Vorige aflevering | Doorzoek TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering

TidBITS Logo

TidBITS#1064, 21 februari 2011

Er zijn weken met een thema, en er zijn weken zoals deze, wanneer enige overeenkomst ver te zoeken is. We beginnen deze week met de aankondiging van vier extra locaties en datums voor de MacTech Boot Camp-conferentie voor consultants. Jeff Carlson schrijft over gfxCardStatus, een programma waar MacBook Pro-bezitters veel aan zullen hebben. Glenn Fleishman bekijkt Quickmark, een 2D-code-programmaatje voor de Mac. Verder is er versie 1.4 van de TidBITS News-app voor iOS die we onlangs uitbrachten. Matt Neuburg legt aan de hand van de belangrijkste nieuwsfunctie van het programma uit, wat het toevoegen van multitasken lastiger maakt dan dit op het eerste gezicht lijkt. En Adam vertelt over een verandering achter de schermen, namelijk een nieuw Van-adres dat we bij TidBITS in onze e-mails gaan gebruiken, en onderzoekt de "nurdy" technische details van die aanpassing. Tenslotte doet Jeff Porten aan het eind van deze editie het licht achter ons uit, met een verslag van de .nxt-conferentie over nieuwe top-level domeinnamen, maar de vraag die bij hem opkomt is: wie kan het nog wat schelen? Vermeldenswaardige software-updates zijn onder meer: Skitch 1.0.3, Digital Camera Raw Compatibility Update 3.6, Evernote 2.0.4, CopyPaste Pro 3.0, 1Password 3.5.7, iWeb 3.0.3 en Adobe Acrobat/Reader 10.0.1.
 
Artikelen
 

De Nederlandse editie van TidBITS is een letterlijke vertaling van de oorspronkelijke Engelse versie. Daarom is het mogelijk dat een deel van de inhoud niet geldt in bepaalde landen buiten de VS.

Er is ook een iPhone-versie van TidBITS-NL op <http://nl.tidbits.com/TidBITS-nl-1064i.html>
En als je de volgende koppeling opneemt als bladwijzer in Safari op je iPhone, iPad of iPod touch, heb je altijd de nieuwste aflevering:
<http://nl.tidbits.com/TidBITS-nl-i.html>


Deze editie van TidBITS werd gedeeltelijk gesponsord door:
Help TidBITS te ondersteunen door onze sponsors te sponsoren!

Dit nummer werd uit het Engels vertaald door:

Verder werkten mee:

Hoe je ons kunt bereiken kun je lezen op:
<http://nl.tidbits.com/tidbits-nl/contact.html>


MacTech Boot Camp in vier andere steden

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

[vertaling: PP]

Berichten uit MacTech Boot Camp in San Francisco vorige maand meldden dat het een succes geweest is met een symposium van een dag waar bezoekers en sprekers nuttige informatie uitwisselden (zonder drilsergeanten met bevelen om op te drukken). Op basis van dat succes heeft MacTech nu extra Boot Campconferenties aangekondigd voor consultants en technici verspreid in de Verenigde Staten. De nieuwste zijn:

Wie in januari niet het uitstapje naar San Francisco kon maken naar de eerste MacTech Boot Camp met de aansluitende Macworld 2011, zal die extra mogelijkheden op prijs stellen.

MacTech heeft discussieleiders bekend gemaakt voor elk van die conferenties en hoewel de secties niet precies overal dezelfde zijn, zullen de conferenties ongeveer dezelfde onderwerpen behandelen, zoals klantbehandeling, beantwoorden van vragen om hulp, ondersteuning op afstand, back-upsystemen, Windows op de Mac, de basis van werken met en onderhouden van netwerken, reclame maken en middelen om moeilijke problemen op te lossen.

Boeking voor deelname aan een conferentie van een enkele dag kost $ 495 en bij boeking vooraf is dat terug te brengen tot $ 295.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


QuickMark brengt 2D-codes naar de Mac

  door Glenn Fleishman <glenn@tidbits.com>
  2 reacties (Engelstalig)

[vertaling: RAW]

Tweedimensionale labels die een URL, visitekaartje, locatiecoördinaten of tekst geven kunnen nu gemakkelijk worden ontcijferd op Mac OS X met de nieuwe versie van QuickMark. Het $ 2,99 kostende QuickMark leest standaard 2D-codes (QR Code en Data Matrix) en zijn eigen Quick Code-formaat. Deze codes vind je steeds meer in kranten, tijdschriften, advertenties en op koopwaar in de detailhandel. (We zetten zelfs QR-codes onderaan elk TidBITS-artikel, zodat je de URL kunt overzetten tussen apparaten om door te gaan met lezen; zie "Wie niet weg is is gezien in 2D!", 1 oktober 2009.)

Image

Het Mac-programma van QuickMark, dat dezelfde naam draagt en verkrijgbaar is via de Mac App Store, heeft drie functies. Het kan een camera (ingebouwde iSight, FaceTime, of een andere) gebruiken om een 2D-label te herkennen en de bijbehorende actie uit te voeren. Dit betekent het openen van een URL in een browser, omschakelen naar Skype voor een telefoongesprek of het versturen van een sms, of Google Maps gebruiken via een browser om een locatie te laten zien. Het kan ook tekst die je invoert gebruiken om een 2D-code te maken in een van de formaten die het kan lezen. Ten slotte kun je een afbeelding in het scanvenster slepen of een afbeelding uit een menu kiezen, en QuickMark zal 2D-labels vinden en decoderen die in de afbeelding zitten. De Mac-app kan geen 1D-streepjescodes lezen, zoals die bijvoorbeeld gebruikt worden voor ISBN-nummers op boeken.


Ik gebruik al een tijdje en tot volle tevredenheid de $ 0,99 kostende iOS-app van QuickMark op mijn iPhone om 2D-codes te scannen en te maken. Het gebruik van deze codes werd bijna tien jaar geleden in Japan gemeengoed door een samenwerking tussen mobiele-telefoonmaatschappijen, telefoonmakers, reclamemakers en uitgevers. Ze hebben nu ook eindelijk voet aan de grond gekregen in de Verenigde Staten: er gaat geen dag voorbij dat ik er niet meerdere van zie, opvallend uitgestald in winkeletalages, in advertenties in kranten en tijdschriften, of op websites die ik bezoek. Ik kreeg gisteren zelfs een reclamefolder in de bus die een code bevatte. (De iOS-app kan wel 1D-streepjescodes lezen.)

De Mac-versie getuigt helaas van het onbekendheid met Mac OS X bij de ontwikkelaars: je kunt geen tekst plakken in het tekstveld voor het maken van een 2D-label en trouwens, commando's voor kopiëren en plakken ontbreken helemaal. Je kunt alleen tekst typen of vanuit een adresbalk van een browser in het tekstveld slepen. Maar deze beperkingen zouden gemakkelijk op te lossen moeten zijn, en ik ben er zeker van dat commentaar van gebruikers QuickMark zal verbeteren.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Controleer je filters: de TidBITS-aflevering zal vanaf een ander adres verstuurd worden

  door Adam C. Engst <ace@tidbits.com>

[vertaling: RAW, JO]

[Opmerking vooraf: het onderstaande is specifiek voor de Engelstalige versie. Voor de Nederlandse versie verandert er niets. -Nvdv]

Voor de lezers die geabonneerd zijn op onze gratis wekelijke aflevering, die samengesteld is uit artikelen die op de TidBITS-website verschijnen, geef ik hier een vooraankondiging van een op til zijnde verandering in hoe we e-mail versturen. Vanaf TidBITS nummer 1065 van volgende week zullen de e-mailkoppen boven de aflevering iets verschillend zijn, een verandering die we niet gepland hadden, maar die nodig blijkt te zijn om het opvangen van onbestelbare mail in onze nieuwe systeem te laten werken.

Ik geef deze waarschuwing vooraf: als je e-mail van editors@tidbits.com in je spamfilter als niet-spam hebt aangegeven, kan het zijn dat de aflevering van volgende week, die van een ander adres in ons domein zal komen, als spam aangegeven zal worden. Dus als TidBITS volgende week niet aankomt, is dat waarschijnlijk de reden, en zul je wat speleologie moeten bedrijven in je spammap. En als je de TidBITS-afleveringen naar een andere postbus doorsluist met een regel die editors@tidbits.com herkent in het Van-veld, dan zul je die ook moeten aanpassen. Sorry voor het ongemak!

In een ideale wereld zouden we de verandering doorvoeren en alles zou gewoon werken zonder dat je iets zou moeten doen. Maar ervan uitgaande dat Murphy's wet gewoon blijft gelden, volgt hier de nodige informatie.

Het Van-adres in alle afleveringen van de TidBITS-aflevering van deze week zal veranderen van editors@tidbits.com naar tb-mailer@tidbits.com, bijvoorbeeld:

From: TidBITS Editors

Dat tb-mailer@tidbits.com-adres is wat je aan je spamfilters zult willen toevoegen om te zorgen dat de berichten die van dat adres komen automatisch goedgekeurd worden. Maar het is niet de beste manier om TidBITS-afleveringen naar een andere postbus te filteren. Daarvoor beveel ik een regel aan die de List-Id-koptekst gebruikt. Onze lijstkopteksten zijn uniek voor elke TidBITS-versie; je kunt zien welke jij ontvangt door in de lange kopteksten van het bericht te kijken.

List-Id: TidBITS Text Issue List List-Id: TidBITS HTML Issue List List-Id: TidBITS Text Announcement List List-Id: TidBITS HTML Announcement List

En een nieuw Van-adres -- Wat vanaf volgende week ook verandert is het Antwoord Aan-adres van de nieuwsbrief. Mails aan dit speciale nieuwe adres zullen niet meer bij een persoon terechtkomen, maar zullen meteen een auto-reply genereren waarin we uitleggen wat de beste manier is om ons te bereiken, afhankelijk van je bedoeling.

Waarom een auto-reply? Het is feitelijk zo dat er veel verschillende manieren zijn om contact met ons te maken, en het ligt aan de situatie wat de beste manier is. Bijvoorbeeld als je een reactie schrijft op een van onze artikelen, dan hebben we liever dat jouw reactie gekoppeld is aan het artikel zelf, dan dat je ons een aparte mail stuurt. En als je werkelijk verlegen bent kan je ook nog een e-mail sturen aan de auteur, met de link die steeds vlak onder de titel van het artikel staat. Of je kan hem een tweet sturen. (Details over ons team vind je op onze contact info-pagina).

Als er een probleem is met onze website of met onze nieuwsbrief, dan zou het fantastisch zijn als je dit zou bespreken via de TidBITS Get Satisfaction-pagina waar we je vraag voor iedereen zichtbaar kunnen beantwoorden, zodat anderen met vergelijkbare vragen ook plezier van ons antwoord hebben. Als het daarentegen iets is, waarvan je denkt dat ik het onmiddellijk zou willen weten, kan je het best een tweet sturen aan mij.

Het is weer iets heel anders als je vragen hebt over je TidBITS-account, waarmee we je alleen kunnen helpen als we je e-mailadres wel zien, dus in dat geval is een gewone mail handiger dan die Get Satisfaction-pagina. (Hetzelfde geldt voor Take Control-vragen. Algemene vragen en suggesties, kunnen weer het best naar de the Take Control Get Satisfaction-pagina en account-gerelateerde vragen gewoon per e-mail).

En als je een technische vraag hebt, los van een TidBITS-artikel, of zelfs helemaal los van TidBITS, dan kan je je het best wenden tot ons TidBITS Talk-forum. Overigens moet je je eerst inschrijven voordat je berichten kunt plaatsen, in verband met de constante stroom van spam.

De MTA achter het gordijn -- Ik besef dat het stukje hieronder heel erg specifiek wordt, maar omdat we zelf nogal overvallen werden door deze situatie wil ik onze ervaring toch met jullie delen, voor het geval dat iemand anders tegen hetzelfde probleem aanloopt. (En als je niet weet noch wil weten wat een MTA is, of hoe mailservers werken, dan moet je even niet verder lezen).

Toen wij Web Crossing nog gebruikten, diende het programma zowel voor onze mailing-lijsten (door het genereren van de concrete berichten) als voor het regelen van alle mailverkeer (met andere woorden als MTA: mail transfer agent). Met deze twee petten op, kon Web Crossing headers van ieder afzonderlijk bericht zo maken, dat problemen met terugkomende mails snel ontdekt en verwerkt konden worden. Om precies te zijn: Web Crossing voegde aan berichten een customized Return-Path-header toe. Voorbeeld:

Return-Path:

En let op: die header was anders dan de Van-regel:

From: "TidBITS Editors"

Dit is belangrijk, want alleen de MTA kan zo'n Return-Path-header creëren. Vanaf het moment dat ons zelfgemaakte TidBITS Publicatie Systeem is gaan functioneren als mailing lijst-programma, dat berichten aan sendmail overdraagt om deze via een bibliotheek te laten bezorgen, is sendmail Return-Path-headers gaan invoegen. Deze headers worden automatisch gevormd op basis van het Van-adres. Zo ontstond de situatie dat zowel Return-Path als Van beide naar hetzelfde adres verwezen, namelijk editors@tidbits.com. In principe zou sendmail ingesteld kunnen worden om een ander Return-Path te schrijven, maar dit is kennelijk niet mogelijk met de bibliotheek die we gebruiken als verbinding tussen sendmail en het TidBITS Publicatie Systeem.

Omdat we altijd al gebruik maakten van editors@tidbits.com als Van-adres, en hieraan niets veranderd hadden toen we voor het eerst overstapten op het nieuwe systeem, waren we enigszins gechoqueerd toen de niet-bezorgde mails plotseling op dat adres aankwamen, in plaats van op het adres dat in de Fouten-Aan-header stond. Het blijkt dat Fouten-Aan niet standaard gebruikt wordt, in tegenstelling tot Return-Path, dus het werkte in sommige gevallen wel, maar zeker niet altijd.

Enfin, wij denken dat de oplossing uiteindelijk eenvoudig is. We hebben dingen zo ingesteld dat de Van-regel een adres bevat dat gekopieerd wordt in de Return-Path-header en waarop we niet-bezorgde mails op de juiste manier kunnen ontvangen en verwerken. Maar we hadden het idee dat veel mensen editors@tidbits.com misschien in hun whitelist hebben staan, of daarop filteren. Vandaar dit uitgebreide bericht. Ben je nog blij dat je de vraag stelde?

En hiermee brengen we je terug naar de nieuwsbrief van TidBITS zoals je hem kent ...

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Langere levensduur voor MacBook Pro-batterij met gfxCardStatus

  door Jeff Carlson <jeffc@tidbits.com>

[vertaling: TK]

Ik vervang mijn MacBook Pro ongeveer om de drie jaar door een nieuw model. Op die manier haal ik veel uit elke machine, maar krijg ik er ook ineens functies bij die in de tussenliggende modellen werden geïntroduceerd.

De nieuwe MacBook Pro (met een 2,66 GHz Intel Core i7-processor) die ik vorig jaar kocht, leek wel een verrassingsgeschenk voor mijn verjaardag: de batterij heeft een veel langere levensduur, het hele gamma gebaren met meerdere vingers op de trackpad, de aluminium unibody constructie (ik ben zelf verbaasd dat dit één van mijn favoriete nieuwe dingen is, het voelt gewoon zo veel steviger aan dan vorige modellen) en een LED-scherm met hoge resolutie.

Deze laptop is ook voorzien van twee grafische kaarten (GPU's genaamd, oftewel Graphics Processing Units): een geïntegreerde Intel HD Graphics en een seperate Nvidia GeForce GT 330M. De eerste is ontworpen voor een laag stroomverbruik en dus een langere levensduur van de batterij, terwijl de tweede je het grafisch vermogen biedt wanneer dit nodig is.

Bij vroegere MacBook Pro's met twee GPU's moest je de grafische modus aangeven in het voorkeurenpaneel Energiestand, uitloggen en dan weer inloggen in je gebruikersaccount. Vanaf de modellen van midden 2010 gebeurt dit schakelen automatisch: wanneer je een applicatie start die meer grafisch vermogen vereist, schiet de seperate Nvidia GPU in werking. Anders zorgt de geïntegreerde Intel GPU voor de graphics zonder de batterij te veel uit te putten. (Je kunt automatisch omschakelen uitschakelen in het voorkeurenpaneel en dan blijft de Nvidia-chip altijd actief.)

Wanneer ik niet aan mijn bureau werk, wil ik dat mijn batterij zo lang mogelijk meegaat. Ik sloot voor de hand liggende zware GPU-belastingen zoals Photoshop, iPhoto of iMovie af, maar ik kon niet gemakkelijk te weten komen of mijn MacBook Pro op de geïntegreerde GPU was overgeschakeld.

Om de actieve GPU te bepalen, moet je het programma Systeemprofiel openen (druk op Option en kies Systeemprofiel in het Apple-menu), klik op Video/Beeldschemen onder bij Hardware in de zijbalk, en selecteer de Intel- of Nvidia-videokaart. Bij de kaart die actief is staat "Hoofdbeeldscherm: Ja".


Ik sloot dus enkele voor de hand liggende applicaties af, ging terug naar Systeemprofiel, drukte op Command-R om te verversen, en controleerde of bij de Intel GPU "Hoofdbeeldscherm: Ja" stond. Ik voelde me weer zoals in de dagen dat we op jacht gingen naar problematische opstartextensies in Mac OS 8.

Nu blijkt echter dat de Nvidia GPU kan worden geactiveerd door applicaties die je niet meteen als traditioneel grafisch belastend zou bestempelen, zoals bijvoorbeeld de meeste Twitter-clients en zelfs ouwe getrouwe Fetch (misschien door de animatie met een rennende hond?). De levensduur van de batterij bij deze machine wanneer de Nvidia GPU actief is is nog wel langer dan bij mijn oude laptop, maar dat betekent niet dat ik geen interesse heb in geïntegreerde graphics met een laag stroomverbruik.

Eerst installeerde ik het gratis gfxCardStatus 2.0 van Cody Krieger omdat dit een symbool in de menubalk toevoegt, dat aangeeft welke GPU actief is: een eenvoudige "i" voor Intel (of "geïntegreerd") of "n" voor Nvidia. Dat alleen al heeft me veel tijd en frustratie bespaard.

Maar toen merkte ik, dat wanneer je op het symbool klikt, gfxCardStatus heel praktisch onder "Dependencies" aangeeft welke applicaties de discrete GPU actief houden.

Image

Het utility doet meer dan alleen maar rapporteren. Door middel van de opties in het menu kun je de MacBook Pro forceren om alleen de geïntegreerde Intel-graphics, de seperate Nvidia-graphics te gebruiken of dynamisch om te schakelen.

Sommige applicaties werken niet goed samen met een live omschakeling van de seperate naar de geïntegreerde GPU. BusyCal bijvoorbeeld, verliest de mogelijkheid om van maand te veranderen wanneer het in "Intel-only" wordt gedwongen. BusyCal afsluiten en weer starten lost dit probleem op (aangezien de software ook moet werken op computers zoals de MacBook of Mac mini met alleen geïntegreerde graphics).

gfxCardStatus 2.0 kwam uit in december 2010 en heeft er een handige nieuwe functie bijgekregen: het kan de actieve GPU veranderen naar gelang van of je op batterij of op netvoeding werkt. Als een lange levensduur van de batterij belangrijk is wanneer je op verplaatsing werkt, kun je de geïntegreerde graphics automatisch dwingen. Deze functie is standaard uitgeschakeld om problemen met applicaties die niet goed omschakelen te voorkomen.


Ik heb het verschil in snelheid tussen geïntegreerde en discrete graphics niet precies gemeten en merkte alleen dat de batterijschatting in de menubalk van Mac OS X aanzienlijk langer is (tot een uur langer) wanneer ik op de batterij werk en alle afhankelijke applicaties heb afgesloten.

gfxCardStatus werkt met de volgende recente modellen van de MacBook Pro:

gfxCardStatus vult hier beslist een klein gat in de markt, maar het is een elegante en handige manier om de batterij van je MacBook Pro zo lang mogelijk te laten meegaan.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


TidBITS News App 1.4 veroorlooft audio op de achtergrond

  door Matt Neuburg <matt@tidbits.com>

[vertaling: MSH, DPF]

We hebben zojuist een nieuwe versie (1.4) van de TidBITS Nieuws iOS-app gepubliceerd, met twee bugfixes die je waarschijnlijk niet zal opmerken en een nieuwe mogelijkheid die, weliswaar subtiel, gevraagd werd door de gebruikers en die een hoop mensen gelukkig zou moeten maken. We beginnen met een beschrijving van de nieuwe mogelijkheid, die gaat over interactie van audio en TidBITS Nieuws met andere apps.

Zoals je wellicht weet, kan je met de TidBITS Nieuws-app opgenomen audio-versies van onze artikelen afspelen. (Dit zijn dezelfde audio-versies, waarop je je kan abonneren in iTunes als een podcast.) Omdat er de mogelijkheid is om eigen audio af te spelen, moet de TidBITS Nieuws-app een "audio-sessiebeleid" verklaren zodat het systeem weet wat te doen in geval er sprake is van achtergrond geluid. Dit was noodzakelijk, zelfs al onder IOS 3.x, voor multitasking, omdat de iPod app (of, op sommige apparaten, de Music-app) achtergrondmuziek kon afspelen.

Doordat TidBITS Nieuws haar eigen audio kon afspelen en omdat het oorspronkelijk geschreven werd voor IOS 3.x verklaart men zijn audio-sessiebeleid op een simpele wijze. Als de app gelanceerd werd, stopte het afspelen van elke achtergrond geluid. Toegegeven, dat was niet ideaal, want als je graag luistert naar je favoriete muziek via de iPod-app, zou de muziek stoppen als je onze app lanceert, zelfs als je niet van plan was naar een van onze opgenomen artikelen te luisteren. Duidelijk zou het voor ons audio-sessiebeleid beter zijn geweest om zich alleen te presenteren als je daadwerkelijk begint te luisteren naar een van onze opgenomen artikelen. We beseften dit (met name omdat een aantal gebruikers van onze app er ons op wezen), maar de prioriteit was niet hoog genoeg om dit onmiddellijk aan te pakken.

Echter, IOS 4 introduceerde zowel een aantal nieuwe manieren van het opgeven van een audio-sessiebeleid en een nieuwe mogelijkheid voor andere toepassingen (zoals Pandora) om op de achtergrond-audio af te spelen, dus werd het duidelijk tijd om deze situatie recht te zetten. Na enig experimenteren bleek dat we eigenlijk ons audio-sessiebeleid konden wijzigen bij het beginnen met te luisteren naar een opgenomen artikel en het terug veranderen zodra je klaar bent. Er waren in feite twee verschillende manieren waarop we dit konden doen:

We konden dus kiezen tussen iets wat perfect werkte, maar een zwaar beroep deed op de luistervaardigheden van de gebruiker en iets wat maar half werkte. We kozen voor de tweede optie. Naar twee dingen tegelijkertijd luisteren is misschien te doen voor een korte geluidsinstructie van een navigatie-app, maar niet voor het luisteren naar een lang artikel. De tekortkoming van niet zeker te weten of je bij het herstarten van een artikel wel verder kon gaan waar je gebleven was leek ons minder belangrijk. Dan maar wat meer handmatig werk.

Dat is dus de grootste nieuwe mogelijkheid in TidBITS News 1.4. Bij het starten van de app gaat alle audio verder waar het gebleven is. Wanneer je luistert naar de audioversie van een van onze artikelen gaat je achtergrondaudio op pauze en als het erg meezit, gaat dat verder als je stopt met luisteren naar een artikel. Gaat het niet verder, doe het dan zelf. De meest eenvoudige manier is:

  1. Tweemaal drukken op de Home-knop om naar een andere app over te gaan.

  2. Naar rechts vegen totdat je de knoppen ziet voor het bedienen van het geluid.

  3. Tik op de afspeel/pauze knop om de achtergrond audio verder te laten gaan.

  4. Tik op de TidBITS News interface om weer in de app verder te kunnen gaan.

Meer zul je waarschijnlijk niet merken van de nieuwe mogelijkheid, maar de grap is dat dit als ontwikkelaar lastig te implementeren is. Het bleek namelijk dat onze eerdere tactiek gewoon niet werkte na het introduceren van multitasken in iOS. Niet alleen stopte audio bij het starten van onze app, maar het lukte ons zelfs niet om het geluid uit te zetten wanneer iemand onze app verliet en weer terugkeerde. Ik heb hier al eerder over geschreven bij het verschijnen van iOS 4 (zie "Wat is snel-app-wisselen?", 23 juni 2010): het is makkelijk om je app te laten werken onder multitasking (je hoeft slechts te hercompileren in Xcode) maar het goed laten werken onder multitasking is moeilijk.

Het probleem is dat zodra je app met multitasking begint, dingen die eerst prima werkten nu de boel in het honderd laten lopen. Dat komt vooral doordat je gebruiker nu opeens meerdere mogelijkheden heeft om je app te beginnen en eindigen. Voordien was er maar een methode op om de TidBITS News app te starten en ook maar een manier om het te beëindigen. Het was dus duidelijk waar het misging. Nu kan je gebruiker van alles doen: even een uitstapje naar een ander programma maken, terugkeren via de schakelinterface, enzovoort. En het blijkt dat je app zich moet beschermen tegen al deze manieren en dat deed TidBITS News niet.

Daarom pasten we ons beleid voor audio-sessies aan. Niet zozeer omdat dat aardig was naar onze gebruikers toe (immers, als je ons wil horen, verdienen wij natuurlijk je onverdeelde aandacht!). We deden het omdat we er achterkwamen dat het niet werkte zoals zou moeten. Het gaat er vooral om om onze app te beschermen tegen het multitasking monster.

Er is geen Apple document dat je waarschuwt voor de dingen die mis kunnen gaan met multitasking. Dat zou wel moeten. In ons geval merkten we niet eens op dat er dingen misgingen en de beruchte goedkeuringsdienst van Apple let ook niet op dit soort dingen. Er zijn vast nog meer apps die denken dat ze om kunnen gaan met multitasking, maar de implicaties over het hoofd hebben gezien. Multitasking is echter veel ingewikkelder, en Apple heeft het niet eenvoudig gemaakt om de consequenties te overzien.

En de andere dingen die we aangepakt hebben in deze release? Een daarvan was niet meer dan een vergissing. Afbeeldingen die goed waren op de iPhone verschenen op de verkeerde manier op het grote iPad-scherm; een onopgemerkte consequentie van het converteren van de app zodat hij op de iPad zou werken (zie "TidBITS News-app bijgewerkt voor iPad", 4 januari 2011). We hebben ook geprobeerd om een mysterieuze fout te herstellen die te maken had met weinig beschikbaar geheugen. We hopen dat je die niet meer ziet, maar we hebben het probleem zelf nooit ondervonden en dan is het altijd lastig oplossen. Hij is in elk geval niet helemaal opgelost en dat zal waarschijnlijk ook pas gebeuren als we de app helemaal opnieuw schrijven.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Wat maken die nieuwe Top-Level Domeinen nou toch uit?

  door Jeff Porten <jporten@gmail.com>
  5 reacties (Engelstalig)

[vertaling: PEP, HV, OF, PP]

De volgende Internet revolutie komt eraan. Dat klopt, over nog geen twee jaar hoeven we niet langer die vreselijk moeilijke URL's zoals britneyspears.com te onthouden, in plaats daarvan hebben we dan te maken met de veel gemakkelijkere webadressen als britneyspears.music.

Dit klinkt jou niet in de oren als een grote revolutie? Mij ook niet. Maar anderen zien dat heel verschillend en hebben daar een heel betoog bij.

De wortel van al dat kwaad -- Ik woonde het einde van de .nxt conference bij, een bijeenkomst voor bedrijven die niet achtergelaten willen worden bij het toetreden tot de "Internet land rush" van nieuwe algemene top-level domeinnamen (gTLDs).Een TLD is het gedeelte van de domeinnaam dat volgt op de "dot" in een URL. Bijvoorbeeld "com," "net," of "org", om er drie te noemen die waarschijnlijk het meest voorbij komen als jij het web surft. TLD's zijn verdeeld in landcodes, algemene en een paar technische en experimentele soorten. De algemene TLD's begonnen in de Verenigde Staten en werden enkel daar gebruikt in de dagen voordat het internet commercieel werd in het midden van de jaren '90. Zij die buiten Amerika een domein wilden werden beperkt tot landcode TLD's.

Hierdoor werd er een ongelijkheid geïntroduceerd die nog steeds geldt: een groot Amerikaans chocoladebedrijf is te vinden op http://www.hersheys.com/, terwijl een groot Engels snoepbedrijf gebruik maakt vanhttp://www.cadbury.co.uk/. Een goede lezer ziet direct dat er niets echt Amerikaans is aan .com. We gaan er gewoon van uit dat de top-level van Amerikaanse URL's een eigen categorie krijgt voor bedrijven, in plaats van een landcode. Dit had als resultaat dat .com de normale benaming werd voor alle bedrijven wereldwijd, en daarna ook voor iedereen die zo'n "gewoon" adres wilde.

Bedenk eens hoe absurd het zou zijn als iedereen in de hele wereld opeens een telefoonnummer eiste dat begon met een 6, en alle andere telefoonnummers werden als ongewenst gezien. Toch is dat ongeveer wat er gebeurde op internet. Als je een enkele zoekterm intoetst in ongeacht welke browser van de laatste tien jaar (behalve die met een geïntegreerde zoekbalk) en ze niets kunnen vinden, dan voegen ze .com toe om te zien of dat is wat je zoekt.

Voor velen valt deze situatie sinds lang ergens tussen toch een beetje vreemd en weer een aanslag door de Amerikaanse hegemonie op de andere landen in onze wereld. Amerikaanse bedrijven, zeggen ze, zijn hier als in Animal Farm meer-gelijk-dan de anderen, dit is nog verder geschraagd door het feit dat het systeem enkel Romeinse letters erkent zonder diacrieten. Het probleem met letters uit ander dan Engelse talen is nu gedeeltelijk opgelost (maar nog niet voor de TLD's). Het grotere probleem van de hoge concentratie van adressen in de .com wereld is echter nog niet opgelost.

Dat is natuurlijk, als het inderdaad een probleem is.

Heer over je eigen domein -- Domeinen worden gecreëerd en beheerd door de Internet Corporation for Assigned Names and Numbers, afgekort ICANN, een organisatie zonder winstoogmerk dat poogt een equivalent van de Verenigde Naties te zijn voor overheden, technische organisaties en internet-bewoners. De organisatie kent een bijzonder eenvoudige opbouw, zoals blijkt uit onderstaand organogram:


Ik maak wel eens grappen over ICANN (en vaak terecht) maar als je er even over nadenkt dan is het afgebeelde organogram helemaal niet zo ingewikkeld, als je je realiseert wat ICANN allemaal moet doen. Iemand moet tenslotte het hele systeem beheren dat er onder andere voor zorgt dat www.apple.com vertaald wordt in 69.192.205.15. En die iemand heeft per definitie een wereldwijde klantenkring. En die wereldwijde klantenkring zal het, ook al weer bijna per definitie, absoluut niet eens zijn over zaken als vrijheid van meningsuiting en vrije toegang tot het internet, passief dan wel actief.

Het is de taal van ICANN om het .com-probleem te verhelpen en daartoe hebben ze de mogelijkheid van gTLD's geschapen. Iedereen kan een gTLD aanvragen en zo'n aanvraag staat in feite gelijk aan een aanvraag voor een equivalent van .com vanwaar rechthebbenden dan zoveel domeinen kunnen uitgeven als hun servers (en bankrekeningen) aankunnen. Tot nu toe zijn er, zo ver bekend, meer dan 100 verzoeken ingediend en de verwachting is dat het er nog veel meer zullen zijn als in oktober 2011 de complete lijst wordt gepubliceerd.

Als iemand zijn eigen .com-domein wil hebben, hoeft hij of zij alleen maar (online) contact op te nemen met zijn of haar favoriete "registrar", een dollar of tien neertellen en een naam te kiezen die nog vrij is. Als je echter je eigen gTLD wilt hebben, komt daar iets meer bij kijken en dat begint al bij de aanvraagkosten van 185.000 dollar. En omdat dat slechts aanvraagkosten zijn is het betalen van dat bedrag nog helemaal geen garantie dat je dat gTLD ook krijgt. gTLD's moeten door ICANN goedgekeurd worden en worden getoetst aan de daarvoor opgestelde richtlijnen; ze moeten bijvoorbeeld representatief zijn voor bestaande gemeenschappen of wereldwijde merknamen. Voor een compleet overzicht verwijs ik je naar het New gTLD Applicant Guidebook Version 2, waarvan volgende maand de definitieve uitgave zal verschijnen.

De gedachte achter zowel de aanvraagkosten als het toelatingsproces is om te voorkomen dat het domeinnamensysteem ongecontroleerd uit de klauwen loopt; als elk willekeurig woord een gTLD zou kunnen worden is dat volgens sommigen hetzelfde als een telefoonsysteem met nummers die willekeurig variëren van 10 tot 30 cijfers.

En daarmee zijn we bij de .nxt-conferentie, waar ongeveer 100 personen bijeen waren om over het internet te discussiëren en feest te vieren alsof het 1999 was. Stel je voor dat je je eigen gTLD hebt en dat dat domein erg populair wordt, dan kun je vragen wat je wilt voor een domeinnaam in dat gTLD. Aan de andere kant, als je een utopist ben kun je je gTLD bijvoorbeeld gebruiken om een compleet eigen gemeenschap te creëren.

Drie domeinen in die laatste categorie kwamen regelmatig ter sprake, in het bijzonder toen de mobiele telefoon van degene die .music zou willen claimen, met een opgewekt deuntje overging en iemand uitriep "geweldige reclame!" De andere twee bedoelde domeinen laten duidelijk zien hoe ingewikkeld een en ander is: .gay en .green. De beheerder van een .green gTLD kan met een enkele pennenstreek aanvragers van een domeinnaam in dat domein "vergroenen".

Voor wat betreft het .gay-domein is de verwachting dat een niet onaanzienlijk aantal landen daar fel tegen zal zijn, op basis van het standpunt dat homo's zich überhaupt niet in het openbaar zouden mogen vertonen en al helemaal geen contact met elkaar zouden mogen hebben. En mocht zo'n domein er toch komen, dan wordt het voor dat soort landen veel eenvoudiger om toegang tot dat "deel" van het internet compleet af te sluiten.

Goudkoorts of klatergoud? -- De toon van de conferentie was snel gezet door de presentatie door Juan Diego Calle, CEO van .CO Internet S.A.S. en eigenaar van Colombia's .co-domein. Naar zijn stellige overtuiging (en in zijn marketing materiaal) is .com een tikfout en is er een reusachtige kans voor zijn bedrijf om bedrijven de kans te geven weer gebruik te kunnen maken van de aloude afkorting "Co." voor corporaties over de hele wereld. Maar behalve de marketing was zijn belangrijkste punt de verdediging van zijn stelling dat de gTLD uitgebreid mag worden: Niemand zal ooit weten wat er nog meer is dan .com totdat de markt overspoeld wordt met nieuwe domeinnamen.

Bijna iedereen in het zaaltje was het er wel over eens dat nieuwe gTLD's een nieuwe impuls in de handel zouden geven, de 'landrush' die wordt aangekondigd door de website van de .nxt conferentie. Men was daar om de details te bespreken, een bespreking waar uit bleek dat de details van het draaien van een gTLD-register zeer complex zijn en er was weinig twijfel onder de aanwezigen dat veel nieuwe spelers op de markt weliswaar niet zouden slagen maar dat een aantal zeker bij de nieuwe generatie internet-miljonairs zou horen.

Dit is waar ik het oplaaiend enthousiasme met een mijn wat sceptische kanttekening ga doven. Er is één probleem met dit hele plan en het kan samengevat worden met één woord dat zo alomtegenwoordig is dat niemand de moeite neemt om er nog .com achter te zetten: Google.

Het idee dat .com het Wassenaar van het internet is, dateert uit de tijd dat de kleine groep techneuten die het internet bevolkte de gebruikte URLs moest onthouden; tegenwoordig is het heel gebruikelijk dat de doorsnee internetgebruiker de naam van het bedrijf dat ze zoeken in Google intikt en dat liever doet dan een URL onthouden. Ik zou wensen dat ik had onthouden waar ik het gehoord heb en er naar kan verwijzen, maar het is niet ongebruikelijk voor mensen om op Googles' homepage uit te komen door Google te googelen in het Google-zoekvenster van de browser. Voor die mensen maakt het echt niet uit of ze terecht komen op google.com, goo.gl of letmeGooglethatforyou.com. Het zoekresultaat is waar het om gaat. [Noot van de schrijver: Mijn vader, inmiddels een ervaren internetter, heeft in ieder geval zijn gehele eerste jaar op internet, ergens in de jaren '90, geen adresbalk in de browser gehad om een URL in te kunnen tikken. Hij gebruike Alta Vista als zijn startpagina. -Glenn]

Ondertussen wordt dit alles gepresenteerd in een zaaltje vol mensen die applaudiseren en lachen wanneer Calle verwijst naar zijn initiële marketingplan als, en ik citeer, "We produceerden een digitaal orgasme." Ik herinner me de tijd dat ik zelf een dergelijke toverdrank dronk, namelijk toen ik een internet-entrepeneur was in de jaren '90. Dus mijn indruk van de bijeenkomst is dat ik aanwezig was bij het begin van iets - en het is een aparte bedrijfstak waar bedrijven iets nieuws bedenken en dat aan elkaar proberen te verkopen omdat er maar weinig klanten van buiten te verwachten zijn. Adressen en merken zijn belangrijk maar het punt dat 'de juiste URL' het verschil maakt ligt achter ons.

Echter, er is één belangrijke voorbehoud.

De Echte Volgende Stap -- Nu in de negentiger jaren, terugkijkend vanuit 2011 na de ineenstorting van de NASDAQ en de Grote Recessie te hebben overleefd, is het gemakkelijk oordelen en te vinden dat we toen een beetje geschift waren. Maar het is een feit dat veel van de technologieën die we nu dagelijks gebruiken, uitgevonden of ontwikkeld zijn in die tijd. Zelfs als de mensen die ze ons nu uiteindelijk verkopen niet dezelfde zijn als de mensen die hun ziel en zaligheid over hebben gehad om ze op de markt te brengen.

Ik herinner me hoe ik erover dacht in de tijd toen ik het jeffporten.com-domein kocht. Ik ben een ouderwetse internetgebruiker dus ik weet nog dat destijds de TLD's echt iets betekenden. Lang geleden moest je een netwerk hebben voor een .net of een stichting voor een .org. Toen kwam er vrije registratie en alle drie de TLD's kwamen beschikbaar voor iedereen.

Toch heb ik een tijd geaarzeld of ik jeffporten.com als mijn persoonlijke domeinnaam zou kiezen. Zeker, ik heb mijn eigen toko maar die is niet "Jeff Porten"; ik ben alleen maar het middelpunt ervan. Ik vond dat het domein eerder mijn karakter zou moeten benoemen dan mijn rol in de handel. De TLD's .org en .net waren zelfs nog minder relevant. Zou ik dan jeffporten.info moeten kiezen? Of zelfs jeffporten.name, de officiële TLD voor individuele personen?

Natuurlijk koos ik jeffporten.com. Waarom? Welke oen gebruikt nu .name? (Zoals ik zeg in het motto van mijn website: "omdat jeffporten.info zelfs nog verwaander klinkt.") Maar daarmee onderschrijf ik de goudkust-theorie waar ik in het begin schamper over deed. Er is een zekere status verbonden aan .com met je naam eraan zoals een vriend van mij die Greenberg heet je kan vertellen omdat zijn eigen domein was ingepikt door een makelaar.

Dat brengt me op een ander stukje technologie geschiedenis. Lang geleden in de vorige eeuw, toen telefoonkengetallen werden aangewezen in het hele land, belde men met een "draaischijf". Als je een telefoonnummer "draaide", deed je dat door een echte schijf te verdraaien. Een negen kostte ongeveer negen maal zo veel tijd als een een. Minder bekend was dat dit betekende dat sommige netnummers "beter" waren dan andere; 212 was voor Manhattan omdat dat nummer het snelst te draaien was. Je kunt aan hun netnummers aflezen hoe belangrijk men de Amerikaanse steden in die tijd vond: 212 voor Manhattan, 213 voor Los Angeles, 312 voor Chicago (en 908 voor noord-New Jersey.)

Later, tegen het eind van de 20ste eeuw, kregen we te maken met een adresseringsprobleem: telefoonnummers na het netnummer kunnen niet met een 0 of een 1 beginnen dus elk netnummer kan 8 miljoen telefoonnummers aan. Ga je massa's fax- en mobielnummers toewijzen, dan is dat niet meer zo'n groot getal. Wikipedia vermeldt nu vijf verschillende netnummers alleen al voor de stad New York. Toen men moest stoppen met het uitgeven van 212-nummers of ze af moest nemen van mensen die ze al hadden, vochten de mensen fanatiek voor het behoud van hun gunstige virtuele ruimte.

Nu in de 21ste eeuw, heb ik zojuist met een vriend geskyped op het 404-netnummer van Atlanta die me antwoordde op mijn 202-netnummer van Washington DC, terwijl we allebei in San Francisco wonen. We wonen geen van beiden meer in de stad van ons netnummer en er zijn zoveel mensen zoals wij, dat een netnummer weinig geografische betekenis meer heeft. (Ook zijn de kosten van lange-afstandsgesprekken nu minder belangrijk dan in de tijd waarin ik opgroeide.)

Ik verwacht dat de huidige waardering voor .com, langzaamaan het lot volgt van de status van 212. En het kan heel goed zo zijn dat een van de ondernemers in die .nxt-conferentiezaal degene zal worden die de nieuwe voorkeursnaam zal verzinnen, de volgende virtuele Goudkust. Maar ik denk niet dat dat zal gebeuren omdat de naam voor de gTLD perfect gekozen is of door een goede reclame of door een andere truc uit de gebruikelijke voorraad commerciële listen van zakendoen. Ik heb geen flauw idee hoe dat gaat gebeuren.

Toch zal het gebeuren, dus misschien is niet iedereen gestoord die denkt dat hij dat zal gaan doen.

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


TidBITS Volglijst: belangrijke software-updates, 21 februari 2011

  van de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>

[vertaling: SWB, HV]

Skitch 1.0.3 -- Het schermafbeeldingbewerkingsprogramma Skitch is geüpdate naar versie 1.0.3. Verscheidene programmafouten zijn hersteld: toescombinaties triggeren niet meer een upload wanneer dat niet zou moeten, een probleem waarbij Skitch de fout in ging wanneer je er bestanden naartoe sleepte is verbeterd en een crash waar sommige nieuwe Macs last van hadden is opgelost. Gebruikers die toegang hebben tot de Skitchservice kunnen nu van drie extra beeldmanipulaties gebruikmaken: Rotate, Flip en Fonts. (Gratis, 6,3 MB)

Reacties - Skitch 1.0.3

Digital Camera Raw Compatibility Update 3.6 -- Apple's nieuwste Digital Camera Raw Compatibility Update breidt Aperture 3 en iPhoto '11 uit met ondersteuning voor nog eens zes camera's en lost verwerkingsproblemen op voor vier andere. Tot de nieuwe ondersteunde camera's behoren de Canon EOS Rebel T3/1100D/Kiss X50, de Canon EOS Rebel T3i/600D/Kiss X5, de Olympus E-5, de Panasonic Lumix DMC-FZ100, de Pentax K-r en de Pentax K-5. De update verbeterd tevens de verwerking van foto's van de Nikon D7000, de Nikon Coolpix P7000, de Panasonic Lumix DMC-GF1 en de Panasonic Lumix DMC-GH2. De update is te verkrijgen via Software Update en via de Apple Support Downloadspagina. Apple publiceert tevens een complete lijst van de ondersteunde camera's. (Gratis, 6,45 MB)

Reacties - Digital Camera Raw Compatibility Update 3.6

Evernote 2.0.4 -- De software voor opslaan van geheugeninhoud Evernote is naar versie 2.0.4 geüpdate. De nieuwe versie verbetert het omgaan met pdf, zowel wat betreft het voorkomen van problemen met het wachten op het laden van grote pdf's alsmede het vergemakkelijken van het slepen van pdf's uit het programma. De update omvat tevens wat ontwikkelaars noemen "veel herstelde programmafouten" (Gratis, 15,9 MB)

Reacties - Evernote 2.0.4

CopyPaste Pro 3.0 -- Plum Amazing omschrijft haar multi-klembordgereedschap CopyPaste Pro als "Time Machine voor uw klembord". Nieuw in versie 3.0 is de mogelijkheid om in je clip-archieven te zoeken, waarmee je alles in elke clip kunt vinden. De Clip Revolverfunctie (die aanwezig was in veel oudere versies van de software) is weer terug. E-mailadressen uit clips halen is verbeterd. En nieuwe voorkeurinstellingen geven een verbeterde controle over de algehele werking van CopyPaste. ($ 30 nieuw, gratis update, 4,3 MB)

Reacties - CopyPaste Pro 3.0

1Password 3.5.7 -- Agile Web Solutions heeft 1Password naar versie 3.5.7 gepromoveerd. Het voornaamste is dat de software er niet langer meer mee stopt wanneer je het hoofdvenster sluit. Ook nieuw is een bericht dat het toevoegen van bijlagen is gelukt, het eenvoudiger instellen van Dropbox-synchronisatie en een betere melding van de wachtwoordsterkte. Automatisch corrigeren en het invullen van de creditcard is eveneens verbeterd. Uitgebreide verbeteringen in de compatibiliteit van de software met Google Chrome en oplossingen voor kleine problemen met Firefox 4 en Safari ronden deze uitgave af. ($ 39.95 nieuw, gratis update, 19,7 MB)

Reacties - 1Password 3.5.7

iWeb 3.0.3 -- Apple heeft iWeb (het andere ondergeschoven kindje van iLife '11) ge-update naar versie 3.0.3. Deze update herstelt een probleem met de iSight Movie-widget op bepaalde Macs, alsmede een probleem met het publiceren van iWeb sites via FTP. Apple claimt verder dat de update "de compatibiliteit met Mac OS X verbetert", wat volgens mij wel goed nieuws is aangezien OS X het enige besturingssysteem is waar iWeb op draait. (Nieuw 49 dollar (als onderdeel van iLife '11), update gratis, 177,12 MB)

Reacties - iWeb 3.0.3

Adobe Acrobat/Reader 10.0.1 -- Adobe heeft updates voor hun programma's voor het maken en lezen van PDFs, Acrobat en Reader, vrijgegeven. De nieuwe versies herstellen een aantal kriteke beveiligingslekken en kennen een verbeterde stabiliteit. Bij Reader is ook de "Protected Mode" verbeterd, evenals ondersteuning voor QTP, Flash, en SCCM. (Gratis updates, grootte afhankelijk van configuratie)

Reacties - Adobe Acrobat/Reader 10.0.1

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


ExtraBITS, 21 februari 2011

  van de TidBITS-redactie <editors@tidbits.com>

[vertaling: HV]

Deze week alleen een paar snelle koppelingen om even naar te kijken: een artikel van Glenn in The Economist over Readability en het artikel van Lex Friedman in Macworld over zijn back-up strategie.

Readability Service helpt lezers en uitgevers -- Readability kent nu ook een abonnement, vergelijkbaar met Instapaper, waarmee je web-pagina's kunt omzetten in kale versies, die je kunt archiveren om ze later via een web-account te lezen. Glenn Fleishman legt in The Economist uit hoe deze lezersdienst ook voor uitgevers van voordeel kan zijn.

Reacties

Lex Friedman's backup-plan -- In Macworld legt Lex Friedman uit hoe zijn back-up strategie voor het veilig stellen van de gegevens op zijn Mac in elkaar steekt en bespreekt de paranoia die daaraan ten grondslag ligt. Kort gezegd: Time Machine en een bootable kloon gemaakt met SuperDuper, plus een back-up elders met CrashPlan, plus Dropbox, plus Google Docs. Oh, en een flinke dosis gegevensverlies-paranoia.

Reacties

Lees reacties op dit artikel of plaats er een | Tweet dit artikel


Dit is TidBITS, een gratis wekelijkse technologie-nieuwsbrief met recent nieuws, bekwame analyse, en grondige besprekingen voor de Macintosh- en internet-gemeenschappen. Geef het gerust door aan je vrienden; beter nog, vraag of ze een abonnement willen nemen!
Niet-winstgevende en niet-commerciële publicaties en websites mogen artikelen overnemen of een link maken als de bron duidelijk en volledig vermeld wordt. Anderen gelieve ons te contacteren. We kunnen de precisie van de artikelen niet garanderen. Caveat lector. Publicatie-, product- en firmanamen kunnen gedeponeerde merken zijn van hun ondernemingen.

Copyright 2011 TidBITS; hergebruik is onderhevig aan deze Creative Commons Licentie.


Vorige aflevering | Doorzoek TidBITS | TidBITS Homepage | Volgende aflevering