheid van iPads in het onderwijs.

Gelukkig heeft onderwijsexpert Bradley Chambers een oplossing ontdekt die Apple ons voorschotelt in iOS 7. Op de pagina Apples iOS 7 en onderwijs staat:

Leerlingen met een Apple ID kunnen een betere persoonlijk gebruik ervaren met toegang tot geweldige online diensten als iTunes U, iCloud back-up en de mogelijkheid licenties te verkrijgen in het nieuwe "Volume Purchase"-programma. En nu zullen scholen een programma hebben waarmee Apple de ouderlijke toestemming kan verkrijgen voor persoonlijke Apple ID's voor leerlingen onder de 13.

Dit is fantastisch nieuws voor opleiders en het beschikbaar krijgen van iTunes U-materiaal in scholen zou een zeer grote verandering teweeg kunnen brengen op veel verschillende manieren. Zoals Chambers zei, "dit is groot nieuws".

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Gestreamed advies voor het beheren van je digitale foto's

  door Adam C. Engst: ace@tidbits.com, @adamengst

[vertaling: LmR]

Herinner je je nog hoe, toen Apple iPhoto introduceerde, dit programma een einde zou gaan maken aan de spreekwoordelijke schoenendoos waarin we onze foto's bewaarden? En aanvankelijk deed het dit ook. Maar toen het aantal digitale foto's dat we namen steeg, eerst snel en daarbij bijna exponentieel, was iPhoto steeds minder in staat om deze groei bij te houden. Voor veel mensen is iPhoto nu die virtuele schoenendoos geworden waar je je foto's in importeert, om ze daarna te vergeten.

We hebben nu een oplossing voor je maar, zoals bij veel problemen, gaat het niet om welke werktuigen je gebruikt maar om hoe je te werk gaat. Begrijp me niet verkeerd: het kiezen en instellen van het juiste gereedschap is belangrijk en dat is één van de hoofdzaken die je leert van onze redacteur Jeff Carlson, die zich in de afgelopen jaren heeft ontwikkeld tot 'award-winning' fotograaf en auteur van populaire fotografieboeken als "The iPad for Photographers". De sleutel is het leren van de juiste methoden om te importeren, snoeien, beoordelen en organiseren van je foto's - zo grautomatiseerd en eenvoudig mogelijk - en een gewoonte maken van Jeff's adviezen.

Je verwacht nu waarschijnlijk dat onze oplossing komt in de vorm van een Take Control e-boek en dat klopt maar we hebben ook iets nieuws voor je. Jeff werkt op dit moment nog hard aan het schrijven van "Take Control of Your Digital Photos" dus dat kun je nog niet kopen maar je kan het wel nu al lezen. De introductie is nu voor iedereen beschikbaar: "Take Control of Your Digital Photos", Chapter 1, en we zullen de komende weken, iedere week hoofdstukken toevoegen als artikelen op de TidBITS Web site - "hoofdstikels" als het ware - zodra deze geschreven en geredigeerd zijn.

Uiteindelijk zal je het hele boek hebben kunnen lezen... en als je meedoet aan het Het TidBITS-lidmaatschapprogramma. We hebben voor TidBITS-leden altijd 30 procent korting gehanteerd op Take Control boeken en flinke kortingen op een keur aan Mac software, maar om het TidBITS-lidmaatschap nog aantrekkelijker te maken, zullen alle TidBITS-leden het hele boek hoofdstuk voor hoofdstuk kunnen lezen, net als iedere andere artikel (je moet dan wel ingelogd zijn op de TidBITS website met je lidmaatschaps-account om ze te zien). De enige beperking is dat de koppelingen naar andere delen van het boek nog niet zullen werken, daar die delen nog niet gepubliceerd zijn.

Je kan zelfs een reactie achterlaten op ieder hoofdstuk, net als bij ieder ander TidBITS-artikel en we moedigen dit ook aan! Jeff zal deze reacties beantwoorden en de tekst waar nodig aanpassen gedurende dit project en we zullen leden op de hoogte houden als er nieuwe hoofdstukken worden gepubliceerd. Je kunt er voor kiezen individuele TidBITS-artikelen per e-mail te ontvangen en dat geldt ook voor deze artikelen, zodra ze gepubliceerd zijn, door de "Receive All Articles" box aan te vinken op de Your Subscriptions-pagina. De afzonderlijke hoofdstukken zullen ook op de TidBITS website beschikbaar blijvenen als je het volledige boek in de klassieke Take Control PDF-, EPUB- of Mobi-vorm wilt hebben dan geldt de 30-procent korting natuurlijk nog steeds.

Dit alles is mogelijk door een aantal nieuwe productiepakketten die we gebruiken, een combinatie van Nisus Writer Pro en een Markdown-conversiemacro die Joe Kissell schreef met de Leanpub publishing engine die Markdown omzet in EPUB, waar wij dan weer de mooi opgemaakte HTML uit kunnen halen die je ziet in ieder online gepubliceerd hoofdstuk. (Het TidBITS Publicatiesysteem gebruikt ook Markdown maar door de HTML uit de EPUB te gebruiken hebben we meer flexibiliteit in de vormgeving.) Het systeem is elegant en wat ingewikkeld maar het was erg leuk om het te bouwen. We hopen dat het resultaat jullie bevalt!

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Met Markdown kunnen zelfs blinden schrijven

  door Steven Aquino: stevenaquino@icloud.com, @steven_aquino
  2 reacties (Engelstalig)

[vertaling: RAW, TK, CR]

Een paar maanden geleden maakte ik de hondsmoeilijke beslissing om de baan op te zeggen die ik elf jaar had bij mijn locale schooldistrict, waar ik werkte met peuters met speciale behoeften. Verscheidene factoren speelden een rol in mijn beslissing, maar de belangrijkste was dat ik meer tijd wilde besteden om te kunnen doen wat ik echt het liefste doe: schrijven.

Ik heb altijd van schrijven gehouden en ik heb altijd gedroomd van een tijd waarin ik er meer aandacht aan zou kunnen besteden en daarmee mijn kunnen tot boven de hobby-status zou kunnen verheffen. Mijn beslissing om van carrière te veranderen heeft tenminste bij de start vruchten afgeworpen. Ik heb succes gehad in het binnenhalen van schrijfopdrachten, zoals deze, en veel van mijn artikelen zijn positief onthaald, zoals "Re-Enabled" ["Weer valide" - nvdv], dat gepubliceerd werd in The Magazine en genoemd werd in de Hot News-sectie op de Apple-website. Ik denk dat een deel van de reden dat mijn schrijven succes heeft, ligt in het feit dat ik vanuit een uniek perspectief schrijf.

Als visueel gehandicapte (of meer specifiek blinde [minder dan 1/20 ziende - nvdv]) die een trotse Apple-fan is, kan ik met autoriteit spreken over hoe toegankelijkheidstechnologie een positief effect heeft op het gebruik van mijn apparaten, vooral op iOS. Dat ik over dit onderwerp met zoveel overtuiging kan schrijven is wellicht het grootste voordeel van visueel gehandicapt zijn, en eentje dat ik niet zomaar voor kennisgeving aanneem. (Natuurlijk is het op geen enkele manier leuk om nagenoeg blind te zijn, maar deze houding maakt het beste van rottige omstandigheden.) Mijn eigen ervaringen, en mijn waarnemingen van die van mijn ex-leerlingen, hebben geholpen bij het opwekken van mijn interesse in moderne, op aanraking gebaseerde interfaces die aanpasbaar zijn aan mensen met handicaps. Ik hou van mijn Apple-apparaten, dus zoek ik altijd naar de beste manieren om er mee om te gaan. Gelukkig voor gebruikers zoals ik heeft Apple uitstekend werk verricht door een complete reeks tools te leveren waarmee dat mogelijk is, zoals VoiceOver.

Alles wat ik schrijf is bestemd voor het web. Zowel voor mijn freelance-opdrachten als voor mijn persoonlijke blog, schrijf ik, zoals vele anderen, alles in Markdown. Ik gebruik Markdown nu al enkele jaren, en ik ben er helemaal gek op. Ik ben er zo mee vertrouwd dat het als mijn tweede natuur aanvoelt. Voor ik Markdown had ontdekt, en voor ik begon met freelance-opdrachten, schreef ik uitsluitend voor mijn blog. Mijn site draait op WordPress, en wanneer ik iets wilde posten, logde ik in in het CMS (content management system) van WordPress en schreef ik mijn tekst in de post-editor. Deze was wel functioneel, maar de interface was onhandig en de ervaring kon veel beter. In de praktijk betekende dit dat ik veel tijd verloor met het navigeren van de kleine formatteringstoolbalk voor het formatteren van tekst. Met mijn slechte ogen is het niet zo gemakkelijk om met een kleine cursor met toolbalkknoppen te werken. Na verloop van tijd werd ik het CMS beu en ging ik op zoek naar een alternatief.


Toen ontdekte ik Markdown van John Gruber, en het was liefde op het eerste gezicht. Voor wie Markdown nog niet kent: Markdown is een eenvoudige syntax voor het formatteren van platte tekst die werd ontwikkeld in 2004 en die gemakkelijk te schrijven is (alleszins gemakkelijker dan HTML) en kan worden geconverteerd naar structureel geldige HTML. Een interessant weetje is dat één van de inspiratiebronnen van Markdown setext (structure-enhanced text) was, een ander formaat voor platte tekst ontworpen door Ian Feldman met input van TidBITS-uitgever Adam Engst in 1992 en sindsdien gebruikt door TidBITS.

Mijn leven is er dankzij Markdown op vooruit gegaan. Markdown is voor mij met mijn visuele beperkingen niet alleen gemakkelijker dan grafische interfaces om mee te werken, maar door Markdown ben ik platte tekst gaan gebruiken voor bijna al mijn documenten. Gedaan met opgezwollen tekstverwerkers met een overdaad aan toolbalken of zorgen om rich-text formattering. Markdown was een bevrijdende ervaring in de echte betekenis van het woord.

Door de aard van Markdown kwam ik tot de vaststelling dat het eigenlijk een fantastisch toegankelijkheidstool is, hoe onbedoeld dit ook moge zijn, omdat het je ogen spaart bij het schrijven. Door de eenvoud van de syntax van Markdown hoef ik niet altijd naar het scherm te kijken wanneer ik een woord in cursief wil zetten of een koppeling wil invoegen. Mijn ogen zijn gevoeliger dan die van de meeste mensen in de zin dat zij vermoeid geraken en pijn beginnen te doen wanneer ik een tijdje naar een scherm staar. Hoe minder ik naar een scherm moet kijken, hoe beter het is voor mijn ogen. Het mooie aan Markdown is dat ik geen tijd meer verlies met het zoeken naar knoppen of menu-opties. Ik kijk gewoon even naar mijn toetsenbord om zeker te zijn dat ik op de juiste toetsen druk.

Markdown beschouwen als een toegankelijkheidstechnologie kan vreemd lijken, tot je gaat nadenken over wat schrijven in een context van visueel gehandicapt zijn betekent. Het is moeilijk, omdat de meeste software niet ontworpen is voor gebruikers zoals ikzelf. Daarom zijn er gespecialiseerde tools zoals ZoomText voor mensen met een visuele beperking. Tools zoals schermvergroters en lezers hebben zeker wel een plaats, maar ze zijn naar mijn zin wat te ingewikkeld.

In plaats van met 200 procent op een toolbalk in te zoomen, wat extra ruimte op je scherm inneemt, wilde ik mijn interactie met toolbalken helemaal elimineren. En dat is nu precies wat Markdown doet. Het bevrijdt de gebruiker van het omgaan met toolbalken en menu's, en elimineert tegelijkertijd ook de last van het werken met een schermvergroter of lezer bovenop een of andere tekstverwerker.


Problemen met het navigeren van toolbalken zijn niet beperkt tot gebruikers met een visuele beperking. Dit ongemak komt ook vaak voor bij mensen met normaal zicht, die lange tijd programma's zoals Keyboard Maestro hebben gebruikt om niet meer te hoeven knoeien met kleine onherkenbare toolbalkknoppen. Bovendien kan een tekstverwerker zoals Pages prima met alleen het toetsenbord worden gebruikt. Ik werk zelfs veel met toetscombinaties in Mac OS X, evenals de uitstekende app-launcher Alfred. Zoals veel andere gebruikers kan ik in mijn workflow niet buiten deze tools, vooral door mijn visuele beperkingen.

Ik besef heel goed dat een uitspraak als "Markdown heeft mijn leven veranderd!" als een hyperbool klinkt, maar toch geloof ik dat dit de waarheid is, althans tot op een bepaald niveau. Ik kon wel werken in het WordPress-CMS en in programma's zoals Pages, maar het verschil in productiviteit tussen toen en nu is niet te versmaden.

Markdown heeft wat ik graag doe nog toegankelijker gemaakt. Alles wat me zelfs slechts ietwat beter laat zien, is belangrijk en ik ben er zeker van dat mijn ogen het waarderen dat ik ze niet meer belast dan nodig is. Met 'belasten' bedoel ik werkbalken. In dit opzicht biedt Markdown het summum qua toegankelijkheid omdat het de kwaliteit van mijn 'werkervaring' compleet verandert, ondanks mijn fysieke beperkingen.

De verbetering die ik ervaar in mijn 'schrijfervaring' heeft niet alleen een invloed gehad op hoe ik schrijf, maar ook op wat ik schrijf. Mijn gezichtsvermogen wordt minder op de proef gesteld en dus kan ik focussen op wat echt van belang is: de inhoud. Ik ben er uitermate trots op dat ik, ondanks mijn visuele beperking, heb kunnen doorzetten en succes heb kunnen boeken als schrijver.

Markdown kan mijn gezichtsvermogen niet verbeteren maar het kan me wel helpen om makkelijker mijn unieke perspectief als een mindervalide technologie-idioot te delen. Deze persoonlijke ervaringen zijn volgens mij waardevol omdat ze de mensen bewust kunnen maken van het bestaan van een, denk ik, ondervertegenwoordigd deel van de Apple-gebruikers. Het CMS-systeem van WordPress voelde ik altijd al aan als een strijd omdat ik constant moeite had met het onderscheiden van knoppen en menu's. Met Markdown echter, is dit een fluitje van een cent. Het gevolg is dat ik mij kan concentreren op het schrijven en dat is precies hoe het moet zijn.

Ik ben niet de eerste die Markdown ophemelt en ik zal ongetwijfeld niet de laatste zijn. De populariteit ervan onder schrijvers die op internet publiceren, is een bewijs van de eenvoud en het gebruiksgemak van deze software en van de vele tools die errond het levenslicht zagen. Maar goed, ik vind het spannend Markdowns deugden te verheerlijken vanuit een ander perspectief. Het leren werken met Markdown was waarschijnlijk de beste beslissing die ik ooit heb gemaakt om mijn stem als schrijver op het internet te laten horen.

Markdown helpt mij de woorden te schrijven die anderen blootstellen aan de toegankelijkheidsgemeenschap en illustreert hiermee welke impact iOS' toegankelijkheidstechnologieën hebben op mindervalide gebruikers en op hun iPhones en iPads. Daarom ben ik aan John Gruber voor Markdown een enorme dankbaarheid verschuldigd. Het was misschien initieel niet de bedoeling om een toegankelijkheidstool te zijn, maar voor mij heeft Markdown onomstotelijk bewezen een integraal onderdeel te zijn van mijn toolkit. Ik maak er elke dag gebruik van en ik zal eeuwig dankbaar zijn dat het er is.

[Steven Aquino is een ontluikende freelance technologieschrijver die heeft meegewerkt aan The Magazine, Macworld, TidBITS, Tech.pinions, en Enhanced Vision. Hij schrijft ook regelmatig voor zijn eigen website, Steven's Blog. Vooraleer hij zich in de wereld van (betaalde) journalistiek begaf, had Steven al 11 jaar ervaring als klashulp in lokale scholen voor kleuters met leerachterstanden.]

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


E-boeken, voetnoten en skeuomorfismen. Ga er maar aan staan.

  door Michael E. Cohen: mcohen@tidbits.com, @lymond
  5 reacties (Engelstalig)

[vertaling: HV, JO, MSH]

Apples Worldwide Developer Conference ligt al weer achter ons, en het oorverdovende geklep over het nieuwe uiterlijk van iOS, ontworpen onder leiding van Jonathan Ive, en over het vrijwel volledig verdwijnen van de skeuomorfe interfaces is op internet verworden tot een wedstrijdje wie het hardst kan schreeuwen, met als belangrijkste onderwerp of de kleuren en gradiënten van de nieuwe iOS 7-iconen nou helemaal het einde zijn, of het grafische dieptepunt van het decennium. In dat tumult is het vrijwel onmogelijk om nog op een zinvolle manier te discussiëren over wanneer een skeuomorf ontwerp zinvol is en wanneer niet.

Even tussendoor, voor hen die nog niet zo op de hoogte zijn van het geek-jargon dat in deze discussies gebruikt wordt, een gangbare definitie van "skeuomorph" in de Engelse Wikipedia [er is geen Nederlands Wikipedia-lemma voor skeuomorfisme - nvdv]:

een onderdeel van een ontwerp of voorwerp dat in de nieuwe versie [nieuw materiaal, digitale vs. analoge uitvoering - nvdv] geen functie heeft, maar die in de oorspronkelijke versie functioneel of essentieel was

Veelgenoemde voorbeelden van skeuomorfismen in Apples gebruikers-interfaces, met name door skeuomorfismen-haters, zijn het enigszins hilarische ontwerp in leer en gescheurd papier van de huidige app Kalender, en de tafel met groen vilt van Game Center: typisch voorbeelden waar het uiterlijk van de interface geen enkel functioneel doel dient, maar uitsluitend het uiterlijk van ouderwetse fysieke tegenhangers kopieert. (Je kunt tenslotte geen virtuele pagina uit de Kalender scheuren. En ik kan het weten, want ik heb het geprobeerd...) Voorstanders van skeuomorf ontwerp schermen met zinvolle tegenvoorbeelden, zoals de knoppen in de Calculator (die zinvol zijn in een aanraak-omgeving zoals het scherm van een iPhone).

Overigens zijn niet alle skeuomorfismen onderdeel van een grafische gebruikersinterface. Bij toeval ontdekte ik een andere, minder voor de hand liggende, vorm van skeuomorfie, toen ik een paar maanden geleden vooronderzoek deed voor een bijgewerkte editie van "Take Control of iBooks Author": voetnoten. In mijn reizen over het web kwam ik regelmatig discussies tegen over de nieuwe versie 2 van Apples iBooks Author, waarin iemand zich beklaagde over het feit dat Apple zelfs in deze hele nieuwe versie nog steeds geen automatisch genummerde voetnoten ondersteunt (met als impliciete insteek dat dat nogal gewetenloos was).

Mijn eerste reactie op dergelijke klachten was "Da's inderdaad nogal slordig". En oppervlakkig bezien is dat ook zo: een beetje tekstverwerker ondersteunt automatisch genummerde voetnoten.

Maar het liet me toch niet los, en ik vroeg me het volgende af:

"Wat is een voetnoot eigenlijk?" En dat riep gelijk een aantal vervolgvragen op, zoals "Wat is het doel van een voetnoot?" en "Waarom zien voetnoten er zo uit als ze er uitzien?", en als laatste maar niet minder belangrijk: "Zitten we nou werkelijk te wachten op traditionele voetnoten in interactieve digitale boeken?" Tegen de tijd dat ik al die vragen voor mezelf had beantwoord realiseerde ik me dat het nummeren van voetnoten in het soort boeken dat je maakt met iBooks Author in feite een soort skeuomorfisme is.

Om te begrijpen hoe ik tot die conclusie kwam zullen we eerst eens naar mijn eerste vraag kijken: Wat is een voetnoot?

Visueel gezien is een voetnoot een stukje tekst onderaan een gedrukte pagina, meestal gescheiden van de hoofdtekst door een kleiner lettertype, en meestal voorafgegaan door een teken of nummer in superscript. Dit teken of nummer komt dan overeen met een eveneens superscript teken of nummer in de hoofdtekst op (meestal) dezelfde pagina.


En wat is het doel van die voetnoot? Voetnoten dienen feitelijk verschillende doelen: ze kunnen een begrip in de hoofdtekst verduidelijken of verder uitwerken, een referentie verschaffen, een vertaling bevatten, of een opmerking bieden. Maar wat het specifieke doel ook is, het algemene doel is altijd om additionele informatie te verschaffen zonder de hoofdtekst te onderbreken: het symbool voor een voetnoot in de hoofdtekst maakt de lezer erop attent dat er additionele informatie beschikbaar is, zonder de eigenlijke tekst te onderbreken om die informatie te presenteren. In plaats van dat de tekst keihard oploopt tegen een rotsblok van afleiding, geeft het symbool aan dat er afleiding is, maar laat de tekst verder doorstromen, zoals een kiezelsteentje in een beekje. Het wordt aan de lezer overgelaten of hij of zij, gezien het voetnootsymbool, er voor kiest om de hoofdtekst door te lezen of de aandacht te verleggen naar de additionele informatie.

Met andere woorden: het voetnootsymbool attendeert de lezer op het bestaan van additionele informatie, de voetnoot zelf bevat die informatie, en het symbool aan het begin van de voetnoot koppelt de voetnoot aan de juiste lokatie in de hoofdtekst.

Wat me brengt bij mijn volgende vraag: Waarom zien voetnoten er zo uit als ze eruit zien?

Het antwoord op deze vraag valt uiteen in twee onderdelen: productie-beperkingen en bruikbaarheid.

Gezien vanuit het productieproces van een boek, is het voor een letterzetter gemakkelijk om bij het zetten een superscript-teken in een regel tekst te plaatsen. Een zetter zal zeker uitdagingen zien in het samenstellen van een pagina met twee secties: één voor de hoofdtekst (die van boven naar beneden loopt), en één voor de voetnoten (die van beneden naar boven een plaats krijgen). Toch zijn deze handelingen (voor een zetter die werkt met metalen letters) nog altijd veel eenvoudiger, dan het weergeven van annotaties zoals ze verschenen in manuscripten uit de tijd vóór de uitvinding van de drukpers: toen werden allerlei noten in de marge en tussen de regels van de hoofdtekst zelf ingevoegd waar het toevallig uitkwam.

Image

Ik heb al een hint gegeven hoe ik hiernaar kijk vanuit het oogpunt van gebruiksvriendelijkheid: de symbolen zijn makkelijk te zien voor de lezer, leiden ook nauwelijks af, en de inhoud waar ze naar verwijzen is eenvoudig te vinden. De lezer hoeft slechts de link te leggen tussen het symbool in de tekst en het symbool dat voorafgaat een de voetnoot. Het kost niet meer dan een lichte oogbeweging.

In het slechtste geval voor de lezer (tegelijk de optimale oplossing voor de zetter), zullen voetnoten omgezet zijn naar eindnoten. De lezer moet naar een andere pagina in het boek, om de noot te vinden die hoort bij het symbool van de noot op de pagina. Maar ook dit is geen onmogelijke opgave: een vinger tussen de pagina's met eindnoten, of een paperclip of boeklegger, en de lezer is snel bij de pagina die hij zoekt. Daar aangekomen kost het hem wederom niet meer dan een enkele oogbeweging om de noot te vinden waarnaar het symbool in de hoofdtekst verwijst.

Maar tot zover gaat het allemaal over het gedrukte, papieren boek. Op een computerscherm kan je misschien niet de hele pagina overzien, zodat de oogbeweging niet voldoet om je naar de voetnoot te brengen. Erger nog: het hele concept van de pagina is niet altijd aanwezig in een digitale omgeving. In plaats daarvan zal de lezer meestal op het symbool van de noot klikken om naar de desbetreffende inhoud te komen. Het wonder van de hypertekst-techniek!

Ook hier is het klikken op zo'n symbool niet moeilijk. Muisaanwijzers en trackpads zijn precisie-instrumenten, en zelfs het klikken op een klein symbooltje dat verwijst naar een voetnoot is een techniek die de meeste computergebruikers beheersen, al vereist het iets meer concentratie dan de meeste muis- of trackpad-acties.

Maar nu over tablets, het rijk waar je de Multi-Touch-boeken, gecreëerd met iBooks Author, vindt. Hier wordt het ingewikkelder. In dit rijk is het aanwijsapparaat geen precisie-instrument maar een stompe wijsvinger. En ook al kan het scherm van een tablet behoorlijk lijken op een papier, de grootte van het scherm, en de gebruikte resolutie beperken de hoeveelheid tekst die op een gegeven moment op het scherm weergegeven kan worden.

Het weergeven van noten op dezelfde pagina als het symbool, wat in boeken heel gewoon is, wordt een verspilling van de beperkte ruimte op een tablet. Het is ook zeker geen efficiënte keuze, aangezien een tablet een computer is, en daarmee prima in staat om een hypertekst-link te maken tussen symbool en noot. De beperkte ruimte op het scherm kan beter gebruikt worden om de hoofdtekst weer te geven; de inhoud van de noot kan beter op een andere plek klaargezet worden.

Bovendien kan het overnemen van de drukwerk-conventie van symbolen (een klein superscript-getal in de tekst kondigt de aanwezigheid van een noot aan), en het vertalen van dit symbool naar een hypertekst-link, ertoe leiden dat een symbooltje gebruikt wordt dat lastig te raken is met een vinger, veel moeilijker dan met een muisaanwijzer of trackpad.

Hieruit volgt dat de drukwerk-conventie van voetnoot-symbolen, met voetnoten of eindnoten onder de hoofdtekst, op de tablet zorgt voor een inefficiënt gebruik van schermruimte (bij voetnoten), of voor een frustrerend spelletje ezeltje prik (bij het gebruik van koppelingen als verwijzers naar eindnoten). Het overnemen van deze drukwerk-conventies in iBooks Author zou leiden tot een nieuw skeuomorfisme: het implementeren van een design-element dat functioneel is in het ene medium, maar niet noodzakelijkerwijs in het andere.


Let op dat ik niet zeg dat noten en hun symbolen in iBooks Author-boeken onnodig zouden zijn. Dit geldt mijns inziens wel voor de specifieke implementatie met genummerde noten en het gebruik van symbolen in superscript.

iBooks Author kent immers een lading andere mogelijkheden voor annoteren:

Image

Daardoor ben ik veel minder van streek door het ontbreken van automatisch genummerde voetnoten in iBooks Author dan sommige critici. Toch zou ik blij zijn om ze te zien verschijnen in een toekomstige herziening van iBooks Author, zelfs met al de problemen die zij vertonen in interactieve tekst op een tablet. Waarom?

Indien kleine voetnootmarkeringen in de tekst als kiezels in een beekje zijn, zijn voor beginners woorden die worden gemarkeerd door onderstreping, zwaarte of kleur grotere kiezels, en zelfs een kleine ingesloten grafische markering is visueel belangrijker dan een traditionele voetnoot-symbolen in superscript.

Belangrijker echter: de traditionele voetnoot-conventie is een retorisch punt: superscript-getallen en notities op de bladzijde tonen serieus, veel meer dan onderstreepte gekleurde tekst of makkelijk aan te raken Pop-over-triggers. Zij hebben die serieusheid geërfd van de vele duizenden boeken die ze in de afgelopen decennia hadden gebezigd. Deze erfelijke zwaarte is geen kleinigheid als het de lezer meer vertrouwen in een tekst oplevert, omdat het lijkt op geleerdheid.

Apple zou zeker op de proppen kunnen komen met een oplossing die beste van twee werelden biedt voor het gebruik van traditionele voetnoot-symbolen in een interactieve tekst. Bijvoorbeeld: een genummerde voetnoot in een tekst, gevoegd bij het woord waar het op volgt, zou even goed een Pop-over kunnen activeren als een afbeelding op de regel. Maar zelfs als Apple alleen maar de automatische creatie van aan de onderkant van de pagina genummerde voetnoten zou implementeren zoals andere tekstverwerkers dat doen, dan zou dat nog steeds aan de behoeften van die auteurs tegemoet komen die om stilistische redenen dat traditionele annotatie-model in hun interactieve Multi-aTouch boeken willen. Niet alles in een interactief boek behoeft interactief te zijn.

Net als veel andere skeuomorfismen lijken traditionele voetnoten in een digitale tekst niet de beste interface-oplossing voor het annotatie-probleem, maar dat betekent niet dat ze geen waarde hebben. Stilistische berichten zijn nog steeds berichten, en ze kunnen iets waardevols overbrengen. Dat, op zich, is het overwegen waard in een tijd waarin veel ontwerpers en critici skeuomorfismen de totale oorlog hebben verklaard.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Vervangers voor Google Reader

  door Josh Centers: josh@tidbits.com, @jcenters
  53 reacties (Engelstalig)

[vertaling: SD, HR, PAB, DPF, CC]

Met de aangekondigde dood van Google Reader wordt het hoog tijd om op zoek te gaan naar een nieuwe RSS-lezer. Immers, op 1 juli 2013 wordt het doodsvonnis voltrokken van Google Reader en (behoudens een gratieverlening van Google koning Larry Page) verhuist Reader naar het land van ooit.

Reeds bij de aankondiging van het verdwijnen van Reader hebben we het veld van de kandidaat vervangers doorlopen. Eerlijk gezegd leek het veld meer op een dorre woestijn (zie "Alternatieven voor Google Reader onderzoeken", 18 maart 2013). Fever, een oplossing die je op een eigen webserver moet publiceren, heeft niet de hoogste prioriteit bij zijn ontwikkelaar Shaun Inman. Een andere kandidaat van toen, Netvibes, kan ook een opfrisbeurt goed gebruiken.

Maar het goede nieuws is dat de ontwikkelaars hebben geluisterd. Er bestaan vandaag een aantal overtuigende alternatieven voor wie RSS-abonnementen op verschillende lezers wil synchroniseren. Alhoewel er nog in de meeste gevallen werk aan de winkel is, kan ik toch al melden dat een van onze favorieten, Feedly, aardig nieuws in huis heeft. Ik heb de kandidaten nageplozen om er de beste uit te halen: zij die op verschillende machines werken, externe ontwikkelaars ondersteunen, en er een gezonde langetermijnvisie op nahouden.

Als je nog niet je Google Reader-abonnementen hebt geëxporteerd naar OPML, dan moet je dit zeker nu doen. Houd dit abonnenmenten.xml-bestand bij tot je gelukkig bent met je nieuwe oplossing, want alle diensten die we hier bespreken importeren deze lijst.

Feedly -- Toen we laatst Feedly bekeken, was dit veruit het beste alternatief voor Google Reader: het is gratis, ondersteunt verschillende platforms en importeert direct vanuit jouw Google Reader-account. We vermeldden toen ook dat Feedly hun eigen synchronisatiedienst aan het bouwen was in plaats van beroep te doen op die van Google. Op 19 juni maakte het bedrijf de overschakeling naar Feedly's eigen infrastructuur, Normandy genaamd bekend en we feliciteren het team dan ook met hun vooruitziendheid en de snelle verwezenlijking.

Feedly biedt applicaties voor het web en iOS, maar als je al een RSS-lezer hebt waar je aan gewend bent, dan is er goed nieuws! Feedly heeft zijn cloud-API beschikbaar gesteld voor onafhankelijke ontwikkelaars. De makers van Reeder, Mr. Reader, en Newsify doen al mee. Al deze apps staan op de rol om te worden geüpdatet met Feedly-ondersteuning voordat Google Reader op 1 juli wordt stopgezet. (Om precies te zijn was Mr. Reader op 26 juni geüpdatet om Feedly en andere diensten te ondersteunen). Feedly is des te aantrekkelijker omdat het nu wordt ondersteund door de automatiseringsdienst IFTTT, waardoor het automatisch delen van inhoud met andere diensten zoals Twitter, Pocket en Facebook makkelijk wordt.

Als je het niet erg vindt een app van een andere ontwikkelaar te gebruiken: de web- en iOS-apps van Feedly bieden verschillende thema's en leesopties om het gebruik aan te passen. Op alle drie platforms kun je artikelen bekijken als een tijdschrift, als een stapel kaarten of, voor voormalige Google Reader-gebruikers, als een lijst van krantenkoppen.




Mijn oude bezwaar tegen Feedly was dat er geen mogelijkheid was om je feeds te exporteren. Vlak voor sluitingstijd van Google Reader hebben ze die functionaliteit toegevoegd, dus heb je nu de vrijheid om, als je dat wilt, naar andere diensten over te stappen.

Hoewel Feedly de mogelijkheid heeft toegevoegd om je feeds zonder een plug-in in een browser te bekijken, blijven er nog gaten te vullen. Het is nog steeds niet mogelijk om te zoeken in feeds of om te delen in groepen. Die functionaliteit staat op de lijst voor Feedly's toekomst.

Voor nu is het zeker nuttig om een Feedly-account aan te maken, als je dat al niet gedaan hebt. Het is gratis, het biedt ondersteuning voor synchroniseren met andere apps, het heeft clientapplicaties voor de desktop, iPhone en iPad, en de ontwikkelaars zijn gecommitteerd aan het product. Maar ik blijf voorlopig even op mijn Google Reader export zitten totdat Feedly een concreet businessplan heeft ontwikkeld.

Feedbin -- Feedbin is een nieuwkomer op de markt voor RSS waar $ 3 per maand voor betaald moet worden en biedt een eenvoudige interface en een API voor ontwikkelaars. Wat ik erg plezierig vind aan Feedbin is dat het mijn favoriete RSS-client, Reeder, reeds ondersteunt. Maar op dit moment ondersteunt Feedbin alleen de iPhone-versie van Reeder en nog niet de iPad- en Mac-uitvoeringen. Gelukkig ondersteunt de nieuwste versie van Mr. Reader voor de iPad nu ook Feedbin. Ook ReadKit voor de Mac is geüpdatet voor Feedbin en andere diensten.

Je kunt je Google Reader-feeds als OPML importeren, maar rechtstreeks importeren van Google Reader wordt niet ondersteund. Kies gewoon Settings, en dan Import/Export.

De beleving op de website zou bekend moeten overkomen voor gebruikers van Google Reader of Reeder. Feeds zijn georganiseerd als tags (mappen) en worden ook individueel gerangschikt. Via knoppen in de linker navigatiekolom kun je alle items bekijken of alleen niet-gelezen items, en kun je alle items als gelezen markeren. Nieuwe feeds kunnen worden toegevoegd in een box bovenaan de pagina, maar er is nog geen lijst van te volgen sites.


Overstappers van Google Reader zullen het plezierig vinden dat Feedbin alle toetsencombinaties van Google Reader heeft overgenomen, inclusief het navigeren met de J en de K. Afgezien van wat weergaveproblemen is Feedbin eigenlijk aantrekkelijker dan de standaard interface van Google Reader. En, na een recente upgrade van de server, net zo snel.

Het gebruik van de webinterface op de iPad is een andere zaak. Het is in principe een verkleinde versie van de desktop web-app. Gebaren werken goed genoeg, maar de inhoud zelf wordt samengedrukt wanneer de iPad in portretstand staat. Ik zou de extra $ 3,99 voor Mr. Reader betalen in plaats van gebruik te maken van de webinterface van Feedbin.

Over het algemeen vind ik Feedbin goed. De web-app is aardig, en solide ondersteuning van andere ontwikkelaars zit eraan te komen.

Feed Wrangler -- Feed Wrangler is net als Feedbin een betaald alternatief voor Google Reader, met een abonnementsprijs van  19 per jaar. In tegenstelling tot Feedbin is er een Feed Wrangler-app voor de iPhone en de iPad. Feed Wrangler is gemaakt door David Smith, de auteur van Check the Weather, een van mijn favoriete weer-apps voor iOS.


Feed Wrangler benadert feed management op een aparte manier. Er zijn geen mappen of tags om feeds onder te verdelen. In plaats daarvan gebruikt Feed Wrangler zogenaamde Smart Streams om feeds bij elkaar te zetten. Smart Streams lijken op slimme afspeellijsten in iTunes, een groep feeds gedefinieerd door zoektermen en/of door het handmatig toevoegen van feeds. Het is een krachtig concept, maar ik vond het klikken op kleine afvinkboxjes onnodig gepriegel: het is makkelijker om feeds in een map te slepen. Feed Wrangler importeerde je mappen in eerste instantie niet als Smart Streams, maar inmiddels wel, wat het instellen veel soepeler maakt.

Zowel de web-app als iOS-app is fraai gemaakt, met een simpele opmaak en een prettige keuze van lettertypen. Aardig is dat de iOS-apps ingebouwde ondersteuning hebben voor de app van 1Password voor wachtwoordbeheer. Nog beter: naast de te verwachten deel-opties zoals Instapaper en Pocket, ondersteunt Feed Wrangler ook het versturen van artikelen naar Drafts, waar je materiaal kan bewerken en delen op elke manier die je wil. Maar, zoals de goede Dr. Drang aangeeft, de Feed Wrangler-app ondersteunt om raadselachtige redenen maar één deel-dienst tegelijk: Instapaper, Pocket of Pinboard. Als je niet blij bent met de mogelijke apps, is het goede nieuws dat Feed Wrangler een API voor derden heeft en de ontwikkelaar van Reeder heeft al laten weten dat hij ondersteuning ervoor zal gaan toevoegen. De nieuwste versie van Mr. Reader voor iPad ondersteunt nu Feed Wrangler, alsmede ReadKit voor de Mac.

Hoewel ik in het begin niet zo gek was op Feed Wrangler, wordt het langzamerhand mijn favoriet onder dit soort diensten. De inbegrepen apps zijn elementair, maar met ondersteuning van derden en een web-app die vriendelijk voor de ogen is, laat Feed Wrangler zien dat het een grote belofte in zich houdt.

NewsBlur -- De dienst NewsBlur van Samuel Clay is ogenschijnlijk een gratis dienst, maar als je hem echt wilt gebruiken kost je dat $ 24 per jaar. De gratis accounts kennen bovendien een lange wachtlijst en zijn beperkt tot 64 feeds.

Toch heeft de dienst veel goede kanten. Er is bijvoorbeeld een gratis app voor iPhone en iPad, en hoewel er geen officiële desktop client is ondersteunt ReadKit for Mac de dienst.


Het zal je onmiddellijk opvallen dat de webinterface van NewsBlur nogal afwijkt van die van de concurrentie. De feeds worden gegroepeerd in mappen, met de mogelijkheid om submappen aan te maken. Je kunt dus een map 'Technologie' aanmaken, met daarin een submap met de naam 'Apple'. Je kunt verder artikelen bekijken als een lijst met koppen, door de tekst zelf heen bladeren of het materiaal op de oorspronkelijke site bekijken.


Echt heel fijn van NewsBlur is dat het programma toont welke RSS-feeds niet goed zijn, en bovendien opties geeft om dat te repareren. Als er een uitroepteken naast een feed staat betekent dat dat de link niet klopt. Wanneer je op het uitroepteken klikt kun je zoeken naar een nieuwe feed of de feed geheel verwijderen.


Het programma biedt verder de mogelijkheid om je feeds te filteren. Deze optie heet Intelligence Trainer, en je kunt hiermee vertellen wat je goed of niet goed vindt aan een item in een RSS feed. Ik heb er nog niet genoeg ervaring mee om te zeggen of het goed werkt of niet, maar Gabe Weatherhead van Macdrifter is een groot fan. Verder zijn er nog wat 'social' mogelijkheden zoals het geven van commentaar in de NewsBlur-gemeenschap.


De bloggemeenschap is dan ook positief over de NewsBlur, maar ik ben zelf toch wat kritischer. De mogelijkheden van het programma werken voor mij eerder verwarrend dan verrijkend. Feed Wrangler is wellicht lastig in te richten, maar biedt veel mogelijkheden terwijl het dagelijks gebruik eenvoudig blijft. Bij NewsBlur maak ik me zorgen over alle verschillende schakelaars en mogelijkheden, en de filteropties maken me zelfs paranoïde in de zin dat ik bang ben om content te missen. Als ik een feed niet wil lezen hef ik gewoon mijn abonnement op.

De rest -- Er blijven maar nieuwe RSS-lezers verschijnen, zelfs tijdens het schrijven van dit artikel. Zelfs AOL en Facebook stappen in dit gat. Hier nog wat interessante aanvullingen.

Bij Digg heeft men ook aan een eigen lezer gewerkt, en die is nu beschikbaar op het web en op iOS. Beide apps zien er mooi uit maar kennen wel wat problemen. Digg Reader kan feeds importeren uit je Google Reader-account, maar er is nog geen mogelijkheid voor een OPML-import, en exporteren gaat ook nog niet. Bovendien lijkt het erop dat de web- en de iOS-app niet met elkaar synchroniseren.


Het gekke is dat ik toch de Digg-app open als ik het laatste nieuws wil zien. De combinatie van RSS-feeds en het eigen geselecteerde materiaal van Digg is aantrekkelijk, en ik ben benieuwd hoe Betaworks dit gaat combineren met Instapaper. (Betaworks is de eigenaar van Digg en nam Instapaper in april 2013 over. Zie "Betaworks neemt Instapaper over", 25 april 2013.) Ik ben bovendien misschien nog wel meer gefascineerd door de mogelijkheid van de iOS-app Digg om het thema aan te passen aan het licht in de kamer, een mogelijkheid waarvan de geestelijke vader van Instapaper, Marco Arment, eerder zei dat dat niet geïmplementeerd kon worden onder de regels van Apple.


Zullen iOS 7 en OS X 10.9 Mavericks de behoefte aan RSS volledig laten verdwijnen? Safari zal straks aan de leeslijst de mogelijkheid van zogeheten Shared Links toevoegen, die iedere tweet met een koppeling uit je Twitter-timeline zal tonen. Als dat je aantrekkelijk lijkt heb ik ook een actie in Launch Center Pro voor je waarmee je eigen Tweetbot-zoekopdrachten aan kunt maken met precies die nieuwsbronnen die jij wilt zien.

Bij Black Pixel heeft men de bèta van NetNewsWire 4 voor de Mac uitgebracht, waarmee het programma niet langer afhankelijk is van Google Reader voor de synchronisatie. Het slechte nieuws is echter dat er nu helemaal geen synchronisatie meer is, en de iOS-apps uit de App Store zijn teruggetrokken. Black Pixel wil de programma's geheel herschrijven voor iOS 7. De bèta is echter gratis, kan uit Google Reader importeren en is bliksemsnel. Als de app uitkomt zal hij $ 20 gaan kosten, maar je kunt nu al reserveren voor $ 10. Misschien voor dit moment geen oplossing, maar hij ziet er wel veelbelovend uit, dus ik zal hem in elk geval in de gaten houden.


Ons advies -- De gemiddelde gebruiker zal tevreden zijn over Feedly omdat het gratis is en het de platform-onafhankelijkheid goed ondersteunt en het zal in de toekomst ondersteund worden door een groot aantal lezers van derden. Totdat Feedly de belangrijkste feed-reader is, zou ik in elk geval aanbevelen het abonnement van Google Reader aan te houden.

Ik wantrouw Feedly omdat het geen coherent bedrijfsmodel heeft. Als je daar prijs op stelt dan zijn Feedbin, NewsBlur en Feed Wrangler de toegangsprijs waard. Welke je dan kiest is een kwestie van smaak. Feedbin benadert de Google Reader-ervaringen het meest en wordt ondersteund door Reeder voor de IPhone, Mr. Reader voor de iPad en ReadKit voor de Mac. NewsBlur heeft op alle drie platforms afgestemde apps en heeft krachtige filtermogelijkheden, maar de iOS-versie geeft nog geen ondersteuning van derden. Net als Feedbin heeft Feedwrangler op alle drie platforms afgestemde apps, en ik vind zijn iOS-apps erg leuk.

Persoonlijk denk ik dat ik volledig naar Feedbin zal overstappen. Het is gemakkelijk te installeren het heeft een vertrouwde interface, afgestemde apps op alle drie de Apple-platforms en een duurzaam bedrijfsmodel. Daar komt bij dat de ontwikkelaar Ben Ubois vriendelijk en mededeelzaam is. (En hij is een grote fan van TidBITS. Ik houd ervan de ontwikkelaars die ons lezen, te ondersteunen!). Maar met zijn recente prijsstijging van $ 2 naar $ 3 per maand en omdat Feed Wrangler tegenwoordig je mappen importeert, is het een minder aantrekkelijke optie geworden.

Ik wil even stilstaan om de ontwikkelaar van Mr. Reader voor de iPad te feliciteren, die zich gehaast heeft om ondersteuning voor Feedly, Feedbin, Fever en Feed Wrangler toe te voegen. Dit ondersteuningsniveau alleen al is $ 3,99 waard, Ik wil ook graag de ontwikkelaar van ReadKit voor de Mac toejuichen. Met ondersteuning voor NewsBlur, Feedbin, Feed Wrangler, Fever en zelfs Pocket en Instapaper wordt het langzaam tot een verplichte reader voor de Mac.

Van de andere kant ben ik teleurgesteld in Reeder. De iPhone-versie is geüpdatet om Feedbin en Fever te ondersteunen, en andere diensten zullen spoedig volgen, maar de iPad- en Mac-apps zullen niet geüpdatet worden voor de sluitingsdatum 1 juli en zullen uit de App Store worden verwijderd. Daarnaast zijn alle drie versies zijn nu gratis. Ik vraag me af of de ontwikkelaar Silvio Rizzi nog voldoende geïnteresseerd is in een verdere ontwikkeling.

Natuurlijk zijn er nog meer alternatieven. Ik heb me nu gericht op degenen die de beste ondersteuning bieden voor meerdere platforms. Als je de rest van dit genre wilt zien, bekijk dan ReplaceReader, waarin alle alternatieven vermeld en gerangschikt zijn op het aantal keren dat ze in Twitter vermeld zijn.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


FunBITS: Sky Gamblers: Storm Raiders voor iOS en Mac

  door Josh Centers: josh@tidbits.com, @jcenters

[vertaling: GvH, JWB]

Sky Gamblers: Storm Raiders van Atypical Games zet je in de cockpit van gevechtsvliegtuigen uit de tweede wereldoorlog, zowel in gevechtscampagnes voor solo-spelers als in actie voor multiplayers. Ik zag het begin 2013 vaak bovenaan staan in de App Store-lijsten, maar was een beetje op m'n qui-vive na mijn traumatische ervaringen met Top Gun voor de Nintendo (NES). Maar nadat Storm Raiders de ontwerpprijs van Apple had gewonnen op de WWDC (zie: "Apple heeft de winnaars van de 2013 Apple Design Award bekendgemaakt", 13 juni 2013), moest ik eraan geloven. Het spel kost 4,99 dollar, voor of de Mac- of de iOS-versie. Ik heb ze beide gekocht in een uitverkoop voor 99 dollarcent per versie. (De iOS-versie vereist iOS 5 of hoger, dus draait het nog op apparaten zo oud als de iPhone 3GS en derdegeneratie-iPod touch.) Afgezien van de bedieningsknoppen is het spel identiek op beide platforms.

Toen ik het spel voor de eerste keer startte, stelde ik me van zo'n spel uit de App Store voor, dat de bediening een beetje eenvoudig gehouden was. Dat was totaal niet het geval. Al is er een optie voor simpele bediening, Storm Raiders laat je het gas, hoogte- en richtingroer volledig bedienen. Het spel laat je eerst zes oefenmissies doen om er zeker van te zijn dat je de basis van het spel doorhebt. Zodra je de kneepjes onder de knie hebt, maak je in de kortste tijd loopings. De iOS-versie steunt voor veel functies van de vliegtuigbesturing op de ingebouwde gyroscoop. Dat voelt soms een beetje vreemd aan, maar is over het algemeen soepeler dan het gebruik van het toetsenbord in de versie op de Mac. Aan de andere kant ondersteunt de Mac-versie ook gamepads, joysticks en zelfs touchpads, dus heb je daarmee een heleboel besturingsmogelijkheden.

Eén van de eerste dingen die opvallen is dat de grafische beelden ongelofelijk mooi zijn. Storm Raiders zou zich thuis voelen op elke spelconsole van de nieuwste generatie. Desondanks loopt het spel soepel op mijn MacBook Pro van 2011, zelfs als die verbonden is aan een 27-inch scherm. Het spel draait net zo gladjes op mijn overjarige iPad 2.


Maar Storm Raiders is meer dan alleen een mooi gezicht: het zit stampvol inhoud. Het spel biedt twee gevechtscampagnes voor de solo-speler: de "Battle of Britain" en het "Asia-Pacific front", elk met zes missies. De campagnes laten je een luchtgevecht leveren tegen Messerschmitts, Nazi-bases bombarderen, vliegtuigen escorteren, Londen verdedigen tegen bommenwerpers en zelfs Pearl Harbor beschermen tegen kamikazepiloten. De Pearl Harbor-missie is wel erg angstaanjagend. Als je een WO2-fanaat bent, dan geven deze gevechtscampagnes je heel wat plezier.

Een van de indrukwekkendere controle-elementen in het offensief is hoe je je eskader aanstuurt. Door te klikken of te tikken op een enkele knop kun je ze in formatie laten vliegen, je vliegtuig verdedigen of onafhankelijk de strijd met vijandelijke piloten aangaan. Het aansturen van AI teamleden kan een van de frustrerendste aspecten zijn van veel videospellen, maar Storm Raiders doet dit precies goed. De AI van de vijandelijke piloten is al even indrukwekkend en zal je vliegkunsten beslist op de proef stellen.

Een ander interface-element dat indruk op me maakte is de balk die verschijnt onder de instructies aan het begin van elk niveau. Deze verschijnt en begint vervolgens te krimpen om aan te geven hoelang dat stukje tekst nog in beeld zal blijven. Ik hou van die aandacht voor details. Uiteraard kun je snel door deze scènes heen spoelen.


Als je je een weg door het offensief heen blaast of gewoon verveeld raakt, zijn er nog genoeg andere opties voor één speler, waaronder overlevings-modus, luchtgevechten en zelfs een vrije vlucht-modus. In de Mac-versie had ik echter moeite om door de lijst van niveau's voor de vrije vlucht-modus heen te scrollen, wat ook meteen de enige grote bug is die ik in het spel ben tegengekomen.


Storm Raiders laat je ook een aantal extra vliegtuigen en wapens ontsluiten om het overspelen te stimuleren en om te gebruiken in spelen met meerdere spelers, hoewel je voor sommige ervan een in-app aankoop moet doen. Ik ben geen fan van in-app aankopen, maar dat lijkt wel de weg te zijn die de spellen-industrie is ingeslagen.

Het spel biedt evenzoveel opties om met meerdere spelers te spelen, waaronder ieder-voor-zich deathmatch, team deathmatch, vlag veroveren en bases verdedigen. Je kunt snel in een spel springen met maximaal acht spelers met Quick Play, vrienden in je omgeving uitdagen via wifi of zelfs spelen middels Game Center. Het online spelen werkt geweldig en ik had nooit moeite om een spel te vinden. Wat ik zo te gek aan de wifi-optie vind, is dat iOS- en Mac-spelers tegen elkaar kunnen spelen, waardoor het een geweldige keuze is voor feestjes.

Teleurstellend is dat de spelvoortgang niet lijkt te synchroniseren tussen de iOS- en Mac-versies. Aan de andere kant maakt Storm Raiders goed gebruik van Apple-technologieën zoals het via iCloud synchroniseren van de spelvoortgang in de iOS-versie, Game Center voor ondersteuning van het spelen met meerdere spelers, trackpad-gebaseerde besturingselementen en AirPlay om het op een groot scherm weer te geven.

Al met al bezorgt Sky Gamblers: Storm Raiders je een hoop plezier. Het brengt spelen in console-kwaliteit naar de Mac en iOS, terwijl het ten volle gebruikmaakt van de mogelijkheden van beide platforms en het veel speel-modi biedt voor het in je eentje of met vrienden spelen. Als je moe bent van de eindeloze stortvloed van Call of Duty-klonen of gewoon een kwalitatief goed spel voor je Apple-apparaat zoekt, is Sky Gamblers: Storm Raiders beslist de aanschaf waard.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


TidBITS Volglijst: belangrijke software-updates, 1 juli 2013

  van de TidBITS-redactie: editors@tidbits.com

[vertaling: LmR, PAB]

Transmit 4.4 -- Hoewel Panic's update naar versie 4.4 van de Transmit ftp-software niet propvol veranderingen zit, is er nu wel een verbeterde ondersteuning voor Amazon S3-compatibele servers via een aanpasbaar Server-veld, dat nu kan worden aangepast om ook niet-Amazon S3-compatibele servers aan te kunnen. Deze versie repareert ook een fout die verbindingen met sommige SharePoint servers via WebDAV onmogelijk maakte. ($34 nieuw van Panic en de Mac App Store, gratis update, 29.4 MB, toelichting)

Reacties - Transmit 4.4

PopChar X 6.3 -- Ergonis Software heeft PopChar X 6.3 uitgegeven. Toegevoegd is een klikbare link naar de weergave "Font Info" die de opslaglocatie van de lettertypen opent. Als je meerdere versies van een lettertype op je computer hebt, zal het hulpprogramma om lettertypen te ontdekken je nu vertellen welke versie nu in gebruik is. De update verbetert ook de wijze waarop PopChar X omgaat met de vluchtige klembordinhoud, zorgt voor betere compatibiliteit met klembord-hulpprogramma's en biedt een hogere reactiesnelheid en betrouwbaarheid van de beschikbare lettertypen als deze gewijzigd zijn. Verder is er een bug opgelost die bepaalde menu's blokkeerde na het klikken op het menubalk-symbool. Ergonis heeft ook een paar wijzigingen aangebracht in de gebruikersinterface, waardoor je het PopChar X-venster kan annuleren met de escape-toets, er is nu verzekerd dat de toegewezen sneltoets het venster op juiste wijze sluit en gefixt is dat de vensterpositie vastgelegd wordt als de venstertitel buiten het scherm valt nadat het programma voor de eerste keer geopend is. (€ 29,99 nieuw met 25 procent korting voor TidBITS-leden, gratis update, 3,7 MB, toelichting)

Reacties - PopChar X 6.3


ExtraBITS, 1 juli 2013

  van de TidBITS-redactie: editors@tidbits.com

[vertaling: KB]

We zitten volop in de stille zomerperiode, dus hebben we maar een paar ExtraBITS voor je deze week: een gratis iPhone-reparatieset en enkele gedachten over hoe de strakke integratie door Apple het moeilijk zal maken het uiterlijk van iOS 7 te kopiëren.

Bevrijd je iPhone met een gratis reparatieset van iFixit -- Ter gelegenheid van de viering van Independence Day in de Verenigde Staten, bieden de luitjes van iFixit van 1 juli tot 5 juli gratis "iPhone-bevrijdingsets" aan. Deze sets, die beschikbaar zijn voor de iPhone 4 en iPhone 5, bevatten alle gereedschappen die nodig zijn om de eigen Pentalobe schroeven van Apple (met vijfpuntige kop) te vervangen door standaard kruiskop (Phillips) schroeven. iFixit heeft aangeboden de verzendkosten te betalen voor de eerste 1776 bestellingen, maar daar waren ze snel doorheen, dus nu dient er $ 5 verzendkosten per bestelling betaald te worden.

Reacties

De integratie door Apple maakt iOS 7 moeilijk te imiteren -- Sinds het debuut van de iPhone heeft iedereen, van concurrerende smartphone-producenten tot web-ontwikkelaars, willen kopiëren hoe iOS er op het scherm uitziet. Ontwikkelaar Marco Arment betoogt echter dat het binnenkort verschijnende iOS 7 de hardware van Apple op zodanige wijze gebruikt dat dit moeilijk te kopiëren is. In het bijzonder wijst hij er op dat de interface van iOS 7 afhankelijk is van de krachtige grafische processoren en schermen met hoge resolutie van de iOS-apparatuur, waardoor het moeilijk zal zijn om dit te imiteren op concurrerende platforms met zwakkere specificaties.

Reacties


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse en grondige besprekingen voor de Apple internet-gemeenschap. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2013 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Vorige aflevering | Search TidBITS | Volgende aflevering
TidBITS English | TidBITS Nederlands