Vorige aflevering | Search TidBITS | Volgende aflevering
TidBITS English | TidBITS Nederlands

TidBITS Logo

TidBITS#1170, 15 april 2013

De tragische gebeurtenissen bij de marathon van Boston maakten het moeilijk ons te concentreren, maar toch hebben we een gevulde editie voor jullie. Naast een aantal online bronnen voor het opsporen van lopers bij de marathon, hebben we artikelen van Adam Engst over WWDCBlast (een attenderingsdienst voor ontwikkelaars voor de WWDC van dit jaar) en de app Type2Phone (die van een Mac een Bluetooth-toetsenbord maakt voor iOS-apparaten). Matt Neuburg legt uit hoe je persoonlijke routes aan kunt maken op Google Maps met behulp van een gps-tracker, en Joe Kissell besteedt in FlippedBITS aandacht aan veelvoorkomende misverstanden rond IMAP. Als laatste zijn er de software-releases, met deze week Audio Hijack Pro 2.10.7, LaunchBar 5.4.3, en DEVONthink en DEVONnote 2.5.2.
 
Artikelen
 

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.

Er is ook een iPhone-versie van TidBITS-NL op <http://nl.tidbits.com/TidBITS-nl-1170i.html>
En als je de volgende koppeling opneemt als bladwijzer in Safari op je iPhone, iPad of iPod touch, heb je altijd de nieuwste aflevering:
<http://nl.tidbits.com/TidBITS-nl-i.html>


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<de contactpagina>


De lopers in de marathon van Boston online volgen

  door Adam C. Engst: ace@tidbits.com, @adamengst

[vertaling: GvH]

Ik ben zelf een lange-afstandloper, en ik volgde de voortgang van veel vrienden die vandaag meeliepen in de marathon van Boston. Ik was dan ook persoonlijk geschokt door het verschrikkelijke nieuws van de explosies bij de finish, waardoor ten minste 3 mensen het leven lieten en minstens 130 anderen gewond raakten (de balans om 10 uur in de avond (Eastern time) op 15 april 2013). De leden van de club hardlopers uit Ithaca hebben een geweldige bijdrage geleverd door contact te houden met vrienden en familie die meededen in Boston, en vervolgens die informatie voor een wijder publiek te delen op de mailing-lijsten van onze club: praktisch alle locale lopers hebben gemeld ongeschonden binnen te zijn gekomen.

Mocht je willen kijken hoe het is met iemand die bij de race betrokken was: Google heeft een "Personen-vinder" opgezet voor de ramp. Deze lijst bevat op dit moment echter van slechts 4.500 mensen de gegevens. (Ter vergelijking: er zijn 23.326 mensen gestart en 17.584 gefinisht. 4.496 lopers hebben de 40 kilometer gehaald, maar niet de finish en 1.246 haalden de 40 km niet eens. En daarbij zijn nog niet de familieleden en toeschouwers meegeteld.)

Bovendien is de Tracking Page van de atleten in de marathon van Boston nog in de lucht, dus je kunt nog bekijken wanneer deelnemers gefinisht zijn. Tot dusverre heb ik van mensen gehoord die tussen 2 uur 43 min. en 4 uur 21 min. zijn gefinisht. De laatste man vertelde dat de explosies plaatsvonden een paar minuten nadat hij door de finish kwam. (Bij grote races, zoals die van Boston, worden de startmomenten verspreid in de tijd, dus de finish-tijd zegt niets zekers of een loper door de finish is gekomen of niet, maar diegenen die eerder dan op 4 uur 21 min. binnen zijn gekomen, zouden toch zeer waarschijnlijk wel in veiligheid zijn.)

Ik hoop dat deze informatie de lezer enigszins gerust kan stellen. Ook al heb ik me zelf moeilijk kunnen concentreren op het afmaken van de TidBITS-uitgave van vandaag, ik wil wel zeggen dat als er één eigenschap is die marathonlopers karakteriseert, die is dat we niet opgeven. Ik heb gehoord dat er lopers waren die onmiddellijk nadat ze gefinisht waren rechtstreeks naar het Massachusetts General Hospital door waren gerend om bloed te geven. Verhalen zoals deze maken mij trots dat ik zoveel hardlopers tel onder mijn vrienden.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Inschrijven voor WWDC: een seintje bij de aftrap

  door Adam C. Engst: ace@tidbits.com, @adamengst
  5 reacties (Engelstalig)

[vertaling: HV]

Vorig jaar waren de 5.000 kaartjes voor Apples Worldwide Developer Conference in een paar uur helemaal uitverkocht, en veel ontwikkelaars, zeker die in het Westen van de Verenigde Staten, visten achter het net. Ze waren witheet over Apples 'wie het eerste komt, het eerste maalt'-beleid. (En nee, Virginia, er is geen iBay-app, en Apple gaat geen kaartjes bij opbod verkopen, zoals we grinnikend meldden in ons 1-april artikel "Apple gaat veiling houden voor betwiste registratieplaatsen WWDC 2013", 1 april 2013.)

Maar tenzij Apple een loterij organiseert voor de kaartverkoop is opletten de enige strategie voor ontwikkelaars die de WWDC willen bijwonen. Ik stond op het punt om ontwikkelaars te adviseren een app als Dejals Simon te gebruiken, die direct een melding genereren als een website (zoals de WWDC site) gewijzigd worden, en dat is op zich nog steeds een goed idee.

Maar het kan nog eenvoudiger, en, tenzij je al over Simon beschikt, ook goedkoper, met de nieuwe dienst WWDCBlast, die belooft je onmiddellijk middels een sms'je te notificeren als de kaartverkoop van start gaat.


Je geeft gewoon je e-mailadres en mobiele nummer op, en na verificatie via een bevestigings-e-mail en -sms zit je op rozen. Als het allemaal gaat zoals beloofd krijg je zodra de kaartverkoop begint een melding via een sms-bericht.

En als je bang bent om ook dan nog achteraan in de rij te staan, kun je hoger op de notificatielijst komen als je via een speciale koppeling vrienden en bekenden op deze dienst wijst (per verwijzing schuif je vijf plaatsen op), of kun je voor 1 dollar tien plaatsen opschuiven. Volgens WWDCBlast kom je daarmee voor 77 dollar bovenaan de lijst te staan. (En wees maar niet bang dat ik voor je sta in de rij: ik ga sowieso niet.) En voor twee dollar extra krijg je zowel een sms als een telefoontje; handig als je beter bereikbaar bent via voicemail

Uiteraard is er op dit moment geen garantie dat WWDCBlast ook echt werkt, maar aanmelden is super-eenvoudig, en je kunt het gewoon uitproberen naast de andere methoden die je wellicht al gebruikt. De site geeft ook aanwijzingen hoe je WWDCBlast kunt instellen als uitzondering voor je Do Not Disturb-instellingen, zodat je zelfs, indien nodig, gewekt wordt als het moment daar is. En mocht je bang zijn dat al dit slechts een truc is om je e-mailadres te bemachtigen: het is ook mogelijk om ervoor te kiezen geen e-mailberichten te krijgen. Ik zou niet weten wat dat voor berichten zouden moeten zijn, want persoonlijk heb ik nog geen e-mail van ze gehad na het verificatiebericht. Overigens lijkt het erop dat er als je je eenmaal hebt afgemeld voor e-mail, er geen mogelijkheid is om je weer aan te melden.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Type2Phone: gebruik je Mac als een toetsenbord voor iOS-apparaten

  door Adam C. Engst: ace@tidbits.com, @adamengst
  5 reacties (Engelstalig)

[vertaling: HV, PAB]

Voor de meeste mensen is het invoeren van grote hoeveelheden tekst op een iOS-apparaat, zeker als dat een iPhone of iPod touch is, onhandig, langzaam, en een bron van fouten. En dan hebben we het nog over iemand met veel ervaring, op een dag dat alles goed gaat, en met wind mee. We zullen de eersten zijn om toe te geven dat Apples virtuele toetsenbord uitstekend ontworpen is en dat autocorrectie regelmatig zeer behulpzaam is, dus mocht je het ermee moeten doen dan kun je best een begrijpelijk Message- of Twitter-bericht de wereld in sturen, of in afgemeten bewoordingen een e-mail beantwoorden. Maar verder kost het invoeren van tekst op een iPhone veel meer moeite dan op een fatsoenlijk computertoetsenbord.

En nou weet ik wel dat sinds iOS 4 de iPhone Bluetooth-toetsenborden kan gebruiken in plaats van het virtuele toetsenbord. Voor hen die bijvoorbeeld tijdens college aantekeningen maken op een iPhone met iets als Pear Note 3.1 is een apart Bluetooth-toetsenbord een ware uitkomst.

Maar er is ook een groep gebruikers die zich daartussenin bevindt, die meer nodig hebben dan alleen het virtuele toetsenbord, maar die ook niet de hele dag een Bluetooth-toetsenbord bij zich dragen. Dat zijn de persoenen (en daar behoor ik ook toe) die slechts incidenteel grote hoeveelheden tekst moeten invoeren op een iPhone. In mijn geval omdat ik onlangs besloten heb om met een soort van dagboek-app een aantal dagelijkse gebeurtenissen bij te houden. Dat doe ik op mijn iPhone, zodat ik mijn aantekeningen altijd bij me heb, maar ik maak normaliter maar een paar aantekeningen die ik later verder uitwerk. Voor mensen zoals ik is het hulpprogramma Type2Phone van Houdah Software een uitkomst. Het blijkt al een tijdje te bestaan, maar ik leerde het pas kennen toen in maart 2013 versie 2.0 uitkwam.

(Als je toch al op zoek was naar een nieuw toetsenbord, kan je met de One Keyboard van Matias (beschikbaar in de modellen "Standard", "Slim" en "Tactile") met een enkele toetsaanslag omschakelen tussen typen op je Mac en je iPhone. Dat werkt goed. Het Easy-Switch Keyboard van Logitech is vergelijkbaar hoewel ik het niet getest heb. Maar beide zijn een stuk duurder dan het $ 4,99 kostende Type2Phone.)

Eenvoudig gesteld: als je de Type2Phone-app via Bluetooth gepaard hebt met je apparaat, kan je met Type2Phone het toetsenbord van je Mac gebruiken om te typen op je iPhone, iPad, iPod touch of Apple TV (model tweede of derde generatie, met versie 5.2 van de software van januari 2013), net zoals elk normaal Bluetooth-toetsenbord, waarbij je kan instellen dat de toetsen in het Type2Phone-venster getoond worden terwijl je ze indrukt (er is zelfs een onnozele animatie met een "vliegende toets"). Dit werkt ongeacht welk toetsenbord aangesloten is op je Mac. Zo gebruik ik op dit moment met het ingebouwde toetsenbord van mijn MacBook Air en met het USB-toetsenbord "Das Keyboard". Het schenkt een bijzondere voldoening om het virtuele toetsenbord van de iPhone te vervangen door een serieus, tastbaar toetsenbord.



Op zichzelf is deze mogelijkheid al behoorlijk interessant, maar Type2Phone biedt nog meer interessante zaken:

Standaard verbreekt Type2Phone de verbinding met je iOS-apparaat als je hem naar de achtergrond stuurt of 5 minuten na je laatste activiteit, voor een belangrijk deel om een iOS-bug te omzeilen die problemen met heraansluiten veroorzaakt als je buiten bereik bent gelopen terwijl je nog steeds aangesloten was. Beide opties kunnen uitgezet worden, maar omdat Type2Phone automatisch herverbindt als je begint te typen, is er weinig nadeel aan het regelmatig verbreken van de verbinding. Een pop-upmenu maakt het ook makkelijk opnieuw verbinding te maken, of om om te schakelen tussen verschillende iOS-apparaten als je Type2Phone gekoppeld hebt aan verschillende apparaten.

Gedurende mijn testen werkte Type2Phone goed, met slechts een probleem, namelijk dat Bluetooth bijzonder onstabiel is. Mijn iPhone paart perfect met mijn Mac Pro met Mountain Lion. Het vraagt correct naar de controlecode die weergegeven wordt op het iPhone-scherm. Het paren met mijn MacBook Air ging ook prima. (Type2Phone moet op dat moment wel actief zijn, zodat de Mac zichzelf kan aankondigen als een toetsenbord.) Maar als ik mijn originele iPad, of mijn iPad van de derde generatie probeer te koppelen met mijn Mac Pro, presenteert de Mac mij vervolgens een venster waarin staat dat de controlecode van de iPad niet gecontroleerd kan worden, wat ervoor zorgt dat het koppelen elke keer mislukt. Op mijn MacBook Air echter, werkt het koppelen prima met beide iPads.

Voor zover ik het kan zien, heeft dit allemaal te maken met Bluetooth en Apples implementatie ervan. Het heeft niets te maken met Type2Phone. Pierre Bernard vertelde me dat de oplossing in alle eerdere keren die hem gemeld waren, was om beide apparaten elkaars Bluetooth-koppeling te laten vergeten (indien nodig), ze beide helemaal uit te zetten, ze beiden weer aan te zetten en opnieuw te proberen. Dat heeft voor mij niet gewerkt, maar mijn iPads kunnen ook in de andere richting niet in verbinding komen met mijn Mac Pro. Er is hier dus iets anders aan de hand.

Type2Phone vereist Mac OS X 10.6.6 Snow Leopard of nieuwer en is alleen beschikbaar in de Mac App Store, huidige prijs $ 4,99. Het werkt met iPhone 3GS en nieuwer, alle modellen van de iPad en de derdegeneratie-iPod touch en nieuwer, op iOS 3.2 (alleen beschikbaar op de originele iPad) of nieuwer.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Zeg niet waar je was, maar toon het met Google Maps

  door Matt Neuburg: matt@tidbits.com
  3 reacties (Engelstalig)

[vertaling: TK, LmR]

Laatst ging ik wat crossen (en ik bedoel "crossen" met een interne verbrandingsmotor, niet met een mountainbike). In plaats van te vertellen waar ik was geweest en hoe de weg kronkelde van de Old Ridge Route naar een bergkam boven de Mojave-woestijn en parallel met de San Andreas-breuk, zal ik het je tonen: zo ziet het begin van mijn route eruit. Voor het volledige effect moet je niet naar een schermkopie van de kaart kijken, maar naar de kaart zelf. Klik op deze koppeling om een weergave van mijn route op Google Maps te zien. (Vergeet nadien niet hier terug te komen!)


Voor mij is dit ongelofelijk cool. Het is cool omdat Google Maps cool is. Je krijgt al het magische van Google Maps. Je kunt de kaart rondschuiven om zo meer van mijn route te zien. Je kunt uitzoomen om een betere indruk te krijgen van het deel van de wereld waar dit zich allemaal heeft afgespeeld. Je kunt omschakelen naar Satelliet-weergave om het gebied van bovenaf te zien. Het is een Google Map, zoals voorzien door Google, maar het pad dat ik heb gevolgd, is erop geprojecteerd.

Voor jou ziet het er misschien niet zo fantastisch uit, maar voor mij wel, omdat ik me de tijd herinner toen deze functie nog niet bestond in Google Maps. Tegenwoordig heeft iedereen een gps-tracker. Zoals met alles, ben ik er maar laat mee begonnen, maar zodra ik er eentje had, wilde ik er de verschillende plaatsen waar ik graag ga crossen mee registreren. Ik ontdekte onmiddellijk dat het niet zo gemakkelijk was om deze registratie aan iemand anders te tonen! Ik moest mijn routes op mijn eigen computer in kaart brengen en dan een schermkopie posten. Dat is niet slecht, maar met een schermkopie kun je niet scrollen of op inzoomen. Het blijft bij dat ene beeld. Een kaart in Google Maps is dynamisch en interactief. Je kunt ermee leren en op ontdekkingstocht gaan. Het is een deel van het fantastische kartografische overzicht van de hele wereld van Google Maps.


Vroeger kon je als alternatief iemand een KML-bestand met de route geven (of een KMZ-bestand, dit is hetzelfde als een KML, maar gecomprimeerd). Zij konden dat KML-bestand op hun eigen machine openen met Google Earth, en zo de weergave van de route door Google Earth bekijken, geprojecteerd op satellietbeelden van de wereld. Google Earth mag op zijn eigen manier dan wel heel cool zijn, maar het had geen topografische kaartweergave. En een bestand downloaden en het op jouw machine openen met Google Earth is veel meer werk dan even op een koppeling klikken en onmiddellijk de kaart in je webbrowser zien. Maar ofschoon Google Earth een gps-route in een KML-bestand kon weergeven, kon Google Maps dit niet.

Ik weet niet sinds wanneer Google Maps een KML/KMZ-bestand kan weergeven, maar nu kan het, en dat is de reden waarom de koppeling in dit artikel het doet. Ook jij kunt een routepunt of een route vanuit je gps-tracker exporteren, het aan Google Maps geven, en je vrienden (of de hele wereld) een koppeling sturen waarop zij kunnen klikken om die informatie in Google Maps te zien. En nu leg ik uit hoe je dit kunt doen.

  1. De eerste stap is om het KML/KMZ-bestand te krijgen met het routepunt of de route die je hebt geregistreerd tijdens je activiteit: rijden, trekken of staan op een interessante plaats. Deze stap kan wat moeilijk zijn. We zullen er nu dus van uitgaan dat je dit al gedaan hebt en ik kom er later nog op terug.

  2. Vervolgens moet je een website hebben waar je het KML/KMZ-bestand kunt uploaden. Upload het bestand naar die website. Zo heb ik een verzameling KML- en KMZ-bestanden geüpload naar een map op mijn website, http://www.apeth.com/kmz/. Google Sites en Google Docs bieden ook manieren om KML/KMZ-bestanden te hosten.

  3. Neem de HTTP-url van het KML- of KMZ-bestand dat je wil weergeven in Google Maps. Voer die url in in je webbrowser om hem te testen. De url is correct als het bestand wordt gedownload.

  4. Ga naar https://maps.google.com/ in je browser. Aan de bovenkant van de webpagina staat het zoekveld van Google Maps, waar je een adres voor weergave op de kaart kunt invoeren. Voer hier de volledige url van het KML- of KMZ-bestand in en klik op de zoekknop rechts van het zoekveld. Hupsakee, de Google Map met een grafische weergave van je KML/KMZ-bestand wordt weergegeven!


  5. Configureer ten slotte de kaart voor de manier waarop je wil dat de anderen ze eerst zien. Verander de zoominstelling. Schakel om naar Terrain-weergave, of naar een weergave naar keuze. Scroll naar een beginpositie naar keuze. Wanneer de kaart klaar is, klik je op het koppelingssymbool (rechts van het printersymbool). Een veld verschijnt met de url die je met anderen kunt delen om deze kaart weer te geven! Of beter nog, kies Short URL om die url te veranderen in een heel korte url die beter geschikt is voor e-mailberichten (of een TidBITS-artikel). Wie op die url klikt, krijgt een kaart te zien precies zoals jij ze hebt gemaakt en geconfigureerd.


Laten we nu even teruggaan naar waar we het KML- of KMZ-bestand verkrijgen. Dit kan heel gemakkelijk gaan of erg lastig, afhankelijk van je situatie. Als je boft, zal je gps-tracker je eenvoudigweg een KML/KMZ-bestand geven en is er geen probleem. Is je iPhone bijvoorbeeld je gps-tracker en gebruik je de app MotionX-GPS om je spoor vast te leggen dan genereert de functie Deel om je spoor te mailen twee bestanden: een GPX-versie van de informatie, en een KMZ-versie. Dat KMZ-bestand kan je direct met Google Maps gebruiken, mocht je dit willen.

Als je gps-tracker echter bestanden genereert in een ander formaat zal je de gegevens van je spoor moeten omzetten naar het KML-formaat. Bijvoorbeeld: als ik op een stoffige en mogelijk gevaarlijke terreinfietstocht in plaats van mijn iPhone liever mijn Garmin Forerunner 305 meeneem die ik ook voor hardlopen gebruik, geeft die mij, als ik 'm thuis aan mijn computer koppel, alleen een bestand in het GPX-formaat.

Als ik nu dat spoor openbaar wil maken via Google Maps, heb ik een conversieprobleem: ik moet van GPX naar KML converteren. gelukkig is GPX een populair formaat. Deze conversie wordt veel gebruikt dus zijn er eenvoudige manieren om dit te doen. Eén manier is om Google Earth het voor je te laten doen. Je hebt toch wel een exemplaar van Google Earth op je computer? Welnu, Google Earth kan een GPX-spoor importeren en het vervolgens exporteren als KML of KMZ. Kies File > Open in Google Earth, selecteer je GPX-bestand en kies Create KML Tracks in het kleine dialoogvenstertje dat verschijnt. Het bestand wordt geconverteerd naar KML en geïmporteerd in Google Earth, waar het onder Temporary Places wordt gezet (en op de wereldkaart wordt aangebracht). Het spoor is tevens meteen geselecteerd dus als je direct File > Save > Save Place As kiest, wordt het bewaard als een KML- of KMZ-bestand.

Je kunt de conversie ook online uitvoeren via de website GPSVisualizer. Deze uitstekende website heeft nog meer geweldige functies: hij kan bijvoorbeeld een meersporenbestand opsplitsen in individuele sporen.

Als het bestand waarmee je begint niet in het GPX-format is, wordt de conversie ingewikkelder en kan ik je niet precies vertellen hoe je dat moet doen, vooral omdat er zo enorm veel formaten gebruikt worden. Er zijn echter een aantal gratis universele gps-bestandomzetters die je kunnen helpen. De website van GPS Visualizer waar ik het zojuist over had heeft een goede conversie-interface.

Een andere mogelijkheid is de gratis "universele" gps-bestandomzetter, GPSBabel. Hij is beschikbaar als een commandoregel-programma en als je hier een beetje in thuis bent kan je eenvoudigweg de broncode downloaden en compileren om hem vervolgens in Terminal te gebruiken. Er is ook een kant-en-klaar programma rondom GPSBabel, met de naam GPSBabelFE, dat je kunt downloaden.

Helaas is GPSBabel niet erg eenvoudig in gebruik. De commandoregel-mogelijkheden zijn talrijk en verwarrend en als je het verkeerd doet, werkt je geconverteerde bestand niet. Het kant-en-klare programma is niet veel beter: het biedt weliswaar een grafische interface voor het instellen van al die commandoregel-mogelijkheden, maar de interface zelf is verwarrend en staat standaard verkeerd ingesteld.

Om een KML te maken, moet je ervoor zorgen dat je doelformaat "Google Earth (Keyhole) Markup Language" is. In het venster Options moet je alles deselecteren en dan Write KML Track selecteren. Een andere fijne mogelijkheid is om Line Color in te stellen waarmee je kan aangeven in welke kleur je spoor moet worden weergegeven in Google Maps. Helaas moet je de kleur handmatig invoeren als een serie hexadecimale karakters. Ik heb deze functie gebruikt om mijn KML-bestanden te maken. De kleur van het spoor in Google Map in de eerste koppeling van dit artikel is 991111EE.

Ik twijfel er niet aan dat er nog veel meer manieren zijn om te doen wat ik in dit artikel heb beschreven (en misschien willen lezers hierover vertellen in de reacties). Mijn doel was om het feit te vieren dat Google Maps gegevens van een KML-bestand kan weergeven, om uit te leggen hoe ik dat vervolgens gebruik en om jou uit te nodigen hetzelfde te doen. Vertel je vrienden niet waar je bent, laat het ze zien!

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


FlippedBITS: misvattingen over IMAP

  door Joe Kissell: joe@tidbits.com, @joekissell
  4 reacties (Engelstalig)

[vertaling: MSH, JWB, JO, HR]

In de aflevering van vandaag van FlippedBITS, wil ik een handvol veelvoorkomende misvattingen onderzoeken over IMAP, een bekend protocol voor het ophalen van e-mail van een server. IMAP staat voor ... nu, dat is meteen het eerste verhaal. De uitvinder van IMAP, Mark Crispin (die in december 2012 helaas overleden is), noemde de eerste versie van zijn schepping Interim Mail Access Protocol. Versies 2, 3 en 2bis werden aangeduid als Interactieve Mail Access Protocol, en versie 4 (die nu in gebruik is) heet officieel Internet Message Access Protocol. Hoewel veel websites beweren dat de afkorting Internet Mail Access Protocol betekende, heb ik geen geloofwaardige verwijzingen gevonden ter ondersteuning van die bewering.

Hoe dan ook genaamd, IMAP is altijd al een manier voor e-mailclients geweest om te praten met e-mailservers. Dat plaatst het in het gezelschap van POP (Post Office Protocol) en Microsofts MAPI (Message Application Programming Interface). Bijna elke moderne e-mailclient (met inbegrip van Apple Mail, Thunderbird, Microsoft Outlook, en tientallen anderen) kan e-mail ophalen met IMAP. Het is heel goed mogelijk dat je het al jaren gebruikt, zonder het zelf te weten. iCloud en zijn voorgangers MobileMe, Mac en iTools gebruiken vanaf het begin standaard IMAP voor de toegang tot e-mail.

Nieuwe medespeler - Het eerste wat ik wil ophelderen is het hardnekkige idee dat IMAP een soort van nieuwerwets e-mailsysteem is, een echte nieuwlichter in vergelijking met de oude en gerespecteerde POP-methode. Ja, POP is er al al een tijdje: het werd uitgevonden in 1984. IMAP kwam in 1986. (Ter indicatie: Apple Macintosh Systeemsoftware 5, de eerste met MultiFinder, werd uitgebracht in 1988.) Beide protocollen ondergingen vervolgens tal van herzieningen, maar in ieder geval is het een beetje raar om POP als "traditioneel" te kenmerken en IMAP als "nieuw".

Nu, het is waar dat in vroegere dagen meer e-mailclients en -servers POP dan IMAP ondersteunden (en zelfs nu is IMAP-ondersteuning niet universeel). Daardoor raakten velen van ons die al lange tijd van het internet gebruikmaakten gewend aan POP. Een verrassend aantal lieden maakt nog steeds gebruik van POP, vaak meer uit gewoonte dan uit noodzaak. (Ik zal er later op terugkomen of dat een goed idee is.) Maar IMAP is al decennia lang een haalbare optie geweest.

Wordt u al geholpen? -- De manier waarop mensen doorgaans uitleggen wat het verschil is tussen POP en IMAP is te zeggen dat bij POP alle berichten gedownload worden van de server naar je e-mailprogramma, terwijl bij IMAP de berichten op de server worden opgeslagen. Dat is een soort van waar, maar het is in beide gevallen misleidend. Bij POP kun je de berichten op de server laten staan als je dat wilt en bij IMAP kun je alle berichten downloaden en ze lokaal opslaan. De gesimplificeerde "IMAP-betekent-opgeslagen-op-de-server"-uitleg heeft er toe geleid dat talloze mensen aannamen dat je IMAP alleen kunt gebruiken wanneer je een actieve internetverbinding hebt. Maar dat is niet zo. Zo lang ik al IMAP gebruik, heb ik lokale kopieën van alle berichten in mijn accounts en heb ik nooit problemen gehad met het off line lezen, zoeken, archiveren of anderszins beheren van mijn berichten.

De beste manier om over IMAP te denken is dat de server over het originele exemplaar van elk bericht beschikt. Telkens wanneer een IMAP-client met de server contact maakt kan deze veranderingen bidirectioneel synchroniseren. Zo worden nieuwe berichten in het Postvak In gedownload naar de client, en veranderingen die in de client zijn aangebracht terwijl deze offline was geüpload naar de server, waarbij de originele berichten worden geüpdatet. Maar het exacte gedrag wordt bepaald door het ontwerp van de client en de instellingen die de gebruiker heeft gekozen. Standaard zal Apple Mail (net als de meeste moderne e-mailprogramma's) al je berichten synchroniseren tussen client en server. Maar als je dat liever hebt kun je je client zodanig configureren dat deze geen berichten in de cache bewaart om off line te bekijken, dat deze alleen sommige berichten in de cache bewaart of dat alleen de tekst van berichten in de cache wordt bewaard, en niet de bijlagen.

Ik moet daaraan toevoegen dat het feit dat de server al je e-mailberichten bewaart je er niet van weerhoudt om berichten te verwijderen. Opnieuw verschilt het exacte gedrag afhankelijk van de e-mail-client die je gebruikt en je instellingen, maar wanneer je een bericht lokaal verwijdert zal je client normaal gesproken de server opdracht geven het originele bericht ook te verwijderen.

Ik map er op los -- Een ander belangrijk verschil tussen POP en IMAP is dat IMAP je postbussen laten definiëren (dat wil zeggen, mappen voor e-mailberichten) die op de server worden opgeslagen en (in veel gevallen) worden gesynchroniseerd met je e-mailprogramma. In het algemeen is het effect hiervan dat welk e-mailprogramma je ook gebruikt, op welke platform dan ook, het altijd dezelfde reeks van postbussen zal tonen met dezelfde inhoud. Je hoeft je er nooit zorgen over te maken dat je misschien een bepaald bericht op de verkeerde computer hebt opgeslagen.

Met POP bestaan er geen postbussen op de server. Er is alleen een Inbox, dus het archiveren zal altijd in je mailprogramma moeten gebeuren. IMAP biedt juist wel de (handige) mogelijkheid om postbussen op de server aan te maken, maar als je liever alle berichten of een deel daarvan in lokale postbussen opslaat, dan is dat geen enkel probleem. Als je provider een quotum voor opslag van mail hanteert, kan het zelfs belangrijk zijn om ruimte te maken in postbussen op de server, door berichten te verplaatsen naar een lokaal systeem.

Precies hetzelfde, maar dan heel anders -- Men zegt wel dat je je POP-mail zodanig kunt instellen dat alle berichten op de server bewaard worden. Dat wil zeggen: niet verwijderd nadat je ze gedownload hebt. En POP zou dan zo sterk op IMAP lijken dat er eigenlijk geen verschil meer is. Maar dit is absoluut niet waar.

Los van het ontbreken van postbussen op de server (die je ook in IMAP natuurlijk niet hoeft te gebruiken), is het laten staan van berichten op een POP-server iets heel anders dan het werken met berichten op een IMAP-server. Een cruciaal verschil is dat IMAP-servers bijhouden welke berichten gelezen zijn, beantwoord of doorgestuurd. Stel bijvoorbeeld, dat ik verbinding maak met mijn POP-account waarop vijftien berichten in de Inbox staan. Ik download en lees ze, maar heb ingesteld dat ze ook op de server blijven staan. Nu gebruik ik een ander e-mailprogramma en maak verbinding met dezelfde POP-account. Diezelfde vijftien berichten zullen opnieuw gedownload worden (plus eventuele nieuwe berichten), zonder enige aanwijzing dat ik er al een aantal gelezen heb. Maar als ik dit doe met verschillende e-mailprogramma's terwijl ik IMAP gebruik, dan is de situatie anders: ieder programma zal mij laten zien welke mails ik gelezen heb, welke niet, welke ik beantwoord heb, en welke ik doorgestuurd heb. Het is met IMAP dus veel makkelijker om te schakelen tussen e-mailprogramma's, wat steeds belangrijker wordt nu veel mensen niet alleen meerdere computers, maar ook nog eens smartphones, tablets en andere gadgets met internet gebruiken.

Wat betreft het gebruik van meerdere e-mailprogramma's: let op dat het POP-protocol niet toestaat dat je met meerdere apparaten tegelijkertijd verbinding maakt met één en hetzelfde account, waar dit bij IMAP wel werkt. Dus je kunt met drie Macs, twee iPads, een Windows-pc en een iPhone continu verbinding hebben met hetzelfde IMAP-account, maar met een POP-account zullen ze elk op hun beurt moeten wachten.

Allemaal gelijk en gelijkwaardig? -- En nu richt ik me even heel ergens anders op, namelijk op de misconceptie dat alle IMAP-servers allemaal gelijk en gelijkwaardig zijn. Ik zou willen dat dit de waarheid was, maar helaas: nee, dat is niet het geval. IMAP-servers zijn al net zo verschillend van elkaar als al die e-mailprogramma's. Het gaat allemaal om drie woorden: specificatie, implementatie en instellingen.

Zoals ik hierboven al schreef, is de specificatie van IMAP een aantal keren herzien. Bovendien biedt hij ruimte voor optionele extensies die extra functionaliteit toevoegen. Bij het implementeren van de IMAP-specificatie kan een ontwikkelaar een oudere versie kiezen, de specificatie interpreteren op een eigen manier, of kiezen om bepaalde extensies om eigen redenen toe te voegen of weg te laten. Een andere ontwikkelaar maakt weer totaal andere keuzes. Sommige ontwikkelaars vinden dat de gewone IMAP-benadering niet past bij hun randvoorwaarden en zullen daarom onderdelen weglaten, wat dingetjes toevoegen, hier en daar wat tweaken, ... En zo werken dingen opeens verrassend anders. (Dit gebeurt vaker dan ik zou willen toegeven. Maar in alle objectiviteit kan gesteld worden dat de IMAP-versie van Gmail het verst van het echte IMAP staat. Dit is ook niet raar, want IMAP is daar meer een late inval geweest, geen kernonderdeel van het oorspronkelijke ontwerp van de dienst.)

Je wilt niet weten hoe vaak ik dit soort dingen heb moeten zeggen: "Ja, uw IMAP-server ondersteunt het abonneren op specifieke postbussen, en Outlook kan hier ook mee omgaan, maar Apple Mail helaas niet". Of: "Apple Mail ondersteunt IMAP IDLE, maar uw IMAP-server niet". (Lees hierover het artikel "Apple Mail is misschien niet zo IDLE met push e-mail" van 22 oktober 2012.) Of: "Gmail implementeert een vorm van archiveren die maar heel weinig gemeen heeft met de manier waarop Apple dat doet". Een bijzonder lastig gebied vormen de verschillende manieren waarop IMAP-servers en e-mailprogramma's het verwijderen van berichten uitwerken. Dit probleem behandel ik zo goed en kwaad als ik kan in mijn boeken over Apple Mail: "Take Control of Apple Mail in Mountain Lion" en "Take Control of Mail on the iPad, iPhone, and iPod touch"). Binnen dit kader zal ik er niet dieper op ingaan.

Stop je POP, en hop naar IMAP -- Ondanks deze en andere rariteiten, die meekomen met bepaalde implementaties van IMAP, wordt mijn liefde voor IMAP slechts geëvenaard door die voor chocolade. (En ik kan je vertellen dat die liefde groot is.) Dus laat ik de de voordelen van IMAP ten opzichte van POP nog eens op een rijtje zetten:

Het veelgehoorde bezwaar dat IMAP je de controle uit handen neemt is een mythe. Als je je client maar zo hebt ingesteld dat deze een lokale kopie van al je berichten bijhoudt en je berichten op de server pas wist wanneer jij deze lokaal weggooit, heb je net zoveel controle over je e-mail als bij POP. De meeste oude veronderstellingen in het voordeel van POP, zoals de verwachting dat iemand voornamelijk een enkele computer voor e-mail zal gebruiken, en het geloof dat online opslag duur is, zijn vandaag de dag niet langer waar.

Zijn er nog steeds goede redenen om POP te gebruiken? Zeker wel. Om te beginnen is POP minder conversationeel, dus presteert het vaak beter bij een lage bandbreedte. Zeker wanneer veel gebruikers zijn verbonden met een trage server. (Waarbij moet worden aangetekend dat mobiele IMAP-clients prima presteren bij langzame telefoonverbindingen, maar dan moeten de client en de server wel specifiek voor dat doel geoptimaliseerd zijn.) Ook limiteren de meeste providers de opslagruimte voor een IMAP-account, dus als je een grote hoeveelheid bewaarde e-mail hebt zou je gedwongen kunnen worden om een gedeelte daarvan over te brengen naar lokale postbussen. POP daarentegen bewaart berichten slechts totdat de gebruiker ze ophaalt, dus de benodigde opslagcapaciteit is over het algemeen lager. En als je bezorgd bent dat je e-mailprovider niet te vertrouwen is of kwetsbaar is voor hackers, dan laat je onversleutelde berichten liever niet langer dan noodzakelijk op een server staan. En tot slot ondersteunen niet alle providers IMAP. Maar dat brengt mij tot mijn laatste punt.

Vastzitten in het verleden -- Ik heb van een aantal mensen gehoord dat ze IMAP graag zouden willen gebruiken, maar dat dat niet lukt omdat hun ISP het niet ondersteunt of er extra voor berekent. Hierover twee opmerkingen.

In de eerste plaats houdt niets je tegen om, wanneer je eigen ISP geen IMAP voor accounts aanbiedt op hun mailserver, gebruik te maken van een andere IMAP-provider. Wanneer een ISP zegt dat ze extra rekenen voor IMAP, dan betekent dat dat ze extra rekenen voor het gebruik van hun IMAP-server, niet van elke IMAP-server. Je kunt gewoon gebruikmaken van iCloud, Yahoo Mail, AOL, Gmail, of een van de honderd andere diensten die IMAP toegang tot e-mail aanbieden, waarvan vele gratis.

In de tweede plaats geldt dat, als je belangrijkste e-mailadres rechtstreeks van je ISP komt, je normaal gesproken een IMAP-account bij een andere provider kunt aanmaken en vervolgens mail van je ISP naar het nieuwe IMAP-account kunt doorsturen. (Hoe je dit precies doet hangt af van de provider.) Op die manier kan iedereen met je oude adres je nog steeds bereiken, terwijl jij de voordelen van IMAP krijgt.

Als je de voor- en nadelen hebt afgewogen en hebt besloten dat een overstap van POP naar IMAP iets voor jou is, kijk dan of je huidige e-mailprovider een IMAP-optie aanbiedt. Soms is het een kwestie van het omzetten van een knop op de server, hoewel je waarschijnlijk een heel nieuw account in je e-mailclient moet aanmaken. Ik raad voor meer hulp het Macworld-artikel "How to convert a POP email account to IMAP" van Kirk McElhearn aan.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


TidBITS Volglijst: belangrijke software-updates, 15 april 2013

  van de TidBITS-redactie: editors@tidbits.com

[vertaling: HR, DPF]

Audio Hijack Pro 2.10.7 -- Rogue Amoeba heeft Audio Hijack Pro 2.10.7 gepubliceerd, waarmee een crash wordt gerepareerd die zich voordeed wanneer de bronapplicatie werd afgesloten tijdens het opnemen van audio. De app hoort nu ook crashes te voorkomen die worden veroorzaakt door grote illustraties. De update zorgt ervoor dat het script "Add to iTunes as Bookmarkable" werkt zoals beloofd, en dat een probleem in iTunes versies 11.0.0 en 11.0.1 waarbij sommige AIFF-bestanden niet werden gelezen wordt omzeild. Het verbetert ook de manier waarop WAV-tags worden geschreven, en het corrigeert een probleem waarbij Audio Hijack Pro in sommige laptops de specifieke grafische verwerkingsmodus kon aanzetten. Tenslotte is de algemene betrouwbaarheid van het opnemen van audio verbeterd, en is de component Instant On geüpdatet naar versie 6.0.3 om verschillende problemen te repareren (inclusief een probleem gerelateerd aan de iTunes-plug-in Amarra). ($ 32 nieuw met 20 procent korting voor TidBITS-leden, gratis update, 5.6 MB, toelichting)

Reacties - Audio Hijack Pro 2.10.7

LaunchBar 5.4.3 -- Objective Development heeft LaunchBar 5.4.3 uitgebracht. De software kan nu beter omgaan met bladwijzers van Google Chrome en Chromium en met de Automatic Software Update van de app. Ook is een probleem met iTunes opgelost waarbij de optie "Play from Album" alleen het allereerste nummer afspeelde, een probleem dat ervoor zorgde dat je LaunchBar niet kon verbergen na het oproepen van een dienst, en een probleem met het indexeren van gesymlinkte voorkeurenpanelen. Verder wordt ervoor gezorgd dat dialoogvensters niet langer onder de zoekresultaten getoond worden. ($ 35 nieuwe versie, 20 procent korting voor TidBITS-leden, gratis update, 2,5 MB, toelichting)

Reacties - LaunchBar 5.4.3

DEVONthink en DEVONnote 2.5.2 -- DEVONtechnologies heeft alle drie de versies van DEVONthink (Personal, Pro, en Pro Office) en DEVONnote op versie 2.5.2 gebracht. Het is vooral een onderhoudsupdate, maar er zijn ook een paar nieuwe mogelijkheden. De browserextensie "Clip to DEVONthink" laat nu zien of een geselecteerd web-adres al in de huidige databases zit en toont verder of het eerstgevonden document dat bij dat adres hoort in het popup-menu staat. Verder laten zowel DEVONthink Pro als Pro Office nu favorieten zien in het popup menu. Bij alle drie de versies kunnen zowel de browserextensie als de bookmarklets nu selecties in RTF maken. Ook zijn de programma's nu sneller en betrouwbaarder qua synchronisatie, wordt de voortgang beter getoond in het paneel Activity (en wordt er minder beslag gelegd op de CPU), worden QuickTime-films in 64-bitmodus beter weergegeven en worden duplicaten beter herkend. DEVONthink Pro Office stelt je nu in staat om commentaar uit te wisselen via het paneel "Web interface Info", en via OCR geïmporteerde afbeeldingen houden nu de oorspronkelijke pdf-bestandsnaam. DEVONnote 2.5.2 synchroniseert nu sneller en beter met DEVONthink To Go en als je tekstbestanden bekijkt worden die nu beter op schaal weergegeven. (Alle updates zijn gratis. DEVONthink Pro Office, $ 149,95 nieuwe versie, toelichting; DEVONthink Professional, $ 79,95 nieuwe versie, toelichting; DEVONthink Personal, $ 49,95 nieuwe versie, toelichting; DEVONnote, $24,95 nieuwe versie, toelichting; 25 procent korting voor TidBITS-leden op DEVONnote en alle editie van DEVONthink)

Reacties - DEVONthink en DEVONnote 2.5.2


ExtraBITS, 15 april 2013

  van de TidBITS-redactie: editors@tidbits.com

[vertaling: DPF]

Eén korte aanvulling deze week: het bericht dat Apple een rechtszaak rond niet toegekende garantie schikt.

Apple treft schikking bij rechtszaak over verkeerde vloeistof-contactindicatoren -- David Kravets van Wired zegt dat Apple van plan is 53 miljoen dollar te betalen in een rechtszaak waarbij het bedrijf ervan beschuldigd wordt dat men ten onrechte geen garantie heeft gegeven. Het gaat om exemplaren van de iPhone en de iPod touch. De tape aan de binnenkant van de koptelefoon- of oplaadaansluiting die moet aangeven of het toestel ooit nat is geworden, is in een aantal gevallen roze of rood gekleurd. De fabrikant van de tape, 3M, zegt dat vochtigheid de veroorzaker kan zijn van de verkleuring.

Reacties


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse en grondige besprekingen voor de Apple internet-gemeenschap. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.
Copyright 2013 TidBITS; reuse governed by this Creative Commons License.

Vorige aflevering | Search TidBITS | Volgende aflevering
TidBITS English | TidBITS Nederlands